Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2010:BL7565

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
03-03-2010
Datum publicatie
15-03-2010
Zaaknummer
282635 / HA ZA 07-1081
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De vraag rijst of, in het kader van een letselschadezaak, de schadebemiddelaar zijn werkzaamheden in de hoedanigheid van advocaat heeft verricht. Toepasselijkheid artikel 32 Wtbz (Wet tarieven in burgerlijke zaken).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 282635 / HA ZA 07-1081

Vonnis van 3 maart 2010

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LETSEL.NL B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

advocaat mr. C.A. Busquet,

tegen

[gedaagde],

wonende te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. M. Raaijmakers.

Partijen blijven hierna aangeduid als “Letsel.nl” en “[gedaagde]”.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 30 juli 2008 en de daaraan ten grondslag liggende processtukken;

- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 19 januari 2009;

- de conclusie na getuigenverhoor met producties van [gedaagde];

- de antwoordconclusie na getuigenverhoor met productie van Letsel.nl.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

2.1. Bij voormeld vonnis is [gedaagde] opgedragen feiten en omstandigheden te bewijzen waaruit kan worden afgeleid dat partijen met elkaar zijn overeengekomen dat Letsel.nl haar werkzaamheden zou verrichten op basis van no cure no pay.

2.2. [gedaagde] heeft in enquête de heer [getuige] (hierna: [getuige]) laten horen als getuige. Letsel.nl heeft geen getuigen doen horen in contra-enquête.

2.3. De rechtbank stelt bij de waardering van het bijgebrachte bewijs het navolgende voorop. Letsel.nl heeft gesteld dat [getuige] is te beschouwen als partij-getuige nu hij is gehuwd met [gedaagde] en hij tevens de comparitie van 31 oktober 2007 heeft bijgewoond en daar namens [gedaagde] het woord heeft gevoerd. De rechtbank is van oordeel dat het feit dat [getuige] de echtgenoot van [gedaagde] is er niet toe leidt dat hij als partij-getuige beschouwd dient te worden. De Hoge Raad heeft in haar arrest van 29 december 1995 (NJ 1996, 303) uitgemaakt dat de stelling dat de echtgenoot van de procespartij ook als partij-getuige in de zin van artikel 164 Wetboek van Rechtsvordering (hierna: Rv) moet worden beschouwd geen steun vindt in de tekst van de wet of de wetsgeschiedenis. De rechtbank is tevens van oordeel dat het feit dat [getuige] op de comparitie was en daar namens [gedaagde] het woord voerde er niet toe leidt dat [getuige] als partij-getuige beschouwd dient te worden. Uit de arresten van de Hoge Raad van 22 december 1995 (NJ 1997,22 en 23) is af te leiden wie als partij-getuige valt aan te merken. Dat zijn: formele procespartijen, materiële procespartijen, statutaire bestuurders en andere wettelijke of statutair tot gerechtelijke vertegenwoordiging van een materiële of formele procespartij bevoegde personen. Gesteld, noch gebleken is dat [getuige] onder één van deze categorieën valt. De rechtbank acht ook verder geen omstandigheden aanwezig waaruit blijkt dat [getuige] vereenzelvigd dient te worden met de (materiële) procespartij ten behoeve waarvan hij zijn getuigenverklaring aflegt zodat [getuige] niet is te beschouwen als partij-getuige. Uit het voorgaande volgt dat van de verklaring van [getuige] geen beperkende bewijskracht uit gaat op grond van artikel 164 lid 2 Wetboek van Rechtsvordering (hierna: Rv).

2.4. Ten aanzien van de vraag of [gedaagde] geslaagd is in het haar opgedragen bewijs oordeelt de rechtbank als volgt. [getuige] heeft als getuige- voor zover van belang- verklaard dat bij de bespreking op 7 januari 2005 tussen de heer [X] (hierna: [X]) van Letsel.nl, [gedaagde] en hemzelf overeen is gekomen dat de werkzaamheden op basis van no cure no pay zouden worden vergoed. Tevens heeft [getuige] verklaard dat in de brief van 12 januari 2005 van [X] staat vermeld dat hij de werkzaamheden op basis van uurtarief zou verrichten. Als reactie hierop heeft [getuige] telefonisch contact opgenomen met Letsel.nl en heeft hij aan de secretaresse doorgegeven dat de werkzaamheden op basis van no cure no pay zullen worden vergoed. Ter bevestiging heeft hij de door [gedaagde] overgelegde brief van 17 januari 2005 verstuurd aan Letsel.nl. Deze enkele getuigenverklaring is onvoldoende om aan te nemen dat [gedaagde] en Letsel.nl zijn overeengekomen dat de werkzaamheden op basis van no cure no pay zouden worden verricht, nu deze verklaring niet wordt ondersteund door andere getuigenverklaringen of bewijsstukken. [gedaagde] had meer moeten aandragen om aan de bewijsopdracht te voldoen. De rechtbank komt tot de conclusie dat [gedaagde] niet is geslaagd in haar bewijsopdracht. Hieruit volgt dat vast is komen te staan dat [gedaagde] op basis van een uurtarief loon is verschuldigd voor de door Letsel.nl verrichte werkzaamheden.

2.5. Nu bij voormeld vonnis is overwogen dat Letsel.nl de werkzaamheden, zoals vermeld op de urenspecificaties, heeft verricht, komen deze werkzaamheden voor vergoeding in aanmerking. Aan de orde is de vraag of de rechtbank bevoegd is om van het verdere geschil kennis te nemen, nu [gedaagde] de hoogte van de door Letsel.nl gevorderde bedragen betwist en heeft gesteld dat de zaak op dit punt door de Raad van Toezicht dient te worden beoordeeld, omdat [X] als advocaat heeft opgetreden. Partijen hebben zich hierover uitgelaten, nadat zij daartoe in het tussenvonnis van 30 juli 2008 in de gelegenheid zijn gesteld. De rechtbank overweegt als volgt.

2.6. De rechtbank verwerpt het verweer van Letsel.nl dat [X] slechts als bevoegd statutair bestuurder en vertegenwoordiger van Letsel.nl is opgetreden en niet, zo begrijpt de rechtbank, als advocaat. Tussen partijen staat vast dat er een overeenkomst tussen [gedaagde] en Letsel.nl tot stand is gekomen en uit de brief van 12 januari 2005 van [X] namens Letsel.nl volgt dat [X] en mr. [B] deze zaak behandelen en de werkzaamheden in deze zaak zullen verrichten. Dat [X] als bevoegd statutair bestuurder en vertegenwoordiger is opgetreden, sluit niet uit dat hij de werkzaamheden voor [gedaagde] als advocaat kan hebben verricht.

2.7. Artikel 32 Wet tarieven in burgerlijke zaken (hierna: Wtbz) bepaalt dat “in geval van verschil over het salaris, door den advocaat aan den client berekend” de begroting door de Raad van Toezicht geschiedt. Het betreft hier de begroting van het salaris ten behoeve van de werkzaamheden die door een advocaat zijn verricht. Tussen partijen is in geschil of [X] als advocaat is opgetreden. In het tussenvonnis van 30 juli 2008 is overwogen dat de enkele omstandigheid dat [X] zich destijds aan [gedaagde] door middel van zijn visitekaartje als advocaat heeft gepresenteerd onvoldoende is voor de toepasselijkheid van artikel 32 Wtbz. De verrichte werkzaamheden als advocaat dienen ook uit andere feiten en omstandigheden te blijken. In ieder geval is hiervoor nodig dat [X] ten tijde van het verrichten van de werkzaamheden als advocaat stond ingeschreven bij de Nederlandse Orde van Advocaten. Letsel.nl heeft in haar conclusie na enquête erkend dat [X] bij het aangaan van de overeenkomst met [gedaagde] als advocaat stond ingeschreven bij de Nederlandse Orde van Advocaten. Ook dit enkele feit is onvoldoende om vast te stellen dat de werkzaamheden daadwerkelijk door [X] als advocaat zijn verricht. [gedaagde] heeft met Letsel.nl een overeenkomst gesloten. Letsel.nl is geen advocatenkantoor, hetgeen ook volgt uit het door [gedaagde] overgelegde uittreksel van de Kamer van Koophandel. De rechtbank leidt hieruit af dat de werkzaamheden van Letsel.nl in beginsel geen werkzaamheden inhouden die door een advocaat worden verricht, tenzij dit nadrukkelijk anders is afgesproken. Noch uit de opdrachtbevestiging in de brief van 12 januari 2005, noch uit de overige door zowel Letsel.nl als [gedaagde] overgelegde stukken blijkt dat dit is afgesproken en dat [X] als advocaat de belangen van [gedaagde] heeft behartigd. Gelet op het voorgaande concludeert de rechtbank dat niet is komen vast te staan dat [X] als advocaat de werkzaamheden heeft verricht, zodat artikel 32 Wtbz niet van toepassing is en de Raad van Toezicht niet in gelegenheid dient te worden gesteld om het salaris te begroten. De rechtbank zal hierna bespreken welk loon [gedaagde] verschuldigd is voor de door Letsel.nl verrichte werkzaamheden.

2.8. In het tussenvonnis van 30 juli 2008 is overwogen dat Letsel.nl de door haar gestelde werkzaamheden daadwerkelijk heeft verricht en dat [gedaagde] loon is verschuldigd voor deze werkzaamheden. Letsel.nl heeft als vergoeding voor deze werkzaamheden een bedrag van € 4.674,49 gevorderd. Weliswaar heeft [gedaagde] in de conclusie van antwoord de hoogte betwist maar zij heeft hiervoor geen feiten en omstandigheden aangevoerd ter onderbouwing en dus gaat de rechtbank hieraan voorbij. Het bedrag van € 4.674,49 zal worden toegewezen.

2.9. Met betrekking tot de gevorderde rente overweegt de rechtbank als volgt. Letsel.nl vordert overeenkomstig artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) de wettelijke rente te rekenen vanaf de vervaldatum van de facturen. Tot 16 april 2007 beloopt dit een bedrag van € 397,63. [gedaagde] betwist dat zij de wettelijke rente verschuldigd is omdat zij niet gehouden is om de onderhavige facturen te voldoen. [gedaagde] heeft hiermee onvoldoende gemotiveerd weersproken dat zij, in het geval zij wel gehouden zou zijn de facturen te betalen -van welke situatie nu sprake is-, de rente verschuldigd is vanaf de vervaldatum van de facturen en de hoogte van de rente, berekent tot 16 april 2007, een bedrag van € 397,63 bedraagt. De rechtbank is van oordeel dat [gedaagde] de gevorderde rente verschuldigd is en dat het bedrag van € 397,63 toewijsbaar is.

2.10. Met betrekking tot de gevorderde buitengerechtelijke kosten overweegt de rechtbank als volgt. Letsel.nl vordert op grond van artikel 6:96 lid 2 BW de buitengerechtelijke incassokosten, die conform Rapport Voorwerk II worden begroot op € 768,00. In het geval dat [gedaagde] de facturen verschuldigd is, betwist [gedaagde] dat Letsel.nl de gevorderde incassokosten daadwerkelijk heeft gemaakt en subsidiair betwist zij de hoogte van deze incassokosten. Voor zover nodig verzoekt [gedaagde] de kosten op grond van artikel 6:109 lid 1 BW te matigen. In artikel 6:96 lid 2 sub c BW is bepaald dat de redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte als vermogensschade voor vergoeding in aanmerking komt. Vereist is dat, in de gegeven omstandigheden, de kosten redelijk zijn en de verrichte werkzaamheden redelijkerwijs noodzakelijk waren om schadevergoeding te verkrijgen. Letsel.nl stelt dat de buitengerechtelijke werkzaamheden hebben bestaan uit een combinatie van het aanmaken van een dossier, het vergaren van informatie, het voeren van diverse correspondentie en het sommeren van gedaagde. Letsel.nl heeft ter onderbouwing hiervan de brief van 18 december 2006 aan [gedaagde] en de brieven en fax van respectievelijk 1 februari 2007, 9 februari 2007 en 7 maart 2007 aan de toenmalige gemachtigde de heer [Z] van [gedaagde] overgelegd. Letsel.nl heeft hiermee voldoende gesteld ten aanzien van de buitengerechtelijke incassokosten. [gedaagde] heeft dit door haar enkele stelling dat zij de werkzaamheden betwist niet voldoende gemotiveerd weersproken, te meer nu zij zelf in de conclusie van antwoord aangeeft dat zij niet alle vermeende sommaties heeft ontvangen. De rechtbank leidt hieruit af dat zij kennelijk wel enige sommaties heeft ontvangen. Dit volgt ook uit het niet weersproken contact tussen mr. [C] namens Letsel.nl en de toenmalige gemachtigde, de heer [Z], van [gedaagde]. Het door [gedaagde] gevorderde tarief overeenkomstig Rapport Voorwerk II wordt in zijn algemeenheid redelijk geacht zodat het bedrag van € 768,00 in beginsel toewijsbaar is. De rechtbank ziet niet dat onder de gegeven omstandigheden toekenning van volledige schadevergoeding tot kennelijk onaanvaardbare gevolgen zou leiden waardoor het bedrag gematigd dient te worden. De rechtbank zal het bedrag van € 768,00 toewijzen.

2.11. [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

3. De beslissing

De rechtbank

veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Letsel.nl te betalen het bedrag van € 5.840,12 (zegge: vijfduizend achthonderdveertig euro en twaalf cent), vermeerderd met de wettelijke rente over de hoofdsom van € 4.674,49 vanaf 17 april 2007 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Letsel.nl bepaald op € 300,00 aan vast recht, € 70,85 aan overige verschotten en € 1.344,00 aan salaris voor de advocaat;

verklaart dit vonnis tot uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2010.?

2156/204