Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2010:BM5174

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
08-04-2010
Datum publicatie
20-05-2010
Zaaknummer
349967 /KG ZA 10-212
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Uitleg overeenkomst aan de hand van tekstuele inhoud overeenkomst en bedoeling van partijen. Rechten en plichten uit overeenkomst blijven voortbestaan totdat overeenkomst rechtsgeldig is beëindigd. Dit betekent dat schade als gevolg van niet-nakoming over

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 349967 /KG ZA 10-212

Uitspraak: 8 april 2010

VONNIS in kort geding in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KONTROLE –EN EXPEDITIEBEDRIJF “GOLFSLAG” B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres,

advocaat mr. A.F. Ammerlaan,

- tegen -

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LEHNKERING LOGISTICS B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. R.J.R.M. de Bok.

Partijen worden hierna aangeduid als “Golfslag” respectievelijk “Lehnkering”.

1 Het verloop van het geding

De voorzieningenrechter heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d. 5 maart 2010 met producties 1-10;

- fax d.d. 9 maart 2010 met aanvullende stukken van mr. A.F. Ammerlaan;

- fax van 10 maart 2010 met aanvullende stukken van mr. van der Wijngaart voor mr. Ammerlaan;

- pleitnotities van mr. van der Wijngaart;

- fax d.d. 11 maart 2010 met productie 1 van mr. de Bok;

- pleitnotities van mr. de Bok.

De raadslieden van partijen hebben de respectieve standpunten toegelicht ter zitting van 11 maart 2010.

Na de zitting is de zaak aangehouden voor het treffen van een minnelijke regeling. Bij fax d.d. 23 maart 2010 heeft mr. van der Wijngaart de voorzieningenrechter namens beide partijen bericht dat partijen geen minnelijke regeling hebben getroffen en is vonnis gevraagd.

2 Vaststaande feiten

2.1

Golfslag houdt kantoor in een door Lehnkering gehuurde opslagruimte aan de Zweth 24 te Barendrecht (hierna: “de loods”). Golfslag verrichtte aldaar -laatstelijk uitsluitend voor Lehnkering- operationele werkzaamheden en diensten, waarvoor zij aan Lehnkering personeel ter beschikking stelde. De bedrijfsmiddelen van Golfslag be-vinden zich in de loods.

2.2

Partijen hebben op 1 oktober 1997 een schriftelijke overeenkomst (hierna: “de overeenkomst”) gesloten. De preambule van de overeenkomst luidt, voor zover hier van belang:

“Deze overeenkomst is een formalisering van de mondelinge afspraken gemaakt tussen Lehnkering en Golfslag sinds aan-vang van en gedurende de huur van de opslagruimte te Barendrecht vanaf 1 maart 1992 c.q. de opslagruimte te Rotter-dam.”

2.3

Artikel 1 van de overeenkomst (“Duur van de overeenkomst voor de locatie Barendrecht”) luidt:

“1.1 De overeenkomst tussen Lehnkering en Golfslag wordt steeds aangegaan voor de periode van drie kalenderjaren. De overeenkomst wordt -behoudens opzegging conform punt 1.2- telkenmale stilzwijgend met één jaar verlengd.

1.2 Op de overeenkomst is een opzegtermijn van zes maanden van kracht. De opzegging dient schriftelijk te geschieden.”

Artikel 3 van de overeenkomst (“Tussentijdse opzegging”) luidt, voor zover van belang:

“3.3 Mochten Golfslag en Lehnkering bij hun jaarlijkse tariefonderhandelingen niet tot overeenstemming komen is een verkorte opzegtermijn van twee maanden van kracht.”

Artikel 10 van de overeenkomst (“Tariefafspraken”) luidt:

“Golfslag en Lehkering komen jaarlijks in de maand november de tarieven voor het komende kalenderjaar overeen, die Golfslag aan Lehnkering voor de diverse onderdelen van de door haar uitgevoerde werkzaamheden in rekening zal bren-gen. Mochten beide partijen niet tot overeenstemming komen, zal de onder punt 3.3 verkorte opzegtermijn hierop van kracht zijn.”

2.4

Een brief d.d. 22 december 2009 van Lehnkering aan Golfslag luidt, voor zover van belang:

“Geachte heer [K]

Middels dit schrijven delen wij u mede dat Lehnkering Logistics BV per 1 januari 2010 haar inkoopcondities met Golfslag zal veranderen.

Opdat de in opdracht van Lehnkering Logistics BV verrichte werkzaamheden door Golfslag BV ook in 2010 gecontinueerd kunnen worden, zien wij graag per omgaande uw bevestiging tegemoet dat de inkoopcondities tussen Lehnkering Logistics BV en Golfslag BV (tarieven tussen Golfslag en Lehnkering) met 50% gereduceerd zullen worden.

Graag zien wij een getekende kopie van deze brief voor eind van december 2009 tegemoet.

(…)”

2.5

Een brief d.d. 30 december 2009 van Golfslag aan Lehnkering luidt, voor zover relevant:

“(…) Verandering van inkoopcondities is voor ons een nieuwe fenomeen.

Wij respecteren contract met Lehnkering met name art. 10:

“Golfslag en Lehnkering komen jaarlijks in de maand november de tarieven voor het komende kalenderjaar overeen”.

Aangezien termijn verlopen is houden wij ons aan de huidige tarieven.(…)”

2.6

Een brief van 6 januari 2010 van Lehnkering aan Golfslag luidt, voor zover van belang:

“(…) Uw weigering een aanpassing te maken in de inkoopcondities tussen Lehnkering Logistics BV en Golfslag BV, dwingt Lehnkering Logistics ertoe zich te beroepen op artikel 3.3. van onze overeenkomst.

(…)

Met inachtneming van deze opzegtermijn, zou de overeenkomst tussen Lehnkering en Golfslag op 28 februari 2010 eindi-gen.

(…)”

2.7

Op 23 februari 2010 heeft Lehnkering de overeenkomst tussen Lehnkering en Golfslag mondeling met onmid-dellijke ingang beëindigd. Voorts is op die dag Golfslag de toegang tot de loods ontzegd en zijn de sloten van de loods (waaronder ook de sloten van het kantoor van Golfslag) vervangen.

2.8

Een brief d.d. 24 februari 2010 van Lehnkering aan Golfslag luidt, voor zover van belang:

“(…) Met verwijzing naar ons schrijven van 6 januari jl, bevestigen wij u middels deze brief de eenzijdige beëindiging van het contract per 23 februari 2010 door Lehnkering Logistics BV. Het betreft hier het bestaande contract tot dienstverlening tussen Golfslag BV en Lehnkering Logistics BV. Sleutel overgave heeft direct en terstond op 23 februari om 15.00 uur plaatsgevonden. (…)”

2.9

Een brief d.d. 9 maart 2010 van mr. de Bok aan (onder meer) Golfslag luidt, voor zover van belang:

“(…) Primair stelt cliënte zich op het standpunt dat de overeenkomst rechtsgeldig is beëindigd en dat uw cliënte niet meer tot het werk wordt toegelaten omdat de overeenkomst is gestaakt. Voor het geval een rechter de opzegging per 24 februari 2010 niet rechtsgeldig zou oordelen, zeg ik hierbij namens Lehnkering Logistics B.V. de overeenkomst op met inachtne-ming van een opzegtermijn van tenminste zes maanden en, beschouwend lid 2 van artikel 1.1. van het contract waarin is opgenomen dat de overeenkomst telkens voor één jaar wordt verlengd, tegen 1 oktober 2010. (…)”

3 Het geschil

3.1

Golfslag heeft gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Lehnkering te veroordelen:

a. om binnen 24 uur na betekening van het vonnis Golfslag voor de duur van de overeenkomst d.d. 1 oktober 1997 toegang te verlenen tot de kantoorruimte en de loods te (2991 LH) Barendrecht aan de Zweth 24 en Golf-slag conform deze overeenkomst en opdracht te geven tot het verrichten van de overeengekomen werkzaamhe-den tegen de overeengekomen vergoeding en voorts de overige uit de overeenkomst d.d. 1 oktober 1997 voort-vloeiende verplichtingen na te komen op straffe van een dwangsom van € 5.000,= -althans een door de voorzie-ningenrechter te bepalen bedrag- per dag voor iedere dag of deel daarvan dat Lehnkering in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen;

b. om binnen 5 dagen na betekening van het vonnis tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Golfslag te betalen als voorschot van door Golfslag geleden schade een bedrag van

€ 10.000,= althans een door de voorzieningenrechter te bepalen bedrag;

c. Lehnkering te veroordelen tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Golfslag te betalen een bedrag van € 1.632,= (zegge: eenduizend zeshonderdtweeëndertig euro), althans een door de voorzieningenrechter te bepalen bedrag ter zake buitengerechtelijke kosten;

d. Lehnkering te veroordelen in de kosten van de procedure, een bedrag aan salaris voor de advocaat van Golf-slag daaronder begrepen.

3.2

Golfslag heeft -naast voornoemde feiten- het navolgende aan haar vordering ten grondslag gelegd.

3.2.1

Sinds 1 maart 1992 was op basis van een mondelinge overeenkomst sprake van een duurzame relatie tussen Golfslag en Lehnkering. Deze mondelinge overeenkomst was aangegaan voor de duur van vijf jaar, gelijk aan de looptijd van de huurovereenkomst van Lehnkering en haar verhuurder. De overeenkomst werd steeds stil-zwijgend verlengd met een periode van vijf jaar.

3.2.2

De schriftelijke overeenkomst d.d. 1 oktober 1997 is aangegaan voor de duur van drie kalenderjaren en is tel-kens met drie kalenderjaren verlengd. De overeenkomst is laatstelijk verlengd op 1 oktober 2009 en loopt door tot ten minste 1 oktober 2012.

3.2.3

Er hebben nooit prijsonderhandelingen met Lehnkering plaatsgevonden. Lehnkering heeft de tariefverhogingen van Golfslag immer aanvaard.

3.2.4

Lehnkering is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst als gevolg waarvan Golfslag schade lijdt.

3.3

Lehnkering heeft de vorderingen van Golfslag gemotiveerd weersproken. Hierop zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het geschil nader worden ingegaan.

4 De beoordeling

4.1

Golfslag legt artikel 1.1 van de overeenkomst zo uit dat deze overeenkomst voor drie kalenderjaren is aange-gaan en daarna telkens met drie kalenderjaren is verlengd. Deze uitleg brengt volgens Golfslag met zich dat de overeenkomst laatstelijk op 1 oktober 2009 is verlengd tot 1 oktober 2012. Lehnkering heeft de door Golfslag beoogde uitleg van de overeenkomst gemotiveerd weersproken.

4.2

De vraag wat partijen zijn overeengekomen, moet worden beantwoord aan de hand van zowel de taalkundige uitleg van de overeenkomst, als aan de hand van de gerechtvaardigde bedoelingen en verwachtingen van partij-en bij het aangaan van de overeenkomst.

In artikel 1.1 van de overeenkomst staat vermeld dat de overeenkomst steeds wordt aangegaan voor de periode van drie kalenderjaren, terwijl in het artikel ook staat vermeld dat de overeenkomst, behoudens opzegging, tel-kenmale stilzwijgend met één jaar wordt verlengd. Artikel 1.1 lijkt vooralsnog dan ook innerlijk tegenstrijdig te zijn. Dit betekent dat de tekst van het artikel op zichzelf geen eenduidig antwoord verschaft op de vraag wat partijen met de mogelijkheid tot verlenging van de overeenkomst hebben beoogd. De overeenkomst in zijn ge-heel bezien, biedt echter wel aanknopingspunten voor de uitleg dat de overeenkomst telkens voor één jaar zou worden verlengd, nu in de overeenkomst onder meer staat opgenomen dat ieder jaar tariefonderhandelingen voor het komend kalenderjaar zouden plaatsvinden, hetgeen naar voorlopig oordeel er de schijn van heeft dat partijen kennelijk hebben beoogd ieder jaar de voortzetting van de overeenkomst nader te bepalen. De uitleg die Golfslag aan de overeenkomst geeft, kan voorshands dan ook niet worden afgeleid uit de tekstuele inhoud van artikel 1.1 van de overeenkomst.

4.3

Golfslag heeft gesteld dat eerder tussen partijen een mondelinge overeenkomst is gesloten voor de duur van tel-kens vijf kalenderjaren en dat deze termijn, nadat de mondelinge overeenkomst op initiatief van Lehnkering is vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst, is teruggebracht naar de duur van drie kalenderjaren. Lehnkering heeft deze stelling weersproken. Golfslag heeft geen stukken overgelegd aan de hand waarvan voorshands vol-doende aannemelijk is gemaakt dat artikel 1.1 van de overeenkomst redelijkerwijs zo mocht worden opgevat dat de overeenkomst telkens met drie kalenderjaren zou worden verlengd. Voor een uitleg van de overeenkomst aan de hand van de partijbedoeling is nader feitenonderzoek noodzakelijk. Daarvoor leent dit kort geding zich niet. Binnen dit kort geding wordt er derhalve van uitgegaan dat tussen partijen een verlengingstermijn van één jaar is overeengekomen. Dit betekent dat de overeenkomst op 1 oktober 2009 is verlengd tot 1 oktober 2010.

4.4

Lehnkering heeft, onder verwijzing naar artikel 3.3 van de overeenkomst, de overeenkomst per 23 februari 2010 beëindigd. Dienaangaande wordt het volgende overwogen.

Artikel 10 van de overeenkomst bepaalt dat partijen jaarlijks in de maand november de tarieven voor het ko-mende kalenderjaar overeenkomen. Artikel 3.3 bepaalt vervolgens dat, indien partijen tijdens hun jaarlijkse ta-riefonderhandelingen niet tot overeenstemming komen, een verkorte opzegtermijn van twee maanden van kracht is.

Voldoende gebleken is dat in november 2009 geen tariefonderhandelingen hebben plaatsgevonden, zodat -bij een strikte uitleg van artikel 3.3- niet aan de voorwaarde voor toepassing van de verkorte opzegtermijn van twee maanden is voldaan. Voorts geldt dat Lehnkering eerst bij brief van 22 december 2009 aan Golfslag heeft be-richt dat zij van Golfslag bevestigd wilde zien dat de inkoopcondities met 50% gereduceerd zouden worden. Golfslag heeft deze door Lehnkering voorgestelde reductie bij brief van 30 december 2009 verworpen. Voor zover deze briefwisseling al kan worden opgevat als tariefonderhandelingen in de zin van de overeenkomst, geldt naar voorlopig oordeel dat het late tijdstip waarop deze

tariefonderhandelingen hebben plaatsgevonden -immers vrijwel aan het eind van het jaar 2009, terwijl de door Lehnkering voorgestelde tarieven al vanaf 1 januari 2010 zouden moeten gelden- zodanig laat hebben plaatsge-vonden dat onder die omstandigheden een beroep op de verkorte opzegtermijn van artikel 3.3 onaanvaardbaar is. Bovendien heeft Lehnkering bij haar opzegging d.d. 6 januari 2010 geen opzegtermijn van twee maanden in acht genomen. Naar voorlopig oordeel is de overeenkomst dan ook niet rechtsgeldig beëindigd per 23 februari 2010.

4.5

Bij brief van 9 maart 2010 heeft Lehnkering, voor het geval de eerdere opzegging van de overeenkomst niet rechtsgeldig zou zijn, de overeenkomst nogmaals opgezegd, ditmaal tegen 1 oktober 2010. Ingevolge artikel 1.2 van de overeenkomst is op de overeenkomst een algemene opzegtermijn van zes maanden van kracht. Deze op-zegtermijn is bij de opzegging per brief van 9 maart 2010 in acht genomen. Het staat Lehnkering op grond van de overeenkomst in beginsel vrij de overeenkomst te allen tijde op te zeggen, mits aan de opzegtermijn van zes maanden is voldaan. Niet gebleken is dat opzegging van de overeenkomst in de gegeven omstandigheden on-mogelijk zou zijn. Voorshands wordt dan ook aangenomen dat de overeenkomst per 1 oktober 2010 zal zijn be-eindigd.

4.6

Het voorgaande betekent dat Lehnkering in beginsel tot aan 1 oktober 2010 haar verplichtingen uit overeen-komst dient na te komen. Evenwel is voldoende aannemelijk geworden dat een verdere vruchtbare samenwer-king tussen Golfslag en Lehnkering thans niet meer tot de mogelijkheden behoort, nu Lehnkering heeft aange-geven niet langer gebruik te willen maken van de diensten van Golfslag en zij daartoe ook niet tegen haar wil kan worden verplicht. De overeenkomst biedt daarvoor in ieder geval geen aanknopingspunten. Het onder a. gevorderde zal, voor zover de vordering ziet op het geven van opdracht tot het verrichten van werkzaamheden door Lehnkering, dan ook worden afgewezen.

4.7

Niettegenstaande het onder 4.6 overwogene geldt dat de overeenkomst ook zonder verdere samenwerking tussen Golfslag en Lehnkering in ieder geval tot 1 oktober 2010 blijft voortduren. Dit betekent dat de rechten en plich-ten uit deze overeenkomst onverminderd blijven voortbestaan totdat deze overeenkomst zal zijn beëindigd. Dit betekent ten eerste dat Lehnkering Golfslag toegang dient te verlenen tot de kantoorruimte en loods te Barend-recht voor de duur van de overeenkomst. Lehnkering heeft ook niets gesteld waaruit moet worden afgeleid dat zulks niet meer mogelijk zou zijn. Daarnaast is Lehnkering gehouden de schade die Golfslag lijdt als gevolg van de niet-nakoming van de overeenkomst aan Golfslag te vergoeden.

4.8

Het onder b. gevorderde strekt tot betaling van een geldsom. Een geldvordering kan in kort geding worden toe-gewezen indien:

- het bestaan van die vordering voldoende aannemelijk is;

- sprake is van feiten of omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellij-ke voorziening wordt getroffen;

- bij afweging van de belangen van partijen het restitutierisico onder ogen is gezien.

4.9

Voldoende gebleken is dat Golfslag spoedeisend belang heeft bij haar vordering, nu de vergoeding die zij uit hoofde van de overeenkomst met Lehnkering ontvangt, van aanzienlijk belang is voor het nakomen van haar loonbetalingsverplichtingen jegens haar personeel en het voortbestaan van het bedrijf.

4.10

Gelet op hetgeen hiervoor onder 4.7 is overwogen, is Lehnkering gehouden de schade die Golfslag als gevolg van het tekortschieten door Lehnkering heeft geleden, lijdt en zal lijden, te vergoeden. Voorshands is op basis van de stukken zeer aannemelijk dat de omvang van de in een bodemprocedure toe te wijzen schadevergoeding het onder b. gevorderde (voorschot-)bedrag van € 10.000,- ruimschoots zal overschrijden. In ogenschouw ne-mende de grote mate van aannemelijkheid van deze vordering is er bovendien een aanvaardbaar restitutierisico. Het gevorderde bedrag van € 10.000,- zal derhalve bij wijze van voorschot worden toegewezen.

4.11

Niet gebleken is dat Golfslag kosten heeft moeten maken voor buitengerechtelijke

(incasso-)werkzaamheden die meer inhouden dan het versturen van een enkele sommatie, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen en/of het op de gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. Nu voor de gemaakte kosten artikel 241 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering reeds een vergoeding pleegt in te sluiten, zullen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.

4.12

De gevorderde dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd.

4.13

Lehnkering wordt als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van de procedure.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter,

veroordeelt Lehnkering om binnen 48 uur na betekening van het vonnis Golfslag voor de duur van de overeen-komst d.d. 1 oktober 1997 toegang te verlenen tot de kantoorruimte en de loods aan de Zweth 24 te (2991 LH) Barendrecht, op straffe van een dwangsom van

€ 500,- per dag voor iedere dag of deel daarvan dat Lehnkering in gebreke blijft aan deze veroordeling te vol-doen, met een maximum van € 15.000,-;

veroordeelt Lehnkering om binnen vijf werkdagen na betekening van het vonnis tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Golfslag te voldoen een bedrag van € 10.000,00 (zegge: tienduizend euro);

veroordeelt Lehnkering in de kosten van dit kort geding, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Golfslag be-paald op € 350,93 aan verschotten en op € 816,00 aan salaris voor de advocaat;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. L. Van Gulick, griffier.

Uitgesproken in het openbaar.

2021/2009