Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BO6146

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
21-09-2009
Datum publicatie
03-12-2010
Zaaknummer
796090
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vierde van zes vonnissen in een procedure tussen een werknemer (een taxichauffeur) en een werkgever (een taxibedrijf). De werknemer heeft een auto-ongeluk tijdens werktijd gehad, als gevolg waarvan hij enige tijd in het ziekenhuis gelegen heeft. De werkgever stelt dat werknemer ontslag genomen heeft. De werknemer vordert voorrechtverklaring dat de arbeidsovereenkomst nog voortduurt, alsmede betaling van achterstallig loon. De werkgever vordert van werknemer vergoeding van de aan de taxi veroorzaakte schade wegens roekeloos rijgedrag van werknemer.

Een deskundige heeft onderzoek gedaan naar de "oudheid" van de inkt waarmee de handtekening van werknemer en de inkt waarmee de datum op de verklaring van ontslag is gezet. De conclusie van de deskundige is dat de inkt waarmee de handtekening is gezet enkele maanden ouder is dan de inkt waarmee de datum is gezet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector kanton

Locatie Rotterdam

vonnis

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser in conventie bij exploot van dagvaarding van 23 maart 2007,

verweerder in reconventie,

gemachtigde: (thans) mr. E.H.P. Dingenouts, advocaat te Rotterdam,

tegen

[gedaagde],

h.o.d.n. (eenmanszaak) [Taxobedrijf],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

gemachtigde mr. L.J. van Rooijen, advocaat te Rotterdam.

Partijen blijven hierna aangeduid als “Dervisoglu” respectievelijk “Van Bronckhorst”.

1. Het verdere verloop van de procedure in conventie

Het verdere verloop van de procedure in conventie blijkt uit de processtukken waarvan de kantonrechter heeft kennisgenomen:

- het tussenvonnis van 17 december 2008 en de daaraan ten grondslag liggende processtukken;

- deskundigenbericht van ing. J.J.A. Maat d.d. 27 april 2009;

- conclusie na enquête tevens uitlating deskundigenbericht, aan de zijde van Dervisoglu;

- conclusie na enquête en deskundigenbericht, aan de zijde van Van Bronckhorst.

De uitspraak van het vonnis is door de kantonrechter bepaald op heden.

2. De verdere beoordeling in conventie

2.1 In het tussenvonnis van 27 maart 2008 is Dervisoglu toegelaten tot het leveren van tegenbewijs tegen het voorshands geleverde bewijs dat de handtekening op de verklaring van 8 augustus 2006 van Dervisoglu afkomstig is.

De getuigenverhoren hebben, zoals reeds is overwogen in het tussenvonnis van 17 december 2008, vervolgens direct plaatsgevonden in het kader van het subsidiaire verweer dat Van Bronckhorst gebruikgemaakt heeft van een anderhalf à twee maanden eerder door Dervisoglu op een blanco A4-vel gezette handtekening, dat wil zeggen in het kader van de bewijslast van Dervisoglu dat hij zijn handtekening op het originele document waarvan de kopie is overgelegd als productie 6 bij de dagvaarding, eerder dan op 8 augustus 2006 heeft gezet.

2.2 Dervisoglu heeft in de enquête, naast zichzelf als partijgetuige, als getuigen voorgebracht zijn ex echtgenote en hun twee dochters. Deze getuigen hebben - voor zover van belang - verklaard dat Dervisoglu na terugkeer uit het ziekenhuis gedurende een aantal dagen in de woning van de ex-echtgenote en hun dochters verbleef, op 8 augustus 2007 de deur niet is uitgegaan en daartoe medisch ook niet in staat was. Twee van de getuigen hebben bovendien verklaard dat Dervisoglu op die bewuste dag ook geen telefonisch contact met Van Bronckhorst heeft gehad.

2.3 Van Bronckhorst heeft in de contra enquête, naast zichzelf, vier taxichauffeurs als getuigen voorgebracht, van wie er 3 bij hem werkzaam zijn en 1 bij hem werkzaam was.

Deze taxichauffeurs hebben - voor zover van belang - verklaard dat zij Dervisoglu enkele dagen na het verkeersongeval bij het Centraal Station in Rotterdam hebben gezien, waar hij een praatje kwam maken met zijn collega’s.

Van Bronckhorst heeft als getuige de door hem gestelde en ter zitting toegelichte lezing van het gebeurde bevestigd.

2.4 Bij het tussenvonnis van 17 december 2008 is een deskundigenonderzoek gelast door ing. J.J.A. Maat, manager BU Fysische Chemisch Onderzoek van TNO Quality Services B.V. (verder: de deskundige), ter beantwoording van een aantal vragen betreffende het te onderzoeken originele vel papier op A4-formaat met daarop een getypte tekst, een handgeschreven datering 8 augustus 2006 en een handtekening van Dervisoglu.

Aan de deskundige zijn de volgende vragen ter beantwoording voorgelegd:

1. kunt u op basis van uw deskundigheid vaststellen:

a) of de handtekening eerder op het vel papier is gezet dan op 8 augustus 2006 dan wel

b) of de handtekening eerder op het vel papier is gezet dan de getypte verklaring?

2. Is er verschil in ouderdom tussen de inkt van de handtekening en de inkt van de datering; tussen de inkt van de handtekening en de inkt van de getypte verklaring; en tussen de inkt van de getypte verklaring en de inkt van de datering?

Zo er verschil bestaat in ouderdom tussen de drie soorten inkt op de verklaring: hoeveel is het verschil?

3. Kunt u uw standpunt toelichten?

4. Welke opmerkingen zijn naar uw oordeel verder nog van belang voor de door de kantonrechter te nemen beslissing;

2.5 De deskundige heeft de volgende conclusies geformuleerd (letterlijk weergegeven, inclusief vetgedrukte woorden):

Er van uitgaande dat het document onder normale huiselijke condities bewaard is, kan op basis van het verrichte onderzoek geconcludeerd worden dat:

Uit onderzoek A:

De onderzochte blauwe inkt van de geschreven datum en de handtekening op monster 09.0065 ouder zijn dan 6 maanden;

Uit onderzoek B:

Uit het onderzoek van de datum en de handtekening is gebleken dat er een spreiding is in het analyse resultaat van “3” maanden.

Het zetten van de met blauwe inkt geschreven datum op het betwiste document (09.0065) is 32 maanden terug geschied.

Het zetten van de plaatsen van de handtekening met blauwe inkt op het betwiste document (09.0065) is 33 maanden terug geschied.

Gelet op de vraagstelling van het onderzoek is vastgesteld dat de blauwe inkt van de handtekening rond een periode van half juni t/m half september 2006 is geplaatst. De blauwe inkt van de datum is rond een periode van begin juli t/m eind september 2006 gezet. Een zekere periode kan niet nader gedefinieerd worden.

Over de datering van de getypte tekst kan niets geconcludeerd worden.

2.6 Dervisoglu is met de in de enquête afgelegde verklaringen en met het rapport van de deskundige geslaagd in het leveren van het opgedragen bewijs. De in de contra-enquete afgelegde verklaringen hebben dit onvoldoende ontkracht.

2.7 Gelet op het vorenstaande en op het hetgeen is overwogen in de tussenvonnissen van 6 december 2007, 27 maart 2008 en 17 december 2008 is de gewijzigde vordering ten aanzien van de gevorderde verklaring voor recht dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen op en na 8 augustus 2006 heeft voortgeduurd toewijsbaar. De gewijzigde vordering is gelet hierop ten aanzien van het achterstallig loon en achterstallig vakantiegeld in beginsel eveneens toewijsbaar, behoudens gegrondheid van het verweer dat Dervisoglu na genoemde datum niet ziek was en evenmin voor arbeid voor Van Bronckhorst beschikbaar was dan wel dat die vordering gematigd dient te worden op grond van artikel 7:680a BW althans artikel 6:248 lid 2 BW.

2.8 De zaak zal, alvorens het genoemde verweer verder wordt beoordeeld, naar de rolzitting worden verwezen, teneinde Dervisoglu in de gelegenheid te stellen bij akte voor zover nog niet geschied de relevante bescheiden in het geding te brengen, waaronder in elk geval bewijsstukken van de belastingdienst en uitkeringsinstantie(s) over zijn inkomsten uit arbeid respectievelijk uitkering in 2006 en 2007 alsmede een medische verklaring omtrent zijn arbeidsongeschiktheid op en na 8 augustus 2006.

Van Bronckhorst kan hierop vervolgens bij antwoordakte reageren.

2.9 Elke verdere beslissing zal worden aangehouden.

3. De beslissing

De kantonrechter:

in conventie

alvorens verder te beslissen,

verwijst de zaak naar de openbare terechtzitting (rolzitting) op woensdag 18 november 2009 om 10:00 uur voor het nemen van een akte door - eerst - Dervisoglu voor het in rechtsoverweging 2.8 genoemde doel.

Dit vonnis is gewezen door mr. K.L. van Zetten en uitgesproken ter openbare terechtzitting.