Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2010:BL3682

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
03-02-2010
Datum publicatie
11-02-2010
Zaaknummer
332811 / HA ZA 09-1679
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Hoofdzaak eindigt in schikking, vordering in vrijwaring wordt ingetrokken. Toewijzing proceskosten gedaagde in vrijwaring.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingblad 2010/455.1
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 332811 / HA ZA 09-1679

Vonnis in vrijwaring van 3 februari 2010

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

INTERPAC B.V.,

gevestigd te Capelle aan den IJssel,

eiseres,

advocaat mr. J.K.A. van Loo,

tegen

1. [gedaagde 1]

wonende te [adres],

2. [gedaagde 2],

wonende te [adres],

gedaagden,

advocaat mr. A.H.G. Katz.

Partijen zullen hierna ‘Interpac B.V.’ respectievelijk ‘[gedaagden]’ genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding d.d. 16 juni 2009;

- de conclusie van antwoord;

- het tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 23 december 2009, waarbij een comparitie van partijen is gelast.

1.2. Op 19 januari 2010 heeft Interpac aan de rechtbank bericht dat in de hoofdprocedure onder zaak- en rolnummer 323233/ HA ZA 09-241 (hierna: ‘de hoofdzaak’) een schikking is bereikt, en dat zij haar vordering in vrijwaring tegen [gedaagden] niet langer handhaaft. Interpac heeft de rechtbank verzocht om in de onderhavige procedure in vrijwaring vonnis te wijzen in verband met de proceskosten van [gedaagden]. Vervolgens is vonnis bepaald.

2. Het geschil en de beoordeling

2.1. Interpac is in hoofdzaak door HVE Trading Ltd & Co. KG (hierna: ‘HVE’) aangesproken in verband met (volgens HVE) terugbetaling van een aanbetaling en een toerekenbare tekortkoming in de nakoming. In de relevante periode hielden [gedaagden] zich bezig met de dagelijkse bedrijfsvoering van Interpac.

2.2. Interpac heeft gevorderd dat [gedaagden] hoofdelijk zouden worden veroordeeld om aan Interpac te voldoen al hetgeen waartoe Interpac in de hoofdzaak jegens HVE mocht worden veroordeeld, met inbegrip van de proceskostenveroordeling.

[gedaagden] hebben gemotiveerd verweer gevoerd. Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van Interpac in de kosten van de procedure.

2.3. Nu Interpac haar vordering niet langer handhaaft, zoals vermeld onder 1.2 hierboven, bestaat geen reden voor een beoordeling van of beslissing over deze vordering. Wel is verzocht om een beoordeling ter zake van de proceskosten.

2.4. Gelet op het bepaalde in artikel 237 Rv geldt als uitgangspunt dat de partij die bij vonnis in het ongelijk wordt gesteld in de kosten wordt veroordeeld. Aan dit criterium zal niet kunnen worden voldaan omdat in deze zaak formeel bezien geen sprake is van een in het ongelijk gestelde partij in de zin van artikel 237 Rv.

Dit neemt echter niet weg dat in deze procedure een beslissing ten aanzien van de proceskosten op haar plaats is. [gedaagden] hebben immers op redelijke gronden kosten gemaakt om zich te verweren tegen de vordering in vrijwaring van Interpac. Nu Interpac deze vordering niet heeft gehandhaafd zijn de door [gedaagden] gemaakte kosten te beschouwen als nodeloos door Interpac veroorzaakt.

2.5. Interpac B.V. zal op bovengenoemde gronden in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagden] worden begroot op:

- vast recht € 1.035,00

- salaris advocaat € 894,00 (1 punt × tarief € 894,00)

Totaal € 1.929,00

3. De beslissing

De rechtbank,

veroordeelt Interpac B.V. in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagden] tot op heden begroot op € 1.929,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.A.M. van Schouwenburg-Laan en in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2010.?

1885