Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2010:BL6933

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
04-03-2010
Datum publicatie
09-03-2010
Zaaknummer
AWB 10/151 VBC-BRG-T2 en 10/169 VBC-BRG-T2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

De voorzieningenrechter constateert dat de bestreden besluiten – naar inhoud en feitelijke en juridische grondslag – en hetgeen daartegen door verzoeksters is aangevoerd, in overheersende mate overeenstemmen met het besluit en hetgeen daartegen is aangevoerd in een de voorzieningenrechter ambtshalve bekend geschil tussen een aan verzoeksters gelieerde vennootschap en de AFM, in welk geschil partijen (mede) werden vertegenwoordigd door dezelfde gemachtigden als thans. Bij uitspraak van 12 november 2009 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank in dat geschil het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. De voorzieningenrechter ziet thans geen aanleiding omtrent de onderhavige verzoeken anders te oordelen en neemt - mutatis mutandis - over hetgeen daartoe in genoemde uitspraak is overwogen.

De toegezegde verfijning en correctie in het persbericht zijn van relatief onbetekenende aard, zodat de voorzieningenrechter geen aanleiding ziet voor een proceskostenveroordeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector Bestuursrecht

Voorzieningenrechter

Reg.nrs: AWB 10/151 VBC-BRG-T2 en 10/169 VBC-BRG-T2

Uitspraak naar aanleiding van de verzoeken om voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

in de gedingen tussen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Mr Credit B.V.,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Decapolis B.V.,

beide gevestigd te Enschede, verzoeksters,

gemachtigden mr. A. Anakhrouch en mr. J.T. de Jong, advocaten te Amsterdam,

en

de stichting Stichting Autoriteit Financiële Markten, gevestigd te Amsterdam, verweerster (hierna: de AFM),

gemachtigde mr. P.L. Reeser Cuperus, advocaat te Amsterdam.

1 Ontstaan en loop van de procedures

Bij besluiten van 8 januari 2010 respectievelijk 11 januari 2010 (hierna: de bestreden besluiten) heeft de AFM aan elk der verzoeksters een boete opgelegd van € 6.000,-- wegens overtreding van artikel 4:23, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Wet op het financieel toezicht (hierna: Wft).

Voorts heeft de AFM bij de bestreden besluiten aan verzoeksters meegedeeld de boete¬oplegging ingevolge de artikelen 1:97 en 1:98 van de Wft openbaar te zullen maken door publicatie van het integrale besluit op de website van de AFM en door publicatie van de kern van dit besluit in een persbericht en/of advertentie.

Tegen de bestreden besluiten hebben verzoeksters bezwaar gemaakt. Tevens hebben zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende schorsing van de bestreden besluiten voor zover deze zien op het openbaar maken van de boeteoplegging.

De zaken zijn achter gesloten deuren en - met instemming van partijen - gevoegd behandeld ter zitting van 24 februari 2010. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

2 Overwegingen

De voorzieningenrechter constateert dat de bestreden besluiten – naar inhoud en feitelijke en juridische grondslag – en hetgeen daartegen door verzoeksters is aangevoerd, in overheersende mate overeenstemmen met het besluit en hetgeen daartegen is aangevoerd in een de voorzieningenrechter ambtshalve bekend geschil tussen een aan verzoeksters gelieerde vennootschap en de AFM, in welk geschil partijen (mede) werden vertegenwoordigd door dezelfde gemachtigden als thans. Bij uitspraak van 12 november 2009 (LJN BK3958) heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank in dat geschil het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. De voorzieningenrechter ziet thans geen aanleiding omtrent de onderhavige verzoeken anders te oordelen en neemt - mutatis mutandis - over hetgeen daartoe in genoemde uitspraak is overwogen.

In de zaak met registratienummer AWB 10/151 VBC-BRG-T2 neemt de voorzieningen¬rechter ten aanzien van de verzochte wijzigingen in het persbericht voorts in aanmerking dat de AFM heeft toegezegd de volgende aanpassingen te zullen verrichten:

- de tweede zin van de eerste alinea van het persbericht, vermeld op pagina 12 van het bestreden besluit van 8 januari 2010, zal komen te luiden: “Mr Credit (in de betreffende periode Defis B.V. genaamd) heeft consumenten geadviseerd om een bepaalde beleggingsverzekering af te sluiten, terwijl zij onvoldoende informatie had ingewonnen om dat advies op te baseren.”

- in de tweede zin van de tweede alinea van het persbericht, vermeld op pagina 12 van het bestreden besluit van 8 januari 2010, zal de passage: “In de periode van 4 oktober 2007 tot en met 6 februari 2008 heeft de AFM zeven dossiers van Mr Credit onderzocht”, worden vervangen door: “De AFM heeft zeven dossiers van Mr Credit onderzocht uit de periode van 4 oktober 2007 tot en met 6 februari 2008”.

In de zaak met registratienummer AWB 10/169 VBC-BRG-T2 is de voorzieningen¬rechter ten aanzien van de verzochte wijzigingen in het persbericht van oordeel dat het persbericht naar zijn aard niet meer kan zijn dan een samenvatting van hetgeen in het bestreden besluit is opgenomen en dat die samenvatting in het onderhavige geval niet onjuist is, noch zodanig onvolledig, dat deze een verkeerd beeld oproept en om die reden aanpassing behoeft.

De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, in aanmerking genomen dat de in de zaak met registratienummer AWB 10/151 VBC-BRG-T2 toegezegde verfijning en correctie in het persbericht van relatief onbetekenende aard zijn.

3 Beslissing

De voorzieningenrechter,

recht doende:

wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.

Aldus gedaan door mr. dr. P.G.J. van den Berg, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. B.M. van der Kuil, griffier.

De griffier: De voorzieningenrechter:

Uitgesproken in het openbaar op: 4 maart 2010.

Afschrift verzonden op: