Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2010:BN7113

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
28-07-2010
Datum publicatie
15-09-2010
Zaaknummer
277223 /HA ZA 07-257
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Contracten over laten produceren en leveren van legerkleding. Toerekenbare tekortkomingen, opschorting, ontbinding. Deskundigenbericht.

zie ook LJN BI2802

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 277223 /HA ZA 07-257

Uitspraak: 28 juli 2010

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

de vennootschap naar Belgisch recht CONFECTIE MAES,

gevestigd te Ingelmunster, België,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr J. Kneppelhout,

- tegen -

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PRIVATE LABEL,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr T. van den Bout.

Partijen worden hierna aangeduid als "Maes" respectievelijk "Private Label".

1. Het verdere verloop van het geding

De rechtbank heeft kennisgenomen van het in deze zaak gewezen vonnis van 22 april 2009 en de daaraan ten grondslag liggende stukken.

Maes heeft een akte uitlating na tussenvonnis genomen, met producties, genomen en Private Label een antwoord-akte uitlaten na tussenvonnis, met producties.

2. De verdere beoordeling in conventie en in reconventie

De orders van het NMD

2.1

In het vonnis van 22 april 2009 was door de rechtbank informatie gevraagd op een groot aantal punten (zie dat vonnis onder 7.21). Partijen hebben zich over deze punten nader uitgelaten.

2.2

Op basis van hetgeen al in het vonnis van 22 april 2009 was vermeld en de nadere uitlatingen van partijen zal de rechtbank voor de verdere beoordeling de navolgende uitgangspunten hanteren.

(a) Maes trad tegenover het NMD op als verkoper en plaatste de van het NMD ontvangen afroeporders schriftelijk bij Private Label; in de verhouding tussen partijen trad Private Label op als exclusief producent voor het vervaardigen van de kleding;

(b) Private Label moest ervoor zorgen dat de afgeroepen hoeveelheden kleding tijdig werden geproduceerd door een kledingfabrikant in China, te weten Shantou City Aoshan Garment Ltd. (hierna: Aoshan); Private Label zou de afroeporders plaatsen bij Aoshan en tegenover deze optreden als kopende partij;

(b) Private Label moest tevens ervoor zorgen dat Aoshan de beschikking kreeg over voldoende stof die deze voor de productie van de kleding nodig had, dat wil zeggen bedrukte en geverfde stof die gereed was voor de productie van kleding (hierna: productiegerede stof); daartoe had Private Label afspraken gemaakt met DyeChem Co. in Zuid-Korea (hierna: DyeChem);

(c) Private Label moest ook zorgen dat DyeChem (door inkoop) beschikte over voldoende geschikt ruwdoek en over de juiste verf, dat DyeChem dat ruwdoek verfde en bedrukte en tot productiegerede stof maakte en tevens dat DyeChem de productiegerede stof - eventueel na opslag - liet vervoeren naar Aoshan;

(d) na de tweede afroeporder zijn er wellicht andere toeleveranciers voor de productiegerede stof ingeschakeld, al dan niet door Aoshan (vgl. antwoord in conventie onder 3.8); hoe dit precies zat is niet duidelijk gemaakt; de rechtbank laat dit verder buiten beschouwing;

(e) Private Label moest zorgen voor het administreren van de voorraad ruwdoek bij DyeChem (of haar opvolgers) en van de voorraad productiegerede stof; de zeggenschap over de voorraad berustte bij Private Label;

(f) Private Label moest ervoor zorgen dat een buffervoorraad van ten minste 50.000 m productiegerede stof werd aangehouden bij DyeChem en/of Aoshan, zodat altijd voldoende productiegerede stof voorhanden was om de kleding tijdig te kunnen produceren en de afroeporders tijdig te kunnen uitvoeren;

(g) Private Label moest ervoor zorgen dat de door Aoshan gefabriceerde kleding werd verpakt, werd vervoerd van China naar Nederland, in Nederland werd ingevoerd en werd afgeleverd aan het NMD;

(h) Private Label moest tenslotte zorgen voor de administratie en de diverse financiële afrekeningen en zij trad op als penvoerder; voor één en ander ontving Private Label een vergoeding;

(i) Private Label diende voor de aflevering van de afroeporders aan het NMD de leverdata in acht te nemen die door haar en Maes waren geaccepteerd of als geaccepteerd moesten worden beschouwd;

(j) Private Label was in beginsel voor de uitvoering van al deze taken verantwoordelijk tegenover Maes;

(k) bij overschrijding van de leverdata aan het NMD waren ingevolge de ARIV 1993 ed. 1997 vertragingsboetes verschuldigd; deze boetes zouden in beginsel bij helfte tussen partijen worden gedeeld; alleen indien de overschrijding van de leverdata waarvoor een boete in rekening was gebracht het gevolg was van toerekenbare tekortkomingen van Private Label die waren gelegen buiten de normaal te verwachten vertragingen, zou Private Label voor de gehele boete aansprakelijk zijn;

(l) Maes diende te zorgen voor de tussen partijen overeengekomen betalingen, zoals aanbetalingen, resterende betalingen en (aan)betalingen voor voorraad stof.

2.3

Duidelijk is dat Maes op 30 augustus 2005 een aanzienlijk bedrag aan Private Label verschuldigd was doch dat zij betaling daarvan weigerde met een beroep op een opschortingsrecht. Dit opschortingsrecht werd gebaseerd op twee grondslagen: (a) Private Label kwam haar verplichtingen niet na inzake het leveren aan het FMD van monsters stof die voldeden aan de daarvoor geldende specificaties en (b) Maes moest uit een mededeling van Private Label over de niet-tijdige levering van de vijfde afroeporder van het NMD afleiden dat deze in de nakoming zou tekortschieten, dan wel Maes had goede gronden te vrezen dat Private Label in de nakoming van haar verplichtingen ter zake zou tekortschieten en Private Label voldeed niet aan een aanmaning om zich bereid te verklaren haar verplichtingen na te komen (art. 6:80 lid 1 BW). Tussen de betalingsverplichting van Maes enerzijds en elk van de juistbedoelde verplichtingen van Private Label anderzijds bestond voldoende samenhang om de opschorting door Maes te rechtvaardigen (zie het vonnis van 22 april 2009 onder 7.10-7.14).

De onder (a) bedoelde verplichting wordt verderop behandeld bij de order van het FMD, de onder (b) bedoelde verplichting komt hierna aan de orde, ten vervolge op wat in het vonnis van 22 april 2009 was vermeld onder 7.16-7.20.

2.4

Ingevolge de afroepovereenkomsten tussen Maes en het NMD diende de kleding van de vijfde afroeporder binnen 12 weken na dagtekening van de afroep te zijn afgeleverd, terwijl deelleveringen per afroep niet waren toegestaan. Aangenomen kan worden dat Private Label met deze contractuele levertermijn van 12 weken bekend was. Niet blijkt dat Private Label daartegen ooit bezwaar heeft gemaakt.

Op 6 en 8 juli 2005 heeft Maes per e-mail aan Private Label de vijfde afroeporder van het NMD doorgegeven met als leverdatum 30 september 2005, derhalve 12 weken daarna. Verzocht werd om met spoed actie te ondernemen om de stof te regelen en om de levertijd te respecteren. Er werd ook om een spoedige bevestiging gevraagd (prod. 95 en 96 van Maes).

2.5

Niet is gesteld of gebleken dat Private Label binnen redelijke termijn bezwaar heeft gemaakt tegen de op 6/8 juli 2005 aangezegde leverdatum van 30 september 2005. Op grond daarvan mocht Maes in redelijkheid erop vertrouwen dat Private Label de leverdatum van 30 september 2005 accepteerde, zodat deze datum ook voor Private Label bindend was.

Pas ongeveer vier weken later, op 2 augustus 2005, deelde Private Label aan Maes mee dat er op zijn snelst eind november 2005 zou kunnen worden geleverd; de reden daarvan zou zijn (voornamelijk) dat de productie bij Aoshan was volgeboekt (prod. 18 van Maes).

Uit de verdere contacten tussen partijen valt op te maken dat Private Label erbij bleef dat niet uiterlijk op 30 september 2005 zou worden geleverd maar op zijn vroegst pas eind november 2005.

2.6

De uitvoering van de vijfde afroeporder is daadwerkelijk vertraagd; uiteindelijk is de betreffende kleding pas begin december 2005 in Nederland aangekomen. Tussen partijen is omstreden wat - afgezien van de ingeroepen opschortingsrechten - de oorzaak ervan was dat de vijfde afroeporder niet tijdig is uitgevoerd. Genoemd worden vooral: onvoldoende productiegerede stof beschikbaar en onvoldoende productiecapaciteit bij Aoshan.

2.7

Vaststaat dat ten behoeve van de derde en volgende afroeporders in mei 2005 is gezorgd voor een voorraad van 100.000 m productiegerede stof. Deze stof is door Aoshan gebruikt voor de productie van de derde en vierde afroeporder.

Volgens de betreffende facturen van Private Label (prod. 26 en 10 bij antwoord in conventie) was, met inachtneming van de tevoren afgesproken hoeveelheden stof per kledingstuk, voor die afroeporders 25.375 m en 43.180 m stof verbruikt, ofwel samen 68.555 m. Dat zou een restant opleveren van 31.445 m. Kennelijk zijn partijen het erover eens dat dit in feite minder was (onder meer wegens verschillende maten, snijverlies en weeffouten). Partijen hebben daarover in augustus 2005 contact gehad. Private Label noemde eerst een resterende hoeveelheid van 25.000 m en vervolgens deelde zij mee dat er nog 29.000 m stof over was. Deze productiegerede stof zou zich bevinden bij Aoshan.

2.8

Voor de vijfde afroeporder van 7950 jassen en 8600 broeken, samen 16550 stuks kleding was (prod. 21 van Maes) globaal 30.090 m productiegerede stof nodig. Bij een voorraad van 25.000 m konden volgens Maes daaruit meteen ± 12.550 stuks kleding worden gemaakt en zouden 4.000 stuks kleding met nog aan te leveren stof moeten worden geproduceerd en later worden geleverd (prod. 17 van Maes). Bij een voorraad van 29.000 m stof (goed voor ± 14.500 stuks) zou nog slechts 1.090 m stof (voor ± 2050 stuks) tekort zijn. Maes heeft er begin augustus 2005 bij Private Label op aangedrongen om met de beschikbare stof zoveel mogelijk kleding van de vijfde afroeporder te laten produceren (prod. 113 van Maes).

2.9

Maes heeft gemotiveerd in twijfel getrokken of werkelijk 100.000 m stof was aangekocht en productiegereed was gemaakt en dat er na productie van de vierde afroeporder werkelijk nog ± 29.000 m productiegerede stof beschikbaar was. Bij onderzoek zou zijn gebleken dat bij Aoshan geen enkele voorraad aanwezig was. Private Label heeft hiertegenover slechts gesteld dat die voorraad er wel was en elders in China zou zijn opgeslagen, zonder dit op enigerlei wijze te onderbouwen. Ook de aankoop en het productiegereed maken van

100.000 m stof is door Private Label niet met concrete feiten en met stukken onderbouwd. Hierdoor bestaat gerede twijfel aan de beschikbaarheid van 29.000 m productiegerede stof toen omstreeks 8 juli 2005 de vijfde afroeporder werd doorgegeven.

2.10

De beschikbaarheid van voldoende productiegerede stof - mede door het steeds aanhouden van een buffervoorraad van 50.000 m productiegerede stof - was hoe dan ook de verantwoordelijkheid van Private Label. Waarom dat moeilijk uitvoerbaar zou zijn, zoals Private Label lijkt te stellen (antwoordakte II.6 en II.7), is door haar onvoldoende duidelijk gemaakt. Private Label diende daarbij ook rekening te houden met snijverlies, weeffouten en uiteenlopende maten. Door middel van een buffervoorraad konden eventuele tegenvallers worden opgevangen.

2.11

Private Label heeft niet aangegeven wat zij na het doorgeven van de vijfde afroeporder heeft gedaan om te zorgen voor voldoende productiegerede stof teneinde die order tijdig te kunnen laten uitvoeren. Pas op 25 augustus 2005 deelde Private Label mee dat zij 50.000 m stof (ruwdoek, productiegerede stof ?) had besteld om het tekort voor de vijfde afroeporder aan te vullen, waarvan de levertijd 6 à 7 weken vanaf die datum zou zijn, rond week 40

[= begin oktober 2005] (prod. 26 van Maes).

2.12

Uit één en ander volgt dat Private Label is tekortgeschoten in haar verplichting om te zorgen voor een voldoende voorraad productiegerede stof om de vijfde afroeporder tijdig te kunnen laten uitvoeren. De vertraging die daardoor werd veroorzaakt zou leiden tot boetes van het NMD. Bij de aangekondigde vertraging van ongeveer twee maanden, zouden deze boetes naar verwachting aanzienlijk zijn.

2.13

Als door Maes gesteld (akte uitlating na tussenvonnis 49) en door Private Label niet weersproken (antwoordakte XIII.1) staat vast dat Private Label - bij een levertijd van twaalf weken en vanwege een transportduur van vier weken - de productie van de kleding van een afroeporder binnen acht weken moest laten uitvoeren en dat Private Label ingevolge de samenwerkingsovereenkomst gehouden was daartoe voldoende productiecapaciteit bij Aoshan vast te leggen.

2.14

Private Label heeft aangevoerd dat zij eerder in 2005 bij Aoshan productiecapaciteit had gereserveerd maar dat Aoshan haar productieschema heeft gewijzigd waardoor de opgegeven vijfde afroeporder werd vertraagd en vermoedelijk pas in november 2005 kon worden geproduceerd. Dit zou te maken hebben met het door de EU invoeren van beperkende importquota van textielgoederen uit China die met terugwerkende kracht per 11 juni 2005 ingingen. Naar zeggen van Private Label zou door Aoshan voorrang zijn gegeven aan opdrachten die waren verzekerd met een letter of credit, omdat die contractueel tijdig moesten worden afgewerkt. Private Label heeft zich beroepen op overmacht.

Maes heeft een en ander gemotiveerd betwist.

2.15

Aangenomen kan worden dat beperkende maatregelen van kracht zijn geworden voor de invoer van textielgoederen vanuit China in de EU. Mogelijk hadden deze mede betrekking op de door Aoshan te produceren legerkleding. Private Label was echter met Aoshan de productie van kleding op basis FOB China overeengekomen, zodat deze maatregelen op zichzelf geen invloed hadden op die productie. Niet duidelijk is waarom Aoshan aan de productie voor andere opdrachtgevers voorrang zou mogen geven boven een, naar Private Label stelt: tijdig door Private Label aan Aoshan doorgegeven opdracht voor het produceren van de kleding voor de vijfde afroeporder. Private Label heeft niet met concrete feiten en overgelegde stukken toegelicht en onderbouwd dat en waarom Aoshan aldus heeft gehandeld en wat Private Label in dat verband heeft ondernomen.

Gesteld noch gebleken is dat de importmaatregelen zouden verhinderen dat tijdig geproduceerde kleding in Nederland werd ingevoerd en tijdig aan het NMD zou kunnen worden afgeleverd.

De rechtbank verwerpt het beroep op overmacht als onvoldoende onderbouwd.

2.16

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de mededeling van Private Label op 2 augustus 2005 dat de vijfde afroeporder niet eerder dan eind november 2005 zou kunnen worden afgeleverd door Maes kon worden beschouwd als aankondiging dat Private Label in haar verplichtingen jegens Maes zou tekortschieten (vgl. artt. 6:80 lid 1 sub b en 6:83 sub c BW).

Deze tekortkoming kon ook aan Private Label worden toegerekend. Tevens is Private Label toerekenbaar tekortgeschoten in haar verplichting te zorgen voor voldoende voorraad productiegerede stof, welke verplichting op dat moment niet meer tijdig kon worden nagekomen. Voor zover er stof beschikbaar was, heeft Maes op 3 augustus 2005 Private Label aangemaand daarmee tijdig kleding te laten produceren (prod. 113 van Maes).

2.17

Dit vormde niet alleen een voldoende rechtvaardiging voor de opschorting op 30 augustus 2005 door Maes van haar betalingsverplichtingen. Ook volgt daaruit dat Private Label gehouden was tot het vergoeden van de schade die het gevolg was van het toerekenbaar tekortschieten. Dat betekent dat de boete van het NMD wegens de te late aflevering van de vijfde afroeporder geheel voor rekening van Private Label dient te komen (vgl. het vonnis van 22 april 2009 onder 7.7), in elk geval totdat de kleding van deze order in Nederland aankwam.

2.18

Zoals reeds overwogen in juistgenoemd vonnis onder 7.23, was Private Label onder deze omstandigheden zelf niet meer bevoegd tot opschorting harerzijds, op 16 september 2005, van haar taken inzake de vijfde afroeporder.

2.19

Private Label heeft uiteindelijk toch uitvoering gegeven aan de vijfde afroeporder van het NMD, wat erin heeft geresulteerd dat de kleding van deze vijfde afroeporder op 4 december 2005 in Rotterdam aankwam. Private Label weigerde toen deze kleding vrij te geven voor aflevering aan het NMD, kennelijk omdat Maes nog steeds haar betalingsverplichtingen opschortte en ook haar aandeel in de verdere kosten in verband met deze afroeporder niet wilde betalen.

Blijkbaar hebben partijen in januari 2006 over de afrekening van de vierde en vijfde afroeporder een regeling getroffen. De kleding van de vijfde order is vrijgegeven en vervolgens, op 23 januari 2006, afgeleverd aan het NMD. Niet geheel duidelijk is in hoeverre de openstaande factuurbedragen zijn betaald en in hoeverre een nog resterend bedrag van USD 97.257,89 inmiddels is afgerekend (nadat het NMD voor de vijfde afroeporder had betaald).

2.20

De rechtbank gaat ervan uit dat de tussen partijen getroffen regeling geen betrekking had op de door het NMD in rekening gebrachte boetes.

Blijkens prod. 31 en 31 van Maes bedroegen deze boetes respectievelijk € 9.778,50 (jassen) en € 7.705,60 (broeken), samen € 17.484,10, op basis van 10% van de factuurbedragen wegens een vertraging van meer dan 100 dagen, t.w. van 1 oktober 2005 tot en met 23 januari 2006, is 115 dagen. Ingevolge art. 15 ARIV was de maximale boete bereikt na 100 dagen.

2.21

Naar het oordeel van de rechtbank was Maes na aankomst van de kleding in Nederland niet meer gerechtigd haar betalingsverplichtingen ten aanzien van de vierde en vijfde afroeporder (geheel) op te schorten en had zij eraan moeten meewerken dat deze kleding zo snel mogelijk aan het NMD werd afgeleverd. Anderzijds was Private Label niet gerechtigd aflevering aan het NMD te weigeren. Dat resulteert erin dat de boete terzake van de vijfde afroeporder tot en met 4 december 2005 (65 dagen) volledig voor rekening dient te komen van Private Label en dat de boete over de periode daarna tot 23 januari 2006 - beperkt tot 35 dagen - tussen partijen bij helfte moet worden gedeeld.

Van het bedrag van € 17.484,10 dient daarom € 3.059,72 voor rekening van Maes te blijven, terwijl € 14.424,38 door Private Label moet worden vergoed.

2.22

Nu zoals hiervoor is vastgesteld Private Label ten aanzien van de vijfde afroeporder toerekenbaar was tekortgeschoten in haar verplichtingen, rechtvaardigde dit de buitengerechtelijke ontbinding door Maes van de samenwerkingsovereenkomst inzake het NMD, die kennelijk op 25 november 2005 heeft plaatsgevonden. Dat betekende dat Private Label niet meer betrokken was bij de uitvoering van de zesde afroeporder.

Blijkens prod. 33 - 35 van Maes zou deze afroeporder geleverd moeten zijn op 28 januari 2006 en is deze in feite geleverd op 9 mei 2006, waarvoor het NMD boetes in rekening heeft gebracht van in totaal € 23.029,02.

Dat deze boetes wegens vertraagde levering geheel het gevolg waren van de wanprestatie van Private Label met de op grond daarvan ingeroepen ontbinding van de samenwerkings-overeenkomst en dat deze boetes geheel door Private Label moeten worden vergoed, dient door Maes nader aannemelijk te worden gemaakt. Hetzelfde geldt voor de door Maes gevorderde buitengerechtelijke (advocaat)kosten voor zover deze betrekking hebben op de samenwerkingsovereenkomst inzake het NMD. De bewijsopdrachten zullen meteen al worden gegeven, doch het lijkt de rechtbank praktisch dat eerst de uitkomst wordt afgewacht van het hierna te noemen deskundigenbericht voordat aan die bewijsopdrachten uitvoering wordt gegeven.

2.23

De reiskosten van de heer W. Slotboom naar China ad € 2.225,50 beschouwt de rechtbank niet als redelijke kosten voor het vaststellen van de aansprakelijkheid van Private Label, noch als schade die als gevolg van de wanprestatie van Private Label aan deze kan worden toegerekend. Deze post is derhalve niet toewijsbaar.

2.24

Voor zover de vordering van Private Label in reconventie betrekking heeft op de samenwerkingsovereenkomst inzake het NMD is deze niet toewijsbaar.

De order van het FMD

2.26

Private Label diende op grond van de samenwerkingsovereenkomst tussen partijen te zorgen voor monsters stof die voldeden aan de door het FMD opgegeven specificaties. Private Label heeft vijfmaal monsters stof aangeleverd die alle door het FMD zijn afgekeurd.

In geschil is vooral of de op 1/2 september 2005 verschafte monsters voldeden aan de specificaties, met name op het punt van het 'noir de carbone'. Partijen zijn het erover eens dat de stof moest voldoen aan de specificaties van het 'descriptif technique' n° 14-45 van mei 2000 (prod. 42 van Maes). De rechtbank acht het gewenst dat daarover een deskundigenbericht wordt ingewonnen (zie het vonnis van 22 april 2009 onder 7.29-7.37). Partijen zijn in de gelegenheid gesteld voorstellen te doen over de te benoemen deskundige(n) en over de voor te leggen vragen.

2.27

Partijen zijn het eens over de benoeming als deskundige van ing. W.L.H. Vaassen van Vaassen Textile Consultancy B.V. te Hengelo. Deze heeft zich bereid verklaard als deskundige op te treden, desgevraagd te kennen gegeven geen binding met partijen te hebben en niet betrokken te zijn bij de tussen partijen in geschil zijnde problemen.

2.28

Partijen hebben een gedeeltelijk eensluidend voorstel gedaan over de voor te leggen vragen; Private Label heeft naast de door Maes genoemde vragen nog een groot aantal andere vragen voorgesteld. Mede in aanmerking genomen hetgeen partijen daaromtrent naar voren hebben gebracht, zal de rechtbank de in het dictum te vermelden vragen aan de deskundige ter beantwoording voorleggen. De deskundige zal voorts kennis kunnen nemen van de hiervoor bedoelde door ieder der partijen bij akte na tussenvonnis voorgestelde vragen en zal deze kunnen betrekken bij zijn onderzoek.

2.29

Partijen zijn verplicht aan het onderzoek mee te werken en dienen - desverzocht - de door de deskundige van belang geachte zaken, zoals monsters stof, en gegevens, zoals administratieve bescheiden, naar beste kunnen, volledig en naar waarheid aan deze te verstrekken. Indien bepaalde zaken of gegevens niet beschikbaar zouden worden gesteld, kan dit door de deskundige worden aangegeven, met de reden daarvoor.

2.30

De deskundige kan het gewenst achten op enig moment te overleggen met partijen (in beginsel: beide partijen) en hun raadslieden, of om vragen te stellen aan bepaalde personen. Ook kan hij eventueel elders informatie inwinnen. Daarnaast dient de deskundige partijen in de gelegenheid te stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen. Een en ander dient in het rapport te worden vermeld.

2.31

De deskundige heeft het aan het onderzoek verbonden loon en de kostenvergoeding begroot op € 4.165. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich daarover uit te laten. Deze kosten komen voorshands voor rekening van beide partijen, nu Maes stelt dat blijkens de afkeuring door het FMD de monsters niet aan de specificaties voldeden en Private Label stelt dat dit wel het geval was. Ingevolge artikel 195 Rv, tweede volzin, dienen partijen ter zake van dit loon en deze kostenvergoeding ieder de helft van dit bedrag als voorschot te deponeren.

2.33

De rechtbank neemt aan dat bij gebreke van de betaling van het voorschot de betreffende partij haar bovengenoemde, door de deskundige te onderzoeken stellingname niet langer handhaaft.

3 De beslissing

De rechtbank,

alvorens verder te beslissen,

in conventie

draagt Maes op te bewijzen dat (a) dat de boetes van het NMD wegens vertraagde levering van de zesde afroep en (b) de in verband met de orders van het NMD gevorderde buitengerechtelijke (advocaat)kosten geheel het gevolg waren van de toerekenbare tekortkomingen van Private Label met de op grond daarvan ingeroepen ontbinding van de samenwerkingsovereenkomst;

bepaalt dat, indien Maes daartoe getuigen wil doen horen, het getuigenverhoor zal plaatsvinden in het gebouw van deze rechtbank voor de rechter mr A.N. van Zelm van Eldik op een door deze in overleg met de advocaten nader vast te stellen tijdstip;

in conventie en in reconventie

beveelt een deskundigenonderzoek ter beantwoording van de volgende vragen:

(a) aan welke specificaties moest de stof voor het FMD ingevolge de 'descriptif technique

n° 14-45' van mei 2000 (prod. 42/105 van Maes) precies voldoen, in het bijzonder ten aanzien van het 'noir de carbone';

(b) in hoeverre verschilden deze specificaties van die ingevolge de 'descriptif technique

n° 14-45 van oktober 2004 (prod. 104 van Maes);

(c) in hoeverre voldeden de door Private Label aangeleverde monsters aan deze specificaties;

(d) welke opmerkingen zijn naar het oordeel van de deskundige verder van belang ten behoeve van de door de rechtbank te nemen beslissing?;

benoemt tot deskundige die het onderzoek zal verrichten de heer ing. W.L.H. Vaassen, Vaassen Textile Consultancy B.V., Jan Tinbergenstraat 280, 7559 ST Hengelo, Postbus 8060, 7550 KB Hengelo;

bepaalt dat ieder van de partijen binnen vier weken na heden de helft van het voor de deskundige bestemde voorschot, dus ieder € 2.082,50, overmaakt naar bankrekening-nummer 56 99 90 688 ten name van MvJ Arrondissement Rotterdam (545), onder vermelding van het zaak- en rolnummer, alsmede: "voorschot deskundigenbericht";

draagt de griffier op aan genoemde deskundige mede te delen dat het voorschot is gestort;

bepaalt dat bij achterwege blijven van storting van het voorschot de zaak zal worden verwezen naar de rol van 22 september 2010 voor conclusie na niet-uitgebracht deskundigenbericht;

bepaalt dat Maes het procesdossier in afschrift aan de deskundige doet toekomen;

bepaalt dat de deskundige partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en daarvan moet doen blijken in het door hem op te maken deskundigenbericht;

bepaalt dat het ondertekende deskundigenbericht uiterlijk drie maanden nadat de griffier heeft medegedeeld dat het voorschot is voldaan, zal worden ingeleverd ter griffie van deze rechtbank;

bepaalt dat de deskundige bij de inlevering van het deskundigenbericht een gespecificeerde opgave doet van het loon en de kostenvergoeding;

bepaalt dat Maes zes weken nadat het deskundigenbericht bij de griffie van deze rechtbank is ingeleverd in de gelegenheid is ter rolle een conclusie na deskundigenbericht te nemen.

Dit vonnis is gewezen door mr Van Zelm van Eldik.

Uitgesproken in het openbaar.

10.