Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2010:BL5636

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
17-02-2010
Datum publicatie
25-02-2010
Zaaknummer
319347 / HA ZA 08-2879
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bevoegdheidsincident. Arbitragebeding in overeenkomst. Vraag welke algemene voorwaarden van toepassing zijn.

De tekst van de overeenkomst wijst er in beginsel op dat de algemene voorwaarden van gedaagde van toepassing zijn. Het verweer dat de verwijzing naar de algemene voorwaarden van gedaagde enkel is bedoeld voor wat betreft de uitvoeringsbepalingen en niet voor wat betreft de overige zaken faalt.

Door opname door eiseres van de algemene voorwaarden van gedaagde in het aanbod van eiseres is eiseres gebruiker geworden en komt haar geen beroep toe op vernietiging van het arbitragebeding ogv art. 6:233 sub b BW.

Eiseres heeft uit een enkele verwijzing - kennelijk een standaardtekst in kleine lettertjes onder aan het briefpapier - niet mogen afleiden dat gedaagde met toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van eiseres akkoord is gegaan.

De voorwaarden van gedaagde zijn wel van toepassing, de voorwaarden van eiseres niet. Geschil dient te worden beslecht door arbitrage. Rechtbank

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 319347 / HA ZA 08-2879

Uitspraak: 17 februari 2010

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KLIP BAGGER- EN AANNEMINGSMIJ. LEKKERKERK B.V.,

gevestigd te Ouderkerk aan den IJssel,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. F.J.H. Krumpelman,

-tegen -

de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE LEIDERDORP,

gevestigd te Leiderdorp,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. R. Lever.

Partijen worden hierna aangeduid als "Klip" respectievelijk "de Gemeente".

1. Het verloop van het geding

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

-dagvaarding d.d. 17 november 2008 en de door Klip overgelegde producties;

-incidentele conclusie tot onbevoegdheid d.d. 11 maart 2009, met producties;

-conclusie van antwoord in het incident d.d. 25 maart 2009, met productie;

-conclusie van repliek in het incident d.d. 14 oktober 2009;

-conclusie van dupliek in het incident d.d. 28 oktober 2009.

2. De vordering in het incident

2.1 De Gemeente concludeert, vóór alle weren, primair tot onbevoegdverklaring van deze rechtbank en subsidiair tot verwijzing van de zaak naar de rechtbank te ’s-Gravenhage, met veroordeling van Klip in - kort gezegd - de kosten en nakosten van de procedure, vermeerderd met wettelijke rente met ingang van veertien dagen na de datum van het te wijzen vonnis.

2.2 De Gemeente heeft daartoe - verkort weergegeven - aangevoerd dat de UAV 1989 (hierna: de UAV) deel uitmaken van de tussen de Gemeente en Klip gesloten overeenkomst (hierna: de overeenkomst) en dat deze UAV een arbitraal beding bevatten op grond waarvan deze rechtbank niet bevoegd is. Tevens stelt de Gemeente dat de algemene voorwaarden van Klip (hierna: de voorwaarden) niet van toepassing zijn. Mochten de voorwaarden toch van toepassing zijn dan dienen de UAV te prevaleren en beroept de Gemeente zich tevens op vernietigbaarheid van de voorwaarden, omdat deze niet aan de Gemeente ter hand zijn gesteld. Ingeval noch de UAV noch de voorwaarden van toepassing zijn, is de rechtbank te ’s-Gravenhage bevoegd tot kennisneming van het geschil.

2.3 Klip heeft de vordering in het incident gemotiveerd weersproken.

3. De beoordeling in het incident

3.1 Niet in geschil is dat de overeenkomst tussen partijen op 16 december 1998 tot stand is gekomen door aanvaarding van de door Klip uitgebrachte offerte d.d. 1 december 1998 door de Gemeente.

3.2 Evenmin is in geschil dat de offerte een ‘Raamovereenkomst meerjarenprogramma onderhoudsbaggerwerk’ betrof. Deze offerte bevat een gedetailleerde opgave van de uit te baggeren watergangen en de daarmee gemoeide kosten, alsook een uiteenzetting van de wijze waarop dat baggeren zal plaatsvinden. De offerte vermeldt onder het kopje ‘Uitgangspunten’: "Voor de uitvoering van de baggerwerkzaamheden zijn wij uitgegaan van:

-Bestek en voorwaarden "Voor het uitvoeren van baggerwerkzaamheden in de gemeente Leiderdorp 1998 — fase 1 (BW.97.109 — d.d. 8 november 1997;" (hierna: het bestek).

3.3 In het bestek worden de Standaard RAW bepalingen, zoals laatstelijk gewijzigd in oktober 1996 (hierna: Standaard 1995) van toepassing verklaard. Blijkens deze Standaard 1995 zijn de UAV van toepassing, die in paragraaf 49 bepalen dat alle geschillen worden beslecht door arbitrage overeenkomstig de regels als neergelegd in de statuten van de Raad van Arbitrage voor de bouw.

3.4 De tekst van de raamovereenkomst wijst in beginsel in de richting van het door de Gemeente bepleite standpunt, namelijk dat op de overeenkomst (via het bestek) de UAV van toepassing zijn en dus arbitrage is overeengekomen. Als verweer heeft Klip aangevoerd dat de verwijzing naar het bestek slechts is bedoeld voor wat betreft de uitvoeringsbepalingen in het bestek en niet voor wat betreft de overige zaken, zoals de doorverwijzing naar de UAV. Dit verweer faalt. In de eerste plaats geldt dat deze uitleg niet uit de tekst van de offerte kan worden afgeleid. Ook overigens ligt de uitleg van Klip niet voor de hand. Klip heeft geen feiten of omstandigheden gesteld, die zouden meebrengen dat de Gemeente erop bedacht diende te zijn dat de toepasselijkheid van het bestek enkel zag op de uitvoeringsbepalingen in het bestek. Hierbij is van belang dat het onderwerp van de overeenkomst de ‘uit te voeren baggerwerkzaamheden’ betreft, welke baggerwerkzaamheden bovendien in concrete vorm al in de overeenkomst zelf zijn beschreven, zodat in beginsel niet voor de hand ligt dat onderscheid wordt gemaakt tussen de overeenkomst voor zover deze ziet op de ‘uit te voeren baggerwerkzaamheden’ en de overeenkomst voor zover het ziet op ‘de overige zaken’.

De rechtbank kan het onder 3.2 geciteerde zinsdeel in deze omstandigheden niet anders begrijpen dan dat het bestek (als geheel) deel uitmaakt van de overeenkomst. Partijen hebben hiermee in beginsel gebruik gemaakt van de aan hen toekomende bevoegdheid om arbitrage aan te wijzen voor de kennisneming van geschillen die ontstaan naar aanleiding van de overeenkomst.

3.5 Ook het door Klip aangevoerde verweer dat de overeenkomst geen voortzetting was van de opdracht tot uitvoering van fase 1 van de werkzaamheden, maar een nieuwe overeenkomst was, ten aanzien waarvan het niet de bedoeling was het bestek van toepassing te laten zijn, kan haar niet baten. De overeenkomst op zichzelf beoordeeld, dus los van de eerdere opdracht met betrekking tot fase 1, leidt tot de hierboven vermelde slotsom. Klip heeft geen feiten gesteld die zouden moeten leiden tot de conclusie dat de verwijzing in de overeenkomst naar het bestek niet in de aanbieding ten aanzien van de andere fases thuishoorde.

3.6 Klip heeft zich beroepen op vernietiging van het arbitragebeding. Dat beroep is gegrond op artikel 6:233 sub b BW. Dat beroep komt haar niet toe, omdat zij door het opnemen van het onder 3.2 genoemde uitgangspunt in haar eigen offerte gebruiker van het bestek (en daarmee de UAV) is geworden. Het beroep op vernietiging komt enkel toe aan een wederpartij en niet aan de gebruiker van algemene voorwaarden.

3.7 Voorts ligt de vraag voor of de voorwaarden van Klip van toepassing zijn op de overeenkomst. Als verweer heeft Klip immers gesteld dat haar (eigen) algemene voorwaarden van toepassing zijn in plaats van het bestek. De Gemeente bestrijdt dit. Door de Gemeente gesteld en door Klip niet weersproken is dat de voorwaarden - in tegenstelling tot het bestek - nimmer zijn besproken. Klip heeft gesteld dat de Gemeente de voorwaarden heeft aanvaard, omdat - kort gezegd - de Gemeente de verwijzing naar de toepasselijkheid van de voorwaarden van Klip nooit van de hand heeft gewezen. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft Klip verwezen naar een door haar bij incidentele antwoordconclusie overgelegd afschrift van een telefaxbericht d.d. 7 december 1998. Het gaat hier om een begeleidend faxvoorblad bij een aangepaste offerte, dat - aldus Klip - deel uitmaakt van het aanbod van Klip. Ook heeft Klip gewezen op andere correspondentie waarin naar de algemene voorwaarden van Klip wordt verwezen. In de door Klip overgelegde raamovereenkomst d.d. 1 december 1998 zelf is geen verwijzing naar de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van Klip opgenomen.

3.8 De rechtbank is van oordeel dat de stellingen van Klip niet kunnen leiden tot de conclusie dat de algemene voorwaarden van Klip deel uitmaken van de overeenkomst. Waar vast staat dat over die voorwaarden nooit is gesproken en waar vast staat dat de overeenkomst zelf niet naar de voorwaarden verwijst, heeft Klip uit een enkele verwijzing - kennelijk een standaardtekst in kleine lettertjes onder aan het briefpapier - niet mogen afleiden dat de Gemeente met toepasselijkheid van de voorwaarden akkoord is gegaan. Dat ook in andere brieven naar de voorwaarden is verwezen maakt dat niet anders. Die verwijzingen geschiedden kennelijk op dezelfde standaardmanier en hadden kennelijk geen betrekking op de totstandkoming van de onderhavige overeenkomst.

3.9 Uit het bovenstaande blijkt dat het bestek op de overeenkomst van toepassing is en dat de voorwaarden van Klip niet op de overeenkomst van toepassing zijn. Zoals in 3.3 opgenomen volgt hieruit dat deze rechtbank niet bevoegd is en dat het geschil moet worden beslecht door arbitrage overeenkomstig de regels als neergelegd in de statuten van de Raad van Arbitrage voor de bouw. De primaire incidentele vordering zal derhalve worden toegewezen, met veroordeling van Klip in de kosten van het incident. De nakosten zullen voorwaardelijk worden toegewezen als hierna vermeld. De wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen vanaf veertien dagen na betekening van de kosten.

4 De beslissing

De rechtbank,

verklaart zich onbevoegd van de vordering kennis te nemen;

veroordeelt Klip in de kosten van dit incident, tot aan deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 254,00 aan vast recht en op € 904,00 aan salaris voor de advocaat;

veroordeelt Klip , indien zij niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de veroordeling voldoet, tot betaling van € 131,-- aan nakosten, verhoogd met € 68,-- aan betekeningskosten in het geval betekening van de executoriale titel plaatsvindt;

bepaalt dat Klip de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:120 lid 1 Burgerlijk Wetboek verschuldigd is over de proceskosten vanaf veertien dagen na de betekening van dit vonnis aan Klip tot aan de dag der voldoening;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad voor zover het de veroordeling betreft;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling.

Uitgesproken in het openbaar.

1634/1980