Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2010:BM1573

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
07-04-2010
Datum publicatie
19-04-2010
Zaaknummer
314190 / HA ZA 08-2140
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot schadevergoeding verband houdend met in opdracht van de gemeente uitgevoerde werkzaamheden aan pand in het kader van een aanschrijvingsbesluit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer/rolnummer: 314190 / HA ZA 08-2140

Vonnis van 7 april 2010

in de zaak van

[eiser],

wonende te Rotterdam,

eiser,

advocaat mr. S. Sedlick,

tegen

1. de publiekrechtelijke rechtspersoon

DE GEMEENTE ROTTERDAM,

zetelende te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. R.W. van Harmelen,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HEIJMANS BOUW ROTTERDAM B.V.,

gevestigd te Capelle aan den IJssel,

gedaagde,

advocaat mr. E.J. Eijsberg.

Partijen zullen hierna worden aangeduid als “[eiser]” en “de Gemeente” en “Heijmans”.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende processtukken, waarvan de rechtbank kennis heeft genomen:

- exploot van dagvaarding, met producties;

- conclusie van antwoord van de Gemeente, met producties;

- conclusie van antwoord van Heijmans, met producties;

- conclusies van repliek;

- conclusie van dupliek van de Gemeente;

- conclusie van dupliek van Heijmans.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet, althans onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - het volgende vast.

2.1 [eiser] is de eigenaar van het pand aan de [adres] te Rotterdam (hierna: het pand).

2.2 Op 10 februari 2003 heeft de Gemeente aan (onder meer) [eiser] een aanschrijvingsbesluit (hierna: het aanschrijvingsbesluit) toegezonden. Daarbij is [eiser] aangeschreven om binnen een termijn van 100 dagen bepaalde, in het aanschrijvingsbesluit en de daarbij gevoegde voorzieningenlijst omschreven werkzaamheden aan het pand te verrichten.

2.3 [eiser] heeft de door de Gemeente voorgeschreven werkzaamheden aan het pand niet verricht. Bij brief van 21 mei 2003 heeft de Gemeente daarom aangekondigd de werkzaamheden van gemeentewege te zullen uitvoeren, op kosten van [eiser].

2.4 De Gemeente heeft Heijmans opdracht gegeven tot het uitvoeren van de in het aanschrijvingsbesluit genoemde werkzaamheden. Op 4 juni 2003 is Heijmans gestart met de werkzaamheden. Op 16 december 2003 is het werk door Heijmans opgeleverd. Daarvan is een door (de gevolmachtigde van) de Gemeente en Heijmans ondertekend proces-verbaal opgemaakt.

2.5 In mei/juni 2007 is na hevige regenval lekkage aan het pand ontstaan (hierna: de lekkage). Daardoor is kortsluiting opgetreden aan de zich in het pand bevindende vriescel van [eiser]. In de vriescel bevond zich een bedrijfsvoorraad bakkerijproducten/ halffabrikaten. Een hoeveelheid van deze goederen is door dooi bedorven geraakt.

2.6 Op 16 juli 2007 heeft de Gemeente van [eiser] wegens de lekkage een klacht ontvangen over de staat van het pand. In reactie hierop heeft de Gemeente bij brief van 25 juli 2007 aan [eiser] meegedeeld dat een onderzoek zou worden ingesteld door haar inspecteur.

2.7 Op 13 september 2007 is in opdracht van [eiser] vanwege de ontstane lekkage een bouwkundige inspectie van het pand uitgevoerd door Bouwkundig Facilitair Bureau Nova Nederland (hierna: Nova). De van dit onderzoek door Nova opgestelde rapportage d.d. 25 september 2007 luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

“Eindconclusie:

De lekkages zijn het gevolg van de volgende oorzaken:

“1. De onderliggende balklaag met dakbeschot zijn waarschijnlijk niet

gecontroleerd op gebreken, aangetaste balken en dakbeschot zijn niet of niet

voldoende vervangen.

2. De opvulling met ravelingen en dakbeschot t.p.v. de vervallen lichtkoepels is mogelijk niet goed uitgevoerd.

3. Op de balklaag zijn geen schegstukken aangebracht voor een goed afschot naar de afvoer

4. Onder het zink zijn waarschijnlijk geen nieuwe ruw vurenhouten delen met onderlinge tussenruimte van ca 10 mm aangebracht e.e.a. om verstikking van het dakbeschot te voorkomen.

5. De benodigde ventilatie onder de zinken constructie ontbreekt, nodig om condensatie weg te ventileren.

6. De oppervlakte van het zinken dak is te groot t.o.v. de uitzetting en randaansluitingen.

7. Het zinken dak heeft geen beloopbare afwerking.

8. De randaansluitingen zijn niet flexibel genoeg uitgevoerd om de werking van het zinken dak op te kunnen vangen.

9. Er is waarschijnlijk geen actie ondernomen op het ontbreken van de ondersteuning onder de gemetselde balustrademuur tussen de beide balkons.

10. Na de noodreparatie met bitumen heeft de is geen actie ondernomen om met een definitieve afwerking te komen, de noodreparatie is onvoldoende en laat plaatselijk al los .”

2.8 Op 30 november 2007 heeft [eiser] CED Nomex B.V. opdracht gegeven de als gevolg van de lekkage ontstane schade vast te stellen. (De expert van) CED Nomex B.V. heeft de hoogte van de schade door het verloren gaan van de bedrijfsvoorraad vastgesteld op € 9.150,- exclusief BTW.

3. De vordering

3.1. [eiser] vordert samengevat - om de Gemeente en Heijmans hoofdelijk te veroordelen 1) om binnen acht dagen na betekening van het te wijzen vonnis de noodzakelijke herstelwerkzaamheden aan het pand van [eiser] aan de [adres] uit te (doen) voeren en 2) tot betaling van € 9.150,- vermeerderd met de wettelijke rente daarover, met veroordeling voorts van de Gemeente en Heijmans in de proceskosten.

3.2. [eiser] heeft aan zijn vorderingen tegen de Gemeente het volgende ten grondslag gelegd.

De in opdracht van de Gemeente halverwege 2003 op grond van het aanschrijvingsbesluit van 10 februari 2003 uitgevoerde werkzaamheden aan het pand van [eiser] zijn ondeugdelijk. Tijdens hevige regenval in mei/juni 2007 is lekkage aan het dak ontstaan. [eiser] heeft Nova onderzoek laten doen naar de oorzaak van de lekkage. Uit het in dat kader opgemaakte rapport volgt dat de lekkage het gevolg is van de in opdracht van de Gemeente onjuist aangebrachte zinken dakbedekking. De Gemeente is hiervoor en voor de daardoor door [eiser] geleden schade aansprakelijk. Immers, de Gemeente is verantwoordelijk voor een goede en deugdelijke uitvoering van de werkzaamheden. De Gemeente is voorts als opdrachtgever aansprakelijk voor de gedragingen van de door haar ingeschakelde aannemers. De door [eiser] geleden schade bestaat uit het verloren gaan van een bedrijfsvoorraad tot een bedrag van € 9.150,-, welk bedrag de Gemeente dient te vergoeden. De Gemeente is voorts gehouden de werkzaamheden alsnog naar behoren uit te voeren.

3.3 [eiser] heeft aan zijn vorderingen tegen Heijmans het volgende ten grondslag gelegd.

Heijmans is gehouden de aan haar opgedragen werkzaamheden deugdelijk uit te voeren. Dat heeft zij niet gedaan. Heijmans heeft bij de uitvoering van de werkzaamheden aan het pand van [eiser] onrechtmatig gehandeld jegens [eiser]. Die onrechtmatigheid bestaat daaruit dat Heijmans door deze werkzaamheden schade heeft toegebracht aan het pand van [eiser]. Immers, het dak is in 2007 ondanks de werkzaamheden gaan lekken, waardoor de bedrijfsvoorraad van [eiser] verloren is gegaan. Heijmans is aansprakelijk voor deze schade en is voorts gehouden het werk alsnog deugdelijk uit te voeren.

4. Het verweer

4.1. Het verweer van de Gemeente strekt tot afwijzing van de vorderingen van [eiser], met veroordeling van [eiser] in de proceskosten.

De Gemeente heeft het volgende aangevoerd.

4.1.1 De Gemeente is niet aansprakelijk voor de lekkage en de daardoor volgens [eiser] geleden schade. De Gemeente heeft de werkzaamheden weergegeven in het aanschrijvingsbesluit naar behoren doen uitvoeren. De Gemeente is niet bevoegd meer of andere werkzaamheden uit te laten voeren dan de werkzaamheden genoemd in het aanschrijvingsbesluit en de daarbij behorende voorzieningenlijst. Na de uitvoering van die werkzaamheden voldeed het pand (weer) aan de eisen van de relevante bouwregelgeving.

4.1.2 De door Nova in het rapport van 25 september 2007 genoemde gebreken aan het dak van het pand van [eiser] vinden niet hun oorzaak in de van gemeentewege uitgevoerde werkzaamheden. Deze gebreken zijn het gevolg van de in 2003 reeds bestaande matige staat van het pand en het gebrek aan onderhoud daaraan.

4.1.3 Ten tijde van de aan het aanschrijvingsbesluit voorafgaande visuele inspectie is geconstateerd dat de balklaag en het dakbeschot niet in zodanig slechte staat verkeerden dat sprake was van strijd met de bouwregelgeving. In het aanschrijvingsbesluit is daarom de vervanging van deze delen van het dak niet verplicht gesteld. De Gemeente was daarom ook niet bevoegd deze werkzaamheden bij wege van bestuursdwang uit te laten voeren.

4.1.4 De Gemeente kon en hoefde er niet mee bekend te zijn dat het dak ter plaatse van de balustrademuur onvoldoende werd ondersteund. Voor zover dat (mede) de oorzaak is van het verzakken van het dak en daardoor van de lekkage, kan de Gemeente dat dan ook niet worden aangerekend.

4.1.5 [eiser] heeft na de lekkage in 2007, alvorens de Gemeente in staat te stellen het dak te inspecteren, het dak provisorisch laten repareren. Dit heeft tot (meer) schade geleid. Hierdoor en door het verloop van vier jaar sinds de uitvoering van de werkzaamheden door Heijmans, kan thans niet meer worden beoordeeld of de kwaliteit van het werk van Heijmans van een voldoende niveau was.

4.2 Het verweer van Heijmans strekt tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] met veroordeling van [eiser] in de proceskosten.

Heijmans heeft het volgende ten verwere gevoerd.

4.2.1 Heijmans heeft alle door de Gemeente opgedragen werkzaamheden naar behoren uitgevoerd. Heijmans heeft daarbij niet onzorgvuldig gehandeld. Heijmans diende bij de uitvoering van het werk steeds in gedachten te houden dat uitsluitend de strikt noodzakelijke werkzaamheden moesten worden uitgevoerd, dat wil zeggen voor zover sprake was van ernstig achterstallig onderhoud.

4.2.2 Er is geen causaal verband tussen de door Heijmans in 2003 uitgevoerde werkzaamheden en de in 2007 ontstane lekkage.

4.2.3 Heijmans heeft geen opdracht gekregen van de Gemeente tot het vervangen van de balklagen en het dakbeschot. De Gemeente was daartoe op grond van haar publiekrechtelijke taak ook niet bevoegd.

5. De beoordeling

5.1 [eiser] heeft aan zijn vordering ten grondslag gelegd dat sprake is van onrechtmatig handelen door de Gemeente en door Heijmans. Dat onrechtmatig handelen bestaat er volgens [eiser] uit dat de Gemeente en Heijmans niet alle, op grond van de eisen van het Bouwbesluit noodzakelijke werkzaamheden aan het betrokken pand (deugdelijk) hebben doen uitvoeren c.q. hebben uitgevoerd, waardoor in 2007 lekkage is ontstaan en waardoor [eiser] schade heeft geleden. Volgens [eiser] is de Gemeente verantwoordelijk voor een deugdelijke uitvoering van de door haar opgedragen werkzaamheden en is zij ook aansprakelijk voor de gedragingen van haar opdrachtnemers. Heijmans is gehouden zorg te dragen voor een deugdelijke uitvoering van haar opgedragen werk, aldus [eiser]. Van deze verantwoordelijkheid hebben de Gemeente en Heijmans zich volgens [eiser] onvoldoende gekweten.

Zowel de Gemeente als Heijmans hebben aansprakelijkheid van de hand gewezen. Zij betwisten dat de in het kader van het aanschrijvingsbesluit uitgevoerde werkzaamheden niet goed zijn verricht en dat er een verband is tussen deze werkzaamheden en de in 2007 ontstane lekkage.

5.2 Beoordeeld dient te worden of de Gemeente en Heijmans de in het kader van het Aanschrijvingsbesluit verrichte werkzaamheden deugdelijk hebben doen uitvoeren c.q. hebben uitgevoerd. Bij de beantwoording van deze vraag wordt er van uitgegaan dat de verzakking van het zinken dak tot de lekkage heeft geleid en dat deze verzakking op haar beurt is veroorzaakt door rotting van de houten balklaag en door het ontbreken van een deugdelijke ondersteuning van de balustrademuur. De stellingen van Heijmans moeten op grond van het navolgende aldus begrepen worden dat volgens Heijmans de lekkage het gevolg is van een verzakking van het zinken dak (zie onder meer onder het eerste en tweede punt van 3.7 van de conclusie van antwoord van Heijmans). Uit hetgeen Heijmans onder 5.2 van dezelfde conclusie heeft gesteld volgt dat de oorzaak van de verzakking volgens Heijmans gelegen is in het houtrot in de balken en in het ontbreken van ondersteuning van de balustrademuur. [eiser] heeft deze stellingen niet gemotiveerd betwist in zijn conclusie van repliek jegens Heijmans. Voorts volgt uit de stellingen van [eiser] in diens conclusie van repliek gericht tegen de Gemeente (1.11 van deze conclusie) dat ook [eiser] ervan uitgaat dat de lekkage, in ieder geval in hoofdzaak, te wijten is aan de verzakking van het zinken dak. Weliswaar stelt [eiser] onder 1.11 van zijn conclusie ook dat de verzakking slechts één van de oorzaken is en dat “niet ondenkbaar is” dat de verschillende gebreken in de uitvoering van het werk elkaar versterken, doch [eiser] heeft dit verder niet onderbouwd. De Gemeente heeft zich achter de conclusie van Heijmans terzake de oorzaak van de lekkage geschaard (zie onder meer onder 6 en 42 van de conclusie van dupliek van de Gemeente). In rechte wordt er dan ook van uitgegaan dat de in 2007 opgetreden lekkage is veroorzaakt door de verzakking van het dak en dat deze verzakking het gevolg is van houtrot in de balklaag en het ontbreken van ondersteuning onder de balustrademuur.

5.3 De stelling van [eiser] is dat deze tot de lekkage leidende gebreken ten tijde van de uitvoering van het werk in 2003 reeds aanwezig waren, en dat zowel de Gemeente als Heijmans dat had kunnen en moeten constateren en daarmee rekening had moeten houden bij de wijze van uitvoering van het werk aan het dak. Volgens [eiser] hebben de Gemeente en Heijmans hiermee ten onrechte geen rekening gehouden, waardoor de door hen verrichte werkzaamheden van onvoldoende omvang en daarmee ondeugdelijk waren.

Deze stellingen van [eiser] zullen hieronder, eerst ten aanzien van de staat van de balklaag en vervolgens ten aanzien van de ontbrekende ondersteuning van de balustrademuur en onderscheidenlijk voor de Gemeente en Heijmans, worden behandeld.

De balklaag

Ten aanzien van de Gemeente

5.3.1 De rechtbank is met [eiser] van oordeel dat, indien vast komt te staan dat de dakconstructie ten tijde van de uitvoering van de werkzaamheden al zodanig verzwakt was dat het daarop doen aanbrengen van een nieuwe zinken dakbedekking niet tot een deugdelijk en redelijk vakkundig resultaat kon leiden en de Gemeente dat wist of redelijkerwijs kon weten, de Gemeente niet zorgvuldig heeft gehandeld door desalniettemin de zinken dakbedekking te (doen) aanbrengen op de bestaande dakconstructie. Van de Gemeente mag immers verwacht worden dat zij bij het doen uitvoeren van werkzaamheden op grond van een Aanschrijvingsbesluit, waarbij de eigendommen van derden in het geding zijn, zorgvuldig te werk gaat.

De Gemeente heeft evenwel betwist dat ten tijde van de uitvoering van de werkzaamheden reeds sprake was van een noodzaak tot vervanging van de balklaag. Ter staving hiervan heeft de Gemeente een rapport van “De Houtarts” overgelegd waaruit volgens haar volgt dat de balken zijn aangetast door schimmels, hetgeen volgens de Gemeente in hoog tempo kan plaatsvinden. Gezien deze betwisting staat in rechte niet vast dat het houtrot kort voorafgaand of tijdens de werkzaamheden reeds zodanig gevorderd was dat vervanging van de balklaag noodzakelijk was. [eiser] zou dit dan ook moeten bewijzen. Dit bewijs is evenwel eerst relevant indien daarnaast komt vast te staan dat de Gemeente op de hoogte was of had kunnen zijn van de slechte staat van de balklagen. [eiser] heeft evenwel onvoldoende aangevoerd om die conclusie te kunnen rechtvaardigen. Niet in discussie is dat de conditie van de balklaag van de buitenzijde van het pand niet beoordeeld kon worden, terwijl aan de binnenzijde van het dak een gipsplaten plafond was aangebracht. Zonder nadere toelichting van [eiser], die ontbreekt, valt niet in te zien dat het gestelde gebrek voor de Gemeente zichtbaar had moeten zijn terwijl [eiser] dit als eigenaar kennelijk zelf (ook) niet heeft geconstateerd. [eiser] voert in dit kader slechts aan dat voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden door de Gemeente lekkagesporen zijn geconstateerd. Nog daargelaten dat de Gemeente bij dupliek (onder punt 4) heeft betwist dat het om lekkagesporen gaat aan het hier van belang zijnde gedeelte van het pand, dat wil zeggen [adres], in het algemeen geldt dat de aanwezigheid van lekkagesporen niet zonder meer duidt op rotting van de houten dakconstructie en daarmee op de noodzaak tot vervanging van die dakconstructie. Dat zich op enig moment in het verleden een lekkage heeft voorgedaan betekent immers niet dat de houten dakconstructie blijvend en in relevante mate is beschadigd. Gesteld noch gebleken is dat zich hier omstandigheden hebben voorgedaan op grond waarvan de Gemeente redelijkerwijs anders had moeten vermoeden. In rechte staat dan ook niet vast dat de Gemeente op de hoogte had kunnen of moeten zijn van de noodzaak tot vervanging van de balklaag, voor zover daarvan al sprake was ten tijde van de uitvoering van het werk. In zoverre kan de Gemeente dan ook niet worden verweten dat zij de werkzaamheden niet deugdelijk of onzorgvuldig heeft doen uitvoeren.

Ten aanzien van Heijmans:

5.3.2 [eiser] heeft gesteld dat ook Heijmans de haar opgedragen werkzaamheden onvoldoende zorgvuldig heeft uitgevoerd door bij de uitvoering van het werk geen acht te slaan op de noodzaak tot vervanging van de balklaag en [eiser] niet in te lichten over de slechte staat van de dakconstructie. Heijmans heeft betwist dat zij van deze gestelde noodzaak op de hoogte was of heeft moeten zijn.

De rechtbank overweegt het navolgende.

Op Heijmans rust in beginsel de plicht om bij het uitvoeren van aan haar opgedragen werkzaamheden zorgvuldig te werk te gaan. Dat kan betekenen dat zij het, onder omstandigheden, zal moeten melden wanneer zij vermoedt dat de omvang van de aan haar opgedragen werkzaamheden niet toereikend zal zijn. Dit komt tot uitdrukking in de in artikel 7:754 BW vastgelegde waarschuwingsplicht van de aannemer. Deze waarschuwingsplicht speelt evenwel slechts een rol in de relatie tussen de aannemer en de opdrachtgever, in dit geval tussen Heijmans en de Gemeente. Tussen Heijmans en [eiser] bestaat geen contractuele relatie zodat daarin ook geen grond voor een op Heijmans rustende waarschuwingsplicht ligt. Dat betekent evenwel niet dat Heijmans dienaangaande in het geheel geen verantwoordelijkheid heeft. Ook bij de uitvoering van werkzaamheden aan eigendommen van derden tot wie Heijmans niet in een contractuele relatie staat, zal Heijmans als redelijk handelend aannemer te werk moeten gaan en, wanneer de omstandigheden daarom vragen, de derde op de hoogte moeten stellen van door haar geconstateerde, voor de verdere (wijze van) uitvoering van het werk relevante omstandigheden.

De vraag die hier moet worden beantwoord is dan ook of Heijmans op de hoogte was of redelijkerwijs op de hoogte heeft moeten zijn van de gestelde gebreken aan de dakconstructie en hiervan desalniettemin geen melding heeft gemaakt. Bij de beantwoording van deze vraag wordt er, nu dat tussen partijen niet in geschil is, van uitgegaan dat de toestand van de balklaag niet beoordeeld kon worden van buitenaf doch uitsluitend van de binnenzijde van het pand. Heijmans heeft gesteld dat zij niet gehouden was om zelf een inspectie uit te voeren en daar ook niet toe in staat was omdat zij geen toegang had tot de binnenzijde van het pand. [eiser] heeft betwist dat Heijmans geen toegang had tot het pand. Wat hiervan ook zij, de rechtbank overweegt dat in zijn algemeenheid geen op Heijmans rustende verplichting tot het op eigen initiatief verrichten van een inspectie van de binnenzijde van het pand kan worden aangenomen. Heijmans mocht in beginsel vertrouwen op de door de Gemeente, haar opdrachtgever, uitgevoerde inspectie, temeer daar het in dit geval gaat om een opdrachtgever, de dienst Stedebouw en Volkshuisvesting van de Gemeente, waarvan Heijmans mocht verwachten dat zij terzake kundig was. Dat zou onder omstandigheden anders kunnen zijn. Zodanige omstandigheden zijn door [eiser] evenwel niet gesteld en evenmin gebleken. De enkele, door [eiser] aangevoerde stelling dat Heijmans wist dat zich eerder lekkages hadden voorgedaan in de bij het Aanschrijvingsbesluit betrokken panden - [adres 2] - is daartoe onvoldoende. Nog daargelaten dat dit volgens Heijmans het niet in dit geschil betrokken pand op nummer 58 betrof, dit is op zichzelf geen omstandigheid op grond waarvan bij Heijmans twijfel had moeten rijzen over de juistheid van de door de Gemeente voorgeschreven wijze van herstel van het dak met behoud van de dakconstructie. Zoals hiervoor ten aanzien van de Gemeente reeds is overwogen, duidt de aanwezigheid van (oude) lekkagesporen immers niet zonder meer op rotting van de houten dakconstructie. Van Heijmans behoefde gegeven de reeds door de Gemeente uitgevoerde inspectie, dan ook niet verwacht te worden dat zij op grond van deze omstandigheid zou overgaan tot het (nader) inspecteren van de binnenzijde van het pand.

Gelet op het voorgaande staat in rechte niet vast dat Heijmans op de hoogte was of had moeten zijn van de door [eiser] gestelde noodzaak tot het vervangen van delen van de houten dakconstructie. Dat betekent voorts dat Heijmans niet kan worden verweten dat zij hiermee geen rekening heeft gehouden bij de uitvoering van het werk en dit niet heeft gemeld aan [eiser].

De ontbrekende ondersteuning van de balustrademuur

Ten aanzien van de Gemeente:

5.3.3 [eiser] verwijt de Gemeente dat zij bij de reparatie van het dak geen of onvoldoende rekening heeft gehouden met het feit dat de balustrademuur niet goed was ondersteund, terwijl de Gemeente hiervan wel op de hoogte was of heeft moeten zijn.

De Gemeente heeft aangevoerd dat tijdens de inspectie voorafgaand aan het aanschrijvingsbesluit niet is gebleken dat de balustrademuur niet doorliep tot aan de begane grond, omdat de bestaande bouwmuur op enig moment kennelijk is vervangen door een muur van Gibo-blokken, zodat de Gemeente niet verweten kan worden dat zij hiermee bij de voorgeschreven werkzaamheden aan het dak geen rekening heeft gehouden.

[eiser] heeft hier slechts tegenin gebracht dat het onaannemelijk is dat tijdens de inspectie niet zichtbaar was dat de balustrademuur ontbrak. Dit is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende. Niet in geschil is dat van de buitenzijde van het pand niet zichtbaar is dat de balustrademuur niet wordt ondersteund. Dat impliceert dat het ontbreken van ondersteuning uitsluitend aan de hand van nader onderzoek aan de binnenzijde van het pand kon worden geconstateerd waarbij mogelijk zelfs muren of plafonds gedeeltelijk gesloopt hadden moeten worden. Gesteld noch gebleken is dat er aanleiding bestond tot het doen van dergelijk nader onderzoek naar de situatie rond de ondersteuning. Het had op de weg van [eiser] gelegen om gemotiveerd aan te geven waarom dergelijk onderzoek desalniettemin van de Gemeente verwacht mocht worden. Dat heeft [eiser] niet gedaan. Onder die omstandigheden staat niet vast dat de Gemeente onzorgvuldig heeft gehandeld door met de bedoelde ontbrekende ondersteuning geen rekening te houden. Aansprakelijkheid van de Gemeente terzake is daarom niet aan de orde.

Ten aanzien van Heijmans:

5.3.4 [eiser] verwijt Heijmans dat ook zij geen acht heeft geslagen op de ontbrekende ondersteuning van de balustrademuur en terzake geen actie heeft ondernomen. Heijmans heeft bij gelegenheid van antwoord aangevoerd dat in de periode voorafgaand aan de werkzaamheden door [eiser] een draagmuur is gesloopt. Het betrof volgens Heijmans een onbekende situatie, die voor Heijmans niet zichtbaar was en ook door de Gemeente niet is geconstateerd. Bij repliek heeft [eiser] betwist dat hij een draagmuur heeft gesloopt. Volgens [eiser] heeft de vorige eigenaar van het pand dit gedaan en moet dit ten tijde van de inspectie van het pand zichtbaar zijn geweest.

[eiser] heeft onvoldoende onderbouwd waarom de ontbrekende ondersteuning zichtbaar had moeten zijn voor Heijmans. Het had op de weg van [eiser] gelegen om nader aan te geven op welke wijze en op welk moment Heijmans dit had kunnen en moeten zien. Op grond van de wederzijdse stellingen moet er immers, zoals hiervoor reeds is overwogen, van uitgegaan worden dat het ontbreken van de ondersteuning van de balustrademuur van buitenaf niet zichtbaar was en slechts door nader onderzoek zichtbaar had kunnen worden. Waarom dergelijk onderzoek van Heijmans kon worden verwacht is gesteld noch gebleken. De vraag wie de betreffende draagmuur heeft gesloopt is dan ook niet relevant.

5.3.5 Gezien het voorgaande wordt de vordering van [eiser] tot betaling van een bedrag van € 9.150,- door de Gemeente en Heijmans wegens door [eiser] ten gevolge van de lekkage geleden schade afgewezen. Immers, niet vast is komen te staan dat de Gemeente en/of Heijmans een verwijt treft ten aanzien van het ontstaan van deze lekkage.

5.4 Naast schadevergoeding vordert [eiser] herstel van de ondeugdelijk uitgevoerde werkzaamheden. Hiermee doelt [eiser] kennelijk op de onder 1 tot en met 10 van de eindconclusie van het rapport van Nova (productie 2 bij de dagvaarding, bladzijde 4) genoemde gebreken. Voor de toewijzing van deze vordering is slechts plaats als vast komt te staan dat de Gemeente en/of Heijmans terzake ondeugdelijk werk hebben doen verrichten c.q. hebben verricht. Dat is op grond van het voorgaande in ieder geval niet het geval voor de onder 1 en 9 van dat rapport genoemde gebreken, terzake de niet vervangen balklaag en het niet ondernemen van actie op het ontbreken van ondersteuning van de balustrademuur. De stelling van [eiser] dat Heijmans redelijkerwijs niet kon weigeren om een garantie op het zinken dak af te geven en er dus van uitgegaan moet worden dat die garantie is verstrekt, maakt dit niets anders. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien dat onder een garantie op de zinken dakbedekking ook de verzakking van het dak valt. Gesteld noch gebleken is dat de zinken dakbedekking op zichzelf gebrekkig was.

De onder nummers 2 tot en met 8 en 10 in het rapport van Nova genoemde gebreken worden hierna besproken.

2. De opvulling met ravelingen en dakbeschot t.p.v. de vervallen lichtkoepels is mogelijk niet goed uitgevoerd

Ten aanzien van de Gemeente:

De Gemeente heeft bij antwoord aangevoerd dat ter plaatse van het hier relevante gedeelte van het pand, [adres], geen sprake was van een vervallen lichtkoepel en dat er geen verband is tussen de mogelijk niet goed uitgevoerde werkzaamheden rond de vervallen lichtkoepel op [adres 3] en de lekkage op 60B. De Gemeente benadrukt voorts dat Nova het slechts heeft over de mogelijkheid dat dit werk niet goed is uitgevoerd en dat dat dus geenszins zeker is.

[eiser] heeft hier slechts tegenin gebracht dat het enkele feit dat Nova niet alles met zekerheid kan stellen niet de conclusie rechtvaardigt dat deze bevindingen van Nova buiten beschouwing moeten worden gelaten (onder 1.10 van zijn conclusie van repliek).

Dit is, gezien de gemotiveerde betwisting door de Gemeente, onvoldoende. Van [eiser] had verwacht mogen worden dat hij nader had onderbouwd waarom deze mogelijk ondeugdelijke opvulling op nummer 58A tot een gebrek aan zijn pand leidt. Dat heeft [eiser] niet gedaan. Niet vast staat dan ook dat van een dergelijk gebrek sprake is. Relevant voor dit oordeel is voorts dat het rapport van Nova waar [eiser] zijn vordering op baseert, slechts spreekt van een “mogelijk niet goed uitgevoerd” werk.

Ten aanzien van Heijmans:

Heijmans heeft betwist dat zij de bedoelde werkzaamheden niet goed heeft uitgevoerd. Volgens Heijmans is op dit gedeelte van het werk bij de oplevering geen enkel commentaar geleverd.

[eiser] heeft bij gelegenheid van zijn conclusie van repliek niet nader gemotiveerd waarin de ondeugdelijkheid van het hier bedoelde, door Heijmans uitgevoerde werk is gelegen. Dat had, gezien de betwisting door Heijmans, wel van [eiser] verwacht mogen worden, temeer daar het rapport van Nova waarop [eiser] zich in dit kader uitsluitend beroept, dit werk slechts als “mogelijk niet goed uitgevoerd” noemt. Bij gebreke van een nadere onderbouwing staat niet vast dat Heijmans ondeugdelijk werk heeft verricht voor zover het de bedoelde opvullingen betreft. Voor een veroordeling van Heijmans tot herstel van dit gebrek is daarom geen plaats.

3. Op de balklaag zijn geen schegstukken aangebracht voor een goed afschot naar de afvoer

Ten aanzien van de Gemeente

De Gemeente heeft erkend dat geen schegstukken zijn aangebracht. Volgens de Gemeente is in plaats hiervan een extra afvoer aangebracht, teneinde voor een goede afvoer van water te zorgen. De Gemeente voert voorts aan dat Nova niet heeft kunnen beoordelen hoe het afschot na de afronding van de werkzaamheden in 2003 was omdat het dak nadien is verzakt. Dat heeft hoogstwaarschijnlijk ook het afschot beïnvloed, aldus de Gemeente.

[eiser] heeft bij gebrek aan wetenschap betwist dat een extra afvoer is aangelegd en heeft voorts gesteld dat dit, indien de extra afvoer wel is aangelegd, niet hetzelfde resultaat heeft als het aanbrengen van een goed afschot.

Hetgeen [eiser] heeft aangevoerd is onvoldoende om de conclusie te rechtvaardigen dat sprake is van een gebrek dat herstel behoeft. De betwisting bij gebrek aan wetenschap dat een extra afvoer is aangelegd volstaat niet. Van [eiser] mag als eigenaar van het betrokken pand worden verwacht dat hij bekend is met de situatie op het dak van zijn pand. Een (afwezige) extra afvoer had hij dan ook moeten kunnen constateren. In rechte wordt er dan ook van uitgegaan dat in opdracht van de Gemeente een extra afvoer is aangebracht. [eiser] heeft onvoldoende onderbouwd waarom dit, in plaats van het aanleggen van een afschot, niet volstond. Nu in rechte niet vast staat dat gebrekkig werk is geleverd, is voor een veroordeling tot herstel door of namens de Gemeente dan ook geen plaats.

Ten aanzien van Heijmans:

Heijmans heeft aangevoerd dat de Gemeente haar niet heeft opgedragen om het dak op afschot te leggen.

[eiser] heeft deze stelling niet gemotiveerd betwist, zodat er in rechte van uitgegaan wordt dat deze stelling juist is, waarmee vast staat dat Heijmans zich niet heeft verbonden tot het op afschot leggen van het dak. [eiser] heeft voor het overige slechts in het algemeen gesteld, onder 1.3 van zijn conclusie van repliek, dat indien Heijmans de verwachting had dat het haar opgedragen werk niet tot het gewenste resultaat zal leiden, van Heijmans verwacht mag worden dat zij aan de bel trekt. [eiser] heeft evenwel niet onderbouwd waarom het niet op afschot leggen van het dak tot een ongewenst resultaat zou leiden en er daarom voor Heijmans aanleiding was om te waarschuwen. Gesteld noch gebleken is dat het ontbreken van afschot steeds tot ondeugdelijk werk zal leiden. Aangenomen moet worden dat ook op andere wijze(n) voor een goede afwatering van het dak kan worden gezorgd. Zonder nadere onderbouwing, die [eiser] niet heeft gegeven, valt dan ook niet in te zien dat Heijmans gehouden zou zijn tot herstel.

4. Onder het zinken dak zijn waarschijnlijk geen nieuwe ruwe vurenhouten delen met onderlinge tussenruimte van 10 mm aangebracht e.e.a. om verstikking te voorkomen.

Ten aanzien van de Gemeente:

De Gemeente heeft erkend dat de vurenhouten delen niet zijn vervangen. Volgens de Gemeente bestond de noodzaak daartoe ook niet omdat de staat van de vurenhouten delen nog goed was, hetgeen Heijmans voorafgaand aan het aanbrengen van de nieuwe zinken dakbedekking heeft gecontroleerd.

Volgens [eiser] is de stelling dat de vurenhouten delen zijn gecontroleerd ongeloofwaardig en volgt uit het rapport van Nova dat de vurenhouten ondergrond niet in goede staat verkeerde ten tijde van de uitvoering van de werkzaamheden. (1.12 conclusie van repliek).

Bij gelegenheid van dupliek heeft de Gemeente haar standpunt dat de vurenhouten delen ten tijde van de uitvoering van het werk van voldoende kwaliteit waren om daarop het nieuwe zinkwerk aan te brengen gehandhaafd.

De rechtbank overweegt dat, anders dan [eiser] heeft aangevoerd, uit het rapport van Nova niet zonder meer valt af te leiden dat de vurenhouten delen in 2003 niet meer in goede staat verkeerden. In het rapport is slechts aangegeven dat “een zinken dak bij goede uitvoering op ruw vurenhouten delen met een onderlinge tussenruimte van ca 10 mm afstand [moet] worden aangebracht waarvan bij de huidige uitvoering geen sprake is”. Hieruit volgt niet dat de staat van de vurenhouten delen onvoldoende was en deze delen vervanging behoefden. [eiser] heeft de stelling dat de vurenhouten delen vervangen hadden moeten worden voor het overige niet onderbouwd. Dit staat dan ook niet vast. Voor zover het verwijt van [eiser] is dat de vurenhouten delen niet op de juiste wijze waren aangebracht - zonder de door Nova genoemde tussenruimte - en daarom vervangen hadden moeten worden, is dit verwijt onvoldoende concreet onderbouwd. Bij gebreke daarvan is voor een veroordeling van de Gemeente tot het herstellen dit vermeende gebrek geen plaats.

Ten aanzien van Heijmans:

Heijmans heeft gesteld dat het zinken dak is aangeheeld op basis van het oude dakbeschot en dat zij van de Gemeente geen opdracht heeft gekregen tot het vervangen van de vurenhouten delen.

[eiser] heeft dit niet betwist, zodat in rechte vast staat dat de Gemeente Heijmans niet heeft opgedragen de vurenhouten delen te vervangen. [eiser] heeft onder 1.3 van zijn conclusie van repliek gesteld dat het aan Heijmans was om, indien de verwachting was dat het opgedragen werk niet tot het gewenste resultaat zou leiden, hierop actie te ondernemen. Dit is op zichzelf juist, doch [eiser] heeft niet nader onderbouwd waarom dit ook geldt voor dit specifieke gebrek. Onvoldoende gemotiveerd gesteld is dat Heijmans had kunnen en moeten weten dat het handhaven van de bestaande vurenhouten delen tot een onvoldoende resultaat zou leiden, voor zover dat al het geval is. Niet vast staat dan ook dat Heijmans in het achterwege laten van een opdracht tot het vervangen van de vurenhouten delen aanleiding heeft moeten zien om bij de Gemeente en/of [eiser] aan de bel te trekken. Heijmans treft in zoverre dan ook geen verwijt, zodat een veroordeling tot herstel niet aan de orde is.

5. De benodigde ventilatie onder de zinken constructie ontbreekt, nodig om condensatie weg te ventileren

Ten aanzien van de Gemeente:

De Gemeente heeft bij antwoord betwist dat dit gebrek zich voordoet en heeft voorts aangevoerd dat het door [eiser] in 2003 tegen de onderzijde van de balklaag aangebrachte gipsplaten plafond de ventilatie negatief heeft beïnvloed.

Bij repliek heeft [eiser] gesteld dat de Gemeente niet heeft aangegeven op welke wijze zij bij de uitvoering van de werkzaamheden rekening heeft gehouden met de benodigde ventilatie en voorts dat het niet ongebruikelijk is dat gipsplaten tegen een plafond worden bevestigd.

Bij gelegenheid van dupliek (onder 23) heeft de Gemeente gesteld dat ventilatie normaliter plaatsvindt via de balklaag. De Gemeente heeft voorts aangevoerd dat, indien ten tijde van het aanbrengen van het zinkwerk reeds sprake was geweest van een gipsplatenplafond, een extra vorm van ventilatie zou zijn aangebracht. Omdat een dergelijk plafond op dat moment niet aan de orde was, is dat niet gedaan, aldus de Gemeente.

De rechtbank overweegt als volgt. Vast staat dat [eiser] na de uitvoering van de werkzaamheden een gipsplatenplafond heeft aangebracht. [eiser] heeft niet betwist dat dit de ventilatie negatief beïnvloedt. Gesteld noch gebleken is dat vóór het aanbrengen van het gipsplatenplafond al sprake was van onvoldoende ventilatie. Ervan uitgegaan wordt dan ook dat de Gemeente bij de wijze van uitvoering van het werk voldoende acht heeft geslagen op de benodigde ventilatiemogelijkheid. Voor zover ná het aanbrengen van het gipsplatenplafond ventilatieproblemen zijn ontstaan, rijst de vraag of en in hoeverre de Gemeente bij de uitvoering van de werkzaamheden rekening had moeten houden met de mogelijkheid dat in de nabije toekomst een gipsplatenplafond zou worden aangebracht. [eiser] heeft daaromtrent onvoldoende gesteld. Gesteld noch gebleken is dat [eiser] de Gemeente heeft verteld dat hij voornemens was een gipsplatenplafond aan te brengen. Naar het oordeel van de rechtbank behoefde de Gemeente daarmee dan ook geen rekening te houden. Op grond van het Aanschrijvingsbesluit was de Gemeente gehouden de noodzakelijke werkzaamheden op deugdelijke wijze te doen uitvoeren. Dat heeft zij, zoals reeds is overwogen, in dit kader gedaan. Het lag dan ook op de weg van [eiser] om alvorens het gipsplatenplafond aan te brengen, na te gaan of dat gevolgen had voor de ventilatie van het dak. Immers, de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor het pand ligt bij [eiser] als eigenaar. Nu niet vast staat dat de Gemeente op dit punt ondeugdelijk werk heeft laten verrichten, wordt de vordering van [eiser] tot herstel afgewezen.

Ten aanzien van Heijmans

Heijmans heeft bij antwoord (onder 5.3) aangevoerd dat ventilatie plaatsvond via de balklaag en dat daarom geen verdere wijzigingen zijn aangebracht in de situatie ter plaatse.

[eiser] heeft op deze stelling bij gelegenheid van zijn conclusie van repliek niet gereageerd. Dat betekent dat in rechte wordt uitgegaan van de juistheid van de stelling van Heijmans dat ten tijde van de uitvoering van de werkzaamheden sprake was van voldoende ventilatie. Ook ten aanzien van Heijmans geldt op dezelfde gronden als hiervoor overwogen ten aanzien van de Gemeente, dat zij in redelijkheid geen rekening hoefde te houden met in de toekomst door [eiser] aan te brengen wijzigingen aan het dak, zoals een gipsplatenplafond. Ook ten aanzien van Heijmans wordt dit onderdeel van de vordering van [eiser] daarom afgewezen.

6. De oppervlakte van het zinken dak is te groot t.o.v. de uitzetting en randaansluitingen.

Omdat dit gestelde gebrek nauw samenhangt met het onder 8 in het rapport van Nova genoemde gebrek, te weten “De randaansluitingen zijn niet flexibel genoeg uitgevoerd om de werking van het zinken dak op te kunnen vangen” en de stellingen van partijen over deze twee gebreken door elkaar lopen, worden deze twee punten hierna tezamen behandeld.

Ten aanzien van de Gemeente:

De Gemeente heeft betwist dat de oppervlakte van het zinken dak te groot is. De Gemeente heeft gesteld dat de producent van het zink heeft aangegeven dat het zink bruikbaar is tot een oppervlakte van 15 m² en dat hier sprake is van een oppervlakte van 14,5 m². Voorts heeft de Gemeente gesteld dat de aangebrachte aansluitingen deugdelijk zijn en dat de aansluitingen door de verzakking niet waterdicht zijn gebleven.

Bij repliek (onder 1.14) heeft [eiser] deze stelling betwist en aangevoerd dat de Gemeente deze stelling niet met stukken heeft onderbouwd.

Bij dupliek heeft de Gemeente een brief van Nedzink in het geding gebracht, waarin Nedzink aangeeft dat een oppervlakte van kleiner dan 15 m² wordt geadviseerd en dat een oppervlakte van enkele m² groter geen problemen zal opleveren.

De rechtbank overweegt als volgt. [eiser] heeft zijn stelling dat het gebruik van zinkwerk voor een dak van deze afmetingen vanwege uitzetting en het losraken van de randafsluitingen tot een ondeugdelijk resultaat leidt, gebaseerd op het rapport van Nova. In dit rapport is ten aanzien van dit punt het volgende aangegeven:

“Samenvatting oorzaken lekkage nr. 58A

a. de grote afmetingen van het zinken dak geven behoorlijke uitzettingen bij zoninstraling, hierdoor komt er spanning op de aluminium afdekstrip voor met als gevolg dat deze lostrekt van de wand en inwatering veroorzaakt

(…)

Conclusie:

a. De keuze voor een zinken dak van deze afmetingen zonder beloopbaar oppervlak is discutabel, er is te weinig rekening gehouden met de werking van het zinken dak met name bij de aansluiting van aluminium strippen op de gevel en de loodstroken, dit kan inwateren (…).

Eindconclusie:

6. De oppervlakte van het zinken dak is te groot t.ov. de uitzetting en randaansluitingen.”

Hieruit volgt dat Nova tot de conclusie komt dat de oppervlakte te groot is omdat de aluminium aansluitingen van het dak zijn losgetrokken. De Gemeente heeft evenwel gemotiveerd betwist dat de losgetrokken aansluitingen het gevolg zijn van de te grote oppervlakte van het dak. De Gemeente heeft aangevoerd (onder 13 punt 6 van haar conclusie van antwoord) dat de aluminium aansluitingen onder druk zijn komen te staan door de verzakking van het dak. [eiser] heeft dat onvoldoende betwist. [eiser] wederom verwezen naar de bevindingen van Nova (1.14 en 1.16). Dat volstaat niet. Vast staat dat de oorzaak van de lekkage is gelegen in de verzakking van het dak (zie rechtsoverweging 5.2). Gesteld noch gebleken is dat de oppervlakte van het zink of de wijze waarop de randaansluitingen zijn aangebracht iets van doen heeft met deze verzakking. Evenmin gesteld of gebleken is dat de oppervlakte van het dak en/of de bedoelde randaansluitingen op zich tot concrete problemen aan het dak hebben geleid. Niet vast is dan ook komen te staan dat het gebruik van zinkwerk voor een dak van de hier aan de orde zijnde omvang in combinatie met de door de Gemeente aangebrachte randaansluitingen op zichzelf een gebrek oplevert. Voor een veroordeling tot herstel is dan ook geen plaats.

Ten aanzien van Heijmans:

Heijmans heeft bij antwoord betwist dat deze gestelde gebreken de oorzaak van de lekkage zijn. Voorts heeft Heijmans aangevoerd dat zij het werk heeft uitgevoerd in overeenstemming met de opdracht van de Gemeente.

Bij antwoord (1.4) heeft [eiser] gesteld dat van Heijmans als professioneel bedrijf verwacht had mogen worden dat zij rekening had gehouden met de werking van het zinken dak en dat zij, voor zover de opdracht van de Gemeente daarin niet voorzag, aan de bel had getrokken.

Bij dupliek heeft Heijmans gesteld dat de voorgeschreven constructie gebruikelijk was en voor Heijmans daarom geen aanleiding behoefde te zijn om met de Gemeente in overleg te treden.

Vast staat dat de oppervlakte van het zinken dak en de wijze van aanbrengen van de randaansluitingen niet de oorzaak is van de lekkage, maar dat die oorzaak is gelegen in de verzakking van het zinken dak. Het had dan ook op de weg van [eiser] gelegen om nader te onderbouwen waarom de oppervlakte en de randaansluitingen van het zinken dak op zichzelf een gebrek in het werk opleveren waarvan Heijmans op de hoogte had kunnen en moeten zijn en dat daarom door Heijmans hersteld moet worden. Dat heeft [eiser] niet gedaan. De herhaalde verwijzing naar het rapport van Nova volstaat niet. Nova concludeert immers, zoals hiervoor ten aanzien van de Gemeente reeds is overwogen, op grond van het feit dat de aluminium randaansluitingen zijn losgeraakt dat het oppervlakte van het zink te groot is. Heijmans heeft evenwel betwist dat dat een onderdeel van het probleem was. Voor de toewijzing van de vordering van Akbukut tot herstel bestaan dan ook geen grond.

7. Het zinken dak heeft geen beloopbare afwerking

Ten aanzien van de Gemeente:

Bij conclusie van antwoord heeft de Gemeente de noodzaak tot het aanbrengen van een beloopbare afwerking betwist. In reactie daarop heeft [eiser] bij repliek (onder 1.14) nogmaals gewezen op het rapport van Nova, waarin is aangegeven dat de keuze voor een zinken dak zonder beloopbaar oppervlak discutabel is.

[eiser] heeft niet nader onderbouwd waarom het ontbreken van een beloopbare afwerking een gebrek oplevert. Onvoldoende gebleken is dat het ontbreken van deze afwerking feitelijk tot problemen heeft geleid. Voor de toewijzing van de vordering tot herstel is daarom geen plaats.

Ten aanzien van Heijmans:

Heijmans heeft aangevoerd dat de Gemeente haar niet heeft opgedragen om een beloopbare afwerking aan te brengen. Bij repliek (1.3) heeft [eiser] aangevoerd dat Heijmans zich er niet achter kan verschuilen dat de Gemeente slechts bepaalde werkzaamheden heeft opgedragen omdat van Heijmans mag worden verwacht dat zij actie onderneemt wanneer van meet af aan duidelijk is dat een bepaalde wijze van uitvoering van het werk tot problemen zal leiden.

De rechtbank acht deze stelling van [eiser] op zich juist. Heijmans heeft een zekere eigen verantwoordelijkheid bij de keuze voor de wijze van uitvoering van het aan haar opgedragen werk en zal niet steeds zonder meer de door de opdrachtgever gekozen werkmethode mogen volgen. [eiser] heeft evenwel onvoldoende gesteld om de conclusie te rechtvaardigen dat Heijmans deze verantwoordelijkheid op het hier bedoelde punt heeft verzaakt. Het ontbreken van de beloopbare afwerking is niet de oorzaak van de lekkage. Vast staat immers dat de verzakking tot de lekkage heeft geleid. Gesteld noch gebleken is dat het ontbreken van een beloopbare afwerking op een zinken dakbedekking onder alle omstandigheden ondeugdelijk werk oplevert. Niet in te zien valt dan ook dat Heijmans in het ontbreken van een beloopbare afwerking aanleiding had moeten zien om bij de Gemeente haar twijfels te uiten over de voorgeschreven werkwijze.

10. Na de noodreparatie met bitumen (…) is geen actie ondernomen om met een definitieve afwerking te komen, de noodreparatie is onvoldoende en laat plaatselijk al los

Ten aanzien van de Gemeente:

De Gemeente heeft gesteld dat niet duidelijk is door wie de bedoelde noodreparatie is verricht en wanneer dat is gebeurd. De Gemeente heeft voorts aangevoerd dat [eiser] haar er destijds niet van op de hoogte heeft gesteld dat een noodreparatie werd verricht. Volgens de Gemeente komt het aanbrengen van reparaties door de eigenaar zelf voor rekening en risico van de eigenaar en is de Gemeente daarvoor niet verantwoordelijk.

[eiser] heeft gesteld dat hij de noodreparatie heeft uitgevoerd nadat hij diverse malen tevergeefs de Gemeente en Heijmans om reparatie had verzocht. Dit om verdere schade te beperken, aldus [eiser].

De rechtbank overweegt het volgende. Het onder 10 in het rapport van Nova naar voren gebrachte punt betreft geen gebrek in het geleverde werk. Met dit punt heeft Nova slechts aangegeven dat de door [eiser] uitgevoerde noodreparatie niet afdoende is en dat nog geen definitief herstel van het dak heeft plaatsgevonden. Voor zover de vordering van [eiser] om de Gemeente te veroordelen tot herstel ook op dit punt ziet, komt dat feitelijk dan ook neer op een vordering tot het definitief herstellen van het dak en daarmee het verhelpen van de in 2007 ontstane lekkage. De lekkage is evenwel - zo staat vast - veroorzaakt door de verzakking van het dak en voor die verzakking is de Gemeente niet aansprakelijk. De Gemeente is dan ook niet gehouden om het dak deugdelijk te (doen) herstellen.

Ten aanzien van Heijmans:

Heijmans heeft aangevoerd (2.12 van de conclusie van antwoord) dat [eiser] eerst zelf noodreparaties heeft verricht alvorens Heijmans over de lekkage te informeren. De door [eiser] aangebrachte bitumen dakbedekking is volgens Heijmans ondeugdelijk.

[eiser] heeft bij repliek (1.12) gesteld dat hij tot het zelf verrichten van de noodreparatie is overgegaan omdat Heijmans en de Gemeente dit weigerden te doen. [eiser] geeft aan dit te hebben gedaan om verdere schade te voorkomen.

Op dezelfde gronden als hiervoor is aangegeven ten aanzien van de Gemeente overweegt de rechtbank dat voor de toewijzing van de vordering van [eiser] tot het aanbrengen door Heijmans van een definitieve afwerking van het dak geen plaats is. Immers, Heijmans is niet aansprakelijk voor de in 2007 ontstane lekkage aan het dak en is daarom ook niet gehouden voor een deugdelijke, waterdichte afwerking te zorgen.

5.5 Nu de vorderingen van [eiser] worden afgewezen is voor toewijzing van eventuele nevenvorderingen zoals een vordering strekkende tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten geen plaats, nog daargelaten dat [eiser] deze vordering weliswaar heeft genoemd in het lichaam van de dagvaarding doch (in het petitum) daaraan geen vordering heeft gekoppeld.

5.6 [eiser] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de door de Gemeente en Heijmans gemaakte proceskosten.

6. De beslissing

De rechtbank,

wijst de vorderingen van Akbukut af;

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 303,- aan vastrecht en op € 904,- aan salaris voor haar advocaat en aan de zijde van Heijmans begroot op € 303,- aan vastrecht en op € 904,- aan salaris voor haar advocaat.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.A.M. Cooijmans en in het openbaar uitgesproken op 7 april 2010.?

1861/1694