Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2010:BL9376

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
18-03-2010
Datum publicatie
29-03-2010
Zaaknummer
348235/ KG ZA 10-107
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Voorshands komt de stelling van de eigenaar van het recreatiepark, dat hem het beheer van (ondermeer) de nutsvoorzieningen en de verwerking van het afval van het park toekomt, aannemelijk voor. Wel wordt de Vereniging een termijn gegund om hun contracten met respectievelijk de nutsvoorzieningen en het bedrijf dat zorgdraagt voor de verwerking van het huisafval van het recreatiepark - om ondermeer de schade bij voortijdige contractbeëindiging voor de Vereniging van Eigenaren te beperken - gegund.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer 348235/ KG ZA 10-107

Uitspraak: 18 maart 2010

VONNIS in kort geding in de zaak van:

de rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging

Vereniging van Eigenaren van Chalets in het Recreatiepark Fort Prins Frederik,

gevestigd te Oostflakkee,

eiseres,

advocaat mr. E.G. Karel,

- tegen -

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Recreatiecentrum Het Fort Ooltgensplaat B.V.,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

B.V. Monument Fort Prins Frederik,

beiden gevestigd te Schiedam,

gedaagden,

vertegenwoordigd door de heer W. de Neef.

Eiseres wordt hierna aangeduid als “de Vereniging van Eigenaren”. Gedaagden worden hierna gezamenlijk als zodanig aangeduid en afzonderlijk als respectievelijk “Recreatie-centrum Het Fort” en “Monument Fort”.

1. Het verloop van het geding

De voorzieningenrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d. 11 februari 2010;

- producties van de Vereniging van Eigenaren;

- producties van gedaagden;

- pleitnotities van mr. Karel;

- pleitnotities van de heer De Neef.

De raadsman van eiseres en de gemachtigde van gedaagden hebben de respectieve standpunten toegelicht ter zitting van 4 maart 2010.

2. De vaststaande feiten

In dit kort geding wordt van de volgende vaststaande feiten uitgegaan.

2.1

In de statuten van de Vereniging van Eigenaren, voor het laatst gewijzigd op 2 augustus 2005, staat opgenomen - voor zover hier van belang - :

“……

Doel.

Artikel 3.

1. De vereniging heeft ten doel het behartigen van de belangen van alle eigenaren van percelen

(recreatie-) grond, al dan niet met opstallen, gelegen in het recreatiegebied op het terrein van fort

“Prins Frederik” te Ooltgensplaat, een en ander in de ruimste zin des woords.

2. De vereniging tracht dit doel onder meer te bereiken door het informeren van haar leden, het

voeren van overleg met leden, overheid - in de breedste zin - en andere instanties, het houden

van informatiebijeenkomsten en -vergaderingen, het bemiddelen bij geschillen, de woordvoering

namens de leden, het uitgeven van nieuwsbulletins, het opzetten van overlegstructuren en voorts

al hetgeen daarmee verband houdt of daaraan bevorderlijk kan zijn.

Leden.

Artikel 4.

1. Leden van de vereniging kunnen zijn rechtspersonen en natuurlijke personen die de zestienjarige

leeftijd hebben bereikt, en eigenaar zijn van een perceel (recreatie-)grond, al dan niet met opstal-

len, gelegen in het recreatiegebied op het terrein van voormalig fort “Prins Frederik” te Ooltgens-

plaats.

……”

2.2

Op 24 juni 1983 is Recreatiecentrum Het Fort opgericht en ingeschreven in het Handels- register van de Kamer van Koophandel met als enig aandeelhouder DVRG Real Estate Holding B.V. en met thans als enig bestuurder [bestuurder].

2.3

Op 26 april 2005 heeft Monument Fort haar - per 19 april 2005 opgerichte - besloten vennootschap ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel met als bedrijfsomschrijving ‘Het verkrijgen, beheren, exploiteren en in stand houden van monumenten in de zin van de Monumentenwet 1988’ met als enig aandeelhouder en bestuurder Recreatiecentrum Het Fort.

2.4

Op 7 december 2009 stuurt [bestuurder], namens Recreatiecentrum Het Fort, aan de Vereniging van Eigenaren een e-mail, die - voor zover hier relevant - het volgende inhoudt:

“……

Gezien de ontwikkelingen van de afgelopen weken om tot een overeenstemming te komen inzake de perikelen tussen uw vereniging en Recreatiecentrum Het Fort Ooltgensplaat BV (hierna: het Park) en de unanieme afwijzing op de Algemene Ledenvergadering gehouden op 28 november 2009, van de door uw bestuur opgestelde conceptovereenkomst, deel ik u als volgt mee:

……

24. de directie van het Park sommeert de vereniging om de vuilcontainers, de zogenaamde Moloks,

uit haar grond te verwijderen voor 15 december 2009 en zal per die datum de toegang weigeren

tot het Park voor de vrachtwagens van het verhuurbedrijf of ieder ander die namens haar de

containers komt legen. Voor zover nodig, stelt het Park voor alsdan de vereniging nu reeds in

gebreke en zal na 15 december 2009, de containers zelf doen verwijderen op kosten van de

vereniging;

25. de directie van het Park, zal de nutsbedrijven mededelen dat alle contracten dienaangaande op het

Park dienen te worden overgeschreven bij gebreken waarvan, de onder- en bovengrondse infra-

structuur welke in eigendom aan het Park toebehoort, per direct niet meer beschikbaar zal

worden gesteld en alle doorlating van nutsvoorzieningen zal worden geblokkeerd

…...”

2.5

De Vereniging van Eigenaren heeft als productie 6 een ongedateerde en niet ondertekende

concept-huurovereenkomst in de zin van artikel 7:290 BW (hierna: de Overeenkomst) tussen Recreatiecentrum Het Fort, aangeduid als verhuurder, en de Vereniging van Eigena- ren, aangeduid als huurder, in het geding gebracht. In deze huurovereenkomst staat - voor zover hier relevant - het volgende:

“……

Het gehuurde, bestemming

1.1 Verhuurder verhuurt aan huurder en huurder huurt van verhuurder

de wegen van en naar de percelen op het recreatiecentrum Fort Prins Frederik, niet zijnde

de monumentale Don Jon en haar bijgebouwen en het bijbehorende parkeerterrein (…),

hierna ‘het gehuurde’ genoemd gelegen Havendijk 16 (3257 LH) te Ooltgensplaat.

……

1.2 Het gehuurde is/wordt als casco verhuurd, tenzij in 8 of elders schriftelijk aanvullend of anders

door partijen is overeengekomen.

1.3 Het gehuurde zal door of vanwege huurder uitsluitend worden bestemd om te worden gebruikt

als verkeersruimte ten behoeve van het bereiken van de afzonderlijke kavels van de leden van de Vereniging van Eigenaren.

1.4 Het is huurder niet toegestaan zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van verhuurder een

andere bestemming aan het gehuurde te geven dan omschreven in 1.3.

……

Casco plus

8 In aanvulling op de huur als casco behoort tot het gehuurde:

- infrastructuur (electra, gas en water)

Bijzondere bepalingen

9.1 In tegenstelling tot de genoemde huurprijs in artikel 4.1 van deze huurovereenkomst zijn

verhuurder en huurder een huurprijs overeengekomen van € 1,-. Huurder zal hiertoe zelf het beheer voeren voor onderhoud van de paden, infrastructuur en faciliteiten op het recreatiecentrum “Fort Prins Frederik”, niet zijnde de monumentale Don Jon en haar bij-gebouwen en het bijbehorende binnenterrein. (…).

9.2 Huurder ziet erop toe dat:

(…)

v. huis- tuin en keukenafval binnen de erfafscheiding van betreffende percelen wordt

bewaard tot het moment dat deze aangeboden kunnen/mogen worden aan het facili-

terend bedrijf welke haar diensten in deze aanbiedt;

……”

3. Het geschil

3.1

De Vereniging van Eigenaren vordert dat het de voorzieningenrechter moge behage bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

Primair:

a. Recreatiecentrum Het Fort te verbieden dat zij de door eiseres gehuurde Moloks

verwijdert, of voor het geval zij die inmiddels heeft verwijderd, gebiedt deze terug

te plaatsen, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom voor elke dag dat de

overtreding voortduurt van € 1.000,00 per overtreding per dag, welke dwangsom

verschuldigd is binnen 24 uren na betekening van het in deze te wijzen vonnis, of

een voorziening als de voorzieningenrechter in goede justitie vermeent te behoren;

b. Recreatiecentrum Het Fort te verbieden om de vrachtwagens op haar terrein te

weren die belast zijn met het ophalen en afvoeren van het vuilafval uit de door de

vereniging gehuurde Moloks, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom

van € 5.000,00 per dag voor elke dag dat de overtreding voortduurt, welke dwang-

som is verschuldigd binnen 24 uren na betekening van het in deze te wijzen vonnis,

of althans een voorziening als de voorzieningenrechter in goede justitie vermeent te

behoren;

c. Recreatiecentrum Het Fort en/of Monument Fort te verbieden om tot afsluiting dan

wel blokkering over te gaan van elektriciteit- en watertoevoer aan de leden van de

vereniging, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per

dag voor elke dag dat de overtreding voortduurt, welke dwangsom is verschuldigd binnen 24 uren na betekening van het in deze te wijzen vonnis, of althans een voorziening als de voorzieningenrechter in goede justitie vermeent te behoren;

d. Recreatiecentrum Het Fort en/of Monument Fort te veroordelen haar medewerking te verlenen en al datgene te doen wat nodig is om ruimte te verschaffen voor de aansluiting en het plaatsen van een eigen hoofdmeter voor stroom en water voor de gebouwen van gedaagden alsmede medewerking te verlenen aan de splitsing van de binneninstallatie, met dien verstande dat de kosten verbonden aan de splitsing voor rekening van Recratiecentrum Het Fort en/of Monument Fort komen, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per overtreding per dag, zolang de overtreding voortduurt, of althans een voorziening als de voorzieningen- rechter in goede justitie vermeent te behoren;

e. Recreatiecentrum Het Fort en/of Monument Fort te veroordelen tot betaling van

een bedrag groot € 62.642,10 aan de Vereniging van Eigenaren, zulks tegen afgifte

van een behoorlijk bewijs van kwijting, te verhogen met de wettelijke rente vanaf

de datum van dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede gedaag- den te veroordelen tot de betaling van het verbruik van water en stroom vanaf de maand augustus 2009, voor iedere maand dat gebruik wordt gemaakt van de nuts- voorzieningen door gedaagden, of althans een voorziening de voorzieningenrechter in goede justitie vermeent te behoren;

f. Gedaagden te verbieden om de leden van de vereniging de toegang tot het re-

creatiepark te weigeren, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van

€ 5.000,00 per overtreding en van € 1.000,00 per dag voor elke dag dat de over-

treding voortduurt, één en ander binnen 24 uren na betekening van het in deze te

wijzen vonnis, of althans een voorziening als de voorzieningenrechter in goede

justitie vermeent te behoren.

Subsidiair:

g. En voorzover de voorzieningenrechter de vordering onder a) van dit petitum niet

toewijsbaar acht, gedaagden te verbieden om binnen een periode van zes maanden,

te rekenen vanaf de datum waarop in deze vonnis wordt gewezen, de Moloks te

verwijderen, en voorzover deze al verwijderd zijn terug te plaatsen, en voorts aan

de Vereniging van Eigenaren op te dragen ter vervanging van de huidige voorzie- ning een passend alternatief aan te bieden op het terrein van gedaagden, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 2.500,00 per dag voor elke dag dat de overtreding voortduurt, welke dwangsom is verschuldigd binnen 24 uren na betekening van dit vonnis, of althans een voorziening als de voorzieningenrechter in goede justitie vermeent te behoren;

h. Met veroordeling van gedaagden in de kosten van deze procedure.

3.2

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft de Vereniging van Eigenaren aan haar vorderingen in essentie ten grondslag gelegd dat gedaagden handelen in strijd met de tussen

Recreatiecentrum Het Fort en de Vereniging van Eigenaren gesloten Overeenkomst, dan wel dat gedaagden onrechtmatig handelen jegens haar leden door hen te verstoken van voorzie- ningen die strekken tot het normale gebruik van de recreatiewoningen.

3.2.1

De leden van de Vereniging van Eigenaren hebben sedert het ontstaan van het park, circa

30 jaar geleden, altijd de mogelijkheid gehad om hun huisvuil te deponeren in - op het terrein van Recreatiecentrum het Fort staande - vuilcontainers. Het is ook altijd zo geweest dat de vuilcontainers werden geledigd door een bedrijf dat gebruik maakte van vracht- wagens om het vuil op te halen en af te voeren van het terrein. Recentelijk, in 2005, zijn er nadere specifieke afspraken gemaakt tussen de Vereniging van Eigenaren en de toenmalige bestuurder van het recreatiepark over het afvoeren van het huisvuil van het terrein door de Vereniging van Eigenaren. De Vereniging van Eigenaren heeft vervolgens een overeenkomst gesloten met het bedrijf Van Happen Transport B.V., die eigenaresse is van de zich op het terrein bevindende Moloks.

3.2.2

De Vereniging van Eigenaren heeft met Eneco en Evides contracten gesloten op basis waarvan water en elektriciteit wordt geleverd ten behoeve van de chalets van haar leden en de aan gedaagden toebehorende gebouwen op het recreatiepark, waarin ondermeer een horecagelegenheid wordt geëxploiteerd. De leden hebben kavels gekocht en geleverd gekregen met de daarop gevestigde erfdienstbaarheid dienende tot het normale gebruik van de openbare nutsvoorzieningen. Gedaagden hebben dan ook deze erfdienstbaarheden te respecteren. Het transport van deze nutsvoorzieningen geschiedt via de daarvoor aanwezige infrastructuur op het park die in eigendom toebehoort aan Recreatiecentrum Het Fort.

3.2.3

Gedaagden zijn in verzuim met het betalen aan de Vereniging van Eigenaren van hun verbruik van elektriciteit en water op het recreatiepark met als gevolg dat de leden van de Vereniging van Eigenaren momenteel voor deze kosten opdraaien.

3.3

Gedaagden hebben gemotiveerd verweer gevoerd, waarop in het kader van de beoordeling - voor zover nodig - zal worden ingegaan.

4. De beoordeling

4.1.1

De Vereniging van Eigenaren heeft aangevoerd dat haar spoedeisend belang is gelegen

in de haar door Recreatiecentrum Het Fort per e-mail d.d. 7 december 2009 gegeven som-

matie aangaande het verwijderen van de Moloks en de in deze mail jegens haar geuite dreigementen aangaande het afsluiten van water en stroom door Recreatiecentrum

Het Fort (zie onder 2.4).

4.1.2

Gedaagden zijn van mening dat de Vereniging van Eigenaren geen spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorzieningen, nu de Vereniging van Eigenaren niet is ingegaan op de door gedaagden aangereikte oplossingen aangaande de mogelijkheid voor vuilafvoer, de levering van water en elektriciteit en de kosten van de nutsleveringen.

4.1.3

De onder a, b, c, d, f en g gevraagde voorzieningen zijn alle nauw gerelateerd zijn aan het normale recreatiegenot van de leden van de Vereniging van Eigenaren. Hiermee, in samen- hang bezien met de door Recreatiecentrum Het Fort onder 24 en 25 gedane uitingen in haar aan de Vereniging van Eigenaren gerichte mail d.d. 7 december 2009 (zie 2.4), is het spoed- eisend belang bij deze gevraagde voorzieningen gegeven.

Dat mogelijk de Vereniging van Eigenaren de door gedaagden aangereikte oplossingen om uit de ontstane impasses te geraken heeft afgewezen, doet hier niet aan af.

4.1.4

Aangaande het onder e gevorderde wordt het volgende overwogen.

Een geldvordering kan voor toewijzing in kort geding in aanmerking komen, indien de vordering voldoende aannemelijk is. Voorts geldt dat terughoudendheid geboden is, mede met het oog op het restitutierisico, en dat dienaangaande naar behoren feiten en omstandig-heden moeten worden aangewezen die meebrengen dat een zodanige voorziening uit hoofde van onverwijlde spoed geboden is (HR 22 januari 1982, NJ 1982, 505, nadien herhaaldelijk bevestigd, laatselijk in HR 15 juni 2007, LJN: BA1522). Uit deze jurisprudentie volgt dat de aanwezigheid van het spoedeisend belang een noodzakelijk en apart te toetsen vereiste is voor toewijzing van een geldvordering in kort geding.

Nu de Vereniging van Eigenaren haar spoedeisend belang bij deze gevraagde voorziening niet heeft onderbouwd, en aldus niet is voldaan aan één van de vereisten voor toewijzing van een geldvordering in kort geding, betekent dit dat het onder e gevorderde zal worden afgewezen. De overige vereisten kunnen mitsdien onbesproken blijven.

4.2.1

Gedaagden hebben voorts ten verwere aangevoerd dat hen als gezamenlijk eigenaressen van de boven- en ondergrondse infrastructuur van het recreatiepark - waaronder de waterleiding, het elektriciteitsnet en de wegen - het beheer en het onderhoud hiervan toekomt. Gelet hierop, rust op gedaagden de verplichting om voor een goede verwerking van het vuilafval en een deugdelijke verstrekking van nutsvoorzieningen op het park zorg te dragen. Hiermee verhoudt zich niet het feit dat de Vereniging van Eigenaren uit eigen beweging contracten aangaande deze voorzieningen op haar naam heeft gezet, hetgeen bovendien niet strookt met de statutaire doeleinden van de Vereniging van Eigenaren.

4.2.2

Voorts hebben gedaagden ten aanzien van het onder a en/of b gevorderde het volgende aangevoerd:

- Gedaagden willen de Moloks, die momenteel zijn geplaatst op een opzichtige en storende plaats binnen het recreatiepark, verwijderen en vervolgens een andere afvalvoorziening - buiten het zicht en voor een ieder goed bereikbaar - aan de rand van het park te treffen;

- Bij warm weer ontstaat er stankoverlast bij de Moloks, hetgeen uitermate hinderlijk is voor de direct omwonenden en voor de bezoekers van het park;

- De grote, zware vrachtwagens, die de Moloks op het park legen, veroorzaken schade aan de ondergrondse als de bovengrondse infrastructuur;

- Gedaagden kunnen een milieubewustere en goedkopere manier van vuilafvoer aanbieden (zie productie 11 zijdens gedaagden).

4.2.3

Ten aanzien van het onder c en d gevorderde hebben gedaagden nog aangevoerd dat de Vereniging van Eigenaren de leveringscontracten voor water en elektriciteit en de inkom-sten die dit genereert op onrechtmatige wijze naar zich toe heeft gehaald. De Vereniging van Eigenaren weigert, ondanks meerdere sommaties hiertoe van gedaagden, om deze contrac- ten op naam van gedaagden te zetten.

4.3

De voorzieningenrechter overweegt het volgende.

4.3.1

In zijn algemeenheid merkt de voorzieningenrechter op dat betrokken partijen hun juridi-sche verhoudingen in het verleden volstrekt onvoldoende hebben geregeld.

Voorzover de Vereniging van Eigenaren aangaande de contractuele relatie tussen partijen het oog heeft gehad op de door haar als productie 6 overgelegde - ongedateerde en niet ondertekende - concept-huurovereenkomst (zie 2.5), kan binnen dit kort geding - waar- binnen voor nadere bewijsvoering geen plaats is - niet worden vastgesteld of partijen deze huurovereenkomst daadwerkelijk met elkaar zijn aangegaan, respectievelijk hoe de contractuele rechtsverhouding tussen partijen geduid moet worden en wat daarvan de inhoud is. Wel is binnen dit kort geding aannemelijk geworden, dat de Vereniging van Eigenaren zowel contracten aangaande de nutsvoorzieningen als contracten aangaande de verwerking van huisafval op het park met derden is overeengekomen.

Nu overigens niet is gebleken van een contractuele verbintenis aangaande (één van) deze voorzieningen tussen de Vereniging van Eigenaren en (één van) gedaagden, ligt thans de vraag voor of gedaagden jegens (de leden van) de Vereniging van Eigenaren onrechtmatig handelen.

Dit is naar voorlopig oordeel, nog daargelaten dat het onrechtmatig handelen louter sommaties betreft (zie 2.4), niet het geval. Los van de vraag of gedaagden eigenaressen zijn van de gehele boven- en ondergrondse infrastructuur op het recreatiepark, ligt het voor de hand om aan te nemen dat gedaagden - meer in het bijzonder Recreatiecentrum Het Fort - het beheer toekomt van de op het park aanwezige waterleiding, het elektriciteitsnet en de wegen en daarnaast dient zorg te dragen voor de opslag en afvoer van het op het recreatiepark geproduceerde huisafval. Hierbij is mede in aanmerking genomen dat een substantieel deel van de op het park aanwezige recreatiewoningen aan Recreatiecentrum

Het Fort toebehoort.

het onder a, b en g gevorderde

4.3.2

Indien de door gedaagden onder 4.2.2 aangevoerde punten juist zijn, handelt Recreatie-centrum Het Fort naar voorlopig oordeel niet onrechtmatig indien zij overgaan tot het verwijderen van de door de Vereniging van Eigenaren gehuurde Moloks van het terrein, mits zij hiervoor voordien een deugdelijk alternatief realiseren.

Nu van een dergelijk alternatief nog niet is gebleken, zal de Vereniging van Eigenaren een periode van 6 maanden worden gegund om de verwerking van het huisafval op het recreatie-terrein op de thans door haar gevoerde voet voort te zetten, hetgeen mede inhoudt dat gedaagden de vrachtwagens, die zijn belast met het ophalen van het (huis)afval bij de Moloks, gedurende die periode de toegang tot het park verleent. Indien de Vereniging van Eigenaren daartoe aanleiding ziet, staat het haar uiteraard vrij om deze termijn in te korten. Het onder a, b en g gevorderde zal derhalve worden toegewezen, zoals hierna in het dictum is vermeld, waarbij de gevorderde dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd.

Ten overvloede overweegt de voorzieningenrechter dat vorenstaande niets zegt over de eventuele aansprakelijkheid van de Vereniging van Eigenaren respectievelijk gedaagden jegens Van Happen Transport B.V. als gevolg van voortijdige beëindiging van het contract.

het onder c en d gevorderde

4.3.3

Voor zover de Vereniging van Eigenaren dit gedeelte van haar vordering grondt op het handelen van gedaagden in strijd met door haar gevestigde erfdienstbaarheden zal dit buiten bespreking blijven, nu binnen dit kort geding door de Vereniging van Eigenaren geen (notariële) stukken aangaande dit zakelijk recht zijn overgelegd.

De Vereniging van Eigenaren heeft ter zitting aangegeven in beginsel geen bezwaar te hebben tegen een overdracht van de contracten van de nutsvoorzieningen van haar op Recreatiecentrum Het Fort. Nu het ook ten aanzien van deze voorzieningen in de rede ligt dat deze door gedaagden “beheerd” (gaan) worden en daarom contractsovername geboden lijkt en voorts moet worden aangenomen dat een dergelijk proces enige tijdsspanne in beslag zal nemen, zal de Vereniging van Eigenaren ook ten aanzien van het onder c gevorderde een termijn van zes maanden worden gegund, of zoveel korter, indien de Vereniging van Eigenaren dat wenselijk acht, om dit overnameproces uit te voeren.

Als ordemaatregel zal gedurende die periode gedaagden verboden worden de elektriciteits- en watertoevoer af te sluiten. Het onder c gevorderde zal mitsdien worden toegewezen als hierna in het dictum is vermeld, waarbij de gevorderde dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd.

Voor toewijzing van het onder d gevorderde is geen plaats, nu nog niet is komen vast te staan hoe een nieuwe situatie tussen alle betrokken partijen daadwerkelijk vorm gaat krijgen en of het plaatsen van een eigen hoofdmeter voor stroom en water voor de gebouwen van gedaagden alsmede medewerking te verlenen aan de splitsing van de binneninstallatie daarbij de voorkeur verdient. Gelet op het voorgaande zal het onder d gevorderde worden afgewezen.

het onder f gevorderde

4.3.4

Niet is gebleken dat gedaagden voornemens zijn om de (leden van de) Vereniging van Eigenaren de toegang tot het park te ontzeggen. Dit punt heeft verder ook geen onderdeel uitgemaakt van het binnen dit kort geding gevoerde dispuut.

Voor een gebod van het onder f gevorderde is mitsdien voorshands geen plaats. Dit gedeelte van de vordering zal derhalve eveneens worden afgewezen.

4.4

Los van de uitspraak in dit kort geding, geeft de voorzieningenrechter partijen - tegen de achtergrond van het onder 4.3.1 overwogene - dringend in overweging om nogmaals te proberen de over en weer ontstane geschilpunten binnen een structureel overleg met elkaar op te lossen. Binnen dit overleg kan dan ook de kwestie van een eigen hoofdmeter voor elektriciteit en water voor de gebouwen van gedaagden, alsmede de splitsing van de binneninstallatie aan de orde komen. Op de lange termijn zal een structureel overleg tussen partijen het meest ten goede komen aan enerzijds het recreatiegenot van de leden van de Vereniging van Eigenaren op het park en anderzijds de aan gedaagden toekomende taak aangaande het beheer en de exploitatie van het park.

4.5

De voorzieningenrechter ziet aanleiding, gelet op het feit dat partijen over en weer gedeeltelijk in het gelijk zijn gesteld, de proceskosten te compenseren.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter,

verbiedt gedaagden om binnen zes maanden na betekening van dit vonnis, de Moloks van haar terrein te verwijderen, of voor het geval zij die inmiddels heeft verwijderd gebiedt deze binnen een week weer terug te plaatsen, zulks op straffe van een dwangsom van € 500,= (zegge: vijfhonderd euro) voor iedere dag dat gedaagden hiermee in gebreke blijven met een maximum van € 100.000,= (zegge: honderdduizend euro);

verbiedt gedaagden om binnen zes maanden na betekening van dit vonnis, de vrachtwagens - die belast zijn met het ophalen en afvoeren van het huisafval uit de Moloks - de toegang tot het recreatiepark te ontzeggen, zulks op straffe van een dwangsom van € 500,= (zegge: vijfhonderd euro) voor iedere overtreding hiervan, zulks met een maximum van € 100.000,= (zegge: honderdduizend euro);

verbiedt gedaagden om binnen zes maanden na betekening van dit vonnis, om tot afsluiting dan wel blokkering van de elektriciteit- en watertoevoer aan de leden van de Vereniging van Eigenaren over te gaan, zulks op straffe van een dwangsom van € 500,= (zegge: vijfhonderd euro) voor iedere dag dat gedaagden hiermee in gebreke blijven met een maximum van

€ 100.000,= (zegge: honderdduizend euro);

compenseert de kosten van het geding aldus, dat ieder de eigen kosten draagt;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.F.L. Geerdes, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. H.C.Fraaij, griffier.

Uitgesproken ter openbare terechtzitting

1862/676