Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2010:BL0899

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
25-01-2010
Datum publicatie
27-01-2010
Zaaknummer
09/1836
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij de beoordeling of de ambtenaar de in artikel 125a van de AW neergelegde norm heeft overschreden, dient een zekere voorzichtigheid in acht te worden genomen, omdat in deze bepaling beperkingen worden gegeven van in de Grondwet verankerde rechten.

Eiser had dienen te beseffen dat de wijze waarop en het middel waarmee hij zich over zijn collega’s heeft uitgelaten bij hen niet in goede aarde zou vallen, een gevoel van onveiligheid op de werkvloer zou oproepen en een prettige collegiale samenwerking in de weg zou staan. Niet alleen eisers hoedanigheid als onderdeel van een team van leerkrachten, maar ook de voorbeeldfunctie die hij als leraar uitoefent, had hem dienen te weerhouden van publicatie op de door hem gekozen wijze en in de door hem gebruikte bewoordingen. De goede vervulling van eisers functie en, in samenhang daarmee, het goed functioneren van de openbare dienst waren in redelijkheid niet meer verzekerd, zodat moet worden geconcludeerd dat eiser de grenzen van de door hem ingevolge het eerste lid van artikel 125a van de AW in acht te nemen functioneringsnorm heeft overschreden. Verweerder heeft de bedoelde uitlatingen dan ook niet ten onrechte als plichtsverzuim beschouwd. Dit plichtsverzuim is aan eiser toe te rekenen. Het onvoorwaardelijke ontslag is voorts evenredig te achten. In dat verband is van belang dat eiser nooit afstand heeft genomen van de gedane uitlatingen en er geen blijk van heeft gegeven dat hij beseft dat zijn uitlatingen als kwetsend kunnen worden beschouwd en een gevoel van onveiligheid oproepen. Voorts wordt eiser zwaar aangerekend dat hij, nadat hem door verweerder is medegedeeld dat zijn teksten als grievend worden ervaren en hij in de gelegenheid is gesteld om deze te verwijderen, de desbetreffende teksten in zijn blogspot toch op internet heeft laten staan zonder daarvoor een legitieme reden te geven. Hij weigert aldus tegemoet te komen aan de bezwaren die verweerder heeft tegen de wijze van publiceren door eiser.

Wetsverwijzingen
Ambtenarenwet
Ambtenarenwet 125a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ROT 2010/17

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector Bestuursrecht

Meervoudige kamer

Reg.nr.: AWB 09/1836 AW

Uitspraak in het geding tussen

[naam], wonende te [plaats], eiser,

gemachtigde mr. K. ten Broek,

en

Stichting Onderwijsgroep Galilei, verweerder.

1 Ontstaan en loop van de procedure

1.1 Bij besluit van 17 januari 2008 (hierna: het schorsingsbesluit) heeft verweerder eiser geschorst gedurende de procedure tot beëindiging van zijn aanstelling. Eiser heeft hiertegen op 20 februari 2008 bezwaar gemaakt. Op 26 maart 2008 is hij gehoord door de Commissie Bezwaar- en Beroepschriften Onderwijsgroep Galilei (hierna: de Commissie).

1.2 Bij brief van 17 januari 2008 heeft verweerder eiser bericht voornemens te zijn hem te ontslaan. Bij brief van 4 februari 2008 heeft eiser zijn zienswijze op het voornemen tot ontslag naar voren gebracht. Bij besluit van 28 februari 2008 (hierna: het ontslagbesluit) heeft verweerder beslist conform het voornemen. Eiser heeft hiertegen op 9 april 2008 bezwaar gemaakt. Op 15 mei 2008 is hij gehoord door de Commissie.

1.3 Op 25 november 2008 heeft de Commissie advies uitgebracht over de bezwaren van eiser. Bij besluit van 7 januari 2009 heeft verweerder de bezwaren van eiser tegen het schorsingsbesluit en het ontslagbesluit ongegrond verklaard.

1.4 Tegen dit besluit (hierna: het bestreden besluit) heeft eiser op 18 februari 2009 beroep ingesteld. Verweerder heeft bij brief van 20 mei 2009 een verweerschrift ingediend.

1.5 Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 december 2009. Aanwezig waren eiser, zijn gemachtigde en [naam], zijn echtgenote. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. S.A. Geerdink, gemachtigde, H. den Haan en L.L.G. Lemmens.

2 Overwegingen

1 Voor de beoordeling van het geschil gaat de rechtbank uit van de volgende feiten. Eiser was sinds 1 augustus 2002 als leerkracht in dienst bij verweerder. Hij had een vaste aanstelling en was werkzaam op [naam] in [plaats] (hierna: de school).

Bij brief van 4 juni 2005 heeft eiser een schriftelijke waarschuwing ontvangen betreffende zijn omgang op school met [naam], zijn nieuwe partner, (hierna: zijn echtgenote) en zijn handelwijze bij een conflict met een collega.

Blijkens een brief van 13 januari 2008 is een collega van eiser op 8 januari 2008 bij toeval gestuit op een website, waarop eiser onder de titel “[titel website]” verhalen publiceert (hierna: de blogspot), en heeft hij daarvan op 9 januari 2008 melding gemaakt bij de directie van de school. Op 10 januari 2008 heeft verweerder eiser en zijn echtgenote op het bestaan van de blogspot aangesproken, hen een termijn van 48 uur geboden om deze te verwijderen en hun verlof verlengd tot en met 17 januari 2008. Eiser heeft de blogspot niet (binnen de geboden termijn) verwijderd. Vervolgens heeft verweerder hen geschorst en zijn de procedures tot beëindiging van hun aanstellingen in gang gezet.

In de periode van 13 januari 2008 tot en met 24 januari 2008 heeft verweerder brieven ontvangen van zeven collega’s van eiser. In deze brieven uiten betrokkenen onder meer hun ongenoegen over de inhoud van de blogspot, geven zij aan zichzelf of collega’s in de gebruikte bijnamen en de verhalen te herkennen, stellen zij dat de verhalen een onjuiste voorstelling van zaken geven, en delen zij mee dat zij het vertrouwen in eiser kwijt zijn of zich niet meer veilig te voelen. Twee collega’s geven aan dat zij aangifte zullen gaan doen wegens smaad.

Eiser heeft aansluitend op het ontslag per 1 maart 2008 een andere baan gevonden.

2.1 Ingevolge artikel 125a, eerste lid, van de Ambtenarenwet (AW), voor zover thans van belang, dient de ambtenaar zich te onthouden van het openbaren van gedachten of gevoelens indien door de uitoefening van dit recht de goede vervulling van zijn functie of de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd.

2.2 Ingevolge artikel 4.b.7, eerste lid, van de Collectieve Arbeidsovereenkomst Voortgezet Onderwijs 2007-2008 (hierna: CAO VO 2007-2008) kan de werknemer die zich aan plichtsverzuim schuldig maakt, om die reden disciplinair worden gestraft. Ingevolge het tweede lid omvat plichtsverzuim zowel het overtreden van enig voorschrift als het doen of nalaten van iets dat een goed werknemer in gelijke omstandigheden behoort na te laten of te doen. Ingevolge het derde lid is ontslag één van de disciplinaire straffen die kunnen worden opgelegd.

2.3 Ingevolge artikel 4.a.5, aanhef en onder i, van de CAO VO 2007-2008, voor zover thans van belang, kan opzegging van een dienstverband voor onbepaalde tijd plaatsvinden op grond van andere met name genoemde gewichtige omstandigheden die redelijkerwijs geacht moeten worden met het oog op de belangen van de instelling en van het onderwijs de mogelijkheid van het dienstverband uit te sluiten.

3 Verweerder heeft eiser tegengeworpen dat hij zich, door de negatieve en kwetsende wijze waarop hij zijn verhalen via internet heeft geopenbaard, schuldig heeft gemaakt aan plichtsverzuim. Volgens verweerder wordt daarbij de werkelijkheid ook negatief gekleurd en/of verdraaid. De medewerkers voelen zich in zijn aanwezigheid niet langer veilig, hetgeen blijkt uit hun brieven. Eiser heeft slechts in beperkte mate laten zien dat hij beseft dat zijn verhalen kwetsend zijn voor zijn collega’s en bijdragen tot een onveilige sfeer. Hij is al eerder op zijn gedrag aangesproken en wist dan wel kon weten dat hij voorzichtig moest zijn in zijn uitlatingen. Verder heeft hij als leraar op een praktijkschool een voorbeeldfunctie, die eruit bestaat dat aan leerlingen het goede voorbeeld wordt gegeven in de sociale omgang. Eiser geeft er blijk van daar geen oog voor te hebben. Uit de aard en ernst van de teksten en het feit dat eiser deze niet wil terugnemen, is voorts een verstoorde arbeidsrelatie ontstaan. Dit rechtvaardigt een ontslag wegens plichtsverzuim dan wel gewichtige redenen. In het kader van de belangenafweging in het bestreden besluit heeft verweerder de aard en ernst van het handelen, de omstandigheid dat eiser al eerder is aangesproken op zijn gedrag en de omstandigheid dat het gezien de krapte op de arbeidsmarkt voor hem niet moeilijk zal zijn om een andere baan te vinden, meegewogen.

4 Eiser kan zich niet met het bestreden besluit verenigen en voert daartoe het volgende aan. De beoordeling of de ambtenaar de norm van artikel 125a van de AW heeft overschreden moet met een zekere terughoudendheid worden betracht, omdat een beperking wordt gegeven op het recht op vrijheid van meningsuiting. Het functioneren van eiser als leerkracht in de organisatie van verweerder is in het geheel geen onderwerp van discussie. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat het functioneren van de school in gevaar zou zijn gebracht. Hoewel eiser zich realiseert dat niet iedereen zijn gevoel voor humor zal delen, bestrijdt hij dat er sprake is van een opzettelijk kwetsende wijze van beschrijving van gebeurtenissen, als gevolg waarvan de veiligheid binnen de school is aangetast. Een veilige werkomgeving betekent dat kritiek mag worden geuit en een mening mag worden gegeven. Door een medewerker dat te verbieden, wordt juist inbreuk gemaakt op die veilige werkomgeving. Wat aard en ernst betreft, bieden de gedragingen onvoldoende grondslag voor het oordeel dat onvoorwaardelijk strafontslag een evenredige sanctie is. De door verweerder genoemde gedragingen uit 2005 hebben geen verband met de blogspot. Dat eiser inmiddels een andere baan heeft, speelt geen rol nu de evenredigheid ten tijde van de strafoplegging moet worden getoetst en niet achteraf. Eiser bestrijdt voorts dat sprake zou zijn van een onherstelbaar gebleken vertrouwensbreuk. Hem is nimmer de ruimte gegeven voor het bespreken van alternatieve oplossingen, nu hij direct is geschorst en de communicatie op formele wijze heeft plaatsgevonden. Eiser heeft ten slotte een beroep gedaan op overschrijding van de redelijke termijn, doordat niet tijdig op bezwaar is beslist.

5 De rechtbank oordeelt als volgt.

5.1 De rechtbank stelt vast dat eiser geen inhoudelijke gronden heeft aangevoerd tegen zijn schorsing en zal dan ook volstaan met de beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit, voor zover daarbij het ontslagbesluit is gehandhaafd.

5.2 Het beroep op overschrijding van de redelijke termijn nu niet tijdig op bezwaar is beslist - hetgeen ter zitting nader is geduid als een beroep op artikel 7:10 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) - leidt niet tot vernietiging van het bestreden besluit. Eiser had tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar beroep kunnen instellen, maar heeft daar blijkbaar niet voor gekozen.

5.3 Ten aanzien van de overige door eiser aangedragen beroepsgronden wordt als volgt overwogen.

5.3.1 Zoals de Centrale Raad van Beroep heeft overwogen in de uitspraak van 2 november 1995 (LJN ZB5501), geeft de normering van artikel 125a van de AW enerzijds de grens aan die de ambtenaar bij de uitoefening van de betreffende grondrechten niet mag overschrijden, doch waarborgt zij anderzijds dat de overheid bij het beperken van het grondrecht niet verder mag gaan dan die normering aangeeft. Daarbij is het uitgangspunt, dat het primair aan de ambtenaar zelf is om er voor te waken dat hij deze functionerings-norm in acht neemt. Mocht hij deze norm overschrijden dan kan het bestuursorgaan hem daarop aanspreken en corrigeren en zonodig rechtspositionele maatregelen ten aanzien van hem nemen. Bij de beoordeling of de ambtenaar de in artikel 125a van de AW neergelegde norm heeft overschreden, dient een zekere voorzichtigheid in acht te worden genomen, omdat in deze bepaling beperkingen worden gegeven van in de Grondwet verankerde rechten.

5.3.2 Daargelaten of zijn lezers eisers gevoel voor humor al dan niet delen, had eiser dienen te beseffen dat de wijze waarop en het middel waarmee hij zich over zijn collega’s heeft uitgelaten – met gebruik van bijnamen die als kwetsend kunnen worden ervaren en, zonder hen daarin vooraf te kennen, via een openbare en voor een ieder toegankelijke website – bij hen niet in goede aarde zou vallen, een gevoel van onveiligheid op de werkvloer zou oproepen en een prettige collegiale samenwerking in de weg zou staan. Niet alleen eisers hoedanigheid als onderdeel van een team van leerkrachten, maar ook de voorbeeldfunctie die hij als leraar uitoefent, had hem dienen te weerhouden van publicatie op de door hem gekozen wijze en in de door hem gebruikte bewoordingen. Bovendien zijn de verhalen tot de school te herleiden, nu eiser deze onder zijn eigen naam heeft geschreven, hij het soort school en de plaats van vestiging van de school heeft beschreven en hij aanvankelijk een verwijzing naar een aan de school gerelateerde website op zijn blogspot had staan. Hiermee heeft eiser op de koop toe genomen dat de reputatie van de school en de leraren, bij buitenstaanders, geschaad zou kunnen worden.

5.3.3 Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat de goede vervulling van eisers functie en, in samenhang daarmee, het goed functioneren van de openbare dienst in redelijkheid niet meer verzekerd waren, zodat moet worden geconcludeerd dat eiser de grenzen van de door hem ingevolge het eerste lid van artikel 125a van de AW in acht te nemen functioneringsnorm heeft overschreden. Verweerder heeft de bedoelde uitlatingen dan ook niet ten onrechte als plichtsverzuim beschouwd. Dit plichtsverzuim is aan eiser toe te rekenen. Verweerders bevoegdheid om aan eiser een disciplinaire straf op te leggen, in casu onvoorwaardelijk ontslag, is daarmee gegeven.

5.3.4 Het onvoorwaardelijke ontslag is voorts evenredig te achten. In dat verband is van belang dat eiser nooit afstand heeft genomen van de gedane uitlatingen en er geen blijk van heeft gegeven dat hij beseft dat zijn uitlatingen als kwetsend kunnen worden beschouwd en een gevoel van onveiligheid oproepen. Voorts wordt eiser zwaar aangerekend dat hij, nadat hem door verweerder is medegedeeld dat zijn teksten als grievend worden ervaren en hij in de gelegenheid is gesteld om deze te verwijderen, de desbetreffende teksten in zijn blogspot toch op internet heeft laten staan zonder daarvoor een legitieme reden te geven. Hij weigert aldus tegemoet te komen aan de bezwaren die verweerder heeft tegen de wijze van publiceren door eiser. Verweerder heeft bij het nemen van het besluit voorts in aanmerking kunnen nemen dat eiser eerder al een schriftelijke waarschuwing heeft ontvangen over de ongewenste wijze waarop hij met collega’s is omgegaan. Hoewel eiser in beginsel kan worden gevolgd in zijn stelling dat die waarschuwing ver afstaat van de huidige situatie met de blogspot, kan enige betekenis hieraan in dit verband niet worden ontzegd.

5.3.5 Het beroep van eiser is reeds hierom ongegrond. De beroepsgronden die hij ten

aanzien van de subsidiaire ontslaggrond - gewichtige omstandigheden, gelegen in verstoorde arbeidsverhoudingen - heeft aangedragen, behoeven daarom geen bespreking.

5.3.6 Voor een veroordeling van verweerder in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

3 Beslissing

De rechtbank,

recht doende:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gedaan door mr.drs. H. van den Heuvel, voorzitter, en mr. J. de Gans en

mr. E.A. Poppe-Gielesen, leden, in tegenwoordigheid van mr. S.M.J. Bos, griffier.

De griffier: De voorzitter:

Uitgesproken in het openbaar op: 25 januari 2010.

Een belanghebbende - onder wie in elk geval eiser wordt begrepen - en verweerder kunnen tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. De termijn voor het indienen van het beroepschrift is zes weken en vangt aan met ingang van de dag na die waarop het afschrift van deze uitspraak is verzonden.

Afschrift verzonden op: