Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2010:BO6442

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
10-11-2010
Datum publicatie
07-12-2010
Zaaknummer
347758 - HA ZA 10-408
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Provisionele vordering 223 Rv. Maatregelen tot verzekering en behoud schip. Geschil of levering heeft plaatsgevonden. Voor ordemaatregel terugvallen op situatie voor levering, waarin verkoper eigenaar was.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 347758 / HA ZA 10-408

Vonnis in incident van 10 november 2010

in de zaak van

1. [eiser sub 1 in conventie in de hoofdzaak],

wonende te Gunterhausen,

2. [eiser sub 2 in conventie in de hoofdzaak],

wonende te Rhoon,

eisers in conventie in de hoofdzaak,

verweerders in reconventie in de hoofdzaak,

eisers in het incident,

advocaat mr. J.F. van der Stelt.

tegen

[gedaagde in conventie in de hoofdzaak],

wonende te Bergen op Zoom,

gedaagde in conventie in de hoofdzaak,

eiser in reconventie in de hoofdzaak,

verweerder in het incident,

advocaat mr. J.C.M. Nuijten.

Partijen zullen hierna [eisers in conventie in de hoofdzaak] en [gedaagde in conventie in de hoofdzaak] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 13 november 2009, met producties;

- de conclusie van antwoord in conventie, tevens van eis in reconventie, tevens houdende een incidentele conclusie tot onbevoegdheid van de rechtbank Breda, met producties;

- akte houdende referte in het bevoegdheidsincident;

- het vonnis in het bevoegdheidsincident van 13 januari 2010 van de rechtbank Breda, waarbij de zaak is verwezen naar de rechtbank Rotterdam;

- het tussenvonnis van deze rechtbank van 14 april 2010, waarbij een comparitie van partijen is gelast;

- de brief van 26 mei 2010 van mr. J. Pijper, namens mr. Van der Stelt, met als bijlage een akte vermeerdering van eis in conventie, tevens conclusie van antwoord in reconventie, tevens akte houdende overlegging producties, met producties;

- de brief van 31 mei 2010 van mr. R.A.C.M. van Dijk, destijds nog de advocaat van [gedaagde in conventie in de hoofdzaak], met als bijlage een akte houdende overlegging producties, met producties;

- de brief van 2 juni 2010 van mr. Pijper, voornoemd, met producties;

- het proces-verbaal van de op 17 juni 2010 gehouden comparitie van partijen;

- de incidentele conclusie tot verzoek om voorlopige voorziening ex art. 223 Rv;

- de conclusie van antwoord in het incident tot verzoek om voorlopige voorziening ex art. 223 Rv.

1.2. Ter gelegenheid van de comparitie van partijen is de zaak verwezen naar de rol voor conclusie van repliek in conventie aan de zijde van [eisers in conventie in de hoofdzaak] In plaats daarvan heeft [eisers in conventie in de[eisers in conventie in de hoofdzaak]] voornoemde incidentele conclusie tot het treffen van een voorlopige voorziening genomen. Na het antwoord van [gedaagde in conventie in de hoofdzaak] is vonnis bepaald in het incident.

2. De thans vaststaande feiten

2.1. Als tot op heden enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de tot op heden in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voorzover op dit moment van belang - thans onder meer het volgende vast.

2.2. Partijen hebben op 22 juni 2009 een koopoverkomst gesloten. Deze overeenkomst betrof de verkoop door [gedaagde in conventie in de hoofdzaak] van een zeiljacht, merk en type Standfast 44 met de naam “Tender tot Titan” (hierna: het schip) voor een prijs van € 200.000,--.

2.3. In de overeenkomst is onder meer het volgende opgenomen:

(…)

Artikel 3.1

Het vaartuig wordt bedrijfsklaar geleverd met alle in aangehechte jachtspecificatie omschreven uitrusting en toebehoren (inclusief - indien van toepassing - de bijbehorende scheepspapieren) in de zichtbare toestand, waarin het vaartuig is bevonden bij inspectie door of namens koper verricht op 03-07-2009 te ST Annaland, in het geval koper geen gebruik maakt van zijn recht tot expertise zoals bedoeld in artikel 4.1. De overeengekomen plaats van levering is: liggend te water in ST Annaland. Het overeengekomen tijdstip van levering is zo spoedig mogelijk na het moment, waarop [gedaagde in conventie in de hoofdzaak] de volledige koopsom heeft ontvangen, tenzij tussen partijen nadrukkelijk anders is overeengekomen en zulks aan de bruin schriftelijk is gemeld.

(…)

Artikel 3.5

In geval het vaartuig voor de levering in een toestand geraakt, afwijkend van die waarin koper het na inspectie zijnerzijds heeft gekocht, is verkoper verplicht om bedoelde afwijkingen binnen de voor reparatie bedoelde afwijkingen benodigde tijd te herstellen op een dusdanige wijze dat verkoper aan zijn verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst kan voldoen. In dit geval wordt de levering van het vaartuig opgeschort met de voor reparatie benodigde tijd.

2.4. [eisers in conventie in de hoofdzaak] heeft afgezien van expertise door een derde als bedoeld in artikel 4.1 van de koopovereenkomst. In afwijking van de tekst van de schriftelijke overeenkomst is het schip reeds voorafgaand aan de ondertekening door [eisers in conventie in de hoofdzaak] geïnspecteerd, met uitzondering van het onderwaterschip. Tussen partijen is overeengekomen dat de inspectie van het onderwaterschip op 3 juli 2009 zou plaatsvinden, welke datum later is verschoven naar 8 juli 2009. Partijen zijn tevens overeengekomen dat na akkoordbevinding aansluitend levering van het schip zou plaatsvinden.

2.5. Omstreeks 7 juli 2010 is de koopprijs van € 200.000,-- aan [gedaagde in conventie in de hoofdzaak] betaald.

2.6. Op 8 juli 2009 heeft [gedaagde in conventie in de hoofdzaak] bij het invaren in een hijsbox met het schip een betonnen paal geraakt. Daardoor is schade aan het schip ontstaan. Partijen zijn overeengekomen dat [gedaagde in conventie in de hoofdzaak] de ontstane schade aan de spiegel van het schip zou laten repareren door Kooij Jachtschilders (hierna: Kooij).

2.7. Tussen partijen is een geschil ontstaan over de kwaliteit van de door Kooij verrichte reparatiewerkzaamheden. Voorts is een geschil gerezen over de vraag of, naast de schade aan de spiegel, op 8 juli 2009 andere schade aan het schip is ontstaan.

3. Het geschil

In de hoofdzaak

3.1. [eisers in conventie in de hoofdzaak] vordert, na eiswijziging, in conventie - verkort weergegeven -

primair een verklaring voor recht dat de koopovereenkomst (buitengerechtelijk) is ontbonden en veroordeling van [gedaagde in conventie in de hoofdzaak] tot betaling van € 200.000,--, met rente en subsidiair een verklaring voor recht dat de overeenkomst (buitengerechtelijk) gedeeltelijk is ontbonden, veroordeling van [gedaagde in conventie in de hoofdzaak] tot betaling van € 20.000,--, met rente en veroordeling van [gedaagde in conventie in de hoofdzaak] tot juridische levering van het schip. Daarnaast vordert [eisers in conventie in de hoofdzaak] veroordeling van [gedaagde in conventie in de hoofdzaak] tot betaling van de contractuele boete van € 30.000,--, de beslagkosten, de expertisekosten, de buitenrechtelijke incassokosten en de proceskosten.

[gedaagde in conventie in de hoofdzaak] voert verweer in conventie concludeert tot afwijzing van de vorderingen.

3.2. [gedaagde in conventie in de hoofdzaak] vordert in reconventie vergoeding van buitengerechtelijke kosten. [eisers in conventie in de hoofdzaak] voert verweer in reconventie en concludeert tot afwijzing van de vordering.

3.3. In de hoofdzaak bestaat tevens een geschil over de vorderingsgerechtigdheid van [eiser sub 1 in conventie in de hoofdzaak] en [eiser sub 2 in conventie in de hoofdzaak]. [eisers in conventie in de hoofdzaak] stelt zich op het standpunt dat [eiser sub 1 in conventie in de hoofdzaak] de koper is van het schip. [gedaagde in conventie in de hoofdzaak] stelt dat [eiser sub 2 in conventie in de hoofdzaak] zijn wederpartij is. Dit geschil doet zich niet voor in het incident.

In het incident

3.4. [eisers in conventie in de hoofdzaak] vordert dat de rechter een voorlopige voorziening zal treffen voor de duur van het geding, inhoudende dat [gedaagde in conventie in de hoofdzaak] wordt bevolen zich als eigenaar van het schip te gedragen, althans zich over het schip te ontfermen door onder andere het schip te verzekeren, te zorgen voor een ligplaats en, zo nodig, te zorgen voor het winterklaar maken van het schip, onder verbeurte van een dwangsom van € 500,-- per dag of dagdeel.

[gedaagde in conventie in de hoofdzaak] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna in de beoordeling, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling in het incident

4.1. De rechtbank is op grond van artikel 23 EEX-Vo bevoegd om van de onderhavige incidentele vordering kennis te nemen, nu in de overeenkomst(en) een forumkeuze voor deze rechtbank is opgenomen. Op grond van artikel 3 EVO is op de overeenkomst(en) Nederlands recht van toepassing, nu partijen hebben gekozen voor toepasselijkheid van Nederlands recht.

4.2. [eisers in conventie in de hoofdzaak] heeft voldoende processueel belang bij de incidentele vordering. De gevraagde voorlopige voorziening hangt samen met de hoofdvordering en is gericht op een voorziening die voor de duur van de aanhangige bodemprocedure kan worden gegeven. Derhalve moet worden beoordeeld of een afweging van de materiële belangen van partijen de gevorderde ordemaatregel rechtvaardigt.

4.3. De rechtbank stelt voorop dat het in het belang van alle partijen is dat maatregelen worden getroffen tot behoud van het schip, zolang onduidelijk is wie van hen de eigenaar is en of nog (terug)levering dient plaats te vinden. Voorts geldt dat de kosten van dergelijke maatregelen beperkt zijn en niet opwegen tegen de mogelijke schade indien het schip onbeheerd en onverzekerd blijft, terwijl die kosten kunnen worden verhaald dan wel verrekend indien achteraf komt vast te staan dat een andere partij eigenaar van het schip was. In dat verband wijst de rechtbank er op dat de vraag of het schip is geleverd in de hoofdzaak alleen aan de orde zal zijn indien de subsidiaire vordering van [eisers in conventie in de hoofdzaak] wordt toegewezen, terwijl de thans gevorderde voorziening op grond van artikel 223 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering slechts voor de duur van het geding in de hoofdzaak kan worden getroffen.

4.4. Tussen partijen is in geschil wie thans de eigenaar is van het schip. Niet in geschil is dat sprake is van een geldige koopovereenkomst (titel) en dat [gedaagde in conventie in de hoofdzaak] beschikkingsbevoegd is. De vraag die partijen verdeeld houdt is of het schip is geleverd. Op grond van artikel 3:90 van het Burgerlijk Wetboek (BW) geschiedt levering van een roerende zaak door bezitsverschaffing. In artikel 3:114 BW is bepaald dat de bezitter zijn bezit overdraagt door de verkrijger in staat te stellen die macht uit te oefenen, die hij zelf over het goed kon uitoefenen. In de in artikel 3:115 BW genoemde gevallen vindt bezitsoverdracht plaats door een tweezijdige verklaring.

4.5. [eisers in conventie in de hoofdzaak] stelt dat de levering op 8 juli 2009 is uitgesteld overeenkomstig artikel 3.5 van de overeenkomst, omdat het schip door de aanvaring in een afwijkende toestand was geraakt en partijen overeenkwamen dat [gedaagde in conventie in de hoofdzaak] zou zorgen voor reparatie. Hij stelt dat een door hem op 8 juli 2009 meegebracht certificaat van levering daarom niet is getekend. [gedaagde in conventie in de hoofdzaak] heeft evenwel gesteld dat op 8 juli 2009 alle bij het schip behorende sleutels en papieren aan [eisers in conventie in de hoofdzaak] zijn afgegeven en dat [eisers in conventie in de hoofdzaak] aan boord van het schip is gegaan. Hij stelt niets te weten van een certificaat van levering. Voorts stelt hij dat [eisers in conventie in de hoofdzaak] zich na 8 juli 2009 als eigenaar van het schip heeft gedragen door meermalen op en in het schip te gaan en door offertes te vragen voor werkzaamheden aan het schip. [eisers in conventie in de hoofdzaak] betwist op

8 juli 2009 sleutels en papieren te hebben ontvangen en stelt dat het aan boord van het schip gaan en offertes vragen heeft plaatsgevonden vooruit lopende op de eigendomsoverdracht dan wel teneinde een oplossing te bereiken voor onderhavige geschil en dat daaruit niet kan worden afgeleid dat [eisers in conventie in de hoofdzaak] reeds eigenaar van het schip was geworden.

4.6. In artikel 3.5 van de overeenkomst is weliswaar bepaald dat indien zich een geval als daar bedoeld voordoet, de levering wordt uitgesteld, dat neemt niet weg dat partijen daarvan konden afwijken, zoals zij reeds eerder op andere onderdelen van de overeenkomst hadden gedaan. Of partijen van de overeenkomst zijn afgeweken en levering heeft plaatsgevonden, is afhankelijk van de feitelijke omstandigheden van het geval. Daarbij kunnen onder meer de door [gedaagde in conventie in de hoofdzaak] gestelde en door [eisers in conventie in de hoofdzaak] betwiste overhandiging van sleutels en papieren en het betreden van het schip van belang zijn. Een certificaat van levering is eerst van belang indien dit is getekend dan wel indien tussen partijen geldt dat aan de hand daarvan zal worden geleverd.

4.7. Gelet op de uiteenlopende stellingen van partijen ter zake de hiervoor onder 4.6 genoemde onderwerpen, kan in dit stadium van de procedure niet worden geoordeeld over de vraag of op 8 juli 2009 levering van het schip heeft plaatsgevonden. Nu het desondanks van belang is dat één van partijen maatregelen treft tot behoud van het schip, zal ter zake de onderhavige ordemaatregel voorshands worden uitgegaan van de situatie tot aan 8 juli 2009, te weten die waarin [gedaagde in conventie in de hoofdzaak] eigenaar was van het schip. [gedaagde in conventie in de hoofdzaak] zal derhalve worden veroordeeld tot het treffen van bedoelde maatregelen.

4.8. De onderhavige maatregel wordt uitdrukkelijk niet getroffen om, zoals [eisers in conventie in de hoofdzaak] aanvoert, partijen in de positie te brengen die recht doet aan de situatie dat [gedaagde in conventie in de hoofdzaak] eigenaar is of weer zal worden. Er is slechts sprake van een ordemaatregel, waarbij niet vooruit wordt gelopen op beslissingen in de hoofdzaak. Dat geldt te meer nu de vorderingen van [eisers in conventie in de hoofdzaak] in de huidige stand van het geding in de hoofdzaak niet kunnen worden toegewezen en de zaak is verwezen naar de rol voor conclusie van repliek.

4.9. De incidentele vordering komt niet voor toewijzing in aanmerking voor zover het betreft het zich als eigenaar gedragen en het zich ontfermen over het schip. Die termen zijn dermate onbepaald dat deze zich niet voor een veroordeling daartoe lenen. De vordering om het schip te verzekeren zal wel worden toegewezen, met dien verstande dat het, ervan uitgaande dat niet met het schip wordt gevaren, voldoende is dat een verzekering voor een stilliggend schip wordt afgesloten. De vordering te zorgen voor een ligplaats is voldoende bepaald en zal eveneens worden toegewezen. Ten aanzien van het gevorderde “winterklaar maken” begrijpt de rechtbank, mede gelet op het door [eisers in conventie in de hoofdzaak] als productie 13 overgelegde rapport van Selles, dat het gaat om het treffen van maatregelen om schade aan het schip als gevolg van vorst, sneeuw, regen en wind te voorkomen. [gedaagde in conventie in de hoofdzaak] zal tot het treffen van die maatregelen worden veroordeeld. Gelet echter op het uiteenlopende en onduidelijke karakter van dergelijke maatregelen, zal daaraan geen dwangsom worden verbonden. De aan de veroordeling tot het verzekeren van het schip en het zorgen voor een ligplaats te verbinden dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd. De dwangsom zal, mede gelet op de tijd die gemoeid kan zijn met het verkrijgen van een verzekering, eerst na verloop van een maand na betekening van dit vonnis verbeurd worden. Ten slotte geldt dat [eisers in conventie in de hoofdzaak] voor zover nodig dient mee te werken aan de door [gedaagde in conventie in de hoofdzaak] te treffen maatregelen.

4.10. De rechtbank zal de beslissing omtrent de kosten van het incident aanhouden, totdat in de hoofdzaak zal worden beslist.

5. De beslissing

De rechtbank,

in het incident

5.1. veroordeelt [gedaagde in conventie in de hoofdzaak] om binnen één maand na betekening van dit vonnis voor de duur van het geding ter zake het schip een verzekering voor een stilliggend schip af te sluiten en voor een ligplaats te zorgen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van

€ 200,-- per dag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, dat [gedaagde in conventie in de hoofdzaak] zulks nalaat, tot een maximum aan te verbeuren dwangsommen van in totaal € 30.000,--,

5.2. veroordeelt [gedaagde in conventie in de hoofdzaak] om binnen één maand na betekening van dit vonnis voor de duur van het geding maatregelen te treffen om schade aan het schip als gevolg van vorst, sneeuw, regen en wind te voorkomen,

5.3. verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,

5.4. houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident aan,

in de hoofdzaak

5.5. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 22 december 2010 voor conclusie van repliek in conventie aan de zijde van [eisers in conventie in de hoofdzaak]

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.J. Visser en in het openbaar uitgesproken op 10 november 2010.?

1884