Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2010:BL9395

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
17-03-2010
Datum publicatie
29-03-2010
Zaaknummer
348232 / KG ZA 10-105
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Samenwerking tussen verzorgingstehuizen en apotheek wordt abrupt beeindigd door verzorgingstehuizen. Twijfelachtig is het de verzorgingstehuizen vrij stond aldus te handelen. Toch wordt de vordering afgewezen omdat toewijzing zou betekenen dat de de verzorgingstehuizen betrokkenen zouden moeten verplichten om te kiezen voor eiseres. Dat ligt niet in de macht van de verzorgingstehuizen en is in strijd met het recht op vrije apotheekkeuze.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 348232 / KG ZA 10-105

Vonnis in kort geding van 17 maart 2010

in de zaak van

de vennootschap onder firma

VOF WOUDHOEK, tevens h.o.d.n. 't Gouden Hert,

gevestigd te Schiedam,

eiseres,

advocaat mr. S.P.J.F. Zwanen,

tegen

1. de stichting SINT LIDUINASTICHTING,

tevens h.o.d.n. Frankeland, Thuiszorg Ouderen Frankeland Groep,

gevestigd te Schiedam,

2. de stichting STICHTING SINT JACOBS GASTHUIS,

tevens h.o.d.n. Jacobs Gasthuis Centrum voor verzorgd wonen,

gevestigd te Schiedam,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

APOTHEEK HAVENBOGEN B.V.,

gevestigd te Schiedam,

gedaagden,

advocaat mr. K.D. Meersma.

Eiseres zal hierna 't Gouden Hert genoemd worden. Gedaagden sub 1 en 2 zullen afzonderlijk worden aangeduid als respectievelijk Sint Liduina en het Sint Jacobs Gasthuis en gezamenlijk als de Verzorgingstehuizen. Gedaagde sub 3 zal Apotheek Havenbogen genoemd worden. Gedaagden sub 1 t/m 3 gezamenlijk zullen als gedaagden worden aangeduid.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding d.d. 17 februari 2010;

- producties van 't Gouden Hert;

- producties van gedaagden;

- pleitnotities van mr. Zwanen;

- pleitnotities van mr. Meersma.

1.2. Ter zitting van 3 maart 2010 hebben (de raadslieden van) partijen de respectieve standpunten nader toegelicht. Vervolgens is vonnis bepaald.

2. De feiten

In dit kort geding merkt de voorzieningenrechter de volgende – voor de onderhavige beoordelingen van belang zijnde – feiten als tussen partijen vaststaand aan.

2.1. 't Gouden Hert drijft sinds 1916 een apotheek in Schiedam.

2.2. Sint Liduina is een gecombineerd verpleeghuis en verzorgingshuis en biedt eveneens thuiszorg. Het gebouw waarin Sint Liduina is gevestigd, is verbonden met het complex Havenbogen, waarin een sport- en recreatieclub is gevestigd waar bewoners van Sint Liduina gebruik van kunnen maken. Voorts wordt in de Havenbogen dagbehandeling en dagverzorging aangeboden door Sint Liduina. Het complex is speciaal ingericht voor 55-plussers. In het complex heeft Woningcorporatie Woonplus ca 100 woningen, waarvan een belangrijk deel wordt verhuurd op bindende voordracht van Sint Liduina. Aan ca 50 bewoners van het wooncomplex verleent Sint Liduina extramurale zorg. Havenbogen biedt ook onderdak aan een huisartsenpraktijk en een apotheek.

Sint Jacobs Gasthuis is een verzorgingshuis en omvat tevens zelfstandige woningen waar de bewoners indien nodig zorg aan huis (thuiszorg) kunnen ontvangen.

Sint Liduina en Sint Jacobs Gasthuis vormen samen met drie andere instellingen voor verpleging en verzorging de Frankelandgroep.

2.3. 't Gouden Hert leverde tot voor kort de medicatie voor een groot deel van de bewoners van de Verzorgingstehuizen.

2.4. Apotheek Havenbogen exploiteert sinds juni 2008 een apotheek in Schiedam.

2.5. Per brief van 22 oktober 2009 hebben de Verzorgingstehuizen aan hun verzorgingstehuisbewoners geschreven:

“Momenteel ontvangt u uw medicijnen van apotheek het Gouden Hert.

Om praktische redenen zouden wij echter graag willen overschakelen naar apotheek Havenbogen, onder het dak van Frankeland aan de Nieuwe Haven.

Mocht u echter het met deze keuze niet eens zijn, wilt u dat dan vóór vrijdag 30 oktober a.s. aan uw afdelingshoofd berichten.”

2.6. Vervolgens hebben de Verzorgingstehuizen namens 123 bewoners aan 't Gouden Hert aangegeven dat deze bewoners hun medicijnen niet langer bij 't Gouden Hert zullen betrekken, maar bij Apotheek Havenbogen.

3. Het geschil

3.1. 't Gouden Hert vordert dat het de voorzieningenrechter behage bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad (de proceskosten daaronder begrepen):

(i) de Verzorgingstehuizen te gebieden de samenwerking met 't Gouden Hert tot het leveren van medicijnen ten behoeve van de bewoners/patiënten [van] Sint Liduina respectievelijk het Sint Jacobs Gasthuis op een zodanige wijze te herstellen dat 't Gouden Hert weer – conform de gangbare praktijk in de periode vóór 5 januari 2008 [bedoeld zal zijn: 2010] – de enige apotheek is die de Verzorgingstehuizen ten behoeve van haar patiënten/bewoners voorziet van medicijnen (behoudens dan ter zake van die patiënten/bewoners die reeds op basis van hun eigen expliciete keuze vóór 23 oktober 2008 [bedoeld zal zijn: 2009] hun medicijnen via een andere apotheek betrokken), een en ander op straffe van een dwangsom van € 100.000,-- indien Sint Liduina respectievelijk het Sint Jacobs Gasthuis dit gebod niet nakomt, welke dwangsom wordt verhoogd met een dwangsom van €10.000,-- per dag voor iedere dag dat Sint Liduina respectievelijk het Sint Jacobs Gasthuis in gebreke blijft dit gebod na te komen; en

(ii) in verband met het bepaalde onder (i) de Verzorgingstehuizen derhalve te gebieden de samenwerking met Apotheek Havenbogen tot het leveren van medicijnen ten behoeve van de bewoners/patiënten [van] Sint Liduina respectievelijk het Sint Jacobs Gasthuis te staken en gestaakt te houden, een en ander op straffe van een dwangsom van € 100.000,-- indien Sint Liduina respectievelijk het Sint Jacobs Gasthuis dit gebod niet nakomt, welke dwangsom wordt verhoogd met een dwangsom van € 10.000,-- per dag voor iedere dag dat Sint Liduina respectievelijk het Sint Jacobs Gasthuis in gebreke blijft dit gebod na te komen; en

(iii) in verband met het bepaalde onder (i) en (ii) Apotheek Havenbogen te gebieden de samenwerking met de Verzorgingstehuizen te staken en gestaakt te houden, een en ander op straffe van een dwangsom van € 100.000,-- indien Apotheek Havenbogen dit gebod niet nakomt, welke dwangsom wordt verhoogd met een dwangsom van € 10.000,-- per dag voor iedere dag dat Apotheek Havenbogen in gebreke blijft dit gebod na te komen.

en voorts:

(iv) ieder der gedaagden, hoofdelijk, te veroordelen in de kosten van dit geding.

3.2. Het verweer van de Verzorgingstehuizen strekt tot afwijzing van de vorderingen van 't Gouden Hert met veroordeling van 't Gouden Hert in de kosten van het geding. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Nu 't Gouden Hert heeft aangevoerd dat de 123 bewoners, die hun medicijnen niet langer bij 't Gouden Hert maar bij Apotheek Havenbogen betrekken, allen op leeftijd zijn en meer medicijnen nodig hebben dan gemiddeld (hetgeen de Verzorgingstehuizen niet hebben weersproken) is voldoende aannemelijk dat 't Gouden Hert met het vertrek van die 123 bewoners een groot deel van haar omzet is kwijtgeraakt, zoals zij heeft gesteld. Daarmee is het spoedeisend belang bij de gevorderde voorzieningen gegeven.

4.2. Het gaat in dit kort geding om het volgende. Tot voor kort bestond tussen 't Gouden Hert en de Verzorgingstehuizen een vorm van samenwerking die inhield dat de Verzorgingstehuizen aan nieuwe bewoners van haar verzorgingstehuizen kenbaar maakten dat zij er de voorkeur aan gaven dat die bewoners hun medicijnen bij 't Gouden Hert zouden gaan betrekken. Weliswaar hadden de bewoners de vrijheid om voor een andere apotheek te kiezen, maar de praktijk was dat het merendeel van de nieuwe bewoners de voorkeur van de Verzorgingstehuizen volgde.

4.3. Aan de hiervoor bedoelde samenwerking is thans een einde gekomen in die zin dat de Verzorgingstehuizen aan nieuwe bewoners van haar verzorgingstehuizen niet langer 't Gouden Hert, maar Apotheek Havenbogen als voorkeursapotheek voorstellen. Daarnaast hebben de Verzorgingstehuizen aan de bestaande bewoners van haar verzorgingstehuizen de onder 2.5 geciteerde brief gestuurd. Volgens 't Gouden Hert stond het de Verzorgingstehuizen niet vrij aldus te handelen; de Verzorgingstehuizen hebben dit bestreden.

4.4. 't Gouden Hert heeft zich beroepen op de jurisprudentie met betrekking tot de opzegging van duurovereenkomsten. Op grond van die jurisprudentie heeft te gelden dat een duurovereenkomst die voor onbepaalde tijd is aangegaan in beginsel door opzegging kan worden beëindigd, mits daarbij een redelijke termijn in acht wordt genomen. In geval van zwaarwegende belangen aan de zijde van de wederpartij geldt dat een duurovereenkomst slechts in stringente gevallen kan worden opgezegd.

De Verzorgingstehuizen hebben bestreden dat de voorheen tussen partijen bestaande samenwerking als een duurovereenkomst gekwalificeerd kan worden.

4.5. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan een oordeel met betrekking tot de juridische kwalificatie van de tussen 't Gouden Hert en de Verzorgingstehuizen voorheen bestaande samenwerking in het onderhavige kort geding in het midden blijven. Immers, gelet op de wijze waarop partijen hun samenwerking vorm hebben gegeven wordt voorshands aangenomen dat bij de beantwoording van de vraag of de Verzorgingstehuizen de samenwerking met 't Gouden Hert mochten beëindigen op de wijze waarop zij dat hebben gedaan en met inachtneming van de termijn die zij daarbij in acht hebben genomen, aan de jurisprudentie inzake het opzeggen van duurovereenkomsten tenminste enige (analoge) betekenis toekomt.

4.6. Bij de beoordeling van de vraag of het de Verzorgingstehuizen vrij stond de samenwerking met 't Gouden Hert te beëindigen op de wijze waarop zij dat hebben gedaan en met inachtneming van de termijn die zij daarbij in acht hebben genomen, stelt de voorzieningenrechter voorop, zoals ook 't Gouden Hert en de Verzorgingstehuizen – terecht – tot uitgangspunt nemen, dat de verzorgingstehuisbewoners de vrijheid hebben om te kiezen bij welke apotheek zij hun medicijnen willen betrekken. Het is immers de bewoner die met de apotheek van zijn of haar keuze een (geneeskundige behandelings)overeenkomst aangaat. De Verzorgingstehuizen staan daar in beginsel buiten. Nu, zoals hiervoor overwogen, het voorstellen van een voorkeursapotheek door de Verzorgingstehuizen in de praktijk tot gevolg heeft dat het merendeel van de nieuwe bewoners dat voorstel volgt, geldt wel dat de Verzorgingstehuizen een sturende rol hebben bij het bepalen van de keuze voor een bepaalde apotheek. Dit brengt met zich dat de Verzorgingstehuizen bij het geven van invulling aan die (sturende) rol zich er steeds van dienen te vergewissen dat het beginsel van vrije apotheekkeuze niet in het gedrang komt. Voorts wordt voorop gesteld dat bij een massale overgang van de ene naar de andere apotheek zoals de onderhavige onvermijdelijk het risico bestaat dat als gevolg van die overgang fouten worden gemaakt. Dat betekent dat met het oog op het – door zowel 't Gouden Hert als de Verzorgingstehuizen onderschreven – belang van een goede geneesmiddelenvoorziening aan de betrokken bewoners een dergelijke overgang niet lichtvaardig dient te worden nagestreefd, zeker niet nu het gaat om oude mensen die relatief veel medicijnen nodig hebben.

4.7. Als reden voor de beëindiging van de samenwerking met 't Gouden Hert hebben de Verzorgingstehuizen gesteld dat het praktisch is als zo veel mogelijk bewoners hun medicijnen betrekken bij Apotheek Havenbogen, omdat deze apotheek binnen het complex Havenbogen is gevestigd. Daar heeft 't Gouden Hert echter (onbetwist) tegen ingebracht dat zij op een afstand van 50 meter van de Sint Liduinastichting ligt en ook zeer dicht bij het Sint Jacobs Gasthuis is gelegen.

4.8. De Verzorgingstehuizen hebben daarnaast – overigens pas in tweede instantie – gesteld dat de kwaliteit van de dienstverlening door 't Gouden Hert te wensen overliet. Dit is echter met de enkele overgelegde e-mails onvoldoende onderbouwd en ook overigens gelet op de betwisting van deze stelling door 't Gouden Hert – die in dat verband onder meer onbetwist heeft gesteld nog niet één keer gebruik is gemaakt van de tussen haar en de Verzorgingstehuizen overeengekomen klachtenprocedure – niet aannemelijk geworden.

4.9. Voorts is relevant dat tussen 't Gouden Hert en de Verzorgingstehuizen niet in geschil is dat zij – in het kader van een goede geneesmiddelenvoorziening – regelmatig overleg hadden over de (wijze van) medicijnverstrekking aan de betreffende bewoners en dat er formele werkafspraken zijn gemaakt. Tot slot is relevant dat niet in geschil is dat Apotheek Havenbogen ten tijde van de beslissing van de Verzorgingstehuizen om die apotheek in plaats van 't Gouden Hert als voorkeursapotheek voor te stellen, een kwijnend bestaan leed en geen vaste apotheker had.

4.10. Gelet op deze feiten en omstandigheden, mede in aanmerking nemende dat voldoende aannemelijk is geworden dat sprake was van een jarenlange samenwerking tussen 't Gouden Hert en de Verzorgingstehuizen, dat daarnaast niet gesteld of gebleken is dat die samenwerking aan een termijn gebonden was en dat de thans naar Apotheek Havenbogen overgestapte bewoners verantwoordelijk waren voor een groot deel van de omzet van 't Gouden Hert, valt voorshands te betwijfelen of het de Verzorgingstehuizen vrij stond de samenwerking met 't Gouden Hert abrupt te beëindigen op de wijze zoals zij heeft gedaan. De enkele (door 't Gouden Hert betwiste) stelling dat voor een bezoek aan Apotheek Havenbogen geen jas behoeft te worden aangetrokken (hetgeen, naar moet worden aangenomen, alleen voor Sint Liduina geldt) is naar voorlopig oordeel onvoldoende om tot een ander oordeel te leiden.

Daar komt bij dat de in 2.5 geciteerde brief aan de bestaande verzorgingshuisbewoners door de gebruikte formulering en de – zeker gelet op de leeftijd van betrokkenen – zeer korte bezwaartermijn naar voorlopig oordeel op gespannen voet staat met het beginsel van een vrije apotheekkeuze.

4.11. Het vorenoverwogene kan evenwel niet leiden tot toewijzing van de vorderingen van 't Gouden Hert. Dit zou er immers op neerkomen dat de Verzorgingstehuizen haar bewoners zou moeten verplichten te kiezen voor 't Gouden Hert. Dat ligt niet in de macht van de Verzorgingstehuizen en is bovendien in strijd is met het beginsel van een vrije apotheekkeuze. Voor het toelaten van een wijziging van eis in die zin dat herstel van de situatie van vóór 5 januari 2010 wordt nagestreefd op een nader door de voorzieningenrechter in te vullen wijze, zoals ter zitting door 't Gouden Hert verzocht maar waartegen door de Verzorgingstehuizen bezwaar is gemaakt, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding. Uiteraard zou ook een dergelijke algemene, door de voorzieningenrechter nader in te vullen, vordering niet kunnen worden toegewezen. Bij het geschil tussen 't Gouden Hert en gedaagden zijn ook de belangen van de bewoners betrokken. Zij hebben naar voorlopig oordeel met name belang bij een goede geneesmiddelenvoorziening en continuïteit. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zal, voor zover zou komen vast te staan dat de Verzorgingstehuizen onrechtmatig hebben gehandeld jegens 't Gouden Hert door de samenwerking te beëindigen op de termijn en de wijze waarop dit is geschied, zich dit moeten oplossen in schadevergoeding, niet in de laatste plaats omdat het ook uiterst onwenselijk en niet in het belang van de bewoners is dat zij van verschillende zijden onder druk worden gezet om voor een bepaalde apotheek te kiezen.

De vorderingen zullen derhalve worden afgewezen.

4.12. 't Gouden Hert zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Frankeland worden begroot op:

- vast recht EUR 263,00

- salaris procureur 816,00

Totaal EUR 1.079,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt 't Gouden Hert in de proceskosten, aan de zijde van Frankeland tot op heden begroot op EUR 1.079,00,

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Bouwman, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Kalmthout, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2010.?

1775/1729