Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BL3643

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
16-12-2009
Datum publicatie
11-02-2010
Zaaknummer
233196 / HA ZA 05-462
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Groothandel in mobiele telefoons spreekt zowel verzekeraar als distributeur aan ter zake tijdens transport vermist geraakte/gestolen mobiele telefoons. Vordering jegens verzekeraar wordt afgewezen omdat de groothandel haar stelling dat de bewuste telefoons daadwerkelijk vermist zijn geraakt dan wel gestolen zijn onvoldoende heeft onderbouwd. Vordering jegens distributeur wordt afgewezen, omdat partijen een beëindigingsovereenkomst hebben gesloten waarin partijen hun rechtsverhouding op alle punten definitief hebben geregeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 233196 / HA ZA 05-462

Uitspraak: 16 december 2009

VONNIS van de meervoudige kamer in de zaak van:

de vennootschap naar het recht van plaats van vestiging BRIGHTPOINT EUROPE A/S, voorheen en in de dagvaarding genaamd Dangaard Telecom Holding A/S,

gevestigd te Padborg, Denemarken,

eiseres,

advocaat mr. W.H. Claassen,

- tegen -

1. de naamloze vennootschap

N.V. FORTIS CORPORATE INSURANCE,

gevestigd te Amstelveen,

2. de naamloze vennootschap

N.V. DELTA LLOYD SCHADEVERZEKERINGEN,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagden sub 1 en 2,

advocaat mr. W.M. van Rossenberg,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DHL SUPPLY CHAIN (NETHERLANDS) B.V.,

voorheen en in de dagvaarding genaamd Exel Nieuwegein B.V.,

gevestigd te Veghel,

gedaagde sub 3,

advocaat mr. B.S. Janssen.

Eiseres wordt hierna aangeduid als “Brightpoint”. Gedaagden sub 1 en 2 worden hierna gezamenlijk aangeduid als “Verzekeraars” en afzonderlijk als “Fortis” respectievelijk “Delta Lloyd”. Gedaagde sub 3 wordt hierna aangeduid als “Exel”.

1 Het verloop van het geding

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- dagvaardingen d.d. 3 februari 2005 en de door Brightpoint overgelegde producties;

- conclusie van antwoord aan de zijde van Verzekeraars, met producties;

- conclusie van antwoord, tevens houdende exceptie van onbevoegdheid, aan de zijde van Exel, met producties;

- conclusie van antwoord in het incident houdende exceptie van onbevoegdheid, met producties;

- akte houdende overlegging producties, aan de zijde van Exel;

- de bij gelegenheid van de pleidooien in het bevoegdheidsincident door partijen overgelegde pleitnotities;

- vonnis van deze rechtbank d.d. 17 september 2008, waarbij de rechtbank onder meer de vordering in het bevoegdheidsincident heeft afgewezen en zich bevoegd heeft verklaard van het geschil tussen Brightpoint en Exel kennis te nemen;

- conclusie van repliek, tevens houdende akte naamswijziging, met productie;

- conclusie van dupliek aan de zijde van Verzekeraars;

- conclusie van dupliek aan de zijde van Exel, met producties;

- akte in het ontvankelijkheidsincident, alsmede tot het overleggen van powers of attorney aan de zijde van Brightpoint, met producties;

- de ten behoeve van de pleidooien door Brightpoint op voorhand toegezonden stukken;

- akte naamswijziging aan de zijde van Exel, met bijlagen;

- de bij gelegenheid van de pleidooien overgelegde pleitnotities.

2 De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen – voor zover van belang – het volgende vast:

2.1 Brightpoint is een Deense firma die zich onder meer toelegt op de GSM-markt in Europa. Zij is een zogenaamde “whole-saler” van mobiele telefonie. Zij richt zich onder meer op de in- en verkoop van mobiele telefoons met bijbehorende accessoires (hierna: de goederen), welke zij afzet op de Europese markt. Zij is gevestigd in veertien Europese landen.

Het huidige Brightpoint is ontstaan uit een fusie in augustus/september 2008. Bij deze fusie waren onder meer betrokken Dangaard Telecom Holding A/S (hierna: DTH), die op 11 oktober 2006 haar naam gewijzigd heeft in Dangaard Telecom en op 19 december 2007 in Brightpoint Europe A/S, en voorts Dangaard Telecom (hierna: DT), die op 11 oktober 2006 haar naam gewijzigd heeft in Dangaard Telecom Administration A/S en op 19 december 2007 in Brightpoint Administration A/S.

2.2 In juni 2001 is er een mondelinge overeenkomst gesloten tussen DTH dan wel DT en Exel (destijds genaamd Metra Media B.V.) over het door Exel verrichten van diverse werkzaamheden, waaronder het opslaan, verpakken en het transportgereed maken van goederen, alsmede het verzorgen van vervoer ten behoeve van afnemers in België en Nederland (hierna: de raamovereenkomst). In de periode juli 2001 tot en met mei 2002 heeft Exel telkens opdrachten gekregen van Dangaard Telecom Belgium N.V. (hierna: Dangaard België), Dangaard Telecom Netherlands N.V. (hierna: Dangaard Nederland), Dangaard Logistics Holding A/S en Tele2 om voormelde werkzaamheden te verrichten. Exel factureerde haar werkzaamheden rechtstreeks aan deze bedrijven.

2.3 De opdrachten van de afnemers gingen naar Brightpoint. Deze werden vervolgens naar Exel verstuurd. Exel verwerkte de opdracht en maakte deze verzendklaar. Brightpoint maakte vervolgens een factuur aan en verzond deze rechtstreeks aan de afnemer. Het vervoerstraject ging vanaf dat moment enkel nog via Exel, die dit had uitbesteed aan externe vervoerders, waaronder Koninklijke TPG Post BV (hierna: TPG Post). Hiertoe had Exel zelfstandig vervoerscontracten met deze vervoerders gesloten.

2.4 Exel is een 100% dochter van Exel Holding Nederland B.V., destijds genaamd Tibbett & Britten Group B.V. (hierna: Tibbett & Britten).

2.5 Ter afdekking van het risico van schade aan en verlies van goederen is via makelaar AON een zogenoemde Marine Cargo Insurance afgesloten ingaande 29 juni 2001 met polisnummer T006483054645 (hierna: de verzekering). Op de verzekering zijn onder meer van toepassing polisvoorwaarden TG940-01. Polishouder is Tibbett & Britten en als verzekerden staan vermeld Tibbett & Britten en ‘Dangaard’. De verzekeraars onder de polis zijn Fortis (57,5%), Delta Lloyd (25%) en [bedrijf 1] (17,5%), welk bedrijf inmiddels is opgegaan in Fortis. Als vervaldatum staat vermeld 1 oktober 2001.

Op 17 december 2001 is het polisnummer gewijzigd middels een zogenoemde ‘replacing policy’ in T0100043782. De polisvoorwaarden zijn niet gewijzigd. Verzekeraars op deze polis zijn Fortis (75%) en FCI 17-1981 Rotterdam (25%), welke is opgegaan in Fortis. De verzekering heeft als ingangsdatum 1 oktober 2001 en als vervaldatum 1 januari 2002. Op 3 januari 2002 is de verzekering verlengd tot 1 februari 2002. Op 14 februari 2002 is de verzekering verlengd tot 31 maart 2002 en is de dekking voor opslag per 1 februari 2002 komen te vervallen.

2.6 Volgens het polisblad zijn verzekerd: “Mobile telephones, accessories and the like”.

Artikel 1.6 van de polisvoorwaarden TG940-01 geeft aan welke gebeurtenis is gedekt:

“1.6 An occurrence is an event or a series of related events as a result of which a loss or damage (as covered by the insurance) is caused.”

2.7 Tibbett & Britten heeft als polishouder mede namens Brightpoint eind december 2001 en januari 2002 bij AON claims ingediend ter zake vermiste dan wel gestolen goederen gedurende opslag dan wel transport. Verzekeraars hebben eind januari 2002 [bedrijf 2] (hierna: [bedrijf 2]) ingeschakeld, dat op 22 november 2002 een voorlopig expertiserapport heeft opgesteld. In eerste instantie is over de periode augustus 2001 tot en met mei 2002 voor een totaalbedrag van € 344.088,98 aan claims ingediend.

2.8 Op 16 oktober 2002 heeft Brightpoint een aanvullende claim ingediend van € 399.902,27, welke betrekking had op “debit notes” afkomstig van Makro en Carrefour. Deze afnemers hebben deze “debit notes” gezonden in verband met niet-afgeleverde goederen.

2.9 In het voorjaar van 2002 is de raamovereenkomst beëindigd. Exel heeft in dat kader een brief d.d. 8 april 2002 gezonden, waarop als geadresseerde Dangaard Telecom staat vermeld. Deze brief houdt – voor zover thans van belang – het volgende in:

“(…) you herewith receive the final settlement (…) regarding the termination of the relationship between Metra and Dangaard.

(…)

Lost goods

We agreed the following;

We will use our good relation with AON in order to have a smooth and quick settlement of the Dangaard claims. We want to stipulate our role is that of cashier. All risks of not receiving the claimed amounts involved are on Dangaards risk. (…)

(…)

The above items cover the settlement of our termination and is seen as a full and final settlement. (…)”.

Deze brief is op 10 april 2002 getekend namens Dangaard Telecom en namens Tibbett & Britten. Deze brief wordt hierna aangeduid als de beëindigingsovereenkomst.

2.10 Een brief van TPG Post aan Exel d.d. 21 februari 2003 houdt – voor zover thans van belang – het volgende in:

“(…)

Met dit schrijven bevestigen wij het voorstel van TNT omtrent het opvragen van de handtekeningen voor Dangaart. De handtekeningen zijn in alle gevallen ouder dan 1 jaar (…). In het belang van Dangaart is TNT bereid het verzoek alsnog uit te voeren onder de volgende voorwaarden:

1. Er zal een extra kracht moeten worden ingehuurd om deze handtekeningen te achterhalen. Dit zal een uitzendkracht zijn waarvoor € 1.500,- op weekbasis in rekening wordt gebracht. TNT is in ieder geval twee tot drie weken bezig met het terugzoeken van de handtekeningen.

(…)

Graag hoor ik van u of Dangaart de handtekeningen onder de bovenstaande voorwaarden wil laten opvragen.

(…)”.

Exel heeft deze brief op 27 februari 2003 aan Brightpoint gezonden.

2.11 Bij brief van 4 mei 2004 heeft Makro DT laten weten dat zij over de periode augustus 2001 tot april 2002 niet alle door haar bestelde goederen geleverd heeft gekregen. Het gaat om leveringen tot een totaalbedrag ad € 115.671,68.

2.12 Bij brief van 28 mei 2004 heeft Carrefour Dangaard België laten weten dat zij over de periode augustus 2001 tot april 2003 niet alle door haar bestelde goederen geleverd heeft gekregen. Het gaat om leveringen tot een totaalbedrag ad € 205.088,33.

2.13 Verzekeraars hebben geen uitkering(en) onder de polis gedaan.

3 Het geschil

De vordering luidt – verkort weergegeven – om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Verzekeraars en Exel hoofdelijk te veroordelen aan Brightpoint te voldoen het bedrag ad € 733.898,- met rente en kosten.

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft Brightpoint aan de vordering de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

3.1 In de periode augustus 2001 tot en met mei 2002 werden de bestelde goederen bij verschillende afnemers niet afgeleverd. De goederen zijn ofwel vermist geraakt ofwel gestolen gedurende opslag of tijdens transport. Deze afnemers weigerden vervolgens de door Brightpoint verzonden facturen te voldoen, aangezien door Brightpoint geen bewijs van aflevering kon worden aangeleverd. In totaal is hiermee een bedrag gemoeid van € 773.897,71.

3.2 Er is sprake van “loss” onder de polis, aangezien de goederen na aflevering bij Exel gestolen dan wel vermist zijn geraakt gedurende de opslag of het transport. Er is mitsdien dekking onder de polis en Verzekeraars dienen tot uitkering van een bedrag ad € 773.898,- over te gaan.

3.3 Exel is toerekenbaar tekort geschoten in de nakoming van de op haar rustende verplichtingen voortvloeiende uit de raamovereenkomst, nu een groot deel van de goederen niet is afgeleverd bij de afnemers en Exel weigert vervoers- en afleverbewijzen te verstrekken aan Brightpoint. Exel is mitsdien jegens Brightpoint aansprakelijk op grond van artikel 6:76 BW.

Het verweer van zowel Verzekeraars als Exel strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van Brightpoint in de kosten van het geding, waarbij Exel heeft verzocht deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Op het door gedaagden gevoerde verweer zal in het kader van de beoordeling – voor zover nodig – worden ingegaan.

4 De beoordeling

4.1 Tussen partijen is niet in geschil dat zowel op de rechtsverhouding tussen Brightpoint en Verzekeraars als op de rechtsverhouding tussen Brightpoint en Exel Nederlands recht van toepassing is.

De vordering jegens Verzekeraars

4.2 Verzekeraars hebben betwist dat zich een evenement als bedoeld in de verzekering heeft voorgedaan.

De rechtbank stelt voorop dat het aan Brightpoint is om haar stelling dat er sprake is van een verzekerd evenement met voldoende feiten en omstandigheden te onderbouwen. Brightpoint heeft ter onderbouwing overgelegd de facturen die zij aan Exel heeft gezonden in verband met niet-afgeleverde goederen en de hiervoor onder 2.11 en 2.12 vermelde brieven van Makro en Carrefour. Deze stukken kunnen echter niet dienen ter onderbouwing van haar stelling dat de goederen verloren zijn gegaan gedurende de verzekerde periode tijdens opslag (bij Exel) of transport (van Exel naar de afnemer).

Brightpoint heeft gesteld dat de facturen die zij aan Exel heeft gezonden betrekking hebben op goederen die door de afnemers niet zijn betaald omdat deze nooit zouden zijn afgeleverd. Ter onderbouwing van deze stelling heeft Brightpoint echter, afgezien van deze facturen, geen stukken overgelegd, zoals de door haar aan de betreffende afnemers gezonden facturen, eventuele aanmaningen en eventuele correspondentie tussen haar en de desbetreffende afnemers. Voor wat betreft de claim die betrekking heeft op Makro en Carrefour heeft Brightpoint gesteld dat deze bedrijven bij periodieke voorraadchecks is gebleken dat volgens hun administratie goederen niet waren afgeleverd, althans er geen bewijs van aflevering van de goederen was te achterhalen. Makro en Carrefour hebben uiteindelijk “debit notes”gestuurd aan Brightpoint. Hieruit kan echter niet worden afgeleid dat de goederen verloren zijn gegaan tijdens het transport en dus dat er sprake is van een verzekerd evenement. Niet uitgesloten kan worden dat er sprake is van onregelmatigheden in de administratie van of aan de zijde van Makro en Carrefour.

Brightpoint heeft nog gewezen op het voorlopige rapport van [bedrijf 2] en gesteld dat daaruit blijkt dat een deel van de geclaimde goederen daadwerkelijk gedurende transport vermist is geraakt. Zij laat het echter bij een algemene verwijzing en geeft niet concreet aan op grond waarvan dit uit het rapport blijkt en op welk deel van de claims dit dan ziet. In ieder geval is duidelijk dat dit rapport niet ziet op de claim die betrekking heeft op Makro en Carrefour, aangezien deze claim slechts kort voor het gereed komen van het voorlopig rapport van [bedrijf 2] is ingediend. Verzekeraars hebben er ook op gewezen dat het slechts gaat om een voorlopig rapport en dat in dit rapport slechts duidelijk wordt gemaakt dat er sprake is van een beweerde vermissing van diverse zendingen doch dat [bedrijf 2] geenszins heeft vastgesteld dat hiervan daadwerkelijk sprake is geweest.

Verzekeraars hebben reeds bij brief van 15 november 2002 om nadere informatie en documentatie verzocht. Ook in hun conclusie van antwoord hebben zij (onder punt 11, 12 en 33) om deze informatie gevraagd. Hierop heeft Brightpoint in haar conclusie van repliek niet gereageerd. Ook tijdens pleidooi heeft Brightpoint hieromtrent geen nadere informatie verschaft. Ter zitting is wel uit door Verzekeraars aangehaalde correspondentie duidelijk geworden dat Brightpoint uiteindelijk een eigen onderzoek door een deskundige heeft laten verrichten naar de niet-afgeleverde goederen. Zij heeft echter geen mededelingen omtrent de uitkomst van dit onderzoek gedaan.

4.3 Brightpoint heeft gesteld dat zij geen nadere informatie kan verschaffen, aangezien zij hierbij afhankelijk is van Exel. Zij doelt hierbij op de zogenoemde “proofs of delivery” die enkel door Exel bij de vervoersbedrijven opgevraagd (hadden) kunnen worden. Los van het feit dat de rechtsverhouding tussen Brightpoint en Exel Verzekeraars niet regardeert, is de rechtbank echter van oordeel dat het, gezien hetgeen hiervoor onder 4.2 is overwogen, van Brightpoint verwacht had mogen worden dat zij in ieder geval die informatie waarover zij wel geacht moet worden te beschikken, zou overleggen. Nu zij dit niet heeft gedaan, is de rechtbank van oordeel dat, gelet op de gemotiveerde betwisting door Verzekeraars, Brightpoint niet aan haar stelplicht heeft voldaan. Zij zal daarom niet worden toegelaten tot bewijslevering en haar vordering jegens Verzekeraars ligt voor afwijzing gereed. Op de overige stellingen van partijen behoeft de rechtbank mitsdien niet in te gaan.

4.4 Brightpoint zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van Verzekeraars.

De vordering jegens Exel

4.5 Tussen partijen is allereerst in geschil of Exel in juni 2001 de raamovereenkomst heeft gesloten met de moedermaatschappij Brightpoint, destijds DTH genaamd, of met DT, destijds één van de werkmaatschappijen van DTH. De rechtbank is echter van oordeel dat dit geschilpunt, gelet op hetgeen hierna wordt overwogen, in het midden kan blijven.

4.6 Exel heeft onder meer aangevoerd dat de beëindigingsovereenkomst aan toewijzing van de door Brightpoint ingestelde vordering in de weg staat. De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt.

De beëindigingsovereenkomst is gesloten in verband met de beëindiging van de raamovereenkomst. Tussen partijen is ook niet in geschil dat de partij met wie Exel de beëindigingsovereenkomst heeft gesloten dezelfde partij is als waarmee Exel de raamovereenkomst heeft gesloten. Nu in de beëindigingsovereenkomst staat vermeld dat het gaat om een “full and final settlement” kan de rechtbank niet anders dan aannemen dat partijen hiermee hun rechtsverhouding op alle punten definitief hebben willen regelen. Brightpoint heeft ook geen feiten en/of omstandigheden gesteld waaruit het tegendeel kan worden afgeleid. Ten tijde van het sluiten van deze overeenkomst was al bekend dat er sprake was van niet-afgeleverde goederen. Volgens de eigen stelling van Brightpoint was dit ook de reden om de raamovereenkomst te beëindigen. In de beëindigingsovereenkomst is dit punt ook expliciet onder ogen gezien. Zoals hiervoor onder 2.9 staat vermeld, zijn partijen hieromtrent overeengekomen dat Exel haar goede relatie met AON zou gebruiken om tot een soepele en snelle afwikkeling van de bij Verzekeraars ingestelde claims te komen. Daarbij hebben partijen kennelijk onder ogen gezien de mogelijkheid dat de claims afgewezen zouden kunnen worden, nu zij immers hieromtrent zijn overeengekomen dat dit voor risico van DTH dan wel DT zou komen. Exel zou slechts als ‘cashier’ optreden.

Gezien het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de beëindigingsovereenkomst eraan in de weg staat dat de vordering ter zake de gestelde niet-afgeleverde goederen alsnog op Exel wordt verhaald.

4.7 Brightpoint heeft nog aangevoerd dat de beëindigingsovereenkomst tot stand is gekomen onder invloed van dwaling. Zij heeft de rechtbank verzocht ex artikel 6:230 lid 2 BW de gevolgen van de overeenkomst te wijzigen. Exel heeft gesteld dat dit beroep op dwaling ex artikel 3:52 BW is verjaard. Deze stelling is echter onjuist. Nu het hier niet om een rechtsvordering tot vernietiging gaat, maar om een beroep in rechte op dwaling is krachtens artikel 3:51 lid 3 BW de verjaringsregel van artikel 3:52 BW niet van toepassing.

Aan haar beroep op dwaling heeft Brightpoint ten grondslag gelegd dat Exel bij het aangaan van deze overeenkomst wist, althans had moeten weten dat de schade voor haar rekening was omdat zij destijds al wist dat zij geen bewijs van correcte aflevering aan de afnemers van de goederen kon leveren.

4.8 De rechtbank stelt voorop dat de beëindigingsovereenkomst een vaststellingsovereenkomst in de zin van artikel 7:900 BW is. Ook beide partijen gaan hiervan uit. De rechter dient ten aanzien van een dergelijke overeenkomst de regels omtrent dwaling terughoudend toe te passen. Partijen kunnen in beginsel geen beroep doen op dwaling ter zake van hetgeen waarover door partijen juist werd getwist of onzekerheid bestond. Slechts indien een misvatting heeft bestaan ten aanzien van hetgeen partijen als zeker en onbetwist aan hun overeenkomst ten grondslag hebben gelegd kan een beroep op dwaling mogelijk zijn. Dat er van wederzijdse dwaling sprake zou zijn geweest, is gesteld noch gebleken. De rechtbank begrijpt de stelling van Brightpoint zo dat zij van mening is dat Exel haar mededelingsplicht heeft geschonden door niet mede te delen dat zij geen bewijs van aflevering van de goederen kon leveren. Exel heeft echter betwist dat zij dit ten tijde van het sluiten van de beëindigingovereenkomst reeds wist. Brightpoint heeft dit niet weersproken, zodat de rechtbank dat als vaststaand aanneemt. Voorts is gesteld noch gebleken dat Brightpoint op basis van inlichtingen van de zijde van Exel er ten tijde van het aangaan van de overeenkomst gerechtvaardigd op vertrouwd heeft dat de afleveringsbewijzen zonder problemen door Exel verstrekt zouden kunnen worden. Andere omstandigheden dan wel gedragingen van Exel die een beroep op dwaling kunnen rechtvaardigen zijn gesteld noch gebleken, zodat de rechtbank aan dit beroep van Brightpoint voorbij gaat.

4.9 Naar de rechtbank begrijpt heeft Brightpoint voorts nog aangevoerd dat Exel tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van de beëindigingsovereenkomst, aangezien van haar mocht worden verwacht dat zij aan Verzekeraars de benodigde informatie zou verschaffen op basis waarvan de Verzekeraars de claims zouden kunnen beoordelen en afwikkelen. Ook aan deze stelling gaat de rechtbank voorbij. In de beëindigingsovereenkomst staan met betrekking tot de claims ten aanzien van de verloren gegane goederen geen concrete verplichtingen voor Exel vermeld. Exel diende slechts haar goede relatie met AON aan te wenden teneinde tot een soepele en snelle afwikkeling te komen. Gesteld noch gebleken is dat zij dit niet heeft gedaan. Exel heeft onbetwist gesteld dat zij alle documentatie die beschikbaar was aan Brightpoint heeft gegeven. In de beëindigingsovereenkomst staat niet vermeld dat Exel gehouden was om Brightpoint in het bezit te stellen van de afleverbewijzen. Exel heeft bovendien gesteld dat zij al hetgeen gedaan heeft wat in haar macht lag om deze afleverbewijzen boven tafel te krijgen. Zij heeft hiertoe onder meer verwezen naar de hiervoor onder 2.10 vermelde brief van TPG Post. Exel heeft onbetwist gesteld dat Brightpoint nimmer op deze brief heeft gereageerd. Uit de beëindigingsovereenkomst kan niet worden afgeleid dat Exel gehouden was om het in deze brief vermelde onderzoek door TPG Post zelf te financieren. Uit deze overeenkomst volgt mitsdien niet dat Exel tot meer gehouden was dan zij heeft gedaan.

4.10 Uit het voorgaande volgt dat ook de vordering van Brightpoint jegens Exel dient te worden afgewezen, waardoor de overige stellingen van partijen geen bespreking meer behoeven.

4.11 Brightpoint zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van Exel.

5 De beslissing

De rechtbank,

wijst af de vordering van Brightpoint;

veroordeelt Brightpoint in de proceskosten aan de zijde van Verzekeraars, tot aan deze uitspraak bepaald op € 4.735,- aan vast recht en op € 10.320,- aan salaris voor de advocaat;

veroordeelt Brightpoint in de proceskosten aan de zijde van Exel, tot aan deze uitspraak bepaald op € 4.735,- aan vast recht en op € 10.320,- aan salaris voor de advocaat;

verklaart dit vonnis voor zover het de veroordeling in de zaak jegens Exel betreft uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Fiege, mr. Van Zetten en mr. Laurijssens.

Uitgesproken in het openbaar.

204/377/1963