Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2011:BP5108

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
17-02-2011
Datum publicatie
21-02-2011
Zaaknummer
371788 / KG ZA 11-87
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

KG. Na uitleg eerdere veroordeling (tot deugdelijke reparatie van een voordeur) oordeelt de voorzieningnenrechter dat geen dwangsommen verbeurd zijn. Nu de reparaties toch onvoldoende soelaas blijken te bieden, moet verhuurder alsnog een nieuwe deur plaatsen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 371788 / KG ZA 11-87

Vonnis in kort geding van 17 februari 2011

in de zaak van

de stichting

STICHTING WOONSTAD ROTTERDAM,

gevestigd te [woonplaats],

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. A. Bonder te Rotterdam,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. J. Mulder te Rotterdam.

Partijen zullen hierna Woonstad en [gedaagde] genoemd worden.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de concept dagvaarding;

- de producties van Woonstad;

- de conclusie van eis in reconventie;

- de producties van [ge[gedaagde];

- de pleitnota van mr. Lichtenveldt;

- de pleitnota van mr. Mulder.

[ge[gedaagde] is vrijwillig verschenen ter zitting van 7 februari 2011. Partijen hebben hun standpunten tijdens de mondelinge behandeling nader toegelicht.

Ten slotte is vonnis bepaald.

De feiten

In dit kort geding merkt de voorzieningenrechter de navolgende - voor de onderhavige beoordeling van belang zijnde - feiten als tussen partijen vaststaand aan.

In een vonnis in kort geding d.d. 9 december 2010, gewezen in een procedure tussen [ge[gedaagde] en Woonstad, heeft de voorzieningenrechter onder meer als volgt overwogen:

'4.2 Op zich is voorshands voldoende aannemelijk dat herstelwerkzaamheden aan de voordeur van het gehuurde noodzakelijk zijn. Woonstad heeft dit erkend en naar voorlopig oordeel is voldoende aannemelijk dat de voordeur een speling vertoont als gevolg waarvan die deur makkelijk(er) te forceren is. Zowel het door [ge[gedaagde] ingeschakelde b[bedrijf X]f [X] (hierna: [bedrijf X]) als het door Woon[bedrijf Z]geschakelde bedrijf [Z] (hierna: [bedrijf Z]) hebben immers geconstateerd dat de voordeur -in ieder geval wanneer deze vergrendeld is door middel van het dagslot- een speling vertoont. Bovendien is op de door [ge[gedaagde] ter zitting getoonde filmopname te zien dat wanneer tegen de rechteronderzijde van de -naar [ge[gedaagde] ter zitting heeft verklaard middels het dagslot vergrendelde- deur geduwd wordt, de deur een speling van enkele centimeters vertoont.

4.3 De vraag is of -zoals [ge[gedaagde] stelt- Woonstad gehouden is de voordeur (met het kozijn) van het gehuurde (volledig) te vervangen.

4.4 Tegenover de verklaring van het door [ge[gedaagde] geraadpleegde bedrijf [Bedrijf Y] dat het verstandig is het complete kozijn van de voordeur te vervangen en de verklaring van [bedrijf X] "Voordeur kan niet meer normaal op slot is zo weer open moet een nieuwe in", staat de verklaring van het door Woonstad ingeschakelde aannemingsbedrijf [A] dat de deur naar behoren functioneert en de verklaring van [bedrijf Z] dat de voordeur en het kozijn technisch goed zijn. Ter zitting heeft dhr. [B], technisch medewerker van Woonstad, verklaard dat de voordeur van het gehuurde door zogenaamde rolnokken in de sponning wordt getrokken en dat door het (opnieuw) stellen van die rolnokken de speling kan worden weggenomen, zodat het niet nodig is om de gehele voordeur van het gehuurde te vervangen.

De stelling van [ge[gedaagde] dat de voordeur van het gehuurde niet aan het Bouwbesluit voldoet, wordt verworpen. [ge[gedaagde] heeft die stelling niet voldoende onderbouwd en voor zover die stelling ziet op de in het Bouwbesluit vereiste inbraakwerendheid, verliest [ge[gedaagde] uit het oog dat de bepalingen in het Bouwbesluit omtrent inbraakwerendheid zien op nieuwbouw en niet op bestaande bouw. Voorshands valt dan ook niet in te zien dat -zoals [ge[gedaagde] stelt- de voordeur van het gehuurde minimaal moet voldoen aan de vereisten voor het Politie Keurmerk veilig Wonen (PKVW). Dit zijn immers vereisten om voor het bedoelde keurmerk in aanmerking te komen en geen vereisten waaraan voordeuren in het algemeen moeten voldoen.

4.5 Tegen de achtergrond van het voorgaande en nu vaststaat dat Woonstad nog niet de gelegenheid heeft gekregen de haar voorgestelde oplossing -het opnieuw stellen van de rolnokken- uit te voeren, is de noodzaak om de voordeur van het gehuurde op dit moment te vervangen voorshands onvoldoende aannemelijk geworden. Die vordering zal derhalve worden afgewezen. De voorzieningenrechter ziet wel aanleiding om -bij wijze van ordemaatregel- Woonstad te veroordelen zodanige maatregelen met betrekking tot de voordeur van het gehuurde te treffen, dat deze deur op zowel het dagslot als het nachtslot geen speling (meer) vertoont en deugdelijk afgesloten is. (...) De voorzieningenrechter gaat er bovendien vanuit dat, wanneer deugdelijk herstel van de voordeur niet mogelijk blijkt, Woonstad alsnog de voordeur (en het kozijn) van het gehuurde zal vervangen.'

De voorzieningenrechter heeft Woonstad vervolgens veroordeeld om:

'binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis zodanige maatregelen met betrekking tot de voordeur van het gehuurde te treffen, dat deze deur op zowel het dagslot als het nachtslot geen speling (meer) vertoont en deugdelijke afgesloten is, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,-- per dag dat Woonstad hiermee in gebreke blijft, met een maximum van € 5.000,--'

Op 18 januari 2011 heeft [ge[gedaagde] het vonnis van 9 december 2010 aan Woonstad laten betekenen, met bevel om binnen veertien dagen na de betekening aan de inhoud van dit vonnis te voldoen.

In een brief van 31 januari 2011 van Stichting Kwaliteit Gevelbouw aan de advocaat van Woonstad staat, voor zover hier relevant, het navolgende:

'Op uw verzoek d.d.: 28 januari j.l. heeft SKG, in de zaak [adres] - AB/1429/cm, de herstelwerkzaamheden beoordeeld aan de hand van een videobestand welke door SKG is ontvangen op www.mijnbestand.nl d.d. 28 januari j.l.

Tevens zijn er een 3-tal vragen aan SKG gesteld om deze te beantwoorden.

1. In hoeverre is beweegbaarheid/buigzaamheid aan de uiteinden van een deur geheel uit te sluiten indien deze slechts is vastgezet in het dagslot? Maakt het daarbij uit of het gaat om een deur van hout of van kunststof.

2. Vertoont de voordeur die u op de videobeelden heeft gezien, voor zover u op basis van die beelden kunt beoordelen, in uw deskundige opinie nog een zodanige speling dat deze als gebrekkig kan worden aangemerkt en is deze deugdelijk afgesloten in zowel het dagslot als nachtslot.

3. Heeft u voorts nog opmerkingen die voor deze casus van belang kunnen zijn.

SKG in antwoord op de door u gestelde vragen:

1. Het is normaal dat de uiteinden van een kunststof deur welke in de dagschoot sluit beweegbaar/buigzaam is aan de uiteinden van de gemonteerde deur in het kozijnkader. Bij kunststof zal dit een wat grotere beweegbaarheid/buigzaamheid vertonen dan bij toepassing van een houten deur. De eis overeenkomstig de VKG kwaliteitsvoorschriften voor kunststof deuren is dat de toegepaste deur, in vergrendelde toestand d.w.z. alle sluitnokken en in de nachtschoot afgesloten, voldoet aan de gestelde eisen.

2. De vertoonde videobeelden geven geen aanleiding tot opmerkingen onzerzijds en voldoen aan de voorwaarden en eisen van deugdelijk werk.'

In een brief d.d. 2 februari 2011 van Het Sleutel- en Slotenhuis aan de advocaat van [ge[gedaagde] staat, onder meer, het navolgende:

'U heeft mij gevraagd om de toegangsdeur te beoordelen:

De deur heeft op de dagstand, dus zonder dat het deurslot op het nachtslot staat, minimaal 10mm speling door hard te duwen gaat de deur, zonder beschadiging open.

De deur heeft op de nachtstand geen speling.

De reparatie(s) hebben de situatie eerder verslechterd, dan verbeterd.

Montage nieuw en gekeurd slot in de deur, dit is wel mogelijk maar dan moet ook het kozijn aangepast worden, deze oplossing is kostbaarder dan montage van een nieuwe deur en kozijn.

(...)

De braakwerendheid van de huidige deur van de [adres], is hoogstens 1 tot 3 minuten als er een koevoet of grote bandenlichter gebruikt wordt als inbraakgereedschap. Met een grote koevoet bedoel ik een lengte van ca. 70 cm.'

Het geschil in conventie

Woonstad vordert:

primair

dat het [ge[gedaagde] wordt verboden het vonnis van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Rotterdam d.d. 9 december 2010 ten uitvoer te leggen, althans dat het [ge[gedaagde] wordt verboden executiemaatregelen op basis van dat vonnis te nemen, één en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom;

subsidiair, voor zover het primair gevorderde zal worden afgewezen

dat de voorzieningenrechter zal bepalen dat Woonstad binnen een redelijke, in goede justitie te bepalen termijn, zonder dwangsommen te verbeuren alsnog aan het vonnis kan voldoen door de deur te vervangen;

primair en subsidiair

met veroordeling van [ge[gedaagde] in de kosten van dit geding.

Het verweer van [ge[gedaagde] strekt tot afwijzing van de vorderingen van Woonstad.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

Het geschil in reconventie

[ge[gedaagde] vordert - samengevat - het navolgende:

1. veroordeling van Woonstad om binnen veertien dagen na dit vonnis de voordeur en het kozijn in het gehuurde aan de [adres] te [woonplaats] te vervangen, op straffe van een dwangsom;

2. veroordeling van Woonstad om aan [ge[gedaagde] ter zake van reeds verbeurde dwangsommen te betalen een bedrag van € 2.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der opeisbaarheid;

met veroordeling van Woonstad in de kosten van dit geding.

Het verweer van Woonstad strekt tot afwijzing van de vorderingen van [ge[gedaagde].

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

De beoordeling in conventie

Het standpunt van Woonstad

Het standpunt van Woonstad luidt in grote lijnen als volgt.

Aan haar vordering strekkende tot een verbod op de executie van dwangsommen op grond van het vonnis van de voorzieningenrechter d.d. 9 december 2010 heeft Woonstad primair de stelling ten grondslag gelegd dat zij met de reparaties die terstond na het vonnis van 9 december 2010 zijn uitgevoerd aan het doel en de strekking van de veroordeling heeft voldaan, zodat geen dwangsommen verbeurd zijn. Woonstad heeft deze stelling onderbouwd door (onder meer) het tijdens de mondelinge behandeling tonen van een filmopname d.d. 23 december 2010. Op deze film is te zien dat de voordeur in het nachtslot geen enkele speling vertoont en dat deze in het dagslot bij druk van buitenaf in de hoeken aan de boven- en onderzijde van de deur een lichte mate van speling vertoont.

Subsidiair heeft Woonstad aangevoerd dat het vonnis van 9 december 2010 op een kennelijk misslag berust omdat de voorzieningenrechter in het dictum ten onrechte geen onderscheid heeft gemaakt tussen het dagslot en het nachtslot van de voordeur. In het nachtslot vertoont de deur thans geen speling. Omdat de voordeur in het dagslot slechts op één plaats (in het midden van de deur) vergrendeld is, kan in het dagslot niet dezelfde mate van afsluiting worden bereikt als in het nachtslot. In het dagslot vertoont de deur daardoor onvermijdelijk wel enige speling in de hoeken aan de boven- en onderzijde van de deur. Dit ligt niet aan de deur als zodanig en kan niet worden verholpen door het plaatsen van een nieuwe deur en een nieuw kozijn. De eis dat er ook in het dagslot in het geheel geen speling mag zijn, is dan ook onhaalbaar en irreëel.

Het standpunt van [ge[gedaagde]

[ge[gedaagde] heeft zich als volgt tegen de vorderingen van Woonstad verweerd.

[ge[gedaagde] heeft haar in het eerdere kort geding ingenomen standpunt, dat vervanging van de deur en het kozijn de enige manier is om te bewerkstelligen dat haar voordeur deugdelijk kan worden afgesloten en voldoende bescherming tegen inbraak biedt, gehandhaafd. Zij heeft betwist dat Woonstad op enig moment aan de veroordeling in het vonnis van 9 december 2010 heeft voldaan. De filmopname van 23 december 2010, waarbij zij aanwezig was, geeft volgens [ge[gedaagde] een onjuist, immers te rooskleurig, beeld omdat niet voldoende druk op de deur is uitgeoefend. Zou er harder tegen de deur geduwd zijn, dan zou zichtbaar zijn geworden dat de deur ook na de reparaties teveel speling vertoonde. [ge[gedaagde] heeft ter zitting een eigen filmopname d.d. 7 februari 2011 getoond, waarop te zien is dat de deur in het dagslot speling vertoont wanneer daar met de hand tegen geduwd wordt. De speling is in de hoeken aan de boven- en onderzijde van de deur aanzienlijk groter dan in de film van 23 december 2010 en bovendien is er - wederom anders dan in de film van 23 december 2010 - sprake van speling in het midden van de deur. [ge[gedaagde] leidt hieruit af dat de toestand van de voordeur door de reparaties van Woonstad juist verslechterd is.

Het oordeel van de voorzieningenrechter

Toetsingskader primaire grondslag (aan de veroordeling is voldaan)

In een executiegeschil waarbij het erom gaat of dwangsommen zijn verbeurd omdat een bevel om aan een rechterlijke veroordeling te voldoen niet of onvoldoende is nageleefd, dient de rechter de ter uitvoering van het veroordelend vonnis verrichte handelingen te toetsen aan de inhoud van de veroordeling zoals deze door uitleg moet worden vastgesteld. Daarbij dient de rechter doel en strekking van de veroordeling tot richtsnoer te nemen in dier voege dat de veroordeling niet verder strekt dan tot het bereiken van het daarmee beoogde doel (HR 15 november 2002, NJ 2004, 410).

Doel en strekking van de veroordeling

Uit hetgeen [ge[gedaagde] zowel in de eerdere als in de onderhavige procedure in kort geding naar voren heeft gebracht, blijkt dat het [ge[gedaagde] erom gaat dat zij een deugdelijk afsluitbare voordeur krijgt die voldoende bescherming tegen inbraak biedt. De voorzieningenrechter neemt dan ook tot uitgangspunt dat de veroordeling in het vonnis van 9 december 2010 ertoe strekt te bewerkstelligen dat [ge[gedaagde] een voordeur krijgt die de bescherming tegen inbraak biedt die [ge[gedaagde] op grond van de huurovereenkomst mag verwachten.

Het gaat er dus om dat de deur zowel in het dagslot als in het nachtslot deugdelijk moet kunnen worden afgesloten. Met Woonstad is de voorzieningenrechter van mening dat daarbij onderscheid moet worden gemaakt tussen het dagslot en het nachtslot.

In het nachtslot is de deur op vier plaatsen vergrendeld en mag er geen speling zijn.

Bij een voordeur die enkel in het dagslot vergrendeld is, ligt dat anders. Naar Woonstad onbetwist heeft gesteld, vertoont iedere kunststof deur die enkel in het dagslot vergrendeld is in de hoeken aan de boven- en onderzijde een lichte speling. Deze stelling is bevestigd door de Stichting Kwaliteit Gevelbouw in haar brief d.d. 31 januari 2011. Gelet op het voorgaande dient de veroordeling, ondanks het feit dat daarin letterlijk staat dat de voordeur 'op zowel het dagslot als het nachtslot geen speling (meer)' mag vertonen, naar het oordeel van de voorzieningenrechter aldus te worden uitgelegd dat bij een in het dagslot vergrendelde voordeur een lichte mate van speling van de hoeken aan de boven- en onderzijde van mag bestaan.

Handelingen ter uitvoering van het veroordelend vonnis

Ter uitvoering van het veroordelend vonnis heeft Woonstad, zoals zij onbetwist heeft gesteld, onderzoek gedaan waaruit bleek de dat sluitkom van de voordeur verkromd was en dat de sluitnok ontbrak. Woonstad heeft een nieuwe sluitkom en een nieuwe sluitnok aangebracht, en heeft verder de deur strakker in de sponning geplaatst. Op 23 december 2010 heeft een evaluatie van deze werkzaamheden door Woonstad plaatsgevonden, in het bijzijn van [ge[gedaagde], waarbij ook de eerder genoemde filmopname is gemaakt.

Toetsing van de verrichte handelingen aan de inhoud van het vonnis

De vraag die ter beantwoording voorligt is of met deze reparatiewerkzaamheden aan de veroordeling is voldaan. In dit verband wordt wederom onderscheid gemaakt tussen het dagslot en het nachtslot van de voordeur.

Tussen partijen is niet in geschil dat de voordeur op 23 december 2010 geen speling vertoonde wanneer deze in het nachtslot vergrendeld was. De voordeur moet - gelet op hetgeen hiervoor in punt 5.8 is overwogen - op genoemde datum derhalve als in het nachtslot deugdelijk afsluitbaar worden beschouwd. In zoverre heeft Woonstad met de uitgevoerde reparatiewerkzaamheden aan de veroordeling voldaan.

Over de toestand van de voordeur in het dagslot op 23 december 2010, lopen de meningen van partijen uiteen. Woonstad heeft gesteld dat de voordeur wanneer deze in het dagslot vergrendeld was slechts enige onvermijdelijke speling vertoonde en heeft zich daarbij beroepen op de filmopname van 23 december 2010. Volgens [ge[gedaagde] bewijst die filmopname niets omdat onvoldoende kracht op de voordeur is uitgeoefend. Onder verwijzing naar haar eigen filmopname d.d. 7 februari 2011 heeft [ge[gedaagde] gesteld dat de toestand van de deur door de werkzaamheden van Woonstad juist verslechterd is omdat daardoor nog meer speling is ontstaan dan voor de reparaties.

De voorzieningenrechter acht, mede name op basis van de filmopname van 23 december 2010, voorshands aannemelijk dat de voordeur, vergrendeld in het dagslot, na de reparaties door Woonstad slechts een zodanig lichte mate van speling vertoonde dat in redelijkheid niet kan worden gesteld dat de deur op dat moment niet deugdelijk afsluitbaar was.

Het verweer van [ge[gedaagde], inhoudend dat de beelden van 23 december 2010 als bewijs waardeloos moeten worden geacht omdat niet hard genoeg tegen de voordeur zou zijn geduwd, wordt gepasseerd.

[ge[gedaagde] heeft erkend dat zij bij het maken van de filmopname aanwezig was. Indien [ge[gedaagde] op dat moment van mening zou zijn geweest dat er onvoldoende kracht op de deur werd uitgeoefend, is het - mede gelet op de lange voorgeschiedenis en het feit dat de gebrekkigheid van de voordeur volgens [ge[gedaagde] een enorme impact op haar leven heeft (gehad) - onbegrijpelijk dat [ge[gedaagde] daartegen niet ter plekke heeft geprotesteerd. Zoals Woonstad onbetwist heeft gesteld, heeft [ge[gedaagde] echter voor het eerst tijdens de mondelinge behandeling op 7 februari 2011 laten weten dat naar haar mening onvoldoende kracht op de deur was uitgeoefend. [ge[gedaagde] heeft geen verklaring gegeven voor het feit dat zij niet eerder heeft geprotesteerd. De voorzieningenrechter gaat daarom aan dit verweer van [ge[gedaagde] voorbij.

Het voorgaande brengt met zich mee dat de voordeur naar het oordeel van de voorzieningenrechter op 23 december 2010, na de reparaties door Woonstad, deugdelijk af te sluiten was, zodat aan doel en strekking van de veroordeling was voldaan. Daaraan doet niet af dat, zoals uit de filmopname van 7 februari 2011 blijkt, de toestand van de voordeur later weer is verslechterd. Weliswaar is denkbaar dat zou moeten worden geoordeeld dat Woonstad niet aan de veroordeling heeft voldaan als Woonstad wist of had moeten begrijpen dat de toestand van de voordeur na de reparaties was verslechterd, en Woonstad vervolgens geen actie meer zou hebben ondernomen. Daarvan is naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen sprake. In dit verband is het navolgende van belang.

Na 23 december 2010 is er tussen partijen discussie geweest over de vraag of met de reparaties aan de veroordeling was voldaan. Nu [ge[gedaagde] pas tijdens de mondelinge behandeling van dit kort geding duidelijk heeft gemaakt dat zij van mening is dat tijdens het filmen op 23 december 2010 te weinig druk op de voordeur is uitgeoefend en dat de voordeur op die datum in aanzienlijk slechtere staat verkeerde dan uit de betreffende filmopname blijkt, is het aannemelijk dat Woonstad - zoals zij heeft gesteld - er steeds vanuit gegaan is dat het er in de discussie na 23 december 2010 om ging of de speling die in de filmopname van genoemde datum te zien was, wel of niet acceptabel was. [ge[gedaagde] heeft, zoals haar advocaat ter zitting heeft opgemerkt, na de filmopname van 23 december 2010 aan Woonstad laten weten dat de voordeur 'nog niet goed' was. Daaruit heeft Woonstad naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet hoeven afleiden dat er sprake was van een verslechtering ten opzichte van de situatie op 23 december 2010, zodat er voor Woonstad - die, zoals hiervoor is overwogen, zich terecht op het standpunt stelde dat de voordeur op 23 december 2010 deugdelijk af te sluiten was - geen aanleiding was verdere actie te ondernemen.

Het gegeven dat de deur op 7 februari 2011 weer (veel) meer speling vertoonde, brengt wel met zich mee dat van Woonstad mag worden verlangd dat zij thans opnieuw actie onderneemt met betrekking tot de voordeur van [ge[gedaagde]. Een en ander komt nader aan de orde bij de bespreking van de vorderingen van [ge[gedaagde] in reconventie.

Gegeven het voorlopig oordeel dat Woonstad door het uitvoeren van de reparaties in december 2010 aan de veroordeling heeft voldaan, ligt de primaire vordering van Woonstad voor toewijzing gereed.

De subsidiaire grondslag van de primaire vordering en de subsidiaire vordering behoeven derhalve geen bespreking meer.

De beoordeling in reconventie

Vordering tot vervanging van voordeur en kozijn

[ge[gedaagde] heeft aan haar vordering betreffende de vervanging van haar voordeur en kozijn onder meer de filmopname van 7 februari 2011 ten grondslag gelegd. Weliswaar acht de voorzieningenrechter onvoldoende aannemelijk dat - zoals [ge[gedaagde] heeft gesteld - deze filmopname een juist beeld geeft van de toestand van de deur op 23 december 2011, maar er is geen grond aan te nemen dat de film geen getrouw beeld geeft van de situatie op 7 februari 2011. Dit geldt temeer nu ook in de brief van het Sleutel- en Slotenhuis d.d. 2 februari 2011 gesproken wordt over een speling van minimaal 10mm wanneer de deur in het dagslot vergrendeld is.

Op de filmopname van 7 februari 2011 is te zien dat de voordeur in het dagslot bij druk van buitenaf niet alleen ruime speling vertoont in de hoeken, maar ook enige speling in het midden van de deur. Woonstad heeft ter zitting verklaard dat deze situatie haar niet bekend was en een en ander voor haar aanleiding vormt wederom een aannemer naar de voordeur te laten kijken. De voorzieningenrechter leidt daaruit af dat ook Woonstad van mening is dat de voordeur thans niet als deugdelijk afsluitbaar kan worden beschouwd. Gegeven de lange voorgeschiedenis van deze kwestie en het feit dat de reparaties kennelijk slechts voor een korte periode soelaas hebben geboden, behoeft [ge[gedaagde] thans geen genoegen meer te nemen met herstelwerkzaamheden maar dient Woonstad zorg te dragen voor vervanging van de kunststof voordeur en het kozijn. Dit betekent dat de vordering, vermeld in punt 4.1. sub 1 zal worden toegewezen. De mede gevorderde dwangsom zal echter worden afgewezen, gelet op de toezegging van Woonstad ter zitting dat zij aan een eventuele veroordeling tot vervanging van de voordeur en het kozijn zal voldoen.

Vordering tot betaling van EUR 2.000

Verwezen wordt naar het oordeel van de voorzieningenrechter in conventie. Reeds daarom kan van toewijzing van de vordering van [ge[gedaagde] als vermeld in 4.1. sub 2 geen sprake zijn.

De kosten van de procedure

Gelet op de samenhang tussen de procedure in conventie en de procedure in reconventie en het feit dat partijen over en weer gedeeltelijk in het gelijk zijn gesteld, en meewegend dat de communicatie tussen beide partijen niet optimaal is geweest, acht de voorzieningenrechter termen aanwezig om de proceskosten te compenseren op de hierna te vermelden wijze.

De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

verbiedt [ge[gedaagde] het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank te Rotterdam d.d. 9 december 2010 ten uitvoer te leggen,

verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

veroordeelt Woonstad om binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis de voordeur en het kozijn in het gehuurde aan de [adres] te [postcode] [woonplaats] te vervangen,

verklaart dit vonnis in reconventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.F.L. Geerdes, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2011 in tegenwoordigheid van mr. H.J. Wieman-Bart, griffier.

2171/676?

371788 / KG ZA 11-87

17 februari 2011