Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2010:BN8333

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
27-08-2010
Datum publicatie
27-09-2010
Zaaknummer
R 08/247-248
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Voordracht ontslag bewindvoerder artikel 319 F toegewezen. De schuldsaneringsregeling heeft verstrekkende gevolgen voor zowel de schuldenaren als hun schuldeisers. Transparantie is reeds daarom geboden. Voor alle betrokkenen bij de schuldsaneringsregeling moet het steeds mogelijk zijn zich een adequaat beeld te verschaffen van de stand van zaken in de schuldsaneringsregeling en de nodige controle daarop uit te oefenen. Het halfjaarlijks leggen van verslag door de bewindvoerder is aldus essentieel en dient tijdig te geschieden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2010/247

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Schuldsaneringnummer: R 08/[nummers]

Uitspraak: 27 augustus 2010

BESCHIKKING van de enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken

op de voordracht ingevolge artikel 319, eerste lid Faillissementswet

in de schuldsaneringsregeling van:

[x] en [y],

beiden wonende [adres],

[adres],

schuldenaren.

1. Inleiding

Op 28 mei 2008 is door de rechtbank de toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van de schuldenaren uitgesproken. [bewindvoerder] is daarbij benoemd als bewindvoerder (hierna: de bewindvoerder).

2. De procedure

De rechtbank heeft de voordracht d.d. 9 juli 2010 van mr. W.E. Merens, rechter-commissaris, ontvangen, strekkende tot ontslag van de bewindvoerder. De mondelinge behandeling van de hiervoor genoemde voordracht heeft op 27 augustus 2010 plaatsgevonden. Ter zitting zijn de schuldenaren verschenen. De bewindvoerder is, ondanks behoorlijke oproeping, niet verschenen. De rechtbank heeft na afloop van de behandeling mondeling uitspraak gedaan.

3. Het verzoek en de grondslag daarvan

In de voordracht van de rechter-commissaris is gesteld dat de bewindvoerder op 6 mei 2010 en 2 juni 2010 schriftelijk is verzocht een verslag in te dienen uiterlijk vier weken na voornoemde data. Hierop heeft de bewindvoerder niet gereageerd. Op grond hiervan, alsmede gelet op de belangen van de schuldenaren en de schuldeisers, heeft de rechter-commissaris de rechtbank verzocht de bewindvoerder te ontslaan.

4. Het standpunt van de bewindvoerder

De bewindvoerder heeft op 13 augustus 2010 een brief aan de rechtbank doen toekomen. De brief luidt – voor zover relevant – als volgt.

“(…)

De bewindvoerder merkt op dat het niet tijdig leggen van een verslag in casu geen benadeling van de boedel vormt, dit omdat het verslag slechts vormt een weergave van de door de bewindvoerder genomen en te nemen acties. Het al dan niet nemen van die acties staat volstrekt los van de verslaglegging.

Indien dat anders zou zijn dan zou slechts eenmaal per half jaar een actie in het dossier plaatsvinden, het is de RC bekend dat de werkwijze van deze bewindvoerder zodanig is dat de behandeling van het dossier plaatsvindt zodra daar behoefte aan is en feitelijk vele malen per jaar plaats grijpt.

Desalniettemin wil de bewindvoerder zich uit praktische overwegingen aansluiten bij het voorstel van de RC teneinde een andere bewindvoerder te benoemen.

(…)”.

Omdat de bewindvoerder niet ter terechtzitting verscheen, heeft de rechtbank ter zitting telefonisch contact gezocht met de bewindvoerder. De secretaresse van de bewindvoerder deelde de rechtbank mede dat de bewindvoerder niet ter zitting zal verschijnen, omdat alleen de kosten van het openbaar vervoer worden vergoed en niet de kosten voor benzine. De bewindvoerder is daardoor gedwongen om met het openbaar vervoer te komen. Door de lange reistijd moet de bewindvoerder ruim voor de zitting van zijn kantoor vertrekken en is hij pas laat op de dag weer terug op zijn kantoor. De bewindvoerder is van mening dat dit te veel tijd kost, zodat hij heeft besloten om niet te verschijnen en zich te refereren aan het oordeel van de rechtbank.

5. Het standpunt van de schuldenaren

Ter zitting heeft [x] medegedeeld dat hij momenteel 24 uur per week werkt. Hij is bezig met solliciteren. [x] heeft een aantal maal een uitnodiging ontvangen voor een sollicitatiegesprek. In verband met de postblokkade werd de uitnodiging gestuurd naar de bewindvoerder. De bewindvoerder stuurde de uitnodiging echter te laat door aan [x], namelijk na de datum van het sollicitatiegesprek. Daarnaast deelt [x] de rechtbank mede dat in oktober 2009 zijn zwager een goed bod heeft gedaan op het huis van de schuldenaren. De schuldenaren zouden dan in het huis als huurders kunnen blijven wonen. De bewindvoerder zou contact opnemen met de zwager. Dit heeft hij echter nooit meer gedaan. Ten onrechte staat in het verslag dat er geen bod is gedaan op de woning.

[y] heeft ter zitting medegedeeld dat zij alle papieren altijd aan de bewindvoerder stuurde. De bewindvoerder stelde echter dat hij sommige stukken niet had ontvangen, waardoor zij de stukken weer opnieuw moest aanleveren. [y] vermoedt echter dat de bewindvoerder de papieren kwijt was geraakt.

Voorts stellen de schuldenaren dat het erg lang duurt voordat zij antwoord krijgen van de bewindvoerder. Zij hebben geen goede relatie met de bewindvoerder. Tot slot merken de schuldenaren nog op dat zij soms, in verband met de postblokkade, verkeerde post – dat wil zeggen aan anderen geadresseerd – ontvangen.

6. De beoordeling

Gelet op de inhoud van de voordracht en het schuldsaneringsdossier, alsmede gelet op het verhandelde ter zitting, is de rechtbank gebleken dat de bewindvoerder voldoende verwijt kan worden gemaakt betreffende de afwikkeling van de schuldsanering om hem te ontslaan.

De rechtbank acht de noodzaak (tijdig) te reageren op verzoeken van de rechter-commissaris, alsmede de consequenties die kunnen worden verbonden aan het niet voldoen aan de daartoe gedane verzoeken, voldoende bekend. Het is aan de bewindvoerder de rechter-commissaris tijdig van verslagen te voorzien, dan wel gemotiveerd te verzoeken om uitstel voor de verslaglegging. Dit heeft de bewindvoerder niet gedaan. De rechtbank constateert dat het niet de eerste keer is dat de bewindvoerder een brief van de rechter-commissaris in het onderhavige schuldsaneringsdossier negeert. Met uitzondering van het eerste verslag, zijn in de aanloop naar alle verslagen tenminste twee rappèlbrieven door de rechter-commissaris aan de bewindvoerder verzonden.

Voorts verwerpt de rechtbank de zienswijze van de bewindvoerder op het (niet) tijdig leggen van verslag als verwoord in zijn hiervoor geciteerde brief van 13 augustus 2010. De schuldsaneringsregeling heeft verstrekkende gevolgen voor zowel de schuldenaren als hun schuldeisers. Transparantie is reeds daarom geboden. Voor alle betrokkenen bij de schuldsaneringsregeling moet het steeds mogelijk zijn zich een adequaat beeld te verschaffen van de stand van zaken in de schuldsaneringsregeling en de nodige controle daarop uit te oefenen. Het halfjaarlijks leggen van verslag door de bewindvoerder is aldus essentieel en dient tijdig te geschieden.

De rechtbank is gebleken dat de schuldenaren hun best doen om de onderhavige schuldsanering tot een goed einde te brengen. In dit streven botsen zij met de bewindvoerder. Niet alleen heeft de bewindvoerder een uitnodiging voor het sollicitatiegesprek van [x] te laat doorgestuurd, ook wordt een bod op het huis van de schuldenaren niet in behandeling genomen. De bewindvoerder behoort te handelen zoals in redelijkheid mag worden verlangd van een over voldoende inzicht en ervaring beschikkende bewindvoerder die zijn taak met nauwgezetheid en inzet verricht. Door te handelen als voormeld, mede gelet op het feit dat de rechtbank ambtshalve bekend is met eerdere (op voordracht van de rechter-commissaris) ontslagen van de bewindvoerder, bestaat er bij de rechtbank onvoldoende vertrouwen dat de bewindvoerder deze schuldsaneringsregeling op adequate wijze zal afwikkelen. Mede gelet op de belangen van de schuldenaren en hun schuldeisers honoreert de rechtbank de voordracht en zal zij tegelijkertijd een opvolgend bewindvoerder benoemen, zoals in het dictum nader omschreven.

7. De beslissing

De rechtbank,

verleent ontslag aan [bewindvoerder] als bewindvoerder;

benoemt als opvolgend bewindvoerder H.A. Thomason, werkzaam bij Equalis Bewindvoering;

stelt vast dat [bewindvoerder] op voet van artikel 319, tweede lid, Faillissementswet rekening en verantwoording dient af te leggen aan de in zijn plaats benoemde bewindvoerder.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.W. Vogels, rechter in tegenwoordigheid van mr. M.E. Hoogenraad, griffier, uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 augustus 2010.

2120/1954