Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2010:BL1728

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
27-01-2010
Datum publicatie
02-02-2010
Zaaknummer
338393 / HA ZA 09-2507
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verwijzing wegens verknochtheid. Een overeenkomst met een forumkeuze voor de rechtbank Rotterdam wordt vernietigd door een van partijen, die bij de rechtbank Utrecht twee procedures aanvangt. De andere partij vordert een verklaring voor recht bij de rechtbank Rotterdam dat de overeenkomst nog steeds geldig is. Zowel in Utrecht als in Rotterdam worden incidenten opgeworpen. Wegens verknochtheid wordt de Rotterdamse zaak naar Utrecht verwezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

VONNIS

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 338393 / HA ZA 09-2507

Uitspraak: 27 januari 2010

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid D-AGE B.V.,

gevestigd te Amersfoort,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in de incidenten,

advocaat mr. W.H.A.M. van Muijsenbergh,

- tegen -

de naamloze vennootschap NETHAVE N.V.,

statutair gevestigd te Utrecht,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in de incidenten,

advocaat mr. G. te Winkel.

Partijen worden hierna aangeduid als: D-Age en Nethave. De hoofdzaak wordt hierna aangeduid als: de Rotterdamse hoofdzaak, de incidenten als: de incidenten.

1 Het verloop van het geding

1.1 De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- de dagvaarding d.d. 7 september 2009 en de door D-Age overgelegde producties;

- de incidentele conclusie tot verwijzing ex. artikel 220 Rv, tevens vordering ex. artikel 843a Rv, met productie;

- de incidentele conclusie van antwoord, met producties.

1.2 Vervolgens is vonnis bepaald in de incidenten.

2 Vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voor zover van belang - het volgende vast:

2.1 De rechtbank Utrecht heeft op 19 december 2007 vonnis (hierna: het vonnis) gewezen in een procedure tussen D-Age en Nethave (hierna: de 1ste Utrechtse hoofdzaak). In die procedure zijn verklaringen in het geding gebracht van [getuige] (hierna: [getuige]), die tevens als getuige in een voorlopig getuigenverhoor is gehoord. Tegen het vonnis is hoger beroep ingesteld.

2.2 Partijen hebben vervolgens een minnelijke regeling getroffen, die is neergelegd in een vaststellingsovereenkomst tevens koopovereenkomst d.d. 10 november 2008 (hierna: de overeenkomst). In deze overeenkomst heeft D-Age aan Nethave een co-investeringsrecht verkocht voor € 30 miljoen. De overeenkomst bevat een forumkeuze voor de rechtbank Rotterdam en bepaalt verder onder meer dat vernietiging is uitgesloten.

2.3 Bij brief d.d. 4 juni 2009 heeft Nethave de buitengerechtelijke vernietiging van de overeenkomst ingeroepen op grond van bedrog. Dit bedrog bestaat - kort gezegd - daaruit dat [getuige] als tegenprestatie voor ontvangen geldelijke voordelen valse verklaringen zou hebben afgelegd ten behoeve van de 1ste Utrechtse hoofdzaak en dat in de aanloop tot de overeenkomst D-Age heeft ontkend dat dergelijke voordelen aan [getuige] waren verstrekt.

2.4 Nethave heeft bij dagvaarding d.d. 4 juni 2009 D-Age gedagvaard bij de rechtbank Utrecht. Deze dagvaarding strekt tot herroeping van het vonnis. De als gevolg van deze dagvaarding bij de rechtbank Utrecht aanhangige procedure wordt hierna aangeduid als: de 2de Utrechtse hoofdzaak.

2.5 Verder heeft Nethave bij dagvaarding d.d. 10 juli 2009 (onder meer) D-Age gedagvaard bij de rechtbank Utrecht. Deze dagvaarding strekt tot betaling van een bedrag van € 30 miljoen in hoofdsom, vermeerderd met rente en kosten. De als gevolg van deze dagvaarding bij de rechtbank Utrecht aanhangige procedure wordt hierna aangeduid als: de 3de Utrechtse hoofdzaak.

3 Het geschil in de Rotterdamse hoofdzaak

3.1 D-Age vordert - verkort weergegeven - dat de rechtbank, voor zover mogelijk bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

a. voor recht verklaart dat de overeenkomst onverkort van kracht is en partijen (nog steeds) bindt;

b. Nethave veroordeelt (primair) in de werkelijk gemaakte kosten van juridische bijstand en overige proceskosten, nader op te maken bij staat en vermeerderd met wettelijke rente, en tot betaling van een voorschot van € 100.000,-- vermeerderd met wettelijke rente en (subsidiair) in de proceskosten en nakosten vermeerderd met de wettelijke rente.

3.2 Nethave heeft in de Rotterdamse hoofdzaak nog niet van antwoord geconcludeerd.

4 Het geschil in de incidenten

Nethave heeft tijdig bij incidentele conclusie twee incidenten ingesteld, te weten een incident tot verwijzing en een incident tot inzage van bescheiden. Het incident tot verwijzing strekt er toe dat deze rechtbank de zaak zal verwijzen naar de rechtbank Utrecht, althans de zaak zal aanhouden totdat in de 2de Utrechtse hoofdzaak zal zijn beslist. Het incident tot overlegging van bescheiden strekt er toe dat D-Age bevolen wordt bepaalde, bij incidentele conclusie nader benoemde bescheiden, ter inzage te verstrekken. Daarnaast vordert Nethave veroordeling van D-Age in de proceskosten van de incidenten. Het verweer van D-Age strekt tot afwijzing van de incidentele vorderingen met veroordeling van Nethave in de kosten van de incidenten.

5 De beoordeling in de incidenten

5.1 Krachtens artikel 220 Rv kan in een zaak die verknocht is aan een zaak die reeds bij een andere gewone rechter van gelijke rang aanhangig is, verwijzing worden gevorderd naar die andere rechter.

5.2 Nethave betrekt in haar verzoek tot verwijzing uitsluitend de 2de Utrechtse hoofdzaak en gaat niet in op de 3de Utrechtse hoofdzaak. De rechtbank zal daarom eerst ingaan op de door Nethave gestelde en door D-Age betwiste verknochtheid tussen de Rotterdamse hoofdzaak en de 2de Utrechtse hoofdzaak.

5.3 Anders dan D-Age is de rechtbank van oordeel dat de 2de Utrechtse hoofdzaak en de Rotterdamse hoofdzaak verknocht zijn. In de 2de Utrechtse hoofdzaak gaat het om de vraag of het vonnis herroepen dient te worden wegens bedrog in de zin van artikel 382 Rv, welk bedrog daaruit zou bestaan dat [getuige] ten behoeve van de 1ste Utrechtse hoofdzaak valse verklaringen heeft afgelegd tegen vergoeding. D-Age voert daartegen verschillende verweren, waarvan thans het primaire en het subsidiaire verweer van belang zijn. Het primaire verweer van D-Age is dat Nethave in die zaak niet-ontvankelijk is in haar vordering omdat, ook na herroeping van het vonnis, Nethave gebonden blijft aan de overeenkomst. Die gebondenheid baseert D-Age (zeer verkort weergeven) enerzijds aan de inhoud, strekking en aard van de overeenkomst en anderzijds op haar stelling dat er geen sprake is geweest van bedrog in de zin van artikel 3:44 BW bij de totstandkoming van de overeenkomst. Het subsidiaire verweer van D-Age in de 2de Utrechtse hoofdzaak is dat er geen sprake is geweest van bedrog gepleegd in het geding, zoals bedoeld in artikel 382 Rv, zodat herroeping niet mogelijk is. In de Rotterdamse hoofdzaak gaat het er om of er sprake is van bedrog in de zin van artikel 3:44 BW bij de totstandkoming van de overeenkomst. Voor zover thans relevant stelt D-Age in haar dagvaarding onder meer dat er geen sprake is van bedrog bij de totstandkoming van de overeenkomst: zij heeft geen onjuiste mededelingen gedaan jegens Nethave en van valse verklaringen van [getuige] is geen sprake. Verder stelt D-Age dat de inhoud van de overeenkomst aan vernietiging in de weg staat. Uit het voorgaande volgt dat er belangrijke raakvlakken zijn tussen de 2de Utrechtse hoofdzaak en de Rotterdamse hoofdzaak, waardoor er sprake is van een zodanige samenhang dat consistentie van uitspraken wenselijk is.

5.4 Om redenen van proceseconomie is onwenselijk dat meerdere rechtbanken oordelen over materieel hetzelfde geschil, of belangrijke delen daarvan, tussen dezelfde partijen. Nu de 2de Utrechtse hoofdzaak eerder aanhangig was dan de Rotterdamse hoofdzaak zal deze rechtbank de Rotterdamse zaak verwijzen naar de rechtbank Utrecht. Dat ook de 3de Utrechtse hoofdzaak inmiddels in Utrecht aanhangig is, is voor de verwijzing geen dragende overweging, maar vormt in ieder geval geen reden om de zaak niet te verwijzen. Dat geldt ook voor de aankondiging van D-Age om in de 3de Utrechtse hoofdzaak een bevoegdheidsincident op te werpen, nu de beoordeling in dat incident - naar valt te verwachten - in belangrijke mate zal samenhangen met de beoordeling van de (te verwijzen) Rotterdamse hoofdzaak.

5.5 D-Age zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het verwijzingsincident worden veroordeeld.

5.6 Nu de zaak in de staat waarin zij zich bevindt zal worden verwezen, komt de rechtbank niet toe aan de behandeling van de vordering tot inzage in stukken.

6 De beslissing

De rechtbank,

- verwijst de zaak in de stand waarin zij zich bevindt, naar de rechtbank Utrecht, sector civiel;

- veroordeelt D-Age in de kosten van het verwijzingsincident aan de zijde van Nethave, die tot aan deze uitspraak worden begroot op € 1.421,-- aan salaris voor de advocaat;

- verkaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. N. Doorduijn.

Uitgesproken in het openbaar.