Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2010:BN5171

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
18-06-2010
Datum publicatie
30-08-2010
Zaaknummer
1096749
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beding in de algemene voorwaarden dat feitelijk tot gevolg heeft dat de betalingsverplichting van de consument gedurende de gehele afgesproken abonnementsperiode onverminderd blijft bestaan, terwijl de aansluiting niet kan worden geëffectueerd door het ontbreken van een werkend ISRA-aansluitpunt, is onredelijk bezwarend jegens gedaagde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2010/395
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector kanton

Locatie Rotterdam

vonnis

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Tele2 Nederland B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres bij exploot van dagvaarding van 17 februari 2010,

gemachtigde: GGN Maas-Delta gerechtsdeurwaarders te Schiedam,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

in persoon.

1. Het verloop van het proces

1.1 Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter heeft kennisgenomen:

• het exploot van dagvaarding;

• de conclusie van antwoord;

• het vonnis van 13 april 2010, waarin een comparitie van partijen wordt bepaald;

• de door eiseres ter voorbereiding van de comparitie van partijen ingediende stukken;

• het proces-verbaal van de op 17 mei 2010 gehouden comparitie van partijen, alwaar gedaagde – zonder bericht – niet is verschenen.

1.2 Het vonnis is door de kantonrechter bepaald op heden.

2. De vordering

2.1 Eiseres heeft bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagde te veroordelen aan haar te betalen € 449,35 aan hoofdsom, € 75,00 aan buitengerechtelijke kosten en € 1,23 aan verschenen rente.

2.2 Aan haar vordering legt eiseres - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - ten grondslag dat tussen partijen een overeenkomst is gesloten met betrekking tot verscheidene telecomdiensten, uit hoofde waarvan gedaagde maandelijks betalingen verschuldigd is. Gedaagde is – ondanks daartoe te zijn gesommeerd – in gebreke gebleven met betaling, zodat een betalingsachterstand is ontstaan van € 449,35.

2.3 Tussen partijen is op 5 mei 2009 telefonisch een overeenkomst tot stand gekomen. Eiseres heeft vervolgens een monteur opdracht gegeven om de benodigde apparatuur bij gedaagde thuis te installeren. De monteur constateerde ter plaatse dat de ISRA-aansluiting in de woning van gedaagde ongeschikt was voor het aanbrengen van de benodigde Tele2-apparatuur, zodat de installatie niet kon worden voltooid.

2.4 Gedaagde is ingevolge art. 7.9 van de toepasselijke algemene voorwaarden zelf verantwoordelijk voor de ISRA-aansluiting. Dit artikel bepaalt onder meer dat – indien de aansluiting van gedaagde niet aan de gestelde eisen voldoet – de installatie geacht wordt voltooid te zijn. Het feit dat gedaagde geen gebruik heeft kunnen maken van alle door eiseres aangeboden diensten valt gedaagde dan ook te verwijten, zodat een en ander aan haar betalingsverplichting niets af doet.

3. Het verweer

3.1 Het verweer van gedaagde laat zich als volgt samenvatten. Gedaagde heeft op internet bij eiseres een aanvraag ingediend voor telefonie, internet en televisie. Gedaagde heeft nimmer de haar toegezegde contracten ontvangen, zodat zij deze ook niet heeft kunnen ondertekenen.

3.2 Nadat de monteur constateerde dat de apparatuur in het huis van gedaagde ongeschikt was voor installatie heeft gedaagde direct contact gezocht met KPN om de ISRA-aansluiting geschikt te maken voor de levering van de diensten van eiseres. Door KPN werd aan gedaagde medegedeeld dat dit een aantal maanden kon duren. Als gevolg daarvan heeft gedaagde aan eiseres te kennen gegeven niet langer prijs te stellen op het abonnement, nu zij feitelijk geen gebruik kon maken van de aangeboden diensten. Gedaagde heeft ook nimmer de voor het gebruik van de diensten benodigde producten van eiseres ontvangen.

3.3 Gedaagde stelt zich dan ook op het standpunt dat op haar geen betalingsverplichting rust.

4. De beoordeling

4.1 Nu gedaagde – hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen – niet is verschenen ter comparitie, heeft gedaagde de aldaar door eiseres ingenomen stellingen met betrekking tot wijze van totstandkoming van de overeenkomst onweersproken gelaten en dient aldus van de juistheid van deze stellingen te worden uitgegaan. Daarmee is genoegzaam komen vast te staan dat tussen partijen een overeenkomst is gesloten met betrekking tot een abonnement op verschillende telecomdiensten.

4.2 Uit de toepasselijke algemene voorwaarden vloeit de verantwoordelijkheid van gedaagde voort ervoor zorg te dragen dat benodigde randapparatuur (zoals het ISRA-aansluitingspunt) in de woning aanwezig is en voldoet aan alle daarvoor gestelde eisen. Het beding uit de algemene voorwaarde brengt voorts onder meer met zich dat de poging die de monteur gedaan heeft de Tele2-apparatuur te installeren, geacht moet worden te zijn voltooid, indien blijkt dat het ISRA-aansluitingspunt niet geschikt is voor installatie. Nu gedaagde de werking van dit beding niet heeft tegengesproken, ligt de vordering in beginsel voor toewijzing gereed.

4.3 Op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de EG dient de kantonrechter echter, ook zonder een daartoe strekkend verweer, te beoordelen of een beding uit de algemene voorwaarden van eiseres onredelijk bezwarend is, indien (een deel van) de vordering hierop gebaseerd is.

4.4 Bij de beoordeling van de vraag of daarvan in het onderhavige geval sprake is, zoekt de kantonrechter aansluiting bij art. 6:237 sub b BW. Bedingen die de inhoud van de verplichtingen van de gebruiker die voortvloeien uit de overeenkomst, de wet, gewoonte of de redelijkheid en billijkheid wezenlijk beperken, worden volgens dit artikel vermoed onredelijk bezwarend te zijn.

4.5 Van gedaagde kan – in het licht van de bescherming die het consumentenrecht biedt – niet verwacht worden dat zij op de hoogte is van de werking van een ISRA-aansluitingspunt, de Tele2 apparatuur en alle daarbij behorende technische aspecten. Van gedaagde kan dan ook niet worden verwacht dat zij zelf vaststelt of haar woning over een werkend ISRA-aansluitpunt beschikt. Een en ander brengt met zich dat eiseres – indien het ISRA-aansluitingspunt na inspectie door een monteur van eiseres ongeschikt blijkt te zijn voor installatie van de Tele2-apparatuur – naar redelijkheid niet haar verplichtingen omtrent de installatie van de Tele2-apparatuur zonder meer als vervuld kan beschouwen. Daarmee beperkt zij immers haar eigen uit de overeenkomst voortvloeiende verplichting tot levering van de diensten en de bijbehorende installatie van de apparatuur.

4.6 Een beding waarin een dergelijke beperking – die feitelijk tot gevolg heeft dat de door eiseres aangeboden diensten niet aan gedaagde geleverd worden, terwijl de betalingsverplichting van gedaagde gedurende de gehele beoogde abonnementsperiode onverminderd zou blijven bestaan – ligt besloten, is naar het oordeel van de kantonrechter onredelijk bezwarend jegens gedaagde. Het betreffende beding zal dan ook op grond van art. 6:233 BW buiten toepassing worden gelaten.

4.7 Een en ander brengt met zich dat gedaagde zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat op haar geen betalingsverplichting rust voor de periode dat eiseres niet tot deugdelijke installatie van de Tele2-apparatuur is overgegaan. Van gedaagde kan in de onderhavige situatie – waarin eiseres geen van de prestaties die uit de overeenkomst voortvloeien heeft verricht en zich (ten onrechte) op het standpunt stelt daartoe ook niet langer verplicht te zijn – niet verwacht worden dat zij tot betaling van de facturen overgaat. Weliswaar zou eiseres een rekening kunnen sturen voor het tevergeefs bezoek van de monteur, maar dit heeft eiseres niet gedaan.

4.8 Nu eiseres de overeenkomst reeds buitengerechtelijk heeft ontbonden, dient de vordering dan ook te worden afgewezen.

5. De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt eiseres in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van gedaagde vastgesteld op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.J. Frikkee en uitgesproken ter openbare terechtzitting.