Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2010:BL6036

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
28-01-2010
Datum publicatie
01-03-2010
Zaaknummer
345534 / KG ZA 09-1337
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Wettelijk retentierecht en contractueel retentierecht ten aanzien van derdenwerking.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 3
Burgerlijk Wetboek Boek 3 291
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOR 2011/88
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 345534 / KG ZA 09-1337

Uitspraak: 29 januari 2010

VONNIS in kort geding in de zaak van:

de naamloze vennootschap

Amstel Lease Maatschappij N.V.,

gevestigd te Utrecht,

eiseres,

advocaat mr. P.A. Mastenbroek,

- tegen -

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Tank Services Pernis B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. M. Verhagen.

Partijen worden hierna aangeduid als “Amstel Lease” respectievelijk “Tank Services”.

Tank Services is vrijwillig verschenen.

1 Het verloop van het geding

De voorzieningenrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:

- niet betekende dagvaarding;

- pleitnotities en producties van mr. Mastenbroek;

- pleitnotities en producties van mr. Verhagen.

De raadslieden van partijen hebben de respectieve standpunten toegelicht ter zitting van

12 januari 2010.

2 Het geschil

2.1

Amstel Lease vordert dat het de voorzieningenrechter behage om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, voorzover de wet zulks toestaat:

1. Tank Services er toe te veroordelen om binnen twee (2) keer 24 uur na betekening van het te dezen te wijzen vonnis, aan Amstel Lease af te geven de tankcontainers

gemerkt:

Containernummer Totale kosten

1. EXTU 210018-0 € 49,20

2. EXTU 210041-0 € 50,40

3. EXTU 210046-7 € 39,20

4. EXTU 210056-0 € 40,80

5. EXTU 210073-9 € 308,20

6. EXTU 210103-6 € 44,40

7. EXTU 210105-7 € 52,80

8. EXTU 210126-8 € --

9. EXTU 211211-2 € 37,20

10. EXTU 220001-8 € 68,40

11. EXTU 224501-2 € 36,00

12. EXTU 225002-4 € 28,80

13. EXTU 225003-0 € 45,60

14. EXTU 225005-0 € 69,60

15. EXTU 225006-6 € 366,95

16. EXTU 225007-1 € 18,00

17. EXTU 225012-7 € 73,20

18. EXTU 225016-9 € 72,00

19. EXTU 225018-0 € 18,00

20. EXTU 225021-4 € 37,20

21. EXTU 225022-0 € 37,20

22. EXTU 251201-6 € 161,90

23. EXTU 251208-4 € 64,80

24. EXTU 251209-0 € 73,20

25. EXTU 251214-5 € 73,20

26. EXTU 251216-6 € 142,70

27. EXTU 251225-3 € 73,20

28. EXTU 251244-3 € 164,30

29. EXTU 251246-4 € 73,20

30. EXTU 251248-5 € 73,20

31. EXTU 251404-5 € 137,90

32. EXTU 251419-5 € 167,90

33. EXTU 251503-6 € 205,00

34. EXTU 261105-0 € 122,30

35. EXTU 261201-5 € 164,30

36. EXTU 331006-7 € 73,20

zo nodig onder de daaraan te verbinden voorwaarde van gelijktijdige en gerede betaling door Amstel Lease aan Tank Services van het bedrag per betreffende container als hierboven bij ieder van die con-tainers vermeld;

2. te bepalen dat Tank Services aan Amstel Lease (een) dwangsom(men) zal verbeuren van € 2.500,00 per container, voor iedere dag of gedeelte daarvan dat Tank Services na betekening van het te dezen te wijzen vonnis, nalatig zal zijn of blijven aan dat vonnis stipte en volledige uitvoering te geven;

3. Tank Services te veroordelen in de kosten van dit geding.

2.2

Amstel Lease heeft ter onderbouwing van haar vordering - in essentie - aangevoerd dat Tank Services gehouden is voornoemde 36 containers aan haar te doen toekomen, nu zij - in haar hoedanigheid van lessor van de contai-ners aan de lessee Extar B.V. (hierna: Extar), die per 16 juni 2009 failliet is gegaan - de rechtmatige eigenaresse van voornoemde containers is.

2.3

Tank Services heeft de vordering van Amstel Lease gemotiveerd betwist en geconcludeerd tot het niet ontvan-kelijk verklaren van Amstel Lease in haar vordering, dan wel tot afwijzing daarvan, met veroordeling van Am-stel Lease in de kosten van deze procedure.

2.4

Op de stellingen van partijen wordt - voor zover van belang - bij de beoordeling nader ingegaan.

3 De beoordeling

3.1

Het spoedeisend belang, dat door Tank Services niet wordt betwist, vloeit voort uit de aard

van de zaak, waarbij de voorzieningenrechter mede in aanmerking neemt dat partijen belang hebben bij het op korte termijn duidelijkheid verkrijgen over het tussen hen aanhangige geschil, gelet op het faillissement van Ex-tar.

3.2

Tank Services stelt allereerst dat Amstel Lease middels de door haar als productie 1 over-gelegde leasecontrac-ten tussen Amstel Lease als lessor en Extar als lessee, onvoldoende heeft aangetoond eigenaresse van de 36 tankcontainers te zijn.

Voorts stelt Tank Services, voor het geval de eigendom van Amstel Lease voldoende vast zou (komen te) staan, Amstel Lease het retentierecht van Tank Services aangaande haar vordering ad € 232.000,00 op Extar voor de door haar verrichte reinigingswerkzaamheden tegen zich moet laten gelden.

Daarbij stelt Tank Services zich op het standpunt dat het beroep van Amstel Lease op artikel 3:291 Lid 2 BW, als uitgewerkt in HR 5 maart 2004, NJ 2004, 548 in strijd is met redelijkheid en billijkheid en bovendien het contractueel overeengekomen retentierecht tussen Tank Services en Extar jegens Amstel Lease derdenwerking heeft.

3.3

Met Tank Services is de voorzieningenrechter van oordeel dat de door Amstel Lease als productie 1 overgelegde leasecontracten, nog daargelaten dat de overgelegde productie 1d ziet op verpanding, onvoldoende aantonen dat Amstel Lease de eigenaresse van alle 36 tankcontainers is, nu sommige van de opgenomen tankcontainers in het geheel niet in de leasecontracten voorkomen (de nummers 9 en 31 t/m 35), dan wel met een ander prefix (de nummers 1 tot en met 8 en 10; vergelijk prod. 1c), dan wel met een ander eindnummer (de nummers 11 t/m 21; vergelijk prod. 1b). Daarbij tekent de voorzieningenrechter aan dat hij niet uitgesloten acht dat prefix en eind-nummer geen zelfstandige betekenis hebben, doch dit staat niet vast. Voorts heeft het overzicht behorend bij productie 3 in bewijstechnische zin vooralsnog onvoldoende betekenis.

Gelet hierop is binnen dit kort geding, waarin voor verder bewijsvoering geen plaats is, onvoldoende komen vast te staan, dat Amstel Lease de eigenaresse is van de tankcontainers met nummers 1 t/m 21 en 31 t/m 35 en strandt reeds hierop de vordering van Amstel Lease voorzover betrekking hebbend op deze containers.

3.4.1

Voorzover de vordering betrekking heeft op de containers met nummers 22 t/m 30 en 36

acht de voorzieningenrechter binnen het kader van dit geding voorhands de eigendom voldoende gebleken en geldt het volgende.

3.4.2

Amstel Lease heeft aangevoerd dat, gelet op artikel 3:291 lid BW en de door de Hoge Raad in het arrest d.d. 5 maart 2004 (NJ 2004, 548) gegeven uitleg van dat artikel, het door Tank Services gepretendeerde retentierecht strandt op grond van het feit dat Amstel Lease een ouder (eigendoms)recht op voornoemde tankcontainers heeft dan Tank Services.

Amstel Lease wil in het kader van dit geding aannemen dat er voor Tank Service geen aanwijzingen waren om er vanuit te gaan dat Extar niet de eigenaar van de containers was; voorts gaat zij ervan uit dat Tank Service de containers krachtens geldige titel onder zich had, en neemt zij voorts aan dat ten tijde van het faillissement Tank Service een vordering van € 232.000,-- op Extar had.

Gelet hierop is Amstel Lease dan ook bereid op de voet van voormeld arrest het gedeelte van de vordering dat rechtstreeks betrekking heeft op door Extar verrichte (reinigings)werkzaamheden met betrekking tot de tank-containers aan Tank Services - tegen teruggave van de tankcontainers - te voldoen.

3.4.3

Het verweer van Tank Services komt er op neer dat zij gezien de gebleken feiten er geen rekening mee behoefde te houden dat de containers eigendom waren van andere partijen dan Extar. Alle uiterlijke kenmerken, zoals het prefix EXTU, de naam Extar op de Owners’Plate en afwezigheid van andere namen op de containers wezen immers - anders dan de feiten in HR 5 maart 2004, NJ 2004,548 - op eigendom van Extar.

Daarbij komt dat de betrokken containers gebruikt gaan worden in het voortzetten van de operatie van het ge-failleerde Extar, zoals blijkt uit een overgelegd persbericht. Amstel Lease heeft het risico aanvaard dat de tanks gebruikt worden in het economisch verkeer en heeft nagelaten haar containers als haar eigendom te identifice-ren.

In het licht van -onder meer- deze feiten en omstandigheden kan Amstel Lease te goeder trouw geen beroep doen op de bescherming van artikel 3:291 lid 2 BW.

3.4.5

De voorzieningenrechter onderschrijft de lezing van Amstel Lease met betrekking tot de door de Hoge Raad gegeven uitleg aan artikel 3: 291 lid 2 BW.

De Hoge Raad heeft, gezien de gewenste bescherming van betrokken belangen en het verkeersbelang in zijn algemeenheid, in voornoemd arrest als algemene stelregel geformuleerd dat enerzijds de schuldeiser er rekening mee moet houden dat zijn contractspartij geen eigenaar van ter bewerking aangeboden zaken is, en anderzijds dat de eigenaar er geen rekening mee behoeft te houden dat zijn eigendommen tot verhaal zullen dienen voor (eerdere) vorderingen die betrekking hebben op (de bewerking van) andere zaken.

De Hoge Raad heeft daarbij vastgesteld dat de derde met een ouder recht het retentierecht slechts behoeft te res-pecteren indien en voor zover dit retentierecht wordt uitgeoefend op de zaak waarop de vordering betrekking heeft, het debitum cum re iunctum-vereiste, maar niet op andere zaken.

Het gaat er derhalve niet om wat Tank Services misschien te goeder trouw heeft gedacht, maar om de algemene stelregel dat iedere partij in de positie van Tank Services rekening moet houden met de mogelijkheid dat zaken als containers niet aan de contractspartij toebehoren. Voor vaststelling van eigendom van zaken is immers niet, althans niet zonder meer bepalend welke namen en andere uiterlijke kenmerken op de betrokken zaken zichtbaar zijn, terwijl ook anderszins beperkte rechten op die zaken kunnen zijn gevestigd.

Anderzijds geldt dat Amstel Lease er in casu geen rekening mee hoeft te houden dat haar eigendommen zullen dienen als verhaal voor vorderingen die betrekking hebben op de bewerking van andermans zaken.

3.5.1

Voorzover het beroep op het contractueel overeengekomen retentierecht in de verhouding Tank Services / Ex-tar acht de voorzieningenrechter het navolgende van belang.

Het contractueel retentierecht is vastgelegd in artikel 15 van de op de door Tank Services ten behoeve van Extar verrichte (reinigings)werkzaamheden van toepassing verklaarde ATCN Algemene tankreinigingsvoorwaarden, dat luidt:“Het reinigingsbedrijf is gerechtigd goederen, gelden en documenten onder zich te houden voor reke-ning en riscio van de opdrachtgever en/of eigenaar totdat alle opeisbare vorderingen van het reinigingsbedrijf zijn voldaan.”

3.5.2

Vooropgesteld zij dat contractuele bedingen in beginsel alleen tussen partijen gelden. Voor doorwerking van een contractueel beding jegens een derde moet voldoende rechtvaardiging kunnen worden gevonden in de om-standigheden van het geval. Daarbij zijn onder meer van belang de aard van de overeenkomst en van het bedon-gen recht in verband met de bijzondere relatie waarin de derde staat tot degene die zich op de bedongen retentie beroept.

Van enige bijzondere relatie tussen Amstel Lease en Tank Services is niet gebleken. Van gedragingen van Am-stel Lease op grond waarvan Tank Services er op mocht vertrouwen dat zij zich met betrekking tot de betrok-ken containers op het contractueel retentierecht zou mogen beroepen is niet gebleken. Het enkele feit dat Amstel Lease er mee bekend was dat de containers in het economisch verkeer gebruikt werden en dat zij weet dat de containers gereinigd zullen worden maakt nog niet dat zij bedacht dient te zijn op een contractueel retentierecht van een haar onbekende derde.

Andere feiten en omstandigheden die tot de conclusie kunnen leiden dat Amstel Lease het contractueel reten-tierecht tegen zich moet laten gelden zijn gesteld noch gebleken, zodat de voorzieningenrechter aan het beroep op de derdenwerking van het contractueel retentierecht voorbijgaat.

3.6

Partijen zijn het erover eens dat de vordering van Tanker Service, voorzover die ziet op de tankcontainers met de nummers 22 t/m 30 en 36, in totaal € 972,90 bedraagt.

Dat betekent dat in zoverre het retentierecht door Amstel Lease kan worden ingeroepen

jegens Tank Service en dat ingevolge artikel 3:292 BW het retentierecht eindigt nadat

Amstel Lease de vordering ad € 972,90 aan Tank Services heeft voldaan.

Van feiten of omstandigheden die tot een ander oordeel nopen is niet gebleken.

3.7

Gelet op het voorstaande zal het gevorderde voorzover dit ziet op de tankcontainers met

de nummer 22 t/m 30 en 36 worden toegewezen, zoals hierna in het dictum bepaald.

De gevorderde dwangsommen zullen worden gematigd en gemaximeerd.

Het overige gedeelte van de vordering zal worden afgewezen.

3.8

Tank Services zal, als de in de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskos-ten.

4 De beslissing

De voorzieningenrechter,

veroordeelt Tank Services om binnen 2 werkdagen nadat Amstel Lease € 972,90 aan

Tank Services heeft overgemaakt, de containers gemerkt met EXTU 251201-6,

EXTU 251208-4, EXTU 251209-0, EXTU 251214-5, EXTU 251216-6, EXTU 251225-3, EXTU 251244-3, EXTU 251246-4, EXTU 251248-5 en EXTU 331006-7, aan

Amstel Lease af te geven, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van

€ 250,00 per container voor iedere dag of deel daarvan dat Tank Services niet aan deze

veroordeling - dan wel een gedeelte van deze veroordeling - voldoet, met een maximum

van € 100.000,00 aan totaal te verbeuren dwangsommen;

veroordeelt Tank Services in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van

Amstel Lease bepaald op € 262,00 aan verschotten en op € 816,00 aan salaris voor de

advocaat;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.F.L. Geerdes, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. H.C. Fraaij, griffier.

Uitgesproken in het openbaar.

1862/676