Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2010:BL7659

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
11-02-2010
Datum publicatie
17-03-2010
Zaaknummer
344913 / KG ZA 09-1323
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Beroep op dwaling is onvoldoende onderbouwd, dan wel niet binnen de bekwame tijd waar artikel 7:23 BW op ziet aangegeven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 344913 / KG ZA 09-1323

Uitspraak: 11 februari 2010

VONNIS in kort geding in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres].,

gevestigd te Slikkerveer,

eiseres,

advocaat mr. M.C.V. Dornstedt,

- tegen -

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde],

gevestigd te Ridderkerk,

gedaagde,

advocaat mr. Chr. Groenewoud.

Eiseres wordt hierna aangeduid als “[eiseres]” en gedaagde wordt hierna aangeduid als

“[gedaagde]”.

1 Het verloop van het geding

De voorzieningenrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d. 30 december 2009;

- pleitnotities en producties van mr. Dornstedt;

- pleitnotities en producties van mr. Groenewoud.

De raadslieden van partijen hebben de respectieve standpunten toegelicht ter zitting van

28 januari 2010.

2 De vaststaande feiten

In dit kort geding wordt van de volgende vaststaande feiten uitgegaan.

2.1

Op 10 oktober 2008 is er tussen [gedaagde], vertegenwoordigd door haar zelf-standig bevoegd bestuur-der Jumavi B.V., in de hoedanigheid van Verkoper en [eiseres] in de hoedanigheid van Koper een overeenkomst van koop en verkoop van aandelen in het kapitaal van Glacier B.V. (hierna: de Overeenkomst) gesloten.

In de overeenkomst staat - voorzover hier van belang - het volgende:

“……

OVERWEGENDE DAT:

(a) Verkoper 100 procent van de aandelen houdt in het geplaatste en volgestorte kapitaal van

Glacier B.V. (hierna: “Glacier”);

(b) Partijen thans de koop en verkoop van de aandelen wensen overeen te komen op de in deze

overeenkomst nader te bepalen voorwaarden;

(c) De levering van de aandelen zal geschieden bij een separate authentieke akte die onlosmakelijk verbonden is met de overeenkomst;

(d) Het geplaatste en volgestorte deel van het aandelenkapitaal van Glacier € 18.000,-- bedraagt, bestaande uit 180 aandelen, genummerd 1 t/m 180, ieder aandeel nominaal groot

€ 100,--;

……

(h) Glacier voor vijftig procent vennoot is in de vennootschappen onder firma Zuytland Buiten v.o.f. en V.O.F. Schoolstraat. De andere vennoot in de voormelde vennootschappen onder

firma is [firma];

……

ZIJN OVEREENGEKOMEN ALS VOLGT:

Artikel 1 Afkortingen

In de overeenkomst wordt verstaan onder de:

- aandelen : de aandelen, genummerd 1 tot en met 180, elk nominaal groot € 100,-- in het kapitaal van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Glacier B.V. (hierna aangehaald als: “Aandelen”)

……

- project Schoolstraat: de ontwikkeling van een bouwproject, strekkende tot de bouw van

verschillende woningen, aan de Nieuwe Schoolstraat te Den Haag

(hierna aangeduid als: “Project Schoolstraat”)

- Project Zuytland

Buiten fase 1,2 en 3 : de ontwikkeling van recreatiewoningen op de locatie polder Stompaerd te

Zuidland (gemeente Bernisse) (hierna aangehaald als: “Project Zuytland

Buiten”)

……

Artikel 2 Koop en verkoop Aandelen

Verkoper verkoopt hierbij de Aandelen aan Koper gelijk Koper hierbij de Aandelen koopt van

Verkoper.

……

Artikel 4 Koopsom

4.1 De koopsom voor de Aandelen bedraagt € 598.653,--. De hoogte van de koopsom van de

Aandelen is gebaseerd op het totaal van de waarden van de projecten die in de ondernemingen van Zuytland Bui-ten v.o.f. en V.O.F. Schoolstraat worden geëxploiteerd (verder tezamen ook wel aan te duiden als: “Projecten”) van welke vennootschappen onder firma Glacier (mede)vennoot is. De waarde van Zuytland Buiten v.o.f. en res-pectievelijk V.O.F.

Schoolstraat is vermeld op de Bijlage B welke aan deze Overeenkomst is gehecht. (…)

......

Artikel 10 Zekerheden

10.1 Koper is gehouden zekerheid te stellen voor én het onbetaald gebleven deel van de koop-

som van de Aandelen welke verschuldigd raakt uit hoofde van de Overeenkomst én de aan

Verkoper dan wel een door haar aan te wijzen derde verschuldigde projectontwikkelings

vergoeding als bedoeld in artikel 5 en wel tot een maximum van € 400.000,--. De zeker-

heidstelling dient te geschieden met inachtneming van de overige bepalingen zoals vermeld

in artikel 10.2.

10.2 Indien de verplichtingen van Koper uit hoofde van de Overeenkomst minder bedragen dan

€ 400.000,-- zal Verkoper de door Koper gestelde zekerheden vrijgeven en wel in die mate dat de gestelde zeker-heden een waarde vertegenwoordigen gelijk aan het nog verschuldigde

restant van de koopsom.

……”

2.2

Op 26 februari 2009 zijn partijen een allonge op voornoemde Overeenkomst overeengekomen, waarin staat vermeld - voor zover hier van belang - dat de in de Overeenkomst tussen hen gemaakte afspraken volledig van kracht blijven.

2.3

Op 27 februari 2009 zijn voornoemde 180 Aandelen in het kapitaal van Glacier B.V.

bij notariële akte door [gedaagde] aan [eiseres] geleverd.

De koopsom is voldaan door omzetting in een geldlening van [gedaagde] aan [eiseres].

[eiseres] heeft de geldlening niet afgelost.

2.4

Bij notariële aktes d.d. 6 maart 2009 werd tussen [gedaagde], in de hoedanigheid van pandhouder, en [pandhouder] (hierna: [pandhouder]), die handelde als zelfstandig bevoegd directeur van [pandhouder] Hol-ding B.V. en [eiseres], in de hoedanigheid van pandgever tot meerdere zekerheid voor de voldoening van de uit de Overeenkomst voor [eiseres] voortvloeiende verplichtingen een eerste recht van pandrecht gevestigd op:

- 280 aandelen in het kapitaal van [eiseres];

- 100 aandelen in het kapitaal van Robego (Roos Beleggingsfonds) B.V.;

- 90 aandelen in het kapitaal van Roos Beleggingen B.V.;

- 40 aandelen in het kapitaal van Rohama B.V. en

- 114 aandelen in het kapitaal van Roos International B.V..

2.5

Bij notariële aktes d.d. 29 oktober 2008 en 9 maart 2009 zijn aan [gedaagde] als schuldeiser door [pandhouder], handelend voor zich en als zelfstandig bevoegd directeur van [eiseres], in de hoedanigheid van hypotheekge-ver tot meerdere zekerheid voor de voldoening van de uit de Overeenkomst voor [eiseres] voortvloeiende verplich-tingen verscheidene onroerende zaken in onderpand gegeven.

2.6

Per brief d.d. 12 mei 2009 heeft [pandhouder] namens [eiseres] B.V. aan [gedaagde]

- voor zover hier relevant - het volgende geschreven:

“……

Met betrekking tot de betaling van de koopsom zoals overeengekomen in de overeenkomst van

8 en 10 oktober 2008 heb ik je al eerder aangegeven dat ik niet aan de in de overeenkomst opge-

nomen betalingsverplichting kan voldoen.

De reden dat ik niet hieraan kan voldoen komt o.a. door het nog steeds niet verkocht zijn van de

woningen Nieuwe Schoolstraat Den Haag, het tegenvallende resultaat 2e fase Zuytland. Door de

economische recessie zou het nog wel even kunnen duren voordat de won. Nieuwe Schoolstraat

verkocht zijn. Er zijn wel steeds kandidaten echter nog geen kopers. De problemen bij het project

Zuytland Buiten zijn bij jou bekend. Vriendelijk verzoek ik je dan ook om uitstel van betaling.

……”

2.7

Glacier B.V. is per 25 augustus 2009 in staat van faillissement geraakt.

2.8

Bij brief d.d. 26 augustus 2009 heeft mr. M.C.V. Dornstedt namens [gedaagde]

aan Jumavi B.V. - voor zover hier van belang - medegedeeld de Overeenkomst

(buitengerechtelijk) te vernietigen.

2.9

[eiseres] is voornemens om een bodemprocedure jegens [gedaagde] bij de rechtbank Rotterdam op 31 maart 2010 om 10.00 uur aanhangig te maken, waarin zij onder meer vordert voor recht te verklaren dat [eiseres] (bij brief d.d. 26 augustus 2009 van haar raadsman) de door partijen aangegane Overeenkomst terecht en rechtsgel-dig heeft vernietigd.

3 Het geschil

3.1

[eiseres] vordert dat het de voorzieningenrechter van de Rechtbank Rotterdam behage bij vonnis, voorzover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en uit te voeren op de dag en de minuut:

I. In afwachting van de (onherroepelijke) uitkomst van een tussen partijen te voeren

bodemprocedure, [gedaagde] te veroordelen tot het, binnen 24 uur na betekening van het in deze te wijzen vonnis, retourneren van de verstrekte zekerheden, zoals vastgelegd in de pandakte d.d. 6 maart 2009, op grond van het feit dat een rechtsgeldige vernietiging van de koopovereenkomst is ingeroepen en zij derhalve geen aanspraak meer kan maken op bedoelde zekerheiden, waaronder hypotheekrechten;

II. [gedaagde] te verbieden de (voorbereiding van de) aangekondigde executie(s)

voort te zetten en te gebieden deze (voorbereiding van de) executie(s) te staken en gestaakt te houden, een en ander in afwachting van de (onherroepelijke) uitkomst van een daartoe door partijen aanhangig te ma-ken bodemprocedure.

III. Een en ander op straffe van een dwangsom ad € 100.000,00 voor iedere dag dat

[gedaagde] na betekening van het ten deze te wijzen vonnis daarmee in

gebreke is en blijft, althans een zodanige dwangsom als de voorzieningenrechter

vermeent in goede justitie te behoren;

IV. [gedaagde] te veroordelen in de door [eiseres] terzake getrooste advocaatkosten,

welke zij thans begroot op een bedrag ad € 5.000,00, te vermeerderen met omzetbelasting, althans een zodanig bedrag als de voorzieningenrechter vermeent in goede justitie te behoren;

V. [gedaagde] te veroordelen in de kosten van onderhavige procedure.

3.2

[eiseres] baseert haar vorderingen op de stelling dat de Overeenkomst op goede gronden buitengerechtelijk is ver-nietigd dan wel ontbonden dient te worden op grond van het feit dat deze tot stand is gekomen onder invloed van dwaling, nu bij de totstandkoming van de koopprijs van de aandelen Glacier B.V. [gedaagde] geen juiste financiële voorstelling van zaken aangaande de projecten Zuytland Buiten en Schoolstraat (waarop de koopprijs van de aandelen was gebaseerd) aan [eiseres] heeft verstrekt. Gelet hierop zal [gedaagde] onrecht-matig jegens [eiseres] handelen indien zij overgaat tot het uitwinnen van haar zekerheden voor de voldoening van de uit voornoemde Overeenkomst voor [eiseres] voortvloeiende verplichtingen.

3.3

[gedaagde] heeft de vordering van [eiseres] gemotiveerd betwist en geconcludeerd tot het niet ontvankelijk verklaren van [eiseres] in haar vorderingen, dan wel tot afwijzing daarvan, met veroordeling van [eiseres] in de kosten het geding.

3.4

Op de stellingen van partijen wordt - voor zover van belang - bij de beoordeling nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1

Kern van het geschil is of het door [eiseres] gedane beroep op dwaling in een bodemprocedure kans van slagen heeft. Ingevolge artikel 6:228 lid 1 BW is een overeenkomst die tot stand is gekomen onder invloed van dwaling en bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten, vernietigbaar:

a. indien de dwaling te wijten is aan een inlichting van de wederpartij, tenzij deze mocht aannemen dat de over-eenkomst ook zonder deze inlichting zou worden gesloten;

b. indien de wederpartij in verband met hetgeen zij omtrent de dwaling wist of behoorde te weten, de dwalende had behoren in te lichten;

c. indien de wederpartij bij het sluiten van de overeenkomst van dezelfde onjuist veronderstelling als de dwa-lende is uitgegaan, tenzij ook zij bij een juiste voorstelling van zaken niet had behoeven te begrijpen dat de dwa-lende daardoor van het sluiten van de overeenkomst zou worden afgehouden.

De vernietiging kan niet worden gegrond op een dwaling die een uitsluitend toekomstige omstandigheid betreft of die in verband met de aard van de overeenkomst, de in het verkeer geldende opvattingen of de omstandighe-den van het geval voor rekening van de dwalende behoort te blijven (artikel 6:228 lid 2 BW).

4.2

Ter nadere onderbouwing van haar beroep op dwaling voert [eiseres] aan, dat op [gedaagde] de verplichting rustte om [eiseres], zonodig na het verrichten van nader onderzoek, van de juiste informatie te voorzien, zodat [gedaagde] op grond van een reëel beeld van de vermogenspositie van de binnen Glacier B.V. ontwikkelde projecten Schoolstraat en Zuytland Buiten, tot het sluiten van de Overeenkomst was overgegaan. De medede-lingsplicht dienaangaande van [gedaagde] gaat in deze boven de onderzoeksplicht van Wim Roos Be-heer. Ook, indien zou worden aangenomen dat [eiseres] in deze haar onderzoeksplicht naar bepaalde relevante ge-gevens niet volledig is nagekomen, sluit dat niet uit dat de andere partij terzake van diezelfde gegevens ook een mededelingsplicht heeft (zie HR 10 april 1998, NJ 1998, 666).

[eiseres] concludeert dat [gedaagde], ook indien zij te goeder trouw handelde voorafgaande aan en ten tijde van het sluiten van de Overeenkomst, haar mededelingsplicht jegens [eiseres] heeft geschonden. Indien [eiseres] door [gedaagde] juist was geïnformeerd, was zij de Overeenkomst met [gedaagde] niet aangegaan.

4.3

[gedaagde] voert ter afwending van het beroep op dwaling het volgende aan.

Partijen hebben beide een ruime expertise in het ontwikkelen van vastgoedprojecten en zijn, voorafgaande aan het sluiten van de Overeenkomst, langdurig met elkaar hierover in onderhandeling getreden. Gedurende het on-derhandelingstraject hadden partijen de beschikking over tenminste dezelfde informatie. Bovendien maakten partijen bij de aan de Overeenkomst voorafgaand onderhandelingen gebruik van door [pandhouder] gemaakte kos-tenberekeningen en was [pandhouder] voorafgaand aan het sluiten van de Overeenkomst nauw betrokken bij het operationele gedeelte van de projecten Schoolstraat en Zuytland Buiten.

[eiseres] heeft haar stelling dat ten tijde van het sluiten van de Overeenkomst de vastgestelde projectwaarden on-juist waren, niet nader onderbouwd en geeft niet aan welke informatie [gedaagde] aan [eiseres] heeft ont-houden.

[gedaagde] concludeert primair dat [eiseres], gelet op het feit dat de tegenvallende resultaten aangaande de projecten zijn veroorzaakt door nadien opgetreden omstandigheden, te weten onvoorziene kosten en tegenval-lende verkoopresultaten van de binnen de projecten aangeboden woningen, [eiseres] op grond van artikel 6:228 lid 2 BW een beroep op dwaling niet toekomt. Subsidiair concludeert [gedaagde] dat [eiseres], nadat zij van de dwaling op de hoogte was, gelet op artikel 7:23 BW, niet binnen bekwame tijd de dwaling jegens [gedaagde] heeft ingeroepen.

4.4

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Uit de stelling van partijen kan worden afgeleid dat [eiseres] over evenveel, zo niet meer, informatie beschikte omtrent de projecten Schoolstraat en Zuytland Buiten als [gedaagde]. Zij was immers zelf vennoot van de betreffende vennootschappen onder firma. Van [eiseres] mag derhalve niet alleen verwacht worden concreet aan te geven omtrent welke gegevens zij heeft gedwaald, doch ook waarom dit voor rekening van [gedaagde] dient te komen.

In haar dagvaarding heeft [eiseres] haar beroep op dwaling echter niet onderbouwd. Zij heeft slechts een nieuwe berekening van de waardes van de projecten Schoolstraat en Zuytland Buiten overgelegd, doch niet aangegeven op welke gegevens deze nieuwe berekening is gebaseerd. Desgevraagd heeft [eiseres] ter zitting aangegeven dat de waardes van de projecten ten tijde van het sluiten van de Overeenkomst onjuist waren omdat er een onjuiste in-schatting van de te verwachten kosten is gemaakt, de opbrengsten minder waren dan verwacht en er voorts in november 2008 een naheffingsaanslag BTW is ontvangen.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet valt in te zien waarom tegenvallende kosten en opbrengsten niet beschouwd zouden dienen te worden als toekomstige omstandigheden, zoals bedoeld in artikel 6:228 lid 2 BW. Voorshands dient mitsdien geoordeeld te worden dat de vernietiging hier niet op kan worden gegrond.

Ook de naheffingsaanslag BTW is geen omstandigheid waarop een beroep op dwaling kan worden gegrond. Ter zitting heeft [eiseres] aangegeven met deze naheffing in november 2008 bekend te zijn geraakt. Zij heeft echter eerst bij brief van 12 juni 2009 aangegeven dat zij van mening was dat de hoogte van de koopsom niet gerecht-vaardigd was. Dit kan niet gezien worden als ageren binnen bekwame tijd in de zin van artikel 7:23 BW. Hierbij zij opgemerkt dat [eiseres] bij de tussen partijen overeengekomen allonge op de Overeenkomst d.d. 26 februari 2009 (zie 2.2) heeft aangegeven dat de tussen partijen gemaakte afspraken volledig van kracht blijven en nadien nog zekerheidrechten ten behoeve van [gedaagde] op haar toebehorende aandelen en onroerende zaken heeft gevestigd (zie 2.4 en 2.5).

4.5

Gelet op het voorgaande is voorshands voldoende aannemelijk dat het door [eiseres] gedane beroep op dwaling in een bodemprocedure niet slaagt. Derhalve staat het [gedaagde] vrij haar van [eiseres] verkregen zekerheden voor de voldoening van de uit de Overeenkomst voor [eiseres] voortvloeiende verplichtingen, uit te winnen. De vorderingen van [eiseres] zullen mitsdien worden afgewezen.

Nu de vorderingen van [eiseres] hierop stranden, behoeven de overige verweren van [gedaagde] geen be-handeling meer.

4.6

[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeelde in de kosten van het geding.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter,

wijst de vorderingen af;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van [gedaagde], tot aan deze uitspraak bepaald op

€ 262,00 aan verschotten en op € 816,00 aan salaris voor de advocaat.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege, in het bijzijn van mr. H.C. Fraaij, griffier.

Uitgesproken ter openbare terechtzitting

1862/204