Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2010:BL9120

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
17-03-2010
Datum publicatie
26-03-2010
Zaaknummer
221704 - HA ZA 04-2189
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ5109, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Partij die tot getuigenbewijs was toegelaten brengt slechts schriftelijk bewijs in het geding. Voor het geval zij niet geslaagd zou zijn in het haar opgedragen bewijs, wil zij alsnog worden toegelaten tot het bewijs door middel van getuigen. Strijd met de goede procesorde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2010, 95
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 221704 / HA ZA 04-2189

Uitspraak: 17 maart 2010

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

[naam eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

advocaten: mr. R.P.L.H. Burger

- tegen :

[naam gedaagde]

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat: mr. J.E. Polet.

Partijen worden hierna aangeduid als "[eiseres] "respectievelijk "[gedaagde]".

1 Het verdere verloop van het geding

De rechtbank heeft kennis genomen van de volgende stukken:

- het tussenvonnis van 12 december 2007 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;

- conclusie na niet gehouden enquête tevens houdende akte vermeerdering van eis en akte vermindering van eis, met producties;

- conclusie van antwoord na niet gehouden enquête, met producties;

2 De gewijzigde vordering

[eiseres] heeft bij voormelde akte haar vordering verminderd in dier voege dat zij de punten als in het petitum van de dagvaarding genummerd II ,III en IV, intrekt.

Zij vermeerdert haar vordering tot een bedrag van € 3.000.000 (drie miljoen euro).

3 De verdere beoordeling

3.1

In het hiervoor bedoelde tussenvonnis d.d. 12 december 2007 - waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast dient te worden beschouwd - is aan [eiseres] het bewijs opgedragen van het bestaan van een of meer rekeningen van de erflater bij Prudential Bache Bank met een positief saldo ten tijde van het overlijden van de erflater. Voorts is bepaald dat -samengevat - indien [eiseres] dit bewijs wil leveren door het doen horen van getuigen, de procureur van [eiseres] binnen twee weken na vonnisdatum opgave moet doen van de voor te brengen getuigen en de verhinderdata van de betrokkenen aan haar zijde in de maanden januari tot en met mei 2008... etc.

3.2

[eiseres] heeft niet binnen de hiervoor genoemde termijn opgave gedaan van de voor te brengen getuigen. Zij heeft daarentegen op 14 mei 2008 een conclusie na niet gehouden enquête genomen. Bij deze conclusie heeft [eiseres] het voorblad en een hoofdstuk uit het proces-verbaal van bevindingen van de FIOD d.d. 29 april 2004 overgelegd, welk proces-verbaal als sluitstuk van een onderzoek naar in totaal zeven verdachten, waaronder de broers [namen twee broers], werd opgemaakt. In dit hoofdstuk citeert de FIOD uit verklaringen van de medewerkers van Prudential-Bache. [eiseres] meent met het overleggen van dit proces-verbaal van bevindingen, althans een gedeelte daarvan voldaan te hebben aan de haar gegeven bewijsopdracht. Zij voert nog aan dat het om nieuw bewijs gaat van haar stellingen. Voor zover de rechtbank zou oordelen dat zij niet of niet volledig geslaagd is in het haar opgedragen bewijs, handhaaft [eiseres] haar aanbod tot het horen van getuigen en noemt zij een zevental getuigen.

3.3

[gedaagde] heeft uitvoerig verweer gevoerd tegen het door [eiseres] in haar conclusie na niet gehouden enquête gestelde. Volgens [gedaagde] kan het door [eiseres] overgelegde proces-verbaal niet tot bewijs van haar stellingen dienen. [eiseres] legt slechts door haar geselecteerde en afgeplakte pagina's over uit een kennelijk zeer omvangrijk strafdossier.

Voorts is de vermeerdering van eis in dit stadium van de procedure naar de mening van [gedaagde] in strijd met de goede procesorde en ongegrond. Voor wat betreft de vermindering van eis concludeert [gedaagde] dat de kern van de vorderingen van [eiseres] hiermee is komen te vervallen.

[gedaagde] had in het eerdere tussenvonnis al een bewijsopdracht gekregen en in het tussenvonnis van 12 december 2007 is geoordeeld dat [gedaagde] met het overleggen van een verklaring van Prudential Bache Bank heeft voldaan aan hetgeen haar bij tussenvonnis d.d. 1 februari 2006 was opgedragen. Nadat ook [eiseres] een bewijsopdracht had gekregen in het vonnis van 12 december 2007 heeft zij in een veel te laat stadium de voormelde producties overgelegd. [eiseres] had het betreffende proces-verbaal al langer in haar bezit. Voorts dient haar aanbod tot het horen van getuigen voor zover het bewijs door middel van voornoemd proces-verbaal onvoldoende wordt geacht, te worden gepasseerd. [eiseres] heeft immers zelf de keuze gemaakt geen gebruik te maken van de mogelijkheid tot het oproepen van getuigen. De fase van bewijslevering in de procedure in eerste aanleg is dan ook afgerond, aldus [gedaagde].

3.4

Anders dan [eiseres] meent, is zij niet in het bewijs geslaagd. Uit de door [eiseres] overgelegde brief van Bache Commodities Limited d.d. 30 november 2007 volgt dat Prudential-Bache International Limited slechts brokerswerkzaamheden voor klanten verrichtte. Zij verrichtte geen bankactiviteiten en had daarvoor ook geen vergunning. Prudential-Bache International Bank Limited is eerst opgericht in november 1996, na het overlijden van erflater derhalve. Van een rekening bij Prudential-Bache met daarop een positief saldo in geld kan dan ook geen sprake zijn geweest. In de bewijsopdracht is, achteraf bezien, dan ook ten onrechte gesproken over "Prudential Bache Bank".

Evenmin kan uit de door [eiseres] overgelegde selectie van slechts enkele pagina's uit een kennelijk omvangrijk onderzoek door de FIOD worden afgeleid dat erflater wel over een positief (bank)saldo aldaar beschikte. In het midden kan dan ook blijven of deze producties (on)tijdig in het geding zijn gebracht.

3.5

Voor het geval [eiseres] niet in het bewijs mocht zijn geslaagd, biedt zij andermaal getuigenbewijs aan. [gedaagde] verzet zich daartegen. Met [gedaagde] is de rechtbank van oordeel dat dit een gepasseerd station is. [eiseres] is bij tussenvonnis van 12 december 2007 tot getuigenbewijs toegelaten, maar heeft daar om haar moverende redenen van afgezien. Het is in strijd met de goede procesorde haar nu alsnog tot zodanige bewijslevering toe te laten. Bovendien zou een andere beslissing de procedure onnodig vertragen.

3.6

Uit het vorenstaande volgt dat de vordering van [eiseres] moet worden afgewezen. Ten overvloede wordt nog opgemerkt dat de omvangrijke vermeerdering van eis door [eiseres] in deze fase van de procedure - zij is de procedure in juli 2004, bijna zes jaar geleden dus, aangevangen - strijdig is met een goede procesorde. Bij een andere beslissing dan thans wordt gegeven zou de eisvermeerdering zijn afgewezen.

3.7

Omdat partijen familie van elkaar zijn en het onderhavige geschil uit die familieverhouding voortvloeit, zullen de proceskosten worden gecompenseerd.

4 De beslissing

De rechtbank,

wijst af de vordering;

compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;

Dit vonnis is gewezen door mr. H.L. de Gruijl-van Benthem.

Uitgesproken ter openbare terechtzitting.