Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2010:BM2022

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
24-03-2010
Datum publicatie
22-04-2010
Zaaknummer
307063 / HA ZA 08-1209
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Opstalverzekering. 1) Subrogatie 2) Verplichting opdrachtgever voor CAR-verzekering te zorgen kan onder omstandigheden aan vordering tot schadevergoeding in de weg staan. 3) Uitleg begrip "onzorgvuldig handelen" als bedoeld in artikel 2 Bedrijfsregeling Brand Regres 2000.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 307063 / HA ZA 08-1209

Uitspraak: 24 maart 2010

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

de rechtspersoon naar de plaats van haar vestiging ZURICH INSURANCE PLC,

tot 2 januari 2002 genaamd ZURICH INSURANCE IRELAND LIMITED,

gevestigd te Dublin, Ierland,

eiseres,

advocaat mr. W.J. Hengeveld,

- tegen -

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid UNICA INSTALLATIE¬TECHNIEK B.V.,

gevestigd te Zwolle,

gedaagde,

advocaat mr. W.A.M. Rupert.

Partijen worden hierna aangeduid als “Zurich” respectievelijk “Unica”.

1 Het verloop van het geding

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d. 19 maart 2008 en de door Zurich overgelegde producties;

- conclusie van antwoord, met producties;

- conclusie van repliek, met producties;

- conclusie van dupliek, met productie.

2 De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voorzover van belang - het volgende vast:

2.1 Op 30 november 1998 heeft Queens Towers v.o.f. (hierna: “Queens Towers”) aan Unica schriftelijk de opdracht verstrekt voor het ontwerpen, uitwerken, installeren en bedrijfs¬vaardig opleveren van de werktuigbouwkundige -, elektrotechnische - en gawalo (gas, water en loodgieterswerkzaamheden) installatie ten behoeve van het uit drie kantoor¬gebouwen bestaande gebouwencomplex Queens Towers te Amsterdam. In de schriftelijke opdracht is ten aanzien van de CAR-verzekering vermeld:

“CAR-verzekering:

Het gehele werk is door de hoofdaannemer middels een zogenaamde CAR-verzekering verzekerd, alleen het eigen risico groot NLG 5.000,00 per gebeurtenis komt voor uw rekening.”

2.2 De aan deze schriftelijke opdracht voorafgaande “opdrachtbevestiging” d.d. 18 november 1998 van Unica vermeldt ten aanzien van de CAR-verzekering:

“CAR-verzekering:

Wij gaan ervan uit dat de CAR-verzekering, die wordt afgesloten door de hoofdaannemer, doorloopt tot “beëindiging garantieverplichting.”

2.3 Ter uitvoering van de opdracht heeft Unica in de loop van 1999 tussen twee van de torens, de Beatrix- en Julianatoren, diverse poly-ethyleen waterleidingen aangebracht. Hoofdaannemer Bouw- en Betontechniek Nederland B.V. (hierna: “BBTN”) heeft zorg¬gedragen voor het uitgraven van de sleuven. Unica heeft vervolgens in deze sleuven mantel¬buizen aangebracht, met daarin de leidingen. Door derden is een zandpakket boven de leidingen aangebracht en bestrating. Gedurende een periode van ongeveer anderhalf jaar na het leggen van de leidingen hebben bouwwerkzaamheden plaatsgevonden en is met zwaar materieel (zoals een bouwkraan) gereden over de grond waarin de leidingen waren gelegd.

2.4 De poly-ethyleen hoofdwaterleiding tussen de Beatrix¬toren en de Julianatoren ligt ongeveer 1 meter 20 onder de grond. Deze leiding loopt onder de aan de besturingsruimte van de Julianatoren grenzende parkeergarage door. Unica heeft deze leiding binnen de besturingsruimte door middel van een speciale koppeling verbonden aan een koperen leiding. Deze koperen leiding leidt langs de diverse technische installaties, die de watertoevoer en -regulering regelen.

2.5 De technische installaties zijn op 21 december 2000 opgeleverd. Van deze oplevering is op 9 maart 2001 een proces-verbaal van oplevering opgemaakt dat is ondertekend door Queens Towers en Unica en waarin is vermeld dat “(…) het werk wordt goedgekeurd en vanaf heden als opgeleverd wordt erkend en aanvaard, behoudens de onderdelen genoemd in de bijgevoegde restpuntenlijst van DWA Installatie- en Energieadvies (…)”

2.6 De vennootschap onder firma Queens Towers is met ingang van 1 januari 2001 ontbonden. Tot die datum waren Botower Vastgoed B.V. (hierna: “Botower”) en Maarstower Vastgoed B.V. (hierna: “Maarstower”) de vennoten van Queens Towers.

2.7 Op 28 september 2001 is schade ontstaan in de Julianatoren. De besturingsruimte is door een overstroming volledig onder water komen te staan.

2.8 Door Zurich is als opstalverzekeraar [opstalverzekeraar] als expert benoemd. Van de zijde van Unica is EMN Expertise als expert ingeschakeld.

2.9 EMN Expetise heeft op 22 oktober 2001 als volgt gerapporteerd:

“ (…)

Bevindingen expert

Mogelijk is de koppeling losgeschoten door meerdere factoren. Achter de koppeling bevindt zich direct een bocht. Door de waterdruk staat er een grote kracht op deze bocht. De druk zal afhankelijk van het afnemen van het drinkwater variëren. Tevens loopt de binnenkomende waterleiding op circa één meter diepte onder de parkeergarage door.

Mogelijk is er eveneens sprake van invloed van trillingen door het verkeer. Deze aspecten kunnen van invloed zijn op de koppeling, en de wijze waarop de koppeling is bevestigd. Wij dienen nog nader onderzoek te doen naar de oorzaak van het losschieten van de koppeling van de pvc-leiding. (…)”

2.10 Op 12 december 2001 heeft EMN Expertise een vervolgrapportage uitgebracht, waarin is vermeld:

“(…)

Schadeoorzaak

(…)

Op foto 1 ziet u aan de bovenzijde van de foto de betonnen rand van het parkeerdek dat zich erboven bevindt. Ter plaatse van deze muur is er waarschijnlijk vanaf het begin reeds sprake geweest van lekkage van hemelwater. Op foto II t/m IV is zichtbaar dat het zandpakket en de bestrating ter plaatse van deze lekkage is ingezakt. Op foto V is zichtbaar waar het water vandaan komt. Dit betreft hemelwater dat via het bovengelegen parkeerdek naar het ondergelegen parkeerdek stroomt.

(…)

De lengte van de twee PE-leidingen tussen de Beatrix-toren en de Juliana-toren bedraagt circa 50 meter. De doorvoer door de muur bedraagt 30 centimeter. De PE-leiding is oorspronkelijk circa 15 centimeter in de technische ruimte ingevoerd, deze lengte was noodzakelijk om nog werkzaamheden te kunnen verrichten aan deze leiding. Op de oorspronkelijke PE-leiding is een koppeling geplaatst. Aan de andere zijde van de koppeling bevindt zich een koperen leiding.

Deze PE-leiding is met behulp van een conus, die in de PE-leiding is geplaatst, en met een klemmende schroef die over de PE-leiding was aangebracht, op de koperen koppeling geschroefd. Door de schroef werd de PE-leiding op de conus vastgeklemd. De schroef zorgt verder voor de schroefverbinding met het andere deel van de koppeling, waar de koperen leiding aan is bevestigd. De PE-leiding steekt circa zes centimeter in de koppeling.

Verzekerde heeft na de melding van de wateroverlast in de technische ruimte geconstateerd dat de linker PE-leiding, die afkomstig was van de watermeter van de Beatrixtoren, uit de koppeling was getrokken. De PE-leiding bevond zich in de muur. Het water kon op dat moment vrij uitstromen. Op grond van het bovenstaande kan niet anders worden geconcludeerd dan dat de PE-leiding minimaal 15 centimeter moet zijn teruggetrokken. Hierbij is de leiding uit de koppeling geschoten. Dit kan niet anders zijn veroorzaakt dan door de verzakking van het parkeerdek en het berijden van dit parkeerdek door auto’s. Ook de lekkage die zich recht boven de muur doorvoeren voor doet, heeft invloed op het inklinken van de grond en de auto’s die hierbij vlakbij parkeren.

(…)”

2.11 [X] heeft in haar rapport d.d. 27 september 2002 als volgt gerapporteerd:

“(…)

OORZAAK VAN DE SCHADE

De besturingsruimte is gesitueerd in de Julianatoren. Vanuit de naastgelegen Beatrixtoren komt de hoofdwaterleiding, een thyleenslang met een doorsnede van 60 mm, de besturingsruimte in de Juliana¬toren binnen. Op de waterleiding staat een druk van 4 bar. In de besturingsruimte wordt de waterleiding door middel van een koppeling aangesloten op een koperen leiding met een doorsnede van 43 mm.

Nadat de besturingsruimte was leeggepompt werd vastgesteld dat de thyleenslang uit de koppeling was losgeschoten waardoor het water met volle kracht de besturingsruimte is ingestroomd.

Waardoor de thyleenslang uit de koppeling is losgeraakt kon niet worden vastgesteld. Nadat de funderingen waren gebouwd is de thyleenslang in de grond aangebracht. Tijdens de bouw heeft boven de thyleenslang een bouwkraan gereden.

Nadat de bouw was gerealiseerd is in de parkeergarage een zandpakket aangebracht en voorzien van bestrating. In de parkeergarage is zichtbaar dat de bestrating plaatselijk is verzakt door inklinking van het zandpakket. Mogelijk is door het inklinken van het zand en de lichte verzakkingen de thyleenslang onder spanning komen te staan waardoor deze uit de koppeling is losgeraakt. De exacte oorzaak van de schade kon niet worden vastgesteld.

OMVANG VAN DE SCHADE

In de besturingsruimte staan drie kasten waarin de besturingssystemen van het bronwater alsmede de warmte- en luchtbehandelinginstallaties zijn ondergebracht.

Doordat het water in de kasten heeft gestaan werden de besturingssystemen onherstelbaar beschadigd. Tevens werd de computer met meetgegevens, behorend bij de besturingssystemen, onherstelbaar beschadigd. De isolatie van de in de besturingsruimte aanwezige leidingen werd dermate ernstig aangetast dat vervanging noodzakelijk was.

Tijdens onze expertise aan het schadeadres waren de reparaties nagenoeg uitgevoerd.

VASTSTELLING VAN DE SCHADE

In overleg met de deskundige namens verzekerde hebben wij de schade op basis van herstelkosten als volgt vastgesteld:

- waarde voor het voorval EUR 25.739.561,00

- waarde na het voorval EUR 25.645.958.00

-

verschil, exclusief BTW

EUR

93.603,00

(…)”

2.12 Na de melding van de wateroverlast heeft Unica in de technische ruimte aanvankelijk een tijdelijke oplossing toegepast. Nadien heeft zij voor een definitieve oplossing gekozen door de koppeling buiten de besturingsruimte te plaatsen.

3 De vordering

De vordering luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Unica te veroordelen:

1. tot betaling aan Zurich van de door Zurich aan Queens Towers uitgekeerde schade ad € 92.469,- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 september 2005 tot aan de dag van betaling;

2. tot betaling aan Zurich van de door Zurich gemaakte buitengerechtelijke kosten ad € 7.042,50 vermeerderd met de wettelijke rente tot de dag der betaling;

3. tot betaling aan Zurich van de kosten van dit geding.

Tegen de achtergrond van (een deel van) de vaststaande feiten heeft Zurich aan de vordering kort weergegeven de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

3.1 Unica heeft ter uitvoering van haar overeenkomst met Queens Towers de gehele water¬voorziening in de Julianatoren en de daarmee samenhangende installaties geïnstalleerd, waaronder de installatie van de hoofdwaterleiding in de besturingsruimte, althans zij is direct betrokken geweest bij de werkzaamheden aan of rond de watertoevoer en regulering Unica is toerekenbaar tekortgeschoten jegens Queens Towers.

3.2 Op 10 mei 2001 is krachtens fusie het gehele vermogen van Maarstowers, waaronder haar aandeel in Queens Towers onder algemene titel overgegaan op Botower.

3.3 Botower was op het moment van de schadeveroorzakende gebeurtenis verzekeringnemer onder de met Zurich gesloten opstalverzekering. Het schadebedrag ad € 92.496,00 is op 25 maart 2004 door assurantietussenpersoon Meeùs aan Botower betaald. Zurich is gesubrogeerd in de rechten van Botower.

3.4 Zurich heeft recht op vergoeding van de expertisekosten ad € 7.042,50 en op de wettelijke rente vanaf 1 september 2005.

4 Het verweer

Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van Zurich in de kosten van het geding.

Unica heeft daartoe kort weergegeven het volgende aangevoerd:

4.1 Zurich heeft niet aangetoond dat zij is gesubrogeerd in de rechten van Botower of van wie dan ook. Zij heeft niet aangetoond dat er sprake is van (i) een verzekering, (ii) tussen een bestaande verzekerde en een verzekeraar en (iii) dat zij met betrekking tot de schade een uitkering aan die verzekerde heeft gedaan. Unica betwist om die redenen dat aan de vereisten voor subrogatie is voldaan.

4.2 Unica is niet tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de met Queens Towers gesloten overeenkomst. De schade is niet het gevolg van onzorgvuldig handelen van Unica in de zin van artikel 2 Bedrijfs¬regeling Brand Regres 2000 (BBr). De schade kan niet aan Unica worden toegerekend. Unica heeft haar werkzaamheden uitgevoerd zoals van een redelijk handelend beroeps¬genoot mag worden verwacht. Unica treft geen schuld.

4.3 Unica en Queens Towers zijn overeengekomen dat het risio van schade zou worden verzekerd door middel van een CAR-verzekering. Het is heel gebruikelijk om onder een CAR-verzekering ook de onderhoudstermijn mee te verzekeren. Unica zou worden gevrij¬waard voor een aansprakelijkstelling als de onderhavige. Unica mocht erop vertrouwen dat de schade zou worden aangemeld onder de CAR-verzekering. Indien zulks was geschied, zou een regresactie jegens Unica niet mogelijk zijn geweest. Ervan uitgaande dat Zurich is gesubrogeerd in de rechten van haar verzekerde, kan zij evenmin regres nemen, aangezien zij niet meer rechten heeft dan Queens Towers. Het is in strijd met de overeenkomst tussen Queens Towers en Unica inhoudende dat een CAR-verzekering zou worden afgesloten, dat Zurich Unica aansprakelijk stelt, althans de eisen van redelijkheid en billijkheid brengen mee dat Unica niet aansprakelijk gesteld kan worden, althans dit is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.

4.4 De hoogte van de gevorderde schade wordt betwist.

4.5 De gevorderde expertisekosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

5 De beoordeling

Subrogatie

5.1 Zurich grondt haar vordering op subrogatie. Zij stelt dat zij is gesubrogeerd in de rechten van haar verzekerde onder de opstalverzekering en dat zij uit dien hoofde de rechten van haar verzekerde jegens Unica uitoefent. Unica betwist dat is voldaan aan de voor subrogatie geldende vereisten.

5.2 Niet is gesteld of gebleken dat in de opstalverzekering een rechtskeuze is gedaan. Naar Nederlands internationaal privaatrecht moet de vraag in hoeverre Zurich bij wege van subrogatie treedt in de rechten van haar verzekerde jegens Unica, worden beantwoord aan de hand van het recht dat van toepassing is op de verplichtingen die voor Zurich voort¬vloeien uit de opstal¬verzekering. Ervan uitgaande dat de verzekerde van Zurich haar hoofdbestuur in Nederland heeft en in aanmerking genomen dat de verzekerde goederen eveneens in Nederland zijn gelegen, wordt die overeenkomst beheerst door Nederlands recht en dient dus ook de vraag of Zurich in de rechten van haar verzekerde is gesubrogeerd naar Nederlands recht te worden beantwoord.

5.3 Indien de verzekerde ter zake van door hem geleden schade anders dan uit verzekering vorderingen tot schadevergoeding op derden heeft, gaan die vorderingen overeenkomstig het bepaalde in artikel 7:962 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) bij wijze van subrogatie over op de verzekeraar voor zover deze, al dan niet verplicht, die schade vergoedt.

5.4 Bij dagvaarding heeft Zurich gesteld dat zij als opstalverzekeraar de schade als gevolg van de wateroverlast aan Queens Towers heeft vergoed. Bij conclusie van repliek, na verweer van Unica op dit punt, heeft Zurich gesteld dat Botower (na fusie) ten tijde van het schadeveroorzakende gebeurtenis eigenaar van het kantorencomplex Queens Towers en verzekeringnemer onder de opstalverzekering was, dat Botower de betreffende schade heeft geleden en dat Meeùs het schadebedrag ad € 92.496,00 aan Botower heeft betaald.

5.5 Gelet op de betwisting door Unica zal Zurich (bij voorkeur door middel van schriftelijke bescheiden) dienen te bewijzen dat Botower ten tijde van de schadeveroorzakende gebeurtenis verzekerde onder de met Zurich gesloten opstalverzekering was en dat het schadebedrag ad € 92.496,00 (via Meeùs) aan Botower is betaald.

CAR-verzekering

5.6 Unicia meent dat de CAR-verzekering van de hoofdaannemer van het project aan de vordering van Zurich in de weg staat. Zurich heeft betwist dat Queen Towers en Unica zijn overeengekomen dat Unica onder die CAR-verzekering zou worden mee¬verzekerd, dat deze CAR-verzekering dekking voor de schade had geboden en dat de CAR-verzekering aan het onderhavige regres in de weg staat.

5.7 De rechtbank overweegt dat uit de opdrachtbevestiging d.d. 18 november 1998 (weer¬gegeven in 2.2 van dit vonnis) samen met de door Queens Towers en Unica ondertekende opdracht d.d. 30 november 1998 (weergegeven in 2.1 van dit vonnis) blijkt dat zij zijn overeengekomen dat Unica zou worden (mee)verzekerd onder de CAR-verzekering van de hoofdaannemer van het project. Queen Towers heeft dit zelfs met zoveel woorden gegarandeerd: “Het gehele werk is door de hoofdaannemer middels een zogenaamde CAR-verzekering verzekerd, alleen het eigen risico groot NLG 5.000,00 per gebeurtenis komt voor uw rekening.” Dat de hoofdaannemer, BBNT, negen maanden vóór de contractsluiting (brief van 19 februari 1998, overgelegd bij conclusie van repliek als productie 10) aan Baneke Gräffner heeft gevraagd een oordeel over de CAR-polis van Unica te geven, doet aan deze overeenkomst niet af.

5.8 Hieruit volgt dat Queen Towers erop diende toe te zien dat Unica onder de CAR-verzekering van BBNT werd meeverzekerd. Dit rechtvaardigt vooralsnog het oordeel dat Queen Towers jegens Unica is tekortgeschoten in haar verplichting uit de tussen hen geldende overeenkomst, indien in de door BBNT afgesloten CAR-verzekering Unica niet als medeverzekerde onder de polis is gebracht. Het ligt in dat geval vooralsnog niet voor de hand dat de schade die in het geval Unica was meeverzekerd onder de CAR-verzekering geclaimd had kunnen worden voor rekening van Unica dient te komen.

5.9 Of Unica onder de CAR-verzekering werkelijk is meeverzekerd staat niet vast. Evenmin staat vast of ook de onderhoudstermijn is verzekerd. Partijen zijn het er wel over eens dat gebruikelijk is dat de onderhoudstermijn wordt ¬verzekerd onder de CAR-verzekering. Daarom ligt voor de hand het oordeel dat Unica erop mocht vertrouwen dat in het onder¬havige geval de onderhoudstermijn zou zijn verzekerd. Dit geldt te meer daar zij in haar brief van 18 november 1998 had aangegeven dat zij ervan uitging dat de CAR-verzekering zelfs zou doorlopen tot “einde garantieperiode”.

5.10 Uit de stellingen van partijen leidt de rechtbank af dat de schade niet onder de CAR-verzekering is geclaimd. De vraag die in dit verband beantwoord dient te worden is wie van de verzekerden de schade onder de CAR-polis had moeten vorderen. Het ligt niet zonder meer voor de hand dat Queen Towers (of haar rechtsopvolger) verplicht was de schade te claimen onder de polis. Dit hangt immers af van de onderlinge verhouding tussen de verzekerden en de polisvoorwaarden in kwestie. Niet ondenkbaar is dat Unica de schade had moeten vorderen, nu de schade zich heeft voorgedaan tijdens de onderhoudstermijn en Unica voor die schade door Bowtower bij brief van 3 oktober 2001 (productie 8 bij conclusie van repliek) aansprakelijk is gesteld. Vooralsnog is echter onduidelijk gebleven de reden dat Unica noch Bowtower de schade bij de CAR-verzekeraar heeft gemeld. Partijen dienen de rechtbank hieromtrent in te lichten.

5.11 De rechtbank zal een comparitie van partijen gelasten bij welke gelegenheid partijen aan de rechtbank hun (nadere) standpunten kunnen kenbaar maken en de inlichtingen kunnen verstrekken als hiervoor bedoeld in 5.8 tot en met 5.10. Ten behoeve van een goede voorbereiding van de comparitie van partijen en ter vermijding van nodeloos werk acht de rechtbank het wenselijk dat partijen dit een en ander op schrift stellen en voorafgaand aan de comparitie van partijen aan de rechtbank en aan de wederpartij toezenden. Indien gewenst kunnen partijen voorafgaand aan de zitting nog schriftelijk reageren op elkaars standpunten, informatie en stukken.

5.12 De betreffende CAR-polis en -voorwaarden zijn niet in het geding gebracht. Ter vaststelling dat Unica (niet) is meeverzekerd onder de polis en dat de onderhoudstermijn (niet) is verzekerd als ook overigens voor een goed afgewogen oordeel acht de rechtbank kennisname van die verzekering(svoorwaarden) nodig. Nu partijen beiden een beroep doen op (het al dan niet ontbreken van een voor de onderhavige schade dekking biedende) CAR-verzekering, zal aan hen beiden de gelegenheid worden geboden die polis en voorwaarden alsnog in het geding te brengen.

Aansprakelijkheid Unica

5.13 In het geval in een later stadium van de procedure komt vast te staan dat aan de vereisten voor subrogatie is voldaan en dat de CAR-verzekering niet aan de vordering van Zurich in de weg staat, is aan de orde de vraag of Unica aansprakelijk is te houden voor de schade die het gevolg is van de overstroming in de besturingsruimte van de Julianatoren. In de verhouding tussen Zurich als verhaalnemende verzekeraar en Unica is daarbij relevant dat ingevolge artikel 2.2 van het BBr - niet in geschil is dat die regeling hier van toepassing is - het recht van verhaal jegens niet-particulieren alleen zal worden uitgeoefend indien de aansprakelijkheid verband houdt met onzorgvuldig handelen of nalaten.

5.14 Partijen verschillen van mening over de uitleg die aan het in artikel 2.2 Bbr opgenomen begrip “onzorgvuldig handelen” moet worden toegekend. De rechtbank stelt voorop dat bij de uitleg van een regeling als de BBr vooral moet worden gelet op de bewoordingen ervan, gelezen in het licht van de gehele tekst en op de bijbehorende, voor derden toegankelijke toelichting, waarbij het gaat om de betekenis en eventuele bedoeling van de opstellers die daaruit naar objectieve maatstaven volgt. In de toelichting op de regeling staat onder meer dat de BBr uitgaat van het principe “dat regres gepleegd moet kunnen worden op een ieder die verantwoordelijk is voor onzorgvuldig handelende personen, dat bepalend is of onzorg¬vuldig handelen of nalaten een relevante factor is geweest bij het ontstaan van de brand en dat de aard van de aansprakelijkheid zelf (risico- of schuldaansprakelijkheid) niet bepalend is.” In de toelichting staat verder dat met onzorgvuldigheid wordt bedoeld “de juridische schuld van artikel 6:162 BW (verwijtbaar handelen of nalaten en/of toerekening van een oorzaak).” Aan de orde is derhalve de vraag of Unica jegens de verzekerde van Zurich onzorgvuldig heeft gehandeld (of nagelaten) en, zo ja, of dit gedrag aan haar kan worden toegerekend, hetzij omdat haar daarvan een verwijt kan worden gemaakt, hetzij omdat sprake is van een oorzaak die op grond van verkeersopvattingen voor haar rekening komt. In die zin moet de toepasselijke bepaling van de BBr en de daarop gegeven toelichting, waarin immers expliciet naar artikel 6:162 BW wordt verwezen, worden begrepen.

5.15 Het door Unica overgelegde expertiserapport van EMN Expertise van 12 december 2001 vermeldt als oorzaak van de schade dat de in de besturingsruimte van de Julianatoren bevindende PE leiding minimaal 15 centimeter moet zijn terug¬getrokken, waarbij de leiding uit de koppeling is geschoten en dat dit niet anders kan zijn veroorzaakt dan door de verzakking van het parkeerdek en het berijden van dit parkeerdek door auto’s. Volgens dit rapport heeft ook de lekkage die zich recht boven de muurdoorvoeren voor doet, invloed op het inklinken van de grond en de auto’s die hierbij vlakbij parkeren. Hoewel zij meent dat de exacte oorzaak niet kon worden vastgesteld, houdt ook [X] er in haar rapport van 28 september 2002 rekening mee dat door het inklinken van het zandpakket en de plaatselijke (lichte) verzakking van de bestrating de thyleenslang onder spanning is komen te staan waardoor deze uit de koppeling is losgeraakt. Nu in de stellingen van partijen noch in de gedingstukken aanwijzingen zijn te vinden dat de koppeling door een andere oorzaak is losgeraakt, gaat de rechtbank bij haar oordeel uit van de juistheid van de aanname van EMN Expertise op dit punt.

5.16 Vast staat dat Unica de thyleenslang op de gebruikelijke wijze heeft aangelegd. Uitgaande van de in 5.14 weergegeven maatstaf brengt het voorgaande mee dat voor de toewijsbaarheid van de vordering benodigd is dat Unica bij de aanleg van de leidingen redelijkerwijs rekening had moeten houden met een mogelijkheid op lekkage van hemel¬water die inklinking van de grond tot gevolg zou kunnen hebben als ook met de mogelijk¬heid dat de bestrating zodanig zou verzakken als gevolg van het inklinken van de grond dat de druk op de thyleenslang zo groot zou kunnen worden dat bij de aanleg van de leidingen op de gebruikelijke wijze de koppeling zou kunnen losschieten en dat dus een zorgvuldig handelend instalateur ter voorkoming daarvan maatregelen zou hebben getroffen. De recht¬bank behoeft ter beantwoording van deze vragen de mening van één of meer van partijen onafhankelijke deskundigen. Over deze vragen hebben de experts van partijen in de in het geding gebrachte rapporten geen mening gegeven. De rechtbank zal partijen in de gelegen¬heid stellen zich bij de comparitie van partijen uit te laten omtrent het aantal en de persoon/ personen van de te benoemen deskundige(n), de aan deze te stellen vraag/vragen en de maximale (redelijke) hoogte van het op te leggen voorschot. Partijen wordt verzocht bij brief een (bij voorkeur eenparig geformuleerd) voorstel dienaangaande twee weken voor de comparitie van partijen aan de rechter te doen. De kosten van de deskundige(n) komen voorlopig ten laste van de partij op wie terzake de bewijslast rust, in dit geval Zurich.

Slotsom

5.17 Ter comparitie van partijen worden in ieder geval de volgende onderwerpen met partijen besproken:

- bewijsvoering ten aanzien van de gestelde subrogatie door Zurich (overweging 5.5);

- de CAR-verzekering (overweging 5.11);

- het door de rechtbank in een later stadium van de procedure eventueel te gelasten deskundigenonderzoek en de voorstellen van partijen dienaangaande (overweging 5.16).

Daarnaast zal de mogelijkheid van een door partijen te treffen regeling in der minne worden bezien.

5.18 Partijen dienen de hiervoor genoemde nog te verstrekken informatie, nog (nader) te onderbouwen standpunten en nog te overleggen stukken uiterlijk 14 dagen voor de comparitiedatum aan de rechtbank en de wederpartij te doen toekomen. Indien een partij vervolgens nog schriftelijk wenst te reageren op door de wederpartij alsdan toegezonden stukken of naar aanleiding daarvan aanvullende stukken wenst toe te zenden, dient die partij die reactie en/of die stukken uiterlijk 7 dagen voor de comparitiedatum aan de rechtbank en de wederpartij te doen toekomen.

5.19 Indien een partij verhinderd is op de hierna vermelde datum, dient deze dat binnen twee weken na uitspraak van dit vonnis bij brief te melden aan de griffie van de rechtbank - sector civiel recht, afdeling planningsadministratie, kamer E 12.43, Postbus 50954, 3007 BR Rotterdam - en daarbij opgave te doen van de verhinderdata van beide partijen voor de komende drie maanden.

5.20 De rechtbank houdt iedere beslissing aan.

6 De beslissing

De rechtbank,

alvorens verder te beslissen,

beveelt partijen, deugdelijk vertegenwoordigd door iemand die van de zaak op de hoogte is, vergezeld door hun raadslieden te verschijnen in het gebouw van deze rechtbank voor de rechter mr. S.C.C. Hes-Bakkeren, op maandag 7 juni 2010 van 11.00 uur tot 13.00 uur teneinde inlichtingen te geven en tot het beproeven van een schikking als bedoeld in 5.17 van dit vonnis;

beveelt dat partijen de hiervoor in 5.5, 5.11, 5.12 en 5.16 bedoelde bescheiden uiterlijk twee weken vóór de zitting aan de rechtbank - sector civiel recht, afdeling plannings¬administratie, kamer E12.43, Postbus 50954, 3007 BR Rotterdam - en aan de weder¬partij zullen toezenden;

bepaalt dat bescheiden die op de zaak betrekking (kunnen) hebben en die nog niet in de procedure zijn overgelegd door de partij die deze ter gelegenheid van de comparitie ter sprake wil brengen uiterlijk twee weken vóór de zitting aan de rechter (sector civiel recht, afdeling planningsadministratie, kamer E 12.43, Postbus 50954, 3007 BR Rotterdam) en aan de wederpartij dienen te worden toegezonden.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.C.C. Hes-Bakkeren.

Uitgesproken in het openbaar.

336/1729