Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2010:BM8657

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
11-05-2010
Datum publicatie
22-06-2010
Zaaknummer
352319 / KG ZA 10-332
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Artikel 56 Bao: aanbestedende dienst mag inschrijving die abnormaal laag lijkt, afwijzen. Procedure van artikel 56 Bao gaat niet verder dan bieden van bescherming van aanbestedende dienst die gegronde redenen heeft te vrezen dat inschrijver in uitvoeringsfase pogingen zal ondernemen om al dan niet ingecalculeerde verlies goed te maken door te beknibbelen op de uitvoering. Aanbestedende dienst heeft in beginsel rechtmatig belang bij ecarteren van dergelijke inschrijving, doch niet nadat inschrijver in de gelegenheid is gesteld om lage prijs nader te motiveren. Omgekeerd zal aanbestedende dienst, bijvoorbeeld aan de hand van prijsvergelijking met prijzen van andere inschrijvers, moeten kunnen aantonen dat geboden prijs abnormaal laag is.

Prijs van Calder niet abnormaal laag. Stelling van Calder dat zij met name op prijs heeft willen concurreren en daarom met substantieel lagere prijzen heeft ingeschreven is voldoende aannemelijk en legitiem; het is zelfs toegestaan om onder kostprijs te offreren. Ook voldoende aannemelijk dat Calder werkzaamheden volgens het bestek volledig en juist kan uitvoeren, tegen de geoffreerde prijs. Dat aangeboden prijs 86% onder het gemiddelde ligt, kan een indicatie zijn, doch gelet op uitgebreide motivatie van Calder en ontbreken van verdere onderbouwing van de gemeente, is dit onvoldoende om tot voorshands oordeel te komen dat prijs van Calder abnormaal laag is.

Wetsverwijzingen
Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAAN 2010/67
JAAN 2011/106
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak- / rolnummer: 352319 / KG ZA 10-332

Uitspraak: 11 mei 2010

VONNIS in kort geding in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid CALDER HOLDING B.V.,

gevestigd te Zwolle,

eiseres,

advocaat mr. Th. Dankert,

- tegen -

1. de publieke rechtspersoon GEMEENTE BARENDRECHT,

zetelende te Barendrecht,

2. de publieke rechtspersoon GEMEENTE ALBRANDSWAARD,

zetelende te Poortugaal,

3. de publieke rechtspersoon GEMEENTE RIDDERKERK,

zetelende te Ridderkerk,

gedaagden,

advocaat mr. J. Bijlsma.

Partijen worden hierna aangeduid als “Calder” respectievelijk “de BAR-gemeenten”.

1. Het verloop van het geding

De voorzieningenrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d. 9 april 2010;

- pleitnotities en producties van mr. Dankert;

- pleitnotities en producties van mr. Bijlsma.

De raadslieden van partijen hebben de respectieve standpunten toegelicht ter zitting van 27 april 2010.

2. De vaststaande feiten

De voorzieningenrechter gaat uit van de volgende vaststaande feiten:

2.1

Bij aanbestedingsdocument van 10 november 2009 hebben de BAR-gemeenten de opdracht “Re-integratie instrumenten en Inburgeringvoorzieningen” aanbesteed (hierna: de opdracht).

Het gaat in de onderhavige procedure alleen om perceel 2B, producten ten behoeve van de re-integratie van jongeren in de arbeidsmarkt, in het bijzonder om het product “Stagecar-rousel”. Gunning zou plaatsvinden op basis van de economisch meest voordelige inschrij-ving.

2.2

Paragraaf 5.3.4 van het aanbestedingsdocument luidt:

“5.3.4 Stagecarrousel voor jongeren

Ook dit is een traject in het kader van de WIJ.

Toelichting: veel jongeren vallen uit, omdat het beeld dat zij van een beroep of opleiding hebben niet blijkt te kloppen. Door bij verschillende werkgevers stage te lopen (…) kan de jongere een betere, weloverwogen keuze voor een opleiding / beroep maken.

Het gaat om jongeren waarvan verwacht wordt dat zij een opleiding op mbo niveau 2, 3 of 4 kunnen volgen.

Belangrijke onderdelen van dit traject zijn:

- korte stages van enkele weken bij werkgevers in verschillende sectoren (zoals administratie, techniek, horeca, zorg/welzijn)

- onderwijs over verschillende beroepen (bijvoorbeeld via kennismakingslessen door wisselende docenten) met praktische ondersteuning

- een persoonlijke begeleider die de jongere gedurende het hele traject intensief begeleidt

- flexibele instroom van jongeren

- nazorg”

Paragraaf 5.3.7 van het aanbestedingsdocument luidt:

“5.3.7 Gunningscriteria

De gunning zal geschieden op basis van de economisch meest voordelige inschrijving. De weging zal plaatsvinden aan de hand van kwaliteitscriteria en een prijscriterium. Alle offertes worden hieraan getoetst. De punten die toegekend zijn op basis van de kwaliteitscriteria en op basis van het prijscri-terium, worden bij elkaar opgeteld. Opdrachtgever wil de opdracht gunnen aan de inschrijver(s) met het hoogst behaalde aantal punten.

Er wordt gegund aan een inschrijver volgens de criteria:

a) Prijs 30%

b) Kwaliteit 70%

Ad a

Voor perceel 2 dient 1 totaalprijs opgegeven te worden voor alle kosten per traject (…).

De inschrijver dient de prijs per traject overzichtelijk weer te geven.

Hierin dienen alle kosten opgenomen te zijn: de kosten van de intake, begeleiding, scholing, en evt. vervoer (…).

Het is niet mogelijk om naast de geoffreerde kosten van de hier gemelde producten andere kosten in rekening te brengen.

Bij de prijs wordt de puntentoekenning gekoppeld aan de laagste totaal prijs.

De laagste krijgt 10 punten en kan daarmee 10 x 30 = 300 punten mee verdienen aan dit onderdeel.

Er wordt 0 punten toegekend aan de inschrijver die een dubbele prijs of meer dan dat indient. Alle prijzen worden naar rato berekend. (…)

Ad b

De inschrijver wordt gevraagd om met betrekking tot de beoordeling van het gunningcriterium kwali-teit een beschrijving te geven van de onderstaande kwaliteitsonderdelen.

Kwaliteitsonderdelen Wegingpercentage

De volgende onderdelen dienen beschreven te worden (max. 1 A4 per onderdeel): 70%

• begeleiding tijdens het traject (hoeveel uur p.p. maand) en methodiek van begeleiding (hoe vindt begeleiding plaats) 20%

• bereikbaarheid / vervoersmogelijkheden 15%

• verzuimbegeleiding / aanpak van uitval (o.a. lik-op-stuk beleid) 20%

• aard van de producten, continuïteit van het aanbod en creativiteit 15%

Alle kwaliteitsonderdelen worden beoordeeld door een beoordelingscommissie. De leden van de be-oordelingscommissie zullen de onderdelen onafhankelijk van elkaar beoordelen en waarderen met een rapportcijfer tussen 0 en 10 punten. De uiteindelijke score wordt berekend door de cijfers van elk van de leden van de beoordelingscommissie bij elkaar op te tellen en hier het gemiddelde van te ne-men. Dit gemiddelde cijfer wordt vervolgens vermenigvuldigd met het wegingspercentage dat aan een kwaliteitsonderdeel toegekend is.”

2.3

Op 8 januari 2010 heeft Calder ingeschreven op de aanbesteding met de volgende prijzen voor de diverse producten van perceel 2B:

Inschrijving op perceel 2B: Ja

Perceel 2 B (Aanbodverstrekkende producten) (voorzieningenrechter: aanbodversterkende) Jongeren Prijs excl. BTW

Product: Korte gerichte werkstages € 325,00

Product: Loopbaanprogramma voor jongeren € 2975,00

Product: Oriëntatie op studie en beroep € 845,00

Product: Stagecarrousel voor jongen € 325,00

Totaal € 4470,00

Module creatief 1) € 5720,00 1)

2.4

Bij e-mail van 25 januari 2010 heeft mevrouw [Y] (hierna: [Y]) namens de BAR-gemeenten aan de heer [Z] van Calder (hierna: [Z]) het volgende ge-schreven:

“Naar aanleiding van uw inschrijving op perceel 2B van onze aanbesteding “Re-integratie instru-menten en Inburgeringvoorzieningen” verzoek ik u mij nader te informeren.

Paragraaf 5.3.4. Noteert o.a.:

- korte stages van enkele weken bij werkgevers in verschillende sectoren (zoals administratie, techniek, horeca, zorg/welzijn)

- onderwijs over verschillende beroepen (bijvoorbeeld via kennismakingslessen door wisselende docenten) met praktische ondersteuning

- een persoonlijke begeleider die de jongeren gedurende het hele traject intensief begeleidt

- flexibele instroom van jongeren

- nazorg

Kunt u bevestigen dat alle bovenstaande onderdelen inderdaad onderdeel zijn van uw aanbieding en dat u als prijs € 325,00 aanbiedt voor dit totale product?”

2.5

Bij e-mail van 25 januari 2010 heeft [Z] voornoemde e-mail beantwoord met:

“Hierbij bevestig ik dat Calder € 325,00 per jongere in rekening brengt voor de stagecarrousel zoals gedefinieerd in het bestek.”

2.6

Bij brief van 5 februari 2010 heeft [Y] aan mevrouw [X] (hierna: [X]) van Calder het volgende geschreven - voor zover relevant - :

“Naar aanleiding van uw inschrijving op onze aanbesteding “Re-integratie instrumenten en Inburge-ringvoorzieningen” BAR-gemeenten deel ik u hierbij namens de beoordelingscommissie de uitslag van de evaluatie mede.

De offertes zijn aan de hand van de u bekende gunningcriteria inhoudelijk beoordeeld.

Daarbij is uitgegaan van hetgeen de inschrijvers schriftelijk hebben aangereikt.

Ingevolge de uitslag deel ik u hierbij mede, dat wij voornemens zijn de opdracht “re-integratie in-strumenten en Inburgeringvoorzieningen” BAR-gemeenten voor perceel 2B aan uw organisatie te gunnen.

(…)

De belangrijkste resultaten van de beoordeling waren:

Perceel 2B Aanbodverstrekkende (voorzieningenrechter: versterkende) producten Jongeren

De belangrijkste resultaten van de beoordeling waren:

? Op het gunningcriterium prijs kwam u uit op de 1e plaats.

? Op het gunningcriterium kwaliteit behaalde u de 5e plaats.

Wat betreft de beoordeling van het kwaliteitsonderdeel valt het volgende op te merken:

Begeleiding tijdens het traject en methodiek van begeleiding

Onduidelijk bij dit onderdeel was hoe intensief de begeleiding bij kortere trajecten is.

Positief is dat er een jongerencoach wordt aangesteld om o.a. leerdoelen te formuleren.

Bereikbaarheid / vervoersmogelijkheden

De omschrijving van dit onderdeel was duidelijk. Positief is ook dat er ook een locatie in

de BAR-regio zelf is.

Verzuimbegeleiding / aanpak van uitval

Dat een aantrekkelijk programma verzuim moet voorkomen werd als positief ervaren.

Wanneer precies huisbezoeken plaatsvinden (“indien noodzakelijk”) was onduidelijk. In

welke situaties worden deze huiszoekingen gedaan?

(…)

Aard van de producten, continuïteit van het aanbod en creativiteit

Opmerkelijk bij dit onderdeel was dat het aanbod heel divers was. De beschrijving van de

stagecarrousel sluit onvoldoende aan op de vraag. De onderwijscomponent ontbreekt hier-

in. Ook was de beschrijving van module creatief wat summier en daardoor nog te vaag.

Uw eindscore resulteerde in een eerste plaats met 68,67 punten

Ingevolge de uitslag deel ik hierbij mede dat u bij de beoordeling als best scorende partij, met in to-taal 68,67 punten bent geëindigd en daarmee de economisch meest voordelige inschrijving heeft ge-daan. Wij zijn daarom voornemens om overeenkomstig het bestek (artikel 1,5) uw organisatie te con-tracteren voor perceel 2B: Aanbodverstrekkende (voorzieningenrechter: Aanbodversterkende) pro-ducten Jongeren.

Op maandag 22-02-2010 zal van 11.30 tot 12.30 de contractbespreking gehouden worden. Dit over-leg zal bepalend zijn voor een eventuele definitieve gunning van onze opdracht. U ontvangt hiervoor in week 7 een definitieve uitnodiging.”

2.7

Op maandag 22 februari 2010 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen de BAR-gemeenten en Calder.

2.8

Bij e-mail van 22 februari 2010 heeft [Y] namens de BAR-gemeenten aan [Z] het volgende geschreven:

“Naar aanleiding van ons gesprek van vanmiddag willen wij graag nog wat meer helderheid hebben betreft de invulling van de verschillende producten in perceel 2B.

Wij zouden graag per product zoal genoemd in het bestek voor perceel 2B puntsgewijs aangegeven willen hebben hoe het proces precies verloopt.

Dus vanaf het moment dat een cliënt bij jullie aangemeld wordt.

- Hoeveel uur begeleiding wordt er gemiddeld gegeven per cliënt?

- Door wie wordt er begeleidt (voorzieningenrechter: begeleid)?

- Welke type begeleiders zijn er?

- Waar wordt op begeleidt (voorzieningenrechter: begeleid)?

- Etc.

Zo willen wij bv. voor de producten stagecarrousel en loopbaanprogramma jongeren exact weten welke stappen er gezet zullen worden.

Wij zien dus graag stapsgewijs aangegeven wie wat doet in welk tijdsbestek.

Een voldoende beschrijving van het bovengenoemde is een voorwaarde voor een definitieve gunning van de opdracht. Ik ontvang daarom uiterlijk woensdag 24 februari 16.00 uur uw reactie hierop.”

2.9

Bij e-mail van 24 februari 2010 heeft de heer [A] namens Calder aan [Y] het volgende geschreven:

“Namens mijn collega, [Voornaam] [Z], stuur ik u hierbij de door u gevraagde beschrijving van de producten in perceel 2B. Wij gaan er vanuit dat de beschrijving beantwoord (voorzieningenrechter: beantwoordt) aan uw vraagstelling. Mocht u aanvullende informatie willen ontvangen, aarzelt u dan niet contact met ons op te nemen.

Wij kijken met vertrouwen uit naar de definitieve gunning van de opdracht.”

2.10

Bij brief van 4 maart 2010 heeft [Y] aan [X] het volgende geschreven - voor zover relevant - :

“In het bestek (par. 5.3.4) gaan we in op belangrijke onderdelen van het product stagecarrousel, namelijk:

- korte stages van enkele weken bij werkgevers in verschillende sectoren (zoals administratie,

- techniek, horeca, zorg/welzijn)

- onderwijs over verschillende beroepen (bijvoorbeeld via kennismakingslessen door wisselende docenten) met praktische ondersteuning

- een persoonlijke begeleider die de jongeren gedurende het hele traject intensief begeleidt

- flexibele instroom van jongeren

- nazorg

(…)

Uit de herziene beschrijving van 24 februari jl. missen wij echter nog steeds de volgende onderdelen:

- onderwijs

- nazorg

- competentietest (zoals tijdens de contractbespreking van 22-02-2010 was aangegeven)

Hoewel in de contractbespreking meerdere malen het belang van de onderwijscomponent en de na-zorg is aangegeven, is uit de hernieuwde beschrijving niet terug te halen, hoe met de ontbrekende aspecten wordt omgegaan.

De kwaliteit van het product “Stagecarrousel” blijft aldus op papier onvoldoende.

Reden voor ons om af te zien van definitieve gunning van de opdracht.”

3. Het geschil

3.1.1

De vordering luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

i. de BAR-gemeenten te bevelen de opdracht te gunnen aan Calder;

ii. de BAR-gemeenten te verbieden de opdracht te gunnen aan een van de overige

inschrijvers, althans de gunning ongedaan te maken wanneer al is gegund;

iii. iedere voorziening te treffen die de voorzieningenrechter gerechtvaardigd acht;

iv de BAR-gemeenten hoofdelijk te veroordelen in de kosten van dit geding met de

rente daarover.

3.1.2

Calder heeft aan de vordering - kort gezegd - ten grondslag gelegd dat zij met de realistische prijs van € 325,00 op het product “stagecarrousel” heeft ingeschreven, zij deze prijs ook gestand kan doen en de gemeente derhalve alsnog aan haar moet gunnen, aangezien zij eco-nomisch de meest voordelige inschrijver is.

3.2

De BAR-gemeenten hebben de vordering gemotiveerd betwist. Kort gezegd komt het ver-weer erop neer dat de prijs van € 325,00 waarmee Calder heeft ingeschreven op het product “stagecarrousel”, een abnormaal lage prijs is en zij derhalve op grond van artikel 56 Bao van definitieve gunning aan Calder af mochten zien.

4. De beoordeling

4.1

Kern van het geschil is de vraag of de prijs van € 325,- waarmee Calder heeft ingeschreven op het product “stagecarrousel“, abnormaal laag is.

4.2

Op grond van artikel 56 Bao mag de aanbestedende dienst wanneer voor een bepaalde over-heidsopdracht een inschrijving wordt gedaan die in verhouding tot de te verrichten werken, leveringen of diensten abnormaal laag lijkt, deze inschrijving afwijzen. De procedure van artikel 56 Bao beoogt niet verder te gaan dan het bieden van een bescherming van de aanbe-stedende dienst die met een zodanig lage inschrijvingssom wordt geconfronteerd, dat hij gegronde redenen heeft te vrezen dat de inschrijver in de uitvoeringsfase pogingen zal on-dernemen om zijn al dan niet ingecalculeerde verlies goed te maken door te beknibbelen op de uitvoering. De aanbestedende dienst heeft in beginsel een rechtmatig belang bij het ecar-teren van een dergelijke inschrijving, doch niet nadat hij de inschrijver in de gelegenheid heeft gesteld de - in de ogen van de aanbestedende dienst - abnormaal lage prijs nader te motiveren. Omgekeerd zal de aanbestedende dienst, bijvoorbeeld aan de hand van een ver-gelijking met de prijzen die andere inschrijvers hebben geboden, moeten kunnen aantonen dat de geboden prijs abnormaal laag moet worden geacht.

4.3

Voldoende aannemelijk is de stelling van Calder dat zij (overigens niet alleen ten aanzien van het product “stagecarrousel”, maar ook van de andere producten van perceel 2B) met name op prijs heeft willen concurreren en daarom met substantieel lagere prijzen heeft inge-schreven op de aanbesteding dan haar concurrenten, hetgeen zij wel vaker doet. Een derge-lijke keuze is legitiem. Het is zelfs toegestaan om onder de kostprijs te offreren.

Voldoende aannemelijk is ook dat Calder in staat is om de werkzaamheden volgens het be-stek volledig en juist uit te voeren, tegen de geoffreerde prijs. Calder heeft daar een plausi-bele uitleg voor gegeven, waar de BAR-gemeenten nagenoeg niets tegenover hebben ge-steld. Zo heeft Calder aangevoerd dat op dit moment 1200 medewerkers onderdeel uitmaken van Calder, waarvan in de sector van perceel 2B zeker 500 coaches, psychologen, arbeids-deskundigen en docenten, verspreid over circa 40 vestigingen in Nederland, en dat Calder marktleider is in deze sector. Voorts heeft Calder aangevoerd dat zij door een optimale inzet van personeel en centralisatie van bepaalde bedrijfsactiviteiten, de kosten kan beheersen. Calder bezit in Ridderkerk over een volledig geoutilleerde vestiging en het juiste netwerk, waardoor het gemakkelijker is voor Calder om stages te regelen, juist wanneer het gaat om meerdere korte stages na elkaar, zoals het geval is bij het product “stagecarrousel”. Voor wat betreft het onderwijs over verschillende beroepen kan Calder om niet een beroep doen op enthousiaste docenten van het Albeda College, aangezien dit gewilde activiteiten zijn voor het Albeda College gelet op het doel van de stagecarrousel, te weten dat deelnemende jongeren kunnen doorstromen naar een opleiding op MBO niveau 2, 3 of 4. Calder kan ook eigen docenten van Capabel Onderwijs inschakelen dan wel docenten van het aan haar geli-eerde IMKO. Tot slot heeft Calder aangevoerd dat zij in 2004 25.000 trajecten heeft uitge-voerd, waarvan 12.000 in opdracht van 150 gemeenten. Voor perceel 2B is de verwachting dat circa 40 jongeren een beroep zullen doen op de gemeenten, waarvan er waarschijnlijk maar 13 in aanmerking zullen komen voor de “stagecarrousel”. Het zal dan ook voor Calder geen probleem zijn om 13 jongeren volgens het bestek en voor € 325,- per jongere te bege-leiden.

Dat de componenten “nazorg” en “onderwijs” in de inschrijving, tijdens de contractbespre-king en in de nadere beschrijving ontbreken en Calder de samenstelling van haar aanbieding derhalve niet sluitend heeft onderbouwd, zoals de BAR-gemeenten nog hebben aangevoerd, is niet aannemelijk geworden. Overigens heeft [Y] in haar brief van 5 februari 2010 waarin zij haar voornemen uit om de opdracht voor perceel 2B aan Calder te gunnen, ge-schreven dat met betrekking tot het product “stagecarrousel” alleen het onderwijscomponent zou ontbreken en de beschrijving van module creatief wat summier was, maar daar is later niet meer op teruggekomen. In de inschrijving zijn de componenten “nazorg” en “onder-wijs” echter wel degelijk aan bod gekomen. In het voorwoord van haar inschrijving heeft Calder immers vermeld:

“Onze contacten met het Albeda college, Capabel Onderwijs Groep en diverse andere opleiders zor-gen voor een breed palet aan kwalificerende scholingstrajecten.”

en in het onderdeel 2B.4 “Producten, continuïteit en creativiteit” heeft Calder vermeld:

“Bemiddeling scholing

Calder Holding neemt graag een rol op zich in de bemiddeling van de jongere naar scholing. Wij hebben uitgebreide contacten voor bemiddeling naar scholingstrajecten. Door onze uitstekende werkrelatie met het Albeda college kunnen we effectief bemiddelen naar een BBL of BOL traject. Wij zijn aangesloten bij Lerend Werken In Bedrijf van het UWV waar gemeentelijke klanten bij kunnen aansluiten voor opleidingen met baangarantie zoals Zorghulp, Buschauffeur, Taxichauffeur, Assis-tent Drogist of Apothekersassistente. Onze scholingsmakelaar heeft verder keuze uit tientallen andere opleidingen van onze partners Capabel Onderwijs Groep en IMKO. Onze contacten bij exameninstel-ling NIKTA geven ons inside informatie over opleidingen en exameneisen.

Nazorg

Wanneer een jongere uitstroomt naar werk of scholing, verzorgt de trajectcoach een nazorgperiode. In een Plan van Aanpak Nazorg staan de te halen doelen beschreven en wat er van de coach, de jon-gere en de werkgever of opleider verwacht wordt. In de eerste weken houdt de trajectcoach goed de vinger aan de pols: is de jongere aanwezig? Heeft hij zijn boeken ontvangen? Zijn er probleemsitua-ties ontstaan? Wanneer de jongere zijn plek heeft gevonden, houdt de coach in ieder geval maande-lijks contact en is daarnaast altijd voor de jongere bereikbaar.”

In “Bijlage 2b-b. Schematische weergave traject” heeft Calder nog eens schematisch weer-gegeven welke trajectonderdelen zij kan bieden. Scholing en nazorg zijn daar expliciet ver-meld.

Heel uitgebreid kon Calder een en ander niet weergegeven, aangezien zij volgens het bestek maar één A4-tje tot haar beschikking had, maar desgevraagd heeft Calder per e-mail van 25 januari 2010 bevestigd dat zij bestekconform, derhalve inclusief de gevraagde scholing en nazorg, kon aanbieden tegen de prijs van € 325,-. Ook tijdens de contractbespreking heeft Calder dit bevestigd. Of Calder tijdens deze bespreking heeft aangegeven dat zij een fout heeft gemaakt ten aanzien van deze prijs, wat volgens de BAR-gemeenten wel het geval is, maar door Calder wordt betwist, kan in het midden blijven.

4.4

De BAR-gemeenten hebben de prijs van € 325,- waarmee Calder heeft ingeschreven op het product “stagecarrousel” slechts vergeleken met de gemiddelde aangeboden prijs voor dit product van de andere inschrijvers en zijn zo tot de conclusie gekomen dat de prijs bijzonder laag was omdat deze 86% onder het gemiddelde lag.

Hoewel dit op zich een indicatie zou kunnen zijn is het in casu, gelet op de - anders dan de BAR-gemeenten hebben aangevoerd - uitgebreide motivatie van Calder waarom zij met de-ze prijs heeft ingeschreven en het ontbreken van verdere onderbouwing van de gemeente, bijvoorbeeld door eigen berekeningen over te leggen of vergelijkingen met producten elders in het land, onvoldoende om tot het voorshands oordeel te komen dat de prijs van € 325,- abnormaal laag is. Overigens ligt de prijs van Calder mogelijk 86% onder het gemiddelde, maar ter zitting is zijdens de BAR-gemeenten verklaard dat de inschrijver die op nummer 2 is geëindigd heeft ingeschreven voor de prijs van € 1.000,-. De prijs van Calder ligt daar “maar” 67,5% onder.

4.5

Gelet op het voorgaande is de twijfel bij de BAR-gemeenten dat Calder de werkzaamheden niet volledig en juist uit kan voeren voor de prijs van € 325,- naar voorshands oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende op feiten gebaseerd, temeer nu Calder heeft aange-voerd dat haar reputatie haar veel waard is en zij absoluut zal instaan voor de juiste nako-ming van de opdracht. Overigens hoort daar voorshands niet het product “competentietest” bij, aangezien dit product geen deel uitmaakt van het bestek.

4.6

Nu niet geoordeeld kan worden dat de door Calder geoffreerde prijs van € 325,- prijs ab-normaal laag is, zijn de BAR-gemeenten ten onrechte niet tot definitieve gunning van de opdracht aan Calder overgegaan. Dit brengt mee dat de vordering zal worden toegewezen, nu toewijzing van de vordering de BAR-gemeenten, voor het geval dat zij in het geheel niet meer zou willen gunnen, niet dwingt tot het sluiten van een contract met Calder.

4.7

De vraag of de BAR-gemeenten procedureel juist hebben gehandeld in het kader van het bepaalde in artikel 56 Bao behoeft gezien het voorgaande geen bespreking meer.

4.8

De BAR-gemeenten zullen als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter,

beveelt de BAR-gemeenten om de opdracht ter zake perceel 2B, bij gunning, te gunnen aan Calder;

verbiedt de opdracht te gunnen aan één van de overige inschrijvers op perceel 2B, althans, voor zover reeds definitief gegund is en/of gecontracteerd is, die gunning en/of contracte-ring ongedaan te maken;

veroordeelt de BAR-gemeenten hoofdelijk, des dat de een betalende de ander zal zijn be-vrijd, in de kosten van dit kort geding, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Calder be-paald op € 263,- aan verschotten en op € 816,- aan salaris voor de advocaat, met dien ver-stande dat, indien de BAR-gemeenten niet binnen veertien dagen na dit vonnis hebben vol-daan aan deze veroordeling, zij daarover tevens de wettelijke rente verschuldigd zijn;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.F.L. Geerdes, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. V. Bouchla, griffier.

Uitgesproken in het openbaar.

615/676