Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2010:BN0251

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
28-04-2010
Datum publicatie
05-07-2010
Zaaknummer
312609 / HA ZA 08-1931
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

totstandkoming overeenkomst; afgebroken onderhandelingen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 312609 / HA ZA 08-1931

Vonnis van 28 april 2010

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MULTIGIFT RELATIEGESCHENKEN B.V.,

gevestigd te Noordwijk,

eiseres,

advocaat mr. E.J. Eijsberg,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

IJSWIND ZUTPHEN B.V., VOORHEEN GENAAMD MEGAGIFTS.COM B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

IJSWIND ALMELO B.V., VOORHEEN GENAAMD MEGAGIFTS B.V.

gevestigd te Rotterdam,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

IJSWIND PROMOTIEARTIKELEN B.V., VOORHEEN GENAAMD LOGIS PROMOTIEARTIKELEN B.V.

gevestigd te Rotterdam,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

OSIS PREMIUM PROMOTIONS MOLYVOS B.V., VOORHEEN GENAAMD LOGISMART B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

R.M. HEILBRON BEHEER B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

6. [x],

wonende te Rotterdam,

gedaagden,

advocaat mr. J.G.M. Roijers.

Eiseres zal hierna Multigift genoemd worden. Gedaagden zullen hierna gezamenlijk wel als IJswind Zutphen c.s. worden aangeduid.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding, met producties,

- de conclusie van antwoord, met producties,

- het tussenvonnis van de rechtbank Rotterdam van 26 november 2008, waarbij een comparitie van partijen is gelast,

- de brief met bijlagen van mr. Vroegindeweij namens Multigift d.d. 24 maart 2009, met bijlagen,

- het proces-verbaal van de op 8 april 2009 gehouden comparitie van partijen,

- de conclusie van repliek, tevens vermeerdering van eis, met producties,

- de conclusie van dupliek, met producties,

- de akte uitlaten producties zijdens Multigift.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet, althans onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen – voor zover van belang – het volgende vast.

2.1. Multigift heeft met [x] (hierna: [x]) als vertegenwoordiger van gedaagden sub 1 tot en met sub 5 onderhandeld over de aankoop van de domeinnamen megagift.nl, megagifts.nl, gifts.nl, relatiegeschenken.nl, logis.nl, osini.nl, megagifts.com en osini.com. In dat kader heeft ([a ] namens) Multigift [x] per e-mail van 10 juni 2008 onder meer bericht:

“Naar aanleiding van ons prettig gesprek van vanmiddag, bij deze nog even de formele bevestiging van mijn aanbieding.

Ik ben bereid om de besproken domeinnamen en het klantenbestand van MegaGifts over te nemen voor een bedrag à € 100.000,-. (…) uiteraard [moeten] de details van de overname wel eerst op papier gezet worden. Wat mij betreft kan dit allemaal snel geregeld worden. (…)”

2.2. [x] heeft hierop gereageerd per e-mail van 11 juni 2008:

“Het is duidelijk wat je aanbieding is en wij kunnen aan al je vragen voldoen. Ik heb aangegeven dat mijn vraagprijs was Eur 150.000. Ik ben bereid te zakken naar Eur 135.000 voor het onderstaande. Hierbij wil ik afspreken:

- Dat wij alle leveranciers betalen, met garantiestelling vanuit mijn holding, R.M. Heilbron Beheer B.V.;

- Dat het contract deze en/of voor as dinsdag/woensdag ondertekend wordt;

- Dat er bij de ondertekening van het contract 50% wordt betaald en de rest per 1 July; (…)”

2.3. Daarop heeft Multigift per e-mail van dezelfde datum gereageerd:

“Dank voor jouw reactie, echter hoop ik dat je bereid bent om vraag en aanbod met elkaar in evenwicht te brengen, zodat we uitkomen op een finaal eindbod van € 125.000. Voor dat bedrag hebben we wat mij betreft een deal en zeg ik toe om alles in het werk te stellen om aan jouw wensen tegemoet te komen. In financieel opzicht zal dit geen probleem zijn, maar ik wil na betaling van 50% wel een stukje zekerheid hebben. Ik reken hiervoor op jouw begrip. Over de invulling van dit stukje zekerheid zal ik morgenochtend contact opnemen met mijn juridisch adviseur en bankier. (…)”

2.4. Per e-mail van 12 juni 2008 aan Multigift heeft [x] geschreven:

“Zoals afgesproken stuur ik je hierbij de email waarin ik onder de besproken voorwaarden het bod van Eur 125.000,00 accepteer. Graag ontvang ik het contract waarin wij de besproken deal kunnen effectueren.”

2.5. Op 16 juni 2008 heeft Multigift [x] (per mail) een door haar opgesteld concept voor de verkoopovereenkomst gestuurd. Daarbij heeft zij onder meer geschreven:

“De eerste betaling staat klaar, maar helaas blijkt de bankgarantie wel wat langer te duren. Het is een beetje de kip en het ei verhaal. Om de bankgarantie te verkrijgen, heb ik een getekende overeenkomst nodig, maar voor de getekende overeenkomst heb ik weer een bankgarantie nodig. Kun jij eventueel leven met een bevestiging van mijn bankier dat het betalen van de tweede som geen enkel probleem is. (…) Ik hoop dan ook dat jij bereid bent om de transactie door te laten gaan zonder de bankgarantie, hoewel ik er begrip voor zou hebben als je dat niet hebt. Maar ik hoop uiteraard dat we gewoon kunnen tekenen! Wat mij betreft kan ik morgenmiddag rond 13:00 in Rotterdam komen tekenen.”

2.6. De meegestuurde conceptovereenkomst gaat uit van overdracht van de onder 2.1 genoemde domeinnamen en het klantenbestand van gedaagden sub 1 tot en met sub 4 tegen een bedrag van € 125.000,--. Partij bij de overeenkomst zijn aan de zijde van verkoper gedaagden sub 1 tot en met 5 en aan de zijde van koper Multigift. De overeenkomst gaat uit van ondertekening op 17 juni 2008, waarbij 50% van de koopprijs wordt betaald na ondertekening van de overeenkomst en voor het resterende bedrag een bankgarantie wordt gesteld.

2.7. Eveneens op 16 juni 2008 heeft Multigift [x] gemaild:

“Heb zojuist van mijn advocaat groen licht gekregen voor ondertekening van de overeenkomst. Er zijn nog wel een paar vragen opgeborreld, maar geen belemmeringen of aanpassingen mijnerzijds. Wat mij betreft is de overeenkomst dus akkoord, alleen moet ik morgenochtend nog wel de kwestie van de bankgarantie aanpakken, dit uiteraard in overleg met jou. (…) Ik neem morgenochtend telefonisch contact met je om de laatste details door te nemen, waarna ik je een nieuwe versie van de overeenkomst per email zal toezenden. Wat mij betreft zetten we dan morgenmiddag de krabbels.”

2.8. Hierop heeft [x] per e-mail van dezelfde datum geantwoord:

“Ik zie de definitieve overeenkomst graag tegemoet. Ik vertrek morgen naar Moskou (…). In principe hoeft dit geen belemmering te zijn voor de voortgang mbt het definitief maken van het contract.”

2.9. Per e-mail van 19 juni heeft Multigift [x] bericht (onder meer):

“Hierbij stuur ik je het definitieve contract en de formulieren voor de overdracht van het domein relatiegeschenken.nl. Zoals afgesproken, zullen we deze stukken maandagochtend 23 juni om 9:00 ondertekenen bij jou op de zaak (…).”

2.10. In reactie hierop heeft [x] per mail van 20 juni 2008 Multigift bericht dat hij de mail van Multigift heeft doorgestuurd aan zijn adviseur, en heeft [x] op enkele punten aanvullingen gegeven op de conceptovereenkomst. Daarbij heeft hij geschreven:

“eea is pas bindend indien eea is ondertekend”

2.11. Enkele uren later heeft de advocaat van gedaagden partijen een nieuwe conceptovereenkomst gestuurd. Deze conceptovereenkomst gaat uit van ondertekening door partijen op 23 juni 2008. Ten opzichte van het op 16 juni 2008 uitgewisselde concept zijn de voorwaarden ten aanzien van de betalingsmomenten van de koopprijs en de bankgarantie aangepast, en is onder meer toegevoegd:

- dat tot het moment dat het resterende bedrag is betaald, de eigendom van de domeinnamen en klantenbestanden bij de verkopende vennootschappen blijft rusten;

- dat levering uiterlijk 8 juli 2008 plaatsvindt.

2.12. Multigift heeft op de onder 2.11 genoemde conceptovereenkomst diezelfde dag gereageerd. Multigift schrijft [x] in dat verband onder meer:

“Zojuist spraken we elkaar al even telefonisch over de tekeningbevoegdheid en inmiddels heb ik ook de aandachtspunten van mijn juridisch adviseur doorgekregen. Op hoofdlijnen zijn we akkoord met jullie concept overeenkomst, echter een paar details zouden we graag anders zien. Voor wat betreft de betaling, stel ik voor om deze te doen zoals eerder overeengekomen. Dit is voor maandagochtend ook al in orde gemaakt met mijn bankier en desnoods neem jij, voordat we tot ondertekening van de papieren overgaan, zelf even telefonisch contact met hen op om dit te verifiëren. De betaling en bankgarantie verlopen via de Rabobank en is dus absoluut solide. (…) We hebben wel wat bezwaren tegen punt 8 in jouw concept overeenkomst [hierin is het onder 2.11 genoemde eigendomsvoorbehoud opgenomen, toevoeging rechtbank]. Dit punt is tegenstrijdig met andere punten uit de overeenkomst en voor zover wij kunnen beoordelen, heeft dit punt ook geen enkele meerwaarde voor één van ons beiden. De zaken waar wij beiden aan moeten voldoen staan immers goed omschreven en om die reden stel ik voor om dat we punt 8 in zijn geheel laten vervallen.”

2.13. Hierop heeft [x] per e-mail van 21 juni 2008 gereageerd:

“Punt 8 betreft het feit dat het eigendom volledig aan multigift overgaat op het moment dat multigift volledig aan haar verplichtingen heeft voldaan. Ik denk dat dit logisch is en wil derhalve punt 8 gewoon laten staan. Ik denk dat het handig is als wij iets later afspreken. Ik kan ook mijn juridisch adviseur niet bereiken. Denk dat het handig is als wij wellicht maandag middag kunnen afspreken.”

2.14. Op 22 juni 2008 heeft [x] Multigift bericht:

“Er is een kink in de kabel gekomen. Ik heb een nieuw mega aanbod van een andere partij ontvangen. Ik vind het vervelend dat het zo loopt, maar dat aanbod is erg aantrekkelijk en moet dan toch voor het beste bod kiezen. Ik weet dat je er veel moeite voor hebt gedaan en dat maakt het voor mij extra moeilijk dit te melden. De afspraak van morgen kan niet doorgaan. Mocht je verder willen praten dan kan dit, maar dan zal het moeten met een bod van minimaal Eur 200.000,00. Sorry het is niet anders. (…)”

2.15. Multigift heeft op de onder 2.13 bedoelde e-mail geantwoord:

“Ik stel me op het standpunt dat we een juridisch bindende overeenkomst hebben en ga ervan uit dat je die zult nakomen. (…) Vooralsnog ga ik er van uit dat we morgen – volgens afspraak – tot ondertekening van de overeenkomst zullen overgaan. (…) In jouw vorige email van gisteren wilde je dat punt 8 in de overeenkomst zou blijven staan. (…) Als dit wat jou betreft een heikel punt is, dan ben ik best bereid om dat punt te laten staan, maar dat wil ik dan nog wel even kortsluiten met mijn juridisch adviseur. In ieder geval hoeft dit niet tot onnodige vertraging te leiden.”

2.16. Krachtens een Verkoopcontract tussen gedaagden sub 1, 2 en 5 als verkoper en een vennootschap genaamd Holding Mister Badge International BV (hierna: Badge) worden aan Badge verkocht de domeinnamen megagift.nl, megagifts.nl, gifts.nl, relatiegeschenken.nl, rewards.nl en megagifts.com, alsmede het klantenbestand van de verkopende vennootschappen voor een koopprijs van € 150.000,--. De koopprijs zal in twee termijnen worden voldaan; een bedrag van € 125.000,-- vóór of op de dag van ondertekening van de overeenkomst, en een bedrag van € 25.000,-- vóór 31 december 2009. Ten aanzien van deze laatste betaling is in de overeenkomst een eigendomsvoorbehoud opgenomen. De overeenkomst is door beide partijen ondertekend op 23 juni 2008. De in de overeenkomst met Badge genoemde domeinnamen staan inmiddels op naam van Badge.

2.17. Multigift heeft op 12 augustus 2008 conservatoir beslag gelegd onder Badge, op (onder meer) de onder 2.16 genoemde vordering op Badge van € 25.000,--.

3. De vordering

3.1. De vordering luidt – na vermeerdering van eis – IJswind Zutphen c.s. bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen:

- primair: binnen zeven dagen na de datum van het in deze te wijzen vonnis hun medewerking te verlenen aan de overeenkomst, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,-- voor iedere dag of gedeelte van een dag dat IJswind Zutphen c.s. in gebreke blijven hieraan te voldoen,

- subsidiair: aan Multigift tegen kwijting te betalen een bedrag van € 250.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 juni 2008 tot de dag der algehele voldoening,

een en ander met veroordeling van IJswind Zutphen c.s. in de kosten van de procedure, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2. Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten legt Multigift – zakelijk weergegeven – aan haar vordering de volgende stellingen ten grondslag.

3.3. Tussen partijen is een overeenkomst gesloten, althans de transactie tussen partijen was al zo ver rond dat in feite een overeenkomst tot stand is gekomen, althans de besprekingen tussen partijen waren in een zodanig ver gevorderd stadium beland, dat eenzijdige terugtrekking uit de onderhandelingen door IJswind Zutphen c.s. in strijd is met de redelijkheid en billijkheid.

3.4. Multigift maakt primair aanspraak op nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst. Voor zover nakoming van de overeenkomst niet (meer) mogelijk is, vordert Multigift (subsidiair) schadevergoeding. De schade bestaat uit de gederfde winst. Multigift beperkt haar vordering in dat verband tot € 250.000,--.

3.5. [x] valt persoonlijk te verwijten dat hij met derden is gaan onderhandelen, terwijl hij wist dat een overeenkomst met Multigift tot stand is gekomen. Bovendien heeft [x] aangegeven dat zijn vennootschappen geen verhaal bieden. [x] heeft onrechtmatig gehandeld jegens Multigift en is derhalve ook in persoon aansprakelijk jegens Multigift.

4. Het verweer

4.1. Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van Multigift in de proceskosten. IJswind Zutphen c.s. hebben daartoe – zakelijk weergegeven – het volgende aangevoerd.

4.2. Tussen partijen is geen overeenkomst tot stand gekomen. IJswind Zutphen c.s. hebben aangegeven dat er pas een overeenkomst tot stand zou komen als beide partijen het eens waren over de tekst van de overeenkomst en de overeenkomst zou zijn getekend. Daarvan is geen sprake, zodat reeds om die reden geen overeenkomst tot stand is gekomen. Bovendien is aanvankelijk weliswaar overeenstemming bereikt over de verkoopprijs, maar dat is slechts één van de essentialia van de overeenkomst. Over de overige voorwaarden (moment van levering, zekerheidsstelling, wijze van overdracht, betaling koopsom en eigendomsvoorbehoud) is geen overeenstemming bereikt.

4.3. De vordering tot nakoming kan niet (volledig) worden toegewezen, nu een deel van de domeinnamen is verkocht en geleverd aan Badge. Afgezien van het in de overeenkomst met Badge opgenomen eigendomsvoorbehoud, zijn geen voorbehouden of ontbindende voorwaarden met Badge overeengekomen, zoals ook volgt uit de verkoopovereenkomst met Badge. IJswind Zutphen c.s. kunnen deze overeenkomst niet meer ontbinden of vernietigen. Multigift heeft voorts niet duidelijk gemaakt welke vordering zij instelt tegen welke gedaagde partij.

4.4. Multigift mocht er niet gerechtvaardigd op vertrouwen dat een overeenkomst tot stand zou komen, nu IJswind Zutphen c.s. hebben aangegeven pas gebonden te zijn als er een getekende overeenkomst is. Er was tussen partijen ook geen exclusiviteit afgesproken, zodat het IJswind Zutphen c.s. vrij stond met derden te onderhandelen.

4.5. Multigift heeft de door haar gestelde schade onvoldoende onderbouwd.

4.6. [x] in privé is geen partij bij de betwiste overeenkomst, zodat een vordering tot nakoming tegen hem reeds om die reden niet kan worden toegewezen. Van onrechtmatig handelen van [x] is voorts geen sprake.

5. De beoordeling

5.1. In deze procedure is een aantal vragen aan de orde, te weten:

(i) of tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen,

(ii) zo ja, of IJswind Zutphen c.s. tot nakoming daarvan kunnen worden veroordeeld,

(iii) zo het antwoord op vraag (i) negatief zou worden beantwoord: of IJswind Zutphen c.s. de onderhandelingen met Multigift mochten afbreken,

(iv) zowel in het geval ten aanzien van vraag (ii) in negatieve zin zou worden beslist als in het geval ten aanzien van vraag (iii) zou worden geoordeeld dat het IJswind Zutphen c.s. niet vrijstond de onderhandelingen met Multigift af te breken: of en in welke omvang IJswind Zutphen c.s. gehouden zijn door Multigift geleden schade te vergoeden,

(v) of [x] in privé aansprakelijk is jegens Multigift.

De rechtbank zal genoemde vragen hieronder beoordelen.

Ad (i): overeenkomst

5.2. Bij de beoordeling van de vraag of een overeenkomst tot stand is gekomen, zal de rechtbank als eerste behandelen het betoog van IJswind Zutphen c.s. dat zij jegens Multigift hebben verklaard geen gebondenheid te aanvaarden zolang zij niet een schriftelijke overeenkomst hebben getekend . De rechtbank begrijpt dit betoog aldus dat IJswind Zutphen c.s. daarmee de stelling betrekken dat zij het aanbod van Multigift tot koop van de domeinnamen voorwaardelijk hebben aanvaard, namelijk onder de voorwaarde dat een op te stellen schriftelijke overeenkomst door hen wordt ondertekend. Zo inderdaad van een voorwaardelijke aanvaarding in genoemde zin sprake zou zijn, is bij gebreke van een door IJswind Zutphen c.s. getekende overeenkomst van een juridisch bindende overeenkomst geen sprake. Volgens Multigift hebben IJswind Zutphen c.s. niet verklaard geen gebondenheid te aanvaarden zolang zij niet een schriftelijke overeenkomst hebben getekend. Op Multigift rust de stelplicht en, gelet op de gemotiveerde betwisting van IJswind Zutphen c.s., de bewijslast dat een juridisch bindende overeenkomst tot stand is gekomen en daarmee dus ook dat geen relevante voorwaarde is gesteld die niet is vervuld.

5.3. De rechtbank is evenwel van oordeel dat voorshands, behoudens tegenbewijs, aannemelijk is dat IJswind Zutphen c.s. het aanbod van Multigift tot koop van de domeinnamen niet voorwaardelijk hebben aanvaard in de onder 5.2 bedoelde zin. Gelet op het feit dat partijen per e-mail hebben gecorrespondeerd over de totstandkoming en de voorwaarden van een (eventueel) tussen hen te sluiten overeenkomst, ligt voor de hand dat IJswind Zutphen c.s., zo zij inderdaad het aanbod van Multigift slechts voorwaardelijk zouden hebben aanvaard, hiervan expliciet melding zou hebben gemaakt in deze correspondentie. Dat is niet het geval. In deze correspondentie wordt wel (door IJswind Zutphen c.s.) in heldere bewoordingen tot uitdrukking gebracht dat het aanbod van Multigift wordt geaccepteerd, maar daarbij wordt op geen enkele manier melding gemaakt van een voorbehoud in de hier bedoelde zin. In de e-mail van [x] van 11 juni 2008 worden weliswaar enkele voorwaarden genoemd, maar niet de voorwaarde dat er pas binding is als er een door IJswind Zutphen c.s. getekende schriftelijke overeenkomst is. Ook in de e-mail van [x] van 12 juni 2008 wordt melding gemaakt van voorwaarden, maar uit deze e-mail volgt evenmin dat één van die voorwaarden is dat er pas binding is als er een door IJswind Zutphen c.s. getekende overeenkomst is. Ten slotte wordt in de (namens Multigift opgestelde) conceptovereenkomst evenmin melding gemaakt van dit voorbehoud, terwijl IJswind Zutphen c.s. kennelijk ook geen aanleiding hebben gezien in reactie op dit concept (schriftelijk) op te merken dat sprake is van een door hen gemaakt voorbehoud bij de aanvaarding. Pas per e-mail van 20 juni 2008, derhalve ruim een week nadat IJswind Zutphen c.s. het aanbod van Multigift tot koop van de domeinnamen hadden geaccepteerd, merkt [x] op dat pas sprake is van binding “indien eea is ondertekend”. Daaruit kan dan ook niet worden afgeleid dat IJswind Zutphen c.s. het aanbod van Multigift tot aankoop van de domeinnamen voorwaardelijk hebben aanvaard in de hier bedoelde zin.

5.4. IJswind Zutphen c.s. zullen in de gelegenheid worden gesteld tegenbewijs te leveren tegen de voorshands aannemelijk geachte stelling dat een perfecte, bindende overeenkomst tot stand is gekomen, in die zin dat zij mogen bewijzen dat deze overeenkomst is gesloten onder de voorwaarde dat een op te stellen schriftelijke overeenkomst door hen wordt ondertekend. In dat verband merkt de rechtbank op dat uit de door IJswind Zutphen c.s. overgelegde getuigenverklaringen dit tegenbewijs niet kan worden afgeleid, reeds omdat door Multigift de geloofwaardigheid van deze getuigenverklaringen aan de orde is gesteld en deze getuigen niet onder ede zijn gehoord.

5.5. Voor zover IJswind Zutphen c.s. in dit tegenbewijs slagen, staat vast dat – bij gebreke van een door IJswind Zutphen c.s. ondertekende overeenkomst – tussen partijen geen juridisch bindende overeenkomst tot stand gekomen is. In dat geval ligt de primaire vordering van Multigift voor afwijzing gereed en komt aan de orde de stelling van Multigift dat terugtrekking uit de onderhandelingen door IJswind Zutphen c.s. in strijd is met de redelijkheid en billijkheid. De rechtbank zal deze stelling beoordelen hieronder, 5.13 en verder.

5.6. Voor zover IJswind Zutphen c.s. niet slagen in de onder 5.4 bedoelde tegenbewijslevering, komt aan de orde het verweer van IJswind Zutphen c.s. dat (ook overigens) geen sprake is van een perfecte overeenkomst, nu nog over allerlei voorwaarden gesproken moest worden, terwijl ook Multigift zelf er blijkens haar e-mail van 16 juni 2008 vanuit ging dat geen overeenkomst tot stand is gekomen. De rechtbank oordeelt in dat verband reeds thans als volgt.

5.7. Blijkens de namens IJswind Zutphen c.s. op 20 juni 2008 verstuurde conceptovereenkomst en de daarop volgende e-mailwisseling tussen partijen, hadden partijen op 22 juni 2008 overeenstemming over onder meer de koopprijs, de te leveren goederen, het moment van betaling van de koopprijs en het moment van levering. Of deze overeenstemming op onderdelen een overeenkomst doet ontstaan, ook in het geval partijen over andere onderdelen nog geen overeenstemming hebben bereikt, is afhankelijk van de bedoeling van partijen. Deze bedoeling van partijen kan worden aangenomen op grond van de betekenis van wat wel en niet is geregeld, van het al dan niet bestaan van het voornemen tot verder onderhandelen en van de verdere omstandigheden van het geval. De rechtbank is van oordeel dat naar de bedoeling van partijen de koopovereenkomst op 22 juni 2008 tot stand was gekomen. Twee dagen daarvóór is namens IJswind Zutphen c.s. aan Multigift een conceptovereenkomst verstuurd. Dit concept moet worden gezien als een definitief concept. Over de daarin genoemde voorwaarden bestond, blijkens de daarop volgende

e-mailwisseling, overeenstemming tussen partijen, met uitzondering van het in het concept opgenomen eigendomsvoorbehoud. Het punt van het eigendomsvoorbehoud kan, bezien tegen de achtergrond van de door partijen gemaakte afspraken over de koopprijs, de betaling ervan en de levering van de verkochte goederen, evenwel niet worden gezien als een essentieel punt.

5.8. De rechtbank verwerpt het betoog van IJswind Zutphen c.s. dat ook Multigift ervan uitging dat er geen overeenkomst was. IJswind Zutphen c.s. hebben daarbij het oog op de e-mail van Multigift van 16 juni 2008, waarin aan de orde is of Multigift er al dan niet in zal slagen (tijdig) een bankgarantie te stellen. Kennelijk is dit punt reeds vóór 20 juni 2008 opgelost. Het stellen van een bankgarantie is immers opgenomen in de op 20 juni 2008 toegestuurde conceptovereenkomst. Voor zover IJswind Zutphen c.s. bedoelen te betogen dat geen overeenstemming bestond over de bankgarantie, hebben zij dit betoog tegen deze achtergrond onvoldoende onderbouwd.

5.9. Voor zover zou komen vast te staan dat IJswind Zutphen c.s. het aanbod van Multigift tot koop van de domeinnamen niet voorwaardelijk zouden hebben aanvaard als bedoeld onder 5.2, moet dan ook worden aangenomen dat tussen partijen een perfecte overeenkomst is gesloten. Daarvan uitgaande is niet van belang of – zoals Multigift stelt en IJswind Zutphen c.s. betwisten – partijen exclusiviteit waren overeengekomen. Dit punt kan hooguit van belang zijn in de fase van onderhandelingen tussen partijen, maar niet op het moment dat een perfecte overeenkomst is ontstaan. Partijen zijn in dat geval jegens elkaar gehouden tot nakoming van deze overeenkomst. Daarmee komt aan de orde de vraag of IJswind Zutphen c.s. kunnen worden veroordeeld tot nakoming van deze overeenkomst, welke vraag hieronder zal worden beoordeeld.

Ad (ii) nakoming

5.10. IJswind Zutphen c.s. hebben betoogd dat nakoming onmogelijk is, omdat een deel van de op grond van de overeenkomst met Multigift verkochte domeinnamen inmiddels is verkocht en geleverd aan Badge. Multigift heeft dat op zichzelf niet betwist, maar zich op het standpunt gesteld dat zij ervan uitgaat dat [x] en Badge afspraken hebben gemaakt op grond waarvan IJswind Zutphen c.s. de overeenkomst met Multigift alsnog zouden kunnen nakomen.

5.11. Nu een deel van de op grond van de overeenkomst met Multigift verkochte domeinnamen inmiddels is verkocht en geleverd aan Badge, stuit de vordering tot nakoming hierop af. Zelfs al zouden tussen Badge en IJswind Zutphen c.s. afspraken zijn gemaakt als gesteld door Multigift, dan nog berust de beschikkingsmacht over de domeinnamen bij Badge, zodat IJswind Zutphen c.s. niet kunnen worden veroordeeld tot nakoming van hun uit de overeenkomst met Multigift voortvloeiende leveringsverplichting. Multigift heeft ter comparitie verklaard dat als het zo is dat de vordering tot nakoming van de aan Badge geleverde domeinnamen zal worden afgewezen, zij geen gedeeltelijke nakoming wenst. Hieruit moet worden afgeleid dat Multigift haar vordering tot nakoming niet handhaaft wat betreft de niet aan Badge geleverde domeinnamen. De vordering tot nakoming ligt dan ook voor afwijzing gereed.

5.12. Het voorgaande brengt mee dat, voor zover moet worden aangenomen dat tussen partijen een perfecte overeenkomst tot stand gekomen is (waarover hiervoor, onder 5.2-5.9), sprake is van een tekortkoming van IJswind Zutphen c.s. in de nakoming van de met Multigift gesloten overeenkomst. Deze tekortkoming is toerekenbaar aan IJswind Zutphen c.s., nu deze is te wijten aan hun schuld. In verband met het gegeven dat IJswind Zutphen c.s. (een deel van) de aan Multigift verkochte domeinnamen hebben verkocht en geleverd aan Badge, staat ook vast dat nakoming blijvend onmogelijk is. IJswind Zutphen c.s. zijn derhalve in dat geval gehouden de door Multigift als gevolg van deze tekortkoming geleden schade te vergoeden. De omvang van deze schade zal hieronder, onder 5.18, worden beoordeeld.

Ad (iii): afbreken onderhandelingen

5.13. Voor zover IJswind Zutphen c.s. slagen in het onder 5.4 genoemde tegenbewijs, staat vast dat er bij gebreke van een ondertekende overeenkomst geen juridisch bindende overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen, zodat er in rechte van moet worden uitgegaan dat partijen ten tijde van de e-mail van [x] van 22 juni 2008 nog in onderhandeling waren. Volgens Multigift stond het IJswind Zutphen c.s. niet vrij zich uit die onderhandelingen terug te trekken.

5.14. De maatstaf voor de beoordeling van een schadevergoedingsplicht bij afgebroken onderhandelingen is dat het partijen vrij staat de onderhandelingen af te breken, tenzij dit op grond van het gerechtvaardigd vertrouwen van de wederpartij in het tot stand komen van de overeenkomst of in verband met de overige omstandigheden van het geval onaanvaardbaar zou zijn. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de voorwaardelijke aanvaarding door IJswind Zutphen c.s. in de onder 5.2 bedoelde zin, Multigift niet het gerechtvaardigd vertrouwen mocht hebben dat een overeenkomst tot stand zou komen. De voorwaardelijke aanvaarding door IJswind Zutphen c.s. hield nu immers juist in dat zij zich niet gebonden achtten zolang er geen door hen ondertekende overeenkomst was. Daarmee hebben IJswind Zutphen c.s. ten opzichte van Multigift duidelijk gemaakt wanneer tussen hen een overeenkomst tot stand komt. Tot dat moment mocht Multigift er niet gerechtvaardigd op vertrouwen dat een overeenkomst tot stand zou komen. In beginsel is het afbreken van de onderhandelingen dan ook niet onrechtmatig.

5.15. Het voorgaande is slechts anders als, zoals Multigift stelt en IJswind Zutphen c.s. betwisten, partijen zijn overeengekomen dat op basis van exclusiviteit werd onderhandeld. In dat geval is immers het afbreken van de onderhandelingen om reden dat IJswind Zutphen c.s. van een derde (Badge) een beter bod hebben ontvangen onrechtmatig, nu IJswind Zutphen c.s. daarmee de met Multigift gemaakte exclusiviteitsafspraak hebben geschonden. Gelet op de gemotiveerde betwisting van IJswind Zutphen c.s. zal Multigift (overeenkomstig de hoofdregel van artikel 150 Rv) in voorkomend geval in de gelegenheid worden gesteld haar stelling dat partijen exclusiviteit van onderhandeling zijn overeengekomen te bewijzen. Om proceseconomische redenen zal Multigift dit bewijs kunnen leveren gelijktijdig met de onder 5.4 bedoelde tegenbewijslevering aan de zijde van IJswind Zutphen c.s.

5.16. Voor zover Multigift in dit bewijs slagen, stond het IJswind Zutphen c.s., gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, niet vrij zich terug te trekken uit de onderhandelingen met Multigift en zijn IJswind Zutphen c.s. uit dien hoofde gehouden door Multigift geleden schade te vergoeden. De omvang van deze schade zal hieronder, onder 5.18, worden beoordeeld.

5.17. Voor zover Multigift in dit bewijs niet slagen, stond het IJswind Zutphen c.s., gelet op hetgeen onder 5.14 is overwogen, vrij zich terug te trekken uit de onderhandelingen met Multigift en ligt de vordering van Multigift voor afwijzing gereed.

Ad (iv) en (v): schade en aansprakelijkheid [x] in privé

5.18. Uit het voorgaande volgt dat IJswind Zutphen c.s. jegens Multigift schadeplichtig zijn, als IJswind Zutphen c.s. niet slagen in het onder 5.4 bedoelde tegenbewijs dan wel Multigift slaagt in het onder 5.15 bedoelde bewijs. De beslissing ten aanzien van de omvang van de schade zal worden uitgesteld tot na deze bewijslevering. Voor de hand ligt, gelet op het tussen partijen gevoerde debat, dat een deskundige zal worden benoemd om de omvang van de schade vast te stellen. Ook de beslissing ten aanzien van de hoofdelijkheid zal worden uitgesteld tot na de bewijslevering. Partijen zullen in hun conclusie na enquête (nader) kunnen ingaan op de kwestie van de gevorderde hoofdelijkheid, mede naar aanleiding van hetgeen in dat verband door IJswind Zutphen c.s. bij dupliek is betoogd.

5.19. De beslissing ten aanzien van de mogelijke aansprakelijkheid van [x] in privé zal eveneens worden uitgesteld tot na de (tegen-)bewijslevering. Hetgeen bij de bewijslevering omtrent de feitelijke gang van zaken zal blijken kan van belang zijn voor het oordeel op dat punt.

6. De beslissing

De rechtbank, alvorens verder te beslissen,

6.1. laat IJswind Zutphen c.s. toe tot het leveren van tegenbewijs tegen de voorshands aannemelijk geachte stelling dat een perfecte, bindende overeenkomst tot stand is gekomen, in die zin dat IJswind Zutphen c.s. mogen bewijzen dat deze overeenkomst is gesloten onder de voorwaarde dat een op te stellen schriftelijke overeenkomst door hen wordt ondertekend,

6.2. draagt Multigift op te bewijzen dat partijen bij de onderhandelingen exclusiviteit van onderhandeling zijn overeengekomen,

6.3. bepaalt dat IJswind Zutphen c.s. en/of Multigift, indien zij getuigen willen laten horen, de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden mei 2010 tot en met juli 2010 vóór 12 mei 2010 moeten opgeven per brief aan de rechtbank - sector civiel recht, afdeling planningsadministratie, kamer E 12.43, Postbus 50954, 3007 BR Rotterdam -, waarna dag en uur van de getuigenverhoren zullen worden bepaald;

6.4. bepaalt dat de getuigenverhoren zullen plaatsvinden op de terechtzitting van

mr. F. Damsteegt-Molier in het gerechtsgebouw te Rotterdam aan

het Wilhelminaplein 100 - 125.

Dit vonnis is gewezen door F. Damsteegt-Molier en in het openbaar uitgesproken op 28 april 2010.?

2148/106