Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2010:BL1442

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
27-01-2010
Datum publicatie
01-02-2010
Zaaknummer
347005 / HA RK 10-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verzoeker niet-ontvankelijk in wrakingsverzoek. De rechter-commissaris was op het moment van het wrakingsverzoek niet doende met de behandeling van de strafzaak tegen verzoeker als verdachte.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Meervoudige kamer voor wrakingszaken

Uitspraak: 27 januari 2010

Zaaknummer: 347005

Rekestnummer: HA RK 10-12

Parketnummer : 10/631158-09

Beslissing van de meervoudige kamer op het verzoek van:

[naam verzoeker], verzoeker,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

zonder bekende woon- of verblijfplaats,

preventief gedetineerd in P.I. Rijnmond, Huis van Bewaring "De IJssel" te Krimpen aan den IJssel,

advocaat mr. P.J. Silvis,

strekkende tot wraking van [naam RC], rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Rotterdam (hierna: de rechter-commissaris).

1. Het procesverloop en de processtukken

Ter zitting van 3 november 2009 is door de meervoudige kamer van deze rechtbank de tegen verzoeker als verdachte aanhangige strafzaak met parketnummer 10/631158-09 verwezen naar de rechter-commissaris. Op diezelfde zitting werd de tegen de mede-verdachte [naam mede-verdachte] aanhangige strafzaak eveneens verwezen naar de rechter-commissaris.

Op 19 januari 2010 heeft de rechter-commissaris in de strafzaak tegen mede-verdachte [naam mede-verdachte] getuigen gehoord.

Bij gelegenheid van die getuigenverhoren heeft de raadsman van verzoeker de rechter-commissaris gewraakt.

De wrakingskamer heeft kennis genomen van het strafdossier van de strafzaak tegen verzoeker als verdachte, waarin zich onder meer bevindt het proces-verbaal van de hiervoor bedoelde zitting van 3 november 2009.

Verzoeker, zijn raadsman, de rechter-commissaris, alsmede de officier van justitie zijn verwittigd van de datum waarop het wrakingsverzoek zou worden behandeld en zijn voor de zitting uitgenodigd.

De rechter-commissaris is in de gelegenheid gesteld voorafgaande aan de zitting schriftelijk te reageren. De rechter-commissaris heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.

Ter zitting van 26 januari 2010, alwaar de gedane wraking is behandeld, zijn verschenen: de rechter-commissaris, de advocaat van verzoeker en officier van justitie mr. C.J.A. van der Maas. De advocaat heeft voorafgaande aan de zitting aan de secretaris van de wrakingskamer meegedeeld dat zijn cliƫnt niet zou verschijnen.

Behalve de hiervoor genoemde stukken heeft de wrakingskamer voorts nog kennis genomen van de ter zitting door de rechter-commissaris overgelegde afschriften van:

- het proces-verbaal van de terechtzitting van de meervoudige kamer in deze rechtbank op 3 november 2009 in de strafzaak tegen de mede-verdachte [naam mede-verdachte] en

- de brief d.d. 4 januari 2010 van de griffier van de rechter-commissaris aan (onder meer) de advocaat van verzoeker, met daarin mededelingen ten aanzien van het getuigenverhoor op 19 januari 2010.

2. De ontvankelijkheid van het verzoek

2.1

In het hiervoor reeds genoemde afschrift van het proces-verbaal van de terechtzitting van de meervoudige strafkamer op 3 november 2009 in de zaak tegen de mede-verdachte [naam mede-verdachte] is onder meer opgenomen:

"De zaak wordt verwezen naar de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, teneinde de verbalisanten [naam verbalisant] en [naam verbalisant], en een tolk, [aanduiding tolk] te horen."

2.2

In het hiervoor reeds genoemde afschrift van het proces-verbaal van de terechtzitting van de meervoudige strafkamer op 3 november 2009 in de zaak tegen verzoeker als verdachte is onder meer opgenomen:

"De zaak wordt verwezen naar de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, nu de zaak van de medeverdachte [naam mede-verdachte] is verwezen voor het horen van de verbalisanten [naam verbalisant] en [naam verbalisant], en een tolk, [aanduiding tolk] als getuigen. De verklaringen van deze getuigen zijn tevens van belang voor de behandeling van de zaak van de verdachte. De raadsman kan desgewenst bij deze verhoren aanwezig zijn."

2.3

In de hiervoor reeds genoemde brief d.d. 4 januari 2010 van de griffier van de rechter-commissaris aan (onder meer) de advocaat van verzoeker is onder andere meegedeeld:

" .......

Op 03 november 2009 zijn de zaken [naam mede-verdachte] ....... [naam verzoeker] ....... verwezen naar de rechter-commissaris.

Op 19 januari 2010 zullen de getuigen alleen gehoord worden in de zaak [naam mede-verdachte].

De getuigen zullen als volgt worden gehoord:

- 13.00 uur verbalisant [naam verbalisant]

- 14.00 uur verbalisant [naam verbalisant]

- 15.00 uur tolk [aanduiding tolk]

De raadslieden in de andere zaken kunnen desgewenst aanwezig zijn bij deze verhoren.

......."

2.4

Gezien de hiervoor geciteerde inhoud van de processen-verbaal van de terechtzitting van 3 november 2009, alsmede de hiervoor geciteerde inhoud van de brief van 4 januari 2010, is de rechtbank van oordeel dat de rechter-commissaris op 19 januari 2010 doende was met het horen van de getuige [naam verbalisant] in (alleen) de strafzaak tegen de medeverdachte [naam mede-verdachte]. De rechter-commissaris was op dat moment niet doende, of niet tevens doende met het horen van die getuige in de strafzaak tegen verzoeker als verdachte. Dat de raadsman van verzoeker aanwezig was bij dat getuigenverhoor maakt dit niet anders.

Derhalve was er op het moment van het indienen van het wrakingsverzoek geen sprake van het behandelen van de zaak door de rechter-commissaris, als bedoeld in artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering. Verzoeker is om die reden niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking van de rechter-commissaris.

2.5

Voor zover verzoeker aan zijn wrakingsverzoek ten grondslag heeft willen leggen dat de beslissing van de rechter-commissaris om hem te beletten vragen te stellen aan de getuige moet worden opgevat als een weigering de zaak tegen verzoeker als verdachte te behandelen, kan verzoeker evenmin in dat verzoek worden ontvangen. Immers, dat het verhoor van de getuige [naam verbalisant] op 19 januari 2010 alleen zou plaatsvinden in de zaak tegen medeverdachte [naam mede-verdachte] en niet in de zaak tegen verzoeker als verdachte, was reeds aan de advocaat van verzoeker meegedeeld bij voormelde brief van de griffier van 4 januari 2010. Door met het indienen van het verzoek tot wraking van de rechter-commissaris vervolgens te wachten tot 19 januari 2010, kan niet worden gezegd dat de wraking is verzocht zodra de feiten en omstandigheden, waarop de wraking is gegrond, aan verzoeker bekend zijn geworden. Ook op die grond kan verzoeker derhalve niet in het wrakingsverzoek worden onvangen.

2.6

Ten overvloede overweegt de rechtbank nog het volgende:

Artikel 316, lid 1 van het Wetboek van Strafvordering bepaalt dat indien enig onderzoek door de rechter-commissaris noodzakelijk blijkt, de rechtbank met schorsing van het onderzoek ter terechtzitting, met aanduiding van het onderwerp van het onderzoek en, zo nodig, van de wijze waarop dit zal zijn in te stellen, de stukken in handen stelt van de rechter-commissaris. Het op die wijze door de rechter-commissaris uit te voeren onderzoek heeft ingevolge artikel 316, lid 3 van dat wetboek te gelden als een gerechtelijk vooronderzoek.

Uit meergenoemd proces-verbaal van de terechtzitting van 3 november 2009 in de zaak tegen verzoeker als verdachte blijkt, dat de meervoudige strafkamer van de rechtbank deze zaak wel heeft verwezen naar de rechter-commissaris, maar dat zij daarbij geen onderwerp van onderzoek heeft aangeduid. Dat bij die verwijzing door de strafkamer is opgenomen hetgeen hiervoor onder 2.2 is geciteerd, kan naar het oordeel van de rechtbank niet doorgaan voor een dergelijke aanduiding en heeft in dit geval - zoals uit het verhandelde ter zitting van de wrakingskamer is gebleken - geleid tot onduidelijkheid over de positie van de raadsman van verzoeker ten tijde van het getuigenverhoor. Een juiste(re) en precieze(re) formulering van de verwijzing verdient in de ogen van de wrakingskamer aanbeveling teneinde onduidelijkheden als hiervoor vermeld in de toekomst te vermijden.

3. De beslissing

Verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking van rechter-commissaris [naam RC].

Deze beslissing is gegeven op 27 januari 2010 door mr. W.J.J. Wetzels, voorzitter, mr. L.A.C. van Nifterick en mr. M. Fiege, rechters.

Deze beslissing is door de voorzitter uitgesproken ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van Faaij, griffier.