Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2010:BN8062

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
25-08-2010
Datum publicatie
23-09-2010
Zaaknummer
356553 / KG ZA 10-568
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

"Ook indien de derde-beslagene geen vorderingen op of zaken van de schuldenaar onder zich heeft, is hij verplicht om een verklaring af te leggen. Zo niet, dan kan hij veroordeeld worden tot betaling van het bedrag waarvoor het beslag is gelegd. Om daaraan te ontkomen kan hij alsnog een verklaring afleggen; hij is dan wel gehouden de kosten te vergoeden die in dat geval nodeloos zijn gemaakt."

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 356553 / KG ZA 10-568

Vonnis in kort geding van 25 augustus 2010

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres],

gevestigd te Nieuwegein,

eiseres,

advocaat mr. H.E.C.A. Vlasman,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

OPEN BRIDGE B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

vertegenwoordigd door haar directeur [x].

Partijen zullen hierna [eiseres] en Open Bridge genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding d.d. 17 juni 2010.

- de door [eiseres] overgelegde producties

1.2. Ter zitting van 28 juni 2010 hebben de raadsman van [eiseres] enerzijds en Open Bridge anderzijds de respectieve standpunten nader toegelicht. Vervolgens is de zaak aangehouden om Open Bridge in de gelegenheid te stellen alsnog de derdenverklaring als bedoeld in artikel 476a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) af te leggen. Bij fax gedateerd 28 juni 2010, ter griffie binnengekomen op 28 juli 2010, heeft mr. Vlasman namens [eiseres] laten weten dat Open Bridge alsnog bedoelde derdenverklaring heeft afgelegd en is verzocht om Open Bridge te veroordelen in de kosten die in dit kader nodeloos zijn gemaakt. Op deze brief heeft Open Bridge, hoewel daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, niet gereageerd.

2. De vaststaande feiten

In dit kort geding merkt de voorzieningenrechter de volgende – voor de onderhavige beoordeling van belang zijnde – feiten als tussen partijen vaststaand aan.

2.1. Tussen [eiseres] enerzijds en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid 4Forturo Im- en Export Groente en Fruit B.V. (hierna: “4Forturo”) alsmede haar bestuurd[A] (hierna: “[A]”) anderzijds is door de rechtbank Rotterdam op 10 februari 2010 vonnis gewezen (zaak-/rolnummer: 346329/ HA ZA 10-154). Bij dit vonnis zijn 4Forturo en [A] hoofdelijk veroordeeld om aan [eiseres] te voldoen een bedrag van € 83.795,40, vermeerderd met rente en (na)kosten. Op 31 maart 2010 is het vonnis aan 4Forturo en [A] betekend.

2.2. Bij exploot van 13 april 2010 heeft [eiseres] ten laste van 4Forturo executoriaal derdenbeslag laten leggen onder Open Bridge op alle vorderingen en/of zaken die Open Bridge schuldig is en/of zal worden aan en/of onder berusting heeft en/of zal verkrijgen van 4Forturo. Voorts staat in het exploot vermeld (voor zover hier van belang):

“MET BEVEL:

aan de derde om het aan de beslagene(n) verschuldigde of diens zaken vanaf nu onder zich te houden en dus niet meer ter beschikking van de beslagene(n) te stellen met vermelding dat bij niet voldoening aan dit bevel alle toch gedane betalingen of afgiften van onwaarde zullen zijn en dus jegens de beslaglegger dan niet gelden zodat de beslaglegger alsnog betaling of afgifte van de derde zal vorderen en met aanzegging aan de derde om na vier weken na vandaag de verklaring die hierbij is betekend ingevuld te retourneren, bij gebreke waarvan de derde op vordering van de executant veroordeeld kan worden tot betaling van het bedrag waarvoor het beslag is gelegd, als ware de derde daarvan zelf schuldenaar, onverminderd de verplichting tot vergoeding van de schade als daartoe gronden zijn.”

3. Het geschil

3.1. [eiseres] vordert dat het de rechtbank [bedoeld zal zijn: voorzieningenrechter] behage, bij vonnis, voor zover de wet dit toelaat uitvoerbaar bij voorraad, Open Bridge te veroordelen:

I. tot betaling van een bedrag van € 87.631,67, te vermeerderen met de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 19 maart 2010 tot de dag der algehele betaling, alsmede te vermeerderen met de wettelijke rente over de kosten van de procedure vanaf 24 februari 2010 tot de dag der algehele voldoening;

II. tot betaling van de nakosten advocaat ex artikel 237 lid 4 Rv indien en in zoverre Open Bridge in gebreke blijft om binnen veertien dagen na dit vonnis over te gaan tot voldoening van hetgeen waartoe Open Bridge alsdan is veroordeeld ad € 131,-- (zonder betekening van dit vonnis) respectievelijk ad € 199,-- (met betekening van dit vonnis);

III. in de kosten van dit geding binnen 14 dagen na dagtekening van de uitspraak, en, indien voldoening binnen die termijn niet plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten vanaf 14 dagen na dagtekening van de uitspraak.

3.2. Open Bridge heeft ten verwere aangevoerd dat zij niet aansprakelijk is voor 4Forturo en dat zij geen gelden van 4Forturo onder zich heeft.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. [eiseres] heeft gesteld dat het hier om een – voor haar – aanzienlijke vordering gaat en dat zij het bedrag thans, gelet op het huidige economische klimaat, nodig heeft. Met deze stellingen, die door Open Bridge niet zijn bestreden, is het spoedeisend belang gegeven.

4.2. Een schuldeiser kan zich in beginsel verhalen op alle goederen van zijn schuldenaar. Dat betekent dat ook beslag gelegd kan worden onder derden op vorderingen die de schuldenaar heeft jegens die derde(n), dan wel op roerende zaken (niet zijnde registergoederen) van de schuldenaar die onder een derde rusten (zie artikel 475 e.v. Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)). Door een executoriaal derdenbeslag wordt een derde, zonder daartoe zelf aanleiding te geven, betrokken in het geding tussen de executant (de schuldeiser) en de geëxecuteerde (de schuldenaar). Uitgangspunt daarbij is dat de derde als gevolg van het beslag niet in een slechtere positie mag komen dan waarin hij stond tegenover de geëxecuteerde en dat de derde jegens de executant niet tot méér verschuldigd is dan jegens de geëxecuteerde (HR 30 november 2002, NJ 2002, 419).

4.3. De derde is verplicht om, zodra vier weken zijn verstreken na het leggen van het beslag, een verklaring af te leggen waaruit blijkt welke vorderingen en zaken door het beslag zijn getroffen (art. 476a Rv). De verplichting tot het doen van een verklaring geldt ook indien de derde meent dat het beslag geen doel treft omdat hij de geëxecuteerde niets verschuldigd is en ook geen zaken van de geëxecuteerde onder zich heeft. Alsdan zal de derde dienovereenkomstig moeten verklaren. Indien de derde in gebreke blijft verklaring te doen, wordt hij op vordering van de executant veroordeeld tot betaling van het bedrag waarvoor het beslag is gelegd als ware hij zelf schuldenaar, onverminderd zijn verplichting tot vergoeding van de schade, als daartoe gronden zijn. De derde-beslagene tegen wie deze vordering wordt ingesteld, kan alsnog een gerechtelijke verklaring te doen. De kosten die in dat geval nodeloos zijn veroorzaakt, worden voor zijn rekening gebracht (art. 477a Rv).

4.4. In het onderhavige geval heeft [eiseres] op 13 april 2010 executoriaal derdenbeslag gelegd onder Open Bridge ter verzekering en betaling van de vordering die zij ingevolge het vonnis van 10 februari 2010 (zie 2.1) heeft op 4Forturo. Open Bridge was, zoals ook in het beslagexploot staat vermeld (zie 2.2) gehouden na vier weken de hiervoor in 4.3 omschreven verklaring af te leggen. Vast staat dat Open Bridge de verklaring niet binnen de gestelde termijn heeft afgelegd, en ook niet nadat zij nadien diverse keren daartoe is aangemaand. Zoals hiervoor overwogen, was zij daartoe wel gehouden, ook in het geval dat – zoals zij heeft gesteld – zij niets van 4Forturo onder zich zou hebben.

4.5. Tijdens de zitting heeft Open Bridge aangeboden alsnog de verklaring af te leggen. Uit de brief van mr. Vlasman van 28 juni/juli jl. volgt dat de verklaring thans is afgelegd. Dat betekent dat het sub I gevorderde zal worden afgewezen. Dit laat echter onverlet dat Open Bridge gehouden is de in dit verband door [eiseres] nodeloos gemaakte kosten te vergoeden. De door [eiseres] gemaakte proceskosten worden in elk geval als nodeloos gemaakt beschouwd, nu de procedure niet gevoerd had hoeven worden indien Open Bridge de verklaring tijdig had afgelegd. Dat [eiseres] in dit verband andere kosten heeft gemaakt, is niet gesteld of gebleken. De proceskosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op:

- dagvaarding € 84,89

- vast recht 263,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.163,89

De nakosten zullen voorwaardelijk worden toegewezen als hierna vermeld.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. wijst het sub 1 gevorderde af,

5.2. veroordeelt Open Bridge in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 1.163,89,

5.3. bepaalt dat Open Bridge de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:120 lid 1 Burgerlijk Wetboek verschuldigd is over de proceskosten vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag der voldoening;

5.4. veroordeelt Open Bridge tot betaling van € 131,-- aan nakosten voor zover deze kosten worden gemaakt, verhoogd met € 68,-- en met de betekeningskosten in het geval dat Open Bridge niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de proceskostenveroordeling voldoet en betekening van de executoriale titel plaatsvindt;

5.5. verklaart dit vonnis voor wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

5.6. wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.F.L. Geerdes, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Kalmthout, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2010.?

1775/676