Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2010:BN1214

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
09-07-2010
Datum publicatie
15-07-2010
Zaaknummer
976009
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiseres, een onderwijsinstelling, heeft met gedaagde een overeenkomst gesloten, inhoudend dat gedaagde bij eiseres een opleiding zou volgen voor de duur van een jaar. Gedaagde heeft na drie lessen de betreffende overeenkomst ontbonden op grond van bedrog dan wel dwaling, aangezien haar ter kennis was gekomen dat de opleiding, anders dan aanvankelijk verondersteld, niet erkend was en geen baangarantie bood.

De kantonrechter oordeelt dat sprake is van dwaling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector kanton

Locatie Rotterdam

vonnis

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Best Business School B.V.,

h.o.d.n. The Stewardess Academy, Best Business College,

gevestigd te Best,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

gemachtigde: de heer E.A.P. van Lith,

tegen

[gedaagde]

wonende te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiseres is reconventie,

gemachtigde: mr. F.E.C. Koopman.

Partijen worden hierna aangeduid als “BBS” respectievelijk “[gedaagde]”.

1. Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:

• het exploot van dagvaarding van 9 april 2009;

• de conclusie van antwoord in conventie tevens conclusie van eis in reconventie, met producties;

• het tussenvonnis van 13 mei 2009 waarin een comparitie van partijen is bepaald;

• de conclusie van antwoord in reconventie, met producties;

• de ten behoeve van de comparitie van partijen door [gedaagde] overgelegde producties;

• het proces-verbaal van de op 9 september 2009 gehouden comparitie van partijen;

• de akte aan de zijde van BBS, met één productie;

• de antwoordakte aan de zijde van [gedaagde], met producties;

• de akte uitlaten producties aan de zijde van BBS.

De uitspraak van dit vonnis is door de kantonrechter bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten, nu deze door de ene partij zijn gesteld dan wel uit de overgelegde stukken blijken en door de andere partij niet of onvoldoende gemotiveerd zijn bestreden:

2.1 [gedaagde] heeft op 17 oktober 2008 een onderwijsovereenkomst met BBS gesloten voor de opleiding SRH. Volgens deze overeenkomst kost de opleiding SRH € 4.600,00, te betalen in twaalf maandelijkse termijnen van € 383,33.

2.2 Op de door [gedaagde] op 17 oktober 2008 getekende onderwijsovereenkomst staan twee opleidingen vermeld. Links op de overeenkomst staat de volgende opleiding vermeld:

Luchtvaartdienstverlener

Crebo: 10654

diploma luchtvaartdienstverlener CREBO 10654 (MBO), erkend door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Rechts op de overeenkomst staat de door [gedaagde] aangevinkte opleiding:

SRH

Schooldiploma Steward(ess), Grondsteward(ess), Reisleid(st)er, Host(ess), Receptionist(e), telefonist(e).

2.3 [gedaagde] heeft drie lesdagen gevolgd van de opleiding SRH bij BBS.

2.4 Op 30 april 2009 heeft de gemachtigde van [gedaagde], mede namens [gedaagde], BBS een brief gestuurd met -voor zover thans van belang- de volgende inhoud:

(…)

Nu de overeenkomst tot stand is gekomen onder invloed van dwaling, vernietigen cliënten de overeenkomst als bedoeld in artikel 6:228 lid aanhef sub a en/of sub b.

Daarnaast vernietigen cliënten de overeenkomst vanwege het feit dat deze door bedrog tot stand is gekomen als bedoeld in artikel 3:44 lid 1 juncto lid 3 BW. (…)

3. De stellingen van partijen

in conventie:

3.1 BBS heeft gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen aan haar te betalen € 5.000,00, met rente en kosten zoals in de dagvaarding omschreven.

3.2 Aan de vordering heeft BBS naast de onder 2. genoemde vaststaande feiten -samengevat weergegeven- het volgende ten grondslag gelegd.

[gedaagde] komt haar betalingsverplichtingen voorvloeiende uit de op of omstreeks 17 oktober 2008 tussen partijen tot stand gekomen onderwijsovereenkomst niet na.

BBS heeft [gedaagde], onder meer tijdens het intakegesprek, goed voorgelicht over de opleiding Luchtvaartdienstverlener en de opleiding SRH. De door [gedaagde] ontvangen studiegids heeft alleen betrekking op de erkende opleiding Luchtvaartdienstverlener. Er zijn [gedaagde] twee opleidingen aangeboden. [gedaagde] heeft bewust gekozen voor de niet erkende opleiding. Blijkens de kennistest was [gedaagde] ervan op de hoogte dat de opleiding SRH niet erkend was en dat de opleiding Luchtvaartdienstverlener wel erkend was. [gedaagde] heeft aangegeven dat zij na het afronden van de opleiding SRH misschien wel deel zou willen nemen aan de erkende opleiding Luchtvaartdienstverlener.

BBS heeft [gedaagde] de mogelijkheid geboden de opleiding SRH bij haar te volgen. [gedaagde] heeft er zelf voor gekozen slechts drie lessen te volgen. [gedaagde] was, blijkens het door ingevulde lesregistratieformulier, tevreden met de gevolgde lessen. Er zijn verschillende cursisten met een SRH diploma die een baan hebben gekregen in de luchtvaartdienstverlening.

Na herhaalde betalingsverzoeken heeft BBS de vordering ter incasso uit handen gegeven, waarvoor zij aan haar incassogemachtigde buitengerechtelijke kosten verschuldigd is. BBS maakt daarom aanspraak op € 714,00 aan buitengerechtelijke kosten. Voorts maakt BBS aanspraak op € 333,11 aan verschenen rente.

3.3 [gedaagde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de vordering en geconcludeerd tot afwijzing ervan, met veroordeling van BBS in de kosten van de procedure. [gedaagde] heeft tegen de vordering -eveneens samengevat- het volgende aangevoerd.

Tijdens het toelatingsgesprek heeft de studieadviseuse [gedaagde] een baangarantie toegezegd. Daarnaast is [gedaagde] voorgehouden dat zij na voltooiing van de opleiding een erkend diploma zou krijgen. Na aanvang van de opleiding kwam [gedaagde] er pas achter dat zij geen erkend diploma zou krijgen. Vliegtuigmaatschappijen bleken de opleiding niet te kennen en hechtten geen enkele waarde aan de opleiding SRH. Bij aanvang van de opleiding bleek de inhoud van de opleiding bovendien anders te zijn dan [gedaagde] was voorgehouden.

De inhoud van de opleiding en het arbeidsperspectief dat [gedaagde] zou hebben na het voltooien van de opleiding kwam derhalve niet overeen met hetgeen haar is toegezegd en voorgespiegeld.

[gedaagde] heeft de overeenkomst met BBS reeds buitengerechtelijk vernietigd bij brief van 30 januari 2009.

Primair vernietigt [gedaagde] de overeenkomst op grond van artikel 6:228 lid 1 aanhef sub a en/of sub b BW. De overeenkomst met BBS is tot stand gekomen onder invloed van dwaling. [gedaagde] had bij het aangaan van de overeenkomst een onjuiste voorstelling van zaken. Bij een juiste voorstelling van zaken zou [gedaagde] de overeenkomst niet hebben gesloten, althans zou zij niet op dezelfde voorwaarden hebben gecontracteerd. De dwaling is te wijten aan (onjuiste) inlichtingen van BBS. Tevens heeft BBS essentiële informatie verzwegen, terwijl zij [gedaagde] had behoren in te lichten.

Subsidiair vernietigt [gedaagde] de overeenkomst vanwege het feit dat deze door bedrog tot stand is gekomen als bedoeld in artikel 3:44 lid 1 juncto lid 4 BW. BBS heeft [gedaagde] bewogen tot het aangaan van een overeenkomst door opzettelijk daartoe gedane onjuiste mededelingen en/of door het opzettelijk verzwijgen van feiten die BBS verplicht was mee te delen.

Meer subsidiair stelt [gedaagde] dat BBS onrechtmatig jegens haar gehandeld heeft aangezien BBS mededelingen openbaar heeft gemaakt omtrent de door haar aangeboden diensten, die in een of meer opzichten misleidend zijn als bedoeld in artikel 6:194 aanhef en onder sub d, f en i BW. Hierdoor heeft [gedaagde] schade geleden.

Meest subsidiair stelt [gedaagde] dat zij niet gehouden is te betalen nu BBS in verzuim verkeert als bedoeld in artikel 6:61 BW. BBS kan niet aan haar verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst voldoen nu zij geen erkende opleiding, erkend diploma en een gegarandeerde baan kan verschaffen. [gedaagde] kan niet in verzuim geraken zolang BBS in verzuim is.

in reconventie:

3.4 [gedaagde] heeft gevorderd om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, primair voor recht te verklaren dat de overeenkomst van 17 oktober 2008 bij brief van 30 januari 2009 vernietigd is, subsidiair de overeenkomst te vernietigen en/of te verklaren voor recht dat [gedaagde] bevrijd zal zijn van de overeenkomst van 17 oktober 2008 als bedoeld in artikel 6:60 BW, met veroordeling van BBS in de kosten van de procedure.

3.5 Aan de eis in reconventie heeft [gedaagde] hetgeen zij in conventie als verweer heeft aangevoerd ten grondslag gelegd. BBS heeft verweer gevoerd tegen de vordering in reconventie.

in conventie en in reconventie:

3.6 Op de overige stellingen van partijen, voor zover althans van belang voor de uitkomst van de procedure, komt de kantonrechter hierna terug.

4. De beoordeling van het geschil

4.1 Gelet op de samenhang van de vordering in reconventie met de vordering in conventie, zullen beide vorderingen gezamenlijk worden behandeld.

4.2 Kernpunt van het geschil is de vraag of [gedaagde] gehouden is aan haar betalingsverplichtingen voortvloeiende uit de op 17 oktober 2008 met BBS gesloten onderwijsovereenkomst te voldoen.

4.3 Vooropgesteld wordt dat al hetgeen in de media omtrent BBS gepubliceerd is en de meningen en/of ervaringen van andere cursisten van BBS, waarop [gedaagde] in deze procedure een beroep op heeft gedaan, in het kader van onderhavige beoordeling buiten beschouwing zal worden gelaten. Het geschil spitst zich immers toe op de tussen [gedaagde] en BBS gesloten overeenkomst.

4.4 Beoordeeld dient te worden of de overeenkomst tussen partijen reeds op 30 januari 2009 vernietigd is dan wel in onderhavige procedure vernietigd dient te worden. De overeenkomst tussen partijen is door bedrog dan wel onder invloed van dwaling tot stand gekomen, aldus [gedaagde].

4.5 Het beroep op bedrog is het verst strekkende verweer van [gedaagde]. Ingevolge artikel 3:44 BW is een rechtshandeling vernietigbaar wanneer zij door bedrog tot stand is gekomen. Van bedrog is sprake wanneer iemand een ander tot het verrichten van een bepaalde rechtshandeling beweegt door enige opzettelijk daartoe gedane onjuiste mededeling, door het opzettelijk daartoe verzwijgen van enig feit dat de verzwijger verplicht was mede te delen, of door een andere kunstgreep. De kantonrechter is van oordeel dat uit hetgeen [gedaagde] heeft gesteld niet blijkt dat BBS willens en wetens ten tijde van het aangaan van de overeenkomst enige onjuiste mededeling heeft gedaan dan wel enig feit opzettelijk heeft verzwegen teneinde [gedaagde] te bewegen tot het sluiten van voormelde onderwijsovereenkomst. Het beroep op vernietiging van de overeenkomst nu deze tot stand zou zijn gekomen door bedrog wordt derhalve verworpen.

4.6 Ten aanzien van het beroep van [gedaagde] op dwaling overweegt de kantonrechter het navolgende. Op grond van artikel 6:228 BW geldt in beginsel dat een overeenkomst die tot stand is gekomen onder invloed van dwaling en bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten, vernietigbaar is indien de dwaling te wijten is aan een inlichting van de wederpartij dan wel het zwijgen van de wederpartij waar deze had behoren in te lichten.

4.6.1 [gedaagde] heeft gesteld dat de inhoud van de opleiding anders bleek te zijn dan haar vooraf was voorgehouden. Als voorbeelden noemt [gedaagde] onder meer dat de docenten geen kennis hadden van de te onderwijzen stof en het niveau van de opleiding laag was. Dit is door BBS gemotiveerd weerlegd onder overlegging van een evaluatieformulier dat [gedaagde] na een van de drie lesdagen heeft ingevuld. Hieruit bleek dat [gedaagde] tevreden was met de lessen. Gelet op de verklaringen van [gedaagde] op het evaluatieformulier afgezet tegen een ontbrekende nadere onderbouwing van [gedaagde] op dit punt, kan niet geconcludeerd worden dat [gedaagde] ten aanzien van de inhoud van de opleiding een onjuiste voorstelling van zaken had.

4.6.2 [gedaagde] heeft voorts aangevoerd dat zij bij het sluiten van de overeenkomst dacht dat zij na het voltooien van de opleiding een baangarantie kreeg van BBS. Later bleek dit geen baangarantie te zijn. Nu [gedaagde] ter comparitie heeft verklaard dat bij haar tijdens het intakegesprek al onduidelijkheid bestond met betrekking tot de baangarantie kan zij onmogelijk volhouden dat zij bij het sluiten van overeenkomst er van overtuigd was dat zij een baangarantie kreeg. Van een onjuiste voorstelling van zaken met betrekking tot een baangarantie kan derhalve geen sprake zijn. Het had overigens op de weg van [gedaagde] gelegen nader onderzoek te verrichten om eventuele onduidelijkheid tijdens het intakegesprek omtrent de baangarantie weg te nemen.

4.6.3 [gedaagde] heeft gesteld dat zij ten tijde van het sluiten van de overeenkomst in de veronderstelling verkeerde dat zij met de opleiding SRH direct als grondstewardess aan de slag kon. Volgens [gedaagde] bleek later dat luchtvaartmaatschappijen de opleiding SRH niet kennen en je met de opleiding helemaal geen grondstewardess kan worden. [gedaagde] stelt dat zij hieromtrent een onjuiste voorstelling van zaken had.

Met betrekking tot deze onjuiste voorstelling van zaken overweegt de kantonrechter als volgt. [gedaagde] heeft onder meer gewezen op de informatie die zij op de website van BBS had aangetroffen, waaronder de zinsnede:

Wij kunnen u geen 100% garantie geven, maar zover bij ons bekend hebben alle geslaagde SRH cursisten de baan gekregen die zij wensten, zowel voor stewardess of grondstewardess, voor reisleider, hostess en voor receptioniste/telefoniste. Bij The Stewardess Academy slaagt u niet alleen voor uw diploma’s maar ook voor een fijne baan. Wanneer u zich volledig inzet, kunt u bij The Stewardess Academy rekenen op een 100% Job Coach Garantie, zodat u zo spoedig mogelijk met een diploma op zak aan de slag kunt. Uw baan als stewardess kan zeker zorgen voor de meest interessante en uitdagende ervaringen tijdens uw carrière.

Daarnaast valt in de brochure van The Stewardess Academy “Maak vliegensvlug carrière als stewardess of grondstewardess, als steward of grondsteward” - waarvan tijdens de comparitie van partijen door BBS is aangegeven dat die aan [gedaagde] is thuisgezonden toen zij informatie opvroeg over de opleiding – onder meer te lezen:

Jasha, 21 jaar, stewardess. Nadat ik geslaagd was voor mijn examens bij The Stewardess Academy, heb ik direct gesolliciteerd bij The Emirates, een luchtvaartmaatschappij uit de Verenigde Arabische Emiraten in Dubai. Emirates heeft veel bestemmingen in Europa. Toen ik hoorde dat ik er meteen kon beginnen, heb ik wel een kwartier staan juichen. En dat hosannagevoel is nog steeds niet over. Ik heb een fantastische baan. Van The Emirates kreeg ik een mooi appartement en allerlei kortingen, niet alleen voor mezelf, maar ook voor mijn familie. Die is dan ook hartstikke blij dat ik de opleiding bij jullie heb gevolgd.

Voorts valt in die brochure te lezen:

(…) Een stewardessopleiding is daardoor erg in trek. Dat geldt zeker voor de opleidingen bij The Stewardess Academy. Want die staan in de luchtvaartwereld in hoog aanzien. Wij krijgen zoveel aanbiedingen voor jobs dat wij daar lang niet altijd in kunnen voorzien (..) Wie bij ons het diploma luchtvaartdienstverlener heeft behaald, krijgt meestal meteen een baan als stewardess.

In een brief van 9 oktober 2008 schrijft BBS aan [gedaagde]:

(…) Lees nog even de vijf stappen voor een vliegende start:

- Lees de Studiegids op je gemak door.

- Kom kennis maken met The Stewardess Academy.

- Volg een opleiding Luchtvaartdienstverlening MBO4

- Ga werken in de Luchtvaartdienstverlening als Stewardess/Grondstewardess m/v.

- Maak vliegensvlug carrière en groei door (…)

De kantonrechter is van oordeel dat BBS met de hierboven weergegeven passages naar [gedaagde] toe ten onrechte de indruk heeft gewekt dat cursisten na het voltooien van hun opleiding SRH direct als grondstewardess aan de slag kunnen. Niet is gebleken dat daarvan sprake is: cursisten dienen na het voltooien van de opleiding SRH alsnog de reguliere (interne) opleiding van de luchtvaartmaatschappij te volgen. Dit volgt onder meer uit de brief van KLM aan The Stewardess Academy van 17 maart 2009, waarin KLM schrijft dat kandidaten die de opleiding tot Luchtvaartdienstverlener bij The Stewardess Academy hebben afgerond, bij KLM vervolgens de reguliere interne KLM opleiding voor de functie waarop zij starten dienen te volgen. Daarenboven is uit de door BBS overgelegde verklaringen van oud-studenten niet gebleken dat zij direct en zonder verdere scholing na het voltooien van de opleiding SRH een baan als grondstewardess hebben gevonden. BBS heeft dan ook nagelaten om [gedaagde] volledig en correct in te lichten. BBS heeft bij [gedaagde] veel te hoge verwachtingen gewekt over het direct aan de slag kunnen gaan als grondstewardess na afloop van de opleiding, waardoor [gedaagde] een onjuiste voorstelling van zaken had als gevolg van mededelingen van BBS.

4.6.4 Daarnaast heeft [gedaagde] erop gewezen dat de opleiding SRH niet is erkend door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: OCW), hetgeen BBS heeft erkend. [gedaagde] heeft gesteld dat zij hiervan ten tijde van het sluiten van de onderwijsovereenkomst niet op de hoogte was.

BBS heeft in dit verband gewezen op het inschrijfformulier dat [gedaagde] heeft ondertekend en daarnaast gesteld dat zij [gedaagde] mondeling heeft geïnformeerd dat de SRH opleiding een niet erkende opleiding was. In de aan [gedaagde] toegezonden studiegids stond dat de opleiding erkend was, echter nergens blijkt ondubbelzinnig uit dat deze studiegids enkel betrekking heeft op de opleiding Luchtvaartdienstverlener en niet op de opleiding SRH. Middels de onderwijsovereenkomst heeft BBS door onder de opleiding Luchtvaartdienstverlener de erkenning te vermelden en onder de opleiding SRH hieromtrent niets te vermelden, weliswaar impliciet meegedeeld dat de opleiding SRH niet erkend is door het OCW, maar BBS heeft dit op een dusdanig gecamoufleerde wijze gedaan, dat niet gezegd kan worden dat zij rechtens in voldoende mate aan de op haar rustende mededelingsplicht heeft voldaan. Nergens in het door BBS overgelegde voorlichtingsmateriaal valt te lezen dat de erkenning voor de opleiding SRH ontbreekt. Van BBS als professionele contractspartij had verwacht mogen worden dat zij het ontbreken van de erkenning, mede gelet op het feit dat aan dergelijke erkenningen in het maatschappelijk verkeer doorgaans veel waarde wordt gehecht, duidelijk en ondubbelzinnig aan [gedaagde] had meegedeeld. BBS heeft weliswaar gesteld dat zij dit mondeling aan [gedaagde] heeft meegedeeld, maar [gedaagde] heeft dit betwist en BBS heeft nagelaten haar stellingen over die mededeling met feiten en omstandigheden te onderbouwen, zodat die mededeling niet aannemelijk is geworden.

Een en ander leidt tot de conclusie dat [gedaagde] ten tijde van het sluiten van de overeenkomst een onjuiste voorstelling van zaken had met betrekking tot het ontbreken van de erkenning als gevolg van het feit dat BBS op dit punt niet aan de op haar rustende mededelingsplicht heeft voldaan.

4.6.5 Voor een geslaagd beroep op dwaling is voorts nog noodzakelijk dat tussen de dwaling en het sluiten van de overeenkomst causaal verband bestaat. Vast moet komen te staan dat als [gedaagde] had geweten dat zij na het afronden van de SRH-opleiding niet direct als grondstewardess aan de slag zou kunnen en/of opleiding SRH niet erkend was door het OCW, zij de overeenkomst met BBS niet gesloten zou hebben, althans dat zij niet op dezelfde voorwaarden zou hebben gecontracteerd.

Nu deze vraag, gelet op haar aard, niet met absolute zekerheid kan worden beantwoord en een inhoudelijke betwisting van het bestaan van causaal verband tussen de dwaling en het sluiten van de overeenkomst ontbreekt, zal de kantonrechter ter zake genoegen nemen met een redelijke mate van waarschijnlijkheid. Het is zeer waarschijnlijk te noemen dat [gedaagde], als zij had geweten dat zij na het afronden van de opleiding niet direct als grondstewardess aan de slag zou kunnen en/of zij had geweten dat de opleiding SRH niet erkend was door het OCW, niet had willen deelnemen aan de opleiding SRH, althans niet tegen een cursusgeld van het toch wel substantiële bedrag van € 4.600,00.

4.7 Een en ander leidt tot de conclusie dat het beroep van [gedaagde] op vernietiging van de tussen partijen op 17 oktober 2008 gesloten onderwijsovereenkomst wegens dwaling slaagt.

Bij brief van 30 januari 2009 heeft [gedaagde] de overeenkomst met BBS op juiste gronden vernietigd. Nu de onderwijsovereenkomst vernietigd is, kan [gedaagde] niet langer aan haar verplichtingen voortvloeiende uit deze overeenkomst worden gehouden. De vordering in conventie wordt derhalve afgewezen.

4.8 Nu de op 17 oktober 2008 tussen partijen gesloten onderwijsovereenkomst op 30 januari 2009 op juiste gronden is vernietigd, komt de vordering in reconventie voor toewijzing in aanmerking.

4.9 BBS wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van de procedure.

5. De beslissing

De kantonrechter:

in conventie:

wijst de vordering af;

in reconventie:

verklaart voor recht dat de op 17 oktober 2008 tussen partijen gesloten onderwijs- overeenkomst bij brief van 30 januari 2009 vernietigd is;

in conventie en in reconventie:

veroordeelt BBS in de kosten van de procedure aan de zijde van [gedaagde] vastgesteld op

€ 750,00 aan salaris voor de gemachtigde, welk bedrag op bankrekening 56 99 90 688 t.n.v MvJ Arrondissement Rotterdam onder vermelding van het zaaknummer moet worden overgemaakt;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.J. Frikkee en uitgesproken ter openbare terechtzitting.