Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2010:BO7257

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
24-11-2010
Datum publicatie
14-12-2010
Zaaknummer
338794 / HA ZA 09-2592
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontruiming woonruimte. Bepaling termijn ex art. 557a Rv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 338794 / HA ZA 09-2592

Uitspraak: 24 november 2010

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

de stichting STICHTING WOONSTAD ROTTERDAM,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres,

advocaat mr. R. Kokke,

- tegen -

[gedaagden],

gedaagden,

van wie verschenen is

[persoon 1],

wonende te [woonplaats],

advocaat mr. E.Th. Hummels.

Eiseres blijft aangeduid als “Woonstad”. De verschenen gedaagde blijft aangeduid als “[persoon 1]”.

1 Het verloop van het geding

1.1 De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 10 maart 2010 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;

- brief van de gemeente Rotterdam aan de rechtbank d.d. 13 juli 2010;

- akte aan de zijde van [persoon 1];

- antwoordakte.

1.2 De procedure heeft enige tijd op de parkeerrol gestaan in verband met een door de advocaat van [persoon 1] ingediend wrakingsverzoek. Bij beschikking van 3 augustus 2010 heeft de wrakingskamer van deze rechtbank het verzoek afgewezen.

2 De verdere beoordeling

2.1 Bij bovengenoemd tussenvonnis heeft de rechtbank gedaagden, onder wie [persoon 1], onder meer veroordeeld de aan Woonstad in eigendom toebehorende woning aan de [adres] te [woonplaats] (hierna: het pand) binnen drie dagen na betekening van dat vonnis, met alle personen en/of roerende zaken die zich van hunnentwege in het pand bevinden, te ontruimen en te verlaten. Voorts heeft de rechtbank bepaald dat deze veroordeling tot ontruiming van het pand niet ten uitvoer gelegd kan worden tot de rechtbank over het al dan niet bepalen van een termijn als bedoeld in artikel 557a lid 1 Rv heeft beslist. In verband daarmee heeft de rechtbank het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam bevolen de rechtbank te voorzien van inlichtingen die van belang kunnen zijn voor de bepaling van een termijn gedurende welke het gegeven bevel tot ontruiming niet ten uitvoer kan worden gelegd, een en ander als bedoeld in artikel 557a lid 2 Rv.

2.2 Bij de onder 1.1 bedoelde brief van 13 juli 2010 heeft de gemeente laten weten dat haar geen feiten of omstandigheden bekend zijn die van belang kunnen zijn voor de bepaling van de hier bedoelde termijn.

2.3 Bij akte heeft [persoon 1] op deze brief gereageerd. Hij heeft verzocht geen ontruimingstermijn te bepalen, nu volgens hem van enige noodzaak daartoe niet is gebleken. Voorts heeft hij gewezen op de omstandigheid dat het hier gaat om een uiterst wezenlijk belang, namelijk het hebben van een dak boven zijn hoofd. Bij antwoordakte heeft Woonstad op het betoog van [persoon 1] gereageerd.

2.4 Voorop gesteld moet worden dat de rechtbank [persoon 1] al bij tussenvonnis heeft veroordeeld het pand te ontruimen en ontruimd te houden. Aan dat oordeel is een afweging van de belangen van Woonstad (bij ontruiming) en van [persoon 1] (bij handhaving van zijn woonruimte) vooraf gegaan. De bij akte (opnieuw) aangevoerde omstandigheid dat [persoon 1] belang heeft bij behoud van een dak boven zijn hoofd kan dus in dit stadium van de procedure geen rol meer spelen. Het gaat nu nog uitsluitend om het al dan niet bepalen van een termijn gedurende welke de veroordeling tot ontruiming niet ten uitvoer kan worden gelegd.

2.5 Honorering van het verzoek van [persoon 1] om geen ontruimingstermijn te bepalen (omdat van enige noodzaak daartoe niet is gebleken) leidt er strikt genomen toe dat de veroordeling tot ontruiming direct ten uitvoer gelegd kan worden. Dat zal [persoon 1] niet hebben bedoeld. Aangenomen dat hij heeft bedoeld te betogen dat hij in het geheel niet tot ontruiming zou moeten worden veroordeeld, geldt dat ook dat betoog een gepasseerd station is.

2.6 Uit de door het college van burgemeester en wethouders gegeven inlichtingen blijkt niet van enige omstandigheid die zou moeten leiden tot het bepalen van een termijn als bedoeld in artikel 557a Rv. Nu het gaat om de woonruimte van [persoon 1] en van spoedeisend belang van Woonstad niet is gebleken (zie 5.12 van het tussenvonnis), ziet de rechtbank niettemin aanleiding een termijn als bedoeld in artikel 557a Rv te bepalen. Die termijn zal echter beperkt worden tot een week. [persoon 1] weet immers al sinds het tussenvonnis dat hij tot ontruiming is veroordeeld. Voor zover hij de maanden nadien niet heeft gebruikt om andere woonruimte te zoeken (waartoe hij mogelijkheden heeft, zie 5.7 van het tussenvonnis), komt dat voor zijn risico.

2.7 Bij tussenvonnis heeft de rechtbank gedaagden, onder wie [persoon 1], al veroordeeld in de proceskosten. Het vervolg van de procedure sinds dat vonnis geeft aanleiding het in dat kader begrote bedrag voor het advocatensalaris aan te vullen met € 226,= (een half punt vermenigvuldigd met het toepasselijke tarief).

3 De beslissing

De rechtbank,

bepaalt dat de in het vonnis van deze rechtbank d.d. 10 maart 2010 gegeven veroordeling tot ontruiming van het pand gedurende zeven dagen na heden niet ten uitvoer kan worden gelegd;

begroot het salaris voor de advocaat van Woonstad, tot vergoeding waarvan zij die verblijven in het pand, onder wie [persoon 1], bij voormeld vonnis zijn veroordeeld, in plaats van het in voormeld vonnis genoemde bedrag tot aan deze uitspraak op € 1.130,=;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling.

Uitgesproken in het openbaar.

1980/548