Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2010:BL6043

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
29-01-2010
Datum publicatie
01-03-2010
Zaaknummer
343714 - KG ZA 09-1255
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering tot levering van een tweetal pleziervaartuigen op grond van een optierecht opgenomen in een lease overeenkomst. Het gevorderde wordt afgewezen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 343714 / KG ZA 09-1255

Vonnis in kort geding van 29 januari 2010

in de zaak van

[eiser],

wonende te Bosch en Duin,

eiser,

advocaat mr. C.J. Dreef,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VIDENA CORPORATE FINANCE B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. P.J.B. Heemskerk

Partijen zullen hierna [eiser] en Videna genoemd worden.

1. De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding d.d. 7 december 2009 met producties;

- de akte houdende producties tevens bevattende toelichting op de producties van mr. P.J.B. Heemskerk;

- de pleitnota en producties van mr. C.J. Dreef;

- de pleitnota en producties van mr. P.J.B. Heemskerk;

- de fax d.d. 4 januari 2010 van mr. C.J. Dreef met producties;

Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht ter zitting van 5 januari 2010. Ter zitting heeft de voorzieningenrechter bepaald dat partijen tot 12 januari 2010 de gelegenheid hebben stukken in te dienen betrekking hebbende op de ter zitting gevoerde discussie.

Na de mondelinge behandeling zijn door de voorzieningenrechter de volgende stukken ontvangen:

- de fax d.d. 12 januari 2010 van mr. C.J. Dreef;

- de fax d.d. 13 januari 2010 van mr. P.J.B. Heemskerk;

- de fax d.d. 13 januari 2010 van mr. C.J. Dreef;

- de fax d.d. 15 januari 2010 van mr. P.J.B. Heemskerk.

Mr. Dreef heeft ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld niet meer op de fax van mr. Heemskerk de dato 15 januari 2010 gereageerd.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald op 29 januari 2010.

2. De feiten

In dit kort geding merkt de voorzieningenrechter de volgende – voor de onderhavige beoordeling van belang zijnde – feiten als tussen partijen vaststaand aan.

2.1.

Op 28 maart 2006 hebben [eiser] en Videna een dienstverleningsovereenkomst gesloten, waarin onder andere het volgende is opgenomen:

“ (A) Videna wenst Opdrachtgever diensten met betrekking tot de verwerving, de eigendom en de financiering van een pleziervaartuig te verlenen.

(B) De Opdrachtgever heeft Videna verzocht om een geschikte structuur te verschaffen met betrekking tot de verwerving, de eigendom en de financiering van een Fairline Targa 40 (“het Vaartuig”) en in deze Overeenkomst worden de voorwaarden vastgelegd waaronder Videna deze zal verstrekken (“de Dienstverlening”).”

De Fairline Targa 40, met rompnummer GB FLN 10852 E505, bouwjaar 2005, wordt hierna aangeduid als “de T40”.

2.2.

De geschikte structuur met betrekking tot de verwerving, de eigendom en de financiering van de T40 waarover in de dienstverleningsovereenkomst wordt gesproken, heeft kort gezegd als doel [eiser] de T40 in eigendom te doen verkrijgen, zonder dat hij daarover BTW hoeft te betalen. Deze constructie wordt hierna aangeduid als de “BTW constructie”.

In het kader van de BTW constructie zijn tussen Videna en [eiser] eveneens op 28 maart 2006 de volgende overeenkomsten gesloten en schriftelijk vastgelegd:

- een financial lease agreement met betrekking tot de T40, met [eiser] als

lessee en Videna als lessor;

- een leningsovereenkomst, op grond waarvan [eiser] een bedrag groot EUR

398.650,00 heeft geleend aan Videna en met welk bedrag Videna de T40 heeft aangeschaft;

- een verrekeningsovereenkomst.

2.3.

Artikel 7 van de financial lease agreement luidt als volgt:

“7 Lessee’s Option to Purchase

7.1. At any time after the date hereof the Lessee may opt to acquire legal ownership of the Vessel, by way of purchase, in its then existing state and condition, provided that the Lessee does not have any other outstanding obligations to the Lessor at the time of the purchase by virtue of this or any other contracts concluded with the Lessor. The Lessee may notify the Lessor at any time of the date on which such purchase is to take place and on such date the Lessee shall purchase the vessel for a price of EUR 25,000.00 (twenty five thousand euro), plus any outstanding lease amounts, increased with any applicable VAT over these lease amounts (the “Option Price”), to the Lessor and the Lessor shall within one (1) month thereafter transfer the legal ownership of the Vessel to the Lessee (or any other person the Lessee may direct). The payment of the outstanding lease amounts will be with interest.

7.2 On termination of the Lease Period pursuant to Clause 9 hereof and subject to payment of all Lease Instalments and any other monies outstanding and payable to the Lessor, the Lessee shall be entitled to purchase the Vessel free of any lien or encumbrances for the Option Price.”

2.4.

Videna is de BTW constructie ook aangegaan met de heer [X] voor een “Fairline Targa 43”, met dien verstande dat de geldlening aan Videna is verstrekt door Wending B.V., een besloten vennootschap waarvan de heer [X] enig aandeelhouder en bestuurder is. De financial lease agreement, de leningsovereenkomst en de verrekeningsovereenkomst zijn niet door de heer [X] ondertekend, doch aan de overeenkomsten is wel uitvoering gegeven doordat de maandelijkse betalingen zowel door Videna als door de heer [X] zijn verricht. De heer [X] en Wending B.V. tezamen worden hierna aangeduid als “[X]/Wending”. De heer [X] wordt hierna aangeduid als “[X]”.

De Fairline Targa 43, met rompnummer GB FLN 10674 I405, bouwjaar 2005, wordt hierna aangeduid als “de T43”.

2.5.

De belastingdienst heeft de BTW constructie niet geaccepteerd en zich op het standpunt gesteld dat BTW is verschuldigd.

2.6.

Op 27 oktober 2009 heeft de belastingdienst aan Videna een aanslag opgelegd voor een bedrag ad EUR 181.409,00 aan BTW, vermeerderd met EUR 31.020,00 heffingsrente. Blijkens de aanslag diende betaling uiterlijk 10 november 2009 plaats te vinden. Videna heeft eveneens voor een derde partij een boot aangeschaft. Een deel van de BTW aanslag ziet op de aanschaf van die boot.

2.7.

Blijkens een vaststellingsovereenkomst gedateerd 11 december 2009 tussen de Belastingdienst/Rijnmond/kantoor Rotterdam en Videna dient Videna voor de T40 van [eiser] EUR 63.650,00 aan BTW te betalen en voor de T43 van [X] EUR 76.950,00 aan BTW.

2.8.

Per 26 november 2009 maakt Videna jegens [eiser] aanspraak op EUR 71.430,46 en jegens [X]/Wending op EUR 117.829,59 indien [eiser] en [X] hun optierechten voortvloeiende uit artikel 7 van de financial lease agreement zouden uitoefenen.

2.9.

[eiser] is op grond van een overeenkomst van geldlening geld verschuldigd aan [X]. [eiser] heeft niet voldoende liquide middelen tot zijn beschikking en kan daarom niet voldoen aan zijn aflossingsverplichting.

2.10.

Op 29 september 2009 is op verzoek van de heer [X] en de heer [Y] (in het proces-verbaal abusievelijk aangeduid als: [Y-2]) uit kracht van de in executoriale vorm uitgegeven grosse van een vonnis, op 23 september 2009 gewezen door de voorzieningenrechter van de Rechtbank Utrecht (271812 / KG ZA 09-803) beslag gelegd onder Videna op “alle gelden, geldswaarden en/of roerende zaken die geen registergoederen zijn, die derde-beslagene onder zich heeft en/of uit een reeds bestaande rechtsverhouding rechtstreeks zal of mocht verkrijgen, onder zijn/haar berusting heeft en/of mocht krijgen ten behoeve van:

- [eiser];

- Chrismar Onroerend Goed B.V.;

- Chrismar Beheer B.V.”

2.11.

Door accountantskantoor Schagen, Lensen & Van Krieken Accountants, hierna aangeduid als “SLK”, zijn facturen gestuurd aan Chrismar Beheer B.V. voor een bedrag in totaal groot EUR 89.406,75.

2.12.

Blijkens een tweetal online uittreksels van de Kamer van Koophandel van Rotterdam respectievelijk Den Haag gedateerd 16 november 2009 is Noble Capital B.V. de enig aandeelhouder en bestuurder van Videna. De heer [Z] is één van de zelfstandig bevoegd bestuurders van Noble Capital B.V. en tevens accountant bij SLK.

2.13.

Op 15 januari 2010 heeft SLK conservatoir derdenbeslag gelegd onder Videna ten laste van [eiser] en Chrismar Beheer B.V. op “alle vorderingen (waaronder gelden, geldswaarden) die gerekwestreerden op derdebeslagene mocht hebben of uit een ten tijde van het beslag reeds bestaande rechtsverhouding rechtstreeks zal verkrijgen en op gerekwestreerden toebehorende roerende zaken die onder derde-beslagene mochten berusten en geen registergoederen zijn, meer in het bijzonder maar uitdrukkelijk niet daartoe beperkt op de reeds bestaande rechtsverhouding tussen gerekwestreerden en derde-beslagene, zijnde een lease overeenkomst gesloten voor het gebruik van de Fairline Targa 40 (T40) alsmede het optie recht op de Fairline Targa 40 (T40) zomede de vordering van gerekwestreerden tot levering van de Fairline Targa 40 (T40) aan haarzelf of aan een derde”. Uit de beschikking van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Rotterdam gedateerd 14 januari 2010 blijkt expliciet dat het verlof zich mede uitstrekt tot beslag op de vordering van [eiser] tot levering van de T40 (aan hemzelf of aan een derde).

3. Het geschil

3.1.

[eiser] vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Videna te veroordelen de T40 en de T43 te leveren aan [X] op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 5.000,- voor iedere dag dat Videna na het in deze gewezen vonnis hiermee in gebreke blijft en te veroordelen in de kosten van deze procedure.

3.2.

Aan deze vorderingen legt [eiser] het volgende ten grondslag.

[eiser] stelt met [X] te zijn overeengekomen dat de T40 en de T43 door Videna

rechtstreeks zullen worden geleverd aan [X], zodat [X] de T40 en de T43 kan

verkopen teneinde zijn vorderingen op [eiser] uit de verkoopopbrengst te verhalen.

[eiser] stelt hiertoe dat artikel 7 van de financial lease agreement -welke als productie 2 bij de dagvaarding is gevoegd- bepaalt dat de lessor binnen een maand nadat de koopoptie is ingeroepen de eigendom van de boot moet overdragen aan de lessee of aan welke persoon dan ook door lessee aangewezen. [eiser] stelt dat Videna op grond van het voorgaande geen recht of bevoegdheid heeft te bepalen aan wie zij dient te leveren. Op verzoek van [eiser] dient Videna dan ook direct aan [X] te leveren. Zeker nu [X] zich bereid heeft verklaard het bedrag van EUR 189.260,05 te voldoen onder gelijktijdige levering van de T40 en de T43, staat niets aan levering van de T40 en de T43 door Videna aan [X] in de weg. [eiser] stelt zich op het standpunt dat een door alle partijen akkoord bevonden notariële akte van overdracht van de T40 en de T43 door Videna aan [X], waarin is opgenomen dat betaling van het bedrag van EUR 189.260,05 door [X] en/of [eiser] aan Videna zal plaatsvinden bij overdracht, volstaat.

3.3.

Videna heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de vorderingen van [eiser], waarop hieronder nader zal worden ingegaan.

In haar verweer maakt Videna onderscheid tussen de levering van de T40 en de levering van de T43.

3.4.

Ten aanzien van de vordering tot levering van de T40 concludeert Videna tot afwijzing van de vordering tot levering. Hiertoe voert Videna als verweer dat de facturen van SLK aan Chrismar Beheer B.V. zoals genoemd onder 2.11. van dit vonnis aan levering aan [X] in de weg staan. Videna stelt zich hierbij op het standpunt dat tussen SLK en [eiser] op 24 september 2009 te Rotterdam is afgesproken dat de facturen van SLK zouden worden voldaan uit de verkoop van de boot van [eiser] (de T40). Partijen zouden hebben beoogd deze afspraak vorm te geven doordat [eiser] afstand zou doen van zijn optierecht voortvloeiende uit de financial lease agreement. Videna zou vervolgens de T40 verkopen en uit de opbrengst de BTW claim en de overige door [eiser] verschuldigde bedragen voldoen. Voorts zouden de openstaande facturen van SLK door Videna uit de verkoopopbrengst van de T40 worden voldaan. Een eventueel overschot van de verkoopopbrengst zou ten goede komen aan [eiser]. Vanwege deze afspraak is Videna van mening dat zij de boot niet kan leveren aan [eiser] (of [X]) zonder dat de facturen van SLK worden voldaan.

Voorts voert Videna aan dat het conservatoir derdenbeslag zoals genoemd in 2.13. van dit vonnis aan levering van de T40 aan [eiser] (of [X]) in de weg staat.

3.5.

Ten aanzien van de levering van de T43 aan [X] stelt Videna zich op het standpunt dat zij bereid is tot levering aan [X] indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

(i) het bedrag ad EUR 117.829,59 zoals genoemd onder punt 24 van de pleitnota van Videna dient te worden betaald aan Videna, te vermeerderen met de heffingsrente vanaf 10 november 2009;

(ii) [X] erkent dat tussen Videna en [X] een overeenkomst bestaat (anders kan [X] het optierecht uit de financial lease agreement niet inroepen);

(iii) [eiser] erkent in te stemmen met deze wijze van levering.

De achtergrond van punt (iii) is dat [eiser] en [X] in het verleden zouden hebben afgesproken dat [eiser] de T43 van [X] zou kopen. Gedurende de procedure is in het midden gebleven of [eiser] nog steeds het standpunt huldigt de T43 van [X] te hebben gekocht. In dit licht wenst Videna instemming van [eiser] voor de levering van de T43 aan [X].

3.6.

Voor zover nodig zal op hetgeen partijen overigens over en weer hebben aangevoerd bij de verdere beoordeling worden ingegaan.

4. De beoordeling

4.1.

[eiser] heeft gesteld dat [X] dreigt het faillissement van [eiser] aan te vragen en dat [X] reeds diverse beslagen heeft gelegd op de bezittingen van [eiser], waaronder op zijn huis en inboedel. Door levering van de T40 en de T43 aan [X] kan een faillissement worden afgewend en kan verdere beslaglegging worden voorkomen. Hiermee is het spoedeisend belang, dat door Videna overigens niet is betwist, voldoende gegeven.

4.2.

Het geschil tussen partijen spitst zich toe op de vraag of Videna gehouden is de T40 en de T43 te leveren aan [X] op grond van het optierecht zoals opgenomen in artikel 7 van de financial lease agreement. Bij beantwoording van deze vraag dient een onderscheid te worden gemaakt tussen de levering van de T40 en de levering van de T43.

Levering T40

4.3.

De T40 is door Videna in eigendom verkregen en vervolgens geleased aan [eiser]. [eiser] stelt zich op het standpunt zijn optierecht uit de financial lease agreement te hebben ingeroepen en [X] te hebben aangewezen als persoon aan wie de T40 moet worden geleverd. Door inroeping van het optierecht is een vorderingsrecht ontstaan. Zoals hiervoor onder 2.13. beschreven, heeft SLK conservatoir derdenbeslag gelegd onder Videna ten laste van [eiser] en Chrismar Beheer B.V. In de beschikking van 14 januari 2010 komt tot uidrukking dat het beslag zich mede uitstrekt over de vordering van [eiser] tot levering van de T40 (aan hemzelf of aan een derde). Het conservatoir derdenbeslag op de vordering tot levering van de T40 doet SLK een middel aan de hand waarmee zij kan voorkomen dat [eiser] het vorderingsrecht uitoefent en staat aan toewijzing van de vordering tot levering van de T40 in de weg.

4.4.

Naast voornoemd conservatoir derdenbeslag staan ook andere redenen aan toewijzing van de vordering tot levering in de weg.

Videna stelt dat tussen [eiser] en Videna op 24 september 2009 een overeenkomst zou zijn gesloten inhoudende dat de facturen van SLK zouden worden voldaan uit de verkoop van de T40. [eiser] zou hiertoe afstand doen van zijn optierecht voortvloeiende uit de financial lease agreement, waarna Videna de T40 zou verkopen teneinde zichzelf en SLK uit de opbrengst te voldoen. Vooropgesteld moet worden dat indien een dergelijke drie partijen overeenkomst tussen Videna, SLK en [eiser] tot stand zou zijn gekomen, het [eiser] niet langer vrij staat zijn vorderingsrecht voortvloeiende uit het optierecht uit te oefenen en het Videna niet langer vrij staat de T40 aan [X] te leveren (zonder schadeplichtigheid jegens de andere partij(en)).

Het bestaan van een overeenkomst met de strekking als hier beschreven, is door Videna onderbouwd door overlegging van een aangetekende brief gedateerd 11 november 2009 en een tweetal verklaringen van de heren Lensen en Van Zomeren. In de brief, die als productie 19 van de zijde van Videna in het geding is gebracht, heeft de heer Lensen [eiser] op de overeenkomst gewezen. Uit de verklaringen van de heer Lensen en de heer Van Zomeren, die bij de bespreking op 24 september 2009 aanwezig waren, blijkt dat zij het bestaan van de overeenkomst onderschrijven. De verklaringen zijn ingebracht als productie 20 van de zijde van Videna.

Door [eiser] is voor zover de voorzieningenrechter bekend niet gereageerd op de brief van de heer Lensen. [eiser] betwist in deze procedure echter het bestaan van de overeenkomst en stelt dat op 24 september 2009 alleen zou zijn gesproken over mogelijkheden om een aantal van zijn lasten en schulden op te lossen c.q. te regelen.

In het licht van het voorgaande lijkt het de voorzieningenrechter echter niet voorshands uitgesloten dat een bodemrechter na verdere bewijsvoering –waarvoor in dit kort geding geen plaats is- tot het oordeel komt dat tussen SLK, Videna en [eiser] (en/of Chrismar Beheer B.V.) een drie partijen overeenkomst tot stand is gekomen onder meer inhoudende afstand van het optierecht door [eiser] en voldoening van Videna en SLK uit de verkoopopbrengst van de T40. Onder deze omstandigheden kan in dit kort geding niet op de uitkomst van een bodemprocedure vooruit gelopen worden.

4.5.

Terughoudendheid is ook anderszins op zijn plaats. Nu niet kan worden uitgesloten dat het bestaan van de overeenkomst zoals omschreven in 4.4. in een bodemprocedure komt vast te staan, weegt ook het gevolg van levering op dit moment mee. Door levering van de T40 verliest Videna de eigendom en daarmee het meest omvattende recht dat zij op de T40 kan hebben. [X] is na levering voornemens zowel de T40 als de T43 door te verkopen teneinde zijn vordering op [eiser] te voldoen. Dit heeft tot gevolg dat Videna, indien zij in een bodemprocedure in het gelijk mocht worden gesteld, de door haar geleden schade niet meer middels de T40 zal kunnen verhalen.

4.6.

Een laatste bezwaar tot toewijzing van de vordering tot levering van de T40 ziet op de rol van [X]. [eiser] heeft gesteld dat [X] zich bereid heeft verklaard het bedrag van EUR 189.260,05 te voldoen onder gelijktijdige levering van de T40 en de T43 door Videna aan [X] en verzoekt Videna te veroordelen mee te werken aan de levering van de boten op voorwaarde van betaling van voornoemd bedrag. [X] is echter geen partij in deze procedure en is niet aanwezig geweest bij de mondelinge behandeling. Aan de stelling van [eiser] dat [X] bereid zou zijn de BTW claim te voldoen, liggen geen stukken of verklaringen ten grondslag waaruit de voorzieningenrechter uit de eerste hand kan concluderen dat [X] ook daadwerkelijk tot betaling van deze BTW claim bereid is.

Levering T43

4.7.

De T43 is door Videna in eigendom verkregen en geleased aan [X]. Dit betekent dat, wil Videna gehouden zijn de T43 aan [X] te leveren, [X] een beroep dient te doen op zijn optierecht voortvloeiende uit de financial lease agreement. Een feitelijke onderbouwing waaruit blijkt dat [X] respectievelijk Wending B.V. een beroep op dit optierecht heeft gedaan, is door [eiser] echter niet gegeven. Gezien het voorgaande en gezien het feit dat [X] geen partij is in deze procedure, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende inzichtelijk gemaakt hoe de rechtsverhouding tussen [eiser], [X], Wending B.V. en Videna moet worden geduid. De onduidelijkheid over het al dan niet aanwezig zijn van een overeenkomst tussen [eiser] en [X] omtrent de koop van de T43 door [eiser] draagt aan deze inzichtelijkheid geenszins bij. In dit licht kan in deze procedure onvoldoende rekening worden gehouden met het standpunt en de belangen van [X] ten aanzien van de levering van de T43, zodat voor toewijzing van de vordering tot levering van de T43 aan [X] in deze procedure geen plaats is.

4.8.

Het voorgaande brengt met zich mee dat de vordering van [eiser] dient te worden afgewezen. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter;

wijst de vordering af;

veroordeelt [eiser] in de kosten van dit geding, tot aan deze uitspraak bepaald op EUR 262,00 aan verschotten en op EUR 816,00 aan salaris voor de advocaat;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.F.L. Geerdes en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2010, in tegenwoordigheid van mr. L.A.W.B. van Lent, griffier.?

676/2168