Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2010:BO0530

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
15-10-2010
Datum publicatie
15-10-2010
Zaaknummer
10/996550-05 en 10/994175-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Voormalig directeur Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam/Havenbedrijf Rotterdam N.V. veroordeeld voor ambtelijke omkoping, valsheid in geschrift en oplichting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector strafrecht

Parketnummers: 10/996550-05 en 10/994175-09

Datum uitspraak: 15 oktober 2010

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1944,

zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland,

raadslieden mr. P.J. Baauw, advocaat te Utrecht en mr. W.H. Jonkers, advocaat te Den Haag.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van

6 september 2010, 7 september 2010, 14 september 2010, 16 september 2010,

21 september 2010 en 5 oktober 2010.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen, zoals deze op de terechtzittingen van 28 oktober 2008 en 6 september 2010 overeenkomstig de vorderingen van de officieren van justitie zijn gewijzigd. De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

Het ten laste gelegde komt er op neer dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan:

1. valsheid in geschrift, bestaande uit het valselijk opmaken dan wel doen en/of laten opmaken van een raamovereenkomst, waarin de verdachte opzettelijk en in strijd met de waarheid heeft opgenomen dan wel heeft doen en/of laten opnemen dat het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam (hierna:GHR) zich jegens schuldeisers van het RDM-concern garant zal stellen voor verplichtingen uit geldleningen ter hoogte van minimaal honderd miljoen euro, gepleegd als ambtenaar;

2. valsheid in geschrift, bestaande uit het valselijk opmaken dan wel doen en/of laten opmaken van garanties (guarantees), waarin de verdachte opzettelijk en in strijd met de waarheid heeft opgenomen dan wel heeft doen en/of laten opnemen dat het GHR en het Havenbedrijf Rotterdam N.V. (hierna: HbR) zich jegens schuldeisers van het RDM-concern garant stelt voor verplichtingen uit geldleningen en dat hij zelfstandig bevoegd is die garanties af te geven en/of aan te gaan alsook aan het gebruikmaken, voorhanden hebben dan wel afleveren van die valse garanties, gepleegd als ambtenaar;

3. valsheid in geschrift, bestaande uit het valselijk opmaken dan wel doen en/of laten opmaken van certificaten, waarin de verdachte opzettelijk en in strijd met de waarheid onder meer heeft opgenomen dan wel heeft doen en/of laten opnemen dat hij voor het aangaan en/of afgeven van garanties geen goedkeuring nodig had van de raad van commissarissen van het HbR, alsook aan het gebruikmaken, voorhanden hebben dan wel afleveren van die valse certificaten;

4. valsheid in geschrift, bestaande uit het valselijk opmaken dan wel doen en/of laten opmaken van bevestigingsbrieven (letters of representation), jaarrekeningen en/of jaarverslagen, waarin de verdachte opzettelijk en in strijd met de waarheid – kort gezegd – heeft opgenomen dan wel heeft doen en/of laten opnemen dat bij het opmaken van de jaarrekeningen van het GHR rekening is gehouden met alle bekende feiten en omstandigheden die van belang zijn voor het inzicht dat deze behoren te geven en dat de jaarrekeningen en jaarverslagen een getrouw beeld geven van de financiële positie en van de baten en lasten, alsook aan het gebruikmaken, voorhanden hebben dan wel afleveren van die valse bevestigingsbrieven, jaarrekeningen en jaarverslagen, gepleegd als ambtenaar;

5. oplichting, bestaande uit het bewegen van de gemeente Rotterdam, het GHR, het HbR en/of banken en/of financiële instellingen tot het aangaan van schulden en/of verplichtingen en het verstrekken van leningen, door gebruik te maken van een valse raamovereenkomst en valse garanties, certificaten, verklaringen, jaarrekeningen, jaarverslagen en bevestigingsbrieven en door informatie geheim, achter en/of verborgen te houden, gepleegd als ambtenaar;

6. passieve ambtelijke omkoping, bestaande uit het aannemen van giften en/of beloften teneinde – al dan niet in strijd met zijn plicht als ambtenaar – iets te doen of na te laten.

EIS OFFICIER VAN JUSTITIE

De officieren van justitie mrs. Plooij en Broekhuijsen hebben gerekwireerd tot:

- bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde;

- veroordeling van de verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie jaren.

BEWIJS EN BEWIJSMOTIVERING

De rechtbank zal de feiten in chronologische volgorde behandelen.

Voor de bewezenverklaarde feiten geldt dat de verdachte was aangesteld als ambtenaar bij de gemeente Rotterdam, in de functie van hoofddirecteur, tevens hoofd van dienst bij het GHR . Per 1 januari 2004 is het GHR overgegaan in het HbR, waarbij de verdachte de functie kreeg van statutair directeur .

Feit 6

Standpunt officier van justitie

Door het gebruik van het appartement in Antwerpen en de daar aanwezige inrichting en inventaris om niet – dan wel voor een niet controleerbaar gering bedrag – te aanvaarden, heeft de verdachte een gift aangenomen. Dit gebruik vertegenwoordigde een zekere waarde. De verdachte bespaarde aanzienlijke kosten.

Ook de drie bedragen die door RDM Holding op de Zwitserse bankrekening van de verdachte zijn gestort zijn aan te merken als giften in de zin van artikel 362/363 Wetboek van Strafrecht. De verdachte heeft hier vrijelijk over kunnen beschikken en beschikt. Van de 1,2 miljoen euro die hij van RDM, lees [getuige 1], heeft gekregen, heeft hij in elk geval ruim twee ton in eigen zak gestoken.

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte in de periode van de tenlastelegging in Nederland, België en Zwitserland de daar omschreven giften heeft aangenomen, wetende dat deze hem werden gedaan om hem te bewegen als diensthoofd van het Havenbedrijf in strijd met zijn plicht iets te doen.

Het ‘in strijd met zijn plicht iets doen’ bestond uit het vals en/of onbevoegd opmaken van de zogeheten raamovereenkomst – in twee versies – en het onbevoegd afgeven van een groot aantal garanties, één en ander in een volstrekte ‘Alleingang’ en met een niet betamelijke voorkeursbehandeling van [getuige 1] c.q. RDM.

Maar ook kan worden gedacht aan handelingen als het verstrekken van de lening aan MD Helicopters, het niet innen van huur voor het Baris-terrein, het daarbij afzien van incassomaatregelen, en de beloftes die door de verdachte werden gedaan aan Staalbankiers, Commerzbank en Barclays dat ze een voorkeursbehandeling zouden krijgen.

Standpunt verdachte

Namens de verdachte is aangevoerd dat het in de weekenden gebruik kunnen maken van een toch grotendeels leegstaand appartement in Antwerpen een vriendendienst betreft.

De via het RDM-concern door [getuige 1] op de Zwitserse Hugo Kahn bankrekening van de verdachte gestorte gelden waren daar geparkeerd ten behoeve van [getuige 2], als veiligstelling voor diens honorering voor consultancy-werkzaamheden voor het RDM-concern in Egypte. De bedragen zijn in mei/juni 2004 van de rekening van verdachte overgeboekt aan [getuige 2].

Beoordeling

Appartement Antwerpen

Uit het dossier en hetgeen ter zitting is besproken kan met betrekking tot het appartement in Antwerpen de volgende gang van zaken worden vastgesteld.

Begin 1999 heeft de verdachte een appartement aan de [adres] te Antwerpen te koop zien staan . Korte tijd later heeft de toenmalige partner van de verdachte, [getuige 3], op 30 april 1999 namens en voor rekening van Lamoenchi Beheer B.V, een vennootschap van [getuige 1], dit appartement gekocht . Het appartement is op 11 juli 2000 in aanwezigheid van [getuige 3] (voorlopig) opgeleverd .

Naast de koopprijs heeft Lamoenchi Beheer B.V. de afbouw, het meerwerk, de inrichting, de bijdrage van de Vereniging van Eigenaren (hierna: VvE) en kabel- en watergebruik betaald, in totaal een bedrag van ongeveer € 400.000,00. De verdachte woonde de vergaderingen van de VvE bij. Correspondentie van leveranciers en de VvE is aan de verdachte gericht. Na aankoop hebben [getuige 3] en de verdachte opdracht gegeven voor de inrichting .

[getuige 3] was de contactpersoon van [getuige 4], de architect. [getuige 4] heeft naar zijn zeggen nooit contact gehad met [getuige 1] . Een buurvrouw en de syndicus (vertegenwoordiger van de VvE) hebben verklaard dat zij [getuige 1] nooit in het appartement hebben gezien of contact met hem hebben gehad. Het appartement is op initiatief van de verdachte verkocht op 23 december 2002 .

De verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij vanaf begin 2001 tot augustus 2002 gedurende de weekenden in het appartement heeft verbleven. Hiervoor heeft hij geen gebruiksvergoeding betaald. Hij zou gas, licht en de werkster contant hebben betaald .

Voor strafbare ambtelijke omkoping dient sprake te zijn van het door een ambtenaar aannemen van een gift wetende of redelijkerwijs vermoedende dat deze hem werd gedaan teneinde hem te bewegen om in strijd met zijn plicht in zijn bediening iets te doen of na te laten.

De verdachte was in de (ten laste gelegde) periode waarin hij gebruik heeft gemaakt van het appartement (van 1 februari 2001 tot en met augustus 2002) ambtenaar, te weten hoofd van de tak van dienst GHR. Uit voormelde gang van zaken blijkt dat de verdachte en zijn toenmalige partner tegen minimale kosten in een door Lamoenchi/[getuige 1] betaald en door de verdachte en zijn toenmalige partner uitgezocht en naar hun wensen (keuken, gordijn slaapkamer, douchedeuren) ingericht luxe appartement konden verblijven. Aangenomen moet worden dat Lamoenchi het appartement voornamelijk ten behoeve van de verdachte en zijn toenmalige partner heeft gekocht. Dat dit gebruik van het appartement voor de verdachte waarde had spreekt voor zich. De FIOD gaat uit van een bespaarde huursom van ruim € 1.500,00 per maand . Aldus heeft de verdachte door dit gebruik te aanvaarden ‘een gift’ als bedoeld in artikel 362/363 Sr aangenomen.

Vervolgens is de vraag aan de orde of de verdachte wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat deze gift hem werd gedaan met het oog op een bepaalde tegenprestatie.

Bij de beantwoording van die vraag is het volgende van belang. Het RDM-concern had grote belangen in de Rotterdamse haven. In 1995 zijn de zakelijke contacten tussen de verdachte en [getuige 1] begonnen met de verkoop van de terreinen van Wilton Feijenoord aan de Baris-groep. In de periode van 1995-2000 hebben [getuige 1] en de verdachte een aantal projecten opgepakt, zoals de sanering van de Wilton haven en de verkoop van Verolme Botlek aan Keppel . De verdachte heeft verklaard dat de relatie met [getuige 1] vanaf 2000 vriendschappelijke aspecten had . Uit het dossier en hetgeen de verdachte ter zitting heeft verklaard komt [getuige 1] naar voren als een persoon die zijn eigen belangen en de belangen van het RDM-concern nooit uit het oog verliest. Dat [getuige 1] de verdachte geheel belangeloos en uitsluitend bij wijze van vriendendienst heeft laten verblijven in een door zijn vennootschap betaald en door de verdachte uitgezocht en ingericht appartement is niet aannemelijk. De rechtbank acht dan ook bewezen dat de gift aan de verdachte werd gedaan om hem gunstig te stemmen met het oog op door hem (te) verich(t)te(n) zakelijke transacties als directeur GHR.

Anders dan de officier en van justitie acht de rechtbank niet bewezen dat de verdachte wist dat de gift hem werd gedaan met het oog op een bepaalde tegenprestatie. Voor wetenschap is vereist dat het doel van de gift de verdachte duidelijk was. Daarvoor is voldoende dat de verdachte de strekking van de aangenomen gift heeft begrepen. Het dossier bevat geen bewijsmiddelen waaruit blijkt dat het doel van de gift de verdachte duidelijk is geweest.

Wel is voldoende vast komen te staan dat de verdachte redelijkerwijs heeft moeten vermoeden dat die gift niet belangeloos is gedaan. Gelet op voormelde gang van zaken met betrekking tot de aankoop van het appartement, in het bijzonder dat Lamoenchi/[getuige 1] alles betaald heeft en de verdachte alles zou regelen (contact met makelaar, bouw begeleiden, het appartement inrichten en bewonen) terwijl hij daar niets voor zou betalen , had de verdachte bij enig nadenken kunnen vermoeden dat deze gift hem (mede) werd gedaan met het doel hem gunstig te stemmen en hem te bewegen om – in strijd met zijn plicht – aan het RDM-concern een voorkeursbehandeling te geven.

Nu het sluiten van de raamovereenkomst van 28 december 2002 met RDM/[getuige 1] en het afgeven van de garanties ten behoeve van RDM-vennootschappen enige jaren later hebben plaatsgevonden dan de aankoop van het appartement is er onvoldoende reden om aan te nemen dat er sprake is van een causaal verband tussen de gift en het verstrekken van de garanties. De rechtbank merkt in dit verband wel op dat de verdachte ten tijde van de aankoop van het appartement in 1999 in zijn hoedanigheid van directeur van het GHR een lening heeft verstrekt aan MD Helicopters (eveneens behorend tot het RDM-concern) tegen zeer gunstige condities. Deze verstrekking valt echter buiten de ten laste gelegde periode.

Betalingen van RDM Holding

Uit het dossier en hetgeen ter terechtzitting is besproken kan het volgende worden vastgesteld.

De verdachte heeft op zijn Zwitserse nummerrekening de volgende bedragen van RDM Holding ontvangen:

16 maart 2001 € 45.359,55

25 januari 2002 € 667.000,00

13 november 2002 € 500.000,00

totaal € 1.212.359,55

De verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij [getuige 1] in 2000 in contact heeft gebracht met [getuige 2] (hierna: [getuige 2]), een vriend van de verdachte die hij al lang kent. Kort gezegd zouden voormelde bedragen door RDM op zijn rekening zijn gestort in verband met consultancywerkzaamheden van [getuige 2] voor RDM. [getuige 1]/RDM wilde [getuige 2] niet vooraf betalen en [getuige 2] wilde zekerheid dat hij daadwerkelijk betaald zou worden. De verdachte zou hierin een faciliterende rol hebben gespeeld. RDM zou het geld op zijn Zwitserse bankrekening storten en de verdachte zou het geld aan [getuige 2] doorbetalen zodra [getuige 1] daar toestemming voor gaf.

De verdachte heeft op 26 mei 2004 een bedrag van € 500.000,00 en op 3 juni 2004 een bedrag van € 517.520 aan [getuige 2] betaald. Het restant (€ 185.000,00 dat door de verdachte was gebruikt) is betaald door verrekening bij de verkoop aan [getuige 2] van het in Frankrijk gelegen huis van de verdachte.

Indien hetgeen de verdachte heeft verklaard juist is dan is er geen sprake van een gift als bedoeld in artikel 362/363 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank stelt de volgende vraagtekens bij de door verdachte geschetste gang van zaken:

• er was geen enkele noodzaak voor de verdachte om betalingen tussen [getuige 2] en RDM te faciliteren, de betaling van [getuige 2] zou eenvoudig kunnen worden geregeld via aan geblokkeerde rekening;

• er was reeds een betaling van ongeveer fl. 100.000,00 verricht op 16 maart 2001 terwijl de overeenkomst tussen [getuige 2] en RDM pas in januari 2002 is gesloten;

• de overeenkomst tussen [getuige 2] en RDM voorziet in een ander betalingsschema, te weten € 700.000,00 in januari 2002 en € 500.000,00 voor het einde van 2002;

• er bestaan aanwijzingen dat de overeenkomst tussen [getuige 2] en RDM op 5 juni 2004 (nadat één van de garanties bij de gemeente bekend was geworden en RDM Submarines failliet was gegaan) is opgesteld;

• [getuige 2] heeft anders dan de verdachte verklaard dat hij uiteindelijk met [getuige 1] een bedrag van 1 miljoen euro is overeengekomen, hetgeen ook is betaald;

• [getuige 6], destijds directeur van RDM Submarines, wist niets van het inschakelen van [getuige 2];

• de timing van de betalingen; deze vonden plaats kort voor het afsluiten van de zogeheten ‘raamovereenkomst’;

• de keuze van de verdachte voor een geheime Zwitserse bankrekening;

• [getuige 2] heeft 1,2 miljoen euro voor niet aantoonbare ongespecificeerde werkzaamheden ontvangen.

Daar tegenover staat het volgende:

• een groot deel van het door RDM Holding gestorte bedrag, te weten € 1.017.520,00 is daadwerkelijk aan [getuige 2] betaald;

• de woning van de verdachte in Frankrijk is daadwerkelijk aan [getuige 2] geleverd waarbij € 185.000,00 is verrekend ;

• indien de overeenkomst tussen [getuige 2] en RDM daadwerkelijk op 5 juni 2004 zou zijn gesloten, is niet logisch waarom daarin dan een ander dan het feitelijke betalingsschema is opgenomen;

• [getuige 2] heeft bevestigd dat hij is betaald voor zijn werkzaamheden door overmaking van de bedragen van de rekening van verdachte in mei/juni 2004.

Hetgeen met betrekking tot de betalingen door de officier van justitie bij requisitoir naar voren is gebracht is een mogelijk scenario. De rechtbank kan de door verdachte geschetste gang van zaken echter niet geheel uitsluiten. Dat de door RDM Holding op de bankrekening van de verdachte gestorte bedragen voor [getuige 2] bestemd waren is niet onaannemelijk. De rechtbank acht derhalve niet overtuigend bewezen dat de verdachte door de ontvangst van die bedragen een gift heeft aangenomen zodat de verdachte zal worden vrijgesproken van dat deel van de tenlastelegging.

Ter terechtzitting is door de officieren van justitie nog opgemerkt dat de verdachte het saldo op zijn Zwitserse bankrekening heeft beheerd en door middel van deposito’s en beleggingen in aandelen een opbrengst van in totaal € 60.000,00 heeft gegenereerd. De bevoordeling met dit bedrag is echter niet (als gift) ten laste gelegd.

Feit 1

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de raamovereenkomst die de verdachte op 2 september 2004 aan de onderzoekers van Price Waterhouse Coopers heeft overhandigd vals is. De raamovereenkomst zou zijn geantedateerd; daarnaast heeft de verdachte ten onrechte in de overeenkomst laten opnemen dat het GHR zich garant stelt voor verplichtingen uit hoofde van geldleningen tot een bedrag van minimaal 100 miljoen euro. Hij was daartoe immers niet bevoegd, aldus de officier van justitie.

Is de raamovereenkomst D/3 geantedateerd

De ondertekenaars van de bewuste raamovereenkomst D/3, [getuige 1] en de verdachte, hebben beiden verklaard dat de ondertekening van de overeenkomst plaats heeft gevonden op 28 december 2002 te Schiedam. De officier van justitie heeft gewezen op het bestaan van verschillende (voornamelijk digitale) versies van de raamovereenkomst. Aan de hand van die verschillende versies – en met name gelet op de bestandseigenschappen daarvan – komt de officier van justitie tot de conclusie dat men aanvankelijk (eind 2002, begin 2003) een raamovereenkomst had gesloten voor garanties ter hoogte van een bedrag van maximaal 20 miljoen euro, dat later in 2003 een overeenkomst is opgesteld voor garanties ter hoogte van maximaal 60 miljoen euro en dat op 18 mei 2004, toen dreigde uit te komen dat de verdachte al die garanties had afgegeven, de bewuste raamovereenkomst D/3 is opgesteld en ondertekend.

Ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard dat de versie van de raamovereenkomst die bij Residex is aangetroffen en die, in afwijking van de raamovereenkomst D/3, een maximum bedrag van twintig miljoen euro vermeldt, een deelversie was van de raamovereenkomst. De bank aan wie de lening was gevraagd, hoefde niet alles te weten, aldus de verdachte. Voorts heeft de verdachte aangegeven dat de overeenkomst die een bedrag aan garanties vermeldt voor maximaal zestig miljoen euro een conceptversie was van een overeenkomst die [getuige 1] de verdachte wilde laten tekenen voor het afgeven van aanvullende garanties, dus bovenop de garanties voor leningen ter hoogte van een bedrag van 100 miljoen euro.

Aan de officier van justitie dient te worden nagegeven dat er substantiële aanwijzingen zijn voor de juistheid van zijn stelling dat de raamovereenkomst is geantedateerd. Niet valt te ontkennen dat de verdachte op dit punt verklaringen heeft afgelegd die in ieder geval niet geheel overeen komen met de inhoud van de verschillende gevonden versies van de raamovereenkomst en daarom niet logisch lijken. De rechtbank is niettemin van oordeel dat het dossier onvoldoende overtuigend bewijs bevat dat de stelling van de officier van justitie op dit onderdeel ondersteunt. Het belangrijkste bewijs dat door de officier van justitie is aangedragen, vormen de bestandseigenschappen (de creatiedata) van de verschillende digitale versies van de raamovereenkomst. Het NFI rapport dat hieromtrent is opgemaakt, alsmede de verklaring van de deskundige Bhoedjang ter terechtzitting, leren echter dat de uit de bestandseigenschappen blijkende creatiedatum niet zonder meer als aanmaakdatum van het betreffende bestand kan gelden. Een en ander kan bijvoorbeeld worden beïnvloed door de manier waarop het betreffende bestand in het programma Word wordt opgeslagen. Ook het overige bewijs dat door de officier van justitie is gepresenteerd leunt te veel op aannames om tot een bewezenverklaring te komen.

Bevoegdheid

De enkele stelling dat de verdachte onbevoegd de raamovereenkomst heeft getekend maakt die raamovereenkomst nog niet vals. In de raamovereenkomst is niets opgenomen omtrent de bevoegdheid van de verdachte om het GHR te vertegenwoordigen. Vast staat in ieder geval dat de verdachte namens het GHR garanties heeft afgegeven ten behoeve van leningen aan het RDM-concern die in totaal meer dan honderd miljoen euro bedroegen. In zoverre is kennelijk uitvoering gegeven aan het bepaalde in de raamovereenkomst.

Het bovenstaande brengt mee dat de verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging dient te worden vrijgesproken.

Feit 2

De officier van justitie acht bewezen dat de verdachte in de periode van 1 november 2003 tot en met 30 juni 2004, al dan niet in vereniging met één of meer anderen vier specifieke garanties vals heeft opgemaakt en/of die valse garanties heeft gebruikt tegenover de Commerzbank en RDM. De valsheid zou daarin bestaan dat in die garanties was opgenomen dat het havenbedrijf zich garant stelt voor een lening en hij, verdachte, daartoe zelfstandig bevoegd zou zijn. Door ondertekening van voornoemde garanties heeft de verdachte de inhoud van de garanties bevestigd.

Dat de verdachte zichzelf zelfstandig bevoegd achtte om de garanties aan te gaan en te ondertekenen zou afgeleid dienen te worden uit de volgende passage die in de garanties onder punt 12 is opgenomen:“The person executing this guarantee on behalf of the Guarantor represents and warrants his authority to validly and bindingly act on behalf of the Guarantor in respect of this guarantee.”

Teneinde vast te stellen of de verdachte de garanties in strijd met de waarheid heeft ondertekend, dient een onderscheid te worden gemaakt tussen de periode van het GHR en het HbR zodat binnen het voor die rechtsvorm geldende regime bepaald kan worden welke betekenis aan de term “authority” toekomt. Vervolgens dient vastgesteld te worden of hetgeen onder punt 12 met betrekking tot de bevoegdheid van verdachte is opgenomen, onjuist is.

De verdachte heeft verklaard dat in voornoemde passage tot uitdrukking wordt gebracht dat hij zowel beslissings- als tekeningsbevoegd was, hetgeen naar zijn mening niet strijdig met de waarheid was. Immers, zo stelt verdachte, was hij op grond van het Integraal Mandaat- en Volmachtbesluit 2001, en de zogenaamde Opsteltenbrief zowel ten tijde van het GHR als van het HbR beslissingsbevoegd garanties aan te gaan en het havenbedrijf te binden. Ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard dat zijn beslissingsbevoegdheid om garanties aan te gaan gebaseerd was op de Wet Dualisering Gemeentebestuur uit 2002 en het memo van [getuige 8], de jurist van het havenbedrijf, met als bijlagen het Integraal Mandaat- en Volmachtbesluit 2001(hierna: IMV 2001) en de Machtiging Directeur GHR (de zogenaamde Opsteltenbrief). Op grond van voornoemde stukken was hij – aldus de verdachte – bevoegd obligatoire overeenkomsten aan te gaan en het havenbedrijf extern te binden.

Bij de overgang van GHR naar een naamloze vennootschap per 1 januari 2004 is er een ander juridisch regime gaan gelden. De verdachte heeft verklaard zich ervan bewust geweest te zijn dat de volmachten en machtigingen ten tijde van het GHR vervielen en dat de handelingen van het HbR vanaf dat moment werden bestreken door de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).

Bevoegdheid tot 1 januari 2004 (GHR)

Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de door verdachte ondertekende garanties zijn te kwalificeren als obligatoire overeenkomsten. Onvoldoende is komen vast te staan dat de verdachte wist dat hij - zoals achteraf is gebleken - niet bevoegd was om het GHR, en daarmee de gemeente Rotterdam, door het afgeven van de bewuste garanties namens het GHR te binden. De rechtbank stelt vast dat ook de gemeente in de zomer van 2004 er nog van uitging dat de verdachte binnen de reikwijdte van zijn bevoegdheden had gehandeld. Dat het gerechtshof te Amsterdam op 30 juni 2009 uiteindelijk heeft bepaald dat verdachte die bevoegdheid niet had brengt niet met zich dat verdachte hetgeen onder punt 12 in de op 5 november 2003 door hem ondertekende garantie is opgenomen, opzettelijk (ook niet in de zin van voorwaardelijk opzet) in strijd met de waarheid heeft laten opnemen.

Bevoegdheid vanaf 1 januari 2004 (HbR)

Uit artikel 2:130 BW, waarin de vertegenwoordiging van de naamloze vennootschap is geregeld, volgt in beginsel een onbeperkte en onvoorwaardelijke bevoegdheid tot vertegenwoordiging van de bestuurder van de N.V.

Blijkens de inschrijving in de Kamer van Koophandel d.d. 31 december 2003 en de Regeling bevoegdheden Havenbedrijf N.V., was de verdachte alleen dan wel zelfstandig bevoegd de vennootschap te vertegenwoordigen en aldus bevoegd de vennootschap extern te binden.

Ingevolge het derde lid van voornoemd artikel kan slechts de vennootschap een eventuele beperking van deze externe bevoegdheid inroepen. In de statuten van het HbR is in artikel 25.6 onder l opgenomen dat voor besluiten van het bestuur omtrent het verbinden van de vennootschap voor schulden van anderen dan afhankelijke maatschappijen, de goedkeuring van de Raad van Commissarissen (hierna: RvC) is vereist. Deze statutaire beperking raakt de interne verhouding binnen de N.V. en heeft in beginsel geen externe werking. De opsteller van de garanties, [getuige 9], heeft verklaard dat punt 12 in de garanties slechts ziet op de externe bevoegdheid (vertegenwoordigingsbevoegdheid) om de garantie geldend en verbindend af te geven.

Het standpunt van de officier van justitie is dat aan de in punt 12 gehanteerde term “authority” in een juridisch stuk als de onderhavige garantie geen andere betekenis kan worden toegekend dan die van een machtiging in de zin van een volmacht. De verdachte zou aldus ten onrechte in de garanties hebben (laten) opnemen dat zijn bevoegdheid om de N.V. te binden, gebaseerd zou zijn op een volmacht vanuit ofwel het GHR ofwel het HbR. Aldus is de officier van justitie van mening dat onder de term authority dient te worden verstaan: het hebben van een volmacht (interne bevoegdheid zijnde de beslissingsbevoegdheid om een garantie aan te gaan) teneinde daadwerkelijk extern (vertegenwoordigingsbevoegdheid) op te kunnen treden.

De rechtbank deelt dit standpunt niet. In Black’s Law Dictionary , wordt expliciet aangegeven dat de term authority geen eensluidende betekenis heeft en om die reden dient te worden vermeden: “The term ‘authority’, (..) may easily be used in three senses, and is therefore a term to be avoided when accurate reasoning is desirable”

Ook de deskundige Lieverse heeft aangegeven dat de term authority binnen het Angelsaksische recht meerdere betekenissen kan hebben. Het lijkt erop dat ‘authority’ in dit geval het beste kan worden vertaald met ‘bevoegdheid’. Het moet er dan ook voor gehouden worden dat met de passage in punt 12 van de garanties wordt bedoeld dat de ondertekenaar van de garantie ervoor instaat dat hij bevoegd is om het HbR rechtsgeldig te binden. Zoals gezegd, had de verdachte als bestuurder van HbR die bevoegdheid.

Nu de verdachte naar Nederlands recht in beginsel bevoegd was de vennootschap extern te binden is hetgeen onder punt 12 in de garantie is opgenomen niet in strijd met de waarheid.

De garanties kunnen dan ook niet als vals worden aangemerkt, zodat de verdachte van dit feit dient te worden vrijgesproken.

Feit 3

In de door de verdachte getekende certificaten van 27 februari 2004, 2 maart 2004 en 4 juni 2004 is onder punt 5 het volgende opgenomen:

“Execution and delivery of the Guarantees does not require the approval of the supervisory board of the Guarantor”

In het certificaat van 4 juni 2004 is het volgende aanvullend opgenomen:

“However, the members of the supervisory board of the Guarantor are aware of, and have not voiced any objection against, the Guarantor entering into the Guarantee.”

Volgens de officier van justitie is de verdachte, zijnde de bestuurder die de certificaten tekende, zelf eindverantwoordelijk voor de inhoud van de certificaten. Immers de verdachte heeft kunnen weten hoe het echt zat en of hij nadere goedkeuring nodig had. Nu de verdachte onder punt 5 van de certificaten gelet op artikel 25.6 onder l van de statuten, onjuist heeft verklaard, kan hem opzet worden verweten op voornoemde valsheid in de ten laste gelegde certificaten en kan hem verweten worden dat hij deze certificaten valselijk heeft opgemaakt en gebruikt.

Ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard dat hij naar zijn mening geen voorafgaande toestemming nodig had van de RvC voor het afsluiten van de garanties. Hierdoor is hetgeen hij in de certificaten heeft opgenomen in zijn ogen juist. De verdachte was naar zijn overtuiging bevoegd, in de zin van vertegenwoordigings- en beslissingsbevoegd. In dat kader heeft hij de documentatie over zijn bevoegdheid afgegeven aan de advocaten van de betrokken partijen zoals Spigthoff advocaten en belastingsadviseurs (hierna te noemen: Spigthoff) en de advocaten van de Commerzbank. Naar de mening van de verdachte was er na de verzelfstandiging van het havenbedrijf op het gebied van zijn bevoegdheid niets voor hem veranderd. Daarenboven waren –zo stelt de verdachte- de garanties waar de certificaten betrekking op hadden, steeds weer een uitvloeisel van de eerder genoemde raamovereenkomst d.d. 28 december 2002 van 100 miljoen euro. Aangezien hij bevoegd was deze raamovereenkomst aan te gaan, zou hij ook bevoegd zijn geweest de latere garanties af te geven. Hierdoor is datgene wat hij onder punt 5 van de certificaten heeft verklaard conform de waarheid en zijn laatstgenoemde stukken – volgens de verdachte – niet vals.

Vast staat dat na de verzelfstandiging van het havenbedrijf met ingang van 1 januari 2004 de statuten in werking zijn getreden. De hierboven genoemde door verdachte afgelegde verklaringen zijn strijdig met het bepaalde in artikel 25.6 onder letter l van die statuten . Dit artikel luidt als volgt:

“Voor zover die besluiten niet reeds zijn opgenomen in een door de Raad van Commissarissen goedgekeurde begroting inclusief investeringsplan, als in lid 5 bedoeld of het bedrag dat voor die besluiten in de begroting is opgenomen, overschrijdt, zijn aan de goedkeuring van de Raad van Commissarissen onderworpen besluiten van het bestuur omtrent:

(..)l: (..) verbinden van de vennootschap voor schulden van andere dan afhankelijke maatschappijen, hetzij door borgtocht, hetzij op andere wijze;”

Ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard dat hij destijds deze statutaire bepaling kende. Uit die bepaling kan geen andere conclusie worden getrokken dan dat de verdachte toestemming van de RvC van het HbR nodig had voor het aangaan van garanties ten behoeve van de hierboven genoemde vennootschappen van het RDM-concern. Deze vennootschappen waren geen van het HbR afhankelijke maatschappijen.

Door desondanks met kennis van de inhoud van artikel 26.5 onder l van de statuten in de certificaten van 27 februari 2004, 2 maart 2004 en 4 juni 2004 op te (laten) nemen dat hij geen (voorafgaande) goedkeuring van de RvC van het HbR nodig had voor het aangaan en/of afgeven van een garantie en die certificaten te ondertekenen heeft de verdachte opzettelijk deze certificaten in strijd met de waarheid - en dus valselijk - opgemaakt. De stelling van de verdachte dat de certificaten en de garanties voortvloeien uit de raamovereenkomst en dat de bevoegdheid om die garanties aan te gaan moet worden beoordeeld in het licht van de op het moment van het sluiten van die overeenkomst geldende regelgeving, deelt de rechtbank niet. De rechtbank acht eveneens wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de valse certificaten heeft gebruikt door deze aan de Spigthoff/Commerzbank/RDM over te leggen.

Voorts is onder punt 6 van de certificaten opgenomen dat verdachte geen enkel (in)direct belang heeft bij het verstrekken van de garantie en hij er – kort gezegd – geen persoonlijk voordeel uit heeft verkregen.

Wat de tekst onder punt 6 van de certificaten betreft is de rechtbank van oordeel dat de verdachte partieel moet worden vrijgesproken van de valsheid van deze passage. Dit, nu er

– zoals hiervoor onder feit 6 overwogen – onvoldoende causaal verband is tussen het gebruik maken van het appartement van [getuige 1] en de onder feit 2 ten laste gelegde garanties.

Feit 4

In een door de verdachte ondertekende zogenaamde bevestigingsbrief , gedateerd 27 februari 2003, is vermeld dat:

• bij het opmaken van de jaarrekening 2002 van het GHR rekening is gehouden met alle bekende feiten en omstandigheden die van belang zijn voor het inzicht dat een jaarrekening beoogt te geven;

• alle bekende voorwaardelijke en onvoorwaardelijke verplichtingen, ten behoeve van derden gegeven zekerheden en aangegane verbintenissen om activa niet te bezwaren, met de juiste omschrijving in de balans, respectievelijk de toelichting daarbij zijn opgenomen;

• alle bekende risico's (waaronder claims) voortvloeiend uit de bedrijfsvoering in de balans voldoende voorzieningen zijn getroffen of in de risicoparagraaf zijn vermeld en dat eventuele gebeurtenissen na balansdatum, welke van invloed zijn op de waardering van activa en passiva toereikend zijn opgenomen en dat alle bekende werkelijke of mogelijke overtredingen van wet- en/of regelgeving aan de accountant zijn verstrekt, waarmee bij de opstelling van de jaarrekening rekening moet worden gehouden.

In de jaarrekening en het jaarverslag van het GHR d.d. 28 februari 2003 staat vermeld:

• dat de jaarrekening over het jaar 2002 een getrouw beeld geeft van de financiële positie op 31 december 2002 en van de baten en lasten over 2002 in overeenstemming met in Nederland algemeen aanvaarde grondslagen voor financiële verslaggeving en voldoet aan de wettelijke bepalingen inzake de jaarrekening zoals deze zijn opgenomen in het Besluit comptabiliteitsvoorschriften 1995 en

• dat alle bekende werkelijke of mogelijke overtredingen van wet- en/of regelgeving aan de accountant (ADR) zijn verstrekt, waarmee bij de opstelling van de jaarrekening rekening moet worden gehouden.

Ook deze stukken zijn door de verdachte getekend .

De door de verdachte getekende en op 27 februari 2004 gedateerde jaarrekening en jaarverslag over het jaar 2003 van het GHR , kennen gelijke bewoordingen als de jaarrekening en het jaarverslag van het jaar daarvoor. Al deze stukken zijn verstuurd aan de accountantsdienst Rotterdam (ADR), [getuige 10], [getuige 11] en de gemeenteraad en het college van Burgemeester en Wethouders van de

gemeente Rotterdam . Geen van deze stukken maken melding van de hierboven reeds genoemde raamovereenkomst d.d. 28 december 2002, noch van de daaruit voortvloeiende garanties.

Het standpunt van de officier van justitie is dat de verdachte, in strijd met zijn plicht om verantwoording af te leggen, bewust heeft nagelaten bepaalde garanties en het aandelen bezit in SS Rotterdam B.V. te vermelden in de jaarverslagen van het GHR over 2002 en 2003. Door de jaarverslagen te ondertekenen heeft de verdachte het oogmerk gehad deze als echt en onvervalst te gebruiken, wetende dat de benodigde informatie ontbrak waardoor deze jaarverslagen valselijk zijn opgemaakt.

Voor wat betreft het verwijt dat de verdachte de raamovereenkomst van 28 december 2002 niet in de jaarverslagen van 2002 en 2003 heeft opgenomen, is de officier van justitie van mening dat verdachte hiervan dient te worden vrijgesproken nu die overeenkomst niet in de jaarverslagen van het GHR over 2002 en 2003 kon worden opgenomen omdat deze geantedateerd is en dus later is opgemaakt.

Voor wat betreft de bevestigingsbrieven stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat nu de verdachte slechts de bevestigingsbrief over 2002, gedateerd 26 februari 2003 heeft ondertekend wetende dat hij niet alle daarvoor vereiste informatie aan de accountantsdienst van het GHR heeft verschaft, hem als eindverantwoordelijke kan worden verweten slechts één bevestigingsbrief valselijk te hebben opgemaakt. De officier van justitie vordert vrijspraak ten aanzien van het valselijk opmaken van de bevestigingsbrief gedateerd 15 februari 2004 nu deze brief is ondertekend door de plaatsvervangend algemeen directeur [getuige 12].

De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat de verdachte ten aanzien van het valselijk opmaken van de bevestigingsbrief van 15 februari 2004 dient te worden vrijgesproken. Voornoemde bevestigingsbrief is immers door een ander dan de verdachte ondertekend zonder voorafgaand overleg met of opdracht van de verdachte.

Ter terechtzitting heeft de verdachte erkend dat hij verzuimd heeft de raamovereenkomst en de garantie te melden in de bevestigingsbrief d.d. 26 februari 2003, de jaarrekening en de jaarverslagen gedateerd 28 februari 2003 en 27 februari 2004 waardoor de in de tenlastelegging genoemde stukken niet juist zijn. De verdachte heeft de garanties niet in de jaarrekening van 2002 en 2003 opgenomen omdat hij “(..) ze toen niet materieel vond en de kwestie verband houdende met Taiwan niet naar buiten wilde hebben. (..) ik dacht dat het allemaal wel op zijn pootjes terecht zou komen.”

Zowel [getuige 10], directeur ADR als [getuige 13], registeraccountant bij de ADR, hebben verklaard dat voor het uitbrengen van een accountantsverklaring, de primair verantwoordelijke binnen het GHR, te weten de directie, de benodigde informatie aan de ADR moet verstrekken. Hiertoe krijgt de directie een brief (de bevestigingsbrief) toegezonden met het verzoek deze na ondertekening te retourneren. Nadat de brief ondertekend retour is ontvangen geeft de ADR een accountantsverklaring af. Gezien de tekst van de bevestigingsbrieven had de raamovereenkomst van 28 december 2002 aan de ADR gemeld moeten worden. De garanties hadden vermeld moeten worden onder de niet uit de balans blijkende verplichtingen en als deze een materieel risico inhouden, moeten ze worden opgenomen in de risicoparagraaf. [getuige 10] is van mening dat de verdachte de garanties had moeten melden, ongeacht of een garantie materieel is of niet.

De verklaringen van [getuige 10] en [getuige 13] worden onderschreven door de verklaring van [getuige 11], plaatsvervangend directeur bij de ADR. Uit die verklaring volgt dat de bevestigingsbrieven de directie er juist op wijzen om zaken die niet uit de administratie blijken, op te geven . De rechtbank onderschrijft de inhoud van deze verklaringen.

Door de bevestigingsbrief en de jaarrekeningen/jaarverslagen te ondertekenen terwijl hij wist dat voor de beoordeling van de financiële positie van het havenbedrijf essentiële informatie ontbrak acht de rechtbank bewezen dat de verdachte deze stukken valselijk heeft opgemaakt c.q. laten opmaken en deze heeft gebruikt door deze aan de ADR respectievelijk de gemeenteraad en het college van Burgemeester en Wethouders te versturen.

Feit 5

Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank niet de oplichting van de banken, maar de oplichting van de gemeente Rotterdam en HbR bewezen. De rechtbank acht onvoldoende causaal verband aangetoond tussen de bewezen geachte valse certificaten en het verstrekken van de leningen aan vennootschappen van het RDM-concern door de betreffende banken. Evenmin acht de rechtbank bewezen dat de verdachte de oplichting samen met een ander of anderen heeft gepleegd.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de gemeente c.q. het Havenbedrijf niet kon worden opgelicht, omdat de verdachte onbevoegd de garanties heeft afgegeven en daarom de gemeente dan wel het Havenbedrijf niet kon binden. Zoals hierboven weergegeven is dit laatste nog maar de vraag, zeker waar het gaat om het binden van het verzelfstandigde Havenbedrijf ná 1 januari 2004. Hoe dan ook, voor een bewezenverklaring van oplichting is niet vereist dat de door of namens het slachtoffer aangegane schuld of verbintenis later (in rechte) afdwingbaar is (zie ook HR 24 januari 1950, NJ 1950, 287 waarin is overwogen dat voor een bewezenverklaring van oplichting naast het oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling niet tevens is vereist dat iemand door het handelen van de verdachte is benadeeld).

Verdachte heeft in de bewezenverklaarde periode te Rotterdam en te Amsterdam (tot 1 januari 2004 in zijn hoedanigheid van directeur van het GHR) namens het GHR c.q. het HbR garanties afgegeven ten behoeve van leningen van diverse vennootschappen van het RDM-concern . Deze garanties gingen soms vergezeld van door de verdachte ondertekende (valse) certificaten ter bevestiging van zijn vertegenwoordigings- en beslissingsbevoegdheid. Ook heeft de verdachte (naar moet worden aangenomen op 28 december 2002) met [getuige 1] namens RDM Holding B.V. de bewuste raamovereenkomst gesloten waarin het GHR zich garant stelde voor verplichtingen uit hoofde van geldleningen tot een minimumbedrag van 100 miljoen euro. Vast staat dat de verdachte deze raamovereenkomst en de garanties geheim heeft gehouden voor het college van B&W en de raad van de gemeente Rotterdam dan wel voor de RvC van het HbR . Deze stukken zijn evenmin in de administratie van het GHR of HbR opgenomen . Verdachte was echter wel gehouden deze te melden en wist dat ook. Reeds hierboven is vermeld dat deze geheimhouding zover ging, dat de garanties en de raamovereenkomst ten onrechte niet zijn opgenomen in (een bevestigingsbrief ten behoeve van) de jaarrekeningen en de jaarverslagen van het GHR over de jaren 2002 en 2003.

Vorenstaande handelingen van verdachte en de geheimhouding daarvan zijn te kwalificeren als listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels.

De verdachte heeft, zoals hij zelf ook meermalen heeft verklaard, het RDM-concern c.q. [getuige 1] willen compenseren (lees: bevoordelen) voor het niet mogen leveren van onderzeeërs aan Taiwan . De verdachte heeft ook verklaard dat hij wist dat de gemeente Rotterdam niet akkoord zou gaan met een garantstelling voor een bedrag van rond de 100 miljoen euro en dat dat ook een van de redenen was om de raamovereenkomst alsmede de op basis van die overeenkomst afgegeven garanties geheim te houden . Deze ‘Alleingang’ heeft er uiteindelijk toe geleid dat de gemeente Rotterdam c.q. het HbR zijn bewogen tot het aangaan van verplichtingen en door verschillende banken zijn aangesproken tot nakoming van door de verdachte ondertekende garanties.

BEWEZENVERKLARING

Gelet op het bovenstaande is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

Feit 3

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks

a)(D/1410) 27 februari 2004 en/of

b)(D/1414) 2 maart 2004 en/of

c)(D/1427) 4 juni 2004,

althans in of omstreeks de periode van 1 februari 2004 tot en met 30 juni 2004

te Amsterdam en/of Rotterdam en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen,

althans eenmaal (telkens) een of meerdere certifica(a)t(en) en/of

verklaring(en)

(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te

dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst en/of heeft doen en/of laten

opmaken en/of vervalsen, immers heeft/hebben verdachte en/ of zijn

mededader(s) (telkens) valselijk - immers opzettelijk in strijd met de

waarheid -

a)(D/1410) in een certificaat en/of verklaring, gedateerd 27 februari 2004,

opgenomen/ingevuld en/of doen en/of laten invullen/opnemen (- zakelijk

weergegeven-)

- dat hij (verdachte) geen (voorafgaande) toestemming en/of goedkeuring nodig

had van de raad van commissarissen van het Havenbedrijf Rotterdam NV voor het

aangaan van en/of afgeven van (een) garantie(s) en/of

- de volgende passage (onder punt 5 van het certificaat):

"5. Execution and delivery of the Guarantees does not require the approval of

the supervisory board of the Guarantor."

en/of

- de volgende passage (onder punt 6 van het certificaat):

6. the undersigned does not have any direct or indirect interest in providing

the Guarantees, the transactions contemplated thereby or the activities and

transactions which the Guarantees serve to enable, except only for such

interests as may result from his employment by the Guarantor in relation to

the benefits the Guarantor may derive from providing the Guarantees.

en/of dat geschrift voorzien van een handtekening (zulks ter bevestiging van

de inhoud van dat geschrift) en/of

b)(D/1414) in een certificaat en/of verklaring, gedateerd 2 maart 2004,

opgenomen/ingevuld en/of doen en/of laten invullen/opnemen (- zakelijk

weergegeven-)

- dat hij (verdachte) geen (voorafgaande) toestemming en/of goedkeuring nodig

had van de raad van commissarissen van het Havenbedrijf Rotterdam NV voor het

aangaan van en/of afgeven van (een) garantie(s) en/of

- de volgende passage (onder punt 5 van het certificaat):

"5. Execution and delivery of the Guarantees does not require the approval of

the supervisory board of the Guarantor."

en/of

- de volgende passage (onder punt 6 van het certificaat):

6. the undersigned does not have any direct or indirect interest in providing

the Guarantees, the transactions contemplated thereby or the activities and

transactions which the Guarantees serve to enable, except only for such

interests as may result from his employment by the Guarantor in relation to

the benefits the Guarantor may derive from providing the Guarantees.

en/of dat geschrift voorzien van een handtekening (zulks ter bevestiging van

de inhoud van dat geschrift) en/of

c)(D/1427) in een certificaat en/of verklaring, gedateerd 4 juni 2004,

opgenomen/ingevuld en/of doen en/of laten invullen/opnemen (- zakelijk

weergegeven -)

- dat hij (verdachte) geen (voorafgaande) toestemming en/of goedkeuring nodig

had van de raad van commissarissen van het Havenbedrijf Rotterdam NV voor het

aangaan van en/of afgeven van (een) garantie(s) en/of

- de volgende passage (onder punt 5 van het certificaat):

"5. Execution and delivery of the Guarantees does not require the approval of

the supervisory board of the Guarantor. However, the members of de supervisory

board of the Guarantor are aware of, and have not voiced any objection

against, the Guarantor entering into the Guarantee."

en/of

- de volgende passage (onder punt 6 van het certificaat):

6. the undersigned does not have any direct or indirect interest in providing

the Guarantees, the transactions contemplated thereby or the activities and

transactions which the Guarantees serve to enable, except only for such

interests as may result from his employment by the Guarantor in relation to

the benefits the Guarantor may derive from providing the Guarantee."

en/of dat geschrift voorzien van een handtekening (zulks ter bevestiging van

de inhoud van dat geschrift

zulks telkens met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst

te gebruiken of door anderen te doen gebruiken

en/of

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks

a)(D/1410) 27 februari 2004 en/of

b)(D/1414) 2 maart 2004 en/of

c)(D/1427) 4 juni 2004,

althans in of omstreeks de periode van 1 februari 2004 tot en met 30 juni

2004, althans in 2003 en/of 2004 te Amsterdam en/of Rotterdam en/of elders in

Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen,

althans eenmaal (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt (van) en/of

voorhanden heeft gehad en/of heeft afgeleverd een of meerdere valse en/of

vervalste certifica(a)t(en) en/of verklaring(en)

(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te

dienen - als ware(n) dat/die geschrift(en) (telkens) echt en onvervalst,

bestaande dat gebruik maken hierin dat dat/die certifica(a)t(en) en/of

verklaring(en) is/ zijn overgelegd bij en/of verstuurd aan

a)Spigthoff advocaten en belastingadviseurs en/of Commerzbank (Nederland) NV

en/of RDM Finance I BV en/of

b)Spigthoff advocaten en belastingadviseurs en/of Commerzbank (Nederland) NV

en/of RDM Finance II BV en/of

c)Spigthoff advocaten en belastingadviseurs en/of Commerzbank (Nederland) NV

en/of RDM Vehicles BV en/of SP Aerospace & Vehicle Systems BV

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat - (telkens) in strijd met

de waarheid -

a)(D/1410) in een certificaat en/of verklaring, gedateerd 27 februari 2004,

stond vermeld en/of was opgenomen

- dat hij (verdachte) geen (voorafgaande) toestemming en/of goedkeuring nodig

had van de raad van commissarissen van het Havenbedrijf Rotterdam NV

voor het aangaan van en/of afgeven van (een) garantie(s) en/of

- de volgende passage (onder punt 5 van het certificaat):

"5. Execution and delivery of the Guarantees does not require the approval of

the supervisory board of the Guarantor."

en/of

- de volgende passage (onder punt 6 van het certificaat):

6. the undersigned does not have any direct or indirect interest in providing

the Guarantees, the transactions contemplated thereby or the activities and

transactions which the Guarantees serve to enable, except only for such

interests as may result from his employment by the Guarantor in relation to

the benefits the Guarantor may derive from providing the Guarantees.

en/of

b)(D/1414) in een certificaat en/of verklaring, gedateerd 2 maart 2004, stond

vermeld en/of was opgenomen

- dat hij (verdachte) geen (voorafgaande) toestemming en/of goedkeuring nodig

had van de raad van commissarissen van het Havenbedrijf Rotterdam NV voor het

voor het aangaan van en/of afgeven van (een) garantie(s) en/of

- de volgende passage (onder punt 5 van het certificaat):

"5. Execution and delivery of the Guarantees does not require the approval of

the supervisory board of the Guarantor."

en/of

- de volgende passage (onder punt 6 van het certificaat):

6. the undersigned does not have any direct or indirect interest in providing

the Guarantees, the transactions contemplated thereby or the activities and

transactions which the Guarantees serve to enable, except only for such

interests as may result from his employment by the Guarantor in relation to

the benefits the Guarantor may derive from providing the Guarantees.

en/of

c)(D/1427) in een certificaat en/of verklaring, gedateerd 4 juni 2004, stond

vermeld en/of was opgenomen

- dat hij (verdachte) geen (voorafgaande) toestemming en/of goedkeuring nodig

had van de raad van commissarissen van het Havenbedrijf Rotterdam NV voor het

aangaan van en/of afgeven van (een) garantie(s) en/of aangaan van en/of

afgeven van (een) garantie(s) en/of

- de volgende passage (onder punt 5 van het certificaat):

"5. Execution and delivery of the Guarantees does not require the approval of

the supervisory board of the Guarantor. However, the members of de supervisory

board of the Guarantor are aware of, and have not voiced any objections

against the Guarantor entering into the Guarantee.

en/of

- de volgende passage (onder punt 6 van het certificaat):

6. the undersigned does not have any direct or indirect interest in providing

the Guarantees, the transactions contemplated thereby or the activities and

transactions which the Guarantees serve to enable, except only for such

interests as may result from his employment by the Guarantor in relation to

the benefits the Guarantor may derive from providing the Guarantee.

Feit 4

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks

a)(D/27 en/of D/45) 26 en/of 27 februari 2003 en/of

b)(D/28 en/of D/46) 25 februari 2004 en/of

c)(D/29) 28 februari 2003 en/of

d)(D/30) 27 februari 2004,

althans in of omstreeks de periode van 26 februari 2003 tot en met 27

februari 2004, althans in 2003 en/of 2004 te Rotterdam en/of elders in

Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen,

althans eenmaal (telkens) (een) bevestigingsbrie(f)/(ven) (en/of zogeheten

"letter(s) of representation") en/of (een) jaarrekening(en) en/of (een)

jaarverslag(en)

(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te

dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst en/of heeft doen en/of laten

opmaken en/of vervalsen, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn

mededader(s) (telkens) valselijk - immers opzettelijk in strijd met de

waarheid -

a)(D/27 en/of D/45) in een bevestigingsbrief en/of letter of representation,

gedateerd 27 februari 2003, opgenomen/ingevuld en/of doen en/of laten

invullen/opnemen (- zakelijk weergegeven -)

- dat bij het opmaken van de jaarrekening 2002 (van het Gemeentelijk

Havenbedrijf Rotterdam) rekening is gehouden met alle bekende feiten en

omstandigheden die van belang zijn voor het inzicht dat een jaarrekening

beoogt te geven en/of (inhoudende)

- dat alle activa, alsmede alle rechten die voor activering in aanmerking

komen, met juiste omschrijving in de balans, respectievelijk de toelichting,

zijn opgenomen en/of

- dat alle bekende voorwaardelijke en onvoorwaardelijke verplichtingen, ten

behoeve van derden gegeven zekerheden en aangegane verbintenissen om activa

niet te bezwaren, met de juiste omschrijving in de balans, respectievelijk de

toelichting daarbij zijn opgenomen en/of

- dat alle bekende risico's (waaronder claims) voortvloeiend uit de

bedrijfsvoering in de balans voldoende voorzieningen zijn getroffen of in de

risicoparagraaf zijn vermeld en/of

- dat eventuele gebeurtenissen na balansdatum, welke van invloed zijn op de

waardering van activa en passiva toereikend zijn opgenomen en/of

- dat alle bekende werkelijke of mogelijke overtredingen van wet- en/of

regelgeving aan de accountant (ADR) zijn verstrekt, waarmee bij de opstelling

van de jaarrekening rekening moet worden gehouden

en/of dat geschrift voorzien van een handtekening (zulks ter bevestiging van

de inhoud van dat geschrift en/of

b)(D/28 en/of D/46) in een bevestigingsbrief en/of letter of representation,

gedateerd 25 februari 2004, opgenomen/ingevuld en/of doen en/of laten

invullen/opnemen (- zakelijk weergegeven -)

- dat bij het opmaken van de jaarrekening 2003 (van het Gemeentelijk

Havenbedrijf Rotterdam) rekening is gehouden met alle bekende feiten en

omstandigheden die van belang zijn voor het inzicht dat een jaarrekening

beoogt te geven en/of (inhoudende)

- dat alle activa, alsmede alle rechten die voor activering in aanmerking

komen, met juiste omschrijving in de balans, respectievelijk de toelichting,

zijn opgenomen en/of

- dat alle bekende voorwaardelijke en onvoorwaardelijke verplichtingen, ten

behoeve van derden gegeven zekerheden en aangegane verbintenissen om activa

niet te bezwaren, met de juiste omschrijving in de balans, respectievelijk de

toelichting daarbij zijn opgenomen en/of

- dat alle bekende risico's (waaronder claims) voortvloeiend uit de

bedrijfsvoering in de balans voldoende voorzieningen zijn getroffen of in de

risicoparagraaf zijn vermeld en/of

- dat eventuele gebeurtenissen na balansdatum, welke van invloed zijn op de

waardering van activa en passiva toereikend zijn genomen en/of

- dat alle bekende werkelijke of mogelijke overtredingen van wet- en/of

regelgeving aan de accountant (ADR) zijn verstrekt, waarmee bij de opstelling

van de jaarrekening rekening moet worden gehouden, en/of

c)(D/29) in een jaarrekening en/of jaarverslag, gedateerd 28 februari 2003,

opgenomen/ingevuld en/of doen en/of laten invullen/opnemen (- zakelijk

weergegeven -)

- dat de jaarrekening (over het jaar 2002) een getrouw beeld geeft van de

financiële positie op 31 december 2002 en van de baten en lasten over 2002 in

overeenstemming met in Nederland algemeen aanvaarde grondslagen voor

financiële verslaggeving en voldoet aan de wettelijke bepalingen inzake de

jaarrekening zoals deze zijn opgenomen in het Besluit

comptabiliteitsvoorschriften 1995 en/of

- dat alle bekende werkelijke of mogelijke overtredingen van wet- en/of

regelgeving aan de accountant (ADR) zijn verstrekt, waarmee bij de opstelling

van de jaarrekening rekening moet worden gehouden

en/of dat geschrift voorzien van een handtekening (zulks ter bevestiging van

de inhoud van dat geschrift en/of

d)(D/30) in een jaarrekening en/of jaarverslag, gedateerd 27 februari 2004,

opgenomen/ingevuld en/of doen en/of laten invullen/opnemen (- zakelijk

weergegeven -)

- dat de jaarrekening (over het jaar 2003) een getrouw beeld geeft van de

financiële positie op 31 december 2003 en van de baten en lasten over 2003 in

overeenstemming met in Nederland algemeen aanvaarde grondslagen voor

financiële verslaggeving en voldoet aan de wettelijke bepalingen inzake de

jaarrekening zoals deze zijn opgenomen in het Besluit

comptabiliteitsvoorschriften 1995 en/of

- dat alle bekende werkelijke of mogelijke overtredingen van wet- en/of

regelgeving aan de accountant (ADR) zijn verstrekt, waarmee bij de opstelling

van de jaarrekening rekening moet worden gehouden

en/of dat geschrift voorzien van een handtekening (zulks ter bevestiging van

de inhoud van dat geschrift)

zulks telkens met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst

te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

zulks al dan niet terwijl hij bij het begaan van het/de genoemde feit(en), voor zover begaan vóór 1 januari 2004, gebruik heeft gemaakt van macht, gelegenheid en/of middel hem door zijn ambt geschonken, immers handelde verdachte in zijn hoedanigheid van directeur van het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam;

en/of

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks

a)(D/27 en/of D/45) 26 en/of 27 februari 2003 en/of 3 maart 2003 en/of

b)(D/28 en/of D/46) 25 februari 2004 en/of 1 maart 2004 en/of

c)(D/29) 28 februari 2003 en/of

d)(D/30) 27 februari 2004

althans in of omstreeks de periode van 26 februari 2003 tot en met 1 maart

2004, althans in 2003 en/of 2004 te Rotterdam en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen,

althans eenmaal (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt (van) en/of

voorhanden heeft gehad en/of heeft afgeleverd een of meer valse en/of

vervalste bevestigingsbrie(f)/(ven) (en/of zogeheten "letter(s) of

representation") en/of (een) jaarrekening(en) en/of (een) jaarverslag(en)

(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te

dienen - als ware(n) dat/die geschrift(en) (telkens) echt en onvervalst,

bestaande dat gebruik maken hierin dat die bevestigingsbrie(f)/(ven) (en/of

zogeheten "letter(s) of representation") en/of (een) jaarrekening(en) en/of

(een) jaarverslag(en) is/zijn overgelegd bij en/of verstuurd aan

a)de accountantsdienst Rotterdam (ADR) en/of [getuige 10] en/of [getuige 11] en/of

b)de accountantsdienst Rotterdam (ADR) en/of [getuige 10] en/of [getuige 11] en/of

c)de gemeenteraad en/of het college van Burgemeester en Wethouders van de

gemeente Rotterdam en/of

d)de gemeenteraad en/of het college van Burgemeester en Wethouders van de

gemeente Rotterdam

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat - (telkens) in strijd met

de waarheid -

a)(D/27en/of D/45) in een bevestigingsbrief en/of letter of representation,

gedateerd 27 februari 2003, stond vermeld en/of was opgenomen (- zakelijk

weergegeven -)

- dat bij het opmaken van de jaarrekening 2002 (van het Gemeentelijk

Havenbedrijf Rotterdam) rekening is gehouden met alle bekende feiten en

omstandigheden die van belang zijn voor het inzicht dat een jaarrekening

beoogt te geven en/of (inhoudende)

- dat alle activa, alsmede alle rechten die voor activering in aanmerking

komen, met juiste omschrijving in de balans, respectievelijk de toelichting,

zijn opgenomen en/of

- dat alle bekende voorwaardelijke en onvoorwaardelijke verplichtingen, ten

behoeve van derden gegeven zekerheden en aangegane verbintenissen om activa

niet te bezwaren, met de juiste omschrijving in de balans, respectievelijk de

toelichting daarbij zijn opgenomen en/of

- dat alle bekende risico's (waaronder claims) voortvloeiend uit de

bedrijfsvoering in de balans voldoende voorzieningen zijn getroffen of in de

risicoparagraaf zijn vermeld en/of

- dat eventuele gebeurtenissen na balansdatum, welke van invloed zijn op de

waardering van activa en passiva toereikend zijn opgenomen en/of

- dat alle bekende werkelijke of mogelijke overtredingen van wet- en/of

regelgeving aan de accountant (ADR) zijn verstrekt, waarmee bij de opstelling

van de jaarrekening rekening moet worden gehouden en/of

b)(D/28 en/of D/46) in een bevestigingsbrief en/of letter of representation,

gedateerd 25 februari 2004, stond vermeld en/of was opgenomen (- zakelijk

weergegeven -)

- dat bij het opmaken van de jaarrekening 2002 (van het Gemeentelijk

Havenbedrijf Rotterdam) rekening is gehouden met alle bekende feiten en

omstandigheden die van belang zijn voor het inzicht dat een jaarrekening

beoogt te geven en/of (inhoudende)

- dat alle activa, alsmede alle rechten die voor activering in aanmerking

komen, met juiste omschrijving in de balans, respectievelijk de toelichting,

zijn opgenomen en/of

- dat alle bekende voorwaardelijke en onvoorwaardelijke verplichtingen, ten

behoeve van derden gegeven zekerheden en aangegane verbintenissen om activa

niet te bezwaren, met de juiste omschrijving in de balans, respectievelijk de

toelichting daarbij zijn opgenomen en/of

- dat alle bekende risico's (waaronder claims) voortvloeiend uit de

bedrijfsvoering in de balans voldoende voorzieningen zijn getroffen of in de

risicoparagraaf zijn vermeld en/of

- dat eventuele gebeurtenissen na balansdatum, welke van invloed zijn op de

waardering van activa en passiva toereikend zijn genomen en/of

- dat alle bekende werkelijke of mogelijke overtredingen van wet- en/of

regelgeving aan de accountant (ADR) zijn verstrekt, waarmee bij de opstelling

van de jaarrekening rekening moet worden gehouden en/of

c)(D/29) in een jaarrekening en/of jaarverslag, gedateerd 28 februari 2003,

stond vermeld en/of was opgenomen (- zakelijk weergegeven -)

- dat de jaarrekening (over het jaar 2002) een getrouw beeld geeft van de

financiële positie op 31 december 2002 en van de baten en lasten over 2002 in

overeenstemming met in Nederland algemeen aanvaarde grondslagen voor

financiële verslaggeving en voldoet aan de wettelijke bepalingen inzake de

jaarrekening zoals deze zijn opgenomen in het Besluit

comptabiliteitsvoorschriften 1995 en/of

- dat alle bekende werkelijke of mogelijke overtredingen van wet- en/of

regelgeving aan de accountant (ADR) zijn verstrekt, waarmee bij de opstelling

van de jaarrekening rekening moet worden gehouden en/of

d)(D/30) in een jaarrekening en/of jaarverslag, gedateerd 27 februari 2004,

stond vermeld en/of was opgenomen (- zakelijk weergegeven -)

- dat de jaarrekening (over het jaar 2003) een getrouw beeld geeft van de

financiële positie op 31 december 2003 en van de baten en lasten over 2003 in

overeenstemming met in Nederland algemeen aanvaarde grondslagen voor

financiële verslaggeving en voldoet aan de wettelijke bepalingen inzake de

jaarrekening zoals deze zijn opgenomen in het Besluit

comptabiliteitsvoorschriften 1995 en/of

- dat alle bekende werkelijke of mogelijke overtredingen van wet- en/of

regelgeving aan de accountant (ADR) zijn verstrekt, waarmee bij de opstelling

van de jaarrekening rekening moet worden gehouden;

zulks al dan niet terwijl hij bij het begaan van het/de genoemde feit(en), voor zover begaan vóór 1 januari 2004, gebruik heeft gemaakt van macht, gelegenheid en/of middel hem door zijn ambt geschonken, immers handelde verdachte in zijn hoedanigheid van directeur van het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam.

Feit 5

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 20 september

2002 tot en met 31 augustus 2004, althans de periode van 28 december 2002 tot

en met 31 augustus 2004 te Rotterdam en/of Amsterdam, althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, (telkens)

met het oogmerk om zich of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

(telkens) door het aannemen van een valse naam en/of valse hoedanigheid en/of

door gebruik te maken van (een) (valse/vervalste) raamovereenkomst (D/3)

en/of (een) (valse/vervalste) garantie(s) (o.a. D/1403, D/1409, D/1413,

D/1426) en/of (een) (valse/vervalste) certifica(a)t(en) en/of verklaring(en)

(o.a. D/1410, D/1414 en D/1427) en/of (een) (valse/vervalste)

jaarrekening(en) en/of jaarverslag(en) (D/29 en D/30) en/of (een)

(valse/vervalste) bevestigingsbrie(f)/(ven) (D/27 en/of D/45 en D/28 en/of

D/46) en/of door informatie geheim en/of achter en/of verborgen te houden

door een (of meer) listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van

verdichtsels,

a) de gemeente Rotterdam en/of het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam en/of

het Havenbedrijf Rotterdam NV, (op valse gronden) heeft/hebben bewogen tot het

aangaan van (een) schuld(en) en/of verplichting(en) voortvloeiend uit een

raamovereenkomst en/of (een) garantie(s), althans heeft opgelicht, te weten

voor (een) geldbedrag(en) (ter hoogte) van (totaal) ongeveer 138,5 miljoen

euro en/of 135 miljoen euro (garanties GHR) en/of 47,5 miljoen euro en/of

65,6 miljoen euro (garanties HbR NV) en/of 100 miljoen euro (D/3) en/of 38,6

miljoen euro (D/1403 en/of D/1426, D/1409, D/1413)

en/of

b)de Commerzbank en/of de Barclays Bank PLC en/of een of meer bank(en) en/of

financiële instelling(en) (op valse gronden) heeft/hebben bewogen tot het

verstrekken van lening(en) aan (een) rechtsperso(o)n(en) van het RDM-concern

van [getuige 1], althans heeft opgelicht, te weten voor (een)

geldbedrag(en) (ter hoogte) van (totaal) ongeveer 138,5 miljoen euro en/of

135 miljoen euro (leningen 2002/2003) en/of 47,5 miljoen euro en/of 65,6

miljoen euro (leningen 2004) en/of 100 miljoen euro en/of 38,6 miljoen euro

(Commerzbank) en/of 71 miljoen euro (Barclays Bank PLC),

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen en aldaar (telkens) met

vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en/of

listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid (telkens) (zich

voordoend als volledig vertegenwoordigings- en/of beslissingsbevoegde)

a)- een (valse/vervalste) raamovereenkomst gesloten tussen het Gemeentelijk

Havenbedrijf en RDM Holding BV en/of [getuige 1] (tot het

garantstellen voor verplichtingen uit hoofde van geldleningen tot een

minimumbedrag van 100 miljoen euro) en/of deze overeenkomst voorzien van een

geantedateerde datum en/of (vervolgens) (een)

- (valse/vervalste) garantie(s) afgegeven, zonder (voorafgaande) toestemming

en/of goedkeuring van het College van Burgemeester en Wethouders en/of de Raad

van Commissarissen van het Havenbedrijf Rotterdam NV en/of

- (een) (valse/vervalste) certifica(a)t(en) en/of verklaring(en) ondertekend

en/of afgegeven (ter bevestiging van zijn volledige vertegenwoordigings- en/of

beslissingsbevoegdheid) en/of

- een raamovereenkomst en/of (een) garantie(s)) en/of certifica(a)t(en) buiten

de administratie van het Gemeentelijk Havenbedrijf gehouden en/of verzuimd

(deze geschriften) in de administratie van het Gemeentelijk Havenbedrijf op te

nemen en/of

- (daardoor) (een) jaarverslag(en) en/of jaarrekening(en) en/of (doen) laten

opmaken, waarbij onjuiste en/of onvolledige gegevens (waaronder het niet

vermelden van het bestaan van de raamovereenkomst en/of de garanties en/of de

certificaten) zijn opgegeven en/of verstrekt en/of

- (een) bevestigingsbrie(f)/(ven) (en/of (zogenaamde) letter(s) op

representation) ondertekend en/of afgegeven ter bevestiging van de getrouwheid

van de jaarrekening(en) (2002 en/of 2003) en/of de verstrekking van alle

bekende werkelijke of mogelijke overtredingen van wet- en regelgeving, waarmee

bij de opstelling van de jaarrekening rekening moet worden gehouden

en/of

- (bewust) voornoemde handelingen en/of gedragingen niet gemeld aan en/of

geheim en/of verborgen gehouden voor (personen binnen) de gemeente Rotterdam

en/of het college van Burgemeester en Wethouders en/of de gemeenteraad en/of

Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam en/of Havenbedrijf Rotterdam NV

en/of

b)- een (valse/vervalste) raamovereenkomst gesloten tussen het Gemeentelijk

Havenbedrijf en RDM Holding BV en/of [getuige 1] (tot het

garantstellen voor verplichtingen uit hoofde van geldleningen tot een

minimumbedrag van 100 miljoen euro) en/of (vervolgens) (een)

(valse/vervalste) garantie(s) afgegeven, zonder (voorafgaande) toestemming

en/of goedkeuring van het College van Burgemeester en Wethouders en/of de Raad

van Commissarissen van het Havenbedrijf Rotterdam NV en/of

- (een) (valse/vervalste) certifica(a)t(en) en/of verklaring(en) ondertekend

en/of afgegeven (ter bevestiging van zijn volledige vertegenwoordigings- en/of

beslissingsbevoegdheid)

waardoor

a) de gemeente Rotterdam en/of het Gemeentelijk Havenbedrijf en/of het

Havenbedrijf Rotterdam NV en/of

b)de (genoemde) bank(en) en/of financiële instelling(en)

(telkens) werd(en) bewogen tot afgifte van (voornoemde) geldbedrag(en) en of

het aangaan van verplichting(en) en/of schuld(en);

zulks al dan niet terwijl hij bij het begaan van het/de genoemde feit(en), voor zover begaan vóór 1 januari 2004, gebruik heeft gemaakt van macht, gelegenheid en/of middel hem door zijn ambt geschonken, immers handelde verdachte toen in zijn hoedanigheid van directeur van het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam.

Feit 6

hij,

in of omstreeks de periode van 01 februari 2001 tot en met 30 augustus 2002,

te Rotterdam, althans in Nederland,

en/of te Antwerpen althans in België,

en/of te Zürich althans in Zwitserland,

en/of te Curaçao, althans te Nederlandse Antillen,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

als (voormalig) ambtenaar van de gemeente Rotterdam en/of als werknemer en

directeur in dienst van de rechtspersoon Havenbedrijf Rotterdam N.V.

als één of meer gift(en) en/of belofte(n) heeft aangenomen van [getuige 1] en/of de vennootschap Lamoenchi Beheer BV en/of de vennootschap

RDM Holding NV, en/of andere vennootschappen van het RDM concern,

welke gift(en) en/of belofte(n) heeft/hebben bestaan in (onder meer),

- het gebruik van een aan die [getuige 1] en/of die

vennootschap Lamoenchi Beheer BV toebehorend appartement, en de daar

aanwezige inrichting en inventaris, aan de [adres] te

Antwerpen (België), zulks om niet, althans tegen een (aanmerkelijk) lagere

vergoeding dan in overeenstemming was met de waarde en/of staat van dat

appartement, in elk geval een niet zakelijke vergoeding, en/of

- een geldbedrag van 45.359,55 euro aan hem, verdachte, op of omstreeks 16

maart 2001 betaald door of namens die vennootschap RDM Holding NV, en/of

door of namens [getuige 1], en/of

- een geldbedrag van 667.000,- aan hem, verdachte, op of omstreeks 25

januari 2002 betaald door of namens die vennootschap RDM Holding NV, en/of

door of namens [getuige 1], en/of

- een geldbedrag van 500.000,- aan hem, verdachte, op of omstreeks 13

november 2002 betaald door of namens die vennootschap RDM Holding NV, en/of

door of namens [getuige 1], en/of

wetende of redelijkerwijs vermoedende dat deze gift(en) en/of belofte(n) hem,

verdachte, gedaan en/of aangeboden werd(en) ten einde hem te bewegen om in

zijn functie van diensthoofd van het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam en/of

als directeur van het Havenbedrijf Rotterdam N.V.,

al dan niet in strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te doen of na te laten, en/of

wetende of redelijkerwijs vermoedende dat deze gift(en) en/of belofte(n) hem,

verdachte, gedaan en/of aangeboden werd(en) ten gevolge of naar aanleiding van

hetgeen door hem in zijn functie van diensthoofd van het Gemeentelijk

Havenbedrijf Rotterdam en/of als directeur van het Havenbedrijf Rotterdam

N.V., in strijd met zijn plicht, in zijn bediening was gedaan of nagelaten,

te weten (onder meer)

- het (al dan niet valselijk en/of onbevoegd) opmaken van een overeenkomst,

gedateerd op 28 december 2002, waarbij het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam

zich ten opzichte van schuldeisers van groepsmaatschappijen van RDM Holding NV

garant stelde voor verplichtingen uit hoofde van geldleningen tot een minimum

bedrag van 100.000.000,--, (D3) en/of

- het (al dan niet valselijk en/of onbevoegd) opmaken van een overeenkomst,

gedateerd op 28 december 2002, waarbij het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam

zich ten opzichte van schuldeisers van groepsmaatschappijen van RDM Holding NV

garant stelde voor verplichtingen uit hoofde van geldleningen tot een maximum

bedrag van 20.000.000,--, ( D 1234)

en/of

-het (onbevoegd) (doen of laten) opmaken en/of afgeven van één of meer

garanties, te weten (onder meer)

-de garantie d.d. 20 september 2002 afgegeven door het Gemeentelijk

Havenbedrijf Rotterdam aan MDN Holding BV ten bedrage van

3.500.000,- euro ( D-1604), en/of

- de garantie d.d. 18 oktober 2002 afgegeven door het Gemeentelijk

Havenbedrijf Rotterdam aan Rabobank NV ten bedrage van

10. 000.000,- euro( D-1313), en/of

- de garantie d.d. 3 maart 2003 afgegeven door het Gemeentelijk Havenbedrijf

Rotterdam aan Residex ten bedrage van 23.040.657,- euro( D-1204), en/of

- de garantie mei 2003 aan Residex door het Gemeentelijk Havenbedrijf

Rotterdam ten bedrage van 23.012.500,- euro ( D-1205), en/of

- de garantie d.d. 13 juni 2003 afgegeven door het Gemeentelijk

Havenbedrijf Rotterdam aan Staal Bank N.V. ten bedrage van

12.500.000,- euro ( D-1101), en/of

- de garantie d.d. 13 juni 2003 afgegeven door het Gemeentelijk

Havenbedrijf Rotterdam aan Staal Bank N.V. ten bedrage van

12.500.000,- euro ( D-1106), en/of

-de garantie d.d. 12 september 2003 afgegeven door

het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam aan Barclays Bank

ten bedrage van 36.000.000,- euro ( D-1701), en/of

-de garantie d.d. 5 november 2003 afgegeven door

het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam aan Commerzbank

ten bedrage van 25.000.000,- euro ( D-1403), en/of

- de garantie d.d. 24 december 2003 afgegeven door het

Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam N.V. aan Barclays Bank ten bedrage van 16.000.000,- euro

( D-1716);

- de garantie d.d. 2 maart 2004 afgegeven door het Havenbedrijf

Rotterdam N.V. aan Commerzbank ten bedrage van 7.200.000,- euro

( D -1409) en/of

- de garantie d.d. 2 maart 2004 afgegeven door het Havenbedrijf

Rotterdam N.V. aan Commerzbank ten bedrage van 6.400.000,- euro

( D -1413), en/of

- de garantie d.d. 29 april 2004 afgegeven door het Havenbedrijf

Rotterdam N.V. aan curator [curator] ten bedrage van 4.893.440,- euro

( D-1750), en/of

- de garantie d.d. 29 april 2004 afgegeven door het Havenbedrijf

Rotterdam N.V. aan curator [curator] ten bedrage van 621.830,- euro, en/of

-de garantie d.d. 10 mei 2004 afgegeven door het Havenbedrijf

Rotterdam N.V. aan [getuige 17] ten bedrage van 2.500.000,-

euro( D-1850),en/of

-de garantie d.d. 10 mei 2004 afgegeven door het Havenbedrijf Rotterdam N.V.

aan M.J. Kramer Delta Holding B.V. ten bedrage van 2.500.000,- euro ( D-1900),

en/of

-de garantie d.d. 19 mei 2004 afgegeven door het Havenbedrijf Rotterdam N.V.

aan Vaanhold Consultancy B.V. ten bedrage van 2.500.000,- euro ( D -1801), en/of

-de garantie d.d. 4 juni 2004 afgegeven door het Havenbedrijf Rotterdam aan

Commerz Bank ten bedrage van 25.000.000,- euro ( D-1426), en/of

-de garantie d.d. 4 juni 2004 afgegeven door het Havenbedrijf Rotterdam N.V.

aan Barclays Bank ten bedrage van 19.000.000,- euro ( D-3002), en/of

-de garantie d.d. 9 juni 2004 afgegeven door het Havenbedrijf Rotterdam N.V.

aan curator [curator] ten bedrage van 4.893.440,- euro( D-1751)

en/of

het (telkens) niet, althans niet volledig en naar behoren informeren van het

College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Rotterdam en/of van de

(externe en/of interne) accountant en/of de administratie en/of de juridische

afdeling van de Gemeente Rotterdam en/of van de Raad van Commissarissen van

het Havenbedrijf Rotterdam NV en/of de administratie en/of de juridische

afdeling van het Havenbedrijf Rotterdam N.V. van het feit dat hij, verdachte,

deze garanties zou afgeven en/of had afgegeven en/of

(aldus) in strijd met in artikel 50, eerste lid, Algemeen

Rijksambtenarenreglement voor ambtenaren opgenomen betamelijkheidsnorm- een

voorkeursbehandeling heeft te gegeven aan [getuige 1] en/of de

vennootschap Lamoenchi Beheer BV en/of vennootschap RDM Holding NV en/of

andere vennootschappen van het RDM-concern.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

STRAFBAARHEID FEITEN

De bewezen feiten leveren op:

feit 3

valsheid in geschrift, meermalen gepleegd

en

opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd;

feit 4

valsheid in geschrift, als ambtenaar gepleegd, meermalen gepleegd

en

opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, als ambtenaar gepleegd, meermalen gepleegd;

feit 5

oplichting, als ambtenaar gepleegd, meermalen gepleegd;

feit 6

als ambtenaar een gift aannemen, redelijkerwijs vermoedende dat deze hem gedaan wordt teneinde hem te bewegen om, in strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te doen of na te laten.

De feiten zijn strafbaar.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

De raadsman heeft de afwezigheid van alle schuld (hierna: AVAS) bepleit en daartoe aangevoerd dat de verdachte kon en mocht menen dat hij bevoegd was. Dat vele jaren later het gerechtshof Amsterdam bij arrest van 30 juni 2009 de verdachte niet bevoegd achtte tot het aangaan van de garanties, kan de verdachte niet ex post worden tegengeworpen. De verdachte beroept zich op verontschuldigbare dwaling (AVAS).

De verdachte is vrijgesproken van het – kort gezegd – valselijk opmaken van de door hem namens GHR en HbR afgegeven garanties. Wel is bewezen verklaard dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het valselijk opmaken van de bij een aantal garanties behorende certificaten. Daarbij is overwogen dat de verdachte wist dat hij toestemming van de RvC nodig had voor het aangaan van de bij de certificaten behorende garanties. Ondanks die wetenschap heeft de verdachte certificaten getekend waarin stond vermeld dat die goedkeuring niet nodig was. Onder die omstandigheden kan niet worden gezegd dat de verdachte kon en mocht menen dat hij zonder interne goedkeuring door de RvC bevoegd was om de bewuste garanties af te geven, zodat van een verontschuldigbare dwaling geen sprake is en het verweer dient te worden verworpen.

Nu verder niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten, is de verdachte strafbaar.

STRAFMOTIVERING

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Voor een goed functioneren van de democratische rechtstaat is fundamenteel dat burgers vertrouwen hebben in het openbaar bestuur. Dit vertrouwen wordt beschaamd indien personen die bij de overheid werkzaam zijn of een openbaar ambt bekleden, zich laakbaar gedragen. Juist van deze personen wordt een hoge mate van integriteit, loyaliteit en inzet voor de publieke zaak verwacht. Tegen ambtenaren die opzettelijk en voor eigen gewin het vertrouwen in het openbaar bestuur schaden, moet dan ook doeltreffend en passend strafrechtelijk worden opgetreden.

In de onderhavige zaak heeft de verdachte als gemeenteambtenaar van een zakelijke relatie een gift aangenomen in de vorm van het gebruik van een luxe appartement te Antwerpen. De verdachte heeft daarbij het appartement volledig naar eigen smaak kunnen inrichten op kosten van Lamoenchi Beheer B.V. Het gebruik van het appartement werd de verdachte feitelijk door [getuige 1] aangeboden.

Een gift van een dergelijke omvang wekt de schijn van belangenverstrengeling en kan haast niet anders dan op termijn tot enigerlei wijze van voorkeursbehandeling leiden. Door het gebruik van het appartement daarenboven niet te melden aan zijn werkgever, heeft de verdachte gehandeld in strijd met zijn plicht als ambtenaar.

Daarnaast heeft de verdachte het verstrekken van garanties ten behoeve van leningovereenkomsten voor een totaalbedrag meer dan 100 miljoen euro verzwegen voor zijn toenmalige werkgever, de gemeente Rotterdam. Daarbij heeft de verdachte jaarrekeningen en -verslagen alsmede een bevestigingsbrief valselijk opgemaakt en/of laten opmaken en deze geschriften als echt en onvervalst gebruikt dan wel laten gebruiken. De verdachte heeft daarbij misbruik gemaakt van zijn bevoegdheden als ambtenaar. Aldus heeft de verdachte de gemeente Rotterdam en het HbR opgelicht.

Tenslotte heeft de verdachte valse certificaten opgemaakt dan wel laten opmaken bij een drietal garanties, door opzettelijk in strijd met de waarheid te verklaren dat hij als directeur van het HbR geen goedkeuring nodig had van de RvC.

Door aldus te handelen heeft de verdachte het vertrouwen dat in hem als ambtenaar mocht worden gesteld – mede ten behoeve van zijn eigen positie – ernstig beschaamd en het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer in de juistheid van financiële bescheiden en schriftelijke overeenkomsten moet kunnen worden gesteld schade toegebracht. Daarnaast heeft hij grote financiële schade toegebracht aan zijn werkgever, de gemeente Rotterdam, die zich genoodzaakt zag om voor meerdere miljoenen euro’s een aantal particulieren schadeloos te stellen. Bovendien is een aantal civiele procedures waarin gedupeerde banken nakoming van de garanties ter hoogte van tientallen miljoenen euro’s vorderen nog steeds niet definitief afgerond.

Valsheid in geschrift, oplichting en ambtelijke corruptie zijn ernstige delicten. Integriteit van ambtenaren en de overheid staan hoog op de politieke agenda, het maatschappelijk belang van een onkreukbare overheid is groot. De samenleving moet er zonder meer op kunnen vertrouwen dat met overheidsgezag beklede personen dat gezag niet misbruiken ten behoeve van hun privébelang. De aard en ernst van de bewezen verklaarde feiten, alsmede de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, rechtvaardigen naar het oordeel van de rechtbank in beginsel oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van enige duur.

De verdachte heeft grote betrokkenheid bij de haven van Rotterdam getoond en zich dienaangaande met grote commerciële vraagstukken, waaronder de Tweede Maasvlakte, de Betuwelijn en de verzelfstandiging van het GHR bezig gehouden. Hij heeft aangegeven dat hij zich eerder ondernemer dan ambtenaar voelde.

De verdachte heeft zich in zijn persoonlijke oordeelsvorming laten leiden door een groot vertrouwen in [getuige 1] (als verpersoonlijking van het RDM-concern) enerzijds en het door hem gevoelde belang van de Taiwankwestie anderzijds. Hij zag in de mogelijke reactie van China op een levering van onderzeeboottechnologie aan Taiwan door RDM/[getuige 1] een reële dreiging voor de Rotterdamse haven. Wat er ook zij van de realiteit van die dreiging, aannemelijk is dat de verdachte deze als zodanig heeft opgevat. De verdachte heeft echter volstrekt verkeerd gehandeld door zonder zijn werkgever in te lichten compensatie aan het RDM-concern te bieden in de vorm van garanties aan banken ten behoeve van leningen aan dat concern voor minimaal honderd miljoen euro. De verdachte vond deze garantstellingen commercieel aanvaardbaar, te meer daar het – naar zijn zeggen – geen ‘echt geld’ betrof. De verdachte heeft hiermee miskend dat hij grote risico’s nam met gemeenschapsgeld, zonder hiervoor verantwoording af te leggen. Deze risico’s hebben zich deels ook verwezenlijkt.

Tussen het moment van de doorzoeking bij de verdachte en de behandeling bij de rechtbank zijn meer dan vier jaren verstreken. Hoewel daarmee – gelet op de concrete omstandigheden van dit geval – geen sprake is van overschrijding van een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens, moet wel vastgesteld worden dat de verdachte daardoor lang in onzekerheid heeft verkeerd. Met dit aspect houdt de rechtbank rekening bij de strafoplegging.

Daarnaast wordt in het voordeel van verdachte meegenomen dat het in het openbaar terechtstaan van verdachte veel publicitaire aandacht heeft gekregen. Deze negatieve publiciteit zal zijn weerslag hebben op het (werkzaam) bestaan van verdachte.

Tot slot is in het voordeel van de verdachte in aanmerking genomen dat hij blijkens het op zijn naam gesteld uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 9 juli 2010 niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten. Hierin wordt aanleiding gezien een gedeelte van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen.

Alles afwegend wordt na te noemen straf passend en geboden geacht.

TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 44, 57, 225, 326 (oud) en 363 (oud) van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de tijd van 12 (twaalf) maanden;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 4 (vier) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten;

stelt daarbij een proeftijd vast van 2 (twee) jaren; de tenuitvoerlegging kan worden gelast

indien de veroordeelde zich vóór het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. Van Boven, voorzitter,

en mrs. Sikkel en Blagrove, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. Volp en Meulendijk, griffiers,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 15 oktober 2010.

Bijlage bij vonnis van 15 oktober 2010.

TEKST GEWIJZIGDE TENLASTELEGGING

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

Feit 1

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 20 december 2002 en/of 28

december 2002 en/of in of omstreeks januari 2003 en/of maart 2003 en/of mei

2004, althans in de periode december 2002 tot en met augustus 2004, te

Amsterdam en/of Rotterdam en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen,

althans eenmaal (telkens) een (raam)overeenkomst,

zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -

valselijk heeft opgemaakt of vervalst en/of heeft doen en/of laten opmaken

en/of vervalsen, immers heeft/hebben verdachte en of zijn mededader(s)

(telkens) valselijk - immers opzettelijk in strijd met de waarheid -

in een (raam)overeenkomst (D/3), gedateerd 28 december 2002,

opgenomen/ingevuld en/of doen en/of laten opnemen/invullen (onder 2.1) -

zakelijk weergegeven -

- dat GHR (Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam) zich op verzoek van RDM (RDM

Holding NV) jegens schuldeisers van RDM en/of schuldeisers van de

groepsmaatschappijen van RDM garant zal stellen voor verplichtingen uit hoofde

van geldleningen tot een minimum bedrag van EUR 100.000.000 en/of

- dat de (raam)overeenkomst ondertekend en/of gesloten is op 28 december 2002

en/of

- dat geschrift voorzien van een handtekening (zulks ter bevestiging van de

inhoud van dat geschrift)

zulks telkens met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst

te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

zulks al dan niet terwijl hij bij het begaan van het genoemde feit, voor zover begaan vóór 1 januari 2004, gebruik heeft gemaakt van macht, gelegenheid en/of middel hem door zijn ambt geschonken, immers handelde verdachte in zijn hoedanigheid van directeur van het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam;

(artikel 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

Feit 2

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks

a)(D/1403) 5 november 2003 en/of

b)(D/1409) 2 maart 2004 en/of

c)(D/1413) 2 maart 2004 en/of

d)(D/1426) 4 juni 2004,

althans in of omstreeks de periode van 1 november 2003 tot en met 30 juni 2004

te Amsterdam en/of Rotterdam en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen,

althans eenmaal (telkens) een of meerdere garantie(s) (en/of guarantee(s))

(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te

dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst en/of heeft doen en/of laten

opmaken en/of vervalsen, immers heeft/hebben verdachte en/ of zijn

mededader(s) (telkens) valselijk - immers opzettelijk in strijd met de

waarheid -

a)(D/1403) in een garantie (en/of guarantee), gedateerd 5 november 2003,

opgenomen/ingevuld en/of doen en/of laten invullen/opnemen (- zakelijk

weergegeven -)

- dat het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam zich garant stelt voor een

lening ter hoogte van 25 miljoen euro van Commerzbank (Nederland) NV aan RDM

Vehicles BV en/of

- dat hij (verdachte) zelfstandig bevoegd is tot het (besluiten tot het)

afgeven en/of aangaan van de(ze) garantie en/of

- de volgende passage (onder punt 12 van de garantie):

"The person executing this guarantee on behalf of the Guarantor represents and

warrants his authority to validly and bindingly act on behalf of the Guarantor

in respect of this guarantee."

en/of dat geschrift voorzien van een handtekening (zulks ter bevestiging van

de inhoud van dat geschrift) en/of

b)(D/1409) in een garantie (en/of guarantee), gedateerd 2 maart 2004,

opgenomen/ingevuld en/of doen en/of laten invullen/opnemen (- zakelijk

weergegeven -)

- dat het Havenbedrijf Rotterdam NV zich garant stelt voor een lening ter

hoogte van 7,2 miljoen euro van Commerzbank (Nederland) NV aan RDM Finance I

BV en/of

- dat hij (verdachte) zelfstandig bevoegd is tot het (besluiten tot het)

afgeven en/of aangaan van de(ze) garantie en/of

- de volgende passage (onder punt 12 van de garantie):

"The person executing this guarantee on behalf of the Guarantor represents and

warrants his authority to validly and bindingly act on behalf of the Guarantor

in respect of this guarantee."

en/of dat geschrift voorzien van een handtekening (zulks ter bevestiging van

de inhoud van dat geschrift) en/of

c)(D/1413) in een garantie (en/of guarantee), gedateerd 2 maart 2004,

opgenomen/ingevuld en/of doen en/of laten invullen/opnemen (- zakelijk

weergegeven -)

- dat het Havenbedrijf Rotterdam NV zich garant stelt voor een lening ter

hoogte van 6,4 miljoen euro van Commerzbank (Nederland) NV aan RDM Finance II

BV en/of

- dat hij (verdachte) zelfstandig bevoegd is tot het (besluiten tot het)

afgeven en/of aangaan van de(ze) garantie en/of

- de volgende passage (onder punt 12 van de garantie): "The person executing

this guarantee on behalf of the Guarantor represents and warrants his

authority to validly and bindingly act on behalf of the Guarantor in respect

of this guarantee."

en/of dat geschrift voorzien van een handtekening (zulks ter bevestiging van

de inhoud van dat geschrift) en/of

d)(D/1426) in een garantie (en/of guarantee), gedateerd 4 juni 2004,

opgenomen/ingevuld en/of doen en/of laten invullen/opnemen (- zakelijk

weergegeven -)

- dat het Havenbedrijf Rotterdam NV zich garant stelt voor een lening ter

hoogte van 25 miljoen euro van Commerzbank (Nederland) NV aan RDM Vehicles BV

en SP Aerospace & Vehicle Systems BV en/of

- dat hij (verdachte) zelfstandig bevoegd is tot het (besluiten tot het)

afgeven en/of aangaan van de garantie en/of

- de volgende passage (onder punt 12 van de garantie):

"The person executing this guarantee on behalf of the Guarantor represents

and warrants his authority to validly and bindingly act on behalf of the

Guarantor in respect of this guarantee."

en/of dat geschrift voorzien van een handtekening (zulks ter bevestiging van

de inhoud van dat geschrift)

zulks telkens met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst

te gebruiken of door anderen te doen gebruiken

zulks al dan niet terwijl hij bij het begaan van het/de genoemde feit(en), voor zover begaan vóór 1 januari 2004, gebruik heeft gemaakt van macht, gelegenheid en/of middel hem door zijn ambt geschonken, immers handelde verdachte in zijn hoedanigheid van directeur van het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam;

(artikel 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

en/of

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks

a)(D/1403) 5 november 2003 en/of

b)(D/1409) 2 maart 2004 en/of

c)(D/1413) 2 maart 2004 en/of

d)(D/1426) 4 juni 2004,

althans in of omstreeks de periode van 1 november 2003 tot en met 30 juni

2004, althans in 2003 en/of 2004 te Amsterdam en/of Rotterdam en/of elders in

Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen,

althans eenmaal (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt (van) en/of

voorhanden heeft gehad en/of heeft afgeleverd een of meer valse en/of

vervalste garantie(s) (en/of guarantee(s))

(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te

dienen - als ware(n) dat/die geschrift(en) (telkens) echt en onvervalst,

bestaande dat gebruik maken hierin dat die garantie(s) (en/of guarantee(s))

is/zijn overgelegd bij en/of verstuurd aan

a)Commerzbank (Nederland) NV en/of RDM Vehicles BV en/of

b)Commerzbank (Nederland) NV en/of RDM Finance I BV en/of

c)Commerzbank (Nederland) NV en/of RDM Finance II BV en/of

d)Commerzbank (Nederland) NV en/of RDM Vehicles BV en SP Aerospace & Vehicle

Systems BV

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat - (telkens) in strijd met

de waarheid -

a)(D/1403) in een garantie (en/of guarantee), gedateerd 5 november 2003, stond

vermeld en/of was opgenomen

- dat het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam zich garant stelt voor een

lening ter hoogte van 25 miljoen euro van Commerzbank (Nederland) NV aan RDM

Vehicles BV en/of

- dat hij (verdachte) zelfstandig bevoegd is tot het (besluiten tot het)

afgeven en/of aangaan van de(ze) garantie en/of

- de volgende passage (onder punt 12 van de garantie):

"The person executing this guarantee on behalf of the Guarantor represents and

warrants his authority to validly and bindingly act on behalf of the Guarantor

in respect of this guarantee."

en/of

b)(D/1409) in een garantie (en/of guarantee), gedateerd 2 maart 2004, stond

vermeld en/of was opgenomen

- dat het Havenbedrijf Rotterdam NV zich garant stelt voor een lening ter

hoogte van 7,2 miljoen euro van Commerzbank (Nederland) NV aan RDM Finance I

BV en/of

- dat hij (verdachte) zelfstandig bevoegd is tot het (besluiten tot het)

afgeven en/of aangaan van de(ze) garantie en/of

- de volgende passage (onder punt 12 van de garantie):

"The person executing this guarantee on behalf of the Guarantor represents and

warrants his authority to validly and bindingly act on behalf of the Guarantor

in respect of this guarantee."

en/of

c)(D/1413) in een garantie (en/of guarantee), gedateerd 2 maart 2004, stond

vermeld en/of was opgenomen

- dat het Havenbedrijf Rotterdam NV zich garant stelt voor een lening ter

hoogte van 6,4 miljoen euro van Commerzbank (Nederland) NV aan RDM Finance II

BV en/of

- dat hij (verdachte) zelfstandig bevoegd is tot het (besluiten tot het)

afgeven en/of aangaan van de(ze) garantie en/of

- de volgende passage (onder punt 12 van de garantie):

"The person executing this guarantee on behalf of the Guarantor represents and

warrants his authority to validly and bindingly act on behalf of the Guarantor

in respect of this guarantee."

en/of

d)(D/1426) in een garantie (en/of guarantee), gedateerd 4 juni 2004, stond

vermeld en/of was opgenomen

- dat het Havenbedrijf Rotterdam NV zich garant stelt voor een lening ter

hoogte van 25 miljoen euro van Commerzbank (Nederland) NV aan RDM Vehicles BV

en SP Aerospace & Vehicle Systems BV en/of

- dat hij (verdachte) zelfstandig bevoegd is tot het (besluiten tot het)

afgeven en/of aangaan van de garantie en/of

- de volgende passage (onder punt 12 van de garantie):

"The person executing this guarantee on behalf of the Guarantor represents and

warrants his authority to validly and bindingly act on behalf of the Guarantor

in respect of this guarantee.";

zulks al dan niet terwijl hij bij het begaan van het/de genoemde feit(en), voor zover begaan vóór 1 januari 2004, gebruik heeft gemaakt van macht, gelegenheid en/of middel hem door zijn ambt geschonken, immers handelde verdachte in zijn hoedanigheid van directeur van het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam;

(artikel 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht)

Feit 3

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks

a)(D/1410) 27 februari 2004 en/of

b)(D/1414) 2 maart 2004 en/of

c)(D/1427) 4 juni 2004,

althans in of omstreeks de periode van 1 februari 2004 tot en met 30 juni 2004

te Amsterdam en/of Rotterdam en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen,

althans eenmaal (telkens) een of meerdere certifica(a)t(en) en/of

verklaring(en)

(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te

dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst en/of heeft doen en/of laten

opmaken en/of vervalsen, immers heeft/hebben verdachte en/ of zijn

mededader(s) (telkens) valselijk - immers opzettelijk in strijd met de

waarheid -

a)(D/1410) in een certificaat en/of verklaring, gedateerd 27 februari 2004,

opgenomen/ingevuld en/of doen en/of laten invullen/opnemen (- zakelijk

weergegeven-)

- dat hij (verdachte) geen (voorafgaande) toestemming en/of goedkeuring nodig

had van de raad van commissarissen van het Havenbedrijf Rotterdam NV voor het

aangaan van en/of afgeven van (een) garantie(s) en/of

- de volgende passage (onder punt 5 van het certificaat):

"5. Execution and delivery of the Guarantees does not require the approval of

the supervisory board of the Guarantor."

en/of

- de volgende passage (onder punt 6 van het certificaat):

6. the undersigned does not have any direct or indirect interest in providing

the Guarantees, the transactions contemplated thereby or the activities and

transactions which the Guarantees serve to enable, except only for such

interests as may result from his employment by the Guarantor in relation to

the benefits the Guarantor may derive from providing the Guarantees.

en/of dat geschrift voorzien van een handtekening (zulks ter bevestiging van

de inhoud van dat geschrift) en/of

b)(D/1414) in een certificaat en/of verklaring, gedateerd 2 maart 2004,

opgenomen/ingevuld en/of doen en/of laten invullen/opnemen (- zakelijk

weergegeven -)

- dat hij (verdachte) geen (voorafgaande) toestemming en/of goedkeuring nodig

had van de raad van commissarissen van het Havenbedrijf Rotterdam NV voor het

aangaan van en/of afgeven van (een) garantie(s) en/of

- de volgende passage (onder punt 5 van het certificaat):

"5. Execution and delivery of the Guarantees does not require the approval of

the supervisory board of the Guarantor."

en/of

- de volgende passage (onder punt 6 van het certificaat):

6. the undersigned does not have any direct or indirect interest in providing

the Guarantees, the transactions contemplated thereby or the activities and

transactions which the Guarantees serve to enable, except only for such

interests as may result from his employment by the Guarantor in relation to

the benefits the Guarantor may derive from providing the Guarantees.

en/of dat geschrift voorzien van een handtekening (zulks ter bevestiging van

de inhoud van dat geschrift) en/of

c)(D/1427) in een certificaat en/of verklaring, gedateerd 4 juni 2004,

opgenomen/ingevuld en/of doen en/of laten invullen/opnemen (- zakelijk

weergegeven -)

- dat hij (verdachte) geen (voorafgaande) toestemming en/of goedkeuring nodig

had van de raad van commissarissen van het Havenbedrijf Rotterdam NV voor het

aangaan van en/of afgeven van (een) garantie(s) en/of

- de volgende passage (onder punt 5 van het certificaat):

"5. Execution and delivery of the Guarantees does not require the approval of

the supervisory board of the Guarantor.However, the members of de supervisory

board of the Guarantor are aware of, and have not voiced any objection

against, the Guarantor entering into the Guarantee."

en/of

- de volgende passage (onder punt 6 van het certificaat):

6. the undersigned does not have any direct or indirect interest in providing

the Guarantees, the transactions contemplated thereby or the activities and

transactions which the Guarantees serve to enable, except only for such

interests as may result from his employment by the Guarantor in relation to

the benefits the Guarantor may derive from providing the Guarantee."

en/of dat geschrift voorzien van een handtekening (zulks ter bevestiging van

de inhoud van dat geschrift

zulks telkens met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst

te gebruiken of door anderen te doen gebruiken

(artikel 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

en/of

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks

a)(D/1410) 27 februari 2004 en/of

b)(D/1414) 2 maart 2004 en/of

c)(D/1427) 4 juni 2004,

althans in of omstreeks de periode van 1 februari 2004 tot en met 30 juni

2004, althans in 2003 en/of 2004 te Amsterdam en/of Rotterdam en/of elders in

Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen,

althans eenmaal (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt (van) en/of

voorhanden heeft gehad en/of heeft afgeleverd een of meerdere valse en/of

vervalste certifica(a)t(en) en/of verklaring(en)

(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te

dienen - als ware(n) dat/die geschrift(en) (telkens) echt en onvervalst,

bestaande dat gebruik maken hierin dat dat/die certifica(a)t(en) en/of

verklaring(en) is/ zijn overgelegd bij en/of verstuurd aan

a)Spigthoff advocaten en belastingadviseurs en/of Commerzbank (Nederland) NV

en/of RDM Finance I BV en/of

b)Spigthoff advocaten en belastingadviseurs en/of Commerzbank (Nederland) NV

en/of RDM Finance II BV en/of

c)Spigthoff advocaten en belastingadviseurs en/of Commerzbank (Nederland) NV

en/of RDM Vehicles BV en/of SP Aerospace & Vehicle Systems BV

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat - (telkens) in strijd met

de waarheid -

a)(D/1410) in een certificaat en/of verklaring, gedateerd 27 februari 2004,

stond vermeld en/of was opgenomen

- dat hij (verdachte) geen (voorafgaande) toestemming en/of goedkeuring nodig

had van de raad van commissarissen van het Havenbedrijf Rotterdam NV

voor het aangaan van en/of afgeven van (een) garantie(s) en/of

- de volgende passage (onder punt 5 van het certificaat):

"5. Execution and delivery of the Guarantees does not require the approval of

the supervisory board of the Guarantor."

en/of

- de volgende passage (onder punt 6 van het certificaat):

6. the undersigned does not have any direct or indirect interest in providing

the Guarantees, the transactions contemplated thereby or the activities and

transactions which the Guarantees serve to enable, except only for such

interests as may result from his employment by the Guarantor in relation to

the benefits the Guarantor may derive from providing the Guarantees.

en/of

b)(D/1414) in een certificaat en/of verklaring, gedateerd 2 maart 2004, stond

vermeld en/of was opgenomen

- dat hij (verdachte) geen (voorafgaande) toestemming en/of goedkeuring nodig

had van de raad van commissarissen van het Havenbedrijf Rotterdam NV voor het

voor het aangaan van en/of afgeven van (een) garantie(s) en/of

- de volgende passage (onder punt 5 van het certificaat):

"5. Execution and delivery of the Guarantees does not require the approval of

the supervisory board of the Guarantor."

en/of

- de volgende passage (onder punt 6 van het certificaat):

6. the undersigned does not have any direct or indirect interest in providing

the Guarantees, the transactions contemplated thereby or the activities and

transactions which the Guarantees serve to enable, except only for such

interests as may result from his employment by the Guarantor in relation to

the benefits the Guarantor may derive from providing the Guarantees.

en/of

c)(D/1427) in een certificaat en/of verklaring, gedateerd 4 juni 2004, stond

vermeld en/of was opgenomen

- dat hij (verdachte) geen (voorafgaande) toestemming en/of goedkeuring nodig

had van de raad van commissarissen van het Havenbedrijf Rotterdam NV voor het

aangaan van en/of afgeven van (een) garantie(s) en/of aangaan van en/of

afgeven van (een) garantie(s) en/of

- de volgende passage (onder punt 5 van het certificaat):

"5. Execution and delivery of the Guarantees does not require the approval of

the supervisory board of the Guarantor. However, the members of de supervisory

board of the Guarantor are aware of, and have not voiced any objections

against the Guarantor entering into the Guarantee.

en/of

- de volgende passage (onder punt 6 van het certificaat):

6. the undersigned does not have any direct or indirect interest in providing

the Guarantees, the transactions contemplated thereby or the activities and

transactions which the Guarantees serve to enable, except only for such

interests as may result from his employment by the Guarantor in relation to

the benefits the Guarantor may derive from providing the Guarantee.

(artikel 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht)

Feit 4

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks

a)(D/27 en/of D/45) 26 en/of 27 februari 2003 en/of

b)(D/28 en/of D/46) 25 februari 2004 en/of

c)(D/29) 28 februari 2003 en/of

d)(D/30) 27 februari 2004,

althans in of omstreeks de periode van 26 februari 2003 tot en met 27

februari 2004, althans in 2003 en/of 2004 te Rotterdam en/of elders in

Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen,

althans eenmaal (telkens) (een) bevestigingsbrie(f)/(ven) (en/of zogeheten

"letter(s) of representation") en/of (een) jaarrekening(en) en/of (een)

jaarverslag(en)

(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te

dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst en/of heeft doen en/of laten

opmaken en/of vervalsen, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn

mededader(s) (telkens) valselijk - immers opzettelijk in strijd met de

waarheid -

a)(D/27 en/of D/45) in een bevestigingsbrief en/of letter of representation,

gedateerd 27 februari 2003, opgenomen/ingevuld en/of doen en/of laten

invullen/opnemen (- zakelijk weergegeven -)

- dat bij het opmaken van de jaarrekening 2002 (van het Gemeentelijk

Havenbedrijf Rotterdam) rekening is gehouden met alle bekende feiten en

omstandigheden die van belang zijn voor het inzicht dat een jaarrekening

beoogt te geven en/of (inhoudende)

- dat alle activa, alsmede alle rechten die voor activering in aanmerking

komen, met juiste omschrijving in de balans, respectievelijk de toelichting,

zijn opgenomen en/of

- dat alle bekende voorwaardelijke en onvoorwaardelijke verplichtingen, ten

behoeve van derden gegeven zekerheden en aangegane verbintenissen om activa

niet te bezwaren, met de juiste omschrijving in de balans, respectievelijk de

toelichting daarbij zijn opgenomen en/of

- dat alle bekende risico's (waaronder claims) voortvloeiend uit de

bedrijfsvoering in de balans voldoende voorzieningen zijn getroffen of in de

risicoparagraaf zijn vermeld en/of

- dat eventuele gebeurtenissen na balansdatum, welke van invloed zijn op de

waardering van activa en passiva toereikend zijn genomen en/of

- dat alle bekende werkelijke of mogelijke overtredingen van wet- en/of

regelgeving aan de accountant (ADR) zijn verstrekt, waarmee bij de opstelling

van de jaarrekening rekening moet worden gehouden

en/of dat geschrift voorzien van een handtekening (zulks ter bevestiging van

de inhoud van dat geschrift en/of

b)(D/28 en/of D/46) in een bevestigingsbrief en/of letter of representation,

gedateerd 25 februari 2004, opgenomen/ingevuld en/of doen en/of laten

invullen/opnemen (- zakelijk weergegeven -)

- dat bij het opmaken van de jaarrekening 2003 (van het Gemeentelijk

Havenbedrijf Rotterdam) rekening is gehouden met alle bekende feiten en

omstandigheden die van belang zijn voor het inzicht dat een jaarrekening

beoogt te geven en/of (inhoudende)

- dat alle activa, alsmede alle rechten die voor activering in aanmerking

komen, met juiste omschrijving in de balans, respectievelijk de toelichting,

zijn opgenomen en/of

- dat alle bekende voorwaardelijke en onvoorwaardelijke verplichtingen, ten

behoeve van derden gegeven zekerheden en aangegane verbintenissen om activa

niet te bezwaren, met de juiste omschrijving in de balans, respectievelijk de

toelichting daarbij zijn opgenomen en/of

- dat alle bekende risico's (waaronder claims) voortvloeiend uit de

bedrijfsvoering in de balans voldoende voorzieningen zijn getroffen of in de

risicoparagraaf zijn vermeld en/of

- dat eventuele gebeurtenissen na balansdatum, welke van invloed zijn op de

waardering van activa en passiva toereikend zijn genomen en/of

- dat alle bekende werkelijke of mogelijke overtredingen van wet- en/of

regelgeving aan de accountant (ADR) zijn verstrekt, waarmee bij de opstelling

van de jaarrekening rekening moet worden gehouden, en/of

c)(D/29) in een jaarrekening en/of jaarverslag, gedateerd 28 februari 2003,

opgenomen/ingevuld en/of doen en/of laten invullen/opnemen (- zakelijk

weergegeven -)

- dat de jaarrekening (over het jaar 2002) een getrouw beeld geeft van de

financiële positie op 31 december 2002 en van de baten en lasten over 2002 in

overeenstemming met in Nederland algemeen aanvaarde grondslagen voor

financiële verslaggeving en voldoet aan de wettelijke bepalingen inzake de

jaarrekening zoals deze zijn opgenomen in het Besluit

comptabiliteitsvoorschriften 1995 en/of

- dat alle bekende werkelijke of mogelijke overtredingen van wet- en/of

regelgeving aan de accountant (ADR) zijn verstrekt, waarmee bij de opstelling

van de jaarrekening rekening moet worden gehouden

en/of dat geschrift voorzien van een handtekening (zulks ter bevestiging van

de inhoud van dat geschrift en/of

d)(D/30) in een jaarrekening en/of jaarverslag, gedateerd 27 februari 2004,

opgenomen/ingevuld en/of doen en/of laten invullen/opnemen (- zakelijk

weergegeven -)

- dat de jaarrekening (over het jaar 2003) een getrouw beeld geeft van de

financiële positie op 31 december 2003 en van de baten en lasten over 2003 in

overeenstemming met in Nederland algemeen aanvaarde grondslagen voor

financiële verslaggeving en voldoet aan de wettelijke bepalingen inzake de

jaarrekening zoals deze zijn opgenomen in het Besluit

comptabiliteitsvoorschriften 1995 en/of

- dat alle bekende werkelijke of mogelijke overtredingen van wet- en/of

regelgeving aan de accountant (ADR) zijn verstrekt, waarmee bij de opstelling

van de jaarrekening rekening moet worden gehouden

en/of dat geschrift voorzien van een handtekening (zulks ter bevestiging van

de inhoud van dat geschrift)

zulks telkens met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst

te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

zulks al dan niet terwijl hij bij het begaan van het/de genoemde feit(en), voor zover begaan vóór 1 januari 2004, gebruik heeft gemaakt van macht, gelegenheid en/of middel hem door zijn ambt geschonken, immers handelde verdachte in zijn hoedanigheid van directeur van het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam;

(artikel 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

en/of

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks

a)(D/27 en/of D/45) 26 en/of 27 februari 2003 en/of 3 maart 2003 en/of

b)(D/28 en/of D/46) 25 februari 2004 en/of 1 maart 2004 en/of

c)(D/29) 28 februari 2003 en/of

d)(D/30) 27 februari 2004

althans in of omstreeks de periode van 26 februari 2003 tot en met 1 maart

2004, althans in 2003 en/of 2004 te Rotterdam en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen,

althans eenmaal (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt (van) en/of

voorhanden heeft gehad en/of heeft afgeleverd een of meer valse en/of

vervalste bevestigingsbrie(f)/(ven) (en/of zogeheten "letter(s) of

representation") en/of (een) jaarrekening(en) en/of (een) jaarverslag(en)

(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te

dienen - als ware(n) dat/die geschrift(en) (telkens) echt en onvervalst,

bestaande dat gebruik maken hierin dat die bevestigingsbrie(f)/(ven) (en/of

zogeheten "letter(s) of representation") en/of (een) jaarrekening(en) en/of

(een) jaarverslag(en) is/zijn overgelegd bij en/of verstuurd aan

a)de accountantsdienst Rotterdam (ADR) en/of [getuige 10] en/of [getuige 11] en/of

b)de accountantsdienst Rotterdam (ADR) en/of [getuige 10] en/of [getuige 11] en/of

c)de gemeenteraad en/of het college van Burgemeester en Wethouders van de

gemeente Rotterdam en/of

d)de gemeenteraad en/of het college van Burgemeester en Wethouders van de

gemeente Rotterdam

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat - (telkens) in strijd met

de waarheid -

a)(D/27en/of D/45) in een bevestigingsbrief en/of letter of representation,

gedateerd 27 februari 2003, stond vermeld en/of was opgenomen (- zakelijk

weergegeven -)

- dat bij het opmaken van de jaarrekening 2002 (van het Gemeentelijk

Havenbedrijf Rotterdam) rekening is gehouden met alle bekende feiten en

omstandigheden die van belang zijn voor het inzicht dat een jaarrekening

beoogt te geven en/of (inhoudende)

- dat alle activa, alsmede alle rechten die voor activering in aanmerking

komen, met juiste omschrijving in de balans, respectievelijk de toelichting,

zijn opgenomen en/of

- dat alle bekende voorwaardelijke en onvoorwaardelijke verplichtingen, ten

behoeve van derden gegeven zekerheden en aangegane verbintenissen om activa

niet te bezwaren, met de juiste omschrijving in de balans, respectievelijk de

toelichting daarbij zijn opgenomen en/of

- dat alle bekende risico's (waaronder claims) voortvloeiend uit de

bedrijfsvoering in de balans voldoende voorzieningen zijn getroffen of in de

risicoparagraaf zijn vermeld en/of

- dat eventuele gebeurtenissen na balansdatum, welke van invloed zijn op de

waardering van activa en passiva toereikend zijn genomen en/of

- dat alle bekende werkelijke of mogelijke overtredingen van wet- en/of

regelgeving aan de accountant (ADR) zijn verstrekt, waarmee bij de opstelling

van de jaarrekening rekening moet worden gehouden en/of

b)(D/28 en/of D/46) in een bevestigingsbrief en/of letter of representation,

gedateerd 25 februari 2004, stond vermeld en/of was opgenomen (- zakelijk

weergegeven -)

- dat bij het opmaken van de jaarrekening 2002 (van het Gemeentelijk

Havenbedrijf Rotterdam) rekening is gehouden met alle bekende feiten en

omstandigheden die van belang zijn voor het inzicht dat een jaarrekening

beoogt te geven en/of (inhoudende)

- dat alle activa, alsmede alle rechten die voor activering in aanmerking

komen, met juiste omschrijving in de balans, respectievelijk de toelichting,

zijn opgenomen en/of

- dat alle bekende voorwaardelijke en onvoorwaardelijke verplichtingen, ten

behoeve van derden gegeven zekerheden en aangegane verbintenissen om activa

niet te bezwaren, met de juiste omschrijving in de balans, respectievelijk de

toelichting daarbij zijn opgenomen en/of

- dat alle bekende risico's (waaronder claims) voortvloeiend uit de

bedrijfsvoering in de balans voldoende voorzieningen zijn getroffen of in de

risicoparagraaf zijn vermeld en/of

- dat eventuele gebeurtenissen na balansdatum, welke van invloed zijn op de

waardering van activa en passiva toereikend zijn genomen en/of

- dat alle bekende werkelijke of mogelijke overtredingen van wet- en/of

regelgeving aan de accountant (ADR) zijn verstrekt, waarmee bij de opstelling

van de jaarrekening rekening moet worden gehouden en/of

c)(D/29) in een jaarrekening en/of jaarverslag, gedateerd 28 februari 2003,

stond vermeld en/of was opgenomen (- zakelijk weergegeven -)

- dat de jaarrekening (over het jaar 2002) een getrouw beeld geeft van de

financiële positie op 31 december 2002 en van de baten en lasten over 2002 in

overeenstemming met in Nederland algemeen aanvaarde grondslagen voor

financiële verslaggeving en voldoet aan de wettelijke bepalingen inzake de

jaarrekening zoals deze zijn opgenomen in het Besluit

comptabiliteitsvoorschriften 1995 en/of

- dat alle bekende werkelijke of mogelijke overtredingen van wet- en/of

regelgeving aan de accountant (ADR) zijn verstrekt, waarmee bij de opstelling

van de jaarrekening rekening moet worden gehouden en/of

d)(D/30) in een jaarrekening en/of jaarverslag, gedateerd 27 februari 2004,

stond vermeld en/of was opgenomen (- zakelijk weergegeven -)

- dat de jaarrekening (over het jaar 2003) een getrouw beeld geeft van de

financiële positie op 31 december 2003 en van de baten en lasten over 2003 in

overeenstemming met in Nederland algemeen aanvaarde grondslagen voor

financiële verslaggeving en voldoet aan de wettelijke bepalingen inzake de

jaarrekening zoals deze zijn opgenomen in het Besluit

comptabiliteitsvoorschriften 1995 en/of

- dat alle bekende werkelijke of mogelijke overtredingen van wet- en/of

regelgeving aan de accountant (ADR) zijn verstrekt, waarmee bij de opstelling

van de jaarrekening rekening moet worden gehouden;

zulks al dan niet terwijl hij bij het begaan van het/de genoemde feit(en), voor zover begaan vóór 1 januari 2004, gebruik heeft gemaakt van macht, gelegenheid en/of middel hem door zijn ambt geschonken, immers handelde verdachte in zijn hoedanigheid van directeur van het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam;

(artikel 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht)

Feit 5

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 20 september

2002 tot en met 31 augustus 2004, althans de periode van 28 december 2002 tot

en met 31 augustus 2004 te Rotterdam en/of Amsterdam, althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, (telkens)

met het oogmerk om zich of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

(telkens) door het aannemen van een valse naam en/of valse hoedanigheid en/of

door gebruik te maken van (een) (valse/vervalste) raamovereenkomst (D/3)

en/of (een) (valse/vervalste) garantie(s) (o.a. D/1403, D/1409, D/1413,

D/1426) en/of (een) (valse/vervalste) certifica(a)t(en) en/of verklaring(en)

(o.a. D/1410, D/1414 en D/1427) en/of (een) (valse/vervalste)

jaarrekening(en) en/of jaarverslag(en) (D/29 en D/30) en/of (een)

(valse/vervalste) bevestigingsbrie(f)/(ven) (D/27 en/of D/45 en D/28 en/of

D/46) en/of door informatie geheim en/of achter en/of verborgen te houden

door een (of meer) listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van

verdichtsels,

a)de gemeente Rotterdam en/of het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam en/of

het Havenbedrijf Rotterdam NV, (op valse gronden) heeft/hebben bewogen tot het

aangaan van (een) schuld(en) en/of verplichting(en) voortvloeiend uit een

raamovereenkomst en/of (een) garantie(s), althans heeft opgelicht, te weten

voor (een) geldbedrag(en) (ter hoogte) van (totaal) ongeveer 138,5 miljoen

euro en/of 135 miljoen euro (garanties GHR) en/of 47,5 miljoen euro en/of

65,6 miljoen euro (garanties HbR NV) en/of 100 miljoen euro (D/3) en/of 38,6

miljoen euro (D/1403 en/of D/1426, D/1409, D/1413)

en/of

b)de Commerzbank en/of de Barclays Bank PLC en/of een of meer bank(en) en/of

financiële instelling(en) (op valse gronden) heeft/hebben bewogen tot het

verstrekken van lening(en) aan (een) rechtsperso(o)n(en) van het RDM-concern

van [getuige 1], althans heeft opgelicht, te weten voor (een)

geldbedrag(en) (ter hoogte) van (totaal) ongeveer 138,5 miljoen euro en/of

135 miljoen euro (leningen 2002/2003) en/of 47,5 miljoen euro en/of 65,6

miljoen euro (leningen 2004) en/of 100 miljoen euro en/of 38,6 miljoen euro

(Commerzbank) en/of 71 miljoen euro (Barclays Bank PLC),

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen en aldaar (telkens) met

vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en/of

listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid (telkens) (zich

voordoend als volledig vertegenwoordigings- en/of beslissingsbevoegde)

a)- een (valse/vervalste) raamovereenkomst gesloten tussen het Gemeentelijk

Havenbedrijf en RDM Holding BV en/of [getuige 1] (tot het

garantstellen voor verplichtingen uit hoofde van geldleningen tot een

minimumbedrag van 100 miljoen euro) en/of deze overeenkomst voorzien van een

geantedateerde datum en/of (vervolgens) (een)

- (valse/vervalste) garantie(s) afgegeven, zonder (voorafgaande) toestemming

en/of goedkeuring van het College van Burgemeester en Wethouders en/of de Raad

van Commissarissen van het Havenbedrijf Rotterdam NV en/of

- (een) (valse/vervalste) certifica(a)t(en) en/of verklaring(en) ondertekend

en/of afgegeven (ter bevestiging van zijn volledige vertegenwoordigings- en/of

beslissingsbevoegdheid) en/of

- een raamovereenkomst en/of (een) garantie(s)) en/of certifica(a)t(en) buiten

de administratie van het Gemeentelijk Havenbedrijf gehouden en/of verzuimd

(deze geschriften) in de administratie van het Gemeentelijk Havenbedrijf op te

nemen en/of

- (daardoor) (een) jaarverslag(en) en/of jaarrekening(en) en/of (doen) laten

opmaken, waarbij onjuiste en/of onvolledige gegevens (waaronder het niet

vermelden van het bestaan van de raamovereenkomst en/of de garanties en/of de

certificaten) zijn opgegeven en/of verstrekt en/of

- (een) bevestigingsbrie(f)/(ven) (en/of (zogenaamde) letter(s) op

representation) ondertekend en/of afgegeven ter bevestiging van de getrouwheid

van de jaarrekening(en) (2002 en/of 2003) en/of de verstrekking van alle

bekende werkelijke of mogelijke overtredingen van wet- en regelgeving, waarmee

bij de opstelling van de jaarrekening rekening moet worden gehouden

en/of

- (bewust) voornoemde handelingen en/of gedragingen niet gemeld aan en/of

geheim en/of verborgen gehouden voor (personen binnen) de gemeente Rotterdam

en/of het college van Burgemeester en Wethouders en/of de gemeenteraad en/of

Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam en/of Havenbedrijf Rotterdam NV

en/of

b)- een (valse/vervalste) raamovereenkomst gesloten tussen het Gemeentelijk

Havenbedrijf en RDM Holding BV en/of [getuige 1] (tot het

garantstellen voor verplichtingen uit hoofde van geldleningen tot een

minimumbedrag van 100 miljoen euro) en/of (vervolgens) (een)

(valse/vervalste) garantie(s) afgegeven, zonder (voorafgaande) toestemming

en/of goedkeuring van het College van Burgemeester en Wethouders en/of de Raad

van Commissarissen van het Havenbedrijf Rotterdam NV en/of

- (een) (valse/vervalste) certifica(a)t(en) en/of verklaring(en) ondertekend

en/of afgegeven (ter bevestiging van zijn volledige vertegenwoordigings- en/of

beslissingsbevoegdheid)

waardoor

a) de gemeente Rotterdam en/of het Gemeentelijk Havenbedrijf en/of het

Havenbedrijf Rotterdam NV en/of

b)de (genoemde) bank(en) en/of financiële instelling(en)

(telkens) werd(en) bewogen tot afgifte van (voornoemde) geldbedrag(en) en of

het aangaan van verplichting(en) en/of schuld(en);

zulks al dan niet terwijl hij bij het begaan van het/de genoemde feit(en), voor zover begaan vóór 1 januari 2004, gebruik heeft gemaakt van macht, gelegenheid en/of middel hem door zijn ambt geschonken, immers handelde verdachte toen in zijn hoedanigheid van directeur van het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam;

(artikel 326 Wetboek van Strafrecht)

Feit 6 (10/994175-09)

hij,

in of omstreeks de periode van 01 februari 2001 tot en met 30 augustus 2004,

te Rotterdam, althans in Nederland,

en/of te Antwerpen althans in België,

en/of te Zürich althans in Zwitserland,

en/of te Curaçao, althans te Nederlandse Antillen,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

als (voormalig) ambtenaar van de gemeente Rotterdam en/of als werknemer en

directeur in dienst van de rechtspersoon Havenbedrijf Rotterdam N.V.

als één of meer gift(en) en/of belofte(n) heeft aangenomen van [getuige 1] en/of de vennootschap Lamoenchi Beheer BV en/of de vennootschap

RDM Holding NV, en/of andere vennootschappen van het RDM concern,

welke gift(en) en/of belofte(n) heeft/hebben bestaan in (onder meer),

- het gebruik van een aan die [getuige 1] en/of die

vennootschap Lamoenchi Beheer BV toebehorend appartement, en de daar

aanwezige inrichting en inventaris, aan de [adres] te

Antwerpen (België), zulks om niet, althans tegen een (aanmerkelijk) lagere

vergoeding dan in overeenstemming was met de waarde en/of staat van dat

appartement, in elk geval een niet zakelijke vergoeding, en/of

- een geldbedrag van 45.359,55 euro aan hem, verdachte, op of omstreeks 16

maart 2001 betaald door of namens die vennootschap RDM Holding NV, en/of

door of namens [getuige 1], en/of

- een geldbedrag van 667.000,- aan hem, verdachte, op of omstreeks 25

januari 2002 betaald door of namens die vennootschap RDM Holding NV, en/of

door of namens [getuige 1], en/of

- een geldbedrag van 500.000,- aan hem, verdachte, op of omstreeks 13

november 2002 betaald door of namens die vennootschap RDM Holding NV, en/of

door of namens [getuige 1], en/of

wetende of redelijkerwijs vermoedende dat deze gift(en) en/of belofte(n) hem,

verdachte, gedaan en/of aangeboden werd(en) ten einde hem te bewegen om in

zijn functie van diensthoofd van het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam en/of

als directeur van het Havenbedrijf Rotterdam N.V.,

al dan niet in strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te doen of na te laten, en/of

wetende of redelijkerwijs vermoedende dat deze gift(en) en/of belofte(n) hem,

verdachte, gedaan en/of aangeboden werd(en) ten gevolge of naar aanleiding van

hetgeen door hem in zijn functie van diensthoofd van het Gemeentelijk

Havenbedrijf Rotterdam en/of als directeur van het Havenbedrijf Rotterdam

N.V., in strijd met zijn plicht, in zijn bediening was gedaan of nagelaten,

te weten (onder meer)

- het (al dan niet valselijk en/of onbevoegd) opmaken van een overeenkomst,

gedateerd op 28 december 2002, waarbij het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam

zich ten opzichte van schuldeisers van groepsmaatschappijen van RDM Holding NV

garant stelde voor verplichtingen uit hoofde van geldleningen tot een minimum

bedrag van 100.000.000,--, (D3) en/of

- het (al dan niet valselijk en/of onbevoegd) opmaken van een overeenkomst,

gedateerd op 28 december 2002, waarbij het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam

zich ten opzichte van schuldeisers van groepsmaatschappijen van RDM Holding NV

garant stelde voor verplichtingen uit hoofde van geldleningen tot een maximum

bedrag van 20.000.000,--, ( D 1234)

en/of

-het (onbevoegd) (doen of laten) opmaken en/of afgeven van één of meer

garanties, te weten (onder meer)

-de garantie d.d. 20 september 2002 afgegeven door het Gemeentelijk

Havenbedrijf Rotterdam aan MDN Holding BV ten bedrage van

3.500.000,- euro ( D-1604), en/of

- de garantie d.d. 18 oktober 2002 afgegeven door het Gemeentelijk

Havenbedrijf Rotterdam aan Rabobank NV ten bedrage van

10. 000.000,- euro( D-1313), en/of

- de garantie d.d. 3 maart 2003 afgegeven door het Gemeentelijk Havenbedrijf

Rotterdam aan Residex ten bedrage van 23.040.657,- euro( D-1204), en/of

- de garantie mei 2003 aan Residex door het Gemeentelijk Havenbedrijf

Rotterdam ten bedrage van 23.012.500,- euro ( D-1205), en/of

- de garantie d.d. 13 juni 2003 afgegeven door het Gemeentelijk

Havenbedrijf Rotterdam aan Staal Bank N.V. ten bedrage van

12.500.000,- euro ( D-1101), en/of

- de garantie d.d. 13 juni 2003 afgegeven door het Gemeentelijk

Havenbedrijf Rotterdam aan Staal Bank N.V. ten bedrage van

12.500.000,- euro ( D-1106), en/of

-de garantie d.d. 12 september 2003 afgegeven door

het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam aan Barclays Bank

ten bedrage van 36.000.000,- euro ( D-1701), en/of

-de garantie d.d. 5 november 2003 afgegeven door

het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam aan Commerzbank

ten bedrage van 25.000.000,- euro ( D-1403), en/of

- de garantie d.d. 24 december 2003 afgegeven door het

Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam N.V. aan Barclays Bank ten bedrage van 16.000.000,- euro

( D-1716);

- de garantie d.d. 2 maart 2004 afgegeven door het Havenbedrijf

Rotterdam N.V. aan Commerzbank ten bedrage van 7.200.000,- euro

( D -1409) en/of

- de garantie d.d. 2 maart 2004 afgegeven door het Havenbedrijf

Rotterdam N.V. aan Commerzbank ten bedrage van 6.400.000,- euro

( D -1413), en/of

- de garantie d.d. 29 april 2004 afgegeven door het Havenbedrijf

Rotterdam N.V. aan curator [curator] ten bedrage van 4.893.440,- euro

( D-1750), en/of

- de garantie d.d. 29 april 2004 afgegeven door het Havenbedrijf

Rotterdam N.V. aan curator [curator] ten bedrage van 621.830,- euro, en/of

-de garantie d.d. 10 mei 2004 afgegeven door het Havenbedrijf

Rotterdam N.V. aan [getuige 17] ten bedrage van 2.500.000,-

euro( D-1850),en/of

-de garantie d.d. 10 mei 2004 afgegeven door het Havenbedrijf Rotterdam N.V.

aan M.J. Kramer Delta Holding B.V. ten bedrage van 2.500.000,- euro ( D-1900),

en/of

-de garantie d.d. 19 mei 2004 afgegeven door het Havenbedrijf Rotterdam N.V.

aan Vaanhold Consultancy B.V. ten bedrage van 2.500.000,- euro ( D -1801), en/of

-de garantie d.d. 4 juni 2004 afgegeven door het Havenbedrijf Rotterdam aan

Commerz Bank ten bedrage van 25.000.000,- euro ( D-1426), en/of

-de garantie d.d. 4 juni 2004 afgegeven door het Havenbedrijf Rotterdam N.V.

aan Barclays Bank ten bedrage van 19.000.000,- euro ( D-3002), en/of

-de garantie d.d. 9 juni 2004 afgegeven door het Havenbedrijf Rotterdam N.V.

aan curator [curator] ten bedrage van 4.893.440,- euro( D-1751)

en/of

het (telkens) niet, althans niet volledig en naar behoren informeren van het

College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Rotterdam en/of van de

(externe en/of interne) accountant en/of de administratie en/of de juridische

afdeling van de Gemeente Rotterdam en/of van de Raad van Commissarissen van

het Havenbedrijf Rotterdam NV en/of de administratie en/of de juridische

afdeling van het Havenbedrijf Rotterdam N.V. van het feit dat hij, verdachte,

deze garanties zou afgeven en/of had afgegeven en/of

(aldus) - in strijd met in artikel 50, eerste lid, Algemeen

Rijksambtenarenreglement voor ambtenaren opgenomen betamelijkheidsnorm- een

voorkeursbehandeling heeft gegeven aan [getuige 1] en/of de

vennootschap Lamoenchi Beheer BV en/of vennootschap RDM Holding NV en/of

andere vennootschappen van het RDM-concern;

(artikel 363 lid 1 sub 1e en/of 2e jo artikel 362 lid 1 sub 1e en/of sub

2e Wetboek van Strafrecht)