Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2010:BP1417

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
01-12-2010
Datum publicatie
19-01-2011
Zaaknummer
342441 / HA ZA 09-3253
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

uitvoering reisovereenkomst; artikel 7:507 BW; artikel 12 ANVR-Reisvoorwaarden; inhoud overeenkomst; schadevergoeding

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RCR 2011/25
NJF 2011/115
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 342441 / HA ZA 09-3253

Uitspraak: 1 december 2010

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

1. mevrouw [eiser sub 1],

wonende te Bodegraven,

2. de heer [eiser sub 2],

wonende te Reeuwijk,

3. de heer [eiser sub 3],

wonende te Bergschenhoek,

eisers,

advocaat mr. A.H. Vermeulen,

- tegen -

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid OAD REIZEN B.V.,

gevestigd te Holten,

gedaagde,

advocaat mr. H.J.S.M. Langbroek.

Partijen worden hierna aangeduid als "[eisers]" respectievelijk "OAD".

1 Het verloop van het geding

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d. 10 november 2009 en de door [eisers] overgelegde producties;

- conclusie van antwoord, met producties;

- tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 13 januari 2010, waarbij een comparitie van partijen is gelast;

- proces-verbaal van de comparitie van partijen, gehouden op 2 september 2010.

2 De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voorzover van belang - het volgende vast:

2.1 [eisers] heeft op 5 juni 2008 via Toerkoop Reisbureau te Bodegraven een skivakantie geboekt bij OAD op basis van halfpension voor in totaal 12 personen, voor een verblijf van 7 nachten van 14 tot en met 21 februari 2009 in Aktiv en Wellnesshotel Kohlerhof te Fügen, Oostenrijk (hierna: Hotel Kohlerhof). Geboekt zijn 3 familiekamers voor 3/4 personen. Op 22 juli 2008 is in aanvulling een vlucht geboekt voor 7 van de 12 personen. De totale reissom bedroeg € 7.849,75. (Dit geheel wordt hierna aangeduid als: de reisovereenkomst).

2.2 Op de reisovereenkomst zijn de ANVR-Reisvoorwaarden 2009 en 2010 (hierna: de Reisvoorwaarden) van toepassing. Deze voorwaarden vermelden onder meer het volgende:

“(…)

Artikel 2 Totstandkoming en inhoud overeenkomst (…)

7. Gegevens en voorbehouden in publicatie

a. Indien de overeengekomen reis is opgenomen in een publicatie van de reisorganisator maken

de hierin opgenomen gegevens mede deel uit van de overeenkomst. (…)

Artikel 12 Aansprakelijkheid en overmacht

1. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 10 en 11 is de reisorganisator verplicht tot uitvoering van de overeenkomst overeenkomstig de verwachtingen die de reiziger op grond van de overeenkomst redelijkerwijs mocht hebben.

2. Indien de reis niet verloopt overeenkomstig de in lid 1 bedoelde verwachtingen, is de reiziger verplicht daarvan zo spoedig mogelijk mededeling te doen aan de betrokkenen als bedoeld in

artikel 17 lid 1.

3. Indien de reis niet verloopt overeenkomstig de in lid 1 bedoelde verwachtingen, is de reisorganisator onverminderd het bepaalde in de artikelen 13,14 en 15 verplicht de eventuele schade van de reiziger te vergoeden, tenzij de tekortkoming niet aan de reisorganisator is toe te rekenen noch aan de persoon van wiens hulp hij bij de uitvoering van de overeenkomst gebruik maakt (…)

Artikel 13 Hulp en bijstand

1. a. De reisorganisator is naar gelang de omstandigheden verplicht de reiziger hulp en bijstand te

verlenen, indien de reis niet verloopt overeenkomstig de verwachtingen die deze op grond

van de overeenkomst redelijkerwijs mocht hebben. De daaruit voortvloeiende kosten zijn

voor rekening van de reisorganisator, indien de tekortkoming in de uitvoering van de

overeenkomst hem overeenkomstig artikel 12 lid 3 is toe te rekenen.

b. Indien de oorzaak aan de reiziger is toe te rekenen, is de reisorganisator tot verlening van

hulp en bijstand slechts verplicht voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden gevergd.

De kosten zijn in dat geval voor rekening van de reiziger.

2. Indien de reis niet verloopt overeenkomstig de verwachtingen die de reiziger op grond van de overeenkomst redelijkerwijs mocht hebben wegens omstandigheden die noch aan de reiziger noch aan de reisorganisator zijn toe te rekenen, draagt ieder zijn eigen schade.(…)”

2.3 De brochure van OAD voor het winterseizoen 2007/2008 vermeldt onder meer het volgende:

“(…) Het hotel bestaat uit 2 gedeelten die met elkaar verbonden zijn door een ondergrondse gang. (…)

Familiekamer: de ruime familiekamers voor 4 tot 6 personen zijn gelegen op ca. 200 meter afstand

van Aktiv en Wellnesshotel Kohlerhof. (…)”

2.4 De brochure van OAD voor het winterseizoen 2008/2009 vermeldt onder meer het volgende:

“(…) Het hotel bestaat uit 2 gedeelten die met elkaar verbonden zijn door een ondergrondse gang. De

familiekamers bevinden zich in het hotel of liggen in het bijgebouw op ca. 200 meter afstand. (…)

Familiekamer: de ruime familiekamers voor 4 of 6 personen zijn gelegen op ca. 200 meter afstand

van Aktiv en Wellnesshotel Kohlerhof of in het hoofdgebouw (…)”

2.5 Hotel Kohlerhof bestaat uit 2 delen, verbonden door een ondergrondse gang en daarnaast uit een landhuis op 200 meter afstand. Gasten die logeren in het landhuis kunnen gebruik maken van alle hotelfaciliteiten. De door [eisers] geboekte familiekamers bevonden zich in het landhuis.

2.6 Na aankomst in Hotel Kohlerhof op 14 februari 2009 heeft [eisers] de sleutels ingeleverd bij Hotel Kohlerhof en is zij van 14 tot en met 21 februari 2009 verbleven in Hotel Crystal te Fügen in vijf 2-persoonskamers. De door [eisers] in Hotel Kohlerhof geboekte kamers zijn wederverhuurd aan derden.

2.7 Bij brief d.d. 17 februari 2009 heeft mr. Breeman, advocaat te Rotterdam en één van de reisgenoten, namens [eisers] aan OAD onder meer het volgende bericht:

“(…) Mijn cliënten stellen u - nadat zij dat al op 14 februari 2009 via de locale reisleiding hadden gedaan - hierbij rechtstreeks in gebreke voor het niet nakomen van de hiervoor genoemde reisovereenkomsten en verlangen vergoeding van de door hen geleden en nog te lijden schade. Zij verzoeken u te bevestigen dat het door hen - met het oog op beperking van hun schade - als alternatief gekozen hotel Crystal kan worden beschouwd als een passende oplossing voor het gerezen probleem, waarvan de kosten voor rekening van OAD komen. (…)”

3 De vordering

De vordering luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

- OAD te veroordelen tot betaling aan eisers gezamenlijk, althans aan één van hen, van een bedrag van € 7.785,50 met rente vanaf 21 februari 2009;

- OAD te veroordelen tot betaling aan eisers gezamenlijk, althans aan één van hen, van een bedrag van € 1.121,39 te vermeerderen met de wettelijke rente;

- OAD te veroordelen tot betaling aan eisers gezamenlijk, althans aan één van hen, van een bedrag van € 1.336,03, althans € 768,- te vermeerderen met de wettelijke rente;

- OAD te veroordelen in de kosten van dit geding.

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft [eisers] aan de vordering de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

3.1 OAD is op grond van artikel 7:507 BW toerekenbaar tekort geschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten reisovereenkomst door op 14 februari 2009 geen passende kamers met bijbehorende voorzieningen in Hotel Kohlerhof zelf aan te bieden maar slechts appartementen gelegen op ruim 200 meter afstand van Hotel Kohlerhof in een afzonderlijk landhuis zonder de gebruikelijke hotelvoorzieningen.

3.2 [eisers] heeft bij de boeking benadrukt dat zij voor dit hotel gekozen heeft in verband met de mogelijkheid dat de kinderen zelfstandig de hotelfaciliteiten konden gebruiken en vanwege het feit dat zowel de kamers als de faciliteiten zich alle in één gebouw bevonden.

3.3 In de week voor het vertrek heeft [eisers] nogmaals navraag laten doen bij OAD om te controleren dat de geboekte kamers zich inderdaad in het hotel bevonden. Dit bleek volgens OAD inderdaad het geval. OAD heeft tijdens het telefoongesprek op geen enkele wijze aangegeven dat de kamers in een afgelegen landhuis lagen.

3.4 De OAD-vertegenwoordigster ter plaatse, mevrouw Anja van den Boogaard (hierna: Van den Boogaard) heeft zich onvoldoende ingespannen om het probleem op te lossen en een passende accommodatie te regelen, zodat OAD haar verplichtingen uit hoofde van artikel 7:507 lid 3 BW en artikel 13 van de Reisvoorwaarden heeft geschonden.

3.5 Zelfs indien geen sprake is van een toerekenbare tekortkoming als bedoeld onder 3.1, dan nog is OAD schadeplichtig doordat zij de kamers niet voor [eisers] ter beschikking heeft gehouden.

3.6 Ten gevolge van de toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de reisovereen-komst door OAD heeft [eisers] schade geleden ter hoogte van € 7.785,50 bestaande uit de kosten die [eisers] heeft moeten maken voor het verblijf in Hotel Crystal. Tevens heeft [eisers] schade geleden in de vorm van derving van het reisgenot omdat zij op 14 februari 2009 niet in de gelegenheid is geweest die dag daadwerkelijk als vakantiedag te gebruiken. Zij heeft uren doorgebracht in Hotel Kohlerhof, vergeefs wachtend op passende huisvesting en heeft toen op eigen initiatief passende hotelkamers geboekt in Hotel Crystal. Deze schade wordt begroot op 1/7 deel van de totale reissom zijnde € 7.849,75:7 = € 1.121,39.

3.7 [eisers] vordert betaling door OAD van buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van 15% van de hoofdsom derhalve € 1.336,03. Op grond van artikel 16 van de Reisvoorwaarden kan OAD bij niet tijdige betaling van een “geldelijke verplichting” een vergoeding vorderen van 15% van het gevorderde. Aangezien [eisers] thans dezelfde kosten buiten rechte maakt die OAD bij de incasso van haar vorderingen zou maken en [eisers] als consument de zwakkere partij in deze is, is het redelijk dat [eisers] hetzelfde incassotarief kan rekenen. Subsidiair vordert [eisers] vergoeding van de buitengerech-telijke kosten op basis van Voorwerk II, derhalve € 768,-.

4 Het verweer

Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van [eisers] in de kosten van het geding, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na vonnisdatum.

OAD heeft daartoe het volgende aangevoerd:

4.1 OAD heeft de reisovereenkomsten uitgevoerd conform de verwachtingen die [eisers] op grond daarvan redelijkerwijs mocht hebben. In Hotel Kohlerhof is [eisers] passende accommodatie geleverd, zodat OAD daarmee voldaan heeft aan haar verplichtingen. Van toerekenbaar tekortschieten is geen sprake.

De pakketreizen zijn geboekt en bevestigd op basis van de brochure voor het winterseizoen 2008/2009. Van die informatie diende [eisers] uit te gaan. Uit deze brochure blijkt ondubbelzinnig dat de familiekamers in het hoofdgebouw of op 200 meter afstand van Hotel Kohlerhof kunnen liggen. Van onduidelijkheid in de verstrekte informatie is geen sprake.

4.2 [eisers] heeft bij boeking niet benadrukt dat de kinderen zelfstandig gebruik moesten kunnen maken van de hotelfaciliteiten. De voorkeur ten aanzien van de ligging van de familiekamers is pas gebleken bij aankomst in het hotel. Aangezien [eisers] niet eerder heeft laten weten dat zij uitsluitend accommodatie in het hoofdgebouw wenste, kan OAD geen verwijt worden gemaakt. OAD heeft ten aanzien van de ligging geen toezegging aan [eisers] gedaan, de ligging van de kamers is niet besproken.

4.3 [eisers] heeft voorafgaand aan haar vertrek niet rechtstreeks navraag bij OAD gedaan of de familiekamers zich in het hoofdgebouw bevonden. Wel heeft OAD aan Toerkoop bevestigd dat de gereserveerde familiekamers een aparte slaapkamer hadden.

4.4 Voor zover de gereserveerde familiekamers in het landhuis op 16 februari 2009 niet langer beschikbaar waren, is dat aan [eisers] zelf te wijten.

Van den Boogaard, heeft alles gedaan wat redelijkerwijs van haar gevergd kon worden. Van den Boogaard kon geen andere geschikte accommodatie aanbieden en was daartoe ook niet verplicht. Hotel Kohlerhof heeft andere gasten in het hoofdgebouw gevraagd of zij wilden ruilen, in afwachting waarvan [eisers] in de gereserveerde familiekamers kon verblijven. [eisers] heeft dit niet afgewacht en heeft er voor gekozen om uit te checken en zelf een alternatieve accommodatie te boeken en heeft daarbij de indruk gewekt haar verblijf te willen voortzetten in Hotel Crystal. Daarmee is het verblijf in Hotel Kohlerhof geëindigd.

4.5 OAD betwist de hoogte van de door [eisers] gestelde schade. De skipassen waren niet inbegrepen in de reissom. Voor zover OAD al aansprakelijk zou zijn, dient het bedrag van € 1.370,- op de schadepost in mindering te worden gebracht. [eisers] had in Hotel Kohlerhof half pension geboekt. De door haar gemaakte dinerkosten in het restaurant van Hotel Crystal zijn het gevolg geweest van haar eigen keuze om Hotel Kohlerhof te verlaten. Deze kosten dienen voor eigen rekening van [eisers] te blijven.

[eisers] heeft geen recht op schadevergoeding wegens gederfd reisgenot, aangezien de op grond van artikel 7:510 BW vereiste toerekenbare tekortkoming van de zijde van OAD ontbreekt.

Voorts betwist OAD dat [eisers] een vakantiedag heeft verloren. [eisers] heeft hooguit enkele uren na aankomst in Hotel Kohlerhof gewacht tot er kamers in het hoofdgebouw zouden vrijkomen. [eisers] had zelf zeer snel een alternatieve accommodatie gevonden. Het gevorderde bedrag ad € 1.121,39 is onredelijk hoog.

4.6 OAD is geen buitengerechtelijk kosten aan [eisers] verschuldigd omdat OAD niet aansprakelijk gehouden kan worden. [eisers] kan zich als reiziger niet beroepen op artikel 16 van de ANVR Reisvoorwaarden aangezien dit artikel ziet op het geval waarin een reiziger niet tijdig aan een geldelijke verplichting jegens de reisorganisator voldoet.

Bovendien heeft [eisers] niet aannemelijk gemaakt dat de door haar gestelde kosten zijn gemaakt en dat deze kosten redelijk zijn.

5 De beoordeling

5.1 Tussen partijen is in geschil of OAD is tekortgeschoten in de uitvoering van de met [eisers] gesloten reisovereenkomst. Op grond van artikel 7:507 lid 1 BW en artikel 12 van de ANVR-Reisvoorwaarden is de reisorganisator verplicht tot uitvoering van de reisovereenkomst overeenkomstig de verwachtingen die de reiziger op grond van de reisovereenkomst redelijkerwijs mocht hebben. Indien de reis niet verloopt overeenkomstig deze verwachtingen, is de reisorganisator verplicht eventuele schade te vergoeden tenzij de tekortkoming niet aan hem is toe te rekenen.

5.2 De vraag is of [eisers] op grond van de door haar gesloten reisovereenkomst en de reisbrochure, die op grond van artikel 2 lid 7 van de reisvoorwaarden deel uitmaakt van de reisovereenkomst, ten aanzien van de familiekamers mocht verwachten dat deze gelegen waren in het hoofdgebouw, dan wel in dat gedeelte van het hotel dat bereikbaar was via de ondergrondse gang. [eisers] beroept zich op de tekst van de brochure 2007/2008 en heeft daartoe ter comparitie verklaard dat zij met deze brochure naar het reisbureau is gegaan, dat de boeking van de reis op dat moment nog niet voltooid kon worden omdat de nieuwe reisgids nog niet uit was en dat na het uitkomen van de nieuwe reisgids de boeking door een medewerkster van Toerkoop officieel is gemaakt. [eisers] stelt de nieuwe reisgids destijds niet te hebben ontvangen. Hoewel OAD zich op de brochure 2008/2009 beroept, betwist zij niet dat bij de boeking gebruik is gemaakt van de brochure 2007/2008 en betwist zij evenmin dat [eisers] de nieuwe reisbrochure 2008/2009 niet heeft ontvangen. De rechtbank gaat er vanuit dat de brochure 2007/2008 bij de boeking bepalend is geweest en deze tekst derhalve op de reisovereenkomst van toepassing is.

5.3 Tussen partijen staat op grond van de tussen hen gesloten reisovereenkomst vast dat 3 familiekamers voor 3/4 personen zijn geboekt. Voorts staat vast dat in de brochure 2007/2008 de tekst vermeld staat “Familiekamer: de ruime familiekamers voor 4 of 6 personen zijn gelegen op ca. 200 meter afstand van Activ en Wellnesshotel Kohlerhof.”

5.4 Op grond van de inhoud van de reisovereenkomst en de brochure 2007/2008 kan niet worden geoordeeld dat [eisers] met OAD ten aanzien van de familiekamers ligging in het hoofdgebouw is overeengekomen. De reisovereenkomst meldt over de ligging van de familiekamers immers niets, en uit de brochure moet worden opgemaakt dat de familiekamers op 200 meter afstand van het hotel liggen.

5.5 [eisers] beroept zich ter onderbouwing van haar stelling dat is overeengekomen dat de familiekamers zich zouden bevinden in het hoofdgebouw dan wel in een via een ondergrondse gang te bereiken bijgebouw op een telefoongesprek dat zij een week voor vertrek zou hebben laten voeren met OAD. In dat gesprek is volgens [eisers] door OAD bevestigd dat de kamers zich in het hotel bevonden, en is over een afgelegen landhuis niet gesproken. OAD heeft betwist dat zij een dergelijke mededeling heeft gedaan. De rechtbank is van oordeel dat [eisers] haar stellingen op dit punt onvoldoende heeft onderbouwd. Niet duidelijk geworden is immers wie het telefoongesprek met OAD heeft gevoerd, wat tijdens dat telefoongesprek precies is besproken, en hoe de vermeende mededeling door OAD “dat de kamers zich in het hotel bevonden” moet worden geduid. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat [eisers] ter gelegenheid van de comparitie van partijen desgevraagd heeft verklaard dat zij een week voor vertrek bij reisbureau Toerkoop is geweest om navraag te doen naar overboekingen, waarover zij berichten had gelezen op internet, en dat dit bezoek dus kennelijk niet tot doel had om bij OAD navraag te laten doen over de ligging van de familiekamers.

5.6 [eisers] beroept zich ter onderbouwing van haar stelling dat is overeengekomen dat de familiekamers zich zouden bevinden in het hoofdgebouw dan wel in een via een ondergrondse gang te bereiken bijgebouw op mededelingen die volgens haar gedaan zijn door reisbureau Toerkoop. Volgens [eisers] is tijdens haar bezoek aan reisbureau Toerkoop door de medewerkster van Toerkoop toegezegd dat het eventueel boeken van familiekamers in het bijgebouw geen punt was, omdat de kinderen dan via de ondergrondse gang eveneens zelfstandig naar het zwembad konden gaan. [eisers] stelt dat er tijdens haar gesprekken met Toerkoop nooit gesproken is over het bestaan van een apart landhuis op 200 meter afstand van het hotel.

OAD betwist dat tijdens de boeking gesproken is over de ligging van de kamers en dat dienaangaande een toezegging is gedaan.

Gezien de gemotiveerde betwisting door OAD zal [eisers] worden toegelaten tot het bewijs van haar stelling dat tijdens haar bezoek aan reisbureau Toerkoop door de medewerkster van Toerkoop is toegezegd dat het eventueel boeken van familiekamers in het bijgebouw geen punt was omdat de kinderen dan via de ondergrondse gang eveneens zelfstandig naar het zwembad konden gaan.

5.7 Indien [eisers] in het haar opgedragen bewijs slaagt, komt daarmee vast te staan dat is overeengekomen dat de familiekamers in het hoofdgebouw of eventueel in een bijgebouw waarbij het zwembad via een ondergrondse gang bereikbaar zou zijn, zouden liggen. Immers niet in geschil is dat reisbureau Toerkoop een hulppersoon van OAD is in de zin van artikel 7:507 lid 2 BW en de toezeggingen van Toerkoop als gevolg daarvan gelden als zijn gedaan door OAD zelf. [eisers] mocht in dat geval verwachten dat de door haar geboekte familiekamers zich bevonden in het hoofdgebouw dan wel in een gebouw dat door middel van een ondergrondse gang verbonden was met het hoofdgebouw. Door familiekamers aan te bieden in het landhuis gelegen op 200 meter afstand van het hotel heeft OAD de overeenkomst in dat geval niet uitgevoerd overeenkomstig de verwachtingen die [eisers] op grond van de reisovereenkomst redelijkerwijs mocht hebben. Derhalve is dan sprake van een tekortkoming in de zin van artikel 7:507 lid 1 BW en artikel 12 lid 1 van de ANVR-Reisvoorwaarden die aan OAD toegerekend moet worden. Uit hoofde van artikel 7:507 lid 2 BW alsmede op grond van artikel 12 lid 3 van de ANVR-Reisvoorwaarden is OAD als reisorganisator in dat geval verplicht de door [eisers] ten gevolge van die toerekenbare tekortkoming geleden schade te vergoeden.

5.8 [eisers] vordert als schade een bedrag van € 7.785,50 ter vergoeding van de kosten die zij gemaakt heeft voor haar verblijf in Hotel Crystal. Ter onderbouwing van deze kosten heeft [eisers] een drietal facturen van Hotel Crystal overgelegd. Ter comparitie heeft [eisers] het gevorderde factuurbedrag ad € 7.785,50 verminderd met de kosten voor de skipassen ad € 1.370,-, zodat [eisers] thans nog een bedrag vordert van € 6.415,50. Indien [eisers] in het haar opgedragen bewijs slaagt, acht de rechtbank dit bedrag voor toewijzing vatbaar en overweegt daartoe als volgt.

Vast staat dat [eisers] direct na aankomst in Hotel Kohlerhof bij [X] geklaagd heeft over de niet in overeenstemming met de reisovereenkomst aangeboden accommodatie. Eveneens staat vast dat OAD niet in staat is gebleken een passende accommodatie met vergelijkbare hoeveelheid bedden aan te bieden.

In die omstandigheden komen de door [eisers] gemaakte overnachtingskosten in Hotel Crystal voor vergoeding in aanmerking. De rechtbank betrekt in dit oordeel dat de voorzieningen in Hotel Crystal kennelijk, hetgeen OAD niet betwist, van gelijkwaardig niveau zijn als in Hotel Kohlerhof. Aangezien [eisers] voor de duur van 7 nachten een zogenaamde pakketreis heeft geboekt en de reissom gedurende de gehele reis eveneens diner op basis van halfpension omvatte, kon van [eisers] naar het oordeel van de rechtbank in redelijkheid niet verwacht worden dat zij het diner in Hotel Kohlerhof gebruikte, terwijl zij de nachten doorbracht in Hotel Crystal, zodat ook de gevorderde kosten die gemaakt zijn in het restaurant in geval van bewezenverklaring als schade zullen worden toegewezen.

5.9 Daarnaast vordert [eisers] een bedrag van € 1.121,39 in verband met één gederfde vakantiedag die zij begroot op 1/7 van de totale reissom. De rechtbank acht aannemelijk dat [eisers] door de ter plaatse aangetroffen situatie, gelet op de verklaring van [eiser sub 3] ter comparitie dat skiën op de middag van aankomst niet meer mogelijk was, een halve dag bezig is geweest met het hierop aanspreken van de reisorganisatie, zodat een halve gederfde vakantiedag toewijsbaar is. De rechtbank acht derhalve 50 % van het gevorderde bedrag van € 1.121,39, ofwel € 560,70, toewijsbaar in geval [eisers] slaagt in de bewijslevering.

5.10 Tevens vordert [eisers] de buitengerechtelijke kosten, primair begroot op een bedrag van € 1.336,03 en gebaseerd op artikel 16 van de reisvoorwaarden. Dit artikel geeft echter de reisorganisatie bij niet tijdige betaling van een geldelijke verplichting de mogelijkheid om van de reiziger een vergoeding te vorderen voor buitengerechtelijke incassokosten gelijk aan 15% van het gevorderde bedrag. [eisers] kan zich als reiziger dan ook niet beroepen op dit artikel zodat de door haar primair gevorderde buitengerechtelijke kosten ad € 1.336,03 zullen worden afgewezen. De subsidiair op basis van Voorwerk II gevorderde buitengerechtelijke kosten zullen eveneens worden afgewezen, nu onvoldoende is gesteld en evenmin is gebleken dat het gaat om verrichtingen die meeromvattend zijn dan de verrichtingen waarvoor de in de artikelen 237-240 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bedoelde kosten een vergoeding plegen in te sluiten.

5.11 Indien [eisers] niet in het haar opgedragen bewijs slaagt, komt daarmee niet vast te staan dat tussen partijen is overeengekomen dat de geboekte kamers in het hoofdgebouw zouden liggen, dan wel in een bijgebouw dat door middel van een ondergrondse gang met het hoofdgebouw verbonden is. In die omstandigheden is van een toerekenbare tekortkoming aan de zijde van OAD geen plaats.

5.12 [eisers] heeft nog betoogd dat zelfs indien geen sprake zou zijn van een toerekenbare tekortkoming, OAD desondanks schadeplichtig is omdat zij de kamers niet voor [eisers] ter beschikking heeft gehouden. Dit betoog kan niet slagen. Vast staat immers (zie dagvaarding onder 2.9) dat [eisers] de sleutels op 14 februari 2009 aan Hotel Kohlerhof heeft geretourneerd en is vertrokken zonder het maken van nadere afspraken over het vervolg. Hieruit heeft OAD naar het oordeel van de rechtbank mogen afleiden dat [eisers] geen prijs meer stelde op ingebruikneming van de in Hotel Kohlerhof aangeboden accommodatie. Daarmee is de plicht om deze accommodatie beschikbaar te houden voor [eisers] komen te vervallen.

5.13 In afwachting van de bewijslevering houdt de rechtbank iedere verdere beslissing aan.

6 De beslissing

De rechtbank,

alvorens verder te beslissen,

draagt [eisers] op het bewijs dat tijdens haar bezoek aan reisbureau Toerkoop door de medewerkster van Toerkoop is toegezegd dat het eventueel boeken van familiekamers in het bijgebouw geen punt was omdat de kinderen dan via de ondergrondse gang eveneens zelfstandig naar het zwembad konden gaan;

bepaalt dat indien [eisers] dit bewijs wil leveren door het doen horen van getuigen, deze zullen worden gehoord in het gebouw van deze rechtbank voor de rechter mr. F. Aukema-Hartog;

bepaalt dat de advocaat van [eisers] binnen twee weken na vonnisdatum aan de rechtbank - sector civiel recht, afdeling planningsadministratie, kamer E 12.43, Postbus 50954, 3007 BR Rotterdam - opgave moet doen van de voor te brengen getuigen en de verhinderdata van de betrokkenen aan haar zijde in de maanden januari tot en met maart 2011 en dat de advocaat van OAD binnen dezelfde periode opgave moet doen van de verhinderdata van de betrokkenen aan haar zijde in dezelfde periode, waarna dag en uur van de verhoren zullen worden bepaald;

bepaalt dat het aan de hand van de opgaven vastgestelde tijdstip, behoudens dringende redenen, niet zal worden gewijzigd;

houdt iedere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. F. Aukema-Hartog.

Uitgesproken in het openbaar.

1158/548