Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2010:BO6439

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
10-11-2010
Datum publicatie
07-12-2010
Zaaknummer
315693 /HA ZA 08-2347
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eindvonnis inzake binnenaanvaring. Bewijsbeoordelingen. Schadeomvang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 315693 /HA ZA 08-2347

Uitspraak: 10 november 2010

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

1. de vennootschap naar het recht van de plaats van haar vestiging GEFO GESELLSCHAFT FÜR ÖLTRANSPORTE MBH,

gevestigd te Hamburg, Duitsland,

2. de vennootschap naar het recht van de plaats van haar vestiging PASSAT IMMOBILIEN GMBH, voorheen FRG FAVORITE REEDEREI GMBH,

gevestigd te Hamburg, Duitsland,

eiseressen,

advocaat mr J.C. van Zuethem,

- tegen -

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BACCARAT B.V.,

gevestigd te Wemeldinge,

gedaagde,

advocaat mr W.M. van Rossenberg.

Partijen worden hierna aangeduid als respectievelijk "Gefo", "Passat" en "Baccarat BV".

1. Het verloop van het geding

De rechtbank heeft kennisgenomen van het in deze zaak gewezen vonnis van 17 juni 2009 en de daaraan ten grondslag liggende stukken.

Ingevolge de in dat vonnis gegeven bewijsopdrachten heeft Baccarat BV twee getuigen doen horen en hebben Gefo en Passat één getuige voorgebracht.

Eerst Baccarat BV en vervolgens Gefo en Passat hebben geconcludeerd na enquête, onder het overleggen van producties. Gefo en Passat hebben hun vordering verminderd tot

€ 129.789,71 met rente en kosten.

2. De verdere beoordeling

2.1

In het vonnis van 17 juni 2009 waren partijen toegelaten tot bewijslevering:

I. Baccarat BV

(a) dat de aanvaring niet is te wijten aan het naar bakboord koersen van de Baccarat;

(b) dat aan de Schloss Windsor valt te verwijten dat deze bij het oplopen van de Baccarat onvoldoende dwarsafstand aanhield en dat deze niet naar bakboord is uitgeweken doch naar stuurboord is gegaan;

II. Gefo en Passat,

(a) de gestelde tijdverletschade;

(b) de gestelde last van de gesubrogeerde cascoverzekeraar.

2.2

Als getuige zijn gehoord: [st[stuurman], destijds stuurman van de Baccarat,

[schipper], destijds schipper van de Baccarat en [schip[schipper II], destijds schipper van de Schloss Windsor.

2.3

De rechtbank acht het aan Baccarat BV opgedragen bewijs in geen van beide onderdelen geleverd. In aansluiting op het vonnis van 17 juni 2009 (5.1 tot en met 5.8) wordt daartoe het volgende overwogen.

2.4

[stuurman] en [schipper II] hebben als getuige in grote lijnen hetzelfde verklaard als wat zij eerder tegenover de politie hadden verklaard (wat [stuurman] betreft: in tweede instantie). [stuurman] heeft als getuige echter - anders dan tegenover de politie - gezegd dat hij de Schloss Windsor niet al op een afstand van ongeveer 1000 meter achter de Baccarat had zien naderen, doch dat hij de Schloss Windsor niet had zien aankomen voordat dit schip aan bakboord langszij de Baccarat lag, noch op de radar noch op zicht. De verklaring van [stuurman] dat de Schloss Windsor, bij de oploopmanoeuvre, naar stuurboord draaide en vlak voor de kop van de Schloss Windsor kwam, is tegengesproken door [schipper II]. Hetzelfde geldt voor de verklaring van [stuurman] dat hij, toen hij de Schloss Windsor aan bakboord langszij zag komen, met de Baccarat al enige tijd - naar schatting 5 of 10 minuten - op dezelfde koers in de richting voer van de toegang van de Schelde-Rijn Verbinding, waarbij hij het licht dat daar op de wal staat wat aan stuurboord hield. Volgens [schipper II] kwam de Baccarat ongeveer vanaf de ton ZV16 steeds meer en steeds harder naar bakboord, nadat dit schip eerst strak langs de rode tonnenlijn aan stuurboord had gevaren.

[schipper] heeft daarover als getuige geen nadere verklaring afgelegd (hij bevond zich in de woning van de Baccarat).

2.5

De Baccarat heeft met haar bakboordvoorschip de stuurboordzijde van de Schloss Windsor geraakt, achter het midden; het was een schampende aanvaring. Het snelheidsverschil van de schepen bij de oplopen en voorbijlopen was omstreeks 5 km/uur. De Schloss Windsor (110 m lang) en de Baccarat (99,10 m lang) hebben slechts enkele minuten naast elkaar gevaren, op convergerende koersen.

[stuurman] heeft als getuige een dwarsafstand tussen de Baccarat en de Schloss Windsor genoemd van 40 à 50 m op het moment dat hij de Schloss Windsor langszij zag komen.

[schipper] heeft als getuige verklaard over een dwarsafstand van 10 à 15 m toen de schepen ongeveer op dezelfde hoogte waren.

[schipper II] heeft verklaard dat toen de Baccarat en de Schloss Windsor ongeveer op gelijke hoogte voeren hij met de Schloss Windsor dik 100 m van de Baccarat afzat. [schipper II] heeft voorts verklaard dat de Baccarat zijn kant op kwam en - ondanks een marifoonoproep, een schijnwerper gericht op het voorschip van de Baccarat en het ontsteken van de dekverlichting - steeds harder naar bakboord kwam; hij had nog even wat roer naar bakboord gegeven maar niet veel; dat had ook geen zin want de Baccarat kwam te snel naar bakboord; het was niet mogelijk voor de Schloss Windsor om met de Baccarat mee te sturen naar bakboord; dat ging niet meer.

De koerslijn van de Schloss Windsor is door het LVBT van het KLPD in kaart gebracht.

De koerslijn van de Baccarat staat niet vast, evenmin als de exacte plaats van de aanvaring.

2.6

Door één en ander is niet gebleken dat aan de Schloss Windsor het verwijt kan worden gemaakt dat deze bij het oplopen van de Baccarat onvoldoende dwarsafstand aanhield en dat deze niet naar bakboord is uitgeweken doch naar stuurboord is gegaan. Daaraan doet niet af dat er aan de bakboordzijde van de Schloss Windsor geen andere schepen voeren.

Anders dan wat ter plaatse gebruikelijk is (en anders dan Baccarat BV aanvankelijk stelde) had de Baccarat niet ruim van te voren "voorgesorteerd" om het Schelde-Rijn Kanaal in te varen doch had dit schip eerst bij de rode tonnenlijn aan stuurboord gevaren. Het is begrijpelijk dat [schipper II], zoals hij heeft verklaard, dacht dat de Baccarat bestemd was voor de Krammersluizen; schepen die bestemd zijn voor de Krammersluizen plegen aan de rode kant te blijven varen. De Baccarat moest op een gegeven moment naar bakboord om naar de toegang van het kanaal te gaan. Kennelijk is één en ander vrij snel gegaan en niet blijkt dat de Schloss Windsor nog voldoende tijd had voor een uitwijkmanoeuvre. Blijkbaar heeft [stuurman] de Schloss Windsor pas opgemerkt toen dit schip al bezig was met het voorbijlopen van de Baccarat. Dat de Schloss Windsor voor de aanvaring naar stuurboord is gegaan (en dat dit de aanvaring heeft veroorzaakt), is niet gebleken.

De rechtbank neemt bij haar oordeel mede in aanmerking dat [schipper] en ook [stuurman] aanvankelijk bewust onjuiste verklaringen hebben afgelegd, hetgeen afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van hun latere verklaringen.

2.7

Het door Baccarat BV ingeschakelde expertisebureau Kets oppert als schadeoorzaak dat de Schloss Windsor door haar snelheid en diepgang zuiging heeft veroorzaakt waardoor de Baccarat aangezogen werd naar de Schloss Windsor. De rechtbank acht deze suggestie, die pas bij conclusie na enquête van Baccarat BV naar voren is gebracht, onvoldoende onderbouwd en gaat daaraan voorbij.

2.8

De slotsom is dat de aanvaring geheel moet worden toegeschreven aan de verkeerde vaarwijze van stuurman [stuurman] aan boord van de Baccarat, die koers heeft gewijzigd naar bakboord terwijl het schip werd opgelopen door de Schloss Windsor, waardoor de Baccarat met dat schip in aanvaring kwam. Baccarat BV is uit dien hoofde aansprakelijk voor de schade die door de aanvaring aan de zijde van de Schloss Windsor is ontstaan.

2.9

De cascoschade van € 46.772,46 en de expertisekosten van € 4.224,00 zijn met producties onderbouwd en niet gemotiveerd betwist.

2.10

Wegens tijdverlet werd eerst een bedrag gevorderd van € 74.114,40, te weten 16 dagen à

€ 4.632,15. Beide elementen zijn door Baccarat BV betwist.

2.11

Overgelegd is een expertiserapport ("Kontradiktorische Schadentaxe") d.d. 13 juni 2007 van Havariekommissariat C. Gielisch GmbH, die kennelijk was ingeschakeld door de belanghebbenden bij de Schloss Windsor. Daarin is onder meer vermeld:

"Aufstellung der Zeiten

Schadenseintritt 22.02.2007, ca. 22.40 Uhr

Gasfreimachen des Schiffes 26.02.2007 bis 01.03.2007

Reparaturdurchführung 02.03.2007 bis 12.03.2007"

Deze opstelling is, behalve namens Gielisch, mede ondertekend namens Expertisebureau Kets, optredend voor de belanghebbenden bij de Baccarat.

Op basis van deze gegevens kan ervan worden uitgegaan dat sprake is geweest van 16 dagen tijdverlet.

2.11

In een overgelegde e-mail (productie 3 bij akte van 1 oktober 2008) van Gefo aan haar verzekeringsmakelaar staat, samengevat, dat de netto-opbrengst van het schip in de periode van 1 december 2006 tot 31 mei 2007 ("Einfahrergebnis" min havengelden en bunkers) kan worden berekend op € 4.632,15 per dag.

In het overgelegde rapport van Expertisebureau Kets d.d. 2 september 2008 staat dat een dagopbrengst van € 4.632,15 per dag een marktconforme prijs is.

In een overgelegde brief van accountantskantoor Susat & Partner OHG d.d. 20 juli 2007 staat dat deze op grond van de haar voorgelegde stukken (waaronder de "Betriebsabrechnungsbögen der 'Schloss Windsor' für die Zeit vom 01. Dezember 2006 bis 31. Mai 2007") een exploitatieverlies bevestigt ter grootte van € 73.935,16.

Gefo en Passat hebben hun tijdverletvordering nu tot dat laatste bedrag teruggebracht (overeenkomend met 16 x € 4.620,95).

2.12

Op grond van het voorgaande, één en ander in onderling verband bezien, is een tijdverletschade van € 73.935,16 voldoende aannemelijk gemaakt.

2.13

Vaststaat dat de cascoverzekeraar HDI-Gerling Industrie Versicherung AG de cascoschade van de Schloss Windsor heeft vergoed en dat deze daardoor in zoverre is gesubrogeerd in de rechten van FRG Favorite Reederei GmbH, ten tijde van de aanvaring eigenaar van de Schloss Windsor (en thans genaamd Passat Immobilien GmbH), respectievelijk haar cessionaris Gefo Gesellschaft für Öltransporte mbH.

2.14

Ten bewijze van de door Gefo en Passat gestelde last van de gesubrogeerde verzekeraar om de vordering in eigen naam in te stellen, hebben Gefo en Passat een tweetal volmachten overgelegd, van respectievelijk 28 augustus 2008 en 3 september 2008, ondertekend namens HDI-Gerling, waarin deze respectievelijk Gefo en Passat "bevollmächtigen Schadensersatzansprüche im Zusammenhang mit der Kollision zwischen dem mts 'Schloss Windsor' und dem mts 'Baccarat' am 22.7.2007 gerichtlich geltend zu machen" [kennelijk is bedoeld: 22 februari 2007; rb].

Gefo en Passat hebben vervolgens bij dagvaarding van 10 september 2008 in eigen naam de onderhavige procedure tegen Baccarat BV aanhangig gemaakt.

2.15

De rechtbank legt deze volmachten aldus uit dat deze kennelijk bedoelden en inhielden dat HDI-Gerling aan Gefo en Passat de bevoegdheid en de opdracht gaf om in eigen naam de cascoschade in rechte te verhalen op de aansprakelijke partij. Daarvan uitgaande zijn Gefo en Passat gerechtigd om als lasthebber van HDI-Gerling de betreffende vordering geldend te maken.

2.16

FRG Favorite Reederei GmbH heeft op 6 juni 2007 ten laste van Baccarat BV beslag doen leggen op de Baccarat en tevens twee derdenbeslagen doen leggen. Het (eerste) beslag is opgeheven nadat een garantie was gesteld. Ter onderbouwing van hun stelling dat de drie beslagen zijn gelegd nadat tevergeefs (aan de verzekeringstussenpersoon van Baccarat BV, Marsh) om een garantie was gevraagd, hebben Gefo en Passat kopieën overgelegd van faxberichten d.d. 5 april 2007 aan respectievelijk Baccarat BV en Marsh. Daarin wordt gevraagd of men bereid is zekerheid te stellen voor de vordering door een garantie ad

€ 150.000,-. Gefo en Passat hebben daarbij nog opgemerkt dat de daarop volgende correspondentie er niet toe had geleid dat een garantie werd gesteld, terwijl informatie werd ontvangen dat de Baccarat - voor zover bekend het enige vermogen van Baccarat BV - in de verkoop werd gezet en dat toen is besloten tot het leggen van de beslagen op 6 juni 2007.

Baccarat BV is op dit punt niet meer ingegaan.

2.17

De rechtbank acht de gevorderde beslagkosten van respectievelijk € 2.790,07 (België) en

€ 2.068,02 (Nederland) - waarvan de hoogte op zichzelf niet is betwist - in redelijkheid gemaakt, zodat deze voor vergoeding door Baccarat BV in aanmerking komen.

2.18

Toewijsbaar is aldus: € 46.772,46, € 4.224,00, € 73.935,16, € 2.790,07 en € 2.068,02, samen € 129.789,71. De gevorderde ingangsdatum van de rente van 22 februari 2007 is niet betwist.

Baccarat BV zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure, die worden begroot op € 2.762,00 aan vast recht, € 71,80 aan verschotten en € 5.684,00 aan salaris van de advocaat

(4 x € 1.421), samen € 8.517,80.

3. De beslissing

De rechtbank,

veroordeelt Baccarat BV om aan Gefo en Passat te betalen € 129.789,71, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 22 februari 2007;

veroordeelt Baccarat BV in de kosten van het geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van Gefo en Passat begroot op € 8.517,80;

verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr Van Zelm van Eldik.

Uitgesproken in het openbaar.

10.