Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2010:BN1993

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
15-07-2010
Datum publicatie
21-07-2010
Zaaknummer
358367 BO RK 1265/10
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

BOPZ. De geneeskundige verklaring van de psychiater ex artikel 21 lid 2 wet BOPZ is opgemaakt maar niet ter zitting niet overgelegd en luidt volgens de aanwezigen ter zitting (betrokkene, advocaat, ambulant behandelaar) anders dan hetgeen de ter zitting aanwezige ambulant behandelaar verklaart dat de psychiater zou hebben willen verklaren. De rechter heeft geen geneeskundige verklaring ex artikel 21 lid 2 wet BOPZ gezien en de psychiater is, ondanks uitdrukkelijk verzoek daartoe van de rechter, niet ter zitting verschenen. Het verzoek tot voortzetting van de IBS wordt afgewezen.

Wetsverwijzingen
Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen
Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen 21
Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen 29
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
BJ 2010/45
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Enkelvoudige kamer

Datum uitspraak: 15 juli 2010

Zaaknummer: 358367

Rekestnummer: BO RK 1265/10

Patiëntennummer: 10.14.010

Beschikking in de zaak van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[betrokkene],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats en adres],

thans verblijvende te [verblijfplaats],

advocaat mr. J.A. Smits.

Het verloop van de procedure

De officier heeft op 12 juli 2010 een verzoekschrift ingediend tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van betrokkene. Bij dit verzoekschrift bevinden zich:

• de beschikking tot inbewaringstelling van betrokkene, afgegeven door de burgemeester van de gemeente Rotterdam op 9 juli 2010 en namens deze ondertekend door de wethouder;

• de geneeskundige verklaring als bedoeld in artikel 21 lid 1 van de wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (BOPZ).

Op 15 juli 2010 zijn gehoord: de ambulant behandelaar, [behandelaar] en betrokkene, beiden in het bijzijn van mr. Smits voornoemd.

De beoordeling

De geneeskundige verklaring is opgesteld door een AIOS. Op grond van artikel 21 wet BOPZ en de bestaande jurisprudentie welke zich heeft ontwikkeld naar aanleiding van dit artikel, dient in het geval de geneeskundige verklaring niet is opgemaakt door een psychiater, een psychiater op korte termijn na de vrijheidsbeneming betrokkene te onderzoeken.

Bavo Europoort heeft aangegeven dat zodanig onderzoek heeft plaatsgevonden. Betrokkene en zijn advocaat hebben aangegeven dat zij op 14 juli 2010 ’s avonds een schriftelijke verklaring van een psychiater hebben gezien waarin, zo begrijpt de rechtbank, is vermeld dat de psychiater van mening is dat er geen reden is om de IBS-procedure verder voort te zetten, omdat niet aan de criteria van de BOPZ is voldaan. De ambulant behandelaar heeft naar voren gebracht dat het juist is dat een zodanige verklaring is afgegeven, maar dat de verklaring onjuist is omdat er abusievelijk de naam van betrokkene op is geschreven. De psychiater had de intentie voor betrokkene een ‘instemmende verklaring’ af te geven, aldus de ambulant behandelaar.

Ter zitting is geen enkele verklaring van een psychiater overgelegd. Er was ook geen psychiater ter zitting aanwezig om een en ander nader toe te lichten. De rechtbank heeft ter zitting verzocht of de psychiater kon komen op de zitting. Hoewel de psychiater zich niet in het gebouw bevond waar de zitting werd gehouden, heeft de rechtbank begrepen dat de psychiater zich op korte rijdafstand van de zitting bevond. Anders zou de psychiater telefonisch in de zitting kunnen inbellen. 45 minuten na aanvang van de zitting was de psychiater nog steeds niet ter zitting aanwezig, noch had deze telefonisch contact opgenomen. Overigens is ook nu nog de naam van de betrokken psychiater niet bekend aan de rechtbank.

De rechtbank overweegt als volgt.

De geneeskundige verklaring is niet opgesteld door een “medical expert” als bedoeld in de wet BOPZ. Kennelijk is betrokkene na opname gezien door een psychiater (“medical expert”). Deze psychiater heeft schriftelijk aangegeven dat er geen reden was de IBS-procedure voort te zetten. Hoewel de rechtbank deze schriftelijke verklaring niet heeft gezien, is door betrokkene, zijn advocaat en de ambulant behandelaar erkend dat deze verklaring is afgelegd. Kennelijk wenst de psychiater deze getekende verklaring te herroepen. Hoewel daartoe ampel in de gelegenheid te zijn geweest (bijvoorbeeld een schriftelijke uitleg voor de zitting opstellen, ter zitting aanwezig zijn, telefonisch ter zitting inbellen, na uitdrukkelijk verzoek door de rechtbank ter zitting verschijnen of inbellen), heeft de psychiater nagelaten een andere verklaring af te leggen omtrent het onderzoek bij betrokkene. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat zij zich afvraagt hoe diepgaand het onderzoek naar betrokkene is geweest wanneer kennelijk niet de juiste naam van betrokkene op de verklaring (welke de rechtbank niet heeft gezien) is vermeld.

Op grond van het voorgaande concludeert de rechtbank dat niet is voldaan aan de vereisten die de wet BOPZ stelt aan de verklaring als genoemd in artikel 21 wet BOPZ, zodat zij het verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van betrokkene zal afwijzen.

Daarom wordt op grond van de BOPZ als volgt beslist.

De beslissing

Wijst af het verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van: [betrokkene] voornoemd, in een psychiatrisch ziekenhuis.

Deze beschikking is gegeven door mr. Frima, rechter, in bijzijn van Van der Have, griffier.