Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2010:BN2115

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
26-05-2010
Datum publicatie
22-07-2010
Zaaknummer
310585 / HA ZA 08-1691
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De in reconventie gevorderde schadevergoeding wordt afgewezen. Er zijn onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld waaruit kan volgen dat de vennootschap geen verhaal biedt en de bestuurder daarom kan worden aangesproken. Ook de vordering wegens ongerechtvaardigde verrijking wordt afgewezen omdat onvoldoende inzichtelijk is waarom de verdeling van kosten zodanig in het voordeel van verweerder in reconventie is dat deze gecorrigeerd moet worden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 310585 / HA ZA 08-1691

Vonnis van 26 mei 2010

in de zaak van

1. [eiser sub 1],

wonende te [adres],

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LELY HOFF B.V.,

gevestigd te Voorburg,

eisers in conventie,

verweerders in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. E.J. Eijsberg,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HOEKSCHE BEHEER B.V.,

gevestigd te Hoek van Holland,

gedaagde in conventie,

eiseres in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. J. Kneppelhout.

Partijen worden hierna aangeduid als [eiser sub 1], Lely Hoff en Hoeksche Beheer en de twee eerstgenoemden [eisers]

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding d.d. 3 juli 2008, met producties;

- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in (voorwaardelijke) reconventie, met producties;

- de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in (voorwaardelijke) reconventie, met producties;

- de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in (voorwaardelijke) reconventie;

- de conclusie van dupliek in (voorwaardelijke) reconventie, met productie.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voor zover van belang - het volgende vast:

2.1. [eiser sub 1] was in de relevante periode en is ook thans nog bestuurder van Lely Hoff. [eiser sub 1] was en is voorts bestuurder en enig aandeelhouder van Bellesteijn B.V. (hierna: Bellesteijn).

2.2. [eiser sub 1] is (feitelijk) bestuurder geweest van Quattro Banket B.V. Dit bestuurderschap is ruim vóór augustus 2006 geëindigd. De naam van Quattro Banket B.V. is gewijzigd in Personeel Banket B.V. (hierna: Personeel Banket).

2.3. [eiser sub 1] was tot 11 augustus 2006 via Bellesteijn directeur en grootaandeelhouder van Hoeksche Beheer. Op genoemde datum zijn de aandelen in Hoeksche Beheer verkocht en geleverd aan [A] (hierna: [A]). De koopsom bedroeg € 1,00. Tijdens de onderhandelingen voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst werden zowel verkoper als koper bijgestaan door deskundigen.

2.4. De overeenkomst is neergelegd in een notariële akte. In die akte wordt Bellesteijn aangeduid als “verkoper”, [A] als “koper” en Hoeksche Beheer als “de vennootschap”. In de overeenkomst is onder meer het volgende opgenomen:

"Garantieverklaringen van verkoper

Verkoper garandeert koper, met in achtneming van het bepaalde in een aan verkoper en koper bekend[e] e-mail van [B], gedateerd elf augustus tweeduizend en zes […] waarvan een kopie aan deze akte is gehecht, het navolgende, hetwelk door koper wordt aanvaard:

[…]

Inzake de vennootschap

[…]

2. […]

Tot de bezittingen van de vennootschap behoren met name de navolgende éénhonderd procent (100 %) deelnemingen in de navolgende besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid:

a. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Bake Off Hoek van Holland B.V., […]; welke vennootschap de navolgende éénhonderd procent (100 %) deelneming heeft:

alle aandelen in de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Bake Produkt B.V. […]

b. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Hoeksche Brood B.V., […]

Bijzondere bepalingen overeenkomst van verkoop

Onderdeel van de in deze akte vervatte overeenkomst is het navolgende:

[…]

2. Lening [C]

De vennootschap heeft een schuld van tweehonderdzesentwintig duizend euro (€ 226.000,00) aan de heer [C] […]. Onderdeel van de overeenkomst is het navolgende: deze lening wordt per heden verminderd met een bedrag groot éénhonderddertien duizend euro (€ 113.000,00).

Met betrekking tot deze geldlening gelden de navolgende bepalingen:

- tot elf augustus tweeduizend acht is geen rente verschuldigd en wordt niet afgelost;

- vanaf elf augustus tweeduizend acht is verschuldigd een vaste rente van vijf procent (5 %) op jaarbasis welke rente wordt voldaan op nader overeen te komen tijdstippen doch in ieder geval tenminste één maal per jaar op éénendertig december van elk jaar bij achteraf betaling;

- de lening wordt in vijf gelijke termijnen afgelost voor het eerst aan het einde van het derde jaar.

[…]

4. Lening [eiser sub 1]

De vennootschap heeft een schuld van vierhonderdtwee duizend euro ( € 402.000,00) aan [eiser sub 1] en Lely Hoff B.V.. Onderdeel van de overeenkomst is het navolgende: deze lening wordt per heden verminderd wegens oninbaarheid gelet op de financiële positie van de vennootschap met een bedrag groot tweehonderdéén duizend euro ( € 201.000,00).

Met betrekking tot deze geldlening gelden de navolgende bepalingen:

- tot elf augustus tweeduizend acht is geen rente verschuldigd en wordt niet afgelost;

- vanaf elf augustus tweeduizend acht is verschuldigd een vaste rente van vijf procent (5 %) op jaarbasis welke rente wordt voldaan op nader overeen te komen tijdstippen doch in ieder geval tenminste één maal per jaar op éénendertig december van elk jaar bij achteraf betaling;

- de lening wordt afgelost in vaste termijnen van drie duizend vijfhonderd euro ( € 3500,00) per maand te voldoen maandelijks, voor de eerste maal op éénendertig augustus tweeduizend en zes.

5. […]

c. [eiser sub 1] draagt zorg voor vermindering van de leningen en aanpassing van de voorwaarden als hiervoor onder 1. tot en met 4. genoemd; koper draagt zorg voor het vervallen van de borgstellingen.

d. Effectuering van de in dit onderhavige hoofdstuk genoemde punten zal zo spoedig mogelijk plaatsvinden; verkoper en koper zijn zich bewust van het feit dat de onderhavige overeenkomst geen garanties of zekerheden op het laatstvermelde punt bevat.

[…]".

2.5. De in de overeenkomst genoemde e-mail van [B] d.d. 11 augustus 2006, luidt - voor zover van belang - als volgt:

"In de afgelopen weken hebben [eiser sub 1] en ik het met u gehad over een mogelijke overdracht van aandelen van Hoeksche Beheer B.V. Tijdens deze gesprekken hebben wij u er op gewezen dat er naast onze standaard bedrijfsvoering ook nog diverse issues lopen die nog dienen te worden afgehandeld. Voor de volledigheid zou ik u hier nogmaals op willen wijzen. Het betreft de volgende zaken:

• […]

• Afhandeling faillissement Quat[t]ro Banket

• […]".

2.6. De curator in het faillissement van Personeel Banket (hierna: de curator) heeft Bellesteijn, [eiser sub 1], Bake Off Hoek van Holland B.V., Hoeksche Brood B.V. en Hoeksche Beheer in maart/april 2007 gedagvaard.

2.7. Hoeksche Beheer heeft tot en met januari 2008 maandelijks afgelost op de lening van [eiser sub 1]. Daarna heeft zij de betalingen gestaakt. De restanthoofdsom van deze schuld bedroeg per 1 februari 2008 € 141.500,00.

2.8. Bij brief van 11 maart 2008 heeft [eiser sub 1] Hoeksche Beheer gesommeerd per omgaande de maandelijkse betalingen aan [eiser sub 1] ten bedrage van € 3.500,00 te hervatten en de achterstallige betaling voor de maand maart, vermeerderd met de wettelijke rente van € 6,31 en de tot op dat moment gerealiseerde incassokosten van € 790,00, derhalve in totaal € 4.296,31 binnen vijf dagen te voldoen.

2.9. Nadat Hoeksche Beheer bij brief van 21 maart 2008 aan [eiser sub 1] had laten weten dat zij de betalingen vooralsnog niet zou hervatten, heeft zij bij brief van 15 april 2008 meegedeeld dat zij een vordering heeft op [eiser sub 1] die zij wenst te verrekenen met haar schuld aan [eiser sub 1]. De vordering bestaat uit de schade die Hoeksche Beheer heeft geleden omdat haar schuld aan [C] niet voor 50% van het nominale bedrag is kwijt gescholden, hoewel [eiser sub 1] dat had gegarandeerd. Hierbij is vermeld dat inmiddels in rechte is komen vast te staan dat [C] recht heeft op het volledige bedrag, vermeerderd met rente.

2.10. Blijkens een akte van cessie heeft [A] op 23 juli 2008 zijn vordering op [eiser sub 1] van € 113.000,00, vermeerderd met rente ten bedrage van € 36.160,00, aan Hoeksche Beheer overgedragen, welke overdracht door Hoeksche Beheer is aanvaard. Voorts is overeengekomen dat Hoeksche Beheer zal zorg dragen voor mededeling van deze overdracht aan [eiser sub 1]. In een noot is de vordering op [eiser sub 1] als volgt omschreven:

"De vordering van [A] op [eiser sub 1] vloeit voort uit de als bijlage 1 aangehechte akte van levering. In Punt 2 van de "Bijzondere bepalingen overeenkomst van verkoop" staat dat [eiser sub 1] als directeur van de verkopende vennootschappen heeft gegarandeerd dat de schuld van Hoeksche Beheer aan de heer [C] per datum ondertekening akte met € 113.000,- verminderd werd. Voorts heeft [eiser sub 1] gegarandeerd dat tot 11 augustus 2008 geen rente over de lening betaald hoefde te worden. In talloze gesprekken die aan ondertekening van de akte voorafgingen heeft [eiser sub 1] zulks op eigen titel meermaals aan [A] bevestigd. Inmiddels is [Hoeksche Beheer] in rechte gedwongen de totale lening van € 226.000,- te betalen. Voorts is [Hoeksche Beheer] in rechte gedwongen om ook over de periode tot 11 augustus 2008 8% rente over de gehele lening te betalen (zijnde € 36.160,-). Doordat [eiser sub 1] aan [A] in het kader van de aandelenoverdracht bewust onjuiste mededelingen heeft gedaan, heeft hij onrechtmatig tegenover [A] gehandeld. [A] heeft derhalve een vordering uit onrechtmatige daad op [eiser sub 1] ten bedrage van € 149.160,- te vermeerderen met rente op [eiser sub 1].".

3. Het geschil

in conventie

3[eisers] vordert - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad - veroordeling van Hoeksche Beheer tot:

a. betaling van de maandelijkse aflossingen ad € 3.500,00 aan [eiser sub 1] vanaf 29 februari 2008 tot en met 30 april 2011, alsmede de restantbetaling ad € 1.500,00 uiterlijk op 31 mei 2011, vermeerderd met de overeengekomen contractuele rente van 5% per jaar vanaf 11 augustus 2008;

b. betaling van de wettelijke rente over de achterstallige aflossings- en rentetermijnen vanaf de vervaldata tot de datum der algehele voldoening;

met veroordeling van Hoeksche Beheer in de kosten van de procedure.

3.2. Het verweer van Hoeksche Beheer strekt tot afwijzing van de vorderingen en tot veroordeling [eisers] - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad - in de kosten van het geding.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in voorwaardelijke reconventie

3.4. Hoeksche Beheer vordert dat de rechtbank, voor zover mogelijk bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

a. primair

voor recht verklaart dat [eiser sub 1] onrechtmatig heeft gehandeld jegens [A], door bij het aangaan van de overeenkomst onjuiste inlichtingen te verschaffen omtrent de financiële positie van Hoeksche Beheer

en

[eiser sub 1] veroordeelt tot vergoeding van de daardoor geleden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet,

b. subsidiair

voor recht verklaart dat [eiser sub 1] ongerechtvaardigd is verrijkt met een bedrag gelijk aan het door Hoeksche Beheer in het kader van een crediteurenakkoord in het faillissement van Personeel Banket ten behoeve van de crediteuren betaalde bedrag, vermeerderd met kosten,

c. primair en subsidiair

[eiser sub 1] veroordeelt in de kosten van de procedure.

3.5. Het verweer van [eiser sub 1] strekt tot afwijzing van de vorderingen en tot veroordeling van Hoeksche Beheer in de kosten van het geding.

3.6. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie

4[eisers] legt aan zijn vordering tot betaling van de maandelijkse aflossingstermijnen ten grondslag dat Hoeksche Beheer op grond van de overeenkomst tot die betalingen is gehouden. Overeengekomen is dat Hoeksche Beheer de resterende lening van € 201.000,00 [eisers] in 57 termijnen van € 3.500,00 en een 58e termijn van € 1.500,00 zou voldoen. Deze 58e termijn moet uiterlijk 31 mei 2011 zijn voldaan. Daarnaast is overeengekomen dat Hoeksche Beheer vanaf 11 augustus 2008 een rentevergoeding van 5% op jaarbasis zou betalen over het nog openstaande bedrag. Deze vergoeding moet uiterlijk op 31 december van elk jaar worden voldaan, al[eisers]

4.2. Hoeksche Beheer betwist op zichzelf niet dat zij gehouden is de d[eisers] gestelde betalingen te verrichten. Zij is echter van mening dat deze vordering door verrekening met een aan haar overgedragen vordering van [A] op [eiser sub 1] is tenietgegaan. Voor zover dan nog een door [eisers] te vorderen bedrag resteert, beroept zij zich op haar recht tot verrekening van haar vordering op [eiser sub 1] wegens betalingen in het faillissement van Personeel Banket. Daarnaast beroept Hoeksche Beheer zich op opschorting tot in reconventie zal zijn geoordeeld over haar vorderingen. Echter, nu hierna in reconventie zal worden geoordeeld dat de vorderingen van Hoeksche Beheer niet kunnen worden toegewezen, slaagt noch het beroep op verrekening noch het beroep op opschorting.

4.3. Hoeksche Beheer heeft verder aangevoerd dat het niet redelijk is om aan haar aflossingsverplichting te worden gehouden omdat haar schuldenlast veel hoger blijkt te zijn dan [eiser sub 1] destijds bij de verkoop van de aandelen heeft voorgewend. Kennelijk doet Hoeksche Beheer aldus een beroep op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid van art. 6:248 lid 2 BW. Voor honorering van een dergelijk beroep is slechts plaats indien toepassing van de overeengekomen regeling naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Deze beoordelingsmaatstaf noopt tot terughoudend¬heid, zeker als de overeenkomstsluitende partijen zakelijke partijen zijn die waren voorzien van deskundige bijstand. De door Hoeksche Beheer naar voren gebrachte argumenten - waarvan de juistheid niet vaststaat en die in reconventie ter beoordeling staan - vormen daarvoor onvoldoende aanleiding.

4.4. Het voorgaande leidt ertoe dat het onder a. gevorderde toewijsbaar is, met dien verstande dat toekomstige aflossingstermijnen betaald dienen te worden op de oorspronkelijk overeengekomen data. Het onder b. gevorderde zal worden toegewezen vanaf de datum van dagvaarding omdat niet is gesteld waarom de rente vanaf de vervaldata verschuldigd is.

4.5. Hoeksche Beheer zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser[eisers] tot aan dit vonnis worden vast¬gesteld op:

- dagvaarding € 85,44

- vast recht 303,00

- salaris advocaat 2.842,00 (2,0 punten × tarief € 1.421,00)

Totaal € 3.230,44

in voorwaardelijke reconventie

4.6. Hoeksche Beheer heeft aan haar primaire vordering om voor recht te verklaren dat [eiser sub 1] onrechtmatig heeft gehandeld jegens [A], ten grondslag gelegd dat [eiser sub 1] heeft gewanpresteerd dan wel onrechtmatig heeft gehandeld. Hij heeft tijdens de onderhandelingen voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst onjuiste inlichtingen verschaft door de onjuiste toezegging te doen dat [C] de aan Hoeksche Beheer verstrekte lening zou verminderen tot 50% van het nominale bedrag en door onjuiste informatie te verstrekken over de stand van zaken in het faillissement van Personeel Banket. Hierdoor is de vermogenspositie van Hoeksche Beheer aanzienlijk positiever voorgesteld dan gerechtvaardigd was, aldus Hoeksche Beheer.

4.7. Terecht heeft [eiser sub 1] aangevoerd dat hij bij het sluiten van de overeenkomst en de daaraan voorafgaande onderhandelingen als bestuurder van Bellesteijn heeft gehandeld. [eiser sub 1] is immers zelf geen partij bij de overeenkomst; de verkopende partij is Bellesteijn en [eiser sub 1] heeft daarnaast Hoeksche Beheer vertegenwoordigd. Daarom kan het verstrekken van inlichtingen die volgens Hoeksche Beheer onjuist zijn, niet worden aangemerkt als een onrechtmatige daad van [eiser sub 1] persoonlijk, tenzij [eiser sub 1] persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Daaraan doet niet af dat in de overeenkomst onder 5 van de Bijzondere bepalingen de naam van [eiser sub 1] is genoemd als degene die zorg draagt voor vermindering van de leningen. Nu [eiser sub 1] bij het sluiten van de overeenkomst enkel in hoedanigheid van bestuurder is opgetreden, leidt deze naamsvermelding er niet toe dat [eiser sub 1] in persoon deze verplichting op zich heeft genomen. Bij dit oordeel is van belang dat de overeenkomst is gesloten tussen zakelijke partijen die zijn bijgestaan door deskundigen en dat de overeenkomst notarieel is vastgelegd. Hoeksche Beheer heeft overigens geen feiten of omstandigheden aangevoerd die zouden kunnen leiden tot een andere uitleg van de overeenkomst dan hiervoor is vermeld. Het argument van Hoeksche Beheer dat [eiser sub 1] en Bellesteijn met elkaar zijn te vereenzelvigen gaat evenmin op. Een rechtspersoon is als rechtssubject immers zelfstandig drager van rechten en plichten. Dit alles leidt ertoe dat [eiser sub 1] slechts als bestuurder van Bellesteijn aansprakelijk kan worden gesteld voor de verweten handelingen. Dat [eiser sub 1] zou hebben geprofiteerd van de wan¬prestatie van Bellesteijn - zoals Hoeksche Beheer heeft aangevoerd - maakt dit niet anders omdat vaste rechtspraak is dat een bestuurder alleen aansprakelijk kan worden gesteld voor verplichtingen van de vennootschap indien hem persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt.

4.8. Nu geoordeeld is dat [eiser sub 1] slechts in zijn hoedanigheid van bestuurder van Bellesteijn aansprakelijk kan worden gesteld, dient te worden onderzocht of Hoeksche Beheer is benadeeld door Bellesteijn vanwege het onbetaald en onverhaalbaar blijven van haar deels door [A] aan haar gecedeerde vordering. Ter zake van die benadeling zal - naast aansprakelijkheid van de vennootschap - mogelijk ook grond zijn voor aansprakelijk¬heid van degene die als bestuurder bij het aangaan van verbintenissen namens de vennootschap heeft gehandeld. Voor een dergelijke aansprakelijkheid is vereist dat de bestuurder wist of redelijkerwijs behoorde te begrijpen dat de vennootschap niet aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden. Hoeksche Beheer heeft echter niets gesteld omtrent het onbetaald en onverhaalbaar zijn van haar vordering op Bellesteijn en over de wetenschap van [eiser sub 1] hierover ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst. Daarmee heeft Hoeksche Beheer onvoldoende feiten en omstandig¬heden gesteld voor toewijzing van haar primaire vordering en daarom zal deze worden afgewezen.

4.9. Hoeksche Beheer vordert subsidiair dat voor recht wordt verklaard dat [eiser sub 1] ongerechtvaardigd is verrijkt tot het bedrag dat Hoeksche Beheer in het kader van een akkoord heeft betaald aan de curator van Personeel Banket en de daarvoor gemaakte advocaatkosten. Zij heeft aan deze vordering ten grondslag gelegd dat zij niet op de hoogte is gesteld van de stand van zaken in het faillissement van Personeel Banket en de claim van de curator. Dat bleek volgens Hoeksche Beheer evenmin uit de boekhouding. Zij was verrast door de procedure die de curator heeft aangespannen tegen onder meer Hoeksche Beheer en [eiser sub 1] als feitelijk bestuurder van Personeel Banket. Om deze procedure te beëindigen heeft Hoeksche Beheer het initiatief genomen tot het treffen van een schikking. Dit heeft ertoe geleid dat zij een bedrag van € 75.000,00 diende te betalen. Volgens Hoeksche Beheer achtte de curator met name de vordering op [eiser sub 1] op grond van artikel 2:248 BW kansrijk en heeft het akkoord daarom vooral [eiser sub 1] ten voordeel gestrekt. Daarnaast bedroegen de door Hoeksche Beheer betaalde advocaatkosten in elk geval € 20.000,00. Deze kosten had [eiser sub 1] anders zelf moeten maken, aldus Hoeksche Beheer.

4.10. Hierover wordt als volgt geoordeeld. Vooropgesteld wordt dat het hier gaat om een vordering van Hoeksche Beheer op [eiser sub 1] uit hoofde van ongerechtvaardigde verrijking. Het gaat er dus om of [eiser sub 1] ongerechtvaardigd is verrijkt ten laste van Hoeksche Beheer en niet om de vraag of de kopende partij, [A], teleurgesteld is in zijn verwachtingen bij de koop. Of [A] mogelijk onbekend was met de vordering van de curator, is dan ook niet relevant, nog daargelaten dat de cessie van [A] aan Hoeksche Beheer alleen ziet op de vordering die [A] stelt te hebben in verband met de kwestie [C].

4.11. Anders dan Hoeksche Beheer is de rechtbank van oordeel dat niet vast is komen te staan dat [eiser sub 1] ongerechtvaardigd is verrijkt, ook als er veronderstellender¬wijs vanuit gegaan wordt dat Hoeksche Beheer de door haar gestelde kosten heeft gemaakt. De curator heeft naast [eiser sub 1] ook Hoeksche Beheer en haar dochtervennootschappen gedagvaard. Ook als de curator zou hebben gezegd dat met name de vordering op [eiser sub 1] kansrijk was, geldt dat de schikking er voor zorgde dat Hoeksche Beheer en haar dochtervennootschappen niet langer werden aangesproken voor de gevorder¬de, zeer aanzienlijke bedragen. Hoeksche Beheer heeft bovendien niet als enige kosten gemaakt. Ook [eiser sub 1] heeft een schikking getroffen en daarbij een financiële concessie gedaan. Dit sluit een vordering uit ongerechtvaardigde verrijking niet uit, maar hiervoor is vereist dat inzichtelijk wordt waarom de feitelijke kostenverdeling, mede bezien tegen het licht van de verschillende vorderingen en de kansen van de curator, zodanig in het voordeel van [eiser sub 1] is dat deze kostenverdeling gecorrigeerd moet worden. Nu Hoeksche Beheer hiervoor onvoldoende concrete feiten en omstandigheden heeft gesteld, zal haar subsidiaire vordering worden afgewezen.

4.12. Hoeksche Beheer heeft nog aangevoerd dat [eiser sub 1] ook andere schulden aan haar dient te voldoen. Zij heeft in dat verband verwezen naar een door haar overgelegde opstelling van de financiële verhouding tussen haar, [eiser sub 1] en anderen. Zij heeft deze aanspraken echter niet aan haar vordering ten grondslag gelegd. De rechtbank zal daarom niet ingaan op hetgeen Hoeksche Beheer in dat verband heeft aangevoerd.

4.13. Hoeksche Beheer zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser[eisers] worden vastgesteld op salaris advocaat € 1.421,00 (2,0 punten × factor 0,5 × tarief € 1.421,00).

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1. veroordeelt Hoeksche Beheer om [eisers] te betalen:

- de maandelijkse aflossingen van € 3.500,00 vanaf 29 februari 2008 tot en met 30 april 2011, waarbij toekomstige aflossingstermijnen niet eerder hoeven te worden voldaan dan op de oorspronkelijk overeengekomen datums,

- de restantbetaling van € 1.500,00 uiterlijk op 31 mei 2011,

- de overeengekomen contractuele rente van 5% per jaar vanaf 11 augustus 2008,

- de wettelijke rente over de achterstallige aflossingstermijnen, vanaf 3 juli 2008 tot de dag van volledige betaling,

- de wettelijke rente over de achterstallige rentetermijnen, vanaf 3 juli 2008 tot de dag van volledige betaling,

5.2. veroordeelt Hoeksche Beheer in de proceskosten, aan de zijde [eisers] tot op heden vastgesteld op € 3.230,44,

5.3. verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4. wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

5.5. wijst de vorderingen af,

5.6. veroordeelt Hoeksche Beheer in de proceskosten, aan de zijde van [eiser sub 1] tot op heden vastgesteld op € 1.421,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. N. Doorduijn en in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2010.?

2066/1876