Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2010:BL1681

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
02-02-2010
Datum publicatie
02-02-2010
Zaaknummer
10/611201-09
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSGR:2012:BY3551, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Hoek van Holland-zaken: openlijk geweld tijdens strandrellen. LJN-nummers medeverdachten BL1680, BL1682 en BL1683.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector strafrecht

Parketnummer: 10/611201-09

Datum uitspraak: 2 februari 2010

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte],

[geboortedatum verdachte] te Rotterdam,

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op het adres [woonadres verdachte],

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de PI Midden Holland, Huis van Bewaring De Geniepoort,

raadsman mr. J.C. Spigt, advocaat te Rotterdam.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING

Het onderzoek op de terechtzitting heeft plaatsgevonden op 19 januari 2010.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

EIS OFFICIER VAN JUSTITIE

De officier van justitie mr. Van Heemst heeft gerekwireerd tot:

- bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde;

- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden met

aftrek van voorarrest, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar

en als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich zal gedragen naar de aanwijzingen van

Reclassering Nederland, hetgeen mede kan inhouden deelname aan een

Agressieregulatietraining en dat de verdachte dient te voldoen aan een locatieverbod, een

middelenverbod en een meldingsgebod.

BEWIJSVERWEER

De raadsman heeft betoogd dat het openbaar ministerie in strijd heeft gehandeld met de Aanwijzing Opsporingsberichtgeving, vastgesteld door het college van procureurs-generaal en in werking getreden op 6 maart 2009.

Volgens deze aanwijzing moet het openbaar ministerie bij de vraag of een foto van de verdachte gepubliceerd mag worden het opsporingsbelang afwegen tegen het privacybelang van de verdachte. De hoofdofficier van justitie moet bovendien toestemming verlenen voor de inzet van dit opsporingsmiddel.

Nu deze toestemming niet is aangetroffen en de belangenafweging in casu verkeerd is uitgevallen dient uitsluiting van het bewijs te volgen.

De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

De inzet van opsporingsberichtgeving zoals hier aan de orde, levert onmiskenbaar een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de verdachte op. Bij het inzetten van een dergelijk middel dient het openbaar ministerie dan ook een zorgvuldige afweging te maken van het belang van de strafrechtelijke handhaving enerzijds en de persoonlijke levenssfeer anderzijds. In die afweging is van betekenis dat de gebeurtenissen op het strandfeest in Hoek van Holland in de volle openbaarheid hebben plaatsgevonden en de rechtsorde ernstig hebben geschokt. Er is beroering door ontstaan in de maatschappij. Verder is in de afweging van belang dat zich geen getuigen hebben gemeld en andere manieren om de zaak op te lossen het openbaar ministerie niet ten dienste stonden. Ten slotte speelt in de afweging de aard van de verdenking een rol.

De rechtbank is van oordeel dat het openbaar ministerie in de belangenafweging tot de uitkomst heeft kunnen komen waartoe het openbaar ministerie is gekomen. Ook is er door het openbaar ministerie voldaan aan alle formele eisen die de aanwijzing stelt. Hoewel uit het dossier niet blijkt van toestemming van de hoofdofficier van justitie voor de inzet van opsporingsberichtgeving, heeft de officier van justitie ter terechtzitting aangegeven dat die toestemming voorafgaand aan de inzet is verleend. Van strijdig handelen met de Aanwijzing is dan ook geen sprake, zodat ook niet gesproken kan worden van een vormverzuim in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafrecht dat tot strafvermindering zou moeten leiden.

Dit verweer wordt verworpen.

BEWEZENVERKLARING

Wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij

in de periode van 22 augustus 2009 tot en met 23 augustus 2009

te Hoek van Holland, gemeente Rotterdam,

op de openbare weg, op/nabij het strand van Hoek van Holland,

openlijk in vereniging geweld heeft

gepleegd tegen politieambtenaren, [namen verbalisanten], welk geweld bestond uit het:

- gooien van glazen en bekers bier en

met zand gevulde flessen en lampjes/lichtjes tegen en/of naar en/of

in de richting van die politieambtenaren en- schoppen van (los) zand naar en/of in de richting van die

politieambtenaren en- zich opdringen aan/tegen en vervolgens achtervolgen/achternalopen van

die politieambtenaren en vervolgens die politieambtenaren

te dwingen achteruit naar en/of in de richting van dranghekken te lopen en

- daarbij dreigend luid scanderen en roepen van de woorden:

"Rotterdam Hooligans" en/of "(Kanker)Joden" , althans woorden van gelijke aard en/of

strekking;

2.

hij

in de periode van 22 augustus tot en met 23 augustus 2009

te Hoek van Holland, gemeente Rotterdam,

tezamen en in vereniging met anderen,

politieambtenaren [namen verbalisanten], heeft bedreigd met zware mishandeling, immers heeft verdachte

en zijn mededaders opzettelijk dreigend

- gooien van glazen en bekers bier en

met zand gevulde flessen en lampjes/lichtjes tegen en/of naar en/of

in de richting van die politieambtenaren en- schoppen van (los) zand naar en/of in de richting van die

politieambtenaren en- zich opdringen aan/tegen en vervolgens achtervolgen/achternalopen van

die politieambtenaren en vervolgens die politieambtenaren

te dwingen achteruit naar en/of in de richting van dranghekken te lopen en

- daarbij dreigend luid scanderen en roepen van de woorden:

"Rotterdam Hooligans" en/of "(Kanker)Joden" , althans woorden van gelijke aard en/of

strekking;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

BEWIJSMOTIVERING

De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaar¬de heeft begaan is gegrond op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden. Het vonnis zal in die gevallen waarin de wet dit vereist worden aangevuld met een later bij dit vonnis te voegen bijlage met daarin de inhoud dan wel de opgave van de bewijsmiddelen.

NADERE BEWIJSMOTIVERING

Namens de verdachte is aangevoerd dat het door hem meelopen in de groep en op de melodie scanderen van de woorden ‘ joden, joden’ onvoldoende is om tot een bewezenverklaring van de feiten 1 en 2 te komen. Dit aangezien het aandeel van verdachte onvoldoende is om te kunnen spreken van een wezenlijke bijdrage aan het gepleegde geweld. Verdachte dient derhalve vrijgesproken te worden van deze feiten.

De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt.

Op zaterdag 22 augustus vond op het strand van Hoek van Holland een feest plaats, genaamd “Veronica’s Sunset Grooves”. Na eerdere wanordelijkheden op dat feest, ontstonden er aan het einde van de avond ongeregeldheden waarbij bezoekers hun agressie botvierden op de aanwezige politie. De politieagenten die zich belaagd zien door een grote groep mensen trekken zich, opgesteld in linie, terug richting nooduitgang. Op de zich in het dossier bevindende videobeelden is te zien dat zij daarbij op korte afstand worden gevolgd door een grote groep die leuzen scandeert zoals Rotterdam Hooligans, kankerjoden en joden. Ook is te zien dat er vanuit die groep diverse voorwerpen naar de agenten worden gegooid.

Voor wat betreft de rol van de verdachte is op de beelden te zien dat de verdachte, die gekleed is in een blauw met wit gestreept overhemd met lange mouwen en een korte lichte broek, loopt in de groep die de politie belaagt. Aan zijn lichaamshouding is te zien dat hij aan het schreeuwen is. Ook is te zien dat hij zijn armen in de lucht steekt op het moment dat door de groep ‘Joden’ wordt gescandeerd. Op beelden van de ‘bodycam’ die een van de agenten draagt, is te zien dat de verdachte voorin de groep op zeer korte afstand van die agent staat, terwijl door de agenten ‘kijk uit’ en ‘naar achteren’ wordt geroepen. Aan de lichaamshouding van de verdachte is ook nu te zien dat hij meedoet met het scanderen van leuzen en armbewegingen de lucht in maakt met gebalde vuist(en).

Het aandeel van de verdachte gaat gezien deze beelden aanmerkelijk verder dan door de verdediging is betoogd. De verdachte loopt niet mee in een groep, meegetrokken door de massa van die groep. De verdachte loopt in die groep, in ieder geval op enig moment, voorop en staat op korte afstand tegenover agenten bij wie de paniek hoorbaar is toegeslagen. Ter terechtzitting heeft verdachte dit ook erkend. Een groep die met geweld en bedreiging daarmee de agenten opjaagt richting de nooduitgang.

Door het meedoen aan het scanderen van leuzen, het achternalopen en zich opdringen aan die agenten en die agenten zo te dwingen achteruit te gaan, heeft de verdachte opzet gehad op het in vereniging plegen van openlijk geweld en daaraan een voldoende significante bijdrage geleverd. Voor het in vereniging bedreigen van de politiemensen geldt hetzelfde. Het handelen van de verdachte levert een bewuste en nauwe samenwerking met de anderen op, op het plegen van die bedreiging.

STRAFBAARHEID FEITEN

De bewezen feiten leveren op:

De eendaadse samenloop van

1. Het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen

en

2. Medeplegen van bedreiging met zware mishandeling.

De feiten zijn strafbaar.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

De verdachte is strafbaar.

STRAFMOTIVERING

De straf die aan de verdachte wordt opge¬legd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich in de avond/nacht van 22 augustus op 23 augustus 2009 op het strandfeest “Veronica’s Sunset Grooves” te Hoek van Holland schuldig gemaakt aan het plegen van openlijk geweld tegen en bedreiging van politieagenten door leuzen te scanderen, de agenten achterna te lopen en ze zo te dwingen achteruit te gaan. Hij maakte deel uit van een groep die naast het scanderen van leuzen en het opdrijven van de agenten, de agenten bekogelde met verschillende voorwerpen. De agenten hebben daarbij voor hun leven gevreesd. De slachtofferverklaringen ter zitting beschrijven de angst en paniek die zich van hen meester maakte. Zij hadden het gevoel in een oorlog te zijn terechtgekomen en betwijfelden of zij hun gezinnen nog zouden zien. Hoewel de verdachte een korte tijdsspanne deel heeft uitgemaakt van de groep en niet heeft deelgenomen aan de latere geweldsescalaties, is het wel ook door zijn handelen die bewuste nacht zo uit de hand gelopen. De rechtbank rekent hem dat zwaar aan.

Openlijke geweldpleging en bedreiging zijn ernstige strafbare feiten die niet alleen gevoelens van onveiligheid en angst in het leven roepen bij de slachtoffers, maar ook bij degenen die er getuige van zijn. Voor velen is dat wat een plezierig feest had kunnen zijn, geëindigd in een vervelende en angstige ervaring. De verdachte heeft door zijn handelwijze hieraan bijgedragen. Bovendien heeft hij door die handelwijze het gezag van de politiefunctionarissen ernstig ondermijnd.

Op dergelijke feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf van enige duur.

Op 15 januari 2010 is door Reclassering Nederland over verdachte gerapporteerd. In het rapport wordt geconcludeerd dat er aanwijzingen zijn voor een relatie tussen alcoholgebruik en de gepleegde feiten. Het recidiverisico wordt laag tot gemiddeld ingeschat gezien die relatie en een eerdere veroordeling voor een geweldsdelict. Geadviseerd wordt een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met een verplicht reclasseringscontact met als bijzondere voorwaarde deelname aan een agressieregulatietraining, een locatieverbod, een meldingsgebod en een middelenverbod.

De officier van justitie heeft in zijn eis oplegging van deze bijzondere voorwaarden gevraagd. De verdediging heeft zich gemotiveerd verzet tegen oplegging van een locatieverbod, meldingsgebod en middelenverbod.

De rechtbank stelt voorop het niet onbegrijpelijk te achten dat het openbaar ministerie in het kader van de bestrijding en preventie van geweld en vandalisme bij grote evenementen voorstander is van oplegging van dergelijke voorwaarden aan ordeverstoorders. Daarbij dient echter in ogenschouw te worden genomen dat in het bijzonder de aan een evenementenverbod gekoppelde meldingsplicht, aanmerkelijke gevolgen heeft voor de vrijheid van de betrokkene om op de evenementdagen de door hem gewenste (privé-)activiteiten te ontplooien. Een meldingsplicht in het kader van een bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijke veroordeling valt zonder meer als een (zelfstandige) punitieve sanctie aan te merken. Mede in verband daarmee dient naar het oordeel van de rechtbank steeds een zorgvuldige afweging te worden gemaakt tussen enerzijds de noodzaak om vanuit generaal preventief oogpunt een evenementenverbod met meldingsplicht en middelenverbod op te leggen en anderzijds de in het geding zijnde belangen van de betrokkene.

De reclassering heeft in haar advies niet gemotiveerd waarom zij een evenementenverbod met meldingsplicht en middelenverbod noodzakelijk acht. Ook de officier van justitie heeft niet aangegeven dat - en zo ja, waarom - een strafrechtelijk evenementenverbod met meldingsgebod en middelenverbod een relevante toegevoegde waarde heeft. De officier van justitie kon ter zitting ook niet aangeven om welke (risicovolle) evenementen het zou gaan en het aantal van die evenementen. Dit laatste maakt dat het locatieverbod zoals voorgesteld te onbepaald is.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 8 oktober 2009 is de verdachte eerder veroordeeld voor een geweldsdelict. Dit delict had echter geen betrekking op voetbalvandalisme of geweld gerelateerd aan evenementenbezoek. In het strafblad van de verdachte kan derhalve geen aanleiding worden gevonden voor oplegging van voornoemde bijzondere voorwaarden. Wel kan in dat strafblad gevaar voor herhaling gezien worden, maar de rechtbank is van oordeel dat dit gevaar ook afgewend kan worden door oplegging van verplicht reclasseringscontact en de geadviseerde agressieregulatietraining.

De rechtbank is - alles afwegende - van oordeel dat er onvoldoende gronden zijn om de verdachte naast de na te vermelden straf nog een verdere punitieve sanctie in de vorm van een evenementenverbod met meldingsplicht en middelenverbod in het kader van een bijzondere voorwaarde op te leggen. Volstaan kan worden met een onvoorwaardelijke jeugddetentie, naast een voorwaardelijke.

De op te leggen straf is lager dan door de officier van justitie is gevorderd, nu de rechtbank de rol van verdachte minder groot acht dan de officier van justitie.

Alles afwegend wordt na te noemen straf passend en geboden geacht.

VORDERING BENADEELDE PARTIJEN / SCHADEVERGOEDINGSMAATREGEL

Als benadeelde partijen hebben zich in het geding gevoegd ter vordering van schadevergoeding ter zake van het feit als in onderstaande tabel opgenomen:

Volgnr. Naam Woonplaats Immaterieel

1 XX Rotterdam € 200,--

2 YY Rotterdam € 200,--

3 YY Rotterdam € 200,--

4 XX Rotterdam € 200,--

5 XX Rotterdam € 200,--

6 XX Rotterdam € 200,--

7 XX Rotterdam € 200,--

8 XX Rotterdam € 200,--

9 XX Rotterdam € 200,--

10 XX Rotterdam € 200,--

11 XX Rotterdam € 200,--

12 XX Rotterdam € 200,--

13 XX Rotterdam € 200,--

14 XX Rotterdam € 200,--

15 XX Rotterdam € 200,--

16 XX Rotterdam € 200,--

17 XX Rotterdam € 200,--

18 XX Rotterdam € 200,--

19 XX Rotterdam € 200,--

20 XX Rotterdam € 200,--

21 XX Rotterdam € 200,--

22 XX Rotterdam € 200,--

23 XX Rotterdam € 200,--

24 XX Rotterdam € 200,--

25 XX Rotterdam € 200,--

26 XX Rotterdam € 200,--

27 XX Rotterdam € 200,--

28 XX Rotterdam € 200,--

29 XX Rotterdam € 200,--

30 XX Rotterdam € 200,--

31 XX Rotterdam € 200,--

32 XX Rotterdam € 200,--

33 XX Rotterdam € 200,--

34 XX Rotterdam € 200,--

35 XX Rotterdam € 200,--

36 XX Rotterdam € 200,--

37 YY Rotterdam € 200,--

De benadeelde partijen YY zullen in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu thans niet is komen vast te staan dat de schade waarvan vergoeding wordt gevorderd rechtstreeks verband houdt met de onder 1 en 2 bewezen verklaarde feiten.

Nu de vorderingen van de benadeelde partijen YY niet-ontvankelijk zullen worden verklaard, zullen deze benadeelde partijen worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vorderingen gemaakt.

Nu is komen vast te staan dat aan de overige benadeelde partijen als gevolg van de bewezen verklaarde strafbare feiten rechtstreeks schade is toegebracht en de gevorderde schadevergoedingen de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen zullen de vorderingen als voorschot worden toegewezen.

Nu de verdachte de strafbare feiten ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met één dan wel meerdere mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededader(s) de benadeelde partijen betalen is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partijen van deze betalingsverplichting bevrijd.

Nu de vordering van de benadeelde partijen (in overwegende mate) zullen worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partijen gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 47, 55, 141 en 285 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de tijd van 6 (zes maanden;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 2 (twee) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten;

stelt daarbij een proeftijd vast van 2 (twee) jaren; de tenuitvoerlegging kan worden gelast

indien:

- de veroordeelde zich vóór het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt;

- de veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarden niet naleeft;

- stelt als bijzondere voorwaarde/n:

dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen

die zullen worden gegeven door of namens de Stichting Reclassering Nederland,

zolang deze instelling dit noodzakelijk vindt, welke aanwijzingen mede kunnen

inhouden het volgen van een agressieregulatie training;

verstrekt aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht aan de veroordeelde hulp en

steun te verlenen bij de naleving van de voorwaarden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van heden;

beveelt de onmiddellijke invrijheidsstelling;

wijst de vorderingen van de benadeelde partijen als voorschot toe als opgenomen in onderstaande tabel en veroordeelt de verdachte deze bedragen tegen kwijting te betalen eveneens als opgenomen in onderstaande tabel, met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededader(s) betalen de verdachte in zoverre van deze verplichting is bevrijd;

veroordeelt de verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partijen gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partijen voornoemd te betalen de bedragen zoals in onderstaande tabel opgenomen, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van het aantal dagen zoals eveneens opgenomen in onderstaande tabel, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededader(s), tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partijen en omgekeerd;

Nr. naam wonende bedrag zegge vervangende hechtenis

1 XX Rotterdam € 200,-- Tweehonderd euro 4 dagen

2 XX Rotterdam € 200,-- Tweehonderd euro 4 dagen

3 XX Rotterdam € 200,-- Tweehonderd euro 4 dagen

4 XX Rotterdam € 200,-- Tweehonderd euro 4 dagen

5 XX Rotterdam € 200,-- Tweehonderd euro 4 dagen

6 XX Rotterdam € 200,-- Tweehonderd euro 4 dagen

7 XX Rotterdam € 200,-- Tweehonderd euro 4 dagen

8 XX Rotterdam € 200,-- Tweehonderd euro 4 dagen

9 XX Rotterdam € 200,-- Tweehonderd euro 4 dagen

10 XX Rotterdam € 200,-- Tweehonderd euro 4 dagen

11 XX Rotterdam € 200,-- Tweehonderd euro 4 dagen

12 XX Rotterdam € 200,-- Tweehonderd euro 4 dagen

13 XX Rotterdam € 200,-- Tweehonderd euro 4 dagen

14 XX Rotterdam € 200,-- Tweehonderd euro 4 dagen

15 XX Rotterdam € 200,-- Tweehonderd euro 4 dagen

16 XX Rotterdam € 200,-- Tweehonderd euro 4 dagen

17 XX Rotterdam € 200,-- Tweehonderd euro 4 dagen

18 XX Rotterdam € 200,-- Tweehonderd euro 4 dagen

19 XX Rotterdam € 200,-- Tweehonderd euro 4 dagen

20 XX Rotterdam € 200,-- Tweehonderd euro 4 dagen

21 XX Rotterdam € 200,-- Tweehonderd euro 4 dagen

22 XX Rotterdam € 200,-- Tweehonderd euro 4 dagen

23 XX Rotterdam € 200,-- Tweehonderd euro 4 dagen

24 XX Rotterdam € 200,-- Tweehonderd euro 4 dagen

25 XX Rotterdam € 200,-- Tweehonderd euro 4 dagen

26 XX Rotterdam € 200,-- Tweehonderd euro 4 dagen

27 XX Rotterdam € 200,-- Tweehonderd euro 4 dagen

28 XX Rotterdam € 200,-- Tweehonderd euro 4 dagen

29 XX Rotterdam € 200,-- Tweehonderd euro 4 dagen

30 XX Rotterdam € 200,-- Tweehonderd euro 4 dagen

31 XX Rotterdam € 200,-- Tweehonderd euro 4 dagen

32 XX Rotterdam € 200,-- Tweehonderd euro 4 dagen

33 XX Rotterdam € 200,-- Tweehonderd euro 4 dagen

34 XX Rotterdam € 200,-- Tweehonderd euro 4 dagen

verklaart de benadeelde partijen YY niet-ontvankelijk in de vorderingen; bepaalt dat de vorderingen slechts kunnen worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de benadeelde partijen YY in de kosten door de verdachte ter verdedi¬ging tegen de vorderingen gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. Leinarts, voorzitter,

en mrs. Van Dijke en Benaissa, rechters,

in tegenwoordigheid van Wilsing, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 2 februari 2010.

De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bij vonnis van 2 februari 2010:

TEKST GEWIJZIGDE TENLASTELEGGING .

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

(Zaak Linie)

hij

in of omstreeks de periode van 22 augustus 2009 tot en met 23 augustus 2009

te Hoek van Holland, gemeente Rotterdam,

op of aan de openbare weg, op/nabij het strand van Hoek van Holland,

in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft

gepleegd tegen één of meer politieambtena(a)r(en) en/of [naam verbalisanten], welk geweld bestond uit het:

- hoorbaar voor die politieambtena(a)r(en) en/of schreeuwend aftellen en/of

(vervolgens)

- gooien en/of werpen van één of meer glas/glazen en/of beker(s) bier en/of

(met zand gevulde) fles(sen) en/of lampje(s)/lichtje(s) en/of (een)

ste(e)n(en) en/of (een) hek(ken) en/of (strand)bed(den)/stoel(en) en/of

(een) fiets(en) en/of (andere) (zware) voorwerp(en) tegen en/of naar en/of

in de richting van die politieambtena(a)r(en) en/of

- schoppen en/of gooien van (los) zand naar en/of in de richting van die

politieambtena(a)r(en) en/of

- zich opdringen aan/tegen en/of (vervolgens) achtervolgen/achternalopen van

die politieambtena(a)r(en) en/of (vervolgens) die politieambtena(a)r(en)

te dwingen achteruit naar en/of in de richting van (gesloten) (een)

(drang)hek(ken) te lopen en/of (vervolgens)

- omver trappen/schoppen en/of duwen van die/dat (drang)hek(ken) (waarachter

die politieambtena(a)r(en) schuilden) en/of (vervolgens) die

politieambtena(a)r(en) te dwingen (verder) achteruit de duinen in te lopen

en/of

- (daarbij) (dreigend) (luid) scanderen en/of roepen van de woorden:

"Rotterdam Hooligans" en/of "(Kanker)Joden" en/of "Kutwouten" en/of "Ik maak

je af" en/of "Kankerlijers", althans woorden van gelijke aard en/of

strekking;

(artikel 141 Wetboek van Strafrecht)

2.

(Zaak Linie)

hij

in of omstreeks de periode van 22 augustus tot en met 23 augustus 2009

te Hoek van Holland, gemeente Rotterdam,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

één of meer politieambtena(a)r(en) en/of [naam verbalisanten] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) opzettelijk dreigend

- hoorbaar voor die politieambtena(a)r(en) en/of schreeuwend afgeteld en/of

(vervolgens)

- één of meer glas/glazen en/of beker(s) bier en/of (met zand gevulde)

fles(sen) en/of lampje(s)/lichtje(s) en/of (een) ste(e)n(en) en/of (een)

hek(ken) en/of (strand)bed(den)/stoel(en) en/of (een) fiets(en) en/of

(andere) (zware) voorwerp(en) gegooid tegen en/of naar en/of in de richting

van die politieambtena(a)r(en) en/of

- geschopt en/of gegooid van (los) zand naar en/of in de richting van die

- geschopt en/of gegooid van (los) zand naar en/of in de richting van die

politieambtena(a)r(en) en/of

- zich opgedrongen aan/tegen en/of (vervolgens) achtervolgd/achternagelopen

van die politieambtena(a)r(en) en/of (vervolgens) die

politieambtena(a)r(en) gedwongen achteruit naar en/of in de richting van

(gesloten) (een) (drang) hek(ken) te lopen en/of (vervolgens)

- die/dat (drang)hek(ken) omver getrapt/geschopt en/of geduwd (waarachter

die politieambtena(a)r(en) schuilden) en/of (vervolgens) die

politieambtena(a)r(en) gedwongen (verder) achteruit de duinen in te lopen

en/of (daarbij) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, deze dreigend de woorden toegevoegd: "Rotterdam Hooligans"

en/of "(Kanker)Joden" en/of "Kutwouten" en/of "Ik maak je af" en/of

"Kankerlijers", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

(artikel 285/47 Wetboek van Strafrecht)