Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2010:BP5354

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
04-11-2010
Datum publicatie
22-02-2011
Zaaknummer
312543 / F1 RK 08-2009
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek tot vaststelling vaderschap afgewezen; onduidelijkheid omtrent geboorteplaats en identiteit van de minderjarige omdat van de minderjarige zowel een geboorteakte uit Frankrijk als een geboorteakte uit Nederland is overgelegd; geen nadere schriftelijke informatie en/of onderbouwing van de advocaat van de vrouw ontvangen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Enkelvoudige kamer

Datum uitspraak: 4 november 2010

Zaak- / Rekestnummer: 312543 / F1 RK 08-2009

Beschikking in de zaak van:

[persoon 1], hierna te noemen de vrouw,

wonende te [woonplaats],

advocaat mr. A.P. van Elswijk.

In deze zaak is belanghebbende:

[persoon 2], hierna te noemen de man,

wonende te [woonplaats 2], Zwitserland, [adres],

niet verschenen.

In deze zaak is als bijzondere curator opgetreden:

mr. R.J. Sparreboom, advocaat te Spijkenisse, hierna te noemen de bijzondere curator.

1. Het verloop van de procedure

Op 22 juli 2008 is ter griffie ingekomen een verzoekschrift met bijlagen van de vrouw tot vaststelling van het vaderschap van de man van de minderjarige [persoon 3].

Bij beschikking van deze rechtbank d.d. 26 september 2008 is mr. R.J. Sparreboom benoemd tot bijzondere curator over de minderjarige.

De bijzondere curator heeft een verweerschrift ingediend.

Binnen de door de rechtbank gestelde termijn is geen verweerschrift van de man ingekomen.

Van de zijde van de vrouw is een brief met bijlage ingekomen, gedateerd 2 maart 2009.

De zaak is behandeld op 3 april 2009.

Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat mr. A.P. van Elswijk;

- de man;

- de bijzondere curator.

Ter zitting van 3 april 2009 is de behandeling van de zaak aangehouden om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen te concluderen.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot nader onderzoek.

Van de zijde van de vrouw is nog een brief met bijlagen ingekomen, gedateerd 8 juni 2009.

Van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Rotterdam is een brief met bijlagen ingekomen, gedateerd 22 juni 2008.

De officier van justitie heeft nader geconcludeerd tot nader onderzoek.

De behandeling van de zaak is voortgezet op 20 november 2009.

Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat mr. A.P. van Elswijk;

- de bijzondere curator;

- de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Rotterdam in de persoon van [persoon 4];

- de officier van justitie, [persoon 5].

De man is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen. Hij heeft de griffie van de rechtbank telefonisch medegedeeld dat hij verhinderd is.

Ter zitting van 20 november 2009 is de behandeling van de zaak aangehouden om de advocaat van de vrouw in de gelegenheid te stellen nadere informatie te verstrekken en het belang bij toewijzing van het verzoek nader te onderbouwen.

Van de advocaat van de vrouw zijn nog drie brieven ingekomen, gedateerd 16 juli 2010, 30 september 2010 en 18 oktober 2010.

2. De vaststaande feiten

2.1 De vrouw heeft een op 29 mei 2007 door de autoriteiten van Ville de Vierzon, Frankrijk, afgegeven kopie overgelegd van een ‘Acte de naissance, copie intégrale, année 2005’, (hierna: de Franse geboorteakte) waarin als de gegevens van de minderjarige en de vrouw zijn vermeld:

Nom de l’enfant : [achternaam]

Prénom : [voornaam]

sexe : féminin

née le : [geboortedatum]

à : [tijdstip geboorte] minutes

à : [adres Frankrijk]

Nom de la mère : [achternaam]

Prénom : [voornaam 2]

née le : [geboortedatum 2]

à : [plaats en land]

profession : sans profession

domicile : [adres 2 Frankrijk].

In de Franse geboorteakte is vermeld dat de geboorte van het kind is aangegeven door [persoon 6].

2.2 Uit de kopie van de Franse geboorteakte kan worden afgeleid dat het kind op 29 mei 2007 door de man is erkend en dat toen is gekozen voor de naam [achternaam 2].

2.3 De vrouw heeft voorts een kopie overgelegd van een op 31 mei 2007 door de autoriteiten van Ville de Vierzon, Frankrijk, afgegeven ‘Extrait d’acte de naissance, année 2005’, waarin is vermeld:

“[X]”.

2.4 Op 8 juli 2008 is door [persoon 7] een rapport opgemaakt van een verwantschapsonderzoek. De uitslag vermeldt onder meer dat met meer dan 99,999% zekerheid is aangetoond dat de man de biologische vader is van [persoon 3] en dat eveneens met een zekerheid van meer dan 99,999% is aangetoond dat de vrouw (genaamd [persoon 1]) de biologische moeder is van [persoon 3].

2.5 Op 8 januari 2009 is door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Rotterdam, ingevolge een uitspraak van deze rechtbank d.d. 16 december 2008 betreffende de aanvulling van het register van geboorten, een akte van geboorte (genummerd [.......]) opgemaakt (hierna: de Nederlandse geboorteakte), waarin als de gegevens van het kind en de moeder zijn vermeld:

KIND

Geslachtsnaam : [achternaam 2]

Voornamen : [voornaam]

Dag van geboorte : [geboortedatum]

Uur en minuut van geboorte : [tijd]

Plaats van geboorte : [geboorteplaats]

Geslacht : F (vrouwelijk)

Geslachtsnaam moeder : [achternaam 2]

Voornamen moeder : [voornaam 2]

Plaats van geboorte moeder : [plaats en land]

Dag van geboorte moeder : [geboortedatum 3].

3. De beoordeling

3.1 Bij het verzoekschrift heeft de advocaat van de vrouw de Franse geboorteakte, waaruit de erkenning door de man van de minderjarige blijkt, overgelegd. Namens de vrouw is gesteld dat het kind geen nationaliteit heeft en geen rechtmatig verblijf heeft in Nederland en dat zij er recht op en belang bij heeft dat het vaderschap van de minderjarige wordt vastgesteld. Daarmee kan de minderjarige de Nederlandse nationaliteit verkrijgen omdat de man de Nederlandse nationaliteit heeft.

3.2 De bijzondere curator heeft aangevoerd dat het hem gelet op de Franse geboorteakte ontgaat waarom het verzoek is ingediend.

3.3 Tijdens de eerste mondelinge behandeling heeft de vrouw gesteld dat er sprake is van een vergissing in het verzoekschrift en dat de minderjarige op [geboortedatum] niet in Frankrijk maar in [geboorteplaats] is geboren. De vrouw heeft ter onderbouwing van dit standpunt verwezen naar de Nederlandse geboorteakte.

3.4 Gezien het vorenstaande en de stukken heeft de rechtbank de officier van justitie verzocht te concluderen. De officier heeft vervolgens geconcludeerd tot nader onderzoek naar het standpunt van de ambtenaar van de burgerlijke stand te Rotterdam.

3.5 De ambtenaar van de burgerlijke stand heeft er in haar brief van 22 juni 2008 op gewezen dat de vrouw in Nederland ingeschreven heeft gestaan als [achternaam 2], [voornaam 2], geboren op [geboortedatum 3], terwijl zij in de Franse documenten [achternaam] heet en geboren zou zijn op [geboortedatum 2]. Volgens de ambtenaar zal de juiste identiteit van de moeder duidelijk moeten worden. Voor de zekerheid zou de geboorte geverifieerd kunnen worden in het ziekenhuis te Vierzon, maar volgens de ambtenaar van de burgerlijke stand is de Franse geboorteakte een rechtsgeldige geboorteakte. Daarom zal de Nederlandse geboorteakte doorgehaald moeten worden. Een gerechtelijke vaststelling van het vaderschap is dan niet nodig. De minderjarige blijkt immers al in Frankrijk te zijn erkend, waardoor er al een afstammingsrelatie bestaat met de man.

3.6 De officier heeft vervolgens onder meer geconcludeerd tot nader onderzoek naar de identiteit van de vrouw en de geboorteplaats van de minderjarige.

3.7 Tijdens de voortgezette behandeling op 20 november 2009 is gebleken dat er nog immer onduidelijkheid bestond over de geboorteplaats van de minderjarige. De vrouw gaf ter zitting aan dat de minderjarige in [geboorteplaats] is geboren. Zij en haar raadsman konden op geen enkele wijze het bestaan van de Franse geboorteakte, waarvan een kopie door hen zelf in het geding is gebracht, verklaren. Voorts toonde de vrouw ter zitting een kopie van een in de gemeente Dordrecht ten behoeve van de minderjarige verstrekt Nederlands paspoort en een authentiek lijkende identiteitskaart van de minderjarige. Ook hiervoor kon noch de vrouw noch de advocaat een verklaring geven.

3.8 De behandeling van de zaak is vervolgens opnieuw aangehouden, tot 1 februari 2010 pro forma. De advocaat van de vrouw werd in de gelegenheid gesteld de rechtbank en alle belanghebbenden nader te informeren over de authenticiteit van de door hem in het geding gebrachte Franse stukken en het belang bij toewijzing van het verzoek nader te onderbouwen. De rechtbank heeft vervolgens de behandeling van de zaak nog driemaal, op verzoek van de advocaat, pro forma aangehouden, laatstelijk tot 1 oktober 2010.

3.9 Ofschoon de advocaat van de vrouw ruimschoots in de gelegenheid is gesteld de rechtbank te informeren, heeft de rechtbank geen nadere schriftelijk informatie en/of onderbouwing van zijn standpunt ontvangen.

De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om opnieuw een mondelinge behandeling te bepalen, zoals de advocaat van de vrouw in eerdergenoemde brief van 18 oktober 2010 lijkt te verwachten, overigens zonder enige inhoudelijk onderbouwing. De rechtbank zal derhalve de zaak afdoen op de zich op dit moment in het dossier bevindende stukken.

3.10 Gelet op de in onderhavige procedure overgelegde geboorteakten van de minderjarige, waarvan er in ieder geval één niet op waarheid kan berusten, en het onverklaarde feit dat de minderjarige volgens de moeder reeds over een Nederlands paspoort beschikt, is er naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende duidelijkheid over de geboorteplaats en de identiteit van de minderjarige en over de identiteit van de vrouw om het verzoek te kunnen beoordelen.

Gelet hierop zal de rechtbank het verzoek afwijzen.

4. De beslissing

Wijst af het verzoek van de vrouw.

Deze beschikking is gegeven door mr. Marseille, rechter tevens kinderrechter, in bijzijn van mr. Ysebaert, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

Verklaart de griffier buiten staat deze

beschikking mede te ondertekenen.

Voor zover in deze beschikking een of meer eindbeslissingen zijn opgenomen, staat tegen deze beschikking hoger beroep open. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.

Door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de beschikking. Voor andere belanghebbenden geldt een termijn van drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden voor het instellen van hoger beroep.