Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2010:BL4406

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
13-01-2010
Datum publicatie
18-02-2010
Zaaknummer
329361 / HA ZA 09-1171
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bevoegdheidsincident; nauwe samenhang tussen vorderingen rechtvaardigt gezamenlijke behandeling; rechtbank o.g.v. art. 107 Rv bevoegd ook van vordering tegen gedaagde kennis te nemen; dat bevoegdheid jegens andere gedaagden is gebaseerd op (stilzwijgende) forumkeuze doet daaraan niet af; vrijwaringsincident, referte.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 329361 / HA ZA 09-1171

Uitspraak: 13 januari 2010

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

1. [eiseres 1],

hierna te noemen: [eiseres 1],

gevestigd te Rotterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres 2],

gevestigd te Rotterdam,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseressen 3],

gevestigd te Krimpen aan den IJssel,

4. [eiseres 4],

gevestigd te Maassluis,

eiseressen in de hoofdzaak,

verweersters in het bevoegdheidsincident,

verweersters in het vrijwaringsincident,

advocaat mr. W.L. Stolk,

- tegen -

1. [gedaagde 1], voorheen genaamd [bedrijf 1],

hierna te noemen: [gedaagde 1],

gevestigd te Delft,

eiseres in het vrijwaringsincident,

advocaat mr. E.A. Bik,

2. [gedaagde 2],

hierna ook te noemen: [gedaagde 2],

gevestigd te Waddinxveen,

advocaat mr. H.T. Kernkamp,

3. [gedaagde 3],

hierna te noemen: [gedaagde 3],

gevestigd te Moerdijk,

eiseres in het vrijwaringsincident,

advocaat mr. E.A. Bik,

4. [gedaagde 4],

hierna te noemen: [gedaagde 4],

gevestigd te Soesterberg,

eiseres in het bevoegdheidsincident,

eiseres in het vrijwaringsincident,

advocaat mr. E.A. Bik,

gedaagden in de hoofdzaak.

Voor zover gezamenlijke aanduiding opportuun is, worden eiseressen in de hoofdzaak/verweersters in het bevoegdheids- en in het vrijwaringsincident hierna aangeduid als "[eiseressen]" en gedaagden in de hoofdzaak als "[gedaagde 1]".

1 Het verloop van het geding

De rechtbank heeft kennis genomen van de volgende stukken:

- dagvaardingen d.d. 8 en 9 april 2009 en de door [eiseressen] overgelegde producties;

- incidentele conclusie houdende (naast beroep op nietigheid van de dagvaarding ten aanzien van gedaagde sub 1) verzoek tot oproeping in vrijwaring alsmede exceptie van onbevoegdheid van één gedaagde partij;

- conclusie van antwoord in incident tot oproeping in vrijwaring tevens exceptie van onbevoegdheid.

2 Het geschil

in de hoofdzaak

2.1 [eiseressen] vorderen – verkort weergegeven – dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, verklaart voor recht dat [gedaagde 1] hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de door [eiseressen] geleden en te lijden schade, nader op te maken bij staat, en hen hoofdelijk veroordeelt tot betaling van schadevergoeding aan [eiseressen], met veroordeling van [gedaagde 1] in de kosten van de procedure.

2.2 [eiseressen] leggen aan deze vordering – voor zover thans van belang – het volgende ten grondslag.

Bij koopovereenkomst d.d. 31 december 1999 (hierna: de koopovereenkomst) hebben [bedrijf 2] in liquidatie, [bedrijf 3] (thans [gedaagde 2]), [bedrijf 1] (thans [gedaagde 1]) en [gedaagde 3] (hierna gezamenlijk te noemen: verkopers) alle 500 aandelen in het kapitaal van Composite Warehousing & Trading B.V. (hierna: Composite) verkocht aan [eiseressen] Composite was toen verhuurder van vier bedrijfsloodsen te Zevenbergen. In 2001 zijn drie loodsen verkocht aan [eiseres 1] en is Composite verhuurder van de vierde bedrijfsloods gebleven.

In voornoemde koopovereenkomst zijn door de verkopers garanties verstrekt met betrekking tot – onder meer – de kwaliteit van deze bedrijfsloodsen. De bedrijfsloodsen bleken echter ondeugdelijk, er was onder meer sprake van lekkage. De huurster van de loodsen heeft [eiseres 1] en Composite aangesproken voor de schade die zij daardoor heeft geleden. Omdat de verkopers de door hen gegeven garanties ten aanzien van – kort gezegd – de kwaliteit van de loodsen hebben geschonden, zijn zij aansprakelijk voor deze gevorderde schade.

[gedaagde 4] is weliswaar geen partij bij de koopovereenkomst, maar is toch jegens [eiseressen] mede aansprakelijk. Immers, tussen [eiseressen] en onder andere [gedaagde 4] is op 27 juli 2000 een akte van kwijting overeengekomen. In artikel 5 van deze akte is bepaald dat onder de garanties die door [bedrijf 2] in liquidatie in de koopovereenkomst zijn gegeven mede dient te worden verstaan [gedaagde 4], en dat [gedaagde 4] jegens [eiseressen] aansprakelijk is voor alle verplichtingen van [bedrijf 2] uit de koopovereenkomst.

In artikel 11.2 van de koopovereenkomst is bepaald dat alle geschillen welke tussen partijen mochten ontstaan omtrent de uitleg of uitvoering van de koopovereenkomst in eerste instantie uitsluitend worden voorgelegd aan de rechtbank Rotterdam. Daarom is de rechtbank Rotterdam bevoegd van het geschil kennis te nemen.

in het bevoegdheidsincident

2.3 [gedaagde 4] vordert – verkort weergegeven – dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart en de zaak verwijst naar de rechtbank Arnhem, met veroordeling van [eiseressen] in de kosten van dit incident.

2.4 [gedaagde 4] stelt daartoe onder meer het volgende. [gedaagde 4] is geen partij bij de koopovereenkomst en daarom ook niet gebonden aan het in deze overeenkomst opgenomen forumkeuzebeding. De door [eiseressen] aan hun vordering op [gedaagde 4] ten grondslag gelegde akte van kwijting (productie 8 bij dagvaarding) bevat geen forumkeuzebeding. Voorts is geen van gedaagden gevestigd in het arrondissement Rotterdam, zodat de bevoegdheid ten aanzien van [gedaagde 4] niet kan worden gebaseerd op artikel 107 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv). Daarnaast is niet voldaan aan de in artikel 107 Rv genoemde eis dat redenen van doelmatigheid een gezamenlijke behandeling van de zaken tegen [gedaagde 4] enerzijds en [gedaagde 1], [gedaagde 2] en [gedaagde 3] anderzijds rechtvaardigen. De vordering tegen [gedaagde 4] is kennelijk gegrond op de akte van kwijting, terwijl de vorderingen tegen [gedaagde 1], [gedaagde 2] en [gedaagde 3] kennelijk zijn gegrond op de koopovereenkomst.

2.5 [eiseressen] hebben het verzoek tot onbevoegd verklaring van de rechtbank gemotiveerd betwist en concluderen tot afwijzing van het verzoek, met veroordeling van [gedaagde 4] in de kosten van dit incident.

2.6 [eiseressen] hebben hiertoe – verkort weergegeven – het volgende gesteld. De aansprakelijkheid van [gedaagde 4], die voortvloeit uit de akte van kwijting, is afgeleid uit de koopovereenkomst. Het is evident dat partijen hebben beoogd, en over en weer redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten dat de forumkeuze uit de koopovereenkomst ook van toepassing is op alle partijen bij de akte van kwijting. De rechtbank Rotterdam is daarom ook bevoegd om van de vordering tegen [gedaagde 4] kennis te nemen. Voorts is er sprake van een zodanige samenhang tussen de vorderingen tegen de gedaagden dat redenen van doelmatigheid een gezamenlijke behandeling rechtvaardigen. De rechtbank is in dat geval op grond van artikel 107 Rv bevoegd.

in het vrijwaringsincident

2.6 [gedaagde 1] en [gedaagde 3], en subsidiair, indien deze rechtbank zich bevoegd verklaart, [gedaagde 4], vorderen dat de rechtbank hen zal toestaan om [gedaagde 2], gevestigd te Waddinxveen (gedaagde sub 2 in de hoofdzaak) in vrijwaring te dagvaarden, met aanhouding van de uitspraak over de kosten van het incident tot aan een inhoudelijke (eind)beslissing in de hoofdzaak.

2.7 [eiseressen] refereren zich aan het oordeel van deze rechtbank.

3 De beoordeling

3.1 [gedaagde 1] stelt allereerst dat de dagvaarding d.d. 8 april 2009 aan een nietigheidsgebrek leidt dat niet wordt gedekt door verschijning. [gedaagde 1] voegt daar echter aan toe dat zij haar definitieve standpunt hieromtrent aanhoudt tot in de hoofdzaak. De rechtbank gaat daarom aan deze stelling voorbij.

3.2 [gedaagde 1], [gedaagde 3] en [gedaagde 4] stellen voorts dat de dagvaarding niet voldoet aan de in artikel 111 lid 3 Rv en – zo begrijpt de rechtbank – artikel 111 lid 2 sub b Rv genoemde vereisten. Zij stellen daartoe dat [eiseressen] niet alle verweren van gedaagden en de gronden daarvoor in het exploot hebben opgenomen. Nu aan deze stelling door [gedaagde 1], [gedaagde 3] en [gedaagde 4] eveneens geen conclusie is verbonden, gaat de rechtbank ook aan deze stelling voorbij.

in het bevoegdheidsincident

3.3 De incidentele conclusie van relatieve onbevoegdheid is vóór alle weren en derhalve tijdig genomen.

3.4 Met [gedaagde 4] is de rechtbank van oordeel dat tussen [eiseressen] en [gedaagde 4] geen forumkeuze is overeengekomen. [gedaagde 4] is geen partij bij de koopovereenkomst. Bovendien is in de akte van kwijting geen forumkeuzebeding of verwijzing naar het forumkeuzebeding in de koopovereenkomst opgenomen.

In beginsel is op grond van artikel 99 Rv de rechter van de woonplaats van [gedaagde 4] bevoegd. In artikel 107 Rv is evenwel bepaald dat indien de rechter ten aanzien van een van de gezamenlijk in het geding betrokken gedaagden bevoegd is, die rechter ook ten aanzien van de overige gedaagden bevoegd is, mits tussen de vorderingen tegen de onderscheiden gedaagden een zodanige samenhang bestaat dat redenen van doelmatigheid een gezamenlijke behandeling rechtvaardigen. Gedaagden [gedaagde 1] en [gedaagde 3] – die wél een incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring hebben ingesteld – hebben de stelling van [eiseressen] dat zij forumkeuze voor de rechtbank Rotterdam zijn overeengekomen in de incidentele conclusie niet weersproken. Mede gelet op het uitgangspunt dat alle excepties tegelijk naar voren moeten worden gebracht (artikel 128 Rv), volgt hieruit dat [eiseressen] en [gedaagde 1] en [gedaagde 3] stilzwijgend de bevoegdheid van deze rechtbank zijn overeengekomen. De rechtbank is daarom van oordeel dat zij bevoegd is om van de geschillen tussen [eiseressen] en [gedaagde 1] en [eiseressen] en [gedaagde 3] kennis te nemen. Tussen de vorderingen op enerzijds [gedaagde 1] en [gedaagde 3] en anderzijds [gedaagde 4] bestaat voorts nauwe samenhang. Alle vorderingen hebben immers betrekking op hetzelfde feitencomplex, te weten de levering door genoemde partijen van de aandelen in Composite en de in dat kader verstrekte garanties. Anders dan [gedaagde 4] betoogt, doet daaraan niet af dat alleen de vordering jegens haar teruggaat op een overeenkomst van kwijting. Deze nauwe samenhang rechtvaardigt gezamenlijke behandeling van de verschillende vorderingen. Op grond van artikel 107 Rv is deze rechtbank dus ook bevoegd kennis te nemen van de vordering jegens [gedaagde 4]. Dat de bevoegdheid jegens [gedaagde 1] en [gedaagde 3] is gebaseerd op een (stilzwijgende) forumkeuze doet daaraan niet af..

3.5 De rechtbank acht zich bevoegd om van de vordering van [eiseressen] op [gedaagde 4] kennis te nemen en zal de vordering in het incident mitsdien afwijzen.

3.6 De uitspraak over de kosten zal worden gereserveerd tot de einduitspraak in de hoofdzaak.

in het vrijwaringsincident

3.7 De incidentele vordering van [gedaagde 1], [gedaagde 3] en [gedaagde 4] tot oproeping in vrijwaring is voor toewijzing vatbaar nu deze niet is weersproken en op de wet is gegrond.

3.8 De uitspraak over de kosten zal worden gereserveerd tot de einduitspraak in de hoofdzaak.

in de hoofdzaak

3.9 De rechtbank zal de zaak naar de rol verwijzen voor het nemen van conclusies van antwoord door [gedaagde 1], [gedaagde 2], [gedaagde 3] en [gedaagde 4].

4 De beslissing

De rechtbank,

in het bevoegdheidsincident

wijst de vordering af;

reserveert de uitspraak over de kosten tot de einduitspraak in de hoofdzaak;

in het vrijwaringsincident

staat [gedaagde 1], [gedaagde 3] en [gedaagde 4] toe om [gedaagde 2], gevestigd te Waddinxveen, te dagvaarden tegen de roldatum van woensdag 10 februari 2010 teneinde op de eis in vrijwaring te antwoorden en voort te procederen;

reserveert de uitspraak over de kosten tot de einduitspraak in de hoofdzaak;

in de hoofdzaak

bepaalt dat deze zaak wederom zal worden uitgeroepen ter rolle van woensdag 10 februari 2010 voor conclusies van antwoord aan de zijde van [gedaagde 1], [gedaagde 2], [gedaagde 3] en [gedaagde 4].

Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling.

Uitgesproken in het openbaar.

1902/1980