Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2010:BN1326

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
02-06-2010
Datum publicatie
15-07-2010
Zaaknummer
308792 / HA ZA 08-1441
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

productaansprakelijkheid, non-conforme passtukken?, toepasselijk recht, Weens Koopverdrag,

Italiaans recht, verjaring, Internationaal Juridisch Instituut. Aangezien partijen ieder een eigen visie hebben op de vraag of de vordering van eisers naar Italiaans

recht is verjaard, en ook de terzake door partijen bij derden ingewonnen adviezen wat dat betreft

lijnrecht tegenover elkaar staan, heeft de rechtbank behoefte aan nadere informatie omtrent het

Italiaanse recht en is de rechtbank met dat doel voornemens vragen te stellen aan het Internationaal

Juridisch Instituut. Ook zullen vragen worden voorgelegd met betrekking tot het vraagstuk of

ODS naar Italiaans recht kan worden geacht stilzwijgend akkoord te zijn gegaan met nadere

voorwaarden waaronder tot spoedige vervanging van de passtukken is overgegaan.

Eerst volgt nu akte uitlating partijen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2010/382
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 308792 / HA ZA 08-1441

Uitspraak: 2 juni 2010

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

1. de rechtspersoon naar buitenlands recht XL INSURANCE COMPANY LTD.,

gevestigd te Cardiff, Verenigd Koninkrijk,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ODS B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eiseressen,

advocaat mr. W.J. Hengeveld,

- tegen -

de rechtspersoon naar Italiaans recht ITALIAN INDUSTRIAL AGENCY SRL,

gevestigd te Salgareda (Treviso), Italië,

gedaagde,

advocaat mr. N.E. Hohmann.

Eiseressen zullen hierna gezamenlijk XL c.s. en ieder afzonderlijk XL en ODS worden genoemd. Gedaagde zal hierna IIA worden genoemd.

1 Het verloop van het geding

1.1 De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d. 22 april 2008 met de door XL c.s. overgelegde producties;

- conclusie van antwoord, met producties;

- tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 1 oktober 2008, waarbij een comparitie van partijen is gelast;

- proces-verbaal van de comparitie van partijen, gehouden op 8 januari 2009;

- de ter gelegenheid van de comparitie van partijen door XL c.s. overgelegde akte overlegging producties;

- de akte uitlating producties, tevens houdende overlegging producties van IIA.

1.2 de antwoordakte, tevens akte overleggen producties van XL c.s. d.d. 6 mei 2009 is op de rol geweigerd.

1.3 Vervolgens is vonnis bepaald.

2 De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voorzover van belang - het volgende vast:

2.1 ODS is een in Barendrecht gevestigde leverancier van, onder meer, staalproducten.

2.2 GTI Industrie ZuidOost B.V. (hierna: GTI) is één van de afnemers van ODS.

2.3 Op 1 juli 2004 heeft GTI bij ODS ten behoeve van de bouw van een waterzuiveringsinstallatie te Spijkenisse een aantal passtukken besteld. Een passtuk is een element dat in delen verschuifbaar is en zodoende op maat gemaakt kan worden en dat twee vaste pijpleidingen met elkaar kan verbinden.

2.4 Op 7 juli 2004 heeft ODS op haar beurt de aan GTI te leveren passtukken besteld bij IIA. Het was IIA bekend dat de passtukken onder andere dienden te voldoen aan de zogenaamde Kiwa-eisen, nu deze waren bestemd voor verwerking in een installatie ten behoeve van drinkwater. In verband met de Kiwa-eisen is van belang dat de op de passtukken aangebrachte verflaag een bepaalde dikte heeft en bij een juiste temperatuur wordt aangebracht.

2.5 In het najaar van 2004 heeft IIA de passtukken aan ODS geleverd en gefactureerd. Op 18 oktober 2004 en op 16 november 2004 heeft ODS de passtukken doorgeleverd en gefactureerd aan GTI.

2.6 Op 18 april 2005 heeft GTI tijdens het uitvoeren van testen lekkages in de waterzuiveringsinstallatie ontdekt. GTI heeft ODS hierover direct geïnformeerd en medewerkers van GTI en ODS hebben dezelfde dag nog onderzoek gedaan naar het ontstane probleem. Volgens GTI en ODS was de coating op enkele passtukken poreus en liet los, waardoor lekkage ontstond.

2.7 Bij brief van 20 april 2005 heeft GTI ODS aansprakelijk gesteld voor alle geleden schade en kosten die het gevolg zijn van het gebrek aan de passtukken.

2.8 ODS heeft IIA daarop per e-mail gedateerd 20 april 2005 op de hoogte gesteld van de lekkage.

2.9 In haar reactie per e-mail van 20 april 2005 schrijft IIA onder meer als volgt aan ODS:

“[…]

Our people involved in the manufacturing process will take responsibility and test de joints that must be sent back to us; should these joints be defective they will be replaced in guaranty at no cost.

Costs that ODS should bear because of its free but arbitrary decision to test them by Dubbelman, will not be in our account.

IIA takes responsibility for the supply of goods and will replace them whenever necessary. […]”

2.10 Bij brief van 21 april 2005 heeft ODS IIA aansprakelijk gesteld voor alle schade en kosten die het gevolg zijn van de aansprakelijkstelling van ODS door GTI.

2.11 Een brief van 29 april 2005 van IIA aan ODS luidt verder, voor zover hier relevant:

“[…]

In view of all communications of yours, claiming huge (but at the same time let us say objectionable) costs, we have been forced to involve all who took part in this job; at the moment we are just at the beginning and it is difficult to forecast how long it shall last as we have tot find out where responsibility lies. […]

In order to come to an end and still support you, we arranged in such a way a few dismantling joints could get ready during the past weekend and ready for despatch by Tuesday afternoon latest (03.05.05) […]

I hope you appreciate our efforts as Sunday was also May 1st and, as everywhere, people do not work.

All this will void any claim for refunding asked in your e-mail dated April 27th for an amount of Euros 375,000

Despatch of mentioned joints will become effective soon after you will acknowledge receipt of this massage and accept its content with specific reference to their features further to confirming that no other extra cost will be claimed for. […]”

2.12 De passtukken zijn vervolgens aan IIA gezonden, nadat deze door medewerkers van GTI uit de installatie waren gedemonteerd. IIA heeft de gebreken aan de passtukken hersteld, waarna deze opnieuw in de installatie zijn geplaatst door medewerkers van GTI.

2.13 In opdracht van XL, de aansprakelijkheidsverzekeraar van ODS, heeft Crawford & Company (Nederland) B.V. (hierna: Crawford) onderzoek gedaan naar de oorzaak van het loslaten van de coating alsmede naar de omvang van de schade. Haar onderzoeksrapport, gedateerd 12 oktober 2005, luidt voor zover hier relevant:

“[…] After the inspection the Italian supplier stated that the temperature of the furnace had been too low, as a consequence of which the layers of paint had not hardened sufficiently. […]”

2.14 XL heeft een groot deel van de schade van GTI vergoed, en is krachtens de met ODS gesloten verzekeringsovereenkomst gesubrogeerd in de rechten van ODS jegens derden, zoals IIA.

3 De vordering

3.1 XL c.s. vordert, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, de veroordeling van IIA tot betaling van:

1. EUR 165.000,- aan schadevergoeding aan XL, te vermeerderen met de wettelijke rente

vanaf 26 augustus 2005 tot aan de dag der voldoening;

2. EUR 116.134,- aan XL, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 januari 2006,

tot aan de dag der voldoening;

3. EUR 8.395,20 aan XL, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 oktober 2005 tot

aan de dag der voldoening;

4. EUR 37.265,16 aan ODS, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 februari 2006

tot aan de dag der voldoening;

5. EUR 3.978,- aan ODS, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 april 2005 tot

aan de dag der voldoening;

6. proceskosten aan XL c.s. te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van

het vonnis tot aan de dag der voldoening;

7. nakosten aan XL c.s. voor het geval voldoening van de kosten niet binnen veertien

dagen na dagtekening van het vonnis plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente

over de nakosten te rekenen vanaf het verstrijken van deze veertien dagen, tot aan de dag

der voldoening.

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heef XL c.s. aan de vordering de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

3.2 XL c.s. beroept zich op de non-conformiteit van de passtukken ingevolge artikel 35 Weens Koopverdrag. Door de passtukken terug te nemen en zonder het in rekening brengen van kosten te herstellen, heeft IIA erkend dat de passtukken niet beantwoorden aan de overeenkomst. Krachtens artikel 36 Weens Koopverdrag is de verkoper aansprakelijk indien de zaken niet beantwoorden aan de overeenkomst. Het uitoefenen van het recht op herstel doet volgens XL c.s. geen afbreuk aan het recht van de koper op schadevergoeding, hetgeen volgt uit artikel 45 lid 2 Weens Koopverdrag. Volgens XL c.s. bestaat de te betalen vergoeding uit de gevolgschade, met inbegrip van wettelijke rente alsmede de kosten ter vaststelling van schade. Naast artikel 36 Weens Koopverdrag vormt de door IIA gegeven garantie in de e-mail van IIA aan ODS, gedateerd 20 april 2005 en hiervoor onder 2.9 weergegeven, eveneens een grondslag voor de schadevergoedingsplicht van IIA, aldus XL c.s.

4 Het verweer

Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van XL c.s. bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad in de kosten van het geding.

IIA heeft daartoe het volgende aangevoerd:

4.1 Primair meent IIA dat de vordering van XL c.s. ingevolge het toepasselijke artikel 1495 van het Italiaans Burgerlijk Wetboek (IBW) inmiddels is verjaard, er geldt een verjaringstermijn van één jaar. Geldige stuiting heeft niet plaatsgevonden, aldus IIA.

Subsidiair voert IIA aan dat ODS, door inhoudelijk niet te reageren op de in haar brief van 29 april 2005 gestelde voorwaarde, zoals hiervoor onder 2.11geciteerd, deze voorwaarde, naar Italiaans recht beoordeeld, stilzwijgend heeft geaccepteerd. De geaccepteerde voorwaarde hield samengevat in dat ODS, in ruil voor het spoedig vervangen van de passtukken, geen aanvullende claim meer bij IIA kon neerleggen en geen extra kosten bij IIA meer in rekening kon brengen. Gevolg hiervan is dat, nu de passtukken inmiddels allemaal zijn hersteld en zijn vervangen, ODS niets meer van IIA heeft te vorderen.

Verder staat nog onvoldoende vast of ODS wel tot de volle omvang schadeplichtig is jegens GTI, en zo dit het geval is, is het aan XL c.s. om de opgevoerde schadeposten, waaronder de gemaakte kosten, nader te specificeren en met bewijsstukken te staven. Vooralsnog betwist IIA bij gebrek aan wetenschap dat genoemde kosten van GTI uit hoofde van wanprestatie van ODS aan GTI als schade op ODS konden worden verhaald, en voor zover dit wel het geval is, staat daarmee nog niet vast of deze schade op haar beurt door ODS op IIA kan worden verhaald, welke vraag naar Italiaans recht, waaronder het Weens Koopverdrag, dient te worden beantwoord. IIA betwist verder dat de schade voorzienbaar was in de zin van artikel 74 Weens Koopverdrag.

5 De beoordeling

Bevoegdheid rechter en toepasselijk recht

5.1 Ingevolge artikel 5 onder 1 sub a en b van de EG-Verordening betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (EEX-verordening) komt aan de Nederlands rechter rechtsmacht toe en is de rechtbank te Rotterdam bevoegd van dit geschil kennis te nemen. Immers, op grond van voornoemde verdragsbepaling kan een gedaagde ook worden opgeroepen voor het gerecht van de plaats waar de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd. Als plaats van uitvoering geldt de plaats in de lidstaat waar de zaken volgens de overeenkomst geleverd werden, in dit geval Barendrecht. IIA heeft de bevoegdheid van deze rechtbank ook niet betwist.

5.2 Het gaat in deze zaak om een koopovereenkomst met betrekking tot roerende zaken. Beide partijen zijn gevestigd in een staat die partij is bij het Weens koopverdrag (Convention on contracts for the International Sale of Goods van 11 april 1980, hierna: Weens Koopverdrag). Daarom gelden voor deze koopovereenkomst de bepalingen van dit verdrag, voor zover daarvan niet door partijen is afgeweken.

Het beroep op verjaring

5.3 Het primaire, en meest verstrekkende verweer van IIA betreft haar beroep op

verjaring.

Blijkens art. 4 Weens Koopverdrag regelt dit uitsluitend de totstandkoming van koopovereenkomsten en de rechten en verplichtingen van verkoper en koper voortvloeiend uit een zodanige overeenkomst. Verjaring is niet in het Weens Koopverdrag geregeld. Bij het afzonderlijke daarop betrekking hebbende verdrag (Verdrag van New York van 14 juni 1974 inzake de verjaringstermijn bij internationale koopovereenkomsten, zoals gewijzigd bij Protocol van Wenen van 11 april 1980) zijn noch Nederland noch Italië partij. Dat betekent dat de vraag welk recht op de verjaringsvraag van toepassing is dient te worden beantwoord aan de hand van het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst van 19 juni 1980 (hierna: EVO-Verdrag), waarbij zowel Naderland als Italië verdragspartij zijn. Artikel 4 van het EVO-Verdrag bepaalt het recht dat bij gebreke aan een rechtskeuze door partijen toepasselijk is. Volgens lid 1 van dit artikel wordt de overeenkomst beheerst door het recht van het land waarmee de overeenkomst het nauwst is verbonden. Lid 2 van genoemd artikel 4 EVO-Verdrag bepaalt verder, voor zover hier relevant, dat de overeenkomst wordt vermoed het nauwst verbonden te zijn met het land waar de partij die de kenmerkende prestatie moet verrichten op het tijdstip van het sluiten van de overeenkomst haar hoofdbestuur heeft. Als partij die de kenmerkende prestatie moet verrichten dient in dit geval IIA te worden aangemerkt, nu zij de partij is die de goederen heeft geleverd. Nu IIA haar hoofdbestuur in Italië heeft, wordt de verjaringsvraag bij gebreke van een rechtskeuze beheerst door het Italiaanse recht.

5.4 IIA voert aan dat in zaken als de onderhavige ingevolge artikel 1495 IBW een verjaringstermijn van één jaar geldt, en dat de vordering inmiddels is verjaard nu er geen rechtsgeldige stuiting van de verjaring heeft plaatsgevonden. ODS heeft IIA bij brief van 21 april 2005 aansprakelijk gesteld. IIA heeft vervolgens in de maanden mei tot en met juli 2005 de door ODS geretourneerde passtukken van een nieuwe coating voorzien en geretourneerd. Nadien is er alleen nog contact geweest tussen partijen over technische aspecten van de vervanging van de passtukken, totdat in april 2008 door XL c.s. een dagvaarding aan IIA werd uitgebracht.

IIA verwijst verder naar een door haar bij advocatenkantoor Mosca & Associati ingewonnen advies, overgelegd als productie 17. Uit dit advies blijkt dat ondanks haar toezegging om de passtukken te herstellen en te vervangen onverkort een verjaringstermijn van één jaar is blijven gelden, en dat geen sprake is van het ontstaan van een nieuwe verplichting met een verjaringstermijn van tien jaar. Maar ook indien er wel sprake zou zijn van een nieuwe verplichting, dan is dat er een met een ander onderwerp, te weten de verplichting tot het herstellen en vervangen van passtukken, en hieraan heeft IIA reeds volledig voldaan.

5.5 XL c.s. is in tegenstelling tot IIA van mening dat de vordering niet is verjaard. Uit het door XL c.s. bij Pontecorvi Mannaerts & Triboldi ingewonnen advies, overgelegd als productie 14, blijkt dat de vordering niet is verjaard, omdat IIA ertoe is overgegaan de passtukken onder garantie en op eigen kosten terug te nemen, te herstellen en opnieuw te leveren. Naar Italiaans recht, onder verwijzing naar uitspraken van de hoogste Italiaanse rechter (Corte di Cassazione) betekent dit dat een nieuwe verplichting is ontstaan die tevens betrekking heeft op de vergoeding van de schade verband houdende met de vervanging van de passtukken. Daaraan kan het pas bij latere brief van 29 april 2005 door IIA gedane voorbehoud niet afdoen, aldus XL c.s. Voor deze nieuwe verplichting kan geen beroep meer worden gedaan op de korte verjaringstermijn van artikel 1495 IBW, maar is de verjaringstermijn van tien jaar, zoals geregeld in artikel 2946 IBW, van toepassing.

Tot slot merkt XL c.s. nog op dat een verjaringstermijn van één jaar onverenigbaar is met de klachttermijn van twee jaar zoals geregeld in artikel 39 Weens Koopverdrag, waardoor de ‘normale’ verjaringstermijn van tien jaar alsnog van toepassing is.

5.5 De rechtbank concludeert dat partijen ieder een eigen visie hebben op de vraag of de

vordering van XL c.s. naar Italiaans recht is verjaard. Ook de terzake door partijen bij

derden ingewonnen adviezen staan wat dat betreft lijnrecht tegenover elkaar. De

rechtbank heeft dan ook behoefte aan nadere informatie omtrent het Italiaanse recht en is

met dat doel voornemens de navolgende vragen, zie hierna onder rechtsoverweging 5.9,

voor te leggen aan het Internationaal Juridisch Instituut.

Het subsidiaire verweer

5.6 Voor zover de rechtbank uiteindelijk tot het oordeel mocht komen dat de vordering

van XL c.s. niet is verjaard, behandelt de rechtbank uit proceseconomische redenen reeds

thans het subsidiaire verweer van IIA. Subsidiair betoogt zij, samengevat, dat ODS

stilzwijgend akkoord is gegaan met de in de door IIA bij brief van 29 april 2005

gestelde voorwaarde waaronder zij tot spoedige vervanging van de passtukken is

overgegaan, te weten de voorwaarde dat ODS geen aanvullende schadeclaim meer zou

indienen. ODS heeft nagelaten met betrekking tot gevolgschade een uitdrukkelijk

voorbehoud te maken. IIA heeft zich bij brief verplicht tot het herstellen en vervangen van

de passtukken, hetgeen zij ook heeft gedaan en waarmee zij volledig aan haar verplichtingen

jegens ODS heeft voldaan.

5.7 XL c.s. betwist hiertegenover met enige voorwaarde (stilzwijgend) akkoord te zijn gegaan. Met de e-mail van 20 april 2005 en de brief van 29 april 2005 heeft IIA aansprakelijkheid voor de levering van non-conforme passtukken erkend en zij was ten gevolge van de gebrekkige levering al gehouden tot herstel en vervanging alsmede tot vergoeding van schade over te gaan. ODS heeft bewust niet op de brief van 29 april 2005 gereageerd omdat zij haar rechten niet uitdrukkelijk wilde weggeven en ook ter voorkoming dat IIA een negatieve verklaring voor recht bij de rechter in Italië zou gaan vragen.

5.8 Ook ten aanzien van dit vraagstuk heeft de rechtbank behoefte aan voorlichting door het Internationaal Juridisch Instituut.

5.9 Alvorens verder te beslissen is de rechtbank gelet op het hiervoor overwogene voornemens de volgende vragen aan het Internationaal Juridisch Instituut te stellen:

1. Wat houdt het Italiaanse recht inzake verjaring van vorderingen zoals de onderhavige in? Hoe verhoudt zich dit tot de tweejarige klachttermijn zoals genoemd in artikel 39 Weens Koopverdrag?

2. Houdt het Italiaans recht in dat met de toezegging van de verkoper om tot herstel en vervanging over te gaan een nieuwe verplichting wordt gecreëerd tot herstel en vervanging van het geleverde waarop een nieuwe verjaringstermijn van toepassing is?

3. Indien wel een nieuwe verplichting is ontstaan met een nieuwe verjaringstermijn, wat bedraagt deze nieuwe verjaringstermijn dan, en ziet deze nieuwe verjaringstermijn ook op de vordering tot vergoeding van (gevolg)schade? Is het vorderen van gevolgschade dan nog wel mogelijk?

4. Indien geen nieuwe verplichting is ontstaan, geldt dan voor de vordering tot vergoeding van (gevolg)schade eveneens een verjaringstermijn van één jaar, en wanneer is deze termijn gaan lopen en/of mogelijkerwijs gestuit?

5. Welke regels gelden in het Italiaanse recht voor het aannemen van contractuele gebondenheid in een situatie als de onderhavige waarin de verkoper aanbiedt tot herstel van het geleverde over te gaan mits geen verdere kosten zullen worden geclaimd en daarop door de koper niet uitdrukkelijk wordt gereageerd, maar het aangeboden herstel wel plaatsvindt?

6. Zijn er overigens nog aspecten die voor de beoordeling van deze zaak naar Italiaans recht van belang kunnen zijn?

5.10 Partijen zullen bij akte in de gelegenheid worden gesteld zich uit te laten over de aan het Internationaal Juridisch Instituut voor te leggen vraagstelling.

5.11 Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

6 De beslissing

De rechtbank,

6.1 verwijst de zaak naar de rol van woensdag 30 juni 2010 voor het nemen van een akte aan de zijde van partijen voor het in rechtsoverweging 5.10 weergegeven doel (daarna: antwoordakte aan de zijde van partijen);

6.2 houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.C. Jongeneel en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken door mr. C. Bouwman op 2 juni 2010.