Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2010:BN3216

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
06-07-2010
Datum publicatie
04-08-2010
Zaaknummer
354159 / KG ZA 10-441
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Geldvordering van advocaat op cliënt. Voorzieningenrechter onbevoegd voor zover de declaraties zijn betwist. Overige vorderingen afgewezen in verband met het ontbreken van spoedeisend belang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 354159 / KG ZA 10-441

Vonnis in kort geding van 6 juli 2010

in de zaak van

de maatschap BOONK VAN LEEUWEN ADVOCATEN,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres,

advocaat mr. C.A.E. Frankhuijzen,

tegen

de rechtspersoon naar vreemd recht PSC VSMPO-AVISMA CORPORATION,

gevestigd te Verkhnaya Salda,

gedaagde,

advocaat mr. W.H. van Noort.

Partijen zullen hierna Boonk Van Leeuwen en VSMPO genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de producties van Boonk Van Leeuwen

- de pleitnota van VSMPO.

1.2. Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht tijdens de mondelinge behandeling d.d. 22 juni 2010.

1.3. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. In dit kort geding merkt de voorzieningenrechter de navolgende – voor de onderhavige beoordeling van belang zijnde – feiten als tussen partijen vaststaand aan.

2.2. In verband met aan VSMPO verleende juridische diensten en door de maatschap voorgeschoten kosten van derden heeft Boonk Van Leeuwen VSMPO op 20 juli 2009 een declaratie ad EUR 33.909,33 en op 31 december 2009 een declaratie ad EUR 11.175,69 toegezonden.

2.3. In 2010 heeft VSMPO om een nadere specificatie van de declaraties gevraagd, welke door Boonk Van Leeuwen is verstrekt op 13 april 2010. Afgezien van dit verzoek om specificatie heeft VSMPO tot de datum van de mondelinge behandeling van dit kort geding niet op de declaraties gereageerd. De declaraties zijn onbetaald gebleven.

3. Het geschil

3.1. Boonk Van Leeuwen vordert – zakelijk en verkort weergegeven – veroordeling van VSMPO tot betaling van EUR 45.085,02 vermeerderd met rente en kosten.

3.2. Het verweer van VSMPO strekt tot afwijzing van de vorderingen van Boonk Van Leeuwen.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Bevoegdheid

4.1. In dit kort geding gaat het om de incasso van een vordering van een advocatenmaatschap op haar cliënt. Tijdens de mondelinge behandeling heeft VSMPO bezwaren geuit tegen de hoogte van de declaraties. Dit brengt met zich mee dat het salaris, voor zover in geschil, conform artikel 32 tot en met 40 WTBZ dient te worden begroot en de voorzieningenrechter in zoverre onbevoegd is.

4.2. In dit verband merkt de voorzieningenrechter op dat de stelling van Boonk Van Leeuwen dat VSMPO haar recht om de vordering of de hoogte van de declaraties te betwisten door haar stilzwijgen heeft verwerkt, niet kan worden aanvaard. Behoudens bijzondere omstandigheden levert het enkele stilzwijgen immers geen toereikende grond op voor het aannemen van rechtsverwerking. Van zodanige omstandigheden is niet gebleken.

Spoedeisend belang

4.3. Voor zover de voorzieningenrechter in deze zaak wel bevoegd kan worden geacht, namelijk ten aanzien van het niet betwiste deel van de vordering, wordt als volgt overwogen.

4.4. De gevorderde voorziening strekt tot betaling van een geldsom. Voor toewijzing van een dergelijke vordering in kort geding is slechts dan plaats, als het bestaan en de omvang van de vordering in hoge mate aannemelijk zijn, terwijl voorts uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening vereist is en het risico van onmogelijkheid van terugbetaling bij afweging van de belangen van partijen - aan toewijzing niet in de weg staat.

4.5. De onderbouwing van het spoedeisend belang van Boonk Van Leeuwen komt erop neer dat de vordering onbetwist is gebleven en zo aannemelijk is dat het afwachten van een vonnis in een bodemprocedure niet van haar kan worden gevergd. Voor terughoudendheid bij de toewijzing zou daarom geen plaats zijn.

4.6. Uit de jurisprudentie (HR 22 januari 1982, NJ 1982, 505, nadien herhaaldelijk bevestigd) volgt echter dat de aanwezigheid van het spoedeisend belang een noodzakelijk en apart te toetsen vereiste is voor toewijzing van een geldvordering in kort geding. Hetgeen Boonk Van Leeuwen in dit verband heeft gesteld, kan – ook indien met welwillende blik bezien – niet tot het oordeel leiden dat van de vereiste spoedeisendheid sprake is. De enkele omstandigheid dat de verschuldigdheid van het bedrag door VSMPO niet zou worden betwist – welke stelling overigens door het verweer ter zitting achterhaald is –, brengt niet mee dat van spoedeisendheid geen sprake hoeft te zijn en de vordering in kort geding voor toewijzing gereed ligt.

4.7. Voor zover de voorzieningenrechter bevoegd is in deze kwestie te oordelen, zal de vordering van Boonk Van Leeuwen dan ook worden afgewezen vanwege het ontbreken van voldoende spoedeisend belang.

Proceskosten

4.8. In de aard en de ontijdigheid van het verweer van VSMPO ziet de voorzieningenrechter aanleiding de proceskosten te compenseren op de hierna te vermelden wijze.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. verklaart zich onbevoegd ten aanzien van de vordering voor zover deze betrekking heeft op door VSMPO betwiste declaraties,

5.2. wijst de vorderingen voor het overige af,

5.3. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.F.L. Geerdes en in het openbaar uitgesproken op 6 juli 2010 in tegenwoordigheid van mr. H.J. Wieman-Bart, griffier.?

2171/676