Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2010:BN7630

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
14-07-2010
Datum publicatie
20-09-2010
Zaaknummer
327070 / HA ZA 09-810
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eigendomsoverdracht. Beschikkingsonbevoegdheid wegens eigendomsvoorbehoud. Derdenbescherming. Derde-koper te goeder trouw? Stelplicht- en bewijslastverdeling ten aanzien van goede trouw op derde-koper.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 327070 / HA ZA 09-810

Uitspraak: 14 juli 2010

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres],

gevestigd te Zwijndrecht,

eiseres in conventie,

gedaagde in voorwaardelijke reconventie,

advocaat mr. E.J. Eijsberg,

- tegen -

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde],

gevestigd te Krimpen aan den IJssel,

gedaagde in conventie,

eiseres in voorwaardelijke reconventie,

advocaat mr. E.D. Drok.

Partijen worden hierna aangeduid als "[eiseres]" respectievelijk "[gedaagde ]".

1 Het verloop van het geding

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d. 11 maart 2009 en de door [eiseres] overgelegde producties;

- conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in voorwaardelijke

reconventie, met producties;

- conclusie van repliek in conventie, tevens conclusie van antwoord in

voorwaardelijke reconventie;

- conclusie van dupliek in conventie, tevens conclusie van repliek in voorwaardelijke

reconventie;

- conclusie van dupliek in voorwaardelijke reconventie;

- de stukken van het op 25 februari 2009 ten verzoeke van [eiseres] en ten laste van [gedaagde ] gelegde conservatoir beslag tot afgifte van een tweetal Firepacks.

2 De vaststaande feiten in conventie en in reconventie

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voorzover van belang - het volgende vast:

2.1 [gedaagde ] is aannemer op het gebied van klimaatinstallaties. [gedaagde ] is als onderaannemer belast met het ontwerp, de levering en de installatie van klimaatinstallaties ten behoeve van het project De Maastoren, een groot kantoorgebouw in Rotterdam. [gedaagde ] heeft Botlek als haar onderaannemer gecontracteerd ten behoeve van het project terzake van de levering en montage van de brandveiligheidsinstallatie, waaronder de levering van een tweetal Firepacks (hierna: de Firepacks) valt. De aanneemsom bedraagt EUR 1.150.000,- exclusief BTW. Tussen [gedaagde ] en Botlek is een betaal- en leveringsschema overeengekomen.

2.2 Botlek heeft op 7 augustus 2007 de Firepacks gekocht van [eiseres] voor het bedrag van EUR 102.070,70.

2.3 Op de koopovereenkomst tussen [eiseres] en Botlek zijn de Algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden voor de metaal- en de elektronische industrie (hierna: de algemene voorwaarden) van toepassing.

Artikel IX lid 2 van de algemene voorwaarden houdt - zakelijk weergegeven - in dat het eigendom van het geleverde product eerst op de opdrachtgever overgaat indien de volledige koopsom is voldaan (hierna: het eigendomsvoorbehoud).

2.4 Op 15 februari 2008 heeft [eiseres] Botlek gefactureerd voor de eerste 30% van de totale koopsom van de Firepacks. In deze factuur staat, na de facturatie van de betreffende 30%, vermeld: “70% na gereedmelding, binnen 30 dagen na factuurdatum”. Op 19 maart 2008 heeft [eiseres] de resterende 70% van de koopsom aan [gedaagde ] gefactureerd. Botlek heeft geen van beide facturen voldaan aan [eiseres].

2.5 Op 20 februari 2008 heeft Botlek [gedaagde ] gefactureerd terzake van “termijn vier”. De factuur vermeldt dat het gaat om “levering pompen” en vermeldt voorts “bijlagen: pompfactuur/levering”. Van de factuur is EUR 100.000,- betaald door [gedaagde ].

2.6 De Firepacks zijn door [eiseres] op 19 maart 2008 geleverd aan Botlek ter plekke van de in aanbouw zijnde Maastoren.

2.7 Een werknemer van [eiseres] heeft op 5 juni 2008 chips met bijbehorende printplaten uit de Firepacks verwijderd.

2.8 Botlek is op 24 juni 2008 in staat van faillissement verklaard.

2.9 Op 25 februari 2009 is ten verzoeke van [eiseres] en ten laste van [gedaagde ] conservatoir beslag gelegd tot afgifte van de Firepacks.

2.10 [gedaagde ] heeft op 24 maart 2009 een kort geding bij de rechtbank Dordrecht aangespannen tegen [eiseres] teneinde de chips en printplaten terug te krijgen. Bij vonnis van 23 april 2009 (hierna: het kort geding vonnis) is [gedaagde ] veroordeeld de chips en printplaten terug te plaatsen in de Firepacks.

3 De vordering in conventie

De vordering luidt - zakelijk weergegeven - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

I. te verklaren voor recht dat de twee Firepacks in eigendom toebehoren aan [eiseres];

II. [gedaagde ] te veroordelen om binnen twee dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis de twee Firepacks aan [eiseres] af te geven, door [eiseres], of een door haar aan te wijzen derde, in staat te stellen zich ter plaatse te begeven en de haar toekomende Firepacks te demonteren en mee te nemen, op straffe van een dwangsom van € 5.000,- per dag dat [gedaagde ] in gebreke blijft in de nakoming van dit vonnis;

III. [gedaagde ] te veroordelen tot vergoeding aan [eiseres] van de kosten van demontage en transport van de Firepacks, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

IV. [gedaagde ] te veroordelen in de buitengerechtelijke kosten van € 2.842,-

V. [gedaagde ] te veroordelen in de kosten van dit geding, die van de gelegde beslagen daaronder begrepen.

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft [eiseres] aan de vordering de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

3.1 Gelet op het eigendomsvoorbehoud van [eiseres] en de niet betaling door Botlek van de koopsom van de Firepacks, was Botlek beschikkingsonbevoegd om de Firepacks aan [gedaagde ] over te dragen. [gedaagde ] is geen eigenaar geworden van de Firepacks en dient deze dan ook aan [eiseres] terug te geven.

4 Het verweer in conventie

Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van [eiseres] in de kosten van het geding.

[gedaagde ] heeft daartoe het volgende aangevoerd:

4.1 Botlek heeft de Firepacks geleverd aan [gedaagde ], die daar het bedrag van € 100.000,- voor heeft betaald. [gedaagde ] heeft de Firepacks mitsdien anders dan om niet verkregen van Botlek. [gedaagde ] was voorts niet bekend met het eigendomsvoorbehoud dat daarop ten gunste van [eiseres] rustte en had daarmee ook niet bekend hoeven zijn, zodat zij te goeder trouw is.

4.2 Volgens [gedaagde ] had het juist op de weg van [eiseres] gelegen om [gedaagde ] te informeren over haar eigendomsvoorbehoud als zij daarop een beroep had willen doen. Dit geldt temeer nu [eiseres] op het moment van levering van de Firepacks wist dat Botlek noch de factuur van 15 februari 2008 ter hoogte van 30% van de koopsom had voldaan, noch de tweede factuur van 19 maart 2008 van het resterende deel van de koopsom.

4.3 Gelet op het vorengaande, voldoet [gedaagde ] aan de eisen die artikel 3:86 lid 1BW stelt en komt haar de bescherming toe die dit artikel biedt, aldus [gedaagde ].

5 De vordering in voorwaardelijke reconventie

De vordering luidt - zakelijk weergegeven - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad [eiseres] te veroordelen om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis aan [gedaagde ] te voldoen al de schade welke [gedaagde ] lijdt en nog zal lijden omdat de door [eiseres] geleverde Firepacks aan Botlek, respectievelijk aan [gedaagde ], niet naar behoren functioneert, zoals vastgesteld door [gedaagde ] en/of haar opdrachtgeefster, althans vastgesteld door een door de rechtbank bepaalde deskundige, welke schade nader dient te worden opgemaakt bij staat, met veroordeling van [eiseres] in de kosten van deze procedure.

Aan deze vordering heeft [gedaagde ] het volgende ten grondslag gelegd:

5.1 Naar aanleiding van het kort geding vonnis heeft [eiseres] de chips en printplaten, behorend bij de Firepacks teruggeplaatst. Op het moment van het plaatsen was niet vast te stellen of [gedaagde ] de chips en printplaten in goede staat had terug geplaatst. Dat kan pas worden vastgesteld bij het proefdraaien van de Firepacks.

5.2 Voor het geval de Firepacks niet goed blijken te functioneren en dit te wijten is aan een gebrekkige levering aan de zijde van [eiseres], wil [gedaagde ] de schade op [eiseres] verhalen. De eventuele schade moet bij staat worden opgemaakt.

6 Het verweer in voorwaardelijke reconventie

Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van [gedaagde ] in de kosten van het geding.

[eiseres] heeft aan haar verweer het volgende ten grondslag gelegd:

6.1 Allereerst betwist [eiseres] dat sprake is van een voorwaardelijke eis in reconventie. Voorts voert zij aan dat de vordering van [eiseres] is gebaseerd op de mogelijkheid dat de Firepacks niet naar behoren functioneren, hetgeen nog moet worden vastgesteld. Vervolgens moet de schade dan nog worden opgemaakt bij staat. [gedaagde ] heeft mitsdien geen belang bij haar vordering. [eiseres] betwist voorts elke gehoudenheid jegens [gedaagde ] tot vergoeding van welke schade dan ook.

7 De beoordeling

in conventie

7.1 Tussen partijen staat vast dat Botlek de koopsom van de Firepacks niet heeft voldaan. [gedaagde ] heeft niet, althans niet gemotiveerd betwist dat op de Firepacks, op grond van artikel IX lid 2 van de algemene voorwaarden van [eiseres], een eigendomsvoorbehoud rustte, zodat dit ook vast staat. Gelet op het eigendomsvoorbehoud en het niet voldoen van de koopsom door Botlek, staat voorts vast dat het eigendom van de Firepacks niet is overgegaan op Botlek. Dat betekent dat Botlek geen eigenaar is geworden zodat (vanwege het ontbreken van beschikkingsbevoegdheid van Botlek) in beginsel ook geen sprake is geweest van een geldige eigendomsoverdracht van Botlek aan [gedaagde ]. Dat betekent ook dat [eiseres] in beginsel eigenaar is gebleven en dus aanspraak heeft op teruggave door [gedaagde ]. De vordering onder I is dus in beginsel toewijsbaar.

7.2 In geschil is of [gedaagde ] de bescherming van artikel 3:86 lid 1 BW toekomt. De rechtbank overweegt allereerst dat de voorzieningenrechter van de rechtbank Dordrecht zich weliswaar reeds heeft uitgelaten over deze rechtsvraag doch dat de rechtbank daaraan, gelet op artikel 257 Wetboek van Rechtsvordering, niet is gebonden. De rechtbank zal de zaak in volle omvang beoordelen.

7.3 Op grond van artikel 3:86 lid 1 BW is, ondanks de onbevoegdheid van de vervreemder, een overdracht van een roerende zaak evenwel geldig indien de overdracht anders dan om niet geschiedt en de verkrijger te goeder trouw is. De rechtbank stelt in dit kader voorop dat de bewijslast terzake op [gedaagde ] ligt. [gedaagde ] beroept zich immers op de rechtsgevolgen van de in dit verband gestelde feiten, namelijk de toepasselijkheid van voornoemde bepaling. Voor zover [gedaagde ] van een andere opvatting is uitgegaan, gaat de rechtbank daaraan voorbij. Verder stelt de rechtbank voorop dat van de voorwaarden voor een geslaagd beroep op artikel 3:86 lid 1 BW niet ter discussie staat dat aan de (vermeende) overdracht van Botlek op [gedaagde ] een geldige titel, te weten de overeenkomst tussen die partijen, ten grondslag ligt. Ten aanzien van de andere voorwaarden geldt het volgende.

7.4 De rechtbank zal in de eerste plaats beoordelen of sprake is van levering van de Firepacks. Volgens van [gedaagde ] is dit het geval. In haar conclusie van antwoord in reconventie voert zij aan dat Botlek, op de dag dat zij de Firepacks van [eiseres] geleverd kreeg, de Firepacks op haar beurt aan [gedaagde ] heeft geleverd. [eiseres] betwist vervolgens bij gebrek aan wetenschap dat er daadwerkelijk is geleverd door Botlek aan [gedaagde ] is geleverd. Volgens haar zou Botlek hoogstens de Firepacks zijn gaan houden voor [gedaagde ]. Feiten of omstandigheden ter onderbouwing van deze stelling ontbreken.

7.5 Naar het oordeel van de rechtbank is de betwisting van [eiseres] onvoldoende gemotiveerd. Hierbij neemt zij in aanmerking dat vaststaat dat Botlek in opdracht van [gedaagde ] heeft gewerkt aan installaties voor de Maastoren, waarmee [eiseres] ook bekend was, en dat in dat kader de Firepacks aan Botlek door [eiseres] zijn geleverd. Tevens staat vast dat de Firepacks vervolgens zijn geinstalleerd in de Maastoren. Bij die stand van zaken naar uiterlijke feiten beoordeeld is sprake van bezitverschaffing door Botlek aan [gedaagde ] (zie de artikelen 3:108 en 3:114 BW), zodat gelet op het bepaalde in artikel 3:90 BW in beginsel van levering aan [gedaagde ] moet worden uitgegaan. Tegen die achtergrond is het verweer van [eiseres] onvoldoende gemotiveerd, zodat de rechtbank daaraan voorbij gaat en in rechte uitgaat van de levering van de Firepacks door Botlek aan [gedaagde ].

7.6 Vervolgens is tussen partijen in geschil of [gedaagde ] de Firepacks heeft verkregen van Botlek anders dan om niet. Volgens [gedaagde ] heeft zij naar aanleiding van ontvangst van de onder 2.5 genoemde factuur het bedrag van EUR 100.000,- voor betaald. [eiseres] betwist dat dit het geval is. De rechtbank overweegt hierover als volgt.

7.7 Tussen partijen staat vast dat onderdeel van de overeenkomst tussen Botlek en [gedaagde ] met in totaal een aanneemsom van EUR 1.150.000,-, was dat de Firepacks, die Botlek bij [eiseres] had gekocht, aan [gedaagde ] zouden worden overgedragen. [eiseres] heeft betwist dat de vierde termijnfactuur van de aanneemsom zag op de levering van de Firepacks, zoals [gedaagde ] heeft aangevoerd. [eiseres] heeft echter nimmer betwist dat een vergoeding voor de Firepacks was inbegrepen in de aanneemsom en daarvoor mitsdien betaald moest worden door [gedaagde ], hetgeen overigens ook zeer voor de hand ligt. Reeds hierom staat vast dat [gedaagde ] de Firepacks niet om niet geleverd heeft gekregen. In het midden kan dus blijven of de onderhavige factuur nu wel of niet betrekking had op de Firepacks.

7.8 Tot slot is tussen partijen in geschil of [gedaagde ] te goeder trouw was ten tijde van de levering van de Firepacks door Botlek aan haar. De rechtbank overweegt hierover als volgt.

7.9 Het is aan de verkrijgster, in dit geval [gedaagde ], om de omstandigheden te stellen die rechtvaardigen dat zij de vervreemdster, in dit geval Botlek, voor bevoegd mocht houden en die uitsluiten dat zij reden had aan diens bevoegdheid te twijfelen. In dit verband is artikel 3:11 BW van belang. Daarin is (onder meer) bepaald dat de goede trouw van een (rechts)persoon, vereist voor enig rechtsgevolg, niet alleen ontbreekt indien zij de feiten of het recht waarop zijn goede trouw betrekking kende, maar ook indien zij ze in de gegeven omstandigheden behoorde te kennen. Artikel 3:11 BW impliceert een zekere onderzoeksplicht van de (rechts)persoon die zich op de goede trouw beroept. De aard en omvang van de onderzoeksplicht hangen af van de omstandigheden van het geval.

7.10 De rechtbank is van oordeel dat het partijdebat over het al dan niet te goeder trouw zijn van [gedaagde ] nog met onvoldoende precisie is gevoerd. Zij krijgen gelegenheid dit debat bij conclusies na tussenvonnis alsnog te voeren, mede gelet op de in 7.3 gegeven beslissing inzake de bewijslastverdeling. [gedaagde ] zal haar stellingen zo feitelijk en concreet mogelijk moeten presenteren, waar mogelijk onderbouwd met stukken of vergezeld van een concreet bewijsaanbod. Op de conclusie van [gedaagde ] kan [eiseres] reageren. Daarbij moet het volgende in ogenschouw worden genomen.

7.11 [gedaagde ] heeft de stelling van [eiseres] dat een eigendomsvoorbehoud in de branche erg gebruikelijk is, hetgeen ook geldt voor de algemene voorwaarden die zij hanteert, niet betwist. Evenmin heeft [gedaagde ] betwist de stelling van [eiseres] dat zij ([gedaagde ]) al in een vroeg stadium wist dat de Firepacks van [eiseres] afkomstig waren. Deze feiten staan dus vast. Dit betekent naar het oordeel van de rechtbank dat [gedaagde ] redelijkerwijs rekening diende te houden met de mogelijkheid dat [eiseres] een eigendomsvoorbehoud had op de Firepacks. Of zij in deze omstandigheden niettemin nog te goeder trouw was, is mogelijk afhankelijk van de vraag of zij destijds al enige kennis had van betalingsproblemen van Botlek (jegens [eiseres] en/of jegens andere leveranciers). In dit verband kan van belang zijn of kan worden vastgesteld dat bij de factuur van Botlek aan [gedaagde ] al dan niet de onderliggende factuur van [eiseres] aan Botlek was gevoegd. Ook kan relevant zijn wanneer [gedaagde ] nu precies op de hoogte geraakte van de betalingsachterstand van Botlek aan haar leveranciers Tycho en ZNB en wanneer [gedaagde ] de contracten met deze leveranciers van Botlek heeft overgenomen (waarover partijen bij repliek en dupliek stellingen hebben ingenomen). De rechtbank wijst erop dat het om die concrete wetenschap gaat en niet zozeer relevant is dat [gedaagde ] pas achteraf de curator in het faillissement van Botlek heeft geïnformeerd.

7.12 Voorts overweegt de rechtbank dat [eiseres] zich nog niet heeft uitgelaten over (de grondslag van) haar vordering onder III, te weten de veroordeling van [gedaagde ] in de kosten van demontage en transport van de Firepacks. [eiseres] zal zich over de grondslag van dit deel van haar vordering en de onderbouwing daarvan uit mogen laten in de antwoordconclusie, die zij op grond van overweging 7.11 mag nemen. [gedaagde ] zal uitsluitend hierop bij akte mogen reageren.

7.13 De rechtbank houdt iedere nadere beslissing aan.

In voorwaardelijke reconventie

7.14 [gedaagde ] heeft - kort gezegd - gevorderd om [eiseres] te veroordelen tot betaling van schadevergoeding, op te maken bij staat, vanwege het feit dat [gedaagde ], bij de uitvoering van het kort geding vonnis, de chips en printplaten niet deugdelijk heeft teruggeplaatst. [gedaagde ] heeft echter geen feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit volgt dat dat laatste het geval is. Aldus heeft zij onvoldoende belang bij haar vordering. Haar vordering ligt dan ook voor afwijzing gereed.

7.15 De rechtbank houdt iedere nadere beslissing aan in afwachting van de bewijslevering in conventie.

8 De beslissing

De rechtbank,

in conventie:

alvorens verder te beslissen,

verwijst de zaak naar de rol van woensdag 11 augustus 2010 voor het nemen van een conclusie na tussenvonnis zoals bedoeld onder r.o. 7.10 en 7.11 aan de zijde van [gedaagde ], waarna [eiseres] een (antwoord)conclusie als bedoeld in 7.10-7.12 kan nemen en [gedaagde ] aan antwoordakte als bedoeld in 7.12 kan nemen;

in voorwaardelijke reconventie:

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Witkamp en in het openbaar uitgesproken door mr. C. Bouwman.

Uitgesproken in het openbaar.

2054/1980