Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2010:BP7048

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
24-11-2010
Datum publicatie
08-03-2011
Zaaknummer
357572 / HA ZA 10-2030
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Internationale rechtsmacht. Bevoegdheid dient op basis van stellingen eiser in dagvaarding te worden bepaald. Vraag of geldige forumkeuze idzv 23 Brussel I-Vo verbindend is tav rechtsopvolger. Ja, zie HR LJN ZC2968. , NJ 2000, 552. Hetzelfde geldt ingeval van overdracht van de betreffende rechten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 357572 / HA ZA 10-2030

Vonnis van 24 november 2010

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

APRISCO B.V.,

gevestigd te Groningen,

eiseres,

verweerster in het incident,

advocaat mr. E.H. Mulckhuyse,

- tegen -

de vennootschap naar Estlands recht

A.S. PRO KAPITAL GRUPP,

gevestigd te Tallinn, Estland,

gedaagde,

eiseres in het incident,

advocaat mr. T.S. Jansen.

Partijen worden hierna aangeduid als “Aprisco”, respectievelijk “Pro Kapital”.

1. De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 27 mei 2010;

- de akte zijdens Aprisco houdende overlegging van producties 1 tot en met 6;

- de conclusie van eis in het incident tot onbevoegdverklaring subsidiair aanhouding, met één productie;

- de conclusie van antwoord in het incident, tevens akte tot wijziging van eis, met zeven producties;

- de conclusie van repliek in het incident;

- de conclusie van dupliek in het incident, met drie producties.

Ten slotte is vonnis bepaald.

1.2

De rechtbank heeft kennis genomen van deze processtukken.

2. De vordering in de hoofdzaak

2.1

Aprisco vordert bij dagvaarding – kort gezegd – dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis Pro Kapital zal veroordelen om aan haar te betalen € 795.022,74, althans € 288.380,24, alsmede € 446.250,- per kwartaal, althans € 89.250,- per maand, een en ander vermeerderd met rente, met veroordeling van Pro Kapital in de proceskosten.

Bij conclusie van antwoord in incident heeft Aprisco meegedeeld haar eis in de hoofdzaak te wijzigen. Wijziging van de eis in de hoofdzaak is hangende de beoordeling van de vorderingen in het incident niet mogelijk. Daarom gaat de rechtbank uit van de bij dagvaarding ingestelde vordering.

2.2

Aprisco stelt daartoe – samengevat weergegeven – het volgende.

Aprisco heeft krachtens huurovereenkomst van 4 augustus 2006 aan Domina Hotel Group S.p.A. (hierna: Domina) een hotel in Rotterdam verhuurd. Pro Kapital heeft zich bij overeenkomst van eveneens 4 augustus 2006 jegens (de rechtsvoorganger van) Aprisco garant gesteld voor de nakoming door Domina van dier verbintenis tot betaling van huur onder die huurovereenkomst.

Domina is in verzuim wat betreft huurbetaling. Pro Kapital is ondanks sommatie daartoe nalatig aan haar garantieverbintenis te voldoen. Aprisco vordert nakoming van die garantieverbintenis.

Ingevolge artikel 10 van de garantieovereenkomst is deze rechtbank bij uitsluiting bevoegd om van de vordering van Aprisco kennis te nemen.

3. De vordering en het verweer in het bevoegdheidsincident

3.1

Pro Kapital vordert – kort gezegd – dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis, zich onbevoegd zal verklaren, althans de zaak zal aanhouden totdat zal zijn beslist in de zaak tussen Aprisco en Domina, aanhangig bij de sector Kanton van deze rechtbank onder zaaknummer 1123604, met veroordeling van Aprisco in de proceskosten.

3.2

Daartoe stelt Pro Kapital primair het volgende.

Niet Aprisco, maar [x] is de wederpartij van Pro Kapital bij de garantieovereenkomst van 4 augustus 2006. Pro Kapital heeft zich ten opzichte van Aprisco niet gebonden aan de door Aprisco ingeroepen forumkeuzebeding. Ingevolge de Brussel I-Vo noch de Nederlandse wet heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht, nu Pro Kapital in Estland is gevestigd.

Voor zover Aprisco betoogt dat zij als nieuwe verhuurder van Domina de rechtsopvolger is van [x] onder de garantieovereenkomst, gaat dat betoog ten aanzien van Pro Kapital niet op, omdat Aprisco kennelijk rechtsopvolger is in de zin van artikel 8 van de garantieovereenkomst en ingevolge dat artikel rechten daaronder pas overgaan op een nieuwe verhuurder van Domina wanneer de overdracht van die rechten schriftelijk (mede) door [x] aan Pro Kapital is meegedeeld, hetgeen nog niet is gedaan. Bij overdracht ingevolge artikel 8 van de garantieovereenkomst gaan slechts de rechten onder die overeenkomst over op de nieuwe verhuurder Aprisco, niet ook het forumkeuzebeding.

3.3

Subsidiair stelt Pro Kapital dat, hangende de beoordeling van het geschil tussen Aprisco en Domina over de vragen of de huurovereenkomst is ontbonden en welk bedrag Domina aan huur aan Aprisco verschuldigd is, welke zaak onder zaaknummer 1123604 bij de sector Kanton van deze rechtbank aanhangig is, het prematuur is om in deze hoofdzaak van Pro Kapital betaling van de volledige huur te vorderen. Daarom dient de rechtbank de behandeling van de vordering in de hoofdzaak aan te houden.

3.4

De conclusie van Aprisco strekt – kort gezegd – tot afwijzing van de incidentele vorderingen, met veroordeling van Pro Kapital in de proceskosten. Daartoe voert Aprisco het volgende aan.

3.5

Aprisco handhaaft haar beroep op het forumkeuzebeding in artikel 10 van de garantieovereenkomst. Weliswaar is Pro Kapital die overeenkomst aangegaan met [x], maar:

- [x] heeft de huurovereenkomst met Domina en de garantieovereenkomst met Pro Kapital aan Aprisco overgedragen;

- Aprisco heeft de overdracht van de garantieovereenkomst bij brief van 3 februari 2010 aan Pro Kapital medegedeeld, welke brief Pro Kapital vóór 12 februari 2010 heeft ontvangen;

- een huurgarantie als de onderhavige gaat van rechtswege mee over naar de nieuwe verhuurder bij overdracht van het verhuurde.

Indien het forumkeuzebeding niet van toepassing is geworden tussen Aprisco en Pro Kapital, heeft de Nederlandse rechter ingevolge artikel 5 lid 1 onder a Brussel I-Vo rechtsmacht omdat de garantieovereenkomst wordt beheerst door Nederlands recht en ingevolge artikel 6:116 BW de verbintenis van Pro Kapital tot betaling in Nederland bij Aprisco dient te worden nagekomen (brengschuld). Pro Kapital heeft geen rechtens te respecteren belang bij haar beroep op onbevoegdheid. Dat beroep is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.

3.6

De verplichting van Pro Kapital onder de garantieovereenkomst is een zelfstandige, die niet afhankelijk is van de uitkomst van de procedure tussen Aprisco en Domina over de huurovereenkomst. Aprisco heeft ter zake van de huurovereenkomst inmiddels meer te vorderen dan het maximumbedrag dat zij onder de garantieovereenkomst kan vorderen van Pro Kapital. Daarom heeft Aprisco belang bij snel doorprocederen tegen Pro Kapital. Ook daarom moet de vordering tot aanhouding worden afgewezen.

4. De beoordeling

in het bevoegdheidsincident

4.1

Pro Kapital heeft zich in haar eerste processtuk, derhalve tijdig, op onbevoegdheid in de zin van ontbreken van rechtsmacht van de Nederlandse rechter beroepen.

4.2

Er is sprake van een internationaal kader nu Aprisco woonplaats heeft (gevestigd is) in Nederland en Pro Kapital in Estland, beide op het grondgebied van een EU-lidstaat.

De vordering in de hoofdzaak is ingesteld bij dagvaarding van 27 mei 2010, derhalve na de inwerkingtreding van de Verordening (EG) nummer 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (Brussel I-Vo). De vordering van Aprisco in de hoofdzaak betreft een burgerlijke of handelszaak in de zin van artikel 1 Brussel I-Vo. De vraag of deze rechtbank bevoegd is tot kennisneming van de vordering van Aprisco in de hoofdzaak dient daarom aan de hand van de Brussel I-Vo te worden beantwoord.

4.3

Mede bepalend voor de beoordeling van de bevoegdheid is de grondslag van de vordering in de hoofdzaak.

Aprisco legt aan haar vordering in de hoofdzaak ten grondslag dat zij de rechtsopvolger is van [x] onder de garantieovereenkomst van 4 augustus 2006 en uit dien hoofde aanspraak heeft op betaling daaronder door Pro Kapital. De grondslag van de vordering is derhalve een verbintenis van Pro Kapital onder de garantieovereenkomst.

4.4

Aprisco beroept zich voor de bevoegdheid van de Nederlandse rechter primair op het in artikel 10 van de garantieovereenkomst opgenomen forumkeuzebeding, subsidiair op artikel 5 Brussel I-Vo.

4.5

Artikel 10 van de garantieovereenkomst luidt als volgt:

“This guarantee shall be governed by Dutch law and the Guarantor and the Beneficiary both submit tot the exclusive jurisdiction of the court of Rotterdam, the Netherlands.”

Tussen partijen is niet in geschil dat in artikel 10 van de garantieovereenkomst met “Guarantor” Pro Kapital wordt bedoeld en met “Beneficiary” [x] Evenmin is tussen partijen in geschil dat de garantieovereenkomst ingevolge artikel 10 door Nederlands recht wordt beheerst en dat artikel 10 voor Pro Kapital, ook in de zin van artikel 23 Brussel I-Vo, verbindend is ten opzichte van [x] Partijen twisten over de vraag of het forumkeuzebeding van artikel 10 voor Pro Kapital verbindend is ten opzichte van Aprisco.

4.6

Een forumkeuzebeding in een overeenkomst behoudt zijn gelding ook ten opzichte van een rechtsopvolger van een van de partijen (zie: Hoge Raad, 24 september 1999; LJN ZC2968, NJ 2000, 552). Voor zover Aprisco, zoals zij stelt, dient te worden aangemerkt als de rechtsopvolger van [x] onder de garantieovereenkomst, zijn zij en Pro Kapital aan het forumkeuzebeding gebonden. Hetzelfde geldt indien [x] haar rechten onder de garantieovereenkomst ingevolge artikel 8 daarvan geheel of gedeeltelijk aan Aprisco heeft overgedragen. Derhalve zijn partijen aan het forumkeuzebeding gebonden voor zover Aprisco onder de garantieovereenkomst vordert.

De vraag of en tot in hoever Aprisco als rechtsopvolger van [x] onder de garantieovereenkomst dient te worden aangemerkt dient in de hoofdzaak te worden beantwoord. Omdat de bevoegdheid bepaald dient te worden op basis van de grondslag van de vordering in de hoofdzaak, is voor de vraag naar de bevoegdheid van deze rechtbank voldoende de vaststelling dat Aprisco in de dagvaarding heeft gesteld dat zij de rechtsopvolger van [x] onder de garantieovereenkomst is en dat zij haar vordering daarop baseert.

4.7

Op het vorenstaande stuit de vordering tot onbevoegdverklaring af.

4.8

De rechtbank zal Pro Kapital in de proceskosten in het onbevoegdheidsincident veroordelen.

in het incident tot aanhouding

4.9

Pro Kapital stelt dat de vordering van Aprisco eerst behoorlijk beoordeeld kan worden wanneer in de zaak tussen Aprisco en Domina over de huurovereenkomst zal zijn beslist. Aprisco bestrijdt die stelling.

4.10

Gesteld noch gebleken is dat enig wettelijk of formeel voorschrift dient te leiden tot aanhouding van de behandeling van de vordering van Aprisco in de hoofdzaak.

Wil de vordering van Aprisco tegen Pro Kapital kans van slagen hebben, dan zal eerstgenoemde in de hoofdzaak moeten aantonen dat en tot welk bedrag zij aanspraak heeft op betaling door laatstgenoemde. Daartoe kan het nuttig zijn dat enig geschil onder de huurovereenkomst is beslecht, maar strikt noodzakelijk is dat niet, mede in het licht van de omstandigheid dat partijen het erover eens zijn dat de betalingsverplichting van Pro Kapital onder de garantieovereenkomst gemaximeerd is. Ook daarom bestaat dus geen aanleiding om de hoofdzaak aan te houden.

4.11

Op het vorenstaande stuit de vordering tot aanhouding af.

4.12

De rechtbank zal Pro Kapital in de proceskosten in het incident tot aanhouding veroordelen.

in de hoofdzaak

4.13

De rechtbank zal de hoofdzaak verwijzen naar de rolzitting, opdat Aprisco een conclusie tot wijziging van eis kan nemen. Vervolgens zal Pro Kapital staan voor conclusie van antwoord.

5. De beslissing

De rechtbank,

in het incident tot onbevoegdverklaring:

wijst de vordering af;

veroordeelt Pro Kapital in de aan de zijde van Aprisco gevallen proceskosten, tot deze uitspraak bepaald op € 904,- aan salaris voor de advocaat en nihil aan verschotten;

in het incident tot aanhouding:

wijst de vordering af;

veroordeelt Pro Kapital in de aan de zijde van Aprisco gevallen proceskosten, tot deze uitspraak bepaald op € 904,- aan salaris voor de advocaat en nihil aan verschotten;

in de hoofdzaak:

verwijst de zaak naar de rolzitting van 22 december 2010 voor het nemen van een conclusie tot wijziging van eis, respectievelijk een conclusie van antwoord;

houdt elke verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.P. Sprenger en in het openbaar uitgesproken op 24 november 2010.