Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2010:BO5677

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
03-11-2010
Datum publicatie
01-12-2010
Zaaknummer
353403 / HA ZA 10-1421
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eisersvrijwaring (artikel 210 lid 2 Rv). Geen sprake van verplichting tot vrijwaring. Kennelijk in hoofdzaak verkeerde partij gedagvaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JBPR 2011/37 met annotatie van mr. T.Q. de Booys
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 353403 / HA ZA 10-1421

Uitspraak: 3 november 2010

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

1. de BURGELIJKE MAATSCHAP PROJECT GEUZENSTAETE,

gevestigd te Brielle,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid GEUZENSTAETE B.V.,

gevestigd te Spijkenisse,

3. [eiseres sub 3],

wonende te Hellevoetsluis,

eiseressen in de hoofdzaak,

eiseressen in het incident,

advocaat mr. M.C.V. Dornstedt,

- tegen -

[gedaagde],

wonende te Brielle,

gedaagde in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. J. Kneppelhout.

Partijen in het incident worden hierna aangeduid als "Geuzenstaete" respectievelijk "[gedaagde]".

1 Het procesverloop

De rechtbank heeft kennis genomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d. 25 maart 2010 met producties;

- conclusie van antwoord met producties;

- incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring van Geuzenstaete;

- conclusie van antwoord in het incident.

2 Het geschil in de hoofdzaak

2.1 In de hoofdzaak vordert Geuzenstaete onder meer veroordeling van [gedaagde] tot betaling van schadevergoeding op te maken bij staat. Aan die vordering legt Geuzenstaete ten grondslag het standpunt dat zij [gedaagde] in haar hoedanigheid van notaris opdracht heeft verstrekt tot het verrichten van verschillende rechtshandelingen met betrekking tot de exploitatie van een kantoorgebouw te Brielle en dat [gedaagde] in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van die opdracht is tekort geschoten dan wel in dat kader onrechtmatig jegens Geuzenstaete heeft gehandeld.

2.2 Bij conclusie van antwoord heeft [gedaagde] de stellingen van Geuzenstaete bestreden. Daartoe heeft zij onder meer aangevoerd dat Geuzenstaete de verkeerde partij heeft gedagvaard, nu niet [gedaagde] maar [vennootschap] B.V. (hierna: de vennootschap) de opdrachtnemer van Geuzenstaete is.

2.3 In dat verweer heeft Geuzenstaete aanleiding gezien bij incidentele conclusie te vorderen dat zij in de gelegenheid wordt gesteld de vennootschap in vrijwaring op te roepen. Zij heeft daartoe aangevoerd dat – als in rechte komt vast te staan dat [gedaagde] niet in privé is aan te spreken – daaruit tevens volgt dat de vennootschap jegens Geuzenstaete aansprakelijk is uit hoofde van wanprestatie dan wel onrechtmatige daad.

2.4 [gedaagde] heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

3 De beoordeling in het incident

3.1 Op grond van artikel 210 lid 2 Rv kan de eiser die meent gronden te hebben om iemand in vrijwaring op te roepen een daartoe strekkende vordering instellen. Van een verplichting tot vrijwaring is sprake indien een derde verplicht is de nadelige gevolgen voor de verliezende partij in de hoofdzaak op zich te nemen, zulks op grond van een rechtsverhouding tussen die verliezende partij en de derde.

3.2 Van een dergelijke tot vrijwaring verplichtende rechtsverhouding tussen een der partijen in de hoofdzaak en een derde is in dit geval geen sprake, althans het bestaan daarvan kan uit de stellingen van Geuzenstaete niet worden afgeleid. Niet valt immers in te zien dat de enkele afwijzing van de vordering van Geuzenstaete in de hoofdzaak op de grond dat niet [gedaagde] maar de vennootschap haar contractspartij is, leidt tot een verplichting tot vrijwaring van Geuzenstaete door de vennootschap. De rechtbank begrijpt de stellingen van Geuzenstaete in dit verband aldus dat zij (subsidiair) meent aanspraak te hebben op schadevergoeding door de vennootschap op grond van door deze gepleegde wanprestatie of onrechtmatige daad. Het enkele bestaan van een (contractuele) rechtsverhouding tussen Geuzenstaete en de vennootschap impliceert echter nog geen verplichting tot vrijwaring. Geuzenstaete heeft geen feiten gesteld die dat anders maken. Evenmin is sprake van een bij wet vastgestelde vrijwaringsverplichting voor een geval als hier aan de orde (anders dan bijvoorbeeld in het geval van iemand die onbevoegdelijk als vertegenwoordiger is opgetreden, zie artikel 3:70 BW).

3.3 Voor toewijzing van de incidentele vordering bestaat dus geen wettelijke grondslag. Het komt de rechtbank voor dat in een geval als het onderhavige een andere weg wel aangewezen kan zijn. Geuzenstaete zou kunnen overgaan tot dagvaarding van de vennootschap, om vervolgens bij incidentele vordering te vorderen dat die zaak met de onderhavige wordt gevoegd (artikel 220 Rv).

3.4 Als de in het ongelijk gestelde partij zal de rechtbank Geuzenstaete veroordelen in de proceskosten in het incident. De rechtbank begroot die proceskosten evenwel op nihil, nu [gedaagde] heeft volstaan met een zeer korte conclusie tot referte.

3.5 In de hoofdzaak zal de zaak worden verwezen naar de rol voor conclusie van repliek.

4 De beslissing

De rechtbank,

in het incident

wijst de vordering af;

veroordeelt Geuzenstaete in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] begroot op nihil;

in de hoofdzaak

verwijst de zaak naar de rol woensdag 15 december 2010 voor conclusie van repliek.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling.

Uitgesproken in het openbaar.

1980/1729