Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2010:BL1682

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
02-02-2010
Datum publicatie
02-02-2010
Zaaknummer
10/610384-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Hoek van Holland-zaken: openlijk geweld tijdens strandrellen. LJN-nummers medeverdachten BL1680, BL1681 en BL1683.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector strafrecht

Parketnummer: 10/610384-09

Datum uitspraak: 2 februari 2010

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte],

[geboortedatum verdachte] te Rotterdam,

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op het adres [woonadres verdachte],

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de PI Rijnmond, stadsgevangenis Rotterdam,

raadsman mr. D. Vermaat, advocaat te Rotterdam.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING

Het onderzoek op de terechtzitting heeft plaatsgevonden op 19 januari 2010.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

EIS OFFICIER VAN JUSTITIE

De officier van justitie mr. Van Heemst heeft gerekwireerd tot:

- vrijspraak van het onder 3 ten laste gelegde;

- bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde;

- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden met

aftrek van voorarrest, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar

en als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich zal gedragen naar de aanwijzingen van

Reclassering Nederland en dat de verdachte dient te voldoen aan een locatieverbod en een

middelenverbod en een meldingsgebod.

VRIJSPRAAK

Het onder 3 ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen, zodat de verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken. De rechtbank zal deze vrijspraak niet motiveren, nu zowel de officier van justitie als de raadsman tot vrijspraak hebben geconcludeerd.

Het onder 2 ten laste gelegde is, anders dan door de officier van justitie is gevorderd, niet wettig en overtuigend bewezen, zodat de verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.

De rechtbank heeft ter terechtzitting de beelden bekeken die zijn opgeslagen in het bestand MVI_1390 [WMV].avi, corresponderend met MOV.013.001. Uit deze beelden zou de betrokkenheid van de verdachte bij feit 2 (zaak Carrousel) zijn af te leiden. In het proces-verbaal met nummer PL17R0214/2009, 0910051400.AMB, relateren verbalisanten dat zij op die beelden waarnemen dat vier politiemedewerkers in burger omsloten worden door een grote groep personen die hen belaagt. Op de beelden zou volgens verbalisanten verder te zien zijn dat de verdachte in de vluchtrichting van de politiemedewerkers loopt. De ter terechtzitting getoonde beelden corresponderen voor wat betreft dit laatste niet met de waarneming van de verbalisanten zoals weergegeven in het proces-verbaal gerelateerde. Van betrokkenheid van de verdachte bij dit feit blijkt niet uit de beelden. Door de betrokken agenten zijn in de zaak Carrousel aangiften gedaan. Echter in geen van de aangiften worden signalementen gegeven van mogelijk betrokken verdachten. Nu die betrokkenheid ook anderszins niet uit het dossier naar voren komt, dient de verdachte vrijgesproken te worden van dit feit.

BEWIJSMOTIVERING EN BEWEZENVERKLARING

Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij

in de periode van 22 augustus tot en met 23 augustus 2009

te Hoek van Holland, gemeente Rotterdam,, op de openbare weg, te weten

op/nabij het strand van Hoek van Holland, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen onbekend gebleven personen (bezoekers van het feest

"Veronica's Sunset Groove"),

welk geweld bestond uit het meermalen:

- zich opdringen aan/tegen van die onbekend

gebleven personen en- vervolgens achtervolgen/achternalopen van die onbekend gebleven

personen en- duwen van/tegen die onbekend gebleven personen en

- dreigend opheffen van (een) arm(en) en/of vuist(en) en/of (daarbij) (luid)

scanderen en/of roepen van de woorden: "Rotterdam Hooligans" en/of

"Joden", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- slaan en/of stompen in/op/tegen het gezicht en/of op/tegen het hoofd en/of

het lichaam van die onbekend gebleven personen.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

STRAFBAARHEID FEIT

Het bewezen feit levert op:

Feit 1:

Het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen

Het feit is strafbaar.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

De verdachte is strafbaar.

STRAFMOTIVERING

De straf die aan de verdachte wordt opge¬legd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich in de avond/nacht van 22 augustus op 23 augustus 2009 op het strandfeest “Veronica’s Sunset Grooves” te Hoek van Holland schuldig gemaakt aan het plegen van openlijk geweld. Hij maakte deel uit van een groep die op die avond feestgangers in elkaar heeft geslagen. De verdachte heeft daarbij krachtig met zijn vuist een willekeurig slachtoffer tegen zijn rug en achterhoofd geslagen. Tijdens de vechtpartij, werden leuzen gescandeerd als ‘Rotterdam Hooligans’en ‘Joden’.

Openlijke geweldpleging is een ernstig strafbare feit dat niet alleen gevoelens van onveiligheid en angst in het leven roept bij de slachtoffers, maar ook bij degenen die er ongewild getuige van zijn. Voor velen is dat wat een plezierig feest had kunnen zijn, geëindigd in een vervelende en angstige ervaring. De verdachte heeft door zijn handelwijze hieraan bijgedragen, ook al is hij niet betrokken geweest bij latere wanordelijkheden en geweldsescalaties tegen de politie.

Op dergelijke feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van gevangenisstraf van geruime duur.

Op 19 oktober 2009 is door Reclassering Nederland over gedachte gerapporteerd. Het recidiverisico wordt laag gemiddeld geschat. Hoewel de reclassering wel een aantal zorggebieden ziet, de verdachte heeft geen werk of opleiding, ziet zij voor gedragsbeïnvloeding gelet op de afhoudende houding van de verdachte geen ruimte. Reclasseringstoezicht is hierom en gezien de laaggemiddelde recidivekans volgens de reclassering niet geïndiceerd.

In de aanvullende rapportage van 19 januari 2010 wordt geadviseerd een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met een verplicht reclasseringscontact met als bijzondere voorwaarde een locatieverbod, een meldingsgebod en een middelenverbod

De officier van justitie heeft in zijn eis oplegging van deze bijzondere voorwaarden gevraagd. De verdediging heeft zich daartegen gemotiveerd verzet.

De rechtbank stelt voorop het niet onbegrijpelijk te achten dat het openbaar ministerie in het kader van de bestrijding en preventie van geweld en vandalisme bij grote evenementen voorstander is van oplegging van dergelijke voorwaarden aan ordeverstoorders. Daarbij dient echter in ogenschouw te worden genomen dat in het bijzonder de aan een evenementenverbod gekoppelde meldingsplicht, aanmerkelijke gevolgen heeft voor de vrijheid van de betrokkene om op de evenementdagen de door hem gewenste (privé-)activiteiten te ontplooien. Een meldingsplicht in het kader van een bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijke veroordeling valt zonder meer als een (zelfstandige) punitieve sanctie aan te merken. Mede in verband daarmee dient naar het oordeel van de rechtbank steeds een zorgvuldige afweging te worden gemaakt tussen enerzijds de noodzaak om vanuit generaal preventief oogpunt een evenementenverbod met meldingsplicht en middelenverbod op te leggen en anderzijds de in het geding zijnde belangen van de betrokkene.

De reclassering heeft in haar advies niet gemotiveerd waarom zij een evenementenverbod met meldingsplicht en middelenverbod noodzakelijk acht. Sterker nog, haar conclusies dat het recidiverisico laaggemiddeld is en dat begeleiding mede om die reden niet geïndiceerd is, lijken niet te stroken met het advies verboden als voornoemd als bijzondere voorwaarden op te leggen. Ook de officier van justitie heeft niet aangegeven dat - en zo ja, waarom - een strafrechtelijk evenementenverbod met meldingsgebod en middelenverbod een relevante toegevoegde waarde heeft. De officier van justitie kon ter zitting ook niet aangeven om welke (risicovolle) evenementen het zou gaan en het aantal van die evenementen. Dit laatste maakt dat het locatieverbod zoals voorgesteld te onbepaald is.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 15 oktober 2009, is de verdachte eerder veroordeeld voor het plegen van openlijk geweld; deze veroordelingen zijn echter ouder dan 5 jaar.

De rechtbank is - alles afwegende- van oordeel dat er onvoldoende gronden zijn om de verdachte naast de na te vermelden straf nog een verdere punitieve sanctie in de vorm van een evenementenverbod met meldingsplicht en middelenverbod in het kader van een bijzondere voorwaarde op te leggen. Volstaan kan worden met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, naast een voorwaardelijke.

De op te leggen straf is lager dan door de officier van justitie is gevorderd, nu de rechtbank minder feiten bewezen acht dan de officier van justitie.

Alles afwegend wordt na te noemen straf passend en geboden geacht.

VORDERING BENADEELDE PARTIJ

Als benadeelde partijen hebben zich in het geding gevoegd ter vordering van schadevergoeding ter zake van de feiten 2 en 3 als in onderstaande tabel opgenomen:

Volgnr. Naam Woonplaats Immaterieel

1 XX Rotterdam € 200,--

2 XX Rotterdam € 200,--

3 XX Rotterdam € 200,--

4 XX Rotterdam € 200,--

5 XX Rotterdam € 200,--

6 XX Rotterdam € 200,--

7 XX Rotterdam € 200,--

8 XX Rotterdam € 200,--

9 XX Rotterdam € 200,--

10 XX Rotterdam € 200,--

11 XX Rotterdam € 200,--

12 XX Rotterdam € 200,--

13 XX Rotterdam € 200,--

14 XX Rotterdam € 200,--

15 XX Rotterdam € 200,--

16 XX Rotterdam € 200,--

17 XX Rotterdam € 200,--

18 XX Rotterdam € 200,--

19 XX Rotterdam € 200,--

20 XX Rotterdam € 200,--

21 XX Rotterdam € 200,--

22 XX Rotterdam € 200,--

23 XX Rotterdam € 200,--

24 XX Rotterdam € 200,--

25 XX Rotterdam € 200,--

26 XX Rotterdam € 200,--

27 XX Rotterdam € 200,--

28 XX Rotterdam € 200,--

29 XX Rotterdam € 200,--

30 XX Rotterdam € 200,--

31 XX Rotterdam € 200,--

32 XX Rotterdam € 200,--

33 XX Rotterdam € 200,--

34 XX Rotterdam € 200,--

35 XX Rotterdam € 200,--

36 XX Rotterdam € 200,--

37 XX Rotterdam € 200,--

Nu de verdachte ter zake van de feiten 2 en 3 wordt vrijgesproken, zal de vordering van de benadeelde partijen worden afgewezen. Niet gezegd kan immers worden dat de schade die de benadeelde partijen hebben geleden rechtstreeks gevolg is van een de verdachte aan te rekenen strafbaar feit.

De benadeelde partijen zullen worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vorderingen gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de tijd van 10 (tien) maanden;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 4 (vier) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten;

stelt daarbij een proeftijd vast van 2 (twee) jaren; de tenuitvoerlegging kan worden gelast

indien de veroordeelde zich vóór het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

wijst af de vorderingen van de benadeelde partijen;

veroordeelt de benadeelde partijen in de kosten door de verdachte ter verdedi¬ging tegen de vorderingen gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. Leinarts, voorzitter,

en mrs. Van Dijke en Benaissa, rechters,

in tegenwoordigheid van Wilsing, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 2 februari 2010.

De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bij vonnis van 2 februari 2010:

TEKST TENLASTELEGGING

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

(Zaak Bar)

hij

in of omstreeks de periode van 22 augustus tot en met 23 augustus 2009

te Hoek van Holland, gemeente Rotterdam,, op of aan de openbare weg, te weten

op/nabij het strand van Hoek van Holland, in elk geval op of aan een openbare

weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meer

(vooralsnog) onbekend gebleven perso(o)n(en) (bezoekers van het feest

"Veronica's Sunset Groove"),

welk geweld bestond uit het meermalen, althans eenmaal, (telkens):

- zich opdringen aan/tegen en/of omsingelen/insluiten van die/dat onbekend

gebleven perso(o)n(en) en/of

- (vervolgens) achtervolgen/achternalopen van die onbekend gebleven

perso(o)n(en) en/of

- duwen van/tegen die onbekend gebleven perso(o)n(en) en/of

- dreigend opheffen van (een) arm(en) en/of vuist(en) en/of (daarbij) (luid)

scanderen en/of roepen van de woorden: "Rotterdam Hooligans" en/of

"Joden", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- trappen en/of schoppen in/op/tegen het gezicht en/of op/tegen het hoofd

en/of het lichaam van die/dat onbekend gebleven perso(o)n(en) en/of

- slaan en/of stompen in/op/tegen het gezicht en/of op/tegen het hoofd en/of

het lichaam van die onbekend gebleven perso(o)n(en);

(artikel 141 Wetboek van Strafrecht)

2.

(Zaak Carrousel)

hij

in of omstreeks de periode van 22 augustus 2009 tot en met 23 augustus 2009

te Hoek van Holland, gemeente Rotterdam,

op of aan de openbare weg, te weten op/nabij het strand van Hoek van Holland,

in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft

gepleegd tegen [namen verbalisanten]

en/of een of meer (andere) politieambtena(a)r(en), welk geweld bestond uit het:

meermalen, althans eenmaal, (telkens)

- zich opdringen aan/tegen en/of omsingelen/insluiten van die [namen verbalisanten] en/of

- tot dichtbij naderen en/of achtervolgen/achternalopen van die [namen verbalisanten] en/of

- dreigend opheffen van (een) arm(en) en/of vuist(en) en/of (daarbij) (luid)

scanderen en/of roepen van de woorden: "Rotterdam Hooligans" en/of "Joden"

en/of "Maak ze dood, ze gaan eraan" en/of "Schiet me maar" en/of

"kankerwouten", althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of

- gooien en/of werpen van een of meer glas/glazen en/of beker(s) bier en/of

(met zand gevulde) fles(sen) en/of lampje(s)/lichtje(s) en/of (andere)

voorwerp(en) naar en/of in de richting van die [namen verbalisanten];

(artikel 141 Wetboek van Strafrecht)

3.

(Zaak VIP tribune)

hij

in of omstreeks de periode van 22 augustus 2009 tot en met 23 augustus 2009

te Hoek van Holland, gemeente Rotterdam,

op of aan de openbare weg, op het strand van Hoek van Holland,

in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft

gepleegd tegen een VIP tribune, althans (een) onderd(e)el(en) van een VIP

tribune, welk geweld bestond uit het:

- (omver) trappen/schoppen en/of duwen van/tegen die VIP tribune, althans

(dat/die) onderd(e)el(en) van die VIP tribune (waarop/waarnaar één of meer

politieambtena(a)r(en) (naar toe) gevlucht waren);

(artikel 141 Wetboek van Strafrecht)