Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2010:BL8519

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
19-03-2010
Datum publicatie
23-03-2010
Zaaknummer
09/954
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Op grond van artikel 229b van de Gemeentewet zal, in een geval dat zulks wordt betwist, de gemeente aannemelijk moeten maken dat voor het totaal van de in de verordening geregelde rechten, de opbrengst niet uitgaat boven de geraamde uitgaven ter zake. Als verweerder dat niet kan, is de verordening - wegens strijd met deze bepaling - onverbindend en kan de aanslag om die reden niet in stand blijven.

Tevens zal, nu daarop een beroep is gedaan, de gemeente op controleerbare wijze dienen te onderbouwen en vast te leggen welke uitgaven zij met de heffingen in de verordening beoogt te dekken. Als de gemeente dat niet kan, is sprake van willekeurige en onredelijke belastingheffing, en moet de aanslag op die grond worden vernietigd.

Bij de bijlagen van het verweerschrift bevindt zich de Financiële verordening gemeente Hellevoetsluis 2005 met toelichting. (…)

Ter onderbouwing van de geraamde baten en de geraamde lasten van de leges en diensten zoals opgenomen in de Verordening op de heffing en invordering van leges 2005 heeft verweerder bij het verweerschrift overgelegd:

- productie 13: Kostendekking bouwleges,

- productie 14: productbeschrijving Afdeling Bouwen Ruimte en Milieu,

- productie 18: grootboekrekening Afdeling Bouwen Ruimte en Milieu en

- productie 19: Overzicht leges en kosten 2005.

De rechtbank concludeert dat de in de Financiële verordening bedoelde stukken, die ten grondslag liggen aan de vaststelling van de legesverordening thans niet beschikbaar zijn. Met name ontbreken de voor de vaststelling door de gemeenteraad van de tarieven geraamde hoeveelheden per verstrekte dienst, een overzicht van de tarieven, prijzen en kosten per verstrekte dienst en het totaal van de geraamde kosten van de in de verordening genoemde en verstrekte diensten.

Daardoor is niet vast te stellen of voor het totaal van de in de verordening geregelde rechten, de opbrengst niet uitgaat boven de geraamde uitgaven terzake.

Tevens is daardoor onvoldoende controleerbaar onderbouwd en vastgelegd welke uitgaven de gemeente met de heffingen in de verordening beoogt te dekken.

De rechtbank is van oordeel dat eiseres verweerder voldoende duidelijk om overlegging van bedoelde stukken heeft verzocht.

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder er niet in is geslaagd de ramingen voldoende inzichtelijk en controleerbaar te maken, zoals hiervoor onder 3.5.1 geformuleerd. Verweerder zal dat alsnog moeten doen. Gelet hierop bestaat aanleiding te gelasten dat verweerder een nieuwe uitspraak doet op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak. Gezien het feit dat valt te voorzien dat hiervoor de nodige (her-) berekeningen dienen plaats te vinden, ziet de rechtbank aanleiding om een langere dan de gebruikelijke termijn te stellen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector Bestuursrecht

Meervoudige kamer

Reg.nr.: AWB 09/954 LEGGW - T3

Uitspraak in het geding tussen

(naam eiseres), gevestigd te Spijkenisse, eiseres,

gemachtigde mr. P.F. van der Muur RT, werkzaam bij Ernst en Young Belastingadviseurs te Groningen,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Hellevoetsluis, verweerder,

gemachtigden mr. M.A. Smits, P.B. van de Berg, mr. N.R.J. Wildeman, F. van Wijk en A. Mastenbroek.

1 Ontstaan en loop van de procedure

Verweerder heeft aan eiseres opgelegd:

- een legesaanslag, gedagtekend 20 juni 2006, van in totaal € 57.257,50 ter zake het in behandeling nemen van een aanvraag om een reguliere bouwvergunning 258-05 (Tetris IV);

- een legesaanslag, gedagtekend 20 juni 2006, van in totaal € 137.502,50 ter zake het in be¬handeling nemen van een aanvraag om een reguliere bouwvergunning 236-05 (Tetris I en II);

- een legesaanslag, gedagtekend 20 juni 2006, van in totaal € 48.122,50 ter zake het in behandeling nemen van een aanvraag om een reguliere bouwvergunning 257-05 (Tetris III);

- een legesaanslag, gedagtekend 20 juni 2006, van in totaal € 83.507,50 ter zake het in behandeling nemen van een aanvraag om een reguliere bouwvergunning 235-05 (Tetris V);

- een legesaanslag, gedagtekend 18 september 2006, van in totaal € 26.807,50 ter zake het in behandeling nemen van een aanvraag om een reguliere bouwvergunning 227-05 (Zorgcentrum).

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 4 maart 2009 het bezwaar van eiseres tegen de aanslagen ongegrond verklaard en de aanslagen gehandhaafd.

Tegen deze uitspraak heeft eiseres bij brief van 18 maart 2009 beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 februari 2010. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde, vergezeld van mr. R. Froentjes. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

2 Standpunten van partijen

2.1 Eiseres heeft - samengevat en zakelijk weergegeven - gesteld dat de nota’s bouwleges dienen te worden vernietigd omdat:

a) de nota’s zijn opgelegd door een daartoe onbevoegd persoon;

b) de tarieven in strijd met artikel 229b, eerste lid, van de Gemeentewet zijn vastgesteld;

c) de gemeente in strijd met artikel 212 van de Gemeentewet heeft gehandeld en

d) sprake is van strijd met de algemene rechtsbeginselen doordat:

- de kostendekkendheid per legessoort sterk uiteen loopt en

- er geen degressief tarief of plafond wordt gehanteerd.

Eiseres heeft aangevoerd dat verweerder heeft geweigerd de door haar opgevraagde kostentoerekening te verstrekken, zodat geen toetsing van artikel 229b van de Gemeentewet kan plaatsvinden en de tariefsbepaling derhalve onverbindend is. Ook heeft door het gebrek aan gegevens geen toetsing kunnen plaatsvinden aan de algemene rechtsbeginselen.

2.2 Verweerder heeft zich - samengevat en zakelijk weergegeven - op het standpunt gesteld dat:

- de nota’s zijn opgelegd door een daartoe bevoegd persoon;

- de begrote legesbaten de begrote lasten ter zake niet overschrijden;

- hij niet in strijd met artikel 212 van de Gemeentewet heeft gehandeld en dat overigens artikel 212 van de Gemeentewet geen constitutioneel vereiste bevat voor het opleggen van een legesnota en geen externe werking heeft en

- de legesheffing niet in strijd komt met de algemene rechtsbeginselen.

Verweerder heeft daartoe aangevoerd dat hij aan alle verzoeken van eiseres heeft voldaan en voldoende inzicht heeft gegeven in de geraamde baten en geraamde lasten ter zake. Nu niet door eiser is gesteld noch gebleken dat en welke door verweerder verschafte feitelijke gegevens onjuist zijn, kan naar mening van verweerder niet geconcludeerd worden dat de tariefstelling bij de legesverordening onverbindend zou moeten worden verklaard.

3 Beoordeling

3.1.1 Ingevolge artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een besluit waartegen bezwaar is gemaakt of beroep is ingesteld, ondanks schending van een vormvoorschrift, door het orgaan dat op het bezwaar of beroep beslist, in stand worden gelaten indien blijkt dat de belanghebbenden daardoor niet zijn benadeeld.

3.1.2 Ingevolge artikel 229, eerste lid, aanhef en onder b, van de Gemeentewet kunnen rechten worden geheven ter zake van het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten.

3.1.3 Ingevolge artikel 229b, eerste lid, van de Gemeentewet worden in verordeningen op grond waarvan de hiervoor bedoelde rechten worden geheven, de tarieven zodanig vastgesteld dat de geraamde baten van de rechten niet uitgaan boven de geraamde lasten.

3.2.1 Op 17 oktober 2005 heeft eiseres een aanvraag ingediend tot het verkrijgen van een reguliere bouwvergunning voor het oprichten van een appartementengebouw met tweeëntwintig appartementen (Tetris IV, aanvraagnummer 258-05). De totale bouwkosten bedroegen € 2.750.000,=.

3.2.2 Op 14 november 2005 heeft eiseres een aanvraag ingediend tot het verkrijgen van een reguliere bouwvergunning voor het oprichten van een zorgcentrum met zes wooneenheden (aanvraagnummer 227-05). De totale bouwkosten bedroegen € 1.250.000,=.

3.2.3 Op 17 november 2005 heeft eiseres een aanvraag ingediend tot het verkrijgen van een reguliere bouwvergunning voor het oprichten van

- twee appartementengebouwen met drieëndertig en negentien appartementen (Tetris I en II, aanvraagnummer 236-05). De totale bouwkosten bedroegen € 6.730.000,=;

- een appartementengebouw met tweeëntwintig appartementen (Tetris III, aanvraagnummer 257-05). De totale bouwkosten bedroegen € 2.30.000,= en

- eenendertig woningen (Tetris V, aanvraagnummer 235-05). De totale bouwkosten bedroegen € 4.070.000,=.

3.3 Voor zover eiseres heeft betoogd dat het hoofd van de Centrale Financiële Administratie van de gemeente Hellevoetsluis onbevoegd was de besluiten tot legesheffing te nemen, wordt dit betoog gepasseerd. Niet deze primaire besluiten liggen thans ter toetsing aan de rechtbank voor, maar de uitspraak op het bezwaar daartegen.

Bevoegd tot het opleggen van een legesheffing, en daarmee tevens bevoegd tot het beslissen op het bezwaar daartegen, is de gemeenteambtenaar, belast met de heffing van gemeentelijke belastingen (de heffingsambtenaar). Het college van burgemeester en wethouders wijst deze ambtenaar aan, die daarmee een geattribueerde, en dus eigen, bevoegdheid verkrijgt. Gebleken is dat in Hellevoetsluis het hoofd van de afdeling BECTA als heffingsambtenaar is aangewezen. Deze ambtenaar heeft uitspraak gedaan op het bezwaar, maar hij heeft ten onrechte in de ondertekening opgenomen dat hij namens het college van burgemeester en wethouders heeft gehandeld. Nu niet is gebleken dat eiseres is benadeeld door deze fout in de ondertekening, leid dit gebrek - met toepassing van artikel 6:22 van de Awb - niet tot vernietiging van de uitspraak op bezwaar.

3.4 Niet in geschil is dat de hoogte van de aanslagen overeenkomstig de bij de Legesverordening 2005 behorende Tarieventabel zijn berekend.

3.5.1 Op grond van artikel 229b van de Gemeentewet zal, in een geval dat zulks wordt betwist, de gemeente aannemelijk moeten maken dat voor het totaal van de in de verordening geregelde rechten, de opbrengst niet uitgaat boven de geraamde uitgaven ter zake. Als verweerder dat niet kan, is de verordening - wegens strijd met deze bepaling - onverbindend en kan de aanslag om die reden niet in stand blijven.

Tevens zal, nu daarop een beroep is gedaan, de gemeente op controleerbare wijze dienen te onderbouwen en vast te leggen welke uitgaven zij met de heffingen in de verordening beoogt te dekken. Als de gemeente dat niet kan, is sprake van willekeurige en onredelijke belastingheffing, en moet de aanslag op die grond worden vernietigd.

3.5.2 Bij de bijlagen van het verweerschrift bevindt zich de Financiële verordening gemeente Hellevoetsluis 2005 met toelichting.

In artikel 13 van deze verordening is de grondslag voor de bepaling van heffingen en tarieven neergelegd, zoals dat door artikel 212, tweede lid, van de Gemeentewet wordt geëist.

In artikel 16 van deze verordening zijn regels opgenomen voor de bepaling van de lokale heffingen. Het eerste lid regelt dat het college elk jaar, geïntegreerd bij de Voorjaarsnota, de begroting of via een aparte nota, de lokale heffingen beziet en bepaalt wat deze nota in elk geval dient te behandelen. Het tweede lid bepaalt dat de nota voorts een overzicht bevat van de verordeningen met de bijbehorende vaststellingsdata waarin tarieven, heffingen en prijzen zijn vastgelegd. Het college draagt er zorg voor dat er een actueel overzicht is van de tarieven, prijzen en kosten per verstrekte dienst. Het derde lid regelt dat het college voor het vaststellen van de hoogte van gemeentelijke tarieven, heffingen en prijzen door de raad, aan de raad per verordening de actueel geraamde hoeveelheden verstrekt per door de gemeente verstrekte dienst, waarover de tarieven, heffingen en prijzen in rekening worden gebracht en per verordening het totaal van de geraamde kosten van de erin genoemde door de gemeente verstrekte diensten. Het vierde lid bepaalt dat het college bij de begroting en jaarstukken verslag doet van de opbrengsten per lokale heffing, het volume en bedrag aan kwijtscheldingen, de kostendekkendheid van de rioolrechten en de afvalstoffen¬heffing, de (ontwikkeling van de) lokale lastendruk voor eenpersoonshuishoudingen, meerpersoons¬huishoudingen en bedrijven.

3.5.3 Ter onderbouwing van de geraamde baten en de geraamde lasten van de leges en diensten zoals opgenomen in de Verordening op de heffing en invordering van leges 2005 heeft verweerder bij het verweerschrift overgelegd:

- productie 13: Kostendekking bouwleges,

- productie 14: productbeschrijving Afdeling Bouwen Ruimte en Milieu,

- productie 18: grootboekrekening Afdeling Bouwen Ruimte en Milieu en

- productie 19: Overzicht leges en kosten 2005.

De rechtbank concludeert dat de in de Financiële verordening bedoelde stukken, die ten grondslag liggen aan de vaststelling van de legesverordening thans niet beschikbaar zijn. Met name ontbreken de voor de vaststelling door de gemeenteraad van de tarieven geraamde hoeveelheden per verstrekte dienst, een overzicht van de tarieven, prijzen en kosten per verstrekte dienst en het totaal van de geraamde kosten van de in de verordening genoemde en verstrekte diensten.

Daardoor is niet vast te stellen of voor het totaal van de in de verordening geregelde rechten, de opbrengst niet uitgaat boven de geraamde uitgaven terzake.

Tevens is daardoor onvoldoende controleerbaar onderbouwd en vastgelegd welke uitgaven de gemeente met de heffingen in de verordening beoogt te dekken.

De rechtbank is van oordeel dat eiseres verweerder voldoende duidelijk om overlegging van bedoelde stukken heeft verzocht.

3.5.4 Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder er niet in is geslaagd de ramingen voldoende inzichtelijk en controleerbaar te maken, zoals hiervoor onder 3.5.1 geformuleerd. Verweerder zal dat alsnog moeten doen. Gelet hierop bestaat aanleiding te gelasten dat verweerder een nieuwe uitspraak doet op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak. Gezien het feit dat valt te voorzien dat hiervoor de nodige (her-)berekeningen dienen plaats te vinden, ziet de rechtbank aanleiding om een langere dan de gebruikelijke termijn te stellen.

4 Proceskosten

De rechtbank ziet aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van het beroep tot aan deze uitspraak redelijkerwijs heeft moeten ma¬ken. De rechtbank bepaalt de proceskosten op € 644,= aan kosten van door een derde be¬roeps¬ma¬tig verleende rechtsbijstand.

5 Beslissing

De rechtbank,

recht doende:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- bepaalt dat verweerder binnen tien weken nadat de uitspraak onherroepelijk is geworden een nieuwe beslissing op het bezwaar neemt met inachtneming van deze uitspraak,

- bepaalt dat verweerder aan eiseres het betaalde griffierecht van € 297,= vergoedt;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 644,=, te betalen aan eiseres.

Aldus gedaan door mr. E.R. Houweling, voorzitter, en mr. drs. H. van den Heuvel en

mr. drs. J. van den Bos, leden, in tegenwoordigheid van C.J.H. Lamens-van den Bulk, griffier.

De griffier: De voorzitter:

Uitgesproken in het openbaar op: 19 maart 2010.

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Gravenhage (belastingkamer), Postbus 20021, 2500 EA Den Haag.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.

Afschrift verzonden op: