Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2010:BN0804

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
09-07-2010
Datum publicatie
09-07-2010
Zaaknummer
355601 / KG ZA 10-507
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Het districtsbestuur heeft een nieuw besluit genomen aangaande het uit de competitie nemen per direct van het 1e zaterdagelftal van Schiebroek.

Het nieuwe besluit is gebaseerde op 'eenmaal in extreme vorm schuldig zijn aan geweld jegens anderen' in de zin van artikel 33 lid 1 sub c van het Reglement Wedstrijden Amateur Veldvoetbal.

De KNVB heeft een nieuw besluit genomen, nu de voorzieningenrechter bij haar tussenvonnis d.d. 14 juni 2010 heeft geoordeeld dat het districtsbestuur bij haar eerder genomen besluit het beginsel van hoor en wederhoor niet heeft nageleefd. De KNVB, meer in het bijzonder het districtsbestuur van de KNVB, heeft bij dit nieuwe besluit het beginsel van hoor en wederhoor toegepast.

Nu de nieuw genomen beslissing van de KNVB naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar is, zal de vordering van Schiebroek, die ziet op het weer in competitie nemen van voornoemd elftal, worden afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 355601 / KG ZA 10-507

Uitspraak: 9 juli 2010 (na tussenvonnis d.d. 14 juni 2010)

VONNIS in kort geding in de zaak van:

de rechtspersoonlijkheid bezittende

vereniging R.V.V. SCHIEBROEK ‘94,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres,

advocaat mr. A.H.G. Katz,

- tegen -

de rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging

KONINKLIJKE NEDERLANDSE VOETBALBOND,

gevestigd te Zeist, mede kantoorhoudende te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. H.J.A. Knijff.

Eiseres wordt hierna aangeduid als “Schiebroek” en gedaagde wordt hierna aangeduid als “KNVB”.

1 Het verloop van het geding

De voorzieningenrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d. 1 juni 2010;

- producties 1 tot en met 19 zijdens Schiebroek;

- pleitnotities van mr. A.H.G. Katz d.d. 9 juni 2010;

- producties 1 tot en met 9 zijdens KNVB;

- pleitaantekeningen van mr. H.J.A. Knijff d.d. 9 juni 2010;

- het (tussen)vonnis d.d. 14 juni 2010, waarvan de inhoud als hier geheel herhaald en ingelast wordt beschouwd;

- besluit d.d. 24 juni 2010 van de KNVB (als bijlage aan dit vonnis gehecht) met bijlagen;

- producties 19A, 20 tot en met 27 zijdens Schiebroek;

- pleitnotities van mr. A.H.G. Katz d.d. 2 juli 2010.

De raadslieden van partijen hebben de respectieve standpunten toegelicht ter zitting van

9 juni 2010 en 2 juli 2010. Tijdens de tweede zitting heeft mr. Knijff zich doen vervangen door de advocaat mevr. Mr. M.B. Kerkhof.

2 De verdere beoordeling

2.1

In het vonnis van 14 juni 2010 is onder meer het volgende overwogen:

“4.3

Voorzover de vorderingen zich richten tegen de beslissingen van de tuchtorganen ontbreekt daarvoor het belang, nu de uitkomst binnen deze procedures niet heeft geleid tot de onvoorwaardelijke beslis-sing om het eerste zaterdagelftal van Schiebroek per 27 april 2010 uit de competitie te nemen (zie 2.8). In zoverre dienen de vorderingen te worden afgewezen.

Hierbij zij overigens opgemerkt - gelet op het feit dat het districtsbestuur van de KNVB volgens vast beleid de conclusies en bevindingen van deze tuchtrechtspraak betrekt bij haar op grond van artikel 33 lid 1 onder c RWAV te nemen besluit - binnen deze procedure gemaakte schendingen van behoor-lijke procesorde, zoals het beginsel van hoor en wederhoor, direct van invloed kunnen zijn op de door het districtsbestuur te nemen beslissing op grond van artikel 33 lid 1 onder c RWAV.

4.4

Gelet op hetgeen onder 3.2 is overwogen kan de voorzieningenrechter - gelet op de grote mate van beleidsvrijheid van de KNVB in deze - voornoemde bestreden beslissing van het districtsbestuur van de KNVB slechts marginaal toetsen. De voorzieningenrechter heeft slechts te onderzoeken of de be-slissing van het districtsbestuur naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Het hoeft geen betoog dat het hier een voor Schiebroek dusdanig ernstige maatregel betreft, die immers degradatie van het eerste zaterdagelftal van Schiebroek naar de vierde klasse West II met zich mee zal brengen, dat het districtsbestuur van de KNVB bij de totstandkoming van een dergelijke maat-regel zorgvuldig te werk dient te gaan.

Dat is te meer van belang nu er verschillende lezingen over de gang van zaken van de bewuste wedstrijd bestaan en Schiebroek een en ander maal kenbaar heeft gemaakt aan de KNVB om voorafgaande aan een beslissing te worden gehoord (zie ook 2.6). Dat het bestuur zelfstandig onderzoek heeft gedaan naar de gang van zaken die tot staking van de bewuste wedstrijd heeft geleid, is niet gebleken.

Gelet op de verschillende - zich in het dossier bevindende - lezingen van de gebeurtenissen, daarbij in aanmerking nemend het grote gewicht dat terecht wordt gehecht aan de verklaring van de scheidsrechter op het wedstrijdformulier, had het - naar voorlopig oordeel - op de weg van het districtsbestuur gelegen Schiebroek in de gelegenheid te stellen zijn visie aan het districtsbestuur nader toe te lichten. Door dat na te laten is voorshands sprake van schending van een zodanig belangrijk beginsel van goede pro-cesorde, te weten hoor- en wederhoor, dat aanleiding is om de KNVB opdracht te geven om dit beginsel alsnog na te leven en daarna opnieuw te beslissen.

4.5

Rekening houdend met de belangen van beide partijen brengt het voorgaande met zich mee dat door het districtsbestuur van de KNVB een nieuw besluit genomen zal dienen te worden, met naleving van het beginsel van hoor en wederhoor, alvorens de voorzieningenrechter op de vordering van Schie-broek zal beslissen.

Binnen de procedure die zal leiden tot dit nieuwe besluit, kan ook aan de orde komen of het districts-bestuur van de KNVB op 11 maart 2010 de ‘artikel 33-maatregel’ terecht aan Schiebroek heeft opge-legd.

De voorzieningenrechter wenst niet te treden in de wijze waarop het districtsbestuur het beginsel van hoor en wederhoor invult, maar kan zich voorstellen dat door het districtsbestuur

de scheidsrechter, de beide aanvoerders, een vertegenwoordiger van het bestuur van Schiebroek en een vertegenwoordiger van het bestuur van WDS zullen worden gehoord.

4.6

Gelet op de grote tijdsdruk, in verband met de organisatie van de komende competitie, wordt

dit vonnis bij vervroeging uitgesproken en krijgt het bestuur betrekkelijk korte tijd om aan het voor-gaande gevolg te geven

De procedure zal worden aangehouden tot 2 juli 2010 te 11.00 uur, waarbij de voorzieningenrechter ervan uitgaat dat uiterlijk drie dagen daaraan voorafgaand door het districtsbestuur van de KNVB op deugdelijke wijze een nieuw besluit is genomen en aan Schiebroek kenbaar is gemaakt. Het districts-bestuur van de KNVB dient daarbij inzichtelijk te maken hoe zij de door Schiebroek opgeworpen argumenten heeft gewogen (zie 2.6).

Ter zitting zullen partijen nog de gelegenheid krijgen met betrekking tot het nieuwe besluit hun standpunten naar voren te brengen.

De uitspraak in deze zaak zal vervolgens in beginsel worden gedaan op 9 juli 2010.

4.7

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.”

2.2.1

Ter uitvoering van voormeld (tussen)vonnis d.d. 14 juni 2010 van de voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft het districtsbestuur West II (verder: het districtsbestuur) van de KNVB op 16 juni 2010 een hoorzitting belegd. Op deze hoorzitting waren aanwezig:

- namens Schiebroek: [a ] (secretaris), [b ] (aanvoerder), [c] (bestuurslid) en mr. A.H.G. Katz (advocaat van Schiebroek);

- namens WDS: [d ] (bestuurslid), [e ] (vice-voorzitter) en

[f ] (aanvoerder);

- scheidsrechter KNVB: [g ];

- namens KNVB West II: [h ] (voorzitter), [i] (bestuurslid, portefeuille-

houder wedstrijdzaken), [j] (juridisch medewerker KNVB), [k ] (districtsmanager) en [l] (mana-gementassistente).

2.2.2

Het districtsbestuur van de KNVB heeft bij de aanvang van de hoorzitting zijn besluit van 27 april 2010, waartegen de vordering van Schiebroek zich in eerste instantie richt,

ingetrokken.

2.2.3

Het districtsbestuur van de KNVB heeft bij de aanvang van de hoorzitting tevens Schie-broek in kennis gesteld van het feit dat het voornemens is op grond van artikel 33 lid 1 sub c van het Reglement Wedstrijden Amateur Veldvoetbal (hierna: RWAV) het besluit te nemen om Schiebroek zaterdag 1 alsnog definitief uit de competitie 2009/2010 te nemen en daarbij aangegeven op grond van welke overwegingen zij tot dit voornemen is gekomen.

2.2.4

Daarna is de hoorzitting gehouden waarbij in aanwezigheid van de advocaat van Schiebroek achtereenvolgens gesprekken zijn gevoerd met het bestuur van Schiebroek, met de scheids-rechter en het bestuur van Schiebroek, met de besturen van WDS en Schiebroek en tenslotte met de besturen en aanvoerders van WDS en Schiebroek gezamenlijk.

Van deze hoorzitting is door het districtsbestuur van de KNVB een verslag opgemaakt, dat zich bij de stukken bevindt.

2.3.1

Op 24 juni 2010 heeft het districtsbestuur van de KNVB een nieuw besluit genomen, dat als bijlage aan dit vonnis is gehecht. Dit besluit luidt:

“Gelet op voormelde feiten en omstandigheden, alsmede op de aard en ernst van het voorval bij on-derhavige wedstrijd is het Districtsbestuur van oordeel dat zij conform het gestelde in artikel 33 lid 1 sub c RWA dient over te gaan tot het per direct uit de competitie nemen van het Schiebroek’94 zater-dag 1 elftal. Vorengaande heeft tot gevolg dat het Schiebroek’94 zaterdag 1 elftal in het seizoen 2010/’11 zal worden ingedeeld in de 4e klasse zaterdagcompetitie.”

2.3.2

Het districtsbestuur van de KNVB heeft dit besluit primair gebaseerd op ‘eenmaal in extre-me vorm schuldig zijn aan geweld jegens anderen’ in de zin van artikel 33 lid 1 onder c van het RWAV en subsidiair op ‘het meerdere keren schuldig zijn aan geweld jegens anderen’ in de zin van voornoemd artikel.

Het bestuur heeft dit besluit gemotiveerd. Voor de motivering wordt verwezen naar het be-sluit dat aan dit vonnis is gehecht.

2.4.1

Op 2 juli 2010 is de behandeling in het kort geding voortgezet. Met instemming van partijen richt de vordering zich thans tegen het besluit d.d. 24 juni 2010. Zoals reeds overwogen on-der 4.4 in voormeld tussenvonnis (zie 2.1) kan de voorzieningenrechter ook dit besluit slechts marginaal toetsen.

2.4.2

Blijkens het verslag van de hoorzitting heeft het districtsbestuur van de KNVB Schiebroek in de gelegenheid gesteld om zijn visie omtrent de gang van zaken ten tijde van de door de KNVB georganiseerde competitiewedstrijd d.d. 27 maart 2010 in de derde klasse West II tussen het eerste elftal van WDS en het eerste zaterdag elftal van Schiebroek nader monde-ling toe te lichten. Bovendien zijn andere direct betrokkenen gehoord (zie 2.2.4). het be-sprokene is vastgelegd in een schriftelijke verslag.

Aldus heeft het districtsbestuur van de KNVB zorgvuldig het beginsel van hoor en weder-hoor toegepast.

2.4.3

Het districtsbestuur van de KNVB heeft in zijn besluit d.d. 24 juni 2010 voorts inzichtelijk gemaakt hoe het de door Schiebroek aangevoerde argumenten heeft gewogen. Het districts-bestuur heeft zijn oordeel dat sprake is geweest van “in extreme vorm schuldig zijn aan ge-weld jegens anderen” in hoofdzaak gebaseerd op heet oordeel van de scheidsrechter. Margi-naal toetsend - zie het tussenvonnis onder 4.4 in verband met 4.2 - is dat oordeel voldoende onderbouwd.

Hierbij wordt nog overwogen dat uit artikel 76, lid 3 van het Reglement Tuchtrechtspraak Amateurvoetbal (hierna: RTAV) volgt dat binnen de KNVB de verklaring van de scheids-rechter bij door hemzelf waargenomen overtredingen van de wedstrijdbepalingen als door-slaggevend bewijsmiddel kan gelden. Dat vindt zijn rechtvaardiging in de onafhankelijke positie die deze official tijdens een wedstrijd dient in te nemen.

2.4.4

Nu het districtsbestuur van de KNVB haar besluit primair grond op ‘eenmaal in extreme vorm schuldig zijn aan geweld jegens anderen’ in de zin van artikel 33 lid 1 onder c van het RWAV kan het verweer van Schiebroek, voorzover dit ziet op ‘het meerdere keren schuldig zijn aan geweld jegens anderen’ zoals subsidiair aan het besluit d.d. 24 juni 2010 ten grond-slag gelegd, onbesproken blijven.

2.4.5

De slotsom is dat de beslissing van het districtsbestuur van de KNVB naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar is.

Voorzover daarop niet reeds onder 4.3 in het tussenvonnis is beslist, zullen de vorderingen van Schiebroek dan ook voor het overige worden afgewezen.

2.5

Gelet op de wijze waarop het eerdere besluit d.d. 27 april 2010 van het districtsbestuur van de KNVB tot stand is gekomen, zullen de proceskosten tussen partijen worden gecompen-seerd zoals hierna vermeld.

3. De beslissing

De voorzieningenrechter,

wijst af het gevorderde;

compenseert de proceskosten aldus dat partijen de eigen kosten dragen.

Dit vonnis is gewezen door mr. W. van Veen, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. H.C. Fraaij, griffier.

Uitgesproken in het openbaar.

1862/160