Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BL5032

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
23-07-2009
Datum publicatie
22-02-2010
Zaaknummer
882370
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

In deze zaak is gedaagde toegelaten om te bewijzen dat het gebruik zijn simkaart voor een periode van ca. 2 weken hem niet kan worden toegerekend. Gedaagde heeft geen bewijs geleverd. De kantonrechter wijst de vordering van eiseres toe.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector kanton

Locatie Rotterdam

vonnis

in de zaak van

de naamloze vennootschap

ORANGE NEDERLAND N.V.,

gevestigd te 's-Gravenhage,

eiseres bij exploot van dagvaarding van 18 maart 2008,

gemachtigde: Blume Stolker & Roel Gerechtsdeurwaarders te 's-Gravenhage,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

gemachtigde: mr. A. Rhijnsburger te Rotterdam.

Partijen worden hierna “Orange” en “[gedaagde]” genoemd.

Verwezen wordt naar de inhoud van het op 23 april 2009 gewezen tussenvonnis.

1. Het verdere verloop van de procedure

1.1 Bij voormeld tussenvonnis heeft de kantonrechter [gedaagde] toegelaten tot het bewijs van feiten en/of omstandigheden op grond waarvan geconcludeerd moet worden dat het in de periode van 27 oktober 2006 tot en met 10 november 2006 gemaakte gebruik van de simkaart hem in redelijkheid niet kan worden toegerekend.

1.2 De gemachtigde van [gedaagde] heeft ter rolzitting van 25 juni 2009 medegedeeld geen (getuigen)bewijs te zullen leveren. Daarop is een datum voor deze uitspraak bepaald.

2. De verdere beoordeling

2.1 Overwogen wordt dat nu [gedaagde] geen bewijs heeft bijgebracht ter voldoening aan de hem verstrekte bewijsopdracht, in deze procedure geen feiten en/of omstandigheden zijn komen vast te staan op grond waarvan geconcludeerd moet worden dat het in de periode van 27 oktober 2006 tot en met 10 november 2006 gemaakte gebruik van de simkaart [gedaagde] in redelijkheid niet kan worden toegerekend.

2.2 In aansluiting op hetgeen onder 2.5 van voormeld tussenvonnis werd overwogen, betekent dit dat de door Orange gevorderde hoofdsom ad € 978,85 wordt toegewezen, vermeerderd met de daarover gevorderde wettelijke rente, die door [gedaagde] niet afzonderlijk is betwist.

2.3 Ook de door Orange gevorderde buitengerechtelijke kosten zullen worden toegewezen, nu gebleken is dat er van haar zijde buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht van dien aard dat het redelijk is daarvoor van [gedaagde] een vergoeding te verlangen, terwijl het ter zake gevorderde bedrag, gelet op de tarieven volgens welke zulke werkzaamheden gewoonlijk aan opdrachtgevers in rekening worden gebracht, de kantonrechter jegens [gedaagde] ook niet onredelijk of bovenmatig voorkomt.

2.4 Als de in het ongelijk gestelde partij zal [gedaagde] worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

3. De beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt [gedaagde] om aan Orange tegen bewijs van kwijting te betalen € 1.164,42, vermeerderd met de wettelijke rente over € 978,85 vanaf 18 juli 2007 tot aan de dag der algehele voldoening, één en ander een bedrag ad € 5.000,00 niet te boven gaand;

- veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Orange vastgesteld op € 279,80 aan verschotten en € 350,00 aan salaris voor haar gemachtigde;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.F. Lubberink en uitgesproken ter openbare terechtzitting.