Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2010:BO7158

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
10-11-2010
Datum publicatie
14-12-2010
Zaaknummer
310804 / HA ZA 08-1712
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontvankelijkheid. Formele procespartij. Materiële procespartij. Vertegenwoordiging. Volmacht. Eneco Services vordert betaling van een bedrag dat Eneco Business aan gedaagde heeft gefactureerd. Aan de orde komt de vraag of Eneco Services bevoegd is om zelfstandig in rechte op te treden. Die vraag wordt bevestigend beantwoord aan de hand van de door Eneco Services in het geding gebrachte "volmacht", waaruit kan worden afgeleid dat Eneco Services en Eneco Business onmiskenbaar een last voor ogen heeft gestaan uit hoofde waarvan Eneco Services bevoegd is om als formele procespartij op eigen naam maar voor rekening en risico van Eneco Business een vordering in te stellen. Het belang van gedaagde om zich op de niet-ontvankelijkheid van Eneco Services te beroepen is erin gelegen te voorkomen dat hij, nadat hij zou worden veroordeeld de vordering aan de formele procespartij te betalen, ook door de materiële procespartij zou kunnen worden aangesproken voor betaling van die vordering. Dat belang is, gelet op de onderhavige "volmacht", voldoende gewaarborgd. Inhoudelijk is de vraag aan de orde of de gefactureerde bedragen juist zijn. Partijen zijn op de comparitiezitting overeengekomen dat gedaagde een metingonderzoek zal initiëren. Nu gedaagde dat vervolgens niet heeft gedaan, wordt uitgegaan van de juistheid van de in rekening gebrachte bedragen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 310804 / HA ZA 08-1712

Uitspraak: 10 november 2010

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ENECO SERVICES B.V., voorheen genaamd Eneco Energie Services B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres,

advocaat mr. J. Kneppelhout,

- tegen -

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. J.R. Maas.

Partijen worden hierna aangeduid als “Eneco” respectievelijk “[gedaagde]”.

1 Het verloop van het geding

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- de dagvaarding van 23 juni 2008, met producties;

- de conclusie van antwoord, met producties;

- het tussenvonnis van deze rechtbank van 24 september 2008, waarbij een comparitie van partijen is gelast;

- de akte uitlating partijen, tevens akte overlegging productie, van de zijde van Eneco;

- het proces-verbaal van de comparitie van partijen, gehouden op 29 oktober 2008;

- de conclusie van repliek, tevens houdende akte vermeerdering en wijziging van eis en akte overlegging producties;

- de conclusie van dupliek, met één productie;

- de akte uitlating productie van de zijde van Eneco van 12 augustus 2009;

- de akte overleggen productie van de zijde van Eneco van 26 augustus 2009;

- de antwoordakte van de zijde van [gedaagde] van 9 september 2009;

- de akte betreffende wijziging statutaire naam en handelsnaam eiseres, tevens overlegging producties, van de zijde van Eneco van 23 september 2009;

- de antwoordakte van de zijde van [gedaagde] van 7 oktober 2009;

- de akte van de zijde van Eneco van 4 november 2009;

- de rolbeschikking van 24 februari 2010;

- de akte overlegging producties van de zijde van Eneco van 7 april 2010;

- de antwoordakte van de zijde van [gedaagde] van 19 mei 2010.

2 De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voor zover van belang - het volgende vast.

2.1 Tussen Eneco Business B.V. (verder: Eneco Business, tot 1 juli 2008 Eneco Energiehandelsbedrijf geheten) en [gedaagde] hebben twee overeenkomsten bestaan ter zake van de levering van gas door Eneco Business ten behoeve van [gedaagde] op het adres van de door hem gehuurde bedrijfsruimte aan de [adres] te [plaats].

2.2 Tussen Stedin B.V. (verder: Stedin, tot 1 juli 2008 Eneco NetBeheer B.V. geheten) en [gedaagde] bestond een overeenkomst ter zake van het transport van gas.

2.3 Op de hiervoor onder 2.2 bedoelde overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van Stedin van toepassing. In die algemene voorwaarden is in artikel 13 bepaald dat, ingeval van twijfel over de juistheid van de meetinrichting en/of de meetgegevens, elk der partijen de erkende meetverantwoordelijke om opheldering kan verzoeken. Blijft er twijfel over de juistheid van de meetinrichting en/of meetgegevens bestaan, dan kan elk der partijen verlangen dat de meetinrichting en/of meetgegevens worden onderzocht door een voor beide partijen aanvaardbare andere erkende meetverantwoordelijke of een voor beide partijen aanvaardbare andere deskundige. Indien blijkt dat de meetinrichting en/of de meting niet juist zijn, zal een herberekening plaatsvinden.

2.4 [gedaagde] heeft bezwaar gemaakt tegen de hoogte van de door Eneco in rekening gebrachte bedragen en verschillende facturen onbetaald gelaten.

2.5 Op 8 april 2009 is door Eneco na verkregen verlof conservatoir beslag gelegd op aan [gedaagde] in eigendom toebehorende onroerende zaken.

3 Het geschil en de stellingen van partijen

3.1 De gewijzigde vordering luidt om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen tot betaling aan Eneco van € 30.180,64, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de vervaldata van de facturen tot aan de dag van algehele voldoening en met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de beslagprocedure en de kosten van het geding.

3.2 Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft Eneco aan de vordering - zakelijk weergegeven - de volgende stellingen ten grondslag gelegd.

3.2.1 Ter zake van de overeenkomst met klantnummer [klantnummer] is [gedaagde], ondanks sommaties, in gebreke gebleven met betaling van de factuur van 21 januari 2008 ad € 9.016,25. Ter zake van de overeenkomst met klantnummer [klantnummer 2] is [gedaagde] in gebreke gebleven met betaling van de facturen van 12 november 2008, 16 december 2008, 14 januari 2009, 25 februari 2009, 26 maart 2009, 17 april 2009, 14 mei 2009, 8 juni 2009 en 9 juni 2009 met een totaalbedrag van € 21.164,39.

3.2.2 Eneco verzorgt op basis van zogenaamde “service level agreements” (verder: SLA’s) de front- en backofficewerkzaamheden, zoals facturatie- en incassowerkzaamheden, ten behoeve van (onder meer) Eneco Business. Daarom is zij gerechtigd de onderhavige vordering op eigen naam in te stellen. Voor zover daarover anders zou worden geoordeeld is Eneco bevoegd zelfstandig in rechte op te treden op grond van een daartoe door Eneco Business verleende volmacht.

3.2.3 Ingevolge de Gaswet en de daaruit voortvloeiende Meetcode is elke afnemer verantwoordelijk voor het hebben van een goed functionerende meetinrichting en het inschakelen van een erkend meetbedrijf als meetverantwoordelijke. Het meetbedrijf is verantwoordelijk voor het onderhoud van de meetinrichting, het uitlezen van de meetgegevens en het doorgeven van de meetgegevens aan de netbeheerder. De netbeheerder is belast met het vaststellen van het daadwerkelijke verbruik van de afnemer. Eneco krijgt de meetgegevens van de netbeheerder aangeleverd en is gehouden conform die gegevens te factureren. Bij twijfel over de juistheid van de gegevens bieden de algemene voorwaarden van de netbeheerder een mogelijkheid tot onderzoek.

3.2.4 Per 31 maart 2008 is de (statutaire en handels)naam van Eneco gewijzigd van Eneco Energie Services B.V. in Eneco Services B.V.

3.3 Het verweer strekt tot niet-ontvankelijk verklaring van Eneco, althans tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van Eneco in de kosten van het geding.

3.4 [gedaagde] heeft daartoe - zakelijk weergegeven en voor zover van belang - het volgende aangevoerd.

3.4.1 Nu tussen partijen geen overeenkomst bestaat, is Eneco niet gerechtigd op eigen naam [gedaagde] in rechte te betrekken. Een SLA kan niet tegen [gedaagde] worden ingeroepen en Eneco kan niet hangende de procedure de hoedanigheid van gevolmachtigde aannemen. Een tweede grond voor niet-ontvankelijkheid van Eneco is erin gelegen dat de dagvaarding de onjuiste handelsnaam vermeldt.

3.4.2 Reeds enkele maanden na aanvang van de gasafname in augustus 2006 is geconstateerd dat het door Eneco in rekening gebrachte gasverbruik veel te hoog was en in geen enkele verhouding stond tot het verbruik. Door de opstelling in de gaskast is er onvoldoende leidinglengte aanwezig tussen reductiepunt en gasmeter, zodat het meetpunt zich in een turbulente gasstroom bevindt waardoor een onjuiste/onbetrouwbare meting plaatsvindt. Het verbruik is vervolgens over een periode van zeven maanden gecorrigeerd door Eneco, maar nadien is opnieuw een te hoog verbruik gefactureerd. Het is gewenst dat een onafhankelijk meetbedrijf (Gasunie) een onderzoek uitvoert met betrekking tot de juistheid van de in rekening gebrachte hoeveelheden verbruikt gas.

3.5 De stellingen van partijen worden, voor zover nodig, nader besproken bij de beoordeling van het geschil.

4 De beoordeling

4.1 Eneco heeft een uittreksel uit het Handelsregister met een Handelsregisterhistorie in het geding gebracht, waaruit blijkt dat de statutaire- en handelsnaam van Eneco op 31 maart 2008 is gewijzigd van Eneco Energie Services B.V. in Eneco Services B.V. Beide namen hebben aldus betrekking op één en dezelfde rechtspersoon. In dat geval is rectificatie van de tenaamstelling in de dagvaarding mogelijk als de vergissing voor [gedaagde] kenbaar was, hij door de vergissing en de rectificatie daarvan niet wordt benadeeld of in zijn verdediging wordt geschaad en de rectificatie tijdig geschiedt. In het onderhavige geval is aan deze criteria voldaan. Het was [gedaagde] immers duidelijk wie zijn wederpartij was en gesteld noch gebleken is dat hij op enigerlei wijze in zijn belangen is geschaad. Hoewel de rectificatie in een later stadium van de procedure is verzocht, kan niet gezegd worden dat zulks niet tijdig is gebeurd. Met de tenaamstelling in de dagvaarding wordt Eneco dan ook geacht Eneco Services B.V. bedoeld te hebben.

4.2 Vervolgens komt de vraag aan de orde of Eneco bevoegd is zelfstandig in rechte op te treden, nu sprake is van een vordering van Eneco Business op [gedaagde]. In de rolbeschikking van 24 februari 2010 is Eneco in de gelegenheid gesteld de relevante onderdelen van de SLA’s - waarop zij haar ontvankelijkheid primair baseert - in het geding te brengen. Eneco heeft vervolgens aangevoerd dat de tussen haar en Eneco Business gesloten SLA niet beschikbaar is, althans dat zij die niet voorhanden heeft. De bevoegdheid van Eneco om in rechte op eigen naam een vordering van Eneco Business te vorderen komt, voor zover deze is gegrond op het bestaan van de SLA, in rechte dan ook niet vast te staan. De door Eneco overgelegde SLA tussen haar en Eneco Energie Business to Business B.V. betreft een andere rechtspersoon en is in het onderhavige geval daarom niet relevant. Dat Eneco de betreffende werkzaamheden wel heeft verricht voor Eneco Business en daarvoor vergoedingen heeft ontvangen laat onverlet dat in de onderhavige procedure de bevoegdheid van Eneco om zelfstandig in rechte op te treden niet kan worden gebaseerd op de door haar gestelde SLA.

4.3 Enkel en alleen voor het geval niet (voldoende) zou zijn komen vast te staan dat Eneco op grond van de SLA ontvankelijk is in haar vordering, heeft zij een “volmacht” in het geding gebracht. Die “volmacht”, gedateerd 19 augustus 2009, luidt, voor zover thans relevant, als volgt:

(…) Eneco Business B.V. (…) [verleent] hierbij onvoorwaardelijk en onherroepelijk volmacht aan: (…) Eneco Services B.V. (…) om de factuurbedragen zoals aan de orde in de procedure te incasseren en als zodanig in eigen naam zelfstandig in rechte op te treden en met de bevoegdheid al datgene te doen wat laatstgenoemde gevolmachtigde dienstig voorkomt en met de bevoegdheid zich te doen bijstaan en/of zich te doen vervangen door derde personen. (…)

De rechtbank stelt in dit kader voorop dat van een volmacht in de zin van artikel 3:60 e.v. BW geen sprake kan zijn, nu dat de bevoegdheid is om in naam van een volmachtgever rechtshandelingen te verrichten en Eneco in eigen naam handelt. Bovendien kan, zoals [gedaagde] ook heeft betoogd, een eisende partij niet hangende de procedure alsnog de hoedanigheid van gevolmachtigde aannemen (HR 2 april 1993, NJ 1993/573).

4.4 Uit de tekst en de strekking van de “volmacht” van 19 augustus 2009 kan wel worden afgeleid dat Eneco en Eneco Business onmiskenbaar een last voor ogen heeft gestaan uit hoofde waarvan Eneco bevoegd is om als formele procespartij in de onderhavige procedure op eigen naam maar voor rekening en risico van Eneco Business een vordering in te stellen. Het “in eigen naam zelfstandig in rechte optreden” wordt immers expliciet genoemd. Een last kan hangende een procedure en met terugwerkende kracht worden gegeven (HR

21 oktober 1983, NJ 1984/254). Aan de term “volmacht”, die juridisch niet juist is nu van handelen in naam van Eneco Business geen sprake is, dient in dit kader geen beslissende betekenis te worden toegekend (HR 15 december 2006, RvdW 2007/10). Het belang van [gedaagde] om zich op de niet-ontvankelijkheid van Eneco te beroepen is erin gelegen te voorkomen dat hij, nadat hij zou worden veroordeeld de vordering aan de formele procespartij te betalen, ook door de materiële procespartij zou kunnen worden aangesproken voor betaling van die vordering. Dat belang is, gelet op de tekst van de “volmacht” van

19 augustus 2009, in het onderhavige geval voldoende gewaarborgd.

4.5 Aldus komt de rechtbank toe aan een inhoudelijke behandeling van het geschil tussen partijen. Dat spitst zich toe op de vraag of de door Eneco gefactureerde bedragen juist zijn. Ter gelegenheid van de comparitie van partijen zijn partijen overeengekomen dat [gedaagde] een metingonderzoek (als bedoeld in artikel 13 van de algemene voorwaarden, zoals hiervoor onder 2.3 weergegeven) bij Stedin zal initiëren. De rechtbank merkt op dat een verzoek tot een metingonderzoek volgens de algemene voorwaarden niet bij de netbeheerder, maar bij de meetverantwoordelijke dient te worden ingesteld. Blijkens de conclusie van dupliek is [gedaagde] daarvan ook op de hoogte. [gedaagde] heeft een offerte van MDDS (een zelfstandig gecertificeerd meetbedrijf, behorende tot de Eneco-groep) van 15 april 2009 in het geding gebracht. In die offerte is onder meer het volgende vermeld:

Door het tekenen van bijgaande offerte, draagt MDDS zorg voor uw meetverantwoordelijkheid. MDDS zorgt dat uw energiemeting(en) vakkundig word(t)(en) geïnstalleerd, onderhouden en uitgelezen volgens de Meetvoorwaarden Gas.

4.6 Ingeval van een overeenkomst tussen Stedin en een kleinverbruiker zorgt de netbeheerder er (ingevolge artikel 11 lid 2 van de alsdan toepasselijke algemene voorwaarden) voor dat voor rekening van de contractant een erkende meetverantwoordelijke wordt aangewezen, tenzij de contractant te kennen geeft daarvoor zelf te zorgen. Artikel 11 lid 2 van de algemene voorwaarden die van toepassing zijn op een tussen Stedin en een grootverbruiker gesloten overeenkomst bepaalt dat de afnemer/netgebruiker er zelf zorg voor draagt dat er voor zijn rekening een erkende meetverantwoordelijke wordt aangewezen. Partijen hebben zich niet uitgelaten over de vraag of [gedaagde] dient te worden aangemerkt als klein- of grootverbruiker. Nu de overeenkomst tussen partijen is gesloten ten behoeve van de gaslevering aan de door [gedaagde] gehuurde bedrijfsruimte (waar hij het gewas paksooy heeft geteeld), gaat de rechtbank er vanuit dat [gedaagde] dient te worden aangemerkt als grootverbruiker. Op de aan [gedaagde] gerichte facturen is ook meerdere malen de term “zakelijk” vermeld en dat reeds (door Stedin) een erkende meetverantwoordelijke was aangewezen is gesteld noch gebleken. Dat is ook niet in overeenstemming met de offerte van MDDS van 15 april 2009. Aldus heeft te gelden dat [gedaagde] zelf zorg diende te dragen voor de aanwijzing van een erkende meetverantwoordelijke, die vervolgens om opheldering kon worden verzocht over de juistheid van de meetinrichting en/of de meetgegevens, waarna eventueel een onderzoek door een voor beide partijen aanvaardbare andere erkende meetverantwoordelijke of een voor beide partijen aanvaardbare andere deskundige zou kunnen worden geïnitieerd. Dat [gedaagde] naar aanleiding van de offerte van MDDS nadere stappen heeft ondernomen om uiteindelijk tot een onderzoek naar de juistheid van de meetinrichting en/of de meetgegevens te komen, is gesteld noch gebleken. Gelet op de algemene voorwaarden en op de overeenstemming die partijen op dit punt ter comparitie van partijen hebben bereikt, had dat wel op de weg van [gedaagde] gelegen. [gedaagde] heeft ook geen verklaring gegeven waaruit zou kunnen worden afgeleid dat van hem niet gevergd kon worden de offerte van MDDS te accepteren en aldus het door hem gewenste onderzoek te initiëren. Zijn verweer kan daarom niet slagen.

4.7 Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de door Eneco gevorderde facturen, met een totaalbedrag van € 30.180,64, als overigens qua hoogte niet weersproken toewijsbaar zijn. De gevorderde rente over voornoemd bedrag is op de wet gegrond en zal daarom eveneens worden toegewezen.

4.8 De gevorderde beslagkosten zijn op grond van artikel 706 Rv toewijsbaar, tenzij het beslag nietig, onnodig of onrechtmatig was. Dat laatste is gesteld noch gebleken. Op grond van de overgelegde beslagstukken worden de beslagkosten vastgesteld op een bedrag van

€ 230,75.

4.9 Als de in het ongelijk gestelde partij wordt [gedaagde] veroordeeld in de kosten van de procedure. Voor zover de processtukken betrekking hebben op de rectificatie en de ontvankelijkheid van Eneco dienen deze als nodeloos gemaakt voor rekening van Eneco te blijven.

5 De beslissing

De rechtbank:

veroordeelt [gedaagde] om aan Eneco tegen kwijting te betalen € 30.180,64, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente in de zin van artikel 6:119a BW over dat bedrag vanaf de vervaldata van de facturen tot aan de dag van algehele voldoening;

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Eneco vastgesteld op € 743,80 aan verschotten, € 230,75 aan beslagkosten en

€ 2.026,50 aan salaris voor de advocaat;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A. van de Laarschot en uitgesproken in het openbaar.

1977/559