Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2010:BO8124

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
14-07-2010
Datum publicatie
21-12-2010
Zaaknummer
304490 / HA ZA 08-887
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzekering mobiele telefoons KPN. Verantwoording. Informatieplicht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 304490 / HA ZA 08-887

Vonnis van 14 juli 2010

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KPN MOBILE THE NETHERLANDS B.V.,

gevestigd te 's-Gravenhage,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. W.A.M. Rupert,

tegen

1. de naamloze vennootschap

GENERALI SCHADEVERZEKERING MAATSCHAPPIJ N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. de naamloze vennootschap

NASSAU VERZEKERING MAATSCHAPPIJ N.V.,

gevestigd te Rotterdam,

3. de naamloze vennootschap

FORTIS CORPORATE INSURANCE N.V.,

gevestigd te Amstelveen,

4. de naamloze vennootschap

AIG EUROPE (NETHERLANDS) N.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagden in conventie,

eiseressen in reconventie,

advocaat mr. M.R. Lauxtermann.

Partijen zullen hierna KPN en verzekeraars genoemd worden.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 15 juli 2009 en de daarin genoemde stukken,

- het proces-verbaal van de comparitie van partijen van 10 december 2009 en de daarin genoemde brieven,

- de akte van depôt van 10 december 2009.

2. De verdere beoordeling, in conventie en in reconventie

2.1. Inleiding

2.1.1. In voormeld tussenvonnis is onder andere overwogen en beslist dat KPN gehouden is verzekeraars volledig inzicht te geven in alle informatie - ten aanzien van de gehele contractsperiode - over de schadegevallen en over de verschuldigde premies en verrichte premiebetalingen. Voor de verstrekking en bespreking van de hiervoor bedoelde gegevens is een comparitie van partijen gelast .

Voor de verdere beoordeling, met name ook ten aanzien van de stelplicht en bewijslast, zijn als mogelijk relevante omstandigheden van het geval genoemd: het grote aantal claims, de periode waarin deze zijn ingediend en de mate waarin verzekeraars en/of Marsh zich actief hebben opgesteld ten aanzien van de schadebehandeling en -afwikkeling. Als het gaat om de vraag voor wiens risico het komt indien bepaalde gegevens ontbreken, is gewezen op de omstandigheden dat gedurende (een deel van) de looptijd van de verzekeringsovereenkomst, en mogelijk ook daarna, door KPN informatie is verstrekt aan Marsh, dat Marsh ook is opgetreden als vertegenwoordiger / hulppersoon van verzekeraars toen schade werd geclaimd en dat Marsh verzekeraars niet adequaat heeft geïnformeerd.

2.1.2. In het vorige tussenvonnis is verder onder andere overwogen dat KPN zich in een later stadium van de procedure nog dient uit te laten over:

a. de vraag of haar deelvorderingen onder A en B aldus moeten worden begrepen dat deze in totaal een bedrag van € 3.310.680,= belopen , en

b. de vraag of zij in deze procedure consequenties wenst te verbinden aan haar stelling dat Marsh een bedrag van € 1.922.324,00 bij haar in rekening heeft gebracht wegens premie, met de opmerking dat zij dit bedrag nog niet aan Marsh heeft voldaan, doch heeft verrekend met haar vorderingen op verzekeraars .

Verder is overwogen dat partijen in een later stadium van de procedure hun standpunt nader kunnen uiteenzetten over de stellingen van verzekeraars dat Marsh hen niet adequaat heeft geïnformeerd en dat die gebrekkige informatievoorziening door Marsh is toe te rekenen aan KPN .

2.1.3. Ter comparitie is vastgesteld dat de verlangde gegevens niet zijn verstrekt door KPN. De (on)mogelijkheid tot verstrekking van nadere informatie is besproken. Daarbij is onderscheiden tussen gegevens over de schadegevallen en gegevens over de premies. Tegen deze achtergrond vindt nu de verdere beoordeling van het geschil plaats.

2.2. Verstrekking van nadere informatie over de schadegevallen?

2.2.1. Ter comparitie heeft KPN ten aanzien van de schadegevallen de toelichting gegeven dat zij verzekeraars een harde schijf met gegevens heeft verstrekt (waarvan een kopie ter griffie is gedeponeerd), bestaande in "onderliggende stukken" die betrekking hebben op de eerder door KPN verstrekte overzichten. Het gaat hierbij om identiteitsbewijzen, processen-verbaal van aangifte en dergelijke. KPN heeft aangevoerd dat het probleem is dat er op de schijf een gigantische hoeveelheid documenten staat waarin niet geautomatiseerd kan worden gezocht. Handmatig zoeken is volgens KPN een praktisch onhaalbare klus, het opnieuw bouwen van een geschikt computersysteem een te kostbare methode. Het oude computersysteem (het gaat hier om hardware) was een eigen KPN-systeem. Dit oude systeem is in mei 2002 buiten gebruik gesteld, waarbij de "zoekschil" is overgezet in een ander, modern systeem en waarbij de oude data op beeldplaat zijn gezet. Deze oude data zijn nu (tegen circa € 30.000 aan kosten) op een harde schijf gezet maar kunnen niet in de nieuwe "schil" worden opgeroepen.

Verzekeraars hebben, onder verwijzing naar het memo van 4 december 2009 van Generali, gevoegd bij de fax van 9 december 2009, geconcludeerd dat er niets kan worden gedaan met de overgelegde bestanden op de harde schijf. Verzekeraars concluderen dat KPN niet de gevraagde gegevens in het geding heeft gebracht.

2.2.2. Ter comparitie heeft KPN verder gesteld - hetgeen verzekeraars niet hebben bestreden - dat het praktisch niet uitvoerbaar is aan de hand van een steekproef op de miljoenen documenten op de harde schijf meer zicht te krijgen op een als "foutenmarge" te hanteren percentage.

2.2.3. De rechtbank stelt vast dat partijen het erover eens zijn dat de thans verstrekte gegevens dermate omvangrijk in aantal zijn - het zou gaan om circa 3,5 miljoen bestanden - dat deze bij gebreke van een geautomatiseerd zoeksysteem als niet toegankelijk en daarom als onbruikbaar in deze procedure moeten worden beschouwd. De hiervoor bedoelde "onderliggende stukken" zijn derhalve niet voor verificatiedoeleinden beschikbaar.

Deze vaststelling roept de navolgende vragen op:

a. welke conclusie dient uit deze vaststelling te worden getrokken ten aanzien van de vraag of / in hoeverre KPN aan haar gehoudenheid tot verstrekking van informatie heeft voldaan?

b. wat zijn de consequenties hiervan in het licht van de verplichting van KPN om rekening af te leggen ter zake van de ten laste van verzekeraars gemaakte kosten, alsmede in het licht van de in beginsel op KPN rustende stelplicht en bewijslast ter zake van haar vordering ?

(ad a)

2.2.4. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het op de weg van KPN gelegen om als goed opdrachtneemster van verzekeraars alle door haar ter zake van schadegevallen geregistreerde gegevens voor verificatiedoeleinden ten behoeve van verzekeraars te bewaren. Het gaat er - bij gebreke van desbetreffende aanwijzingen zijdens verzekeraars - niet om of KPN de juiste / voldoende gegevens heeft geregistreerd, maar om het beschikbaar houden van gegevens waarvan KPN het klaarblijkelijk (ook) zelf noodzakelijk en/of wenselijk heeft geacht deze te registreren in het kader van de schadeclaims van haar klanten.

Het voorgaande impliceert een gehoudenheid deze gegevens op zodanige wijze te bewaren dat verzekeraars hiervan daadwerkelijk gebruik kunnen maken voor de verificatie van de ingediende schadeclaims. Nu vastgesteld is dat de door KPN geregistreerde gegevens als niet toegankelijk en daarom als onbruikbaar moeten worden beschouwd, concludeert de rechtbank dat KPN niet, althans niet volledig, heeft voldaan en niet zal kunnen voldoen aan haar gehoudenheid tot verstrekking van informatie.

Een door KPN gedaan aanbod om door middel van getuigen te bewijzen dat de schadebehandeling volgens de regels van het mastercontract heeft plaatsgevonden, wordt in dit kader door de rechtbank gepasseerd, nu het aangeboden bewijs niet tot verificatie van de individuele schadeclaims kan leiden.

(ad b)

2.2.5. KPN heeft ter comparitie gesteld dat het oude systeem in mei 2002 buiten gebruik is gesteld en dat zij pas daarna, in de loop van 2002, bekend is geworden met de omstandigheid dat verzekeraars al waren gestopt met betalen sinds mei 2001. Ter toelichting hierop heeft KPN aangevoerd dat de gang van zaken is geweest dat Marsh op een gegeven moment belde met de vraag of premienota's nog wel nodig waren nu de schade de premie ging overstijgen en of niet met boekingen in rekening-courant kon worden volstaan, hetgeen vervolgens zo is uitgevoerd, aldus KPN. KPN stelt dat zij pas in een later stadium door Marsh er over is geïnformeerd dat verzekeraars niet meer betaalden en dat zij op enig moment geen geld meer kreeg van Marsh. KPN heeft geconcludeerd dat het stoppen met betalen door verzekeraars aanvankelijk uitsluitend bij Marsh bekend was.

Aan de processtukken van KPN ontleent de rechtbank verder dat KPN heeft gesteld:

- dat de schadebedragen vanaf april 2000 de premie overstegen en dat, tot het moment waarop verzekeraars de betalingen stopzetten, de uitkeringen met de premie werden verrekend ;

- dat de verzekeraars haar nooit, mondeling of schriftelijk, hebben verzocht om volledige inzage in alle gegevens (als bedoeld in de conclusie van antwoord, onder 14), doch slechts om verstrekking van de schadegegevens over 2001, waaraan KPN heeft voldaan .

Verzekeraars hebben ter comparitie aangevoerd dat zij in 2001 signalen aan Marsh hebben afgegeven over de toenemende schadelast en dat aangenomen moet worden dat Marsh dit toen aan KPN heeft doorgegeven. Vervolgens hebben verzekeraars in de zomer van 2002 een "berg" schadenota's ontvangen, teruggaande tot mei 2001, waarna de discussie tussen partijen is aangezwengeld, aldus verzekeraars.

Aan de processtukken van verzekeraars ontleent de rechtbank dat verzekeraars stellen dat zij vanaf 2000 KPN en/of Marsh om gegevens hebben gevraagd, alsmede dat zij op enig moment na de zomer van 2000 via Marsh informatie ontvingen waaruit bleek dat het resultaat slecht was, hetgeen met Marsh is besproken, waarna KPN niet althans niet tijdig benodigde informatie heeft verstrekt .

2.2.6. Naar het oordeel van de rechtbank komt het op de navolgende gronden in beginsel voor risico van KPN dat zij door het in mei 2002 buiten gebruik stellen van het computersysteem thans niet meer in staat is de benodigde schadegegevens te produceren.

In de eerste plaats is niet gesteld of gebleken dat het niet mogelijk was om het oude systeem nog operationeel te houden. In de tweede plaats zijn geen concrete feiten en omstandigheden gesteld of gebleken op grond waarvan KPN op het moment dat zij het systeem buiten gebruik stelde, er op mocht vertrouwen dat er geen vragen zijdens verzekeraars waren gerezen of zouden kunnen rijzen over de gegevens die alleen met dat systeem konden worden ontsloten. Evenmin is gesteld of gebleken dat KPN zich er tijdig van heeft vergewist of de opdrachtgever, verzekeraars, zou kunnen instemmen met het buiten werking stellen van het computersysteem.

Gelet hierop komt geen betekenis toe aan de door KPN ter comparitie opgeworpen vraag wat van KPN mocht worden verlangd, bij gebreke van instructies van verzekeraars, (onder andere) ten aanzien van de bewaartermijn. Het enkele tijdsverloop tussen einde contract (juli 2001) en het buiten gebruik stellen van het systeem is te kort om KPN ontslagen te achten uit haar bewaarplicht.

De omstandigheid dat KPN niet in staat is nadere informatie te verstrekken over de schadegevallen komt derhalve in beginsel voor haar risico. Niet uit te sluiten valt dat dit op grond van bijzondere omstandigheden (in enige mate) uitzondering zou moeten lijden. Uit het voorgaande volgt echter dat de rechtbank niet is gebleken van dergelijke bijzondere omstandigheden.

2.2.7. Hiervan uitgaande stelt de rechtbank vast dat KPN niet volledig heeft voldaan aan haar verplichting om rekening af te leggen en dat zij haar vorderingen, mede gelet op de betwisting door verzekeraars, niet van een onderbouwing door middel van onderliggende gegevens over de schadegevallen kan voorzien. Weliswaar blijkt uit de stellingen van partijen en de overgelegde stukken dat KPN diverse (maand)overzichten aan Marsh en later aan verzekeraars heeft verstrekt, doch de betekenis hiervan - ook reeds voor het aantal schadeclaims - is geringer indien de gegevens niet kunnen worden gecontroleerd aan de hand van onderliggende stukken.

2.2.8. KPN heeft ter comparitie aangevoerd dat het niet zo kan zijn dat verzekeraars helemaal niets hoeven te betalen indien er feitelijk geen (verdere) verantwoording kan worden afgelegd door KPN. Volgens verzekeraars moet de consequentie zijn dat niet kan worden vastgesteld dat er schade onder de dekking valt die kan worden verrekend met de verschuldigde premie, zodat er voor verzekeraars zelfs een batig saldo kan zijn ontstaan.

2.2.9. Naar het oordeel van de rechtbank dient aan voormeld oordeel (dat KPN niet volledig heeft voldaan aan haar verplichting om rekening af te leggen en dat zij haar vorderingen niet nader kan onderbouwen) niet de consequentie te worden verbonden dat KPN (in het geheel) geen recht op vergoeding heeft. Dit zou op grond van het navolgende onvoldoende recht doen aan de feitelijke omstandigheden en zou geen redelijke uitvoering zijn van de tussen partijen gesloten overeenkomst.

De rechtbank leidt uit het betoog van KPN af dat zij de aan Marsh afgelegde verantwoording voldoende heeft geacht. De rechtbank heeft al beslist dat dit niet in de weg staat aan de gehoudenheid van KPN om alle informatie aan verzekeraars te verstrekken. Daarbij is overwogen dat er onvoldoende concrete feiten en omstandigheden zijn gesteld voor de conclusie dat Marsh zonder voorbehoud namens verzekeraars heeft ingestemd met de door KPN gepresenteerde (premieverplichtingen en) ingediende claims en/of namens verzekeraars afstand heeft gedaan van het recht (nadere) rekening en verantwoording te vragen . Ook ter comparitie zijn dergelijke feiten en omstandigheden niet gesteld.

Dit laat echter onverlet dat het accepteren van schadeclaims door Marsh en de hierop volgende handelwijze van KPN ook ten dele voor risico van verzekeraars dient te komen. Vaststaat immers dat Marsh ook is opgetreden als vertegenwoordiger / hulppersoon van verzekeraars bij de schadeafwikkeling.

Verder geldt dat voor zover Marsh verzekeraars niet (volledig) heeft geïnformeerd, dit voor risico van beide partijen komt. Dit is de consequentie van de omstandigheid dat Marsh vertegenwoordiger / hulppersoon van beide partijen is geweest.

2.2.10. Bij het voorgaande tekent de rechtbank aan dat het (schriftelijke) partijdebat niet toegespitst is geweest op eventuele bijzondere omstandigheden die (in enige mate) inbreuk zouden kunnen maken op voormeld uitgangspunt dat voor risico van KPN komt dat zij niet in staat is nadere informatie te verstrekken over de schadegevallen.

Hetzelfde geldt voor de omstandigheden die de rechtbank tot het oordeel hebben geleid dat, gelet op de positie van Marsh, een en ander ook ten dele voor risico van verzekeraars dient te komen (zie ook hiervoor, onder 2.1.2).

De rechtbank acht het voor het nemen van een definitieve beslissing op dit onderdeel wenselijk dat partijen nog in de gelegenheid worden gesteld zich hierover - desgewenst - uit te laten. De zaak zal daartoe naar de rol worden verwezen voor het nemen van een conclusie na tussenvonnis door KPN, waarna verzekeraars een antwoordconclusie na tussenvonnis kunnen nemen.

2.3. Verstrekking van nadere informatie over de premieplicht?

2.3.1. Ter comparitie heeft KPN (wederom) aangevoerd dat uit de boeken van verzekeraars de premiestand moet blijken als resultante van de financiële verhouding tussen verzekeraars en Marsh. KPN verzoekt overlegging door verzekeraars van deze gegevens. Verzekeraars hebben aangevoerd dat er op zichzelf geen bezwaar tegen bestaat om in deze procedure inzicht te geven in de rekening-courantverhouding tussen verzekeraars en Marsh, maar dat de boekingen in rekening-courant geen erkenning van betalingen inhouden en dat thans slechts van belang is de vaststelling van het saldo van premies en schades.

De rechtbank volgt verzekeraars in dit standpunt. Voor de beoordeling van de vorderingen van KPN is niet bepalend de rekening-courantverhouding tussen verzekeraars en Marsh. Ten aanzien van de premieplicht zou daaruit hooguit kunnen worden afgeleid wat volgens Marsh per periode (per maand) de door KPN verschuldigde premie is geweest, doch zonder nadere toelichting, die niet is gegeven door KPN, valt niet in te zien dat daarin een erkenning zijdens verzekeraars is gelegen waarop niet kan worden teruggekomen.

2.3.2. Ter comparitie is vervolgens gebleken dat de in artikel 3 van het mastercontract genoemde informatie door KPN is geregistreerd, dat deze informatie is bewaard en dat deze informatie, vanaf 1999, nog steeds toegankelijk is in de zogenoemde "zoekschil" van het huidige systeem.

KPN heeft de toelichting gegeven dat dit de gegevens betreft die ten grondslag hebben gelegen aan de maandelijkse premieopgaven, zodat aan de hand hiervan de maandelijkse premieopgaven opnieuw zouden kunnen worden opgesteld. Deze informatie is nog benaderbaar en KPN is bereid deze in het geding te brengen als zij daartoe gehouden wordt geacht, waarbij nog wel moet worden bekeken hoe gemakkelijk of moeilijk dat is.

2.3.3. De rechtbank heeft al beslist (zie hiervoor, onder 2.1.1) dat KPN gehouden is verzekeraars inzicht te geven in alle informatie - ten aanzien van de gehele contractsperiode - over (onder andere) de verschuldigde premies. De rechtbank acht KPN dan ook gehouden de desbetreffende gegevens alsnog te verstrekken en zal haar op de voet van artikel 22 Wetboek van burgerlijke rechtsvordering bevelen die gegevens te verstrekken. Niet valt in te zien dat het daarvoor nu te laat is in deze procedure, zoals verzekeraars hebben aangevoerd. Het is immers niet zo dat KPN kan volstaan met verstrekking van informatie in een (destijds) al beschikbare vorm. KPN wordt thans gehouden geacht voor het afleggen van rekening en verantwoording en ter onderbouwing van haar vordering de benodigde informatie uit het huidige systeem te destilleren ter reconstructie van de destijds gemaakte maandoverzichten.

De rechtbank gaat er van uit dat KPN de hier bedoelde informatie rechtstreeks ter beschikking zal stellen aan (de advocaat van) verzekeraars, voorzien van een deugdelijke toelichting, onder meer waar het betreft de koppeling naar de destijds verstrekte (maand)overzichten. De rechtbank gaat er voorts van uit dat daaruit tevens zal blijken hoe het als productie 23 bij dagvaarding overgelegde overzicht daarbij aansluit. Een resumé en de hiervoor bedoelde toelichting dient KPN bij conclusie na tussenvonnis in het geding te brengen.

2.4. Foutenmarge / (in)schatting ?

2.4.1. Het voorgaande roept de vervolgvraag op op welke wijze het geschil tussen partijen over de schadeclaims moet worden beslecht indien het uitgangspunt moet zijn dat het niet meer beschikbaar zijn van onderliggende schadegegevens voor risico van beide partijen dient te komen.

2.4.2. Ter comparitie is hier al even op ingegaan door partijen. Gesproken is over het al dan niet hanteren van een foutenmarge (uitgedrukt in een percentage) ten opzichte van de ingediende schadeclaims. Partijen zullen in de gelegenheid worden gesteld zich nader uit te laten over de vraag of op basis van een foutenmarge ten opzichte van de ingediende schadeclaims een verantwoorde beslissing kan worden genomen en over de vraag welk percentage dan redelijk is. Mogelijk zijn er (inmiddels) ervaringsgegevens beschikbaar (van andere verzekeraars en/of andere polissen?) die dienstbaar kunnen zijn aan het maken van een inschatting van een mogelijk te hanteren correctiepercentage op de schadeclaims. Voorts hebben partijen ter comparitie aansluiting gezocht bij de verhouding tussen het verzekeringselement en het service-/garantie-element in de inkomsten voor KPN uit de servicecontracten die zij met haar klanten sloot.

2.4.3. De rechtbank acht ook denkbaar dat een deskundigenbericht zinvol kan zijn om het geschil tussen partijen over de schadeclaims te beslechten. Een (branche)deskundige kan mogelijk op basis van ervaringsgegevens binnen bepaalde onzekerheidsmarges een inschatting maken van het schadebedrag dat redelijkerwijs te verwachten was in relatie tot de onderhavige premiebedragen in de in geding zijnde periode.

Partijen zullen in de gelegenheid worden gesteld zich uit te laten over hun visie op de wenselijkheid van een deskundigenbericht en over de modaliteiten van een eventueel deskundigenonderzoek (aantal, discipline en persoon of personen van de deskundige(n) / de voor te leggen vragen / de hoogte van een aanvaardbaar te achten voorschot). Partijen worden verzocht hierover in onderling overleg te treden en een - bij voorkeur eenparig - voorstel te doen over genoemde modaliteiten van een eventueel deskundigenonderzoek.

2.5. Claims SIM-kaarten van € 420.262,87 en "afkeur" van € 2.155.473,48

2.5.1. In het vorige tussenvonnis is aangegeven op welke gronden KPN deze twee posten claimt. KPN beroept zich er daarbij op dat Marsh zich (in september 2003) heeft kunnen vinden in deze posten.

2.5.2. Het ligt op de weg van KPN om ter nadere onderbouwing van deze deelvorderingen gemotiveerd aan te geven in hoeverre ten aanzien van deze posten de problematiek van ontbrekende gegevens en/of van de rol van Marsh een rol speelt. Verder is het de rechtbank niet duidelijk hoe de post wegens "afkeur" zich verhoudt tot reeds in de deelvorderingen A en B opgenomen claims wegens "handlingskosten" of reparatiekosten bij total loss .

Het is vervolgens aan verzekeraars om in hun reactie hierop het verweer tegen deze twee te onderscheiden kostenposten nader te motiveren en te onderbouwen.

2.6. Overzicht schades en premies

2.6.1. In het ideale geval leidt het voorgaande ertoe dat voor de gehele contractsperiode een overzicht kan worden opgemaakt van per maand verschuldigde premie enerzijds en te vergoeden schade anderzijds, zoals voor een deel van de contractsperiode door KPN is beoogd in productie 23 bij dagvaarding.

2.6.2. Daarna zou aan de hand van de feitelijk verrichte betalingen / verrekeningen moeten worden vastgesteld wat het resterende saldo is. Daarbij is op zichzelf alleen van belang welk bedrag in de verhouding tussen KPN en Marsh als saldo moet worden beschouwd van tussen hen plaatsgevonden verrekeningen en/of betalingen. De rechtbank heeft hierin geen inzicht. Het ligt op de weg van KPN dit inzicht, gemotiveerd en onderbouwd, te verstrekken.

Het is denkbaar dat in de relatie tussen Marsh en verzekeraars niet dezelfde verrekeningen en/of betalingen hebben plaatsgevonden. Het ligt op de weg van verzekeraars daarop desgewenst in te gaan.

2.7. Verder procesverloop

2.7.1. Om partijen in de gelegenheid te stellen zich nader uit te laten als hiervoor aangegeven zal de zaak (op een ruime termijn) naar de rol worden verwezen voor het nemen van een conclusie na tussenvonnis door KPN, waarna verzekeraars in de gelegenheid zullen zijn een antwoordconclusie te nemen. Op verzoek van beide partijen zal aansluitend een comparitie van partijen worden gelast om een en ander zonodig te verduidelijken en om te bespreken of de zaak in onderling overleg door een schikking kan worden beëindigd. In dat geval worden partijen verzocht een concept-overzicht als hiervoor onder 2.6.1 bedoeld aan de comparitierechter te sturen.

2.7.2. Partijen krijgen - resumerend - de gelegenheid zich nader uit te laten als hiervoor aangegeven onder:

a. 2.1.2: de vorderingen van KPN (zie 2.1.2 onder a en b),

b. 2.2.10: risico’s voor partijen,

c. 2.3.3: gegevens premieplicht,

d. 2.4.2: foutenmarge,

e. 2.4.3: (in)schatting door een deskundige / modaliteiten deskundigenbericht,

f. 2.5.2: claims SIM-kaarten en "afkeur",

g. 2.6.2: saldo KPN - Marsh,

h. 2.7.1: eventuele comparitie van partijen, met een (concept) financieel overzicht.

Partijen worden verzocht deze opsomming en volgorde te hanteren in de te nemen conclusies.

2.7.3. Verdere beslissingen worden in afwachting van deze conclusiewisseling en een eventuele comparitie aangehouden.

3. De beslissing

De rechtbank, in conventie en in reconventie,

verwijst de zaak naar de rol van woensdag 27 oktober 2010 voor het nemen van een conclusie na tussenvonnis door KPN als bedoeld in overweging 2.7.2;

beveelt KPN de (premie)gegevens te verstrekken als hiervoor onder 2.3.3 aangegeven;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.A.M. Cooijmans, mr. C. Bouwman en mr. T. Veling en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2010.?

[1694 / 1729 / 1980]