Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2010:BL1632

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
01-02-2010
Datum publicatie
02-02-2010
Zaaknummer
09/330 F
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Voordracht ex artikel 87 Fw tot gijzeling van een bestuurder van een failliete BV toegewezen. De bestuurder erkent weliswaar dat zijn verplichting voortvloeiend uit artikel 105 jo.106 Fw omvat het verstrekken van informatie/inzage in de administratie van alle aan de failliete BV gelieerde vennootschappen in zowel binnen- als buitenland, maar die verplichting is nog onvoldoende nagekomen. Eerder in dit faillissement ook BJ8984

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOR 2010/79
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

BESCHIKKING

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

bevel in verzekerde bewaringstelling

Insolventienummer: 09/330 F

In het faillissement van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PARTRUST BEHEER B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

hierna: Partrust Beheer,

curator mr. L.J.M. Luchtman,

heeft de rechtbank kennis genomen van de voordracht d.d. 22 december 2009 van mr. E.I. Batelaan-Boomsma, rechter-commissaris, strekkende tot het geven van een bevel tot in verzekerde bewaringstelling van de navolgende bestuurder van Partrust Beheer:

[bestuurder],

geboren op [geboortedatum], 1954 te [geboorteplaats],

wonende [woonplaats],

hierna: [bestuurder].

In de voordracht heeft de rechter-commissaris, kort gezegd, gesteld dat [bestuurder] de verplichting voortvloeiend uit de Faillissementswet om inlichtingen te verschaffen onvoldoende nakomt. [bestuurder] belemmert de curator in de uitvoering van zijn werkzaamheden, door het niet volledig ter beschikking stellen van de administratie van Partrust Beheer en aanverwante vennootschappen en door het niet verlenen van volledige medewerking. Gezien de inhoud van het faillissementsdossier, het internationale werkterrein van Partrust Beheer en de veilig te stellen belangen van schuldeisers, heeft de rechter-commissaris een voordracht tot in verzekerde bewaringstelling doen uitbrengen.

De rechtbank heeft de mondelinge behandeling van de voordracht bepaald op 1 februari 2010. Ter zitting zijn verschenen de curator mr. L.J.M. Luchtman, de heer Oosterhout, mr. L.H.A.M. Andriessen, advocaat van [bestuurder], [bestuurder] en mr. E.I. Batelaan-Boomsma.

[bestuurder] erkent dat zijn verplichtingen in dit kader mede inhouden het verstrekken van informatie/inzage in de administratie van alle aan gefailleerde gelieerde vennootschappen, in binnen- en buitenland. Ter zitting heeft [bestuurder] de bereidheid uitgesproken alles in het werk te zullen stellen die informatie aan de curator te verstrekken. De rechtbank constateert dat dat tot op heden nog niet is uitgevoerd. Zo is de sleutel/code die toegang zal kunnen verschaffen tot de administratie van de buitenlandse vennootschappen, ondanks expliciet verzoek daartoe van de curator (onder andere per email op 27 november 2009, waarop [bestuurder] niet heeft gereageerd), nog niet aan de curator verschaft, al dan niet via [rechtspersoon] of de licentiehouder in [vestigingsland]; voorts heeft [bestuurder] weliswaar in oktober 2009 toegezegd de administratie van alle Nederlandse vennootschappen ter beschikking te stellen, fysiek (buiten de digitale versie, die inmiddels wel in het bezit is van de curator), maar ook dat is niet gebeurd. Bovendien is het verzoek om informatie/onderliggende stukken uit de (ruime) administratie van gefailleerde, zoals geformuleerd in de fax van 16 oktober 2009 van de curator aan mr. Andriessen, nog actueel.

[Bestuurder] heeft ter zitting nog aangevoerd dat het kort geding vonnis van 14 januari 2010 de curator mogelijk in staat stelt om alle informatie/administratie van de buitenlandse vennootschappen te bekomen, maar dat ontslaat [bestuurder] niet van zijn onderhavige verplichtingen jegens de curator.

In het licht van het voorgaande en gezien de inhoud van het faillissementsdossier is de rechtbank van oordeel dat door het (nalaten van het) handelen van [bestuurder] de afwikkeling van het faillissement wordt belemmerd en [bestuurder] zijn verplichtingen op grond van artikel 106 en 105 Faillissementswet schendt.

De rechtbank beslist daarom als volgt.

BESLISSING

De rechtbank:

- beveelt dat [bestuurder] in verzekerde bewaring wordt gesteld in een huis van bewaring;

- bepaalt de termijn van in verzekerde bewaringstelling op ten hoogste dertig dagen;

- gelast dat [bestuurder] op vrijdag 26 februari 2010 om 10:00 uur opnieuw voor de rechtbank wordt geleid om te worden gehoord.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.W. Vogels, rechter, en in aanwezigheid van mr. L.T.A. van Eck, griffier, uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 februari 2010.