Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2010:BL4031

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
16-02-2010
Datum publicatie
16-02-2010
Zaaknummer
345682 / KG ZA 09-1364
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

aanbesteding architectenselectie herontwikkeling Stadskantoor Rotterdam, vordering om te verbieden aan OMA te gunnen afgewezen, geen schending gelijkheids- en transparantiebeginsel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
TBR 2010/154 met annotatie van A.A.M. Evers
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak- / rolnummer: 345682 / KG ZA 09-1364

Uitspraak: 16 februari 2010

VONNIS in kort geding in de zaak van:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser 1],

gevestigd te Amsterdam,

in combinatie met

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser 2],

gevestigd te Bussum,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SEARCH B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MECANOO ARCHITECTEN B.V.,

gevestigd te Delft,

eiseressen,

advocaat mr. L.C. van den Berg,

en

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[tussenkomende partij],

gevestigd te Rotterdam,

tussengekomen partij,

advocaat mr. R.A. Wuijster,

- tegen -

de rechtspersoon naar publiek recht

GEMEENTE ROTTERDAM (Dienst Gemeentewerken Rotterdam),

zetelende te Rotterdam,

gedaagde,

advocaten mrs. J.M. Hebly en G. ‘t Hart,

en

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid OFFICE FOR METROPOLI-TAN ARCHITECTURE (O.M.A.) STEDEBOUW B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

in combinatie met

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ABT B.V.,

gevestigd te Delft,

tussengekomen partij,

advocaat mr. J.F. van Nouhuys.

Eiseressen worden hierna afzonderlijk ook aangeduid als [eiser 1], SeARCH en Mecanoo en gedaagde als de gemeente.

De tussengekomen partijen worden hierna aangeduid als “[tussenkomende partij]” respectievelijk “OMA”.

1. Het verloop van het geding

De voorzieningenrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d. 22 december 2009;

- conclusie van antwoord van de gemeente;

- incidenteel verzoek tot tussenkomst, subsidiair voeging aan de zijde van [tussenkomende partij];

- incidentele conclusie tot tussenkomst, subsidiair voeging aan de zijde van OMA;

- pleitnotities en producties van mr. Van den Berg;

- pleitnotities en producties van mr. Hebly;

- pleitnotities tevens wijziging van eis van mr. Wuijster;

- pleitnotities en producties van mr. Nouhuys.

De raadslieden van partijen hebben de respectieve standpunten toegelicht ter zitting van 4 februari 2010.

[tussenkomende partij] en OMA hebben verzocht te mogen tussenkomen in dit geding. Ter zitting hebben eiseressen en de gemeente dienaangaande verklaard zich te refereren aan het oordeel van de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter heeft daarop de tussenkomst toege-staan, aangezien voldoende is gebleken dat [tussenkomende partij] en OMA een belang hebben om benadeling of verlies van een hen toekomend recht te voorkomen en niet is gebleken dat de verzoeken tot tussenkomst aan de vereiste spoed en de goede procesorde in dit kort geding in de weg staan.

2. De vaststaande feiten

De voorzieningenrechter gaat uit van de volgende vaststaande feiten.

2.1

Op 13 maart 2009 heeft de gemeente als aanbestedende dienst een niet-openbare aanbeste-ding aangekondigd ten behoeve van de architectenselectie voor de herontwikkeling van het stadskantoor te Rotterdam.

2.2

In de selectiefase zijn 66 aanmeldingen ingediend. De gemeente heeft eiseressen, [tussenkomende partij] en OMA geselecteerd en uitgenodigd voor de gunningsfase, waaraan zij ook gevolg hebben gegeven.

2.3

In de gunningsleidraad voor de architect van 29 mei 2009 staat (voor zover relevant):

“2. Omschrijving van de opdracht

Het beoogde eindresultaat van de aanbestedende dienst is de realisatie van een samenhangende her-ontwikkeling van een nieuw Stadskantoor bestaande uit een Stadswinkel XL, kantoren voor gemeente-lijke diensten, commerciële ruimten, woningen en een ondergrondse parkeergarage. De opgave gaat uit van het vervangen van het kantorengedeelte uit de jaren zeventig aan het Rodezand door nieuw-bouw en de herstucturering van het Gemeentelijke monument aan de Meent en het Haagseveer.

(…)

2.2 Opgave voor de architect

Kern van de ontwerpopgave die wordt aanbesteed is het maken van een ontwerp dat architectuur, duurzaamheid en het complexe programma integraal vertaalt.

(…)

2.2.2 Ontwerpuitgangspunten

Het voorstel van de architect dient te voldoen aan de volgende ontwerpuitgangspunten.

Ruimtelijk, functioneel en beleid

Ten aanzien van de ruimtelijke en functionele randvoorwaarden en eisen is het Programma van Ei-sen inclusief de bijlagen als randvoorwaarde (…) uitgangspunt. (…)

Financieel

Het voorstel moet gerealiseerd kunnen worden binnen het taakstellend budget, waarin een onderver-deling is gemaakt naar woningen en het restant van het programma in verband met de beoordeling en financieringseisen. Binnen de programma’s mogen de bouw- en installatiekosten onderling ver-schuiven.

Onderdeel Totaal programma Gedeelte kantoor,

parkeergarage,

commerciële

ruimten, etc. Gedeelte woningen

Bouwkundig en con-structie € 54,3 miljoen € 44,2 miljoen € 10,1 miljoen

Installaties € 10,7 miljoen € 8,1 miljoen € 2,6 miljoen

Totaal budget € 65,0 miljoen € 52,3 miljoen € 12,7 miljoen

Alle bedragen zijn exclusief BTW, honorarium en bijkomende kosten. Het prijspeil is 1 september 2008.

Bouwkuip

Het voorstel moet kunnen worden gerealiseerd binnen de contouren van de bouwkuip, welke reeds is uitgewerkt door de Gemeente Rotterdam. (…)

Uitvoeringsperiode

Het voorstel moet realiseerbaar zijn binnen een uitvoeringsperiode van 26 maanden. (…)

(…)

3.2 Inschrijving

(…)

? De complete inschrijving dient uiterlijk 14 augustus 2009 voor 13:00 in een gesloten ver-pakking te worden ingediend op onderstaand adres:

(…)

3.2.4 Schetsontwerp

Het doel van de ontwerpopdracht is om een goed beeld te krijgen van de architectonische verschij-ningsvorm van het Programma van Eisen. Daarbij dient de beoordelingscommissie in hoofdzaak in-zicht te krijgen in:

? Excellente architectuur;

? Stedenbouwkundige inpassing;

? Omgang met het monument;

? Duurzaamheid;

? Integratie van de visies gepresenteerd in de selectiefase;

? De haalbaarheid.

(…)

4.1 Gunningscriterium

Het gunningscriterium is de “economisch meest voordelige inschrijving”. Deze wordt bepaald door de beoordelingscommissie naar aanleiding van de beoordeling conform de beoordelingsprocedure en criteria zoals opgenomen in dit hoofdstuk.

De inschrijver die naar het oordeel van de beoordelingscommissie de “economisch meest voordeli-ge” inschrijving heeft gedaan wordt voorgedragen aan het College van B&W.

4.2 Minimumeisen

De inschrijvingen worden in eerste instantie getoetst. De toetsing houdt in dat de inschrijvingen wor-den beoordeeld of zij voldoen aan de vereisten en randvoorwaarden zoals deze zijn gesteld in deze leidraad, de financiële haalbaarheid en het Programma van Eisen.

Inschrijvingen die niet voldoen aan deze vereisten worden niet verder beoordeeld en niet aan het publiek tentoongesteld. De aanbestedende dienst stelt de navolgende minimumeisen aan de inschrij-ving.

(…)

4.2.5 Ontwerpopdracht

De inschrijving dient tenminste te voldoen aan de gestelde randvoorwaarden van de ontwerp-opdracht voor wat betreft:

? Het taakstellend budget, zoals omschreven in paragraaf 2.2.2 van deze leidraad;

? De eisen voor aan te leveren stukken voor het schetsontwerp wordt voldaan;

? De BREEAM-excellent doelstellingen conform BREEAM-NL Beta versie maart 2009;

? Een CO2 reductie van 40% ten opzichte van 2009 op basis van een GreenCalc+ berekening (LCA-analyse).

4.3 Beoordelingsprocedure

De beoordeling van de inzendingen door de beoordelingscommissie gebeurt in drie stappen:

Stap 1: beoordeling op deelaspecten

Ten aanzien van deelaspecten worden door werkgroepen beoordelingen gedaan. Deze resulteren in een rapportage die ter beschikking wordt gesteld aan de beoordelingscommissie. De deelaspecten zijn:

? De inpassing van het Programma van Eisen (parkeren, kantoor, commercieel en woningen);

? De financiële randvoorwaarden;

? De duurzaamheid.

Stap 2: Publiekspeiling

Tegelijkertijd met de beoordeling op deelaspecten worden de inschrijvingen openbaar tentoongesteld en volgt een publiekspeiling. Het publiek heeft tijdens de tentoonstellingen in het NAi en aan de Meent de gelegenheid haar mening te geven over de ontwerpen.

(…)

De uitkomsten van de peiling resulteren in een rapportage die ter beschikking wordt gesteld aan de beoordelingscommissie.

(…)

Stap 3: Presentatie aan beoordelingscommissie

De presentatie aan de beoordelingscommissie vindt plaats op 23 september 2009 (…).

Stap 4: Integrale beoordeling door beoordelingscommissie

Tijdens de integrale beoordeling beoordeelt de commissie de voorstellen op de beoordelingscriteria. De beoordelingscommissie beoordeelt in welke mate de voorstellen aan de beoordelingscriteria vol-doen. Tevens worden de geleverde rapportages (stappen 1 en 2) door de commissie meegenomen in de beoordeling.

4.4 Gunningscriteria

De commissie komt tot een integraal oordeel over de inschrijving waarbij onderstaande criteria ge-hanteerd worden in afnemende volgorde van belangrijkheid.

Het oordeel van de commissie wordt gevat in een inhoudelijke beoordeling van alle inschrijvers.

Excellente architectuur

? Het ontwerpconcept;

? De architectonische vertaling van de ambitie van de gemeente Rotterdam;

? De functionaliteit en helderheid van het ontwerp;

? Inpassing van het complexe programma, als omschreven in het PvE.

Stedenbouwkundige inpassing

? De stedenbouwkundige inpassing op maaiveldniveau;

? De stedenbouwkundige inpassing op stedelijk niveau;

? Inpassing van het programma in de bouwenvelop.

Omgang met het monument

? De behandeling van het monument;

? De aansluiting tussen monument en nieuwbouw;

? De programmatische invulling van monument en nieuwbouw.

Duurzaamheid

? De mate van duurzaamheid conform BREEHAM-NL Beta versie maart 2009;

? De mate van CO2-reductie ten opzichte van 2009 op basis van een GreenCalc+ berekening (LCA-analyse);

? De integraliteit en verschijningsvorm van de duurzaamheidsaspecten;

? Het innoverende karakter van de duurzaamheidsaspecten.

Haalbaarheid

? De financiële haalbaarheid, gerelateerd aan de bouwkosten;

? Haalbaarheid, gerelateerd aan onderhoud en beheer;

? De technische haalbaarheid;

? De planologische haalbaarheid;

? De haalbaarheid in relatie tot de uitvoeringsperiode van 26 maanden.

Op basis van haar bevindingen draagt de beoordelingscommissie de naar haar oordeel voor gunning in aanmerking komende inschrijver voor aan het college van B&W.

4.5 Beoordelingscommissie en werkgroepen

De beoordelingscommissie bestaat uit:

? De heer [A], voorzitter (NAi);

? De heer [B] (o.a. voormalig rijksadviseur voor Cultureel Erfgoed);

? De heer [C] (hoogleraar Climate Design & Sustainability TU Delft);

? De heer [D] (architect);

? De heer [E] (architect);

? De heer [F] (directeur Vastgoed, Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam);

? Mevrouw [G] (directeur Standsontwikkeling, dS+V);

? De heer [H] (architect).

De beoordelingscommissie wordt ondersteund door werkgroepen die rapporteren over deelopgaven:

? IGG voor de calculatie kosten en de calculatie vierkante meters;

? DGMR voor de duurzaamheid;

? Arcadis en Gemeente Rotterdam, dienst GW voor de parkeergarage;

? Gemeente Rotterdam, diensten dS+V en OBR voor de architectuur en stedenbouw;

? Gemeente Rotterdam, dienst GW en afdeling Aanbestedingszaken voor minimumeisen;

? Consonant voor de publiekspeiling.

5.1 Voornemen tot gunning

De aanbesteder bericht de inschrijver(s) gelijktijdig en onder opgaaf van redenen omtrent de voor-genomen gunning. De aanbesteder vermeldt daarbij de naam van de inschrijver aan wie de aanbe-steder voornemens is te gunnen. Aan het voornemen tot gunning kunnen geen rechten worden ont-leend. Indien binnen 15 kalenderdagen een kort geding aanhangig is gemaakt tegen het voornemen van de aanbesteder, zal de aanbesteder niet overgaan tot gunning van de opdracht, voordat in kort geding vonnis is gewezen, tenzij een zwaarwegend belang onverwijlde gunning gebiedt.

(…)

5.7 Geschillen en vervaltermijn

Op deze aanbestedingsprocedure is Nederlands recht van toepassing. Geschillen die ontstaan naar aanleiding van deze aanbesteding dienen te worden voorgelegd aan de bevoegde rechter in het ar-rondissement van de aanbestedende dienst.”

2.4

Op 14 augustus 2009 hebben eiseressen, [tussenkomende partij] en OMA hun inschrijvingen inge-diend.

2.5

De inschrijvingen zijn in het Nederlands Architectuurinstituut (NAi) en het City Informatie Centrum tentoongesteld. Van de 4500 bezoekers hebben 1600 in het kader van de publieks-peiling een formulier ingevuld met daarin de volgende vragen:

“A. Het Nieuwe Stadskantoor wordt een aantrekkelijke verbinding tussen de Coolsingel en de Meent. Welk ontwerp slaagt hier volgens u het beste in?

B. Het Nieuwe Stadskantoor wordt een aansprekende combinatie tussen nieuwbouw en monument. Welk ontwerp slaagt hier volgens u het beste in?

C. Het Nieuwe Stadskantoor wordt een aanwinst voor de skyline van de binnenstad. Welk ontwerp slaagt hier volgens u het beste in?

D. Uw eindkeuze: welk ontwerp vindt u het meest geschikt voor het Nieuwe Stadskantoor?”

Van de uitgebrachte stemmen ging 29% naar het ontwerp van SeARCH, 26% naar dat van Mecanoo, 20% naar dat van [tussenkomende partij], 14% naar dat van OMA en 10% naar dat van [eiser 1].

2.6

Bij brief van 28 augustus 2009 heeft de gemeente eiseressen, [tussenkomende partij] en OMA het volgende geschreven:

“Het door u gemaakte schetsontwerp van het te realiseren Stadskantoor is door ons in goede orde ontvangen. Wij zijn inmiddels gestart met de inhoudelijke toetsing van de ontwerpen en in deze brief vragen wij uw aandacht voor het kostenaspect.

De door u opgemaakte begroting hebben wij geanalyseerd en op onderdelen hebben wij u inmiddels om een verduidelijking gevraagd. Naast de verwerking van uw commentaar en het neutraliseren van naar onze opvatting niet haalbare kostenniveaus, hebben wij moeten constateren, dat uw ontwerp het maximale bouwkostenbudget met enkele miljoenen euro’s overschrijdt.

Wij zijn ervan overtuigd, dat in de komende ontwerpfasen het ontwerp passend kan worden gemaakt op het maximale budget van € 65 miljoen, excl. BTW met behoud van het ruimtelijke en functionele programma en tevens behoud van het ontwerpconcept.

Het overschrijden van het maximale budget is een uitsluitingsgrond in de onderhavige selectie. Om uw uitsluiting van de verdere beoordeling te voorkomen vragen wij uw instemming met de onder-staande verklaring.

Gezien de beperkte tijd voor de gehele toetsingsprocedure verzoeken wij u deze verklaring voor dins-dag 1 september 2009 aan ons te retourneren.

(…)

VERKLARING

“Ondergetekende verklaart dat, indien zijn ontwerp voor het Stadskantoor te Rotterdam wordt uit-verkozen voor realisatie, het ingediende ontwerp met behoud van het ontwerpconcept en het huidige functionele en ruimtelijke programma aan te passen is, zodat dit binnen het maximale bouwbudget van € 65 miljoen kan worden gerealiseerd. Voor de bepaling van het kostenniveau geldt bij een in-schattingsverschil tussen partijen het oordeel van een door beide partijen aangewezen derde partij.”

Alle architecten hebben deze verklaring ondertekend en geretourneerd.

2.7

Op 23 september 2009 zijn de ontwerpen aan de beoordelingscommissie gepresenteerd.

2.8

Op basis van het door de beoordelingscommissie op 13 oktober 2009 uitgebrachte advies heeft het College van B&W op 16 oktober 2009 besloten de opdracht aan OMA te gunnen.

In dit advies staat - voor zover van belang - :

“2.3 Toetsing van de ontwerpvoorstellen

Direct na ontvangst van de ontwerpvoorstellen door de architecten zijn de inzendingen getoetst op compleetheid van de stukken en op de minimumcriteria zoals opgenomen in paragraaf 4.2 van de gunningsleidraad.

(…)

Daarbij is geconstateerd dat alle plannen boven het taakstellende budget uitstijgen. Nadere analyse van deze kosten en toelichting van de architecten heeft echter het vertrouwen gegeven dat alle plan-nen binnen het taakstellende budget te realiseren zijn (…)

De deelnemende architecten hebben dit desgevraagd schriftelijk bevestigd aan de gemeente Rotter-dam.

(…)

2.4. De beoordelingscriteria

(…)

De commissie heeft over de vijf ingediende ontwerpen een integraal eindoordeel gegeven, waarbij bovenstaande criteria conform de gunningsleidraad in een afnemende volgorde van belang zijn be-oordeeld.

2.5. De mening van het publiek

(…)

De mening van het publiek is een belangrijk onderdeel geweest bij de beoordeling door de commissie en is derhalve in de discussie over de ontwerpvoorstellen uitgebreid betrokken.

2.7 De hantering van de gunningscriteria

De beoordelingscommissie heeft bij zijn inhoudelijke beoordeling gekeken welke inschrijver het beste antwoord heeft gegeven op de vraag zoals deze is verwoord in de gunningsleidraad. Daarbij heeft zij de rapportage met advies van de werkgroepen tot haar beschikking gehad. Over de architectonische waarden van de ontwerpen hebben de werkgroepen geen uitspraak gedaan.

Ten aanzien van het ontwerpconcept en de architectonische vertaling van de ambitie van de gemeen-te Rotterdam heeft de commissie in zijn beoordeling nadrukkelijk gekeken naar het architectonische statement van het ontwerp voor de stad Rotterdam in het algemeen en die voor het Laurenskwartier in het bijzonder. Daarbij wordt duidelijk dat een belangrijk deel van de opgave is gericht op het rea-liseren van de publieke functie van de gemeente: de Stadswinkel XL. Maar ook het terugbrengen van wonen in de stad, het maken van verbindingen op voetgangersniveau en vernieuwen van het openba-re domein. Daarnaast zou het ontwerpconcept moeten passen in de Rotterdamse traditie als architec-tuurstad gericht op vernieuwing en innovatie. Dit in een allesomvattend architectuurconcept dat op alle schaalniveaus als het ware leesbaar is.

Bij de stedenbouwkundige inpassing wordt de bijzondere locatie van het Stadskantoor eens te meer duidelijk. Wat heeft de locatie zelf nodig en hoe wordt het stedelijk beeld op deze plek versterkt, wa-ren hier kernvragen. Gelegen achter het monumentale Stadhuis, het Postkantoor en in het Laurens-kwartier, dient bij de inpassing rekening gehouden te worden met de onderlinge hiërarchie van de bestaande bebouwing, alsmede met de aansluiting op de openbare ruimte. Hierbij is ook de toe-komstbestendigheid (stedenbouwkundig en duurzaamheid) van het ontwerp onderdeel geweest van de discussie in de beoordelingscommissie.

De commissie is met bovenstaande hantering van de gunningscriteria van mening dat sprake is ge-weest van een integrale benadering om te komen tot de uiteindelijke selectie van één ontwerpvoorstel. De commissie is ervan overtuigd dat dit ontwerp in alle opzichten de potentie heeft om te worden omgezet in een ontwerp dat kan worden gerealiseerd.

(…)

4. Het advies

(…)

Belangrijk voor de commissie was dat het ontwerp architectonisch uitblonk, terwijl het gebouw tege-lijkertijd een zekere mate van ingetogenheid in zich moet hebben om geen beeldconcurrentie met het naast gelegen monumentale Stadhuis en het Postkantoor te creëren. Het experimentele karakter van het Nieuwe Stadskantoor moet derhalve subtiel zijn.

Daarnaast is gekeken welk ontwerp sterk scoort op het “city lounge gevoel”. Het moet naar de me-ning van de commissie een plek worden waar Rotterdammers veel en graag komen om zaken te rege-len, maar ook om te verblijven. De overgang tussen de (publieke) binnenruimte en de buitenruimte dient als het ware vanzelfsprekend te zijn.

Ook van groot belang is de duurzaamheidstoets geweest. De ambitie van de gemeente Rotterdam inzake het Rotterdam Climate Initiative is hoog. De commissie is van oordeel dat de gemeente Rot-terdam met de bouw van het Stadskantoor in dat opzicht een voorbeeldfunctie heeft. Het bovenstaan-de in ogenschouw nemende komt de commissie tot zijn advies.

4.1 Het samengevatte oordeel per ontwerp

Het ontwerp van [tussenkomende partij] wordt als functioneel en efficiënt gezien. De betiteling aantrekkelijk is hier ook zeker van toepassing. Het veelvuldig gebruik van glas leidt tot de gewenste openheid. Niettemin is de commissie van mening dat op deze locatie een uitgesprokener gebouw wenselijk is.

Het ontwerp van Mecanoo wordt als te gesloten beschouwd. De bijbehorende toren is te weinig on-derscheidend en concurreert te opzichtig met de stadhuistoren. De fraaie, maar grote, centrale hal kan dit gevoel bij de commissie niet wegnemen, evenals de prettige wijze waarop wordt omgegaan met het monument.

Het ontwerp van Meijer en van Schooten Architecten is volgens de commissie eveneens te kenschet-sen als te gesloten door het massieve karakter van de gevel. De hoogbouw concurreert met het Stad-huis. De commissie is van mening dat dit ontwerp er tevens onvoldoende in zal slagen op straatni-veau stedelijke dynamiek te bewerkstelligen. De vides aan de binnenzijde ogen fraai.

Het ontwerp van OMA is volgens de commissie spraakmakend, innovatief en toch ingetogen. OMA slaagt er in de juiste toon te vinden in het subtiele spel dat gespeeld moet worden in de relatie met het Stadhuis. Dat geldt zeker ook voor het publieke deel van het ontwerp dat als het ware op straat door-loopt. Het ontwerp scoort eveneens een topnotering inzake de duurzaamheid. De voorgestelde mate-rialisatie en constructie vereisen volgens de commissie wel een scherp en intensief samenspel tussen architect en opdrachtgever.

Het ontwerp van SeARCH wordt gezien als gedurfd en sprankelend. Het duurzaamheidaspect was zeer ver doorgevoerd en ook het city lounge gevoel bracht enthousiasme teweeg bij de commissie. Niettemin is de commissie van mening dat dit ontwerp te excentriek is en te weinig toekomstbestendig zal blijken te zijn voor deze locatie. Hierbij heeft de commissie mee laten wegen dat dit ontwerp door zijn vorm en kleur wel erg afwijkt van het Stadhuis en Postkantoor en in die zin te sterk beeldconcur-rerend is.

4.2. Relatie met de mening van het publiek

Als gesteld heeft de commissie langdurig en nadrukkelijk stilgestaan bij de mening van het publiek. Deze mening liet enerzijds een behoefte aan vernieuwing en anderzijds juist weer een wat behouden-der beeld zien. De commissie herkent beide beelden, én is van mening dat het door de commissie voorgedragen ontwerp juist beide elementen in zich heeft. Het voor te dragen ontwerp doet overigens geen concessies aan deze beide beelden en blijft daarmee krachtig, uniek én toekomstbestendig, zon-der modieus te zijn.

4.3 Het advies

Alles overziend en na uitvoerige en consciëntieuze beraadslagingen adviseert de beoordelingscom-missie om het ontwerpvoorstel van OMA voor te dragen voor gunning van de ontwerpopdracht van de herontwikkeling van het Nieuwe Stadskantoor.

De commissie vraagt hierbij aandacht bij de opdrachtgever om strak en professioneel opdrachtge-verschap te organiseren teneinde de kwaliteit van het concept naar de realisatie te waarborgen.”

2.9

Bij brief van 29 oktober 2009 hebben eiseressen en [tussenkomende partij] de gemeente laten weten dat zij zich met de uitkomst van de aanbesteding vooralsnog niet kunnen verenigen.

2.10

Op 30 november 2009 heeft de beoordelingscommissie een uitgebreide toelichting gegeven op het onder 2.8 genoemde advies.

De samenvatting ten aanzien van het gunningscriterium “excellente architectuur” luidt:

(…)

“De commissie concludeert dat OMA, gezien de zeer goede beoordeling op de belangrijkste onderde-len van dit gunningscriterium het beste is.”

De samenvatting ten aanzien van het gunningscriterium “stedenbouwkundige inpassing” luidt:

(…)

“De commissie concludeert dat CKR en OMA beide zeer sterk zijn, maar dat gezien het groter belang van de inpassing op maaiveldniveau, OMA op dit gunningscriterium het beste is.”

De samenvatting ten aanzien van het gunningscriterium “omgang met het monument” luidt:

(…)

“Zowel CKR als MVSA worden op dit gunningscriterium zeer goed beoordeeld. Vanwege het belang van het onderdeel “behandeling van het monument” binnen dit criterium concludeert de commissie dat MVSA op dit gunningscriterium het beste is.”

De samenvatting ten aanzien van het gunningscriterium “duurzaamheid” luidt:

(…)

“Rekening houdend met het afnemend belang van de onderdelen binnen dit gunningscriterium wordt het plan van SeARCH als beste beoordeeld door de commissie.”

De samenvatting ten aanzien van het gunningscriterium “haalbaarheid” luidt:

“Op het gunningscriterium Haalbaarheid zijn ook minimale eisen gesteld. Hierop zijn de plannen vooraf getoetst. Bij de beoordeling is gekeken naar (de risico’s van) de financiële- en technische haalbaarheid en de ingeschatte uitvoeringsperiode. De twee andere onderdelen van dit criterium worden bij alle plannen als neutraal beoordeeld en zijn niet onderscheidend. (…)

Rekening houdend met het afnemend belang van de onderdelen binnen dit gunningscriterium wordt het plan van MVSA als beste beoordeeld door de commissie.”

De conclusie van de commissie luidt:

“De commissie heeft de beoordelingen van de plannen op de gunningscriteria uitvoerig besproken en beoordeeld. Per gunningscriterium is ook beoordeeld welke plannen beter gewaardeerd zijn ten op-zichte van andere. Daarbij heeft de commissie zich laten leiden door de afnemende mate van belang-rijkheid van de gunningscriteria en de onderliggende subcriteria.

4.1. Integraal oordeel

Ten aanzien van het criterium Excellente architectuur is de commissie tot het oordeel gekomen dat OMA als het beste is beoordeeld gevolgd door het plan van CKR.

Hetzelfde geldt voor het criterium Stedenbouwkundige inpassing. Ten aanzien van beide gunningscri-teria wordt tevens geconcludeerd dat deze twee plannen beduidend beter zijn dan de overige drie.

Op het criterium Monument wordt het plan van MVSA als beste beoordeeld. Ook hier wordt het plan van CKR beter dan de overige beoordeeld, maar dient het MVSA voor te laten gaan.

Het plan van SeARCH is als beste beoordeeld op het gunningscriterium Duurzaamheid. Hier is het plan van OMA tweede.

Als laatste criterium wordt ten aanzien van Haalbaarheid het plan van MVSA als beste gewaardeerd. De plannen van CKR en Mecanoo zijn op dit onderdeel ook goed, maar minder sterk dan MVSA.

Daarbij is de commissie tot de conclusie gekomen dat het voorstel van OMA op de belangrijkste gun-ningscriteria het beste wordt beoordeeld. Dat neemt niet weg dat andere plannen op criteria van minder belang ook goed hebben gescoord. Het plan van CKR weet zich op veel gunningscriteria goed te manifesteren. Echter, gezien het afnemend belang van de gunningscriteria wordt het ontwerp van OMA als geheel als beste beoordeeld.

4.2. Tot slot

Op basis van bovenstaande beoordelingen, waarbij in meer detail is toegelicht hoe de commissie tot haar advies is gekomen, is de commissie tot het advies gekomen om OMA voor te dragen voor de gunning van de ontwerpopdracht van de herontwikkeling van het Nieuwe Stadskantoor.

Daarbij constateert de commissie dat het plan van OMA de beste ontwerpvertaling geeft van de ge-vraagde architectuur, duurzaamheid en het complexe programma, zoals gevraagd is in de gunnings-leidraad. Maar daarnaast is de commissie van mening dat het ontwerp de intenties van de gestelde vraag en te volgen regels begrijpt en de opdrachtgever daardoor méér teruggeeft dan feitelijk wordt gevraagd.”

3. Het geschil

3.1

De vordering van eiseressen luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad en op de minuut

primair

1. de gemeente te verbieden om uitvoering te geven aan het door haar geuite voorne-men tot gunning aan OMA onder het gebod om de inschrijving van OMA als ongel-dig terzijde te leggen;

2. de gemeente te gebieden binnen 10 dagen na dit vonnis over te gaan tot een objec-tieve en transparante herbeoordeling van de resterende inschrijvingen aan de hand van alle voor de aanbesteding gestelde en geldende eisen, door een andere beoorde-lingscommissie;

subsidiair

3. de gemeente te verbieden om zonder heraanbesteding tot gunning van de opdracht over te gaan;

zowel primair als subsidiair

4. te bepalen dat de gemeente een dwangsom verbeurt voor iedere schending van ge-noemde ge- en verboden;

5. de gemeente te veroordelen in de kosten van deze procedure.

Eiseressen hebben aan hun vordering de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

A. De beoordeling door de beoordelingscommissie is niet objectief en transparant ver-richt in overeenstemming met de gunningsleidraad. De rapporten van de commissie laten gebreken zien ten aanzien van deze eisen. De door de commissie verrichte be-oordeling kan dan ook niet in stand blijven.

B. De inschrijving van OMA had moeten worden uitgesloten nu deze niet aan de mi-nimumeisen voldeed omdat het ontwerp nimmer technisch realiseerbaar zal zijn bin-nen het taakstellend budget.

3.2

De gewijzigde vordering van [tussenkomende partij] luidt om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad

1. de gemeente te verbieden om uitvoering te geven aan het door haar geuite voorne-men tot gunning aan OMA;

2. de gemeente te gebieden om binnen 10 dagen na dit vonnis over te gaan tot een ob-jectieve en transparante herbeoordeling van alle inschrijvingen met een weging in afnemende volgorde van slechts de vijf gunningscriteria en een gelijke weging van de onderdelen van de subgunningscriteria, op transparante wijze inzichtelijk ge-maakt in een beoordelingsmatrix;

3. althans de gemeente te gebieden alle inschrijvers de gelegenheid te bieden in te schrijven met een nieuwe inschrijving met een weging in afnemende volgorde van zowel de vijf gunningscriteria als de subgunningscriteria, op transparante wijze in-zichtelijk gemaakt in een beoordelingsmatrix;

4. althans de gemeente te gebieden, indien en voor zover zij de overheidsopdracht op-nieuw wenst aan te besteden, een nieuwe aanbestedingsprocedure te organiseren conform de daarvoor geldende regels en beginselen;

5. de gemeente te veroordelen in de kosten van deze procedure, inclusief de kosten van het incident, een tegemoetkoming in de kosten van juridische bijstand daaronder begrepen.

De stellingen die [tussenkomende partij] aan haar vordering ten grondslag heeft gelegd, komen in essentie overeen met die van eiseressen. [tussenkomende partij] heeft daaraan nog toegevoegd dat uit een door haar opgemaakte puntenmatrix blijkt dat bij gelijke weging van de onderdelen en afnemende belangrijkheid van de gunningscriteria, [tussenkomende partij] winnaar zou kunnen zijn.

3.3

De gemeente en OMA hebben de vorderingen van eiseressen en [tussenkomende partij] gemotiveerd betwist en geconcludeerd tot afwijzing daarvan, met veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van eiseressen en [tussenkomende partij] in de kosten van het geding, waarbij de gemeente eveneens vergoeding heeft gevorderd van de nakosten en de wettelijke rente daarover.

Volgens de gemeente heeft zij op geen enkele wijze in strijd gehandeld met enige op haar rustende verplichting en heeft zij zich juist maximaal ingespannen om de procedure op een zodanige objectieve en transparante wijze in te richten dat recht wordt gedaan aan de in-spanningen die de deelnemende architectenbureaus hebben geleverd. Van favoritisme of willekeur is geen sprake. Door middel van een deskundige beoordelingscommissie zijn de schetsontwerpen objectief beoordeeld. De daarbij gegeven motivering kan de keuze voor OMA goed dragen, aldus de gemeente.

OMA benadrukt dat zij een schetsontwerp heeft ingediend dat aan alle eisen voldoet en dat zij trots is op het eindresultaat, omdat het haar door innovatief denken over bestaande tech-nieken is gelukt “om een bijzonder gebouw voor een niet bijzonder budget te ontwerpen”.

Waar nodig zullen de verweren van de gemeente en OMA hierna bij de beoordeling uitge-breider aan bod komen.

4. De beoordeling

4.1

Bij de beoordeling wordt het volgende voorop gesteld.

Het HvJ heeft in zijn arrest van 29 april 2004, zaak C-496/99 (Succi di Frutta), met verwij-zing naar eerdere uitspraken uiteengezet wat de betekenis is van de aan het Europese aanbe-stedingsrecht ten grondslag liggende beginselen van gelijkheid en transparantie. Samengevat en voor zover voor het onderhavige geschil van belang, komt deze uiteenzetting neer op het volgende. Het beginsel van gelijke behandeling van de inschrijvers beoogt de ontwikkeling van een gezonde en daadwerkelijke mededinging tussen de aan de aanbestedingsprocedure voor een overheidsopdracht deelnemende ondernemingen te bevorderen en vereist dat alle inschrijvers bij het opstellen van het in hun offertes gedane voorstel dezelfde kansen krij-gen: voor alle mededingers moeten dezelfde voorwaarden gelden. Het transparantiebeginsel strekt, in samenhang daarmee, ertoe te waarborgen dat elk risico van favoritisme en wille-keur door de aanbestedende dienst wordt uitgebannen en impliceert dat alle voorwaarden en modaliteiten van de gunningsprocedure in het aanbestedingsbericht of in het bestek worden geformuleerd op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze, opdat, enerzijds, alle behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijvers de juiste draagwijdte kunnen begrijpen en zij deze op dezelfde manier interpreteren, en, anderzijds, de aanbestedende dienst in staat is om metterdaad na te gaan of de offertes van de inschrijvers beantwoorden aan de gunningscriteria welke op de betrokken opdracht van toepassing zijn. Een en ander brengt niet alleen mee dat alle aanbieders gelijk worden behandeld, maar ook dat zij in ge-lijke mate, mede met het oog op een goede controle achteraf, een duidelijk inzicht moeten hebben in de voorwaarden waaronder de aanbesteding plaats heeft, zoals de selectiecriteria. (HR 4 november 2005, C04/178HR, NJ 2006, 204).

4.2

Kern van het geschil is de vraag of de gemeente voornoemde beginselen van het Europese aanbestedingsrecht in acht heeft genomen. Dat het eiseressen daarbij met name gaat om de manier waarop de beoordelingscommissie bij haar beoordeling van de inschrijvingen de mi-nimumeisen en de gunningscriteria als verwoord in de gunningsleidraad heeft gehanteerd, blijkt uit de brief van 1 februari 2010 van eiseressen aan de gemeente, in welke brief eise-ressen schrijven dat hun bezwaar zich niet richt tegen de uitschrijvende partij, maar alleen tegen de “jury” die volgens eiseressen de beoordelingscriteria zodanig willekeurig heeft toe-gepast dat zij uiteindelijk OMA als winnaar van de prijsvraag uitriep. Volgens eiseressen was de kwaliteit van de aanbesteding, zoals voorbereid door het Ontwikkelingsbedrijf Rot-terdam, hoog.

Desondanks hebben eiseressen in de dagvaarding gesteld dat de aanbesteding ook gebrekkig is, omdat de gemeente niet heeft aangegeven waarom een weging van de verschillende gun-ningscriteria niet mogelijk was.

De voorzieningenrechter verwerpt deze stelling. Artikel 54 van het Besluit aanbestedingsre-gels voor overheidsopdrachten (hierna: Bao) vermeldt dat de aanbestedende dienst het rela-tieve gewicht van de gunningscriteria moet specificeren, bijvoorbeeld door middel van een marge, maar dat wanneer volgens de aanbestedende dienst om aantoonbare redenen geen weging mogelijk is, kan worden volstaan met vermelding van de gunningscriteria in afne-mende volgorde van belangrijkheid. Dat de aanbestedende dienst verplicht zou zijn om aan te geven waarom zij voor de laatste manier van vermelden kiest, en het enkele nalaten daar-van de aanbesteding al gebrekkig maakt, kan in dit geval niet als uitgangspunt worden aan-vaard. Architecten, zeker van het onderhavige kaliber, mogen bekend geacht worden met de omstandigheid dat ten aanzien van hun product “excellente architectuur” (een intellectuele, creatieve prestatie) een bepaalde, vrij grote, mate van beoordelingsvrijheid moet bestaan, nu het hier een subjectief criterium betreft dat niet goed beoordeeld kan worden aan de hand van vooraf vastgestelde exacte wegingsfactoren. Gelet op de aard van de aanbesteding heeft de gemeente er dan ook voor gekozen de (sub)gunningscriteria in afnemende volgorde van belang op te nemen in de gunningsleidraad. Naar voorshands oordeel van de voorzieningen-rechter was het overbodig om dit ook expliciet aan te geven. Overigens hebben de inschrij-vers daar in het voortraject, bijvoorbeeld bij de nota van inlichtingen, ook geen vragen over gesteld, zodat moet worden aangenomen dat de reden waarom de gemeente voor vermelding van de gunningscriteria in afnemende volgorde van belangrijkheid heeft gekozen, voor de inschrijvers niet alleen duidelijk was, maar ook dat zij daarmee akkoord gingen.

De voorzieningenrechter verwerpt eveneens de stelling van [tussenkomende partij] dat ten tijde van de inschrijving niet bekend was, althans kon zijn dat ook de subgunningscriteria in afne-mende volgorde gewogen zouden worden.

Dat [tussenkomende partij] dat wel zo had moeten interpreteren, blijkt reeds uit de wijze waarop de gunningscriteria in de gunningsleidraad zijn opgesomd onder punt 4.4. Onder het kopje “Gunningscriteria” staat de zin dat de commissie tot een integraal oordeel komt over de in-schrijving waarbij onderstaande criteria gehanteerd worden in afnemende volgorde van be-langrijkheid. Vervolgens worden de gunningscriteria en subgunningscriteria opgesomd. Nu de gemeente daarbij niet heeft vermeld dat zij een andere volgorde voor ogen had ten aan-zien van de subgunningscriteria, mochten de inschrijvers er niet vanuit gaan dat de subgun-ningscriteria, in tegenstelling tot de gunningscriteria, gehanteerd zouden worden in gelijke mate van belangrijkheid.

Gelet op het hiervooroverwogene oordeelt de voorzieningenrechter voorshands dat alle voorwaarden en modaliteiten van de gunningsprocedure in de gunningsleidraad en bijbeho-rende bijlagen zijn geformuleerd op een voldoende duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze.

4.3

Na ontvangst van de ontwerpen zijn de inschrijvingen beoordeeld op de minimumeisen zo-als opgenomen in paragraaf 4.2 van de gunningsleidraad (stap 1). Volgens eiseressen leidt deze beoordeling aan een gebrek in transparantie, in die zin dat niet blijkt op welke wijze de beoordeling ten aanzien van het budget en de BREEAM-excellent doelstellingen tot stand is gekomen.

Ten aanzien van het budget geldt dat op grond van paragraaf 2.2.2 van de gunningsleidraad het voorstel gerealiseerd moet kunnen worden binnen het taakstellend budget van € 65 mil-joen. Dat wil niet zeggen dat de ingediende begrotingen die bij de schetsontwerpen waren gevoegd ónder het taakstellend budget moesten sluiten. Het gaat immers om schetsontwer-pen die naar hun aard globaal zijn en nog moeten worden uitgewerkt tot een Voorlopig Ontwerp, Definitief Ontwerp en Bestek alvorens kan worden gebouwd. Zo hebben de archi-tecten dat ook begrepen, gezien de inschrijvingen van SeARCH, [eiser 1] en OMA die met hun begroting boven de € 65 miljoen uitkwamen. OMA zelfs met € 4 miljoen. Deze over-schrijding van OMA zat hem echter voor het grootste deel in de optionele uitbreiding van het gebouw en viel buiten het gevraagde ontwerp.

Beoordeeld moest worden of de voorstellen te realiseren zijn binnen het taakstellend budget. Of de voorstellen daaraan voldoen is in opdracht van de gemeente gecontroleerd door IGG, een onafhankelijk adviesbureau gespecialiseerd in bouwkostenadvies. Zoals toegelicht in het advies van de beoordelingscommissie en de toelichting daarop van 30 november 2009, heeft IGG de ontwerpen doorgerekend en vergelijkbaar gemaakt. Daarbij is geconstateerd dat alle plannen boven het taakstellend budget uitstegen. IGG schatte de kosten van het ontwerp van SeARCH het hoogste in. Nadere analyse van deze kosten en toelichting van de architecten heeft de gemeente echter het vertrouwen gegeven dat alle plannen binnen het taakstellend budget te realiseren zijn, zonder dat wezenlijke aanpassing van het ontwerp-concept van de architect of het ambitieniveau en programma van eisen van de opdrachtgever noodzakelijk is. Dat een inhoudelijke toetsing in dit verband achterwege is gebleven, of slechts zeer op-pervlakkig heeft plaatsgevonden en de commissie geen idee heeft of de gepresenteerde plannen ook daadwerkelijk binnen budget gerealiseerd kunnen worden, zoals eiseressen stellen, is niet gebleken. Gelet op de uitleg die de gemeente heeft gegeven dat het voor IGG zeer goed mogelijk was om de ingediende begrotingen binnen het gegeven tijdsbestek te controleren, is de enkele stelling van eiseressen die erop neerkomt dat IGG nooit binnen één week een berekening had kunnen maken, onvoldoende om tot een dergelijk oordeel te kun-nen komen. Niet weersproken is dat IGG de gemeente vanaf het begin van de planontwikke-ling en planvoorbereiding heeft begeleid op het punt van kosten en de onderleggers voor de aan te leveren begroting heeft opgesteld die aan de inschrijvers zijn verstrekt, welke onder-leggers juist ten doel hebben om de begrotingen gemakkelijker vergelijkbaar te maken. Ei-seressen hebben de deskundigheid van IGG en de beoordelingscommissie op zichzelf niet in twijfel getrokken.

Ten aanzien van de BREEAM-excellent doelstellingen geldt dat een uitgewerkte calculatie dient te worden opgesteld conform “BREEAM-NL Beta versie maart 2009”. Volgens eise-ressen is onduidelijk hoe de commissie in het tweede rapport kan stellen dat de tekeningen en toelichtingen die waren opgenomen in de inschrijvingen voor alle plannen voldoende waren om aannemelijk te maken dat deze het BREEAM-excellent niveau haalden, nu OMA heeft ingeschreven met een schetsontwerp waarin de gevel nog in het geheel niet was uitge-werkt, terwijl voor een dergelijke beoordeling de invulling van de volledige gevel van een zeer groot gebouw essentieel is.

De voorzieningenrechter verwerpt deze stelling. Zoals aangevoerd door OMA en waarvan het tegendeel niet aannemelijk is geworden zijn de gevels na de inschrijving niet veranderd. De reden waarom op de ene schets de glasplaten transparanter overkomen dan op de andere schets is dat kan worden “gespeeld” met de hoeveelheid gel die tussen de glasplaten wordt aangebracht. In haar presentatie (stap 3) heeft OMA dit nader uitgelegd. Nader uitleggen is iets anders dan het gebruiken door de commissie van de presentaties om een nadere invul-ling van inschrijvingen te verkrijgen, zoals nog is gesteld door eiseressen. Overigens ook wanneer de gevel niet zou zijn uitgewerkt in het schetsontwerp, was het mogelijk om de BREEAM-NL score te berekenen op grond van de opgegeven oppervlaktes, isolatiewaardes, de verhouding transparant/dicht en het percentage glas, waarden die bij de indiening bekend waren en vaststonden en nadien niet meer zijn gewijzigd. De werkgroep waarvan als extern deskundige het ingenieursbureau DGMR deel uitmaakte heeft de schetsontwerpen en de ontwerpboeken bestudeerd en op basis daarvan de BREEAM-NL tool per ontwerp getoetst. Hiermee is de score bepaald die redelijkerwijs behaald wordt door ieder van de inschrijvers. Geconcludeerd is dat voldoende aannemelijk is gemaakt dat het mogelijk is om met de vijf ontwerpen een BREEAM-NL score “excellent” te behalen. Het ontwerp van OMA behaalde de hoogste score, gevolgd door SeARCH. Beide haalden een score “outstanding”. De ge-meente heeft bij de beoordeling op de minimumeisen deze conclusies overgenomen. Het-geen door eiseressen is aangevoerd, wordt onvoldoende geacht om deze bevindingen in twijfel te trekken.

Gezien het hiervooroverwogene blijkt naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter wel degelijk hoe de beoordeling van de minimumeisen budget en BREEAM-NL score heeft plaatsgevonden en ook dat deze beoordeling heeft plaatsgevonden met inachtneming van het gelijkheidsbeginsel en het transparantiebeginsel.

4.4

Dat het ontwerp van OMA in deze beoordelingsfase al terzijde had moeten worden gelegd omdat het ontwerp nimmer binnen het taakstellend budget gebouwd kan worden (een van de minimumeisen), zoals betoogd door eiseressen, is niet aannemelijk geworden. Eiseressen hebben ter onderbouwing van deze stelling enkele aspecten in het ontwerp van OMA ge-noemd (en onderbouwd met de visie van deskundigen) die in hun ogen (te) kostbaar uitval-len, te weten het ophangen van het gebouw aan twee kernen, het 3 dubbel glas gevuld met nanogel en de verlichting door middel van glasvezel.

De voorzieningenrechter kan niet zelf onderzoeken of het ontwerp van OMA binnen het taakstellend budget gerealiseerd kan worden. Daarvoor is onderzoek nodig door deskundi-gen op dat gebied, waarvoor in kort geding geen plaats is. In de stellingen van eiseressen heeft de voorzieningenrechter echter geen aanleiding gevonden om te twijfelen aan de uit-komsten van het onderzoek door de deskundigen van IGG en aan de begroting of de des-kundigheid van de constructeur van OMA.

Daarbij komt dat OMA de stellingen van eiseressen en haar deskundigen zeer gemotiveerd heeft weersproken. Ten aanzien van het ophangen van het gebouw aan twee kernen heeft OMA aangevoerd dat de stalen constructie bestaat uit vier stijve, standaard elementen die in het werk op eenvoudige wijze aan elkaar worden geschroefd, dat de geringe variëteit van onderdelen de kosten drukt en dat het stalen frame zich snel in elkaar laat zetten. Volgens OMA draagt de stalen hoofdstructuur het gebouw en worden de vloeren in het stalen frame geplaatst zonder dat zij een stabiliserende functie hebben. Dat kunnen daardoor dunne vloerdelen zijn en dat scheelt een factor 3. Het gewicht van het totale gebouw ligt daardoor laag, hetgeen doorwerkt in de fundamenten en het totale materiaalgebruik. Dat de deskundi-gen van de beoordelingscommissie zich hebben afgevraagd of het stalen frame exact zo kan worden uitgevoerd als ontworpen heeft mogelijk gevolgen op de uitwerking van de details, maar - naar de voorzieningenrechter is voorgehouden, en die geen aanleiding ziet om van de onjuistheid hiervan uit te gaan - niet op de constructie als zodanig.

Ten aanzien van de nanogel heeft OMA aangevoerd dat de gel licht is van gewicht en dus ook bijdraagt aan het laag houden van het totale gewicht. Door de gevel met één en hetzelf-de type element uit te voeren, is een snelle en relatief goedkope realisatie mogelijk, aldus OMA. De enkele omstandigheid dat de commissie zelf in paragraaf 3.6.2. van het tweede rapport de constructieve uitwerking van het plan en de PVC-gevel als een risico ziet, brengt niet zonder meer mee dat het ontwerp niet binnen het taakstellend budget gebouwd kan worden. Ook in de ontwerpen van [tussenkomende partij], Mecanoo en Search zag de commissie risico’s ten aanzien van de financiële haalbaarheid.

Nog toegevoegd heeft OMA dat het hele gebouw is gebaseerd op een stramien van 7,20 m, een standaardmaat in de bouw, zodat kan worden gewerkt met standaardmateriaal en het gehele gebouw demontabel en herbruikbaar is, ook de vloerdelen. De vloerdelen hebben weer dezelfde stramienmaat van 7,20 m.

4.5

Een volgende stap in de beoordeling was het komen tot een integraal oordeel over de in-schrijvingen aan de hand van de gunnings- en subgunningscriteria genoemd in de gunnings-leidraad onder paragraaf 4.4 (stap 4). Gelet op de beoordelingsvrijheid van de gemeente dient de rechterlijke toetsing beperkt te blijven tot het nagaan of de procedure- en motive-ringsvoorschriften in acht zijn genomen, of de feiten juist zijn vastgesteld, en of er geen sprake is van een kennelijk onjuiste beoordeling of misbruik van bevoegdheid.

Met de gemeente is de voorzieningenrechter van oordeel dat wanneer gunningscriteria en subgunningscriteria in de leidraad worden genoemd in afnemende volgorde van belang, dat aan deze criteria een belang moet worden gehecht dat lineair, in glijdende schaal min of meer evenredig afneemt, waarmee ook het relatieve gewicht van de criteria is gegeven. Het eerste gunningscriterium “excellente architectuur” heeft de grootste betekenis, gevolgd door het gunningscriterium “stedenbouwkundige inpassing” enz. Het is dus niet zo dat bijvoor-beeld de eerste drie gunningscriteria vrijwel even zwaar wegen en aan de laatste twee gun-ningscriteria nauwelijks gewicht toekomt. Ook eiseressen delen dit oordeel, echter volgens hen is de commissie daarentegen willekeurig omgesprongen met de weging van de verschil-lende criteria, hetgeen leidt tot een gebrek in de vereiste transparantie. Dit blijkt volgens eiseressen uit het feit dat:

a. OMA het best is beoordeeld op de eerste twee gunningscriteria, terwijl waar er vijf gunningscriteria zijn niet valt te achterhalen hoe de commissie - ondanks het feit dat OMA op geen van de andere gunningscriteria wint - tot het oordeel komt dat OMA de beste inschrijving heeft gedaan. De afnemende volgorde van belangrijkheid van de gunningscriteria maakt immers nog niet dat het als relatieve beste bieding op één of twee gunningscriteria uit de bus komen tot het buiten beschouwing laten van de andere gunningscriteria kan leiden. Dat lijkt echter wel de slotsom van de commis-sie te zijn;

b. de commissie subgunningscriteria van haalbaarheid buiten toepassing heeft gelaten, deze zijn namelijk als neutraal en niet onderscheidend beoordeeld. Dat is in strijd met de op het arrest EVN en Wienstrom gebaseerde leer dat het een aanbesteder niet is toegestaan om eenmaal gestelde gunningscriteria aan te passen of buiten be-schouwing te laten;

c. het “City Lounge gevoel” een rol in de beoordeling heeft gespeeld, terwijl dit ner-gens in de aanbestedingsstukken is terug te vinden.

De voorzieningenrechter stelt in dit verband het volgende voorop. Hoewel het de voorkeur zou hebben gehad dat de gegevens die in het toelichtend rapport zijn vermeld ook zouden zijn verwerkt in de eerste rapportage, maakt deze gang van zaken niet dat de gehele proce-dure bij gebreke van voldoende transparantie en objectiviteit gebrekkig zou zijn. Dat dit rapport is gebruikt om het eerste rapport “goed te maken”, in die zin dat de gemeente haar huiswerk heeft overgedaan of alsnog aspecten heeft beoordeeld die eerder buiten beschou-wing waren gelaten, zoals nog is aangevoerd, is niet gebleken. De inhoud van het tweede rapport betreft geen herformulering van het eerste document, zoals gesteld door eiseressen, maar een, op verzoek van eiseressen, uitgebreidere uiteenzetting van een proces dat al was voltooid op het moment dat het oorspronkelijke beoordelingsrapport uitkwam. Door deze toelichting is nader inzichtelijk gemaakt hoe de uiteindelijke waardering van de gunnings- en subgunningscriteria is verlopen.

Ad a

In het toelichtend rapport is uitgebreid per subgunningscriterium en per inschrijver beschre-ven hoe de beoordelingscommissie het betreffende schetsontwerp op dat punt heeft beoor-deeld en heeft de beoordelingscommissie per subgunningscriterium aan ieder ontwerp een beoordeling in de vorm van “zeer matig”, “matig”, “neutraal”, “goed” en “zeer goed” gege-ven. In dit rapport heeft de commissie op voldoende wijze onderbouwd op welke wijze de beoordeling heeft plaatsgevonden en hoe de beoordelaars tot bepaalde scores zijn gekomen.

Gelet op de afnemende volgorde van belangrijkheid is OMA, die op de twee belangrijkste gunningscriteria de beste beoordeling kreeg, als winnaar gekozen, ook al heeft zij op de ove-rige drie gunningscriteria niet het hoogste gescoord. Weliswaar scoorde bijvoorbeeld SeARCH weer goed op “haalbaarheid” en [eiser 1] en Van Schooten op “omgang met het monument”, daarmee kan een matige of neutrale beoordeling op de eerste twee gunningscri-teria niet worden gecompenseerd. Dat, wanneer de oordelen in een matrix gezet worden en de scores bij elkaar opgeteld worden zoals [tussenkomende partij] heeft gedaan, [tussenkomende partij] mo-gelijk als beste uit de bus zou komen, doet in de onderhavige aanbestedingsprocedure niet ter zake. Bij een aanbesteding als onderhavige is er alle reden om een genuanceerde inhou-delijke beoordeling, waarbij inzicht wordt gegeven in de gedachtenontwikkeling van de be-oordelingscommissie, te laten prevaleren boven de toepassing van cijfers of getallen. Om die reden biedt de door [tussenkomende partij] overgelegde matrix geen soelaas. Zoals in de gun-ningsleidraad expliciet is vastgelegd, gaat het om een integraal oordeel. De commissie heeft dit integrale oordeel op transparante wijze gegeven: steeds heeft ze per gunningscriterium vermeld wie als beste uit de bus is gekomen. OMA heeft op de twee belangrijkste gunnings-criteria het hoogst gescoord. Dat zij op de overige drie gunningscriteria niet als hoogste heeft gescoord maakt niet dat daardoor de keuze zou vallen op een ander ontwerp.

Ad b

Dat subgunningscriteria van haalbaarheid buiten toepassing zijn gelaten is niet gebleken. Zoals blijkt uit de toelichting van 30 november 2009 heeft de beoordelingscommissie alle ontwerpen ten aanzien van het subgunningscriterium “haalbaarheid gerelateerd aan onder-houd en beheer” en “planologische haalbaarheid” gelijk beoordeeld. De ontwerpen zaten op hetzelfde niveau en waren derhalve niet onderscheidend. Dat is iets anders dan dat deze subgunningscriteria buiten beschouwing zouden zijn gelaten.

Ad c

Het “City Lounge gevoel” is geen onderdeel van de gunningscriteria of subgunningscriteria, maar wordt genoemd als algemene indruk die de inschrijvingen op de commissie heeft ge-maakt. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de gemeente aldus gebruik heeft gemaakt van de beleidsvrijheid die haar toekomt om de verschillende inschrijvingen te beoordelen. Overigens komt de term “City Lounge gevoel” niet uit de lucht vallen, maar is dit een term die is terug te vinden in de aanbestedingsstukken, waaronder in het programma van eisen, om de ambitie van de gemeente om een binnenstad te creëren die uitnodigt om er uren te verblijven en rond te dwalen uit te drukken. In paragraaf 3.2 van het programma van eisen wordt verwezen naar deel C waarin de stedenbouwkundige en architectonische randvoor-waarden van de opdracht zijn neergelegd, waarbij wordt verwezen naar het Binnenstadsplan 2008-2020 dat zelfs getiteld is “Binnenstad als city lounge.” Ook op pagina 62 van het pro-gramma van eisen wordt de term “City Lounge” expliciet genoemd als verwoording van de kernopgave om de binnenstad ontwikkelen tot een kwaliteitsplek voor ontmoeting, verblijf en vermaak voor bewoners, bedrijven en bezoekers.

Op grond van het voorgaande oordeelt de voorzieningenrechter dat de procedure- en moti-veringsvoorschriften in acht zijn genomen, de feiten juist zijn vastgesteld en er geen sprake is van een kennelijk onjuiste beoordeling of misbruik van bevoegdheid

4.6

Hetgeen eiseressen nog hebben gesteld over de wijze waarop de commissie is omgegaan met de publiekspeiling (stap 2), leidt niet tot een ander oordeel. Immers is de peiling niet als gunningscriterium gepresenteerd, maar geldt de mening van het publiek als extra informatie ten behoeve van de beoordelingscommissie. De gemeente heeft tegenover de deelnemers niet de verwachting gewekt dat de peiling doorslaggevend of van groot belang zou zijn en over de inhoud en status van de publiekspeiling zijn, naar onweersproken is gesteld, in de nota van inlichtingen geen vragen gesteld. In de gunningsleidraad staat dat de rapportage van de publiekspeiling zal worden meegenomen in de beoordeling. In het toelichtend rap-port is terug te vinden hoe de beoordelingscommissie dat heeft gedaan.

4.7

Uit al het vorenstaande volgt dat de vorderingen van eiseressen en [tussenkomende partij] niet voor toewijzing vatbaar zijn. De verdere stellingen van de gemeente en OMA behoeven geen be-spreking.

Eiseressen en [tussenkomende partij] zullen als de in het ongelijk gestelde partijen hoofdelijk wor-den veroordeeld in de kosten van dit kort geding aan de zijde van de gemeente. De door de gemeente gevorderde nakosten zullen voorwaardelijk worden toegewezen als hierna ver-meld.

OMA zal haar eigen kosten dienen te dragen.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter,

wijst de vorderingen van eiseressen en die van [tussenkomende partij] af;

veroordeelt eiseressen en [tussenkomende partij] hoofdelijk, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, in de kosten van dit kort geding, tot aan deze uitspraak aan de zijde van de ge-meente bepaald op € 262,- aan verschotten en op € 816,- aan salaris voor de advocaat;

veroordeelt eiseressen en [tussenkomende partij] (hoofdelijk), indien zij niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de veroordeling voldoen, tot betaling van € 131,- aan nakosten, ver-hoogd met € 68,- aan betekeningskosten in het geval betekening van de executoriale titel plaatsvindt, vermeerderd met de wettelijke rente over de nakosten vanaf veertien dagen na aanzegging van de nakosten aan eiseressen en [tussenkomende partij] tot aan de dag der voldoening;

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.F.L. Geerdes, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. V. Bouchla, griffier.

Uitgesproken in het openbaar.

615/676