Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2010:BM8635

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
11-05-2010
Datum publicatie
22-06-2010
Zaaknummer
10/731013-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Geen kale ISD voor verdachte die (vrijwel uitsluitend) winkeldiefstallen pleegt.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 310
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector strafrecht

Parketnummer: [ ]

Parketnummer vordering TUL: [ ]

Datum uitspraak: 11 mei 2010

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte]

geboren op [ ]1963 te [ ] (Somalië),

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de

[penitentiaire inrichting],

inmiddels niet langer verblijvend in preventieve hechtenis,

raadsman mr. W. Römelingh, advocaat te Den Haag.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING

Het onderzoek op de terechtzitting heeft plaatsgevonden op 27 april 2010.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

Het ten laste gelegde komt er op neer dat de verdachte twee winkeldiefstallen (onder 1 en 2 tenlastegelegd) en een bedreiging (onder 3 tenlastegelegd) heeft gepleegd.

EIS OFFICIER VAN JUSTITIE

De officier van justitie mr. Boender heeft gerekwireerd tot:

- vrijspraak van het onder 3 ten laste gelegde;

- bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde;

- oplegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD)

zonder aftrek van voorarrest en met tussentijdse toets over 6 of 12 maanden.

VORDERING TENUITVOERLEGGING VOORWAARDELIJKE VEROORDELING

De officier van justitie heeft met betrekking tot de vordering tot tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf van één maand, die aan de verdachte voorwaardelijk is opgelegd bij vonnis van de politierechter in deze rechtbank van 2 november 2009 gerekwireerd tot afwijzing van die vordering, zulks in verband met de vordering tot oplegging aan de verdachte van de ISD-maatregel.

MOTIVERING VRIJSPRAAK

Het onder 2 ten laste gelegde is, anders dan door de officier van justitie is gevorderd, niet wettig en overtuigend bewezen, zodat de verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.

Op grond van de stukken en het verdere onderzoek op de terechtzitting kan, mede gezien de stellig ontkenning door de verdachte, niet worden bewezen dat de verdachte betrokken is geweest bij de diefstal van de fles wijn, terwijl ten aanzien van het blik bier niet buiten iedere redelijke twijfel kan worden vast gesteld dat sprake is geweest van diefstal.

Het onder 3 ten laste gelegde feit is evenmin wettig en overtuigend bewezen, zodat de verdachte ook daarvan dient te worden vrijgesproken. De officier van justitie heeft dit ook gevorderd, terwijl het eveneens is bepleit door de raadsman.

Tegenover de ontkenning van dit feit door de verdachte is uitsluitend de aangifte voorhanden.

BEWIJSMOTIVERING EN BEWEZENVERKLARING

Aangezien de verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit, zoals hierna bewezen verklaard, heeft bekend, wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, te weten:

1.

de bekennende verklaring van de verdachte op de terechtzitting;

2.

het aangifteformulier winkeldiefstal van 16 januari 2010.

Gelet op de inhoud van deze bewijsmiddelen is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij op 16 januari 2010 te Rotterdam met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in een winkelpand gelegen op/aan de [adres] heeft weggenomen een fles wijn,

geheel toebehorende aan Bas van der Heijden Supermarkten BV.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

STRAFBAARHEID FEIT

Het bewezen feit levert op:

diefstal.

Het feit is strafbaar.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

De verdachte is strafbaar.

MOTIVERING STRAF OF MAATREGEL

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft in een supermarkt een fles wijn met een waarde van € 1,45 gestolen.

Winkeldiefstallen leiden tot overlast. Bovendien ontstaat daardoor financiële schade bij winkeliers of hun verzekeraars.

De verdachte is een zeer actieve veelpleger. Blijkens het op zijn naam gesteld uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d.[ ] is hij reeds vele malen eerder veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. In een aantal recente veroordelingen is aan de verdachte een gevangenisstraf opgelegd. Dit heeft hem er niet van weerhouden om het onderhavige feit te plegen.

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan de verdachte de ISD-maatregel wordt opgelegd. Daartoe heeft zij gewezen op de vele eerdere veroordelingen van de verdachte, de bij hem aanwezige verslavings- en persoonlijkheidsproblematiek, het hoge recidive-risico, het feit dat de verdachte de Nederlandse taal niet machtig is en zijn problematiek niet erkent waardoor ambulant toezicht niet tot de reële mogelijkheden behoort. De ISD-maatregel zal in de optiek van de officier van justitie vooralsnog een zogenaamde kale ISD dienen te betreffen en er uitsluitend toe dienen om de maatschappij geruime tijd tegen de verdachte te beschermen.

Hoewel wordt voldaan aan de formele vereisten voor het opleggen van de ISD-maatregel aan de verdachte, wordt deze maatregel door de rechtbank op dit moment niet wenselijk en noodzakelijk geacht.

Blijkens het rapport van de Reclassering Nederland d.d.12 februari 2010 zal de ISD-maatregel weinig mogelijkheden bieden voor de verdachte. De persoonlijkheidsproblematiek van de verdachte in combinatie met het aanwezige taalprobleem belemmert, aldus de reclassering, dat er interventies kunnen worden uitgevoerd, die zijn gericht op verandering van de persoonlijke leefsituatie van de verdachte. Daar komt bij dat de verdachte heeft aangegeven onder geen voorwaarde mee te zullen werken aan de ISD-maatregel.

Een op te leggen ISD-maatregel zal - zoals ook door de officier van justitie is aangegeven - er derhalve op neerkomen dat de verdachte de komende twee jaar enkel wordt opgesloten, zonder dat een bijdrage wordt geleverd aan een oplossing van zijn problematiek en derhalve zonder dat er een reëel uitzicht is op resocialisatie en voorkoming van recidive.

Het voorgaande in aanmerking nemende en gelet op de relatief geringe ernst van het onderhavige feit en de omstandigheid dat de eerdere vermogensdelicten die de verdachte pleegde ook vrijwel steeds winkeldiefstallen betroffen, wordt het niet rechtvaardig geacht om de ISD-maatregel aan de verdachte op te leggen. De daartoe strekkende vordering van de officier van justitie zal daarom worden afgewezen.

De verdachte zal worden bestraft met een gevangenisstraf die vanwege het strafblad van de verdachte, hoger is dan gewoonlijk wordt opgelegd voor winkeldiefstallen.

VORDERING TENUITVOERLEGGING

Bij verstek gewezen vonnis d.d. 2 november 2009 van de politierechter in deze rechtbank is de verdachte terzake van poging tot feitelijke aanranding van de eerbaarheid veroordeeld voor zover thans van belang tot een gevangenisstraf voor de duur van één maand voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. De proeftijd is op grond van artikel 14b, derde lid van het Wetboek van Strafrecht ingegaan op 17 november 2009. Het hierboven bewezen verklaarde feit is na het ingaan van de proeftijd en voor het einde van de proeftijd gepleegd.

Door het plegen van het bewezen feit heeft de verdachte de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde, dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd.

Daarom zal de tenuitvoerlegging worden gelast van de bij dat vonnis aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf.

TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

Gelet is op de artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de tijd van 4 (vier) weken;

gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis d.d. 2 november 2009 van de politierechter van deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde voor¬waardelijke gevangenisstraf voor de tijd van 1 (een) maand.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. Asscheman-Versluis, voorzitter,

en mrs. Koekebakker en Huisman, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. Broesterhuizen, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 11 mei 2010.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bij vonnis van 11 mei 2010:

TEKST TENLASTELEGGING

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 16 januari 2010 te Rotterdam met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (winkel)pand (gelegen op/aan de [adres]) heeft weggenomen een fles wijn, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan Bas van der Heijden Supermarkten BV, in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

2.

hij op of omstreeks 24 november 2009 te Rotterdam

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (winkel)pand (gelegen

op/aan de [adres ]) heeft weggenomen eem fles wijn en/of een blik pils,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Lidl, in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

3.

hij op of omstreeks 10 november 2009 te Dordrecht [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd :"Ik maak je dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;